Alle berichten van Mathijs

CO₂-heffing een hoax?

Mathias Cormann is tegen de koolstof-grensbelasting. Zo’n importheffing op CO₂-intensieve producten uit landen met ondermaats klimaatbeleid, kan alleen als allerlaatste redmiddel. Dat stelde hij afgelopen woensdag in een nauwelijks verholen aanval op de Europese Commissie die juist haast wil maken met zo’n ‘carbon border adjustment mechanism’, zodat men de emissies van de industrie steviger kan beprijzen, zonder te veel weglekeffecten.

Cormann is de oud-minister van financiën van Australië. In die rol schafte hij in 2014 het pas gestarte systeem van CO₂-beprijzing voor de Australische industrie af. Eerder noemde hij zo’n CO₂-prijs ‘a very expensive hoax’, die alleen maar productie zou verjagen naar landen zonder heffing. Het was een ‘baanvernietigende belasting’.

Kan het schelen dat een Australische politicus er zo over denkt? Jazeker, want sinds vorige maand is Cormann secretaris-generaal van de Oeso, de club van geïndustrialiseerde landen. Precies het gremium waar over dit soort grensoverschrijdende milieubelastingen wordt gesproken. Binnen een maand is de nieuwe baas zijn geloofwaardigheid al kwijt.

FD

Pak Facebook aan

De Federal Trade Commission kan niet aantonen dat Facebook monopoliemacht heeft. Zo oordeelt de Amerikaanse rechter. De FTC verdenkt Facebook ervan dat het bedrijf jaren geleden WhatsApp en Instagram kocht om ze te neutraliseren als concurrent, maar de rechter is niet overtuigd.

Het zal juridisch wel heel ingewikkeld liggen, maar ik krijg een lachbui bij het lezen van dit nieuws. Facebook geen monopolist? Dat is erg geestig. Zuckerbergs platform is het schoolvoorbeeld van een marktmacht misbruikende alleenheerser. Facebook gebruikt die macht niet alleen om concurrenten te absorberen, maar houdt ook de klant in een houdgreep. Er wordt gejaagd op de data van de gebruiker en elke nieuwe dienst blijkt een verkapte koppelverkoop. Probeer bijvoorbeeld maar eens als particulier een virtual-realitybril van het door Facebook opgeslokte Oculus te gebruiken, zonder een Facebook-account te activeren en al je data te delen.

Misschien zit daar de oplossing. Pak Facebook aan vanwege het datamonopolie. De EU geeft het goede voorbeeld, met sinds deze maand twee van dit type aanklachten tegen het bedrijf. Nu de VS nog.

FD

Weg met wegwerp

We nemen afscheid van het plastic roerstaafje. U weet wel: dat schriele, witte stokje, uitlopend in een flapje met twee gaatjes. Jarenlang draaiden we ermee door de koffie. We braken ze in kleine stukjes tijdens saaie presentaties. We vulden er ongemerkt onze bureauladen mee. Maar vanaf vrijdag mag het roerstaafje niet meer worden geproduceerd. Alleen oude voorraden worden nog verkocht.

Dat geldt dan voor al het plastic wegwerpbestek. En ook voor plastic bordjes, plastic rietjes en bekers van polystyreen. Dit single use plastic gaat in de hele EU in de ban.

Milieubeleid is vaak een strijd tussen juristen en economen. Juristen willen de wereld vergroenen door vervuiling te verbieden. Economen doen dat liever met een milieubelasting. Die laatste methode is meestal efficiënter, minder verstorend en zet de vervuiler aan om verstandige keuzes te maken.

Ik zit meestal in het kamp van de economen, maar bij het wegwerpplastic wonnen de juristen volkomen terecht. Er is geen belasting waarbij bestek na gebruik weggooien efficiënt of verstandig is. Vaarwel plastic roerstaafje, we zullen je niet missen.

