Alle berichten van Mathijs

Waarom moeten we trots zijn, wat hebben we aan economen en waarom moeten alle katten weg?

FD columns week 8

Niet trots

Als de argumenten op zijn, is er nog altijd de emotie. ‘Maar hou je dan niet van me?’, vraagt de wanhopige echtgenoot. ‘Hé man, geef me respect’, sist het onzekere straatschoffie. ‘Jullie moeten allemaal trots op mij zijn’, eist de gefrustreerde industrieel.

Die laatste schreef er zelfs een ‘verkiezingspamflet’ over, met een ‘oproep aan de kandidaten van de Tweede Kamerverkiezingen’. We moeten trots zijn op onze industrie, vinden de gezamenlijke ondernemingsraden van die sector. Of zoals dat in dit spatieloze tijdperk moet: #TrotsOpOnzeIndustrie.

Wat is dat toch tegenwoordig, met die arrogant opgeëiste trots? De boeren deden het twee jaar geleden ook al. Ze vonden dat wij #TrotsOpDeBoer moesten zijn. De verwaaide spandoeken staan nog in menig weiland. Hoezo moeten wij trots zijn? We kopen jullie appels en drinken jullie melk, waarom moet daar ook nog afgedwongen trots bij?

Als de boeren of de mensen in de industrie een ander beleid willen, kom dan met inhoudelijke argumenten. Overtuig ons dat het beleid niet in het algemeen belang is. Op postmoderne gevoelsmarketing zit niemand te wachten.

FD

Economen en corona

Kunnen economen iets bijdragen aan het oplossen van de coronacrisis? Wat duidelijk niet werkt is dit soort advies: een groot deel van Nederland kan de covid krijgen en de rest sluiten we op in een hotel. En dat noemen we dan ‘herstel’.

Dergelijk advies levert veel aandacht op, maar ook krassen op reputaties. Want slechte plannen blijven slecht, ook als gerenommeerde economen zich er tijdelijk achter scharen.

Wat dan wel? In onze economische gereedschapskist zit de kosten-batenanalyse. Kunnen we de economische kosten van maatregelen afwegen tegen de baten? Hoeveel euro aan productieverlies mag een extra gezond levensjaar kosten? Helaas: in een wereld van exponentieel stijgende besmettingen en beperkte medische capaciteit belanden we met dat soort sommen al snel in een doodlopende hoekoplossing.

Hebben economen dan niets bij te dragen? Toch wel: de theorie van de optiewaarde. Vroeg en stevig ingrijpen heeft grote economische waarde, want het houdt de mogelijkheid open om later slim bij te sturen en misschien zelfs te versoepelen. Die optie is buitengewoon waardevol en maant ons juist tot extra voorzichtigheid.

FD

Hond of kat?

Les van de crisis: het bestaan van zzp’ers en flexwerkers is te onzeker geworden. We moeten terug naar de vaste baan als standaard.

U ziet dit soort onzin vast ook langskomen in de media. Ja, het is onzin. Want voor mensen met een vaste baan tuigde het kabinet de NOW op; een van de gulste regelingen van Europa. Deze groep kreeg z’n loon gewoon doorbetaald, op kosten van de rest van Nederland. Voor flex en zzp was er slechts de ww of een opgepoetste bijstandsuitkering. De crisis bewijst dus niets.

Stel je voor, discussie in het gezin: willen we een hond of een kat? Vader bedenkt een experiment: we nemen ze allebei en kijken wat het leukste is. De hond krijgt dure brokjes en wordt drie keer daags uitgelaten. De kat wordt in de kelder geschopt en moet muizen vangen.

Wat is het beste huisdier, vraagt vader na een maand? ‘De hond!’, roept het gezin. ‘Die is gezellig en gelukkig. Het is een echte bijdrage aan ons gezin. De kat is een ongelukkig vals kreng met vlooien. We nemen een hond.’

Sterker: iedereen neemt een hond. Alle Nederlandse huisdieren moeten een hond worden. De katten moeten weg.

FD

Gevaarlijk ijs, zzp’ers en teveel geld voor onderwijs

FD-columns in week 7

Gevaarlijk ijs

Bent u ze ook tegengekomen tijdens het schaatsweekend? Die van overheidswege geplaatste lichtborden met waarschuwingen? GEVAARLIJK IJS! knipperen de borden vlak bij een goede opstapplek. GA TERUG!

De borden staan voor alles wat mis is in Nederland. Er is blijkbaar een bestuurslaag die zichzelf ongevraagd verantwoordelijk heeft gemaakt voor het beoordelen van het ijs. Uiteraard zal zo’n overheidsorgaan nooit het sein veilig geven, want natuurijs is altijd een beetje gevaarlijk. Dat maakt het juist zo leuk: er wordt een beroep gedaan op je eigen oplettendheid en inschattingsvermogen. De borden ontkennen dat wij initiatiefrijke, volwassen burgers zijn.

Ze ontkennen ook dat we verschillend zijn. Wat voor de onervaren krabbelaar gevaarlijk is, is voor de goed voorbereide hardrijder juist een prachtig avontuur. Maar voor de overheid geldt de kleinste gemene deler en moet iedereen van het ijs af. Want je weet maar nooit.

Gelukkig trekken we ons niets aan van de borden. Natuurijs is ons laatste vrijplaats. Maar het geeft te denken dat de overheid van avontuurlijke, eigengereide burgers een laf volkje van bange binnenzitters wil te maken.

FD

Hobbymatige zzp’ers

Economen die gerechtelijke uitspraken interpreteren, het is bijna net zo erg als juristen die een economisch model proberen te begrijpen. Ieder z’n vak.

