Experimenteer met beleid

Het was alles of niets voor de Europese vliegtuigproducent Airbus. De 193  bestelde a380 ’s waren eindelijk gereed en het grootste passagiersvliegtuig ter wereld kon voor het eerst de lucht in. Op een door Airbus vastgesteld uur gingen op vliegvelden in Europa, Azië en Amerika in totaal 154  duizend passagiers tegelijk aan boord van deze gloednieuwe superjumbo’s.

De nerveuze piloten startten de motoren van de dubbeldeks vliegtuigen en taxieden naar de startbaan. Op het Airbus-hoofdkantoor hield men de adem in. In theorie zouden de reusachtige toestellen moeten kunnen vliegen. Maar geprobeerd was het nog nooit. Een testvlucht werd als te riskant gezien. Zou er straks in 193  vliegtuigen opgelucht applaus kliken. Of eindigde het luchtvaartexperiment met 193 enorme crashes…

Onzin natuurlijk. De A380  is uit en te na getest. Alleen al voor de testvluchten werden vijf speciale toestellen gebouwd. Tussen de eerste proefvlucht en de eerste commerciële vlucht zat bijna 2 ,5  jaar. Die tijd werd gebruikt om te ontdekken hoe het toestel zich onder alle mogelijk weersomstandigheden en bij iedere mogelijke lading gedraagt. Speciale testpiloten haalden de raarste capriolen uit en de passagier die nu in het nieuwe vliegtuig stapt weet dat alle onderdelen en technische systemen vele malen getest, onderzocht en geïnspecteerd zijn.

We zouden niet anders willen. Niemand durft te vliegen in een toestel dat alleen in theorie van de grond kan komen. Maar waarom organiseren we ons sociaal-economisch beleid dan wel zo? Ingrijpende beleidsveranderingen komen in Nederland meestal tot stand op basis van puur theoretische verwachtingen en abstracte politieke voorkeuren. Getest wordt er nauwelijks. Nieuwe beleidsregimes worden in één keer, voor alle betrokkenen en in alle regio’s ingevoerd. Onderwijsdeskundigen bedenken het vmbo, PvdA-ministers zijn enthousiast, en een jaar later stroomt geen mavoleerling meer door naar de havo. Ambtenaren schrijven een nieuwetaxiwet en alle toeristen in Amsterdam stranden op het Centraal Station. De regering bedenkt een plan voor gratis schoolboeken, en een jaar later zijn de schoolhoofden overspannen en weet geen ouder meer waar hij aan toe is.

Zou het niet handig zijn als we dit soort operaties voortaan eerst op kleine schaal uitproberen, zodat de effectiviteit kan worden vastgesteld en eventuele bijwerkingen in kaart kunnen worden gebracht?

De Britse statisticus Adrian Smith denkt van wel. Hij pleit al twee decennia voor op feiten gebaseerd beleid. Evidence based policy, noemt hij dat. Net als nieuwe medicijnen (of nieuwe vliegtuigen) zou nieuw beleid zich eerst in kleinschalige experimenten moeten bewijzen. Een paar jaar geleden schreef een aantal economen van het Centraal Planbureau een juichend rapport over dergelijke beleidsexperimenten. In de Verenigde Staten worden ze al een halve eeuw toegepast. Met name arbeidsmarktbeleid wordt vaak eerst bij een willekeurig gekozen groep werklozen uitgeprobeerd. Nieuwe scholingsprojecten, sollicitatietrainingen en bijstandsregelingen werden eerst op kleine schaal getest. Dat zouden we in Nederland ook moeten doen, vinden de CPB-ers.

Hoog tijd om dat advies eens op te volgen. Er is een perfect onderwerp om mee te experimenteren: het ontslagrecht. De discussie over versoepeling daarvan is volstrekt vastgelopen in een dogmatische ruzie tussen vakbonden en werkgevers. Werkgevers beweren dat soepel ontslag zal zorgen voor meer werk voor kansarme Nederlanders. De vakbond denkt dat bedrijven de zwakke werknemers dan juist makkelijker zullen ontslaan. Beide partijen weten zeker dat ze gelijk hebben en schreeuwen elkaar dat al een paar jaar toe. Hopeloos

Die tijd hadden ze ook kunnen gebruiken voor een gecontroleerd economisch experiment. De overheid had een klein deel van de economie tot ontslaglaboratorium kunnen verklaren. Neem een groep bedrijven, een beroepsgroep of een regio, en stel daar experimentele ontslagregels voor op. Voor een andere, vergelijkbare selectie blijven de oude regels gelden. Zet deze sociale petrischaaltjes een jaar of wat op kamertemperatuur weg, en bekijk dan het resultaat. Zijn de effecten gunstig? Dan invoeren in het hele land. Zo niet: discussie gesloten.

