Categorie archief: Boumans Blog

Wie onze jongeren lui noemt, kent de cijfers niet

Die jeugd van tegenwoordig? Die is hard aan het werk. Met een studie én vaak een flinke bijbaan. Je zou het weleens vergeten, met al die klachten over de werkschuwe ‘generatie Z’ die de dag lethargisch doorbrengt met het kijken naar TikTok-filmpjes, die bij het sollicitatiegesprek al begint over een sabbatical en die ontslag neemt bij de eerste tegenslag.

Politici doen al jaren voorstellen om jongeren in de benen te krijgen. Het begon in 2017 met het CDA-idee voor een verplichte maatschappelijke dienstplicht voor jongeren. De PVV vond het een prima plan. In Groningen kwamen lokale PVV’ers zelf met een eigen voorstel voor verplicht maatschappelijk werk voor jongeren.

Tijdens de afgelopen verkiezingscampagne was het het NSC dat vond dat jongeren ‘in een vroeg stadium’ moesten worden gestimuleerd een ‘actieve rol te spelen’ in de gemeenschap. VVD en BBB zien ze vooral graag iets doen in het leger, als reservist (BBB) of via een dienstjaar (VVD). Het CDA wil nog steeds dat alle jongeren zich verplicht gaan inzetten voor ‘de samenleving’.

Toch altijd weer bijzonder om te zien met welk gemak mensen die zelf hun jeugd achter zich hebben gelaten, zich bemoeien met de tijdsbesteding van jongeren. In de wetenschap dat je er zelf nooit last van zult hebben, is het makkelijk roepen, natuurlijk. Maatschappelijke dienstplicht voor 45-plussers zou misschien een beter idee zijn: op die leeftijd leven velen in de eigen bubbel en hebben het contact met de maatschappij of gemeenschap verloren. Een opfriscursus van een jaar in een verpleeghuis, bij de voedselbank of gezellig in een schuttersputje met mensen uit andere lagen van de bevolking lijkt zo gek nog niet. Maar daar hebben volwassenen natuurlijk geen tijd voor. Er moet gewerkt worden. Dat is toch ook een bijdrage aan de maatschappij?

Jazeker, en dat geldt dus ook voor jongeren. Onze jeugd studeert en werkt als nooit tevoren. De meerderheid van de jongeren tussen 15 en 25 jaar heeft naast de studie een bijbaan. Ze maken vaak flinke werkweken. Van de 21-jarige onderwijsvolgenden werkt bijna een kwart twintig uur of meer. Slechts 3% van de jongeren werkt niet en zit niet op school. Nergens in de Europese Unie is dat percentage zo laag. Kijk bij de kerstinkopen maar eens om je heen, wie vult de vakken en zit achter de kassa?

Veel studerende jongeren willen zelfs nog meer werken. Een kleine 300.000 zoeken werk of willen meer uren werken. Dat aantal liep tijdens de pandemie snel op, want vooral flexwerkende jongeren verloren toen hun baan of moesten uren inleveren. Voor hen was er geen luxe NOW-regeling. De achterstand die ze toen opliepen, is nog niet ingehaald. Ook al schreeuwen werkgevers om personeel, de ‘semiwerkloosheid’ (inclusief werkenden die meer uren willen maken) is nog lang niet terug op het niveau van voor corona. Bij niet-studerende jongeren is dat overigens wel het geval: voor die groep ligt de semiwerkloosheid alweer veel lager dan in 2019.

We zijn een ijverig volkje, en dat geldt dus ook voor onze jeugd. Er is volgens de Oeso geen westers land te vinden waar de arbeidsparticipatie van 25-minners zo hoog is als in Nederland. Duitse, Britse, Amerikaanse en Scandinavische jongeren zijn allemaal minder actief op de arbeidsmarkt. Het idee dat we onze jongeren naast hun studie en werk zouden moeten lastigvallen met extra dienstplicht is potsierlijk.