FD

Voor Europees kampioen Nederland is het probleem niet te weinig, maar te veel werk

Is Nederland toch nog ergens de beste in. Deze week werden we, volgens nieuwe cijfers van Eurostat, Europees kampioen lage werkloosheid. Met een werkloosheidspercentage van 3,3% in mei delen we die eerste plaats met Tsjechië, maar omdat de Nederlandse werkloosheid nog steeds daalt terwijl die van de Tsjechen alweer stijgt, winnen we toch op strafschoppen. Bravo!

Een terechte overwinning en een terechte kampioen, want de Nederlandse arbeidsmarkt laat zich al sinds de eeuwwisseling van zijn beste kant zien. De gemiddelde werkloosheid tussen januari 2000 en 2021 bedraagt 4,9% van de beroepsbevolking. Ook daarmee staat Nederland op de eerste plaats, ditmaal ex aequo met Luxemburg.

Nederland is ook een opvallend constante topper in de werkloosheidswedstrijd. In mei 2021 staan we op de eerste plaats, maar dat stonden we ook in mei 2011 en mei 2009. Aan het begin van deze eeuw stond Nederland drie keer op rij op plaats twee, net achter Luxemburg. Er waren derde plaatsen in 2008, 2019 en 2020.

In de onderstaande grafiek staat voor elke maand mei uit alle jaren sinds 2000 de top drie van best presterende landen. Naast Nederland duiken Luxemburg, Tsjechië en Duitsland vaak op in de top drie. Luxemburg vooral in de eerste twaalf jaar, terwijl de Tsjechen en Duitsers pas sinds 2013 domineren. In het eerste decennium van de eeuw waren de laatste twee landen zelfs meestal in de achterhoede te vinden. Dat is Nederland in geen enkel jaar overkomen. Sterker: de gemiddelde positie op de ranglijsten van alle jaren is 4,3. Alweer: daar komt geen ander EU-land overheen.


Waarom al deze percentages, ranglijsten en gemiddelden? Ik heb ze uitgerekend en gepresenteerd om te laten zien dat er veel goed gaat op de Nederlandse arbeidsmarkt en dat bij ons de problemen eerder gaan over schaarste aan werknemers dan een gebrek aan werk. Dat is belangrijk, omdat de reflex van beleidsmakers vaak is: als iets banen oplevert, dan is het goed. Maar bij structureel lage werkloosheid moet je juist op zoek naar beleid dat voor minder werk zorgt. Bij een gelijkblijvende of, beter nog, groeiende productie, uiteraard.

Natuurlijk zegt het kampioenschap lage werkloosheid niet alles. Er zijn ook in Nederland nog mensen die graag zouden werken, maar die niet meetellen als werkloos, omdat ze niet direct beschikbaar zijn of de moed hebben opgegeven. Wij hebben het werk ook uitgesmeerd over veel deeltijders en sommigen van hen zouden wel meer uren willen maken. Er is nog altijd veel discriminatie op de arbeidsmarkt en oudere werklozen komen er ook maar moeilijk tussen. Problemen genoeg, maar vergeleken met de rest van de EU staan we er toch goed voor.

De stabiel lage werkloosheid laat ook zien dat we ons in het verleden ten onrechte zorgen hebben gemaakt. Automatisering en robotisering zouden leiden tot ‘technologische werkloosheid’, orakelde Lodewijk Asscher ooit als minister van Sociale Zaken. We moesten daarom preventief allemaal maar vast minder dagen gaan werken, concludeerden commentatoren. Gelukkig is er niet naar geluisterd.

Arbeidsmigranten uit nieuwe EU-lidstaten gingen Nederlanders van de arbeidsmarkt verdringen, vreesden politici uit een andere hoek. De grenzen moesten dicht. Outsourcing van productie naar lagelonenlanden kon niet anders dan uitmonden in massawerkloosheid. Globalisering vernietigt onze banen! Er bleek niets van waar te zijn.

Ook nieuwe waarheden verdienen twijfel. Dat onze arbeidsmarkt geplaagd wordt door een mismatch tussen vraag en aanbod en dat scholing tekortschiet, bijvoorbeeld. Dat beeld laat zich moeilijk rijmen met een structureel lage werkloosheid. En dat flexibilisering alleen maar nadelen kent. Mede dankzij de wendbaarheid van flexwerkers en zzp’ers daalt de werkloosheid hier na elke recessie sneller dan in het buitenland.