Maar dat is oneerlijk, hoor je de politici al roepen. We moeten iedereen gelijk behandelen en op mensen experimenteren is onethisch. Dat zal wel. Het is nog veel minder ethisch om alle Nederlanders aan hetzelfde proefballonnetje op te hangenen dan te hopen dat de boel niet naar beneden dondert.

Deze recessie wordt pijnlijk

(Dit artikel verscheen ook hier)

Met een economische krimp van 3,5 procent, beleefde Nederland in 2009 de diepste recessie sinds 1931. Maar zo voelde het voor de meeste mensen niet.

Dankzij expansief begrotingsbeleid en het afschaffen van het werknemersdeel van de WW-premie, steeg de koopkracht dat jaar met maar liefst 1,8 procent. Die toename was drie keer zo hoog als de gemiddelde jaarlijkse stijging in de tien jaar ervoor. Het was geen recessiejaar, maar een jubeljaar. Tenminste, voor wie zijn baan niet verloor.

Opvallend weinig
Maar ook dat waren er opvallend weinig. In juni 2009 voorspelde het Centraal Planbureau (CPB) dat de werkloosheid zou oplopen tot 730.000 personen in 2010. Liefst 9,5 procent van de beroepsbevolking zou dan onvrijwillig zonder werk zijn. En waarschijnlijk nog meer, want het CPB voorspelt jaargemiddelden. Op het dieptepunt van de recessie zou het getal van 800.000 werklozen wel aangetikt kunnen worden.

Het liep volkomen anders. De werkloosheid kwam in 2010 uit op 390.000. Dat was slechts 123.000 meer dan voor de crisis. Het CPB had een stijging van 463.000 verwacht en zat er dus een grandioze 275 procent naast!

Voorspelfouten
Vreemd genoeg kwam dat maar ten dele omdat de economen de ernst van de recessie overschatten. In juni 2009 dacht het CPB dat de krimp dat jaar 4,75 procent zou bedragen, en dat de economie een jaar later met een half procent
zou krimpen. In werkelijkheid daalde het bbp in 2009 met 3,5 procent en in 2010 groeide de economie al weer met 1,7 procent. Deze voorspelfouten zijn bij lange na niet genoeg om de meevallende werkloosheidscijfers te
verklaren.

Meer dan een jaar had het CPB nodig om erachter te komen waarom de werkloosheid zo laag bleef tijdens wat het Planbureau ‘De Grote Recessie’ noemt. Was het de deeltijd-ww, die harde ontslagrondes voorkwam? Was het de flexibele schil van zelfstandige eenpitters (zzp’ers), die bedrijven konden
afbellen, zonder in het personeelsbestand te hoeven snijden?

Het lijken plausibele verklaringen. Maar de deeltijd-ww was te beperkt in omvang om van grote invloed te zijn op de werkloosheid. En de omzet van zzp’ ers ging in de recessie niet buitensporig omlaag.

Leven of dood
Nee, de echte reden blijkt, zo zegt het CPB, opmerkelijk gedrag van de bedrijven: ze hielden mensen in dienst, die ze eigenlijk niet nodig hadden. Veel bedrijven stonden er aan het begin van de crisis financieel goed voor, dus ontslag van personeel was
geen kwestie van leven of dood.

Een jaar eerder hadden ondernemers nog steen en been geklaagd over de krapte op de overspannen arbeidsmarkt. Met dat in het achterhoofd, durfden ze de net aangetrokken werknemers niet te laten gaan. Eerst maar eens kijken hoe
lang de recessie zou aanhouden. Toen in 2010 de economie alweer bleek te groeien konden de ontslagplannen de prullenbak in.

Het is op zich een mooi idee. Nederlandse bedrijven zijn blijkbaar niet snel in paniek, en de arbeidsmarkt kan wel tegen een stootje. Maar een herhaling van de meevaller uit 2009 is toch onwaarschijnlijk.

Door de eurocrisis dreigt Nederland in een nieuwe recessie te belanden. Zeer waarschijnlijk zitten we er al in. De winsten van bedrijven zijn nog lang niet terug op het peil van voor de kredietcrisis, dus de luxe van tijdelijk onnodig personeel kunnen bedrijven zich nu veel minder veroorloven.

Economische winter
Bovendien kan de overheid deze keer de recessie niet bestrijden, met lastenverlichting en extra uitgaven. Er moet juist worden bezuinigd. Dus met een beetje pech houdt de malaise langer aan dan tijdens de Grote Recessie, die wel diep maar ook kort was.

De bedrijven bereiden zich ditmaal dan ook anders voor op de economische winter. Hoewel de krimp in het derde kwartaal relatief gering was, loopt de werkloosheid toch al snel op. Er zijn nu al meer mensen werkloos dan op het dieptepunt van de crisis in 2009.