Misschien moeten we scholieren en studenten juist aanmoedigen om wat minder te werken. Zou het kunnen dat de schoolprestaties lijden onder het werkethos? Helaas is daar weinig onderzoek naar gedaan. Een studie uit 2007 laat zien dat scholieren met bijbaantjes weliswaar lagere resultaten halen, maar dat dit vooral met sociaal-demografische factoren te maken heeft, en met hun houding tegenover onderwijs in het algemeen.

Amerikaans onderzoek uit 2014 toont wel een negatief verband aan tussen werk en studieresultaten. Studenten die veel uren werkten, hadden lagere cijfers, ook als werd gecorrigeerd voor andere factoren. Kleine baantjes hadden dat negatieve effect niet.

Een tip voor het nieuwe kabinet: steek geen moeite in nadenken over werkplicht voor jongeren, maar laat eens goed onderzoeken of onze bijbaantjescultuur niet juist is doorgeschoten en een verklaring biedt voor de dalende onderwijsprestaties.

FD

Zeurcolumn

Een week voor oudejaarsavond durf ik de conclusie wel aan: 2023 was een slecht jaar voor economen. Ze werden compleet genegeerd.

Neem de verkiezingen. Drie partijen weigerden hun programma te laten doorrekenen door het CPB en namen zelfs niet de moeite uit te leggen hoe ze al hun plannen gingen betalen. De kiezer beloonde die financiële ongeletterdheid met een klinkende overwinning.

Het kabinet verhoogde het minimumloon (begrijpelijk en betaalbaar), maar het parlement eiste dat de AOW mee zou stijgen (onbegrijpelijk en onbetaalbaar). Economen stelden dat de armoede onder ouderen juist gering is en hogere AOW zowel de rijksbegroting als de solidariteit tussen generaties uit balans zou gooien. Niemand luisterde.

Vrijhandel was uit in 2023, protectionisme in. Wie ‘vestigingsklimaat’ zei werd weggehoond. Netjes beprijzen van milieuschade werd geframed als bedreiging van de bestaanszekerheid. Investeringen in de verdiencapaciteit van Nederland (Groeifonds) ruilde men nonchalant in voor een lagere benzineaccijns.

Ja, dit is een zeurcolumn van zo’n miskende econoom. Ik vrees dat ik er volgend jaar weer een kan schrijven.

FD

Economisch swaffelen

Als samenvatting van 2023 is het woord van het jaar goed gekozen. Hysterische ophef, bespelen van de onderbuik, overdreven aandacht voor schijnproblemen, het wordt allemaal netjes gedekt door de term ‘graaiflatie’.

Want wat is er over van de bewering dat bedrijven massaal hun prijzen meer dan evenredig verhoogden en zo grote overwinsten boekten? Heel weinig. De winsten stegen vooral in de energiesector, wat onvermijdelijk is tijdens een energiecrisis. Wie daar boos over is, moet bij Poetin en de Opec zijn.

In andere sectoren werden de winsten wat aangewakkerd door de grote koopkrachtpakketten van eind 2022. Weet u nog, die €380 die iedereen cadeau kreeg? We gingen er extra luxe van uit eten en werden vervolgens boos omdat in de horeca de winsten stegen. Profiteren van een consumptiebonanza is geen graaien.

Inmiddels stijgen de lonen sneller dan de prijzen en waarschuwt DNB voor tegenvallende opbrengst van de winstbelasting.

Het is met ‘graaiflatie’ net als met ‘swaffelen’, het woord van 2008. Er zijn vast een paar perverselingen die zich er schuldig aan maken, maar de overgrote meerderheid houdt alles netjes achter de rits.

FD

Experimenten

Vergeet de ijskast. De PVV zet haar ongrondwettelijke plannen niet tijdelijk koud, maar heeft ze nooit echt gemeend. Die indruk wilde de partij vorige week in elk geval maken. Vroegere voorstellen waren gedaan ‘in de rol van oppositieleider’. De ware Geert Wilders is er ‘voor alle Nederlanders’ en alles wat hij wil is ‘in lijn met de grondwet’.