Maar ik trapte er toch weer in en besteedde een dagdeel aan het bestuderen van de Deliveroo-uitspraak van gisteren. De maaltijdbezorgers zijn geen zzp’ers, zoals Deliveroo betoogt, maar werknemers die een arbeidscontract verdienen, bepaalde de rechter.

Ik verbaasde me weer over de futiliteiten die dit essentiële verschil blijkbaar bepalen. Bezorgers kunnen zich laten vervangen, maar mag dat ook permanent? Voor veel bezorgers is het werk ‘hobbymatig’, kunnen ze dan ondernemer zijn? Ze moeten zelf hun fiets betalen, maar iedereen heeft toch al een fiets? Ze mogen hun eigen tassen gebruiken, maar zijn die tassen van Deliveroo niet verdacht goedkoop?

Wat kan het schelen, zult u denken. Maar de antwoorden op dit soort vragen zijn blijkbaar juridisch doorslaggevend. Voor deze econoom laat het vooral zien dat het huidige onderscheid tussen zzp’er en werknemer op de schop moet. Maak een systeem dat uit gaat van werkenden, ongeacht hun rechtspositie. Maar wat weet ik er nou van.

FD

Te veel geld naar scholen

Het kabinet trekt €8,5 mrd uit voor het onderwijs, om de komende twee jaar de corona-achterstanden in te lopen. Zo wil minister Slob alle vereenzaamde VWO-ers, stageloze MBO’ers en ontleesde basisscholers weer op gang helpen.

Klinkt goed, toch? Aan onderwijs kun je nooit genoeg uitgeven. Maar schieten we met €8,5 mrd misschien niet door? Het is een bedrag waar men vroeger in Den Haag een hele kabinetsformatie over kon soebatten. Ter vergelijking: de totale jaarbegroting van Onderwijs en Wetenschappen bedraagt €40 mrd.

Grote vraag is of het onderwijs zo’n kolossaal bedrag wel kan absorberen. Lesgeven is mensenwerk en er is al een groot tekort aan leerkrachten. Of beter gezegd: er is een tekort aan leerkracht-uren. Want meer dan de helft van de docenten werkt in deeltijd en veel daarvan niet meer dan een halve week.

Daar zit misschien ook de oplossing. Gebruik een paar van de miljarden voor een dikke doorwerkbonus: wie de komende twee jaar meer uren voor de klas wil staan, krijgt daar tijdelijk een vorstelijke beloning voor. In 2017 vroeg de Kamer daar al om in een motie. Dit is de kans om het te regelen.

FD

Jonge mannen krijgen de hardste klappen deze crisis, (iets) oudere vrouwen werken juist meer

Gebruik de deelknoppen op FD.nl om dit artikel te delen via Whatsapp, Twitter, Facebook, LinkedIn of e-mail. Het kopiëren van artikelen om met anderen te delen of te gebruiken voor geautomatiseerde verwerking is een inbreuk op onze Algemene Voorwaarden en ons auteursrecht en dus niet toegestaan. Wilt u artikelen delen met anderen en/of gebruiken voor geautomatiseerde verwerking, dan kunt u onder voorwaarden rechtstreeks een licentie bij FD verkrijgen. Neem voor meer informatie contact op met klanten@fdmediagroep.nl. U kunt de link naar dit artikel wél delen met anderen. Gebruik daarvoor: https://fd.nl/opinie/1374562/jonge-mannen-krijgen-de-hardste-klappen-deze-crisis-oudere-vrouwen-werken-juist-meer

Banenplannen moeten er komen. Herstelfondsen. En vooral veel geld voor omscholing, zodat iedereen straks weer werk heeft. Mocht er dan nog iemand werkloos zijn, dan krijgt hij of zij per direct een basisbaan (lees: melkertbaan) van de overheid. Want deze coronacrisis mag niet leiden tot massawerkloosheid en een nieuwe verloren generatie.

Sympathiek bedacht allemaal. Maar wie werkloosheid tot verkiezingsthema wil maken, slaat de plank mis. Als deze coronacrisis ons iets leert, is dat de arbeidsmarkt vreemde sprongen maakt. Of het nou door de aard van de crisis komt (een gezondheidscrisis, dus de economie heeft dit keer eens niet de schuld), of door de vergrijzing en ontgroening, werkloosheid en werkgelegenheid reageren dit keer anders dan gedacht. Het effect van de crisis is opvallend subtiel. Generiek beleid lijkt niet passend.

Werkgevers huiverig voor ontslagrondes
Allereerst omdat er volgens het totaalbeeld niet zoveel aan de hand is op de arbeidsmarkt. In januari vorig jaar, vlak voor de coronacrisis, bedroeg de werkgelegenheid in Nederland 9,059 miljoen personen. Vorige maand kwam dat getal uit op 9,004 miljoen. Dat is een afname van de werkgelegenheid met 55.000 personen. Natuurlijk, voor wie zijn of haar baan verliest is dat een kleine ramp, maar dit totaal is veel minder dan je tijdens ‘de ergste recessie sinds de Tweede Wereldoorlog’ zou verwachten. Noodsteun van de overheid heeft veel banen gered, maar ook het idee dat de coronacrisis tijdelijk is, en dat we straks weer met een krappe arbeidsmarkt zitten, heeft veel werkgevers huiverig gemaakt voor grote ontslagrondes.


