Regio kan het zelf

Bevoegdheden overdragen aan lagere overheden, en die dan via de achterdeur weer terugpakken. Het nieuwe kabinet gaat er – ondanks kritiek – gewoon mee door. Volgens het coalitieakkoord komt er wederom een kleine miljard euro beschikbaar voor de ‘Regio Deals’.

Dat zijn op het eerste gezicht sympathieke afspraken tussen het Rijk en lagere overheden buiten de Randstad, om zaken als leefbaarheid, werkgelegenheid en gezondheid in de regio te bevorderen. Met een modewoord: de brede welvaart moet omhoog. Het Rijk betaalt de ene helft van het project, regionale overheden leggen de rest bij.

Wat is daar mis mee? Nou, het gaat ervan uit dat het Rijk het beter weet dan de regio. De voorstellen moeten worden ingediend, en worden goed- of afgekeurd. Alleen regio’s die in de pas lopen, krijgen geld. De Algemene Rekenkamer stelde eerder dat dit vaak op gespannen voet staat met de ‘beleids- en bestedingsvrijheid’ van democratisch gekozen lagere overheden.

Als er meer geld naar de regio moet, geef dat dan gewoon via de algemene overdrachten. Ze weten buiten de Randstad echt zelf wel wat de beste besteding is.

FD

Zonder economen

Eerst het goede nieuws. Althans, ik vind het goed nieuws: de gehele sociaaleconomische driehoek bestaat straks uit vrouwelijke ministers. Met Kaag (Financiën), Van Gennip (SZW) en Adriaansens (EZ) worden de cruciale economische ministerposten door een vrouw bemenst. Voor het eerst.

Dan het slechte nieuws. Althans, ik vind het slecht nieuws: niemand in de driehoek is econoom. Da’s niet voor het eerst. In Balkenende I, dat vrijwel direct aan ruzies ten onder ging, deed de driehoek het met Hoogervorst, De Geus en platenbaas Heinsbroek, ook zonder economen. Dat belooft weinig goeds.

Nee, dan vroeger. Onder premier Den Uyl (zelf ook econoom), bestond de driehoek met Duisenberg, Albeda en Lubbers uit louter economen. Later hadden we o.a. Boersma, Ruding, De Vries, De Koning, Zalm, Bos, De Jager, Dijsselbloem en Koolmees.

In de hele ministersploeg van Rutte IV zit zelfs geen enkele afgestudeerde econoom. Alleen Harbers deed economie, maar maakte het niet af. In tijden van inflatie, coronasteun, energietransitie, investeringsfondsen, woningnood en stijgende zorgkosten is dat op z’n minst bijzonder te noemen.

FD

Feest

Het virus kreeg geen kerstkaart en dus ook geen opgewekte wens voor een gezond 2022, waarin alles beter wordt en alle wereldburgers weer optimistisch naar de toekomst kijken. Voor het virus waren het dagen als alle andere; wie besmet werd voor middernacht, wordt gewoon ziek in het nieuwe jaar.

Gefeest heeft het virus wel, in z’n nieuwe omikron-kostuum sprong hij nog veel makkelijker dan voorheen van gast naar gast. Een flink deel van Nederland besloot dat de coronamaatregelen niet tijdens de feestdagen gelden – het moet immers wel leuk blijven. Anderen vonden het een goed moment voor demonstraties en rellen. Leuk, dacht het virus, ik kom ook!

Voor de komende weken betekent dat: een nieuwe golf en een langere lockdown. En vooral nog veel meer nijpende tekorten aan personeel in de zorg, bij de politie en bij veel bedrijven, omdat meer mensen ziek thuisblijven en anderen in quarantaine moeten. Zelfs als de scholen weer open mogen, blijven de kinderen thuis bij gebrek aan leerkrachten. Ook de Nederlanders die niet gingen feesten, demonstreren of winkelen in Antwerpen, zitten straks met de kater.

FD

Inflatieangst ontneemt het zicht op een uitzonderlijk hersteljaar

‘Het jaar van de inflatie.’ Geen lezer had vreemd opgekeken als deze titel boven dit artikel had gestaan. Een terugblik op de economie in 2021 zou prima in het teken kunnen staan van de snel opgelopen inflatie, die in november met 5,2% zelfs het hoogste peil in veertig jaar bereikte.