Klinkt mooi, maar als ik Pieter Omtzigt van NSC was, zou ik niet afgaan op wat Wilders zegt maar op wat hij doet. Vergeet dat hopeloze gesprek over de ‘basislijn voor het waarborgen van de grondwet’ en doe wat simpele politieke experimenten.

Dien een initiatiefwet in, die recht ingaat tegen de PVV-wet ‘Verbod op Islamitische uitingen’ uit 2018. Die moest moskeeën en de koran verbieden, op straffe van vijf jaar cel. Het NSC-wetsvoorstel bevestigt dan juist het recht op vrije keuze van gebedshuis en heilig boek. Stemt de PVV tegen, dan weet Omtzigt waar hij aan toe is.

Vraag de Tweede Kamer zich uit te spreken over een belasting op hoofddoekjes, EU-lidmaatschap en de verdeling van huurhuizen (‘Voorrang voor Nederlanders’, wilde de PVV nog in maart). Test dit nu uit en niet pas na de beëdiging van Wilders I.

FD

Op de beurs is het klimaatakkoord al mislukt

Voor de geschiedenisboeken: wat gebeurde er met de beurskoersen van de grote oliebedrijven na de klimaatconferentie in Dubai? Die gingen omhoog. Een aandeel ExxonMobil werd een paar procent duurder. Dat van Shell ook. BP, Chevron, Total, allemaal hoger. Een mooi ritje omhoog voor de beleggers in fossiel.

En dat terwijl in de slotverklaring van de COP28 voor het eerst een tekst was opgenomen met een belofte minder olie te gebruiken. Om precies te zijn: de landen beloven ‘weg te bewegen van fossiele brandstoffen in energiesystemen (…) om in 2050 netto-nul emissies te bereiken’. Voor wie verbaasd is dat dit niet allang was afgesproken: olieproducerende landen hielden zo’n tekst steeds tegen. Er mocht alleen over minder CO₂-uitstoot worden gesproken, niet over de bron van die emissies. Ook in Dubai probeerde oliekartel Opec de tekst uit de slotverklaring te houden, maar ditmaal tevergeefs.

De afspraak over afbouw van het gebruik van fossiele brandstoffen – hoe boterzacht ook geformuleerd – heeft een belangrijke consequentie. De mensheid gaat niet alle olie- en gasvoorraden omhoog pompen en verbranden. Een deel van de voorraden blijft in de grond. De beperkende factor is straks niet meer het aanbod, maar de vraag naar olie en gas.

Nu wordt de waarde van de oliemaatschappijen op de beurs vooral bepaald door de olievoorraden op de balans. Hoeveel wordt er nu opgepompt, wat is de toekomstige opbrengst en hoeveel concessies voor potentiële oliewinning staan er in de boeken? De antwoorden op dat soort vragen bepalen de koers, samen met de olieprijs, uiteraard.

Als de wereld daadwerkelijk afscheid neemt van fossiel, ruim voordat de bronnen zijn uitgeput, zijn de voorraden geen goede grondslag voor waardebepaling meer. Dan zou de som moeten zijn: welk deel van de krimpende wereldvraag kan een oliebedrijf nog bedienen. De vraag bepaalt de waarde en omdat die sinds Dubai per definitie kleiner is dan het aanbod, zijn oliebedrijven sinds deze week veel minder waard.

Tot zover de theorie. In de praktijk hebben klimaatafspraken niet of nauwelijks invloed op de beurswaarde van Big Oil. Deze week reageerden de koersen vooral op een rapport van het Internationaal Energieagentschap, dat donderdag voor 2024 een hogere olievraag voorspelde (de verse Dubaibelofte negerend). De olieprijs ging daardoor omhoog, en de waarde van oliebedrijven steeg mee.