Werkloosheid is daardoor in Nederland geen macro-economisch thema meer. Dat geeft de politiek ruimte om zich druk te maken om andere zaken. Als het werkloosheidspercentage nu niet op 3,3% maar op het EU-gemiddelde van 7,3% zou liggen, dan was dat het hoofdthema in elke politieke discussie. Net als in 1994, bij de start van het eerste paarse kabinet, toen de werkloosheid precies op 7,3% stond. ‘Werk, werk, werk’ was toen het motto van premier Wim Kok. Niet: ‘Klimaat, woningbouw, brede welvaart’.

Hoge werkloosheid slaat elke politieke discussie plat. Dat is dan gelukkig één politiek probleem dat we anno 2021 niet hebben.

FD

Jong tijdens corona: minder werk, meer bijstand, geen stage en achteraan in de vaccinatierij

Jongeren. Ze vieren feest tijdens de lockdown, ontduiken de avondklok en laten bergen afval achter in het stadspark. Ze vliegen zodra het kan naar Spanje om de deltavariant van het coronavirus op te pikken. Brak en besmet vliegen ze dan terug naar Nederland.

Je zou het de jongeren bijna kwalijk nemen. Maar dat zou onredelijk zijn, want juist adolescent Nederland leverde veel in tijdens de coronacrisis. Van het virus zelf hadden ze godzijdank meestal weinig last, op sociaaleconomisch gebied kwam de pandemie des te harder aan. Dat was deels het gevolg van de beleidskeuzes die tijdens de crisis werden gemaakt.

Neem dat ongevaccineerd naar Spanje vliegen. Waarom halen jongeren niet eerst hun prikken voordat ze naar het buitenland gaan? Omdat de overheid besloot dat ze achteraan de vaccinatierij moesten aansluiten. Ouderen gaan voor, was het advies van de Gezondheidsraad, want zo redden we de meest levens. Dat zestigers en zeventigers voorgaan, is natuurlijk logisch. Maar waarom kwamen dertigers ook eerder aan de beurt? Hun sterftekans bij corona ligt niet veel hoger die van jongeren, maar hun leventje is wel veel overzichtelijker. Actieve jongeren hebben in hun bruisende bestaan veel meer sociale contacten dan de vroegoude dertigers met twee kinderen en een voltijdbaan. In Denemarken waren daarom direct na de vijftigers de jongeren (16 tot 24 jaar) aan de beurt. Dertigers kwamen als allerlaatsten. In Nederland zette men de jongeren zonder sterke inhoudelijke reden helemaal achteraan. Veel van hen zijn daardoor tijdens de vakantie, en misschien ook tijdens het begin van het nieuwe studiejaar, nog niet volledig gevaccineerd.

Nog meer schuurt het op de arbeidsmarkt. Daar blijkt de pijn van de coronarecessie vrijwel geheel bij jongeren te zijn terechtgekomen. Terwijl voor mensen met een vaste baan een gulle NOW-regeling werd opgetuigd, was er voor de jonge flexwerker nauwelijks steun. Zij werkten bovendien vaak in de sectoren die door de epidemie en de lockdown werden getroffen. De werkgelegenheid onder 15- tot 25-jarigen daalde in 2020 met maar liefst 10%. Sindsdien is het baanverlies iets teruggelopen, maar in mei 2021 waren er nog altijd 6% minder banen voor jongeren dan anderhalf jaar eerder.

De gemiddelde 25-plusser merkte veel minder van de crisis. Voor de groep tot 45 jaar bedroeg het maximale baanverlies minder dan 1% en inmiddels is er al weer sprake van groei van de werkgelegenheid. Onder 45-plussers bleef het baanverlies met 0,5% uiterst beperkt. Het waren de jongeren die hun baan of bijbaan verloren, het werk van ouderen werd per saldo niet geraakt.