Het baanverlies dat er is, pakt ook nog eens asymmetrisch uit. Voor mannen daalde de werkgelegenheid met 49.000, bij vrouwen was dat slechts 7000. (Vanwege afrondingsverschillen tellen deze cijfers op tot meer dan 55.000). Dat betekent dat ongeveer een procent van de werkgelegenheid voor mannen verloren ging en voor vrouwen slechts 0,2%. Details ontbreken nog in deze nieuwe CBS-cijfers, dus de reden van dit verschil is moeilijk vast te stellen. Misschien komt het doordat vrouwen vaker in sectoren als de zorg werken, waar de arbeidsvraag juist is toegenomen, en mannen vaker in marktsectoren die wel getroffen zijn door de crisis.

Tegelijkertijd hebben ook meer vrouwen zich aangeboden op de arbeidsmarkt. De beroepsbevolking steeg met meer dan een half procent. Die van mannen daalde juist met een half procent. Dat zie je wel vaker tijdens een conjuncturele neergang: mannen die hun baan verliezen raken ontmoedigd en haken tijdelijk af, terwijl vrouwen in de neergang reden zien om zich juist weer aan te bieden, bijvoorbeeld om het gezinsinkomen veilig te stellen. Hier zie je nog steeds iets van de traditionele rolverdeling terug, waar de vrouw het ‘extra inkomen’ levert, wat in laagconjunctuur dus juist nodig is.

Per saldo geven deze stromen op de arbeidsmarkt een onverwachte uitkomst: hoewel voor vrouwen minder werkgelegenheid verloren ging dan voor mannen, liep de werkloosheid onder deze groep toch sneller op, omdat zich meer vrouwen op de arbeidsmarkt melden en niet iedereen direct aan de bak kon.

Jongeren de klos
Een onderverdeling in leeftijdsgroepen laat ook grote verschillen zien. Vooral jongeren zijn de klos in deze crisis, en dat geldt ook voor de arbeidsmarkt. In de groep 15 tot 25 jaar nam het aantal werkzoekenden met 36.000 personen verreweg het meest toe. Onder 25- tot 70-jarigen steeg de werkloosheid met slechts 17.000. Ongetwijfeld speelt de overheid hierbij een grote rol. Steunmaatregelen als de NOW-regeling zijn er vooral voor mensen met vast werk, en jongeren beginnen vaak op een tijdelijk contract. Het verschil is in die zin de uitkomst van beleid.

Er zijn ook veel jongeren die het zoeken naar werk helemaal hebben opgegeven. Er haakten het afgelopen jaar 44.000 25-minners af. Wellicht omdat ze in de sectoren waar zij een baantje hadden (horeca, winkels), even helemaal geen kans op werk denken te maken. Tegelijkertijd stroomden er juist veel 25- tot 45-jarigen toe. In de grafiek zijn dat de ‘- 43.000 afhakers’; een negatief getal, dus zij kwamen er juist bij. Deze groep bestond, zoals eerder gemeld, voor een groot deel uit vrouwen.

Het is een stortvloed aan cijfers. Maar wie verstandig crisisbeleid wil maken zal ze moeten bestuderen. Richt dat beleid vooral op jongeren en mannen, bijvoorbeeld met (of juist zonder) een flexcontract. Zij hebben de steun het hardste nodig.

FD  

Draghi, Tesla, bitcoins en een heel gemiddeld economisch jaar

FD-columns in week 6

Draghi de hervormer

Voor Europese oplossingen heb je Parijs en Berlijn nodig. Voor problemen moet je in Rome zijn. De derde economie van het eurogebied is het zwarte schaap van de Europese familie. De economie en het bestuur werden nooit hervormd, waardoor het land nauwelijks profiteerde van de euro en een blok aan het been werd van de monetaire unie.

Maar redding is nabij! Met een beetje mazzel wordt oud-ECB-president Mario Draghi de nieuwe premier van Italië. Deze alleskunner hoeft maar ‘whatever it takes’ te roepen en de Italiaanse economie zal bij toverslag hervormen tot een moderne, woest concurrerende banenmachine.

Draghi il Riformatore. Ik hoop het. Maar de wonderdokter heeft eerder de kans gehad om te hervormen. In de jaren negentig was hij de hoogste ambtenaar op financiën en moest hij Italië klaarmaken voor de euro. Dat deed hij vooral door de begrotingsproblemen onder het tapijt te vegen. Gerrit Zalm beschrijft in zijn autobiografie het moment dat hij Draghi confronteert met deze ‘eenmalige windowdressing’. Draghi antwoordt gevat: ‘Niet eenmalig, wij doen aan structurele windowdressing’. Lekkere hervormer is dat.

(FD)

Vieze Tesla

U en ik hadden al zo’n vermoeden. Maar nu weten we het zeker: de superrijken gaan de wereld niet redden. Ook niet als ze hun miljarden in groene projecten steken, en ook niet als ze bedrijven oprichten met nobele doelen.

Neem Elon Musk, volgens z’n boekwaarde de allerrijkste van het stel. We kennen hem als de man die in z’n eentje de elektrische revolutie in de auto-industrie ontketende. Maar zijn groene hart is veel groter. Onlangs loofde hij een prijs uit van $100 mln voor de beste technologie om CO2 uit de lucht te halen en op te slaan. ‘Time is of the essence’, stelde Musk.

Toen hij dat schreef had hij met zijn bedrijf Tesla net een vijftienmaal grotere investering gedaan in wat misschien wel het meest energieverspillende project van dit moment is. Tesla kocht voor $1,5 mrd aan bitcoins en zette die op de balans, weten we sinds deze week. Volgens zowel de Nederlandse onderzoeker Alex de Vries als de Cambridge Centre for Alternative Finance is de elektriciteitsconsumptie van de bitcoin gelijk aan die van een middelgroot land.

Een groot voordeel van superrijk worden: je hoeft nooit meer consequent te zijn.