Het vet is van de botten. Deze recessie gaat veel meer pijn doen dan die van twee jaar geleden

Links voor FIN-EC journalisten

(T.b.v. Summer School  12-6-2017)

STATISTIEKEN

Nederland:
CBS: Statline (alle cijfers van het CBS)

CPB: Lange reeksen macrocijfers
CPB: Overheidsfinanciën (sinds 1814)
CPB: Wereldhandel (unieke indicator)

DNB: Monetare en financiele statistieken

Behr: Beurs Amsterdam 

IEX: One Market Monitor  (real-time beurs A’dam)

 

Internationaal
Eurostat: Complete database

ECB: Statistical Data Warehouse

OECD: Complete database, Overzichtelijker
OECD: Statlink (http://dx.doi…. onder iedere  grafiek) Schermafbeelding 2015-08-24 om 11.34.20

Schermafbeelding 2015-08-24 om 11.37.15

IMF: World Economic Outlook
I
MF: Principal Global Indicators

BIS: International Banking Statistics

Investing.com: Financiële markten (bv: Griekenland)
Investing.com: Agenda met updates

Econoday: Macro-agenda

Markit: Inkoopmanagers-indices (PMI’s)

FRED: Amerikaanse en internationals data en grafieken

 

 

 

 

 

Lethargische jongeren laten zich bestelen

Ik reed langs de Dam, maar daar was niemand te bekennen. Toen ging ik naar het Museumplein. Ook daar was de demonstratie niet. Op naar Den Haag, naar het Malieveld. Weer niemand.

Maar iets verderop, bij het gebouw van de SER, stond een groepje demonstranten met oranje hesjes aan. Ze hielden borden omhoog. ‘Met goed fatsoen voor een eerlijk pensioen’, las ik.

Was dit de demonstratie die ik zocht? De hesjes waren bedrukt met het logo van FNV Bondgenoten. En vooraan herkende ik Agnes Jongerius. Nee, dit kon de massale jongerendemonstratie tegen de welvaartsvaste AOW niet zijn. Dit was juist een tegendemonstratie van oudere werknemers die een gegarandeerd, hoog pensioen eisten.

De jongeren zaten thuis. Ze hadden niet de moeite genomen om ‘welvaartsvast’ te googelen en dus niet ontdekt dat in de pensioenplannen van vakbonden en werkgevers een nieuwe geldstroom van jong naar oud verstopt zit. Je kunt het ze niet kwalijk nemen, want het klinkt zo onschuldig, een welvaartsvaste AOW. Wie kan er nou op tegen zijn dat de welvaart van onze ouderen stevig wordt vastgezet?

Maar het is een bedrieglijke term. Welvaartsvast betekent dat de AOW-uitkering automatisch meestijgt met de lonen. Niet alleen met de cao-lonen, zoals in het huidige stelsel het geval is, maar met de totale loonsom, dus inclusief periodieken, bonussen en andere incidentele beloning. Dankzij de welvaartsvaste AOW krijgen Nederlanders er straks zelfs na hun pensionering ieder jaar een periodiekje bij.

FNV en CNV sleepten deze ‘AOW de luxe’ in 2010 uit de onderhandelingen met de werkgevers. Nederland zat tussen twee kabinetten in, en dat machtsvacuüm gebruikten de sociale partners om een nieuw pensioenstelsel op papier te zetten. Met grote moeite accepteerden de vakbonden dat de pensioenleeftijd in 2020 met een jaartje zou stijgen. In ruil daarvoor eisten ze een welvaartsvaste, dus sneller stijgende AOW-uitkering. Plus de optie dat werknemers desgewenst toch met 65 jaar konden stoppen, zij het dat ze dan een evenredig lagere AOW zouden ontvangen.

Een slimme ruil, want door de AOW welvaartsvast te maken zal die het komende decennium zo veel extra stijgen dat een jaar eerder stoppen met werken in 2020 feitelijk kosteloos is. Wie straks toch al met 65 jaar stopt, zal per saldo evenveel AOW ontvangen als voorheen. Er verandert feitelijk niets.

Behalve voor de jongeren. Die denken dat Nederland een begin heeft gemaakt met het aanpakken van de vergrijzingskosten, en dat hun financiële toekomst iets zekerder is. Maar in 2020 komen ze erachter dat kosten van de welvaartsvaste AOW flink zijn opgelopen. Groen gaat nog meer betalen voor grijs.

De minister van Sociale Zaken is er intussen achter dat de AOW-afspraken op deze manier niets oplossen. Vorige week zei Kamp in een Kamerdebat dat hij maar weinig ruimte had om de AOW te verhogen. De vakbonden reageerden fel. CNV-voorzitter Jaap Smit vond het tijd voor ‘een pittig gesprek’ met de minister. De FNV herhaalde dat de welvaartsvaste AOW voor de vakbond ‘op nummer één staat’. Als het nodig is, zullen de vakbonden hun leden naar Dam of Malieveld dirigeren om de eisen kracht bij te zetten.