Logisch dat vooral de jongeren vaker in de bijstand belandden. Tussen januari 2020 en maart 2021 nam het aantal 27-minners in de bijstand toe met ruim 16%. Voor de groep tussen 27 en 45 jaar was dit iets meer dan 5%, terwijl het aantal 45-plussers met een bijstandsuitkering nog geen 2% toenam.

Ook voor studenten ging er veel mis tijdens de epidemie. Lessen werden op afstand gegeven of vielen zelfs helemaal uit. Praktijkonderwijs kwam in de knel en stages gingen niet door. Bijna een kwart van de studenten op hbo en universiteit verwacht daardoor studieachterstand op te lopen, blijkt uit recent onderzoek van ResearchNed in opdracht van de overheid. Volgens een enquête onder mbo-studenten vreest zelfs bijna de helft studievertraging. Veel mbo’ers konden geen stageplek vinden, vaak ging de stage of leerbaan op het laatste moment niet door, lessen vielen uit, studenten hadden geen goede plek om te studeren en sommigen raakten gedemotiveerd. Natuurlijk moet nog blijken of de studievertraging uiteindelijk gevolgen heeft de verdere loopbaan van de studenten, maar een slechte start is het in elk geval.

Het demissionaire kabinet heeft €8,5 mrd uitgetrokken voor het onderwijs, om de gevolgen van de coronacrisis zo veel mogelijk te verzachten. Dat is mooi, maar geld is niet genoeg. De hele maatschappij zou een paar passen extra moeten zetten voor de jongeren.

Geef onervaren jongeren het voordeel van de twijfel bij sollicitaties. Haal ze actief uit de bijstand en zet ze – met wat extra scholing – bij u aan het werk. Wees gul met stages en leerplekken, zodat het praktijkonderwijs zo snel mogelijk de achterstanden kan inhalen. En denk bij het afsluiten van cao’s wat meer aan de belangen en het inkomen van jongeren, en wat minder aan die van ouderen. Een hoger startsalaris en sneller een vast contract, als goedmakertje voor de jongeren.

FD

Watersof

Honda stopt er mee. Productie van de Clarity, de waterstofauto van het Japanse merk, wordt gestaakt. De auto was in Nederland nooit te koop, maar was wel al jaren ‘gereed voor de Europese introductie’. Het zal er nooit van komen.

Gelukkig maar, want de waterstofauto is een misbaksel. Zeker in een dicht bekabeld land als Nederland is rijden op waterstof nergens voor nodig. Waterstof moet geproduceerd worden, bij voorkeur uit groene stroom en wordt daarna in de auto via een brandstofcel weer omgezet in elektriciteit. Het is veel efficiënter om met die groene stroom direct de auto aan te drijven. De schaarse groene waterstof dan worden ingezet voor processen die veel moeilijker te elektrificeren zijn. Bijvoorbeeld in de chemische- en staalindustrie.

Toch blijft de overheid de twee laatste waterstofauto’s op de markt, de Hyundai NEXO en de Toyota Mirai fiscaal voortrekken. Ook al kosten ze minimaal €65.000, ze vallen geheel onder de voordelige bijtelling. Voor gewone elektrische auto’s met een accu geldt dat lage tarief slechts tot €40.000. Zo stimuleert de overheid de verkeerde technologie.

FD

Proeve van een feestbegroting

Om het schoolpleinniveau van deze formatie (‘Ik wil wel met jou spelen, maar niet als hij ook meedoet’) te ontstijgen, gaan Rutte en Kaag een voorstel voor een regeerakkoord schrijven. Partijen die zich in de inhoud kunnen vinden, mogen zich dan aansluiten.

Het is een beproefd recept dat ons ooit het beste kabinet van de afgelopen dertig jaar opleverde: Paars I. In 1994 kwamen VVD en PvdA er niet uit, dus Wim Kok schreef een ‘proeve van een regeerakkoord’. Daarna ging de formatie snel.