(FD)

Gemiddeld doodgewoon

Het jaar 2021 wordt een doodgewoon jaar voor de Nederlandse economie. De inflatie loopt op naar 1,4% en dat is keurig in het midden van de hoogste (2,8% in 2012) en de laagste inflatie (0,1%, 2016) van deze eeuw. De economie groeit met 1,8%, vrijwel gelijk aan de gemiddelde groei sinds 2000.

Zo luidt in elk geval de nieuwe prognose van de Europese Commissie die gisteren verscheen. Gemiddeld wordt het een rustig voortkabbelend, gewoon jaar.

Zo bedrieglijk kunnen macro-economische cijfers soms zijn. Want de jaargemiddelden versluieren de krankzinnig wilde bewegingen die grote delen van onze economie dit jaar zullen maken. Het eerste kwartaal is voor sectoren die in lockdown moesten misschien wel het slechtste sinds het begin van de coronacrisis. En als ze straks weer open mogen, krijgen bedrijven mogelijk te maken met uitzinnige omzetten en vraag waaraan niet valt te voldoen.

Omhoogschietende werkloosheid en een golf van faillissementen als de steun straks stopt. Volle spaarrekeningen die razendsnel worden verbrast. Een muur van schuld waarop we ons te pletter lopen. Gordels vast in dit doodgewone jaar!

(FD)

Nederlandse economie zit in een spagaat, want ook de recessie blijkt te muteren

Denk je net iets te begrijpen van de economische gevolgen van de pandemie, blijkt het weer helemaal anders te werken. Ik trapte er de afgelopen twaalf maanden al een paar keer in. En de meeste andere economen met mij, gok ik.

Tijdens de eerste golf werden we verrast door zowel de snelheid als de alomvattendheid waarmee de corona-crisis de economie raakte. Binnen enkele weken belandde een flink deel van de particuliere sector in een vrije val. Dat begon al vóór de ‘intelligente’ lockdown — toen de import uit China haperde en angstige consumenten de winkelstraten gingen mijden — en versnelde nadat de restricties waren ingegaan.

Het ging niet alleen snel in het voorjaar van 2020, maar de crisis raakte ook een opvallend groot deel van de economie. Zowel de dienstensector als de industrie kwam in de problemen. Zowel de multinationals als het mkb, zowel de B2C- als de B2B-sectoren, zowel exporteurs als bedrijven die op de binnenlandse vraag zijn gericht, hadden last. Natuurlijk, er waren ook bedrijven en bedrijfstakken die juist profiteerden (supermarkten, webwinkels), maar dat het bruto binnenlands product sneller kromp dan ooit in vredestijd gemeten, geeft wel aan dat het gros van de bedrijven enorme schade leed.

Net toen we dachten dat de economie voor lange tijd in de lappenmand was beland, kwam dat wonderbaarlijke derde kwartaal. In de zomer van 2020 nam het virus even vakantie, werden de restricties snel opgeheven en beleefde de economie een wonderbaarlijke opleving. Veel sneller dan gedacht veerde de boel weer op. De economische groei was bijna (maar niet helemaal) voldoende om de krimp van het tweede kwartaal goed te maken.

Door naar de tweede golf. Want in het najaar ging het weer helemaal mis. Het aantal besmettingen nam snel toe en de lockdown werd strenger dan ooit. Maar de economische gevolgen waren alweer ‘gemuteerd’. Nu trad de economische schade veel langzamer op. En waren de gevolgen ook minder allesomvattend.

De industrie trok zich veel minder aan van de tweede golf. Multinationals bleven produceren. De internationale handel gaf ook geen krimp. Het was nu alleen bij de op binnenlandse consumenten gerichte MKB-bedrijven in de dienstensector, waar de omzetten instortten. Het economische virus had zich veranderd in een MKB-variant, en het grote internationale bedrijfsleven leek immuun.

Of beter: lijkt immuun. Want hoewel het virus — in gewone, Britse of Zuid-Afrikaanse variant —weer huishoudt, en de tweede lockdown inmiddels veel langer duurt dan de eerste, blijven de internationaal opererende industriële grootbedrijven opvallend optimistisch. Volgens de laatste enquête van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) waren in januari de producenten die optimistisch zijn over de verwachte bedrijvigheid in de meerderheid. Het saldo van positieve en negatieve antwoorden is in elk geval al twee maanden op rij boven nul.

In het winkelbedrijf en de dienstensector is dat heel anders. Dienstverleners zijn al sinds de herfst van 2020 per saldo pessimistisch over de toekomstige omzetten. In de detailhandel zakte de stemming pas later in, toen de meeste winkels dicht moesten, maar was de daling wel sterker.

De industrie en dienstensector lijken dus ontkoppeld, tijdens de tweede golf. Maar ook binnen de industrie zijn de verschillen groot. Optimisme over de bedrijvigheid heerst vooral in de metaalindustrie en de machinebouw. Ook bij transportmiddelen en bouwmaterialen kijkt men per saldo positief naar de toekomst. In de grafische industrie en textiel zijn de pessimisten in de (ruime) meerderheid.

In de voedingsindustrie en de petrochemie is de stemming ook wat minder. Maar daar lijkt het lichte pessimisme over de bedrijvigheid eerder een reactie op de goede omzetten sinds de zomer.

De tweede golf en tweede lockdown pakken voor de verschillende sectoren dus zeer verschillend uit. De Nederlandse economie zit in een pijnlijke spagaat. Het macrobeeld ziet er niet al te slecht uit, maar achter dat algemene plaatje gaat veel specifiek leed verborgen.

FD

De grote groene herstart: doe het voor het klimaat, niet voor de banen

‘Vandaag is het klimaatdag in het Witte Huis’, met die woorden kondigde de nieuwe Amerikaanse president zijn twee biljoen dollar kostende klimaatplannen aan. Om er direct aan toe te voegen: ‘Dat betekent dat het vandaag banendag is.’