Wat kan er belangrijker zijn dan zo’n extreem percentage? Het cijfer voor het hele jaar, bijvoorbeeld. Dat komt waarschijnlijk (de decemberinflatie is nog niet bekend) uit op een veel gematigdere 2,7%. Jaarinflatie wordt berekend door het gemiddelde prijspeil in 2021 te vergelijken met dat van 2020. De grote prijsstijgingen in de tweede helft van dit jaar worden dan deels gecompenseerd door de lage inflatie in de eerste maanden.

Die jaarinflatie van 2,7% ligt niet eens zo gek ver van wat economen voor dit jaar verwachtten. Het Centraal Planbureau ging in maart uit van 1,9%. Er was zelfs een econoom die, geheel toevallig precies op deze plek in het FD, al in januari voorzichtig waarschuwde voor hogere inflatie gedurende 2021, vanwege dure energie, disruptie van productieketens en de grote vraagimpuls door overheden. Maar goed, een stilstaande klok geeft ook twee keer per dag de juiste tijd aan, zullen we maar zeggen.

In november was de inflatie historisch hoog, maar dat geldt dus niet voor het jaar als geheel. In de halve eeuw sinds 1970 lag de jaarinflatie in negentien jaren hoger. Hoe doodnormaal 2,7% inflatie is, valt ook goed te zien in het ‘histogram’ bij dit artikel. Daarvoor heb ik ieder jaar ingedeeld in een categorie. De 4,4% inflatie van 1970 valt dan in de categorie ‘4% tot 5%’, net als bijvoorbeeld het jaar 2001 (4,5%). Doe dit met ieder jaar en je krijgt een soort frequentieverdeling van inflatie. Jaren met overduidelijk te lage (onder nul) en veel te hoge inflatie (arbitrair gekozen: alles boven 4%), zijn rood gekleurd.

In deze onderverdeling komt het jaar 2021 boven op de grootste stapel. Inflatie tussen 2% en 3% kwam de afgelopen vijftig jaar het vaakst voor in Nederland, en met 2,7% valt het afgelopen jaar daar keurig binnen. Conclusie: de inflatie liep vanaf de herfst snel op, maar was over het hele jaar doodnormaal. Klachten over ‘enorm koopkrachtverlies’ of ‘achterblijvende lonen’ zijn voorbarig. Pas als volgend jaar blijkt dat de hoge inflatie van de laatste maanden structureel is, en zich maand op maand herhaalt, is het tijd voor paniek. Maar dat scenario is – hoewel niet onmogelijk – nog steeds onwaarschijnlijk.

Voor opvallende uitschieters in 2021 moeten we eerder kijken naar andere indicatoren. De economische groei, bijvoorbeeld. Door de onrust over inflatie zou je het bijna vergeten, maar dit jaar was er sprake van uitzonderlijk snel herstel van de economie. Het bruto binnenlands product steeg met zo’n 4,5%. Harde gegevens over het vierde kwartaal ontbreken nog, maar zelfs als de economie tijdens de huidige lockdown is stilgevallen, komt de totale groei nog op een dergelijk percentage uit. De Nederlandsche Bank gaat in zijn meest recente raming ook uit van 4,5%.

Daarmee komt 2021 bijna helemaal rechts in het histogram van de bbp-groei. Alleen de jaren 1970, 1973 en 1999 zitten in een hogere categorie. Begin dit jaar werd er door economen slechts op zo’n 2% gerekend, en dat was dan nog in het geval van snelle vaccinatie en zonder nieuwe besmettingsgolven. In werkelijkheid viel het met corona keer op keer tegen, maar deed de Nederlandse economie het toch een stuk beter dan zelfs de meest gunstige prognoses. Dat is de grote meevaller van 2021: zeer sterk economisch herstel, ondanks de voortwoekerende pandemie.

Daardoor viel ook de werkloosheid veel lager uit dan gedacht. Inmiddels ligt die, met 2,7% van de beroepsbevolking in november, zelfs alweer onder het niveau van voor de pandemie. Het gemiddelde jaarcijfer voor heel 2021 komt nog wel boven de 3% uit. Dat is niet zo laag als in de eerste vier jaar van de jaren zeventig, maar vergeleken met de rest van de afgelopen halve eeuw toch uitzonderlijk gering.

Zo laag zelfs, dat de krapte op de arbeidsmarkt een serieuze bedreiging wordt voor de economische groei volgend jaar. De rek is eruit, de inhaalgroei is opgebruikt en alleen met grote investeringen in arbeidvervangende technologie kan het bbp in 2022 weer bovengemiddeld hard groeien