Tijdens de twaalf dagen die de COP28 duurde, waren de koersen van oliebedrijven wel wat gedaald, maar dat was onderdeel van een al langer durende negatieve trend, veroorzaakt door goedkopere olie, en geen reactie op de onderhandelingen.Zo ging dat ook tijdens eerdere klimaattoppen. In 1997, toen in Kyoto de eerste mondiale klimaatafspraken werden gemaakt, was daar in de koersen van Exxon en Shell niets van te zien. Die stonden overigens erg laag, want olie was in 1997 extreem goedkoop. Tijdens de belangrijke top in Parijs in 2015 daalden de koersen wel, maar weer was dit onderdeel van een langere trend, gevoed door een dalende olieprijs. Ten overvloede: in 1995 kostte een aandeel Exxon (gecorrigeerd voor dividend) zo’n $14. In 2015 was dat al $55. En nu betaal je meer dan $100. Fossiel een eindig businessmodel? Beleggers denken van niet.

Had ik iets anders verwacht? Nee, eigenlijk niet. Oliebedrijven zelf doen alsof er niets aan de hand is en beleggers laten zich graag leiden door successen uit het verleden. Zolang de dividenden blijven stromen is iedereen blij. Maar toezichthouders maken zich wél zorgen. Ooit komt het moment dat de realiteit indaalt en dan duikelen de koersen synchroon omlaag. Beleggers, banken en pensioenfondsen zitten dan met stranded assets op hun balans: fossiele waarden die opeens veel minder waard zijn. Als dit overal tegelijk gebeurt – en op financiële markten zijn plotselinge omslagen geen zeldzaamheid – kan dat de financiële stabiliteit ondermijnen. De Europese Centrale Bank luidde al vaak de noodklok over dit scenario.

Maar misschien speculeren de oliebeleggers op een heel andere realiteit: dat de klimaatbeloften nooit worden ingelost en dat de pompen nog vele decennia blijven draaien. Wat nooit gebeurt hoef je ook niet in te prijzen. Een cynische gok, maar misschien wel veel realistischer dan de onderhandelaars in Dubai durven toe te geven.

FD

Zorgpopulisme

De nieuwe Tweede Kamer gaat door waar de oude in oktober gebleven was: met het aannemen van ongedekte moties vol leuke dingen voor de mensen. SP en PvdD kwamen met het voorstel om ‘zo snel mogelijk’ het eigen risico in de zorg af te schaffen en dat kreeg een meerderheid. Onder andere PVV en BBB vonden het een top idee. De kerstman komt vroeg dit jaar.

De maatregel kost ruim €3,5 mrd per jaar, maar futiliteiten als financiële dekking is oude politiek, vindt de nieuwe Kamer. Hoe we het moeten betalen? Dat zoeken de knappe koppen van het gefantaseerde ‘zakenkabinet’ later maar uit.

Als de motie wordt uitgevoerd verdwijnt er weer een prikkel om de ontploffende zorgkosten nog een beetje in de hand te houden. Terwijl Nederlanders toch al relatief weinig meebetalen aan hun zorg. In geen ander westers land is de eigen bijdrage aan ambulante zorg (huisarts, polykliniek, fysiotherapeut et cetera) zo laag als bij ons. In ‘beschaafde landen’ als Zweden en Noorwegen betaalt de patiënt vier keer zo veel zelf mee, berekende de Oeso. Dat moet nog minder, minder, minder riep de Kamer, en ging over tot de orde van de dag.

FD

Verkalkte economie

Zeg iets positiefs over de economische hervormingen van de jaren tachtig en negentig — zoals Coen Teulings onlangs deed in het FD — en je krijgt een spervuur van artikelen en opiniestukken over je heen. Opvallend daarbij: het totale gebrek aan inzicht in de noodzaak van die hervormingen. Nederland stond er veertig jaar geleden beroerd voor.

De werkloosheid was zo hoog dat we de Oeso-lijstjes aanvoerden. De helft was langdurig werkloos, want ‘insiders’ drukten de ‘outsiders’ uit de banenmarkt. Nog eens zo’n 800.000 mensen waren (vermeend) arbeidsongeschikt. Plus: bijna nergens werkten zo weinig vrouwen als bij ons. Het percentage huishoudens in armoede lag pakweg twee keer zo hoog als nu. Het begrotingstekort schommelde rond de 5% en bijna 6% van het bbp ging op aan rentelasten.