Bijzonder, want zo leuk was dat stuk van Kok niet. Hij wilde 18 miljard gulden bezuinigen, de VUT afschaffen en de basisbeurs voor studenten uitkleden. Er moesten 350.000 banen bijkomen, want de werkloosheid was met 7,7% veel te hoog. Bepaald geen uitnodiging voor een feestje, maar de politici van toen namen hun verantwoordelijkheid.

Vergeleken met toen hebben Rutte en Kaag het makkelijk. De werkloosheid is al laag, bezuinigen hoeft nu niet, de studenten mogen er juist weer geld bij krijgen en alle partijen willen leuke dingen voor werknemers doen. De ‘proeve’ wordt een feestbegroting. Dat moet ze toch wel lukken?

FD

De SER regeert

Het kabinet vroeg aan Borstlap om advies over de arbeidsmarkt. Hij vormde een commissie met daarin vier kroonleden van de SER. Die nodigde FNV, CNV en VNO-NCW – ook van de SER – uit voor gesprekken. De conclusies belandden in een rapport.

Toen kwamen er verkiezingen. Regeringspartijen VVD, D66, CDA en ChristenUnie verwezen in hun programma’s allemaal naar het rapport van Borstlap. Na het stemmen werd de SER-voorzitter gevraagd als informateur. In die rol ontving zij FNV, CNV en VNO-NCW (van de SER).

Deze drie sloten toen binnen de SER een akkoord, op basis van het Borstlap-rapport en gaven dat aan de informateur (de SER-voorzitter). Die onderzocht of VVD, D66, et cetera, zich konden vinden in dit SER-akkoord, geschreven op basis van het advies van de door hen zelf ingestelde commissie met SER-kroonleden, waarnaar de partijen dus al hadden verwezen in hun programma’s.

Duizelig van al deze cirkelredeneringen en zelfcitaties vraagt Nederland zich nu af: gaat de informateur/SER-voorzitter straks als minister van Sociale Zaken het SER/Borstlap-advies zelf uitvoeren? En wordt Borstlap dan de nieuwe SER-voorzitter?

(FD)

Na corona komen de oude problemen terug: trage productiviteitsgroei en te weinig vernieuwing

Pessimisten hadden het moeilijk, in deze week vol puik economisch nieuws. De werkloosheid daalt, het aantal banen groeit, bedrijven exporteren ruim 25% meer dan een jaar geleden en vergeleken met andere Europese landen gaan er bij ons maar weinig bedrijven failliet.

Alle tekenen wijzen op een vliegende herstart van de Nederlandse economie. De Nederlandsche Bank verwacht een groei van 3% dit jaar — ondanks de slechte start in het eerste kwartaal — en 3,7% volgend jaar. De Oeso, die met een rapport over Nederland kwam, is bijna net zo optimistisch en concludeert dat we relatief goed door de crisis zijn gekomen.

Natuurlijk is er nazorg nodig. In sommige sectoren stapelen de bedrijfsschulden zich op en kwetsbare groepen zijn tijdens de lockdown verder achterop geraakt. Daar is gericht beleid voor nodig. Maar het plan om de vastgelopen economie na corona met een omvangrijk macro-economisch stimuleringsprogramma vlot te trekken, kan inmiddels wel in de prullenbak. Alleen in de kamer van de informateur wordt dat wellicht nog serieus genomen, en dan alleen omdat het met zo’n ongeclausuleerde zak geld op tafel prettig onderhandelen is.

Zijn daarmee al onze zorgen voorbij? Natuurlijk niet. Alles wat mis was in 2019, is dat nog steeds, alleen zijn de problemen nu anderhalf jaar ouder, rijper en neteliger. De stikstofcrisis, de woningnood, het klimaatvraagstuk en het lerarentekort vragen nog steeds om een oplossing.

De schaarste op de arbeidsmarkt is ook terug. En erger dan ooit, want de vergrijzing van de beroepsbevolking is tijdens corona gewoon doorgegaan. De horeca mag open, maar de koks en obers zijn elders aan het werk gegaan. De energietransitie dreigt vast te lopen in een tekort aan technisch personeel. En elk bedrijf dat wil groeien, moet zich als eerste afvragen: kan ik daar de mensen wel voor vinden?