Er komen miljoenen banen bij voor Amerikaanse werknemers, weet Biden. ‘Het gaat om banen, goed betaalde vakbondsbanen.’ In de auto-industrie, bij de energieproductie, bij de bescherming van land en water. Een green new deal wilde Biden zijn plannen niet noemen, want daarmee schurkt hij te dicht tegen de linkerkant van zijn Democratische Partij aan en het land moet juist verenigd worden. Maar het lijkt er toch behoorlijk op. Massaal geld uitgeven aan klimaatbeleid en energietransitie, om zo miljoenen banen te creëren, dat lijkt toch precies de win-win waar de green-deal-aanhangers op hopen.

Tijdens het (dit jaar digitale) World Economic Forum was ook een speciaal panel over deze green reboot. Experts spraken over ‘het snijvlak van klimaatverandering en werkgelegenheid’. Want je kunt tegelijk investeren in een groen, eerlijk en inclusief economisch herstel, en de corona-werkloosheid bestrijden.

Vorig jaar kwam de Europese Commissie (EC) tot dezelfde conclusie. Het herstelfonds voor de landen van de Europese Unie moet ook een groen fonds zijn. Duurzaamheid is een van de eisen die aan de besteding van het noodgeld wordt gesteld. Vice-voorzitter Frans Timmermans, sprak over de ‘renovatie van Europa’, waardoor er veel ‘groene banen dicht bij huis’ zouden ontstaan.

Ik was in het verleden nogal cynisch gestemd over deze groene herstelfondsen. Als het erop aankomt redden politici toch liever oude industrieën dan dat ze nieuwe financieren. Bestaande banen behouden doet het electoraal nu eenmaal beter dan fictieve nieuwe banen creëren. Werknemers van bestaande, vuile bedrijven gaan boos de straat op. Die van toekomstige schone bedrijven zul je niet horen.

Maar misschien was ik te negatief. Nu de herstelplannen langzaam handen en voeten krijgen, blijven er groene beloftes gedaan worden. Ook het IMF ziet de grote groene herstart helemaal zitten. In de World Economic Outlook die afgelopen week verscheen, pleit het fonds voor een green investment push, waarmee de wereld uit de corona-recessie zou kunnen ontsnappen.

Prachtig toch? Ik ga er hier niet weer cynisch over doen. Als we erin slagen om de economie te stimuleren en het klimaat te redden, zul je mij niet horen klagen. Maar beleidsmakers en politici moeten wel oppassen als ze klimaatbeleid verkopen als het ultieme banenplan. Daar is namelijk niet zoveel bewijs voor.

Natuurlijk, de energietransitie is arbeidsintensief. Er moet worden gegraven, gebouwd, gerenoveerd en aangelegd. Als dat zonder veel werknemers kon, dan zou het niet zo duur zijn. Maar in de sectoren die zullen moeten krimpen, werken ook veel mensen. En zodra de groene infrastructuur is aangelegd, zijn er voor onderhoud en uitbreiding veel minder mensen nodig.

Dat blijkt ook uit een modelsimulatie van het IMF die in oktober vorig

Dat blijkt ook uit een modelsimulatie van het IMF die in oktober vorig jaar werd gepubliceerd. Men keek naar de veranderingen die nodig zijn om over dertig jaar de klimaatdoelstellingen te halen, en de gevolgen voor de werkgelegenheid in de verschillende sectoren wereldwijd. Zoals te verwachten komen er veel banen bij in sectoren als duurzame energie en ook in de dienstensector. In andere bedrijfstakken gaan veel banen verloren. In de gas- en oliesector, uiteraard, maar ook in de industrie, de bouw en de transportsector.

Per saldo levert de energietransitie alleen in het eerste decennium banen op. Daarna wordt het effect op de wereldwijde werkgelegenheid negatief. Rond 2050 is het saldo zo ongeveer nul.

Politici die klimaatbeleid verkopen als het ultieme banenplan, zijn dus bezig met kortetermijnpolitiek. Dat is gevaarlijk, want naarmate het effect op de banen uitdooft wordt het argument al zwakker. Terwijl er een zoveel betere reden voor de energietransitie: het redden van het klimaat. Niet voor de komende paar jaar, maar juist voor onze kinderen en kleinkinderen. Dat moet politiek toch te verkopen zijn?

FD

 

FD-columns week 4: Hervormen zonder economen, stapelgekke rellers en weer een Rampjaar

Kijk mam, zonder economen!

Gebruik de deelknoppen op FD.nl om dit artikel te delen via De markt zorgde snel voor vaccins, de overheid organiseerde het trage prikken. De markt regelde kinderopvang in elke gemeente, de overheid ging over de toeslagen. Desondanks gaan we de komende verkiezingen afrekenen met de markt en een halt toeroepen aan de vervloekte marktwerking. De overheid moet terug aan het roer!

CDA-leider Hoekstra sprak zich zaterdag uit tegen onze ‘winner takes all-economie’. De VVD wil ‘minder marktwerking’. De PvdA zegt: ‘minder markt’. Het hele politieke landschap helt over naar links: de markt is uit, de overheid in.

Wie gaan deze drastisch omslag van ons economisch model vorm geven? Juristen, politicologen en historici. Geen van de huidige partijen in de Tweede Kamer wordt geleid door een econoom. En op de lijsten komen ze ook slechts sporadisch voor.