En de jongeren? Die kijken het nog even aan. Pas als de 50-plussers van vakbonden en werkgevers de zaakjes onderling geregeld hebben, en de 30-minners ontdekken dat ze hun portemonnee moeten inleveren bij hun ouders en grootouders, trekken de jongeren naar Den Haag. Maar dan is het te laat.

BTW: Belasting Toegevoegde Waanzin

Update: anno 2015 speelt de discussie over het hoge- en lage btw-tarief nog altijd. Het belastingstelsel moet op de schop, vindt de politiek, en hervorming van de btw is een optie.

Maar in vier jaar is er dus eigenlijk niets gebeurd. Behalve dan dat het hoge tarief omhoog ging van 19% naar 21%. In onderstaand blogje uit 2011 heb ik het nog over het oude tarief.

Belasting Toegevoegde Waanzin

Voor alle producten een uniform btw-tarief van 19%. Staatssecretaris Weekers durfde het donderdag voor te stellen, en de wereld was te klein. Het CDA voorziet failliete supermarkten in de grensstreek. ‘Onbespreekbaar’, zei CDA-er Pieter Omtzigt. De PVV vreest dat Henk en Ingrid straks geen Hollandse piepers meer kunnen betalen.

VNO-NCW wist zeker dat afschaffen van het lage btwtarief schadelijk is voor consumenten (ook al wordt de opbrengst gebruikt voor een verlaging van de inkomstenbelasting). Horeca Nederland rekende direct uit dat het plan 33.000 banen gaat kosten. Wie zei daar dat er in de economie geen exacte voorspellingen mogelijk zijn?

Afschaffen van het 6%-tarief lijkt dus een idioot plan. Maar niet zo waanzinnig als het handhaven van de huidige situatie. Of een product onder het hoge of lage tarief valt, is vaak een kwestie van absurde willekeur.

Ik wist dat de regels bizar waren, maar na een uurtje lezen op de website van de belastingdienst viel ik toch van m’n stoel van verbazing. Ondernemers moeten hier toch gek van worden? Wat voorbeelden:

Boeken 6% btw
e-boeken 19% btw

Konijnenvoer 6%
Hamstervoer 19%

Parkietenvoer (minimaal 95% granen) 6%
Parkietenvoer (minder dan 95% granen) 19%

Voer voor fazanten die op de boerderij blijven 6%
Voer voor fazanten die later worden vrijgelaten 19%

Spiering voor in de frituur 6%
Spiering als aasvis 19%

Visafval 6%
Visvoer 19%

Kauwgom 6%
Pruimtabak 19%

Gedroogde bloemen 6%
Geverfde bloemen 19%

Bloemboeketten 6%
Bloemstukken 19%
Dit is eigenlijk nog veel ingewikkelder, in één bloemstuk kan de ene tak onder 6%-tarief vallen, de andere onder het 19%-tarief. De belastingdienst heeft zelfs een convenant gesloten met de bloemistenvereniging over deze uiterst belangrijke zaak, inclusief een Kafkaësk rekenvoorbeeld. Lees en huiver.

Vlooiengif voor op de poes 6%
Vlooiengif voor de poezenmand 19%

Pil gegeven door het baasje 6%
Dezelfde pil gegeven door dierenarts 19%

Rollator 6%
Wandelstok 19%

Leren koken op school: 0%
Kookcursus: 19%
Onder professionele begeleiding koken en opeten: 6%

Vloeibaar water: 6%
Bevroren water: 19%

Gedestilleerd water: 6%
Gedemineraliseerd en ontijzerd water: 19%

Aanleggen brandleidingen 6%
Plaatsten brandkraan: 19%

Stro 6%
Zaagsel (voor in de stal): 19%

Kleurboek 6%
Blocnote 19%

Schoolwerkboeken met 32 pagina’s of meer 6%
Schoolwerkboeken met minder dan 32 pagina’s 19%

Reparatie fiets 6%
Reparatie bromfiets 19%

Haarknippen bij mens 6%
Haar knippen bij hond 19%

Schoonmaken binnenkant huis 6%
Schoonmaken buitenkant huis 19%

Leveren gas op de camping 6%
Leveren campinggas 19%

Ongemeubileerde schepen voor de opvang van asielzoekers 19%
Ongemeubileerde zeeschepen voor de opvang van asielzoekers 0%
(nee, dit snap ik ook niet, maar het staat er echt…)

Verkoop door museum van ansichtkaart met afbeelding uit eigen collectie 6%
Verkoop door museum van ansichtkaart met afbeelding uit collectie ander museum 19%