Deze arbeidsschaarste is onze bottleneck. Het structurele tekort aan personeel dreigt de groei te smoren. Het valt misschien nog wat te rekken als deeltijders meer uren gaan maken, de AOW-leeftijd verder oploopt, inactieven met wortel en stok tot arbeidsdeelname worden ‘verleid’ en de deuren opengaan voor arbeidsmigranten. Maar een gezond groeimodel is dat niet.

Toch is het dit armoedige model waar Nederland de afgelopen jaren ongemerkt voor koos. De productie steeg, maar niet doordat de productie per gewerkt uur toenam. Het afgelopen decennium groeide de arbeidsproductiviteit met slechts 0,3% per jaar. Tussen 2000 en 2010 — toch ook een decennium vol crises — was dat vier keer zoveel. In de vorige eeuw lag het tempo van de productiviteitsgroei nog veel hoger. Slimme groei maakte plaats voor domme groei.

Er zijn dikke rapporten verschenen over de oorzaken van deze neergang en mogelijke oplossingen. Zoals meer en beter onderwijs, zowel voor als tijdens de carrière, meer diepte-investeringen in technologie en betere matches op de arbeidsmarkt.

En vooral ook meer geld en aandacht voor onderzoek en ontwikkeling. Dat is een oplossing die de Oeso in het recente rapport over Nederland benadrukt. Want hoewel wij ons graag zien als een nijver volkje van slimme innovators, vallen juist de geringe R&D-inspanningen van Nederlandse bedrijven op.

De uitgaven komen niet boven de 2% van het bbp uit. In landen als Duitsland, Zweden en Israël is dat veel meer. Ook het aantal onderzoekers per duizend werkenden valt tegen. Met 9,3 zitten we ver onder de Scandinavische landen en ook onder België en Frankrijk. In Israël staat de teller maar liefst boven de 17.

Nu is de relatie tussen R&D-activiteiten en structurele economische groei natuurlijk niet een-op-een. Uit ander onderzoek blijkt dat Nederland efficiënt omgaat met elke euro R&D; we weten er veel uit te persen. Maar we leven in een tijd waarin technologische doorbraken en innovatie uiteindelijk het tempo van de groei aangeven, en dan is onze achterstand toch zorgwekkend.

En atypisch bovendien, want onderzoek en innovatie vormen tegenwoordig een proces van intensieve samenwerking tussen nationale en internationale partijen, tussen bedrijven, overheden en kennisinstellingen, gebaseerd op wederzijds vertrouwen. Juist daar zou Nederland goed in moeten zijn.

(FD)

Wisselende signalen

Meer mensen werken. En meer mensen werken minder. Meer mensen willen meer werken. En meer mensen juist minder.

Bent u daar nog? Ja, dit is allemaal waar. Tegelijk. Het aantal mensen met werk stijgt al drie maanden op rij en lag in mei boven het niveau van een jaar geleden en ook boven dat van mei 2019. Die mensen werken wel vaker in deeltijd. Het aantal deeltijders lag in het eerste kwartaal hoger dan in 2020, het aantal voltijders juist lager.

Lang niet alle deeltijders zijn tevreden met die situatie: een groeiend aantal deeltijders wil graag meer uren werken. Dat zijn er nu al een kleine half miljoen. Tegelijk zijn er 315.000 voltijders die juist minder willen werken en ook dat aantal groeit.

Meer meer en meer minder. Nu we economisch de coronacrisis uitsprinten geeft de arbeidsmarkt nogal wisselende signalen. Wat moet je daar mee, als ondernemer op zoek naar personeel? Misschien niet te veel verwachten van vacatures, want de werklozen zijn alweer bijna op. Kijk zeker ook of het huidige personeel misschien wat meer wil werken. En vooral: wat je als werkgever allemaal kunt doen om hen dat mogelijk te maken.

FD