Dat was vroeger wel anders. Economen speelden een belangrijke rol in het landsbestuur. Met Lieftink, Zijlstra, Den Uyl, Duisenberg en De Gaay Fortman. Later: Lubbers en Ruding, Kok, Zalm en Wijers. Het waren zeker niet de slechtste jaren. Maar experts zijn uit, dus nu gaan we de economie verbouwen zonder economen. Het is amateur hour in Den haag.

FD

Stapelgek

Er was niet naar ze geluisterd. Ze voelden zich niet gehoord. Over de coronaregels mochten ze niet meepraten. Die werden van bovenaf opgelegd. En of die corona wel echt bestond had trouwens ook nooit iemand rustig met ze besproken.

Gemarginaliseerd voelden ze zich, al zouden ze dat woord zelf natuurlijk nooit gebruiken. Door de maatschappij gedwongen om telkens weer verkeerde levenskeuzes te maken. Niemand had uitgelegd dat je uiteindelijk toch zelf iets van je leven moet maken. Nooit was er tijd gemaakt om te vertellen dat een burger naast rechten ook plichten heeft. Ja, op school wel natuurlijk. En in de kerk en in de moskee. Misschien ook thuis aan de keukentafel. Maar ja, om dat te horen hadden ze hun oortjes even uit moeten doen.

Dus vind je het gek dat ze midden in een pandemie in grote groepen de straat op gaan? Dat ze hun onmacht vorm geven met stenen en vuurwerk? Vind je het gek dat ze winkels plunderen en journalisten aanvallen?

Ja, dat vinden we gek. Stapelgek. En wie het begripvol goedpraat is net zo gestoord.

FD

Falen: typisch Nederlands

Waarom vaccineert Nederland zo tergend langzaam? Waarom zijn er zo weinig ic-bedden? Waarom pakken we niet door?

Nee, dan vroeger. Toen hadden we nog die VOC-mentaliteit! We waren Jongens van De Witt die de halve wereld veroverden, om na thuiskomst polders droog te leggen en een meesterwerk te schilderen. Doortastend waren we. Besluitvaardig.

Wie nu zit mee te knikken: lees Rampjaar 1672, van Luc Panhysen. Daarin beschrijft hij de halfslachtigheid waarmee de bestuurlijke elite de Republiek voorbereidde op de oorlog met Frankrijk, Engeland en Münster.

De politiek aarzelt, weifelt en neemt halve besluiten. Die Haagse besluiten worden vervolgens ‘slap en traag’ omgezet in daden. ‘Tot mijn schrik een innerlijke droefheid doet het vaderland helemaal niets’, klaagt een van de hoofdpersonen. Versterking van de IJssellinie komt hopeloos langzaam op gang. In de zes Rijnforten zijn veel te weinig manschappen. De regering verliest alle overzicht en controle. Redeloos, radeloos en reddeloos.

Hoe het afliep? We wonnen! Op het nippertje. Maar onze Gouden Eeuw was wel voorbij.

FD

Juist als niemand het verwacht, steekt inflatie weer de kop op

Wat is voor een econoom de snelste manier om z’n reputatie te verspelen? Voorspel hoge inflatie. Of je dat nou doet aan de hand van logisch redeneren, historische verbanden of een paar duidelijke grafieken, het resultaat is telkens hetzelfde: de inflatie komt niet en de reputatie vertrekt.

Ik voorspel in dit artikel daarom nadrukkelijk niet dat er inflatie aankomt. Nee, het enige wat ik beoog is een klein beetje tegenwicht geven tegen de consensus onder economen dat het prijspeil de komende tijd slechts langzaam zal stijgen. Iets anders dan dat bedoel ik niet. Ik kijk wel mooi uit.

Eerst over die consensus. Die luidt: de inflatie is al jaren lager dan centrale banken gezond achten. Vooral in Japan en Europa wil het met de geldontwaarding maar niet opschieten. De coronacrisis maakt dat erger: de vraag daalt, werkloosheid stijgt, dus prijzen en lonen komen verder onder druk te staan. In de laatste Economic Outlook voorspelt de Oeso dat de Europese inflatie daardoor dit en volgend jaar niet boven de 1% uit zal komen. De doelstelling van de Europese Centrale Bank van net onder de 2%, wordt bij lange na niet gehaald.

Aan die ECB zal dat trouwens niet liggen. In Frankfurt doet men er werkelijk alles aan om de inflatie aan te wakkeren. Negatieve rente, opkoopprogramma’s, ongelimiteerd beschikbare liquiditeit, alle conventionele en onconventionele instrumenten worden ingezet. Het gevolg is een al sneller stijgende geldhoeveelheid. Volgens de meest ruime definitie (M3, dat is de som van giraal en chartaal geld en deposito’s en schuldpapier met een looptijd van minder dan twee jaar) groeit de geldhoeveelheid inmiddels met bijna 11% op jaarbasis. Daaruit volgt niet automatisch dat de inflatie moet gaan stijgen, maar de ECB vormt in elk geval geen belemmering voor zo’n stijging.

Voor inflatie heb je niet alleen liquiditeit nodig, maar ook een flinke vraagimpuls. Daar zorgen Europese overheden momenteel voor. De begrotingsregels zijn vanwege corona buiten werking gesteld en de steunprogramma’s draaien op volle toeren. Volgens schattingen van de Oeso lopen de staatsschulden van eurolanden tot en met 2022 fors omhoog, van 16%-punt bbp in Duitsland, tot wel 27%-punt bbp in Spanje. In veel gevallen bestaat de noodsteun die overheden geven uit het in stand houden van inkomen bij dalende productie. We maken dus minder, maar kunnen net zoveel besteden. Minder aanbod bij dezelfde vraag; dat klinkt als een gunstige voedingsbodem voor wat meer inflatie.