Toegangskaartje voor lezing 6%
Toegangskaartje voor seminar 19%

Pianobegeleiding bij uitvoeringen 6%
Pianobegeleiding bij repetities 19%

Acteur in soap 6%
Zelfde acteur in spelshow 19%

Tochtje met luchtballon 6%
Tochtje met vliegtuig (binnenland) 19%
Tochtje met vliegtuig (buitenland) 0%

Boekhouder bij de boer 6%
Boekhouder bij ander ondernemer 19%
(Ja, ook hier is een convenant over afgesloten)

Vervoer naar veiling in opdracht van boer 6%
Vervoer naar veiling in opdracht van veiling 19%

De overheidstrein rijdt nooit op tijd

Drie vlokjes sneeuw en de treinen rijden niet meer. Wissels vriezen vast, locomotieven weigeren dienst. Duizenden reizigers staan stampvoetend op de perrons. Afspraken worden gemist, bijeenkomsten afgelast en kantoortuinen blijven leeg.

Voor de Tweede Kamer is de maat vol. De minister moet met spoed optreden, lieten de parlementariërs aan de media weten. Ikzelf stond vorige week donderdag ook een goed deel van de dag te vernikkelen op tochtige stations. Het congres in Utrecht waar ik werd verwacht, heb ik nooit bereikt. Ik doodde de tijd luisterend naar het radiootje in mijn mobiele telefoon en werd getroost door de verontwaardiging van politici.

De minister is aan zet
We hadden de NS nooit moeten verzelfstandigen, wist het ene boze Kamerlid. De splitsing van ProRail en NS is de oorzaak van alle ellende, vond een ander. We moeten ProRail onderbrengen bij Rijkswaterstaat, suggereerde een derde. Over één ding waren ze het allemaal eens: de minister is aan zet. Er moet nu door de politiek worden ingegrepen. De chaos op het spoor heeft lang genoeg geduurd. ‘Ik wil weten waarom de treinen in Zwitserland en Japan wel op tijd rijden’, eiste een VVD’er.

Een prima vraag, waar ik het antwoord ook wel op zou willen weten. Eén ding weet ik al wel: de reden van de punctualiteit in die landen is niet dat de minister zich op dagbasis met de treinen bemoeit. Het Zwitserse spoorwegbedrijf werd in 1999 verzelfstandigd. Net als bij ons bleven de aandelen in overheidshanden. In Japan geldt dat voor een deel van de tientallen spoorwegbedrijven die het land telt ook. De grootste daarvan zijn echter volledig geprivatiseerd. De Shinkansen, de beroemde Japanse hogesnelheidstrein, wordt gerund door de op winst gerichte bedrijven, met een notering aan de beurs van Tokio.

‘Neoliberalen’
Zomaar een idee: misschien rijden de Japanse treinen wel zo stipt omdat de politiek zich er juist niet mee bemoeit. Misschien zijn er zo weinig vertragingen omdat de aandeelhouders dat niet zouden pikken.

Ik maak me vast niet populair met deze hypothese, want in Nederland wordt tegenwoordig ieder probleem geweten aan ‘neoliberalen’ en andere ‘vrijemarktfundamentalisten’.

Harembroeken en de kerstman
Er gaat geen week voorbij of er verschijnt in een van de grote kranten wel een lang opiniestuk waarin het neoliberalisme als de oorzaak van alle kwaad wordt gepresenteerd. Deze kredietcrisis heeft ons laten zien dat het marktmodel faalt. Geloof in marktwerking is eind 2010 net zo uit als harembroeken en de Kerstman. Weer helemaal in is de strenge, sturende overheid, die met gezag en daadkracht problemen oplost.

Het is een droevig misverstand. Want waar de markt soms in de fout gaat, faalt de overheid structureel. Toen ik afgelopen donderdag naar Utrecht moest, wilde ik eigenlijk de auto nemen. Maar de verkeersinformatie bracht me op een ander idee. Er stond in de ochtend 595 kilometer file op de rijkswegen. Het was de op acht na ergste spits ooit.

Geen excuus
Maar ik heb de Kamerleden niet gehoord over deze enorme misser van Rijkswaterstaat, waar men volgens eigen zeggen ‘werkt aan vlot en veilig verkeer’. Iedere ochtend en iedere avond loopt de dienstregeling op de snelwegen in de soep. Bij sneeuw, maar ook bij alle andere weertypen. We krijgen nooit een excuus, en hebben geen recht op schadevergoeding.

Het is de standaardkwaliteit van overheidsproductie. De politie lost nog geen kwart van de overvallen op. In ziekenhuizen sterven jaarlijks ongeveer 1900 mensen door vermijdbare fouten. Leerlingen verlaten hun school zonder startkwalificatie. Voor sociale huurwoningen zijn enorme wachtlijsten. Het is een waanidee om te denken dat de treinen op tijd gaan rijden als de overheid zich er intensief mee gaat bemoeien. Ik gok eerder op het tegendeel.