De economie was verouderd en verkalkt. Kartels waren in Nederland niet alleen toegestaan, maar werden van regeringswege gefaciliteerd. Noodlijdende bedrijven werden gered met belastinggeld. Toezicht op de banken en op eerlijke mededinging was minimaal.

Hervorming van de welvaartstaat en een beetje meer markttucht waren pure noodzaak.

FD

Toch de economie

Waarom stemde bijna 24% op de PVV? En waarom koos 13% voor nieuwkomer NSC? Plus 6% voor protestpartij BBB? Ik lees in de commentaren vooral sociologische verklaringen. Over de politiek die de band met de burger is verloren. Over de elite die neerkijkt op de gewone man. En over onzekere burgers die zich geen raad weten met de snelle veranderingen. Eigenlijk gewoon de verklaringen die we al sinds Fortuyn horen. Ik vind deze clichés niet bijster overtuigend.

Zou het niet ook door de economie kunnen komen? In de VS kijken ze wél met zo’n bril naar de peilingen: Amerikanen zijn ontevreden en onzeker over de economie en geven daarvan Biden de schuld.

Zo’n sentiment heerst ook in Nederland. In november kwam het consumentenvertrouwen voor de 52ste maand op rij onder de nul uit. Dat is de langste negatieve reeks sinds de maandelijkse meting in 1986 begon. Nederlanders zijn pessimistisch over de economie en over de eigen financiën. Tel daarbij op dat in onze ‘compensatiemaatschappij’ de schuld van persoonlijke pech standaard bij de overheid wordt gelegd, en de overwinning van protest-rechts is opeens beter te begrijpen.

FD

Politiek: handen af van de kennismigrant!

De formatiebesprekingen zijn inmiddels in de ‘constructieve’ fase beland. Dat is in elk geval de term die zowel Geert Wilders als Pieter Omtzigt deze week gebruikte om de stand van de verkenning te beschrijven. Een kabinet van PVV, NSC en BBB (die partij wil hoe dan ook meedoen) is weer wat waarschijnlijker geworden.

De rol van de VVD (meedoen of gedogen) en de precieze vorm van zo’n rechts kabinet (meerderheids-, minderheids- of zakenkabinet) blijft onduidelijk. Maar als straks na het verslag van verkenner Ronald Plasterk een informateur aan de slag gaat, dan moet het eerste ‘constructieve’ gesprek over de grote verkiezingsbelofte van rechts gaan: grip op migratie.

Het wordt dan direct buitengewoon lastig. Wat Wilders van migratie vindt, weten we: minder, minder, minder. Maar wat wil Omtzigt precies? Ook minder migranten en zelfs een ‘richtgetal’ van per saldo 50.000 arbeids-, studie, en asielmigranten per jaar. Maar zijn NSC wil volgens het verkiezingsprogramma ook: ‘een goed vestigingsklimaat’, ‘strategisch industriebeleid’ en een economie die ‘meer zelfvoorzienend’ is.

Voor die drie wensen is extra menskracht nodig. Een structureel personeelstekort en een goed vestigingsklimaat gaan niet samen en een land met dichte grenzen is niet aantrekkelijk voor buitenlandse investeerders. Industriebeleid vergt vooral beleid dat zorgt voor voldoende specialisten en vakkrachten om in de ‘nieuwe economie’ (dixit NSC) te werken. Zelfvoorzienendheid betekent per definitie dat we meer zelf gaan maken, noodzakelijkerwijs met handen die in Nederland aanwezig zijn.

Vallen die economische doelen te rijmen met een richtgetal voor netto migratie? In theorie wel. Wie asielmigratie weet te verminderen en de laagopgeleide arbeidsmigranten uit Polen, Roemenië en Bulgarije die nu in onze kassen, distributiecentra en slachterijen werken, weet te weren, kan binnen dat maximum de grens openzetten voor de kennismigranten die noodzakelijk zijn voor de nieuwe economie van Omtzigt.