Misschien nog niet meteen, want wat kun je nou kopen tijdens de lockdown? Maar dan toch zeker zodra de vaccinatiecampagnes op stoom zijn gekomen. Het geld brandt in de broekzak van de Europese consument. Tijdens de eerste lockdown vorig jaar, schoten de besparingen omhoog. Een deel daarvan werd in de zomer weer uitgegeven, maar de spaarquote is nog altijd historisch hoog. Dat is latente vraag die straks kan leiden tot een grote vraagimpuls net op het moment dat winkels geen geld hebben voor grote voorraden.

Van een deel van de toekomstige inflatie kunnen we nu al zeker zijn. Na een harde val begin vorig jaar, is de olieprijs weer opgelopen. In april 2020 belandde de prijs van een vat Brent olie omgerekend zelfs onder de €10. Inmiddels is dat al weer ruim €45. Vanaf april dit jaar wordt dat automatisch meegerekend in het inflatiecijfer. Ook veel andere grondstoffen, van koper en aluminium tot sojabonen en tarwe, kosten nu veel meer dan in april 2020. Reken dus maar op een piek in de inflatie, dit voorjaar. Die zal in principe tijdelijk zijn, maar kan er ook voor zorgen dat de inflatieverwachtingen stijgen, waardoor het proces zichzelf versterkt.

Er zijn nog meer factoren die tot hogere prijzen zouden kunnen leiden. De hoge vrachttarieven van dit moment, de extra kosten voor import na de brexit, de neiging van sommige bedrijven om weer dichter bij huis of in elk geval niet alleen op de goedkoopste locatie te produceren, een trendbreuk in het just-in-time-productiemodel, waardoor producenten meer voorraad gaan aanhouden, hogere energieprijzen door Europees klimaatbeleid en duurdere industriële producten door de gestegen prijs van CO2-rechten. Ik kan nog wel even doorgaan.

Maar dat doe ik niet. Want de inflatie gaat natuurlijk helemaal niet stijgen. Dat heb ik ook nooit beweerd. Maar het had wel gekund.

FD 

Britten stappen uit Europese studentenuitwisseling. Dat is kleinzielig en schadelijk

‘Als scholier moest ik brieven van Erasmus vertalen uit het Latijn. Daar was ik niet goed in. Dus zie ik hem niet als de grote geleerde, maar als iemand die vooral klaagde over rugpijn en slecht eten.’

Aldus sprak Jacob Rees-Mogg, Brits politicus, op 30 december in het Lagerhuis. Vroeger was Rees-Mogg (uiterlijk: John Cleese die een verwende bankierszoon speelt) backbencher, maar sinds het brexitreferendum is hij een belangrijke Tory. Daarom mocht hij het onverwachte besluit van de Britse regering uitleggen om uit het Europese studentenuitwisselingprogramma Erasmus te stappen. Britse studenten kunnen daardoor niet meer via dat programma naar Europese universiteiten en andersom stopt de uitwisseling ook.

Waarom? Niemand die het weet, want Rees-Mogg maakte liever een grap over zijn schooltijd dan met argumenten te komen. Aan Erasmus doen ook niet-EU-landen mee, zoals Noorwegen en IJsland, dus stoppen met het programma was zeker geen automatisch gevolg van brexit.

Het is een bekende tactiek van populisten: verberg de gevolgen van nationalistisch en protectionistisch beleid onder een laag experimenteel cabaret. Rees-Mogg kan dat als geen ander. Toen hem afgelopen week gevraagd werd waarom sinds brexit de visserijsector in diepe problemen is gekomen aangezien exporteren naar de EU moeilijk is geworden, antwoordde hij: ‘Het belangrijkste is dat we onze vis terug hebben. Het zijn nu Britse vissen en dat zijn betere en gelukkigere vissen.’ Lachen! Het citaat ging de wereld over. Missie geslaagd, de kortstondige ophef die over zo’n opmerking ontstaat, leidt heerlijk af van de het echte onderwerp: de leugens van brexit die de afgelopen weken een voor een aan het licht komen.

Terug naar het Erasmusprogramma: waarom stapt het Verenigd Koninkrijk daar uit? Er is eigenlijk geen goede reden voor te bedenken. Misschien uit principe: alles wat Europees is moet weg. Misschien om de naargeestige reden dat men niet wil dat de eigen studenten een positief gevoel gaan ontwikkelen over de EU of – god verhoede het – vriendschapsbanden aangaan met leeftijdsgenoten van het vasteland.

Of zit er kleinzielige wraakzucht achter het besluit? Het uitwisselingsprogramma is een van de weinige onderwerpen waarvoor de brexitleus ‘They need us more than we need them’ echt geldt. Volgens cijfers uit het laatste jaarverslag van het Erasmusprogramma studeerden er in 2018 een kleine 30.000 Europeanen drie maanden tot een jaar aan Britse universiteiten. Andersom gingen er iets meer dan 18.000 Britse studenten tijdelijk naar een Europese universiteit. Het VK had dus een tekort op de ‘internationale studentenbalans’ van zo’n 12.000. In bijvoorbeeld Duitsland, Frankrijk en Nederland gaan meer eigen studenten naar het buitenland dan dat er buitenlandse studenten komen.

Vooral Franse studenten pakken graag een jaartje op een Britse universiteit mee. Daarna volgen Duitse, Spaanse en Italiaanse studenten. Nederland staat op vijf, met ruim 2300 studenten die in 2018 de oversteek maakten. Alleen voor Spanje geldt dat er net wat meer Britse studenten in het zonnige land aankwamen dan er Spaanse naar het regenachtige VK vertrokken.