(verscheen eerder in FD)

Rekeningrijden

De bakker van het kleine Noord-Hollandse dorpje waar ik woon, had genoeg van het telkens afrekenen van kleine bedragen en dagelijkse tochtjes naar de bank. Zijn klanten moesten voortaan eens per jaar een vast bedrag betalen en mochten hun brood dan gratis afhalen. Geen gedoe meer met wisselgeld en rinkelende kassa’s, maar onbeperkt brood voor het hele dorp.

Het werkt geweldig. De bakker kan ’s ochtends rustig een kopje koffie drinken terwijl de klanten zichzelf bedienen. Van knipwit tot boerenroggebrood, het vliegt de winkel uit. Dankzij de nieuwe manier van betalen is brood weer ouderwets populair. Om elf uur ‘s ochtends is vaak alles uitverkocht.

Dat laatste is wel een nadeel. Om zeker te zijn van een halfje volkoren, moet je vroeg opstaan. Een paar maanden nadat de bakker op de nieuwe betaalmethode overgaat, is er om tien uur al geen kruimel meer te koop. Weer een maand later maak je alleen tussen acht en negen nog kans op een volle boodschappentas.

Het is dus dringen voor de winkel. Ruim voordat de winkel opengaat staat er al een flinke rij ongeduldige Noord-Hollanders voor de deur. Ze duwen en dringen en versperren de stoep. Op een regenachtige ochtend vallen er een paar klappen.

“Dit kan zo niet langer”, klagen de klanten. “Bakker, je deur is te veel smal”. De bakker begrijpt de hint en laat zijn pui verbreden. Het werkt even, maar een paar dagen later loopt de situatie al weer uit de hand. Door de betere toegankelijkheid van de winkel is het brood nu al om half negen helemaal op en proberen alle klanten in hetzelfde half uur aan hun brood te komen. Het hoort er blijkbaar bij, beseffen de klanten na verloop van tijd. Iedere ochtend wachten en dringen voor de bakker wordt een geaccepteerd fenomeen. De gemeente plaatst dranghekken op de stoep. De lokale radio-omroep zendt dagelijks berichten uit over de verwachte wachttijd bij de bakker.

Het brood zelf wordt er overigens niet beter op. Om iedereen voor half negen van brood te voorzien moet de bakker te hard doorwerken. Het deeg is soms nog niet goed gerezen en het brood is vaak half gebakken. Dat is niet erg, want veel van het brood is toch niet voor menselijke consumptie. Voor het vaste bedrag mag je zoveel pakken als je wilt, dus de eenden in het dorp varen er wel bij. Er is een boer die er zijn varkens mee vetmest.

eendjes-voeren

Dan wordt de gemeenteraad wakker. Dit gaat zo niet langer, vindt de lokale politiek. De rijen voor de bakker verstoren de rust en de gemeentereiniging heeft een dagtaak aan het opruimen van al het ‘zwerfbrood’.

Een ingehuurde econoom uit de Randstad doet onderzoek en komt met een sensationeel voorstel. De gemeente moet de bakker verplichten een nieuw afrekensysteem in te voeren: betalen per brood!

Het dorp komt in opstand. Betalen per brood? Zijn ze gek geworden op het stadhuis? Dat pakt ongetwijfeld veel duurder uit. Gezinnen met veel kinderen zullen de dupe zijn en mensen die toevallig van brood houden gaan er keihard op achteruit. Iedereen moet eten en brood is volksvoedsel. Dit is een boete op honger hebben!

Gezonde alternatieven zijn er niet. “Onze kinderen worden in de armen van de patatmaffia gedreven”, voorspellen boze bewoners. “Snackbars verkopen ook bier, dus de gemeente moedigt obesitas en alcoholmisbruik aan.”

Bovendien, zo  weten de dorpsbewoners zeker, het nieuwe systeem wordt een administratieve nachtmerrie. Hoe moet de bakker van ieder brood precies bepalen wat de kosten zijn en hoeveel mensen bereid zijn er voor te betalen? Pannenbrood, maisbrood, polderbrood, het moet straks allemaal een andere prijs krijgen. Dat is toch geen doen?

Anderen zien hun privacy: verloren gaan. De bakker kan van iedereen bijhouden wat hij koopt. Stel je voor dat een bijstandsmoeder graag dure croissants eet; de sociale dienst kan dat soort informatie opvragen en gaan korten op de uitkering.

rekeningrijden_300

De lokale krant gaat voor in het protest en kopt: “Portemonnee vergeten? DE BAK IN!” Want wie net als vroeger een brood pakt zonder betalen pleegt diefstal en kan maximaal vier jaar gevangenisstraf krijgen. Oppositiepartij Dorpsbelangen start een stickeractie “Betalen per boterham? No way!”