Maar de praktijk zal anders zijn. Om asiel- en EU-migranten te weren (ervan uitgaand dat dat überhaupt een goed idee is), moeten we internationale verdragen opzeggen of aanpassen. Dat gaat tijdens de zittingstermijn van het volgende kabinet zeker niet lukken. Er is eigenlijk maar één knop waaraan snel kan worden gedraaid om binnen de 50.000 te blijven: minder arbeidsmigranten van buiten de EU. Die komen ons land vooral binnen via de kennismigrantenregeling. En dat zijn nou net de werknemers die nodig zijn voor de strategische, industriële, zelfvoorzienende nieuwe economie.

Kennismigranten werken in essentiële sectoren als de ICT, de zakelijke dienstverlening, de logistiek en de maakindustrie. Ze dragen flink bij aan de toegevoegde waarde van onze economie en verdienen daarom goed: meer dan de helft hoort bij de 20% best betaalde inwoners. Aan onze deeltijdcultuur hebben kennismigranten lak. Bijna 65% werkt 35 uur of meer. De Nederlandse kenniseconomie kan niet zonder deze arbeidsmigranten.

Voor wie weleens rond Eindhoven loopt is dit een waarheid als een koe. Daar doen bedrijven er alles aan om de slimste wereldburgers naar de regio te lokken en vast te houden. Van kantines met alle wereldkeukens tot speciale banenprogramma’s voor de partners van kenniswerkers. ‘Bij ons werken 47 verschillende nationaliteiten’, vertrouwde de directeur van een middelgroot hightechbedrijf dat elektronenmicroscopen maakt mij onlangs toe. ‘Wij zouden zonder kennismigranten hier niet kunnen bestaan.’

Dat weten de NSC’ers natuurlijk ook. Eén van de nieuwe Kamerleden van Omtzigts partij werkte nota bene tot voor kort bij ASML. Maar Omtzigt is ook de man die in oktober rücksichtslos schrapte in de expatregeling, die buitenlandse studenten wil verjagen door ze in de verkeerde taal les te geven en die tijdens de verkiezingscampagne kennismigranten op de grote hoop van de ‘migratiecrisis’ gooide. Ziet hij de noodzaak van meer in plaats van minder kennismigranten echt? Ik ben er niet zeker van.

In een vergrijzende wereld waarin wordt gevochten om de slimste koppen en de handigste handen, heeft Nederland een uitnodigend migratiebeleid nodig dat doelgericht de beste specialisten en vakkrachten lokt. Ik ben benieuwd wat Plasterk daarover in zijn verkennersverslag schrijft.

FD

Zaterdag werkdag

Terwijl Den Haag druk is met bedenken hoe men buitenlanders kan weren zonder al te veel grondrechten en verdragen te schenden, hebben de economen van de Oeso wél aandacht voor ons echte probleem. Nederland moet ‘focussen op het vergroten van het arbeidsaanbod’, schrijft de Oeso in een nieuw rapport. Door vergrijzing komen we handen tekort.

Moeten er dan buitenlandse handen bij? Niet alleen maar. Ook deeltijders moeten meer uren maken. ‘Werkgelegenheid is hoog, maar de werkweek kort’, stelt de Oeso.

Maar de deeltijdcultuur zit diep bij ons. Steeds meer fulltimers willen juist minder uren werken. Ook mannen. ‘Het huishouden moet meer dan vroeger worden verdeeld over de partners’, legt Rabo-econoom Nic Vrieslaar uit. ‘Dan is het niet gek dat mannen vaker een dag minder willen werken.’

Tijd voor een tegenbeweging. Als het huishouden zo moeilijk te managen is, waarom zitten de partners in het weekend dan beide thuis? Maak van de zaterdag weer een werkdag, dan kan de fulltimebaan blijven, en is er toch altijd iemand om voor de kinderen te zorgen, Netflix bij te houden en de robotstofzuiger aan te sturen.

FD