De brexiteers vonden in het Erasmusprogramma dus een onderwerp waarmee zij de EU pijn konden doen. En, mooi meegenomen, de Fransen lijden het meest. Blijkbaar maakt dat het leed voor de eigen studenten meer dan goed. Want deelname aan Erasmus levert studenten echt wat op. Een groot onderzoek uit 2014 laat zien dat deelnemers aan het programma veel meer kansen hebben op de arbeidsmarkt omdat werkgevers mensen zoeken met talenkennis, internationale ervaring en contacten. Ex-deelnemers hebben half zo weinig kans op langdurige werkloosheid en vijf jaar na de uitwisseling is de werkloosheid bijna een kwart lager dan onder een vergelijkbare groep zonder deelname. Van studenten die een buitenlandse stage deden, wat ook kan via Erasmus, kreeg ruim een derde een baan aangeboden. Een op de tien begon een eigen bedrijf.

Uit het onderzoek blijkt verder dat Erasmus-alumni positiever zijn over werken in het buitenland. Ze kiezen ook vaker een buitenlandse partner. Buitenlanders! Kijk, dat moet je als rechtgeaarde brexiteer natuurlijk niet willen!

FD 

De pandemie houdt huis als nooit tevoren, maar de internationale industrie trekt zich er weinig van aan

En weer groeide de wereldhandel. In oktober 2020, toen de tweede golf in veel landen al serieuze vormen aannam, steeg de Wereldhandelsindex van het Centraal Planbureau met 0,7% ten opzichte van een maand eerder. Het is de vijfde maand op rij waarin het totaal van de import en export toenam. Ten opzichte van eind 2019 staat de index nu op een klein verlies van 0,6%. In mei vorig jaar was die afname maar liefst 17%. We zijn dus bijna terug bij af.

Dat is opmerkelijk, want tijdens de eerste coronagolf was de internationale handel een van de eerste slachtoffers. Nog voordat het virus Europa en Amerika had bereikt, waren de handelsgevolgen al te voelen. Chinese fabrieken konden begin vorig jaar niet meer produceren en de grote havens in dat land lagen plat. Containers bleven op de wal staan en de wereldomspannende productieketens hadden te maken met tekorten en verstoringen. Later gingen in Europa de grenzen tussen veel lidstaten dicht. De interne markt piepte en kraakte, exporteurs zagen hun magazijnen vollopen, importeurs hun voorraden slinken.

Dat is tijdens de tweede golf dus heel anders. Terwijl een goed deel van de wereld weer in lockdown is gegaan, soms zelfs strenger dan in het voorjaar van 2020, lijkt het grote internationale bedrijfsleven weinig last te ondervinden. Het lokale mkb — winkels, horeca en andere dienstverleners — wordt net als vorig jaar hard geraakt, maar de handel en industrie tot nu toe niet.

Harde handelscijfers lopen altijd achter. Het CPB kwam pas rond kerst met de nieuwe cijfers voor oktober. En ook in de database van de Wereldhandelsorganisatie gaan de meest recente gegevens over de im- en export van oktober. In november en december namen de besmettingen in Europa en Noord-Amerika snel toe. Heeft dat de handel in die maanden geraakt?

Het lijkt erop van niet. Harde cijfers ontbreken dus, maar we kunnen wel kijken naar bijvoorbeeld het aantal zeecontainers dat aankwam in de grote wereldhavens. Cijfers die het Duitse Institut für Seeverkehrswirtschaft und Logistik daarover bijhoudt, gaan al een maand verder. In november 2020 bleef het containervervoer over zee in de wereld als geheel vrijwel op peil. Het aantal containers dat aankwam in de grote havens van Noord-Europa (Rotterdam, Antwerpen, Hamburg, Bremen, Le Havre en Zeebrugge) lag in november zelfs op het hoogste peil van het jaar en was ook hoger dan voor de coronacrisis. In China was wel iets van een daling te zien, maar ook daar werden er meer containers verscheept dan een jaar eerder.

Hoe was het in december? En in de eerste week van het nieuwe jaar? Daarvoor zijn nog geen hoeveelheidscijfers beschikbaar. We kunnen wel kijken naar de prijzen van vervoer over zee. De Britse consultant voor de zeevaart Drewry houdt een speciale containerindex bij. Volgens deze World Container Index is de prijs voor vervoer per container de afgelopen weken flink gestegen, van zo’n $3000 per 40-voet container in november, naar ruim $5000 begin januari. Tijdens de eerste golf lag de prijs nog rond de $1500.

Ook de bekendere Baltic Dry Index, die de kosten van zeevervoer van grondstoffen meet, is de afgelopen weken flink gestegen en staat nu boven het niveau van voor de corona-crisis.

Eerder groei dan krimp
De handel lijkt dus aardig stand te houden, tijdens deze tweede golf. Dat komt ongetwijfeld omdat juist China ditmaal nauwelijks getroffen is. Maar ook de eigen Europese industrie slaat zich er tot nu toe veel beter doorheen. Indicatoren als producentenvertrouwen en inkoopmanagersindices duiden eerder op groei dan op krimp.

Op de marktplaats voor Europese CO₂-emmissierechten is de prijs van het recht om een ton CO₂ uit te stoten gestegen naar €35, de hoogste koers ooit. Dat heeft ongetwijfeld te maken met de onlangs aangescherpte klimaatdoelstellingen van de Europese Commissie, maar je ziet er ook in terug dat de Europese industrie en energiesector zich opmaakt voor een periode van aanhoudende groei.

Dat zijn allemaal bepaald geen indicatoren van een aanstaande instorting van productie en handel. Deze tweede golf pakt voor het grote internationale en industriële bedrijfsleven heel anders uit dan de eerste. Tot nu toe, althans.

FD