Tegen zoveel protest kan de gemeenteraad niet op. Het plan gaat in de ijskast. Bij de bakker staan nog altijd lange rijen en de eendjes in de sloot verdrinken door hun eigen gewicht.

Lach om de grap die technische analyse heet

Dit is de druppel. Ik doe er niet meer aan mee. De keizer heeft geen kleren aan. Technische analyse (TA) heeft de belegger niets te bieden – behalve dan veel onrust en angst.

Eind vorige week was het weer raak. Een Amerikaanse analist schreef in zijn nieuwsbrief over het ‘Hindenberg Omen, het meest gevreesde technische patroon’. De hel-en-verdoemeniswebsite Zerohedge nam het verhaal over.
Zakenzender CNBC wijdde er zendtijd aan. Beleggers schoten in de stress.

Nu is het ‘Hindenberg Omen’ niet alleen het meest gevreesde, maar ongetwijfeld ook het meest mallotige patroon. Het gaat om een idiote potpourri van indicatoren, koersgemiddelden en 52-weeksmaxima, die samen een krach op de aandelenbeurs zouden voorspellen.

Vergelijk het met logica van de voetbalcommentator die vlak voor de wedstrijd zenuwachtig vaststelt dat de laatste keer dat Oranje op een belangrijk toernooi, in het thuistenue, met een linksbenige rechtsbuiten en een oud-international als trainer, tegen een Iberische tegenstander speelde, heeft verloren.
Ik geloof niet in het Hindenberg Omen. Net zomin als ik iets heb met de simpeler schijnwaarheden van de technisch analist. Opwaarts doorbroken trendlijnen, weerstanden, dubbele bodems, head and shoulders, fibonaccireeksen, kieper de hele goocheldoos in de vuilnisbak.

Werkt het dan niet? Nee, het werkt niet. Af en toe duikt er een wetenschappelijk artikel op waaruit zou blijken dat het gebruik van een TA wel degelijk enige winst kan opleveren. Maar dat zijn uitzonderingen. Als er al structureel een winstje valt te pakken, dan weegt dat zelden op tegen de transactiekosten die bij de actieve aandelenhandel horen.

In 2003 promoveerde econometrist Gerwin Griffioen op een onderzoek waarin hij maar liefst 787 TA-indicatoren losliet op de historische koersen van Amerikaanse aandelen en de Dow Jones-index. Zijn conclusie is duidelijk: zelfs bij slechts een kwart procent transactiekosten kan ook de zogenaamd ‘best presterende’ TA-strategie een simpele strategie van kopen-en-houden niet verslaan. Grafiekstaren is misschien leuk als hobby, maar de belegger die liever in de tuin werkt, kan zich er beter niet druk om maken.

Toch is TA bijzonder populair, zowel bij professionals als bij amateurs. De mens heeft nu eenmaal een onstilbare behoefte aan het herkennen van patronen, ook als die er niet zijn.

Patroonherkenning is een nuttig kunstje op de Afrikaanse steppe, waar die enkele gnoe een hele kudde kan aankondigen. En het is handig voor de primitieve boer die in het chaotische weer een seizoenspatroon moet herkennen. Maar in de moderne wereld schieten we vaak door.

Dan verschijnt de maagd Maria op een kaastosti, klinkt de duivel in achteruit gespeelde rockmuziek, en zien we in een neerwaartse uitbraak uit een trendkanaal een dwingend verkoopsignaal.

imgres
De Amerikaanse ‘neuro-econoom’ Colin Camerer noemt dit de ‘powerful drive towards sense-making’. ‘Ons apenbrein heeft een overijverige persvoorlichter’, stelt hij, ‘die zeer handig verklaringen bedenkt en die een voorkeur heeft voor de meest doorwrochte uitleg.’ Laat proefpersonen een onaffe tekening zien, en de hersens vullen automatisch de ontbrekende lijnen in. Laat ze muziek horen en een willekeurig knipperend licht zien, en ze rapporteren dat het licht het ritme van de muziek volgt. Onze neiging tot patroonherkenning neemt ons bij de neus.

Als we in de ruis van de beurskoersen een melodie denken te horen, als we in de chaos van de koersgrafiek een glimp van de toekomst denken te zien, dan kunnen we daar dus eigenlijk niets aan doen. Maar je tegen deze misleiding van de geest verzetten kan wel. De volgende keer dat het Hindenberg Omen verschijnt, lachen we het monster recht in zijn lelijke gezicht uit.

(zie ook deze TED-presentatie Michael Schermer over onze apenhersenen die ons voor de gek houden) 

Vaarwel postbode

We noemden hem de ‘pannenkoekenpost’. Of eigenlijk: ‘pannekoekenpost’, want het was de jaren zeventig, dus je schreef het zonder tussen-n.

Hij droeg het oude, wat stijve uniform van de PTT-postbode, inclusief pet, en bezorgde jarenlang de post voor alle bewoners aan de lange polderweg waar ik opgroeide.

Hoe hij echt heette heb ik nooit geweten, maar zijn bijnaam dankte de pannenkoekenpost aan die zomerdag waarop hij de brieven en de krant door de deur duwde en de geur van versgebakken pannenkoeken door de openstaande keukenramen oppikte. ‘Ruikt lekker’, zei de postbode. ‘Prikt u soms een vorkje mee?’ vroeg mijn moeder.

Even later zat een rijtje kinderen met open mond te kijken naar hoe de postbode een pannenkoek met stroop verorberde. Onze eigen bordjes bleven onaangeroerd. Toen veegde hij zijn mond af, sprak ‘bedankt, mevrouw, dag kinderen’, en vervolgde zijn ronde.

Waarom waren wij zo onder de indruk? Ik denk omdat de postbode dertig, veertig jaar geleden nog een echte autoriteit was. Hij stond in de maatschappelijke pikorde misschien wel op gelijk niveau met de politieagent. Als zo iemand aanschoof aan een tafel met gewone mensen en kinderen was dat heel bijzonder.

Mijn kinderen zullen er niets van begrijpen. Na de verzelfstandiging van de post in 1989 is het snel neerwaarts gegaan met de postbode. Het uniform werd vervangen door bedrijfskleding van ontwerper Clemens Rameckers, passend bij de nieuwe huisstijl. Later werd er, zo schrijft het Haagse Museum voor Communicatie op de website, ‘een zomerlijn toegevoegd’. Daarbij hoorde een ‘afritsbare broek’, waarmee de teloorgang van het instituut postbode in twee woorden is samengevat. Met een postbode in een afritsbroek eet je geen pannenkoeken.
Maar met die broek was het dieptepunt voor de postbode nog niet bereikt. Dat kwam het afgelopen weekend, toen TNT Post, zoals het geprivatiseerde bedrijf inmiddels heet, bekend maakte alle vijftienduizend postbodes die per week 25 uur of meer werken te ontslaan. Allemaal!

Ze worden vervangen door een ‘postbezorger’. Die brengt ook de post rond, maar dan als bijbaantje en tegen veel lagere loonkosten.

In de praktijk betekent het besluit van TNT dat het beroep van postbode is opgeheven. Een gezin onderhouden of een huis afbetalen met een baan als postbezorger is niet langer een optie. Brievenbussen vullen is een hobby geworden voor ouderen met een AOW’tje en jongeren met een basisbeurs. Mocht u de komende jaren nog een pannenkoekje bakken voor de postbezorger, dan is dat waarschijnlijk om dat arme, oude mannetje dat de reclamefolders in de bus duwt van een voedzame maaltijd te voorzien.

De vakbonden zijn razend. ‘Onverteerbaar’, zegt de FNV. ‘Dit kun je niet maken’, vindt het CNV. Logische reacties, want de reden dat TNT zo drastisch ingrijpt, is waarschijnlijk dat het bedrijf zijn postactiviteiten los wil knippen van het moederbedrijf, om vervolgens door te verkopen aan (buitenlandse) investeerders. TNT zelf zou dan als wereldwijde pakjesbezorger verdergaan.

Ik vind het ook erg. Maar dan vooral om nostalgische redenen. Het postkantoor is al gesloten, de postgiro bestaat niet meer en op de postzegel staat binnenkort een 1 of een 2, in plaats van de waarde in euro’s. En schaffen ze ook nog de postbode af! Het is dat de pannenkoekenpost al met pensioen is, maar anders werd ik lid van de vakbond.

Maar rationeel snap ik wat TNT doet. Ik heb de afgelopen dagen eens bijgehouden wat de postbode ons brengt. Het zijn bankafschriften die ik eigenlijk per mail zou moeten krijgen, belastingformulieren die ik al van internet heb geplukt, een telefoonrekening die ze me ook mogen sms’en en tientallen ongevraagde brieven van loterijen, goede en minder goede doelen. De enorme stapels ongeadresseerde folders die de postbode er bij de buren ingooit, loop ik dankzij een sticker op de brievenbus gelukkig mis.

De postbode is zijn autoriteit al lang verloren. Niet vanwege de afritsbroek, maar omdat zijn werk gewoon niet meer zo belangrijk is. De stoker verdween van de trein, de lampopsteker uit de straat. Net als de voddenboer, telegrambezorger, pompbediende, witkiel en tv-omroepster. Hun werk was simpelweg niet meer nodig.

Er zit maar één ding op: binnenkort bak ik een pannenkoek voor de jongen die de nieuwe internetmodem komt installeren.

 

(Deze column verscheen eerder in De Groene Amsterdammer)

journalist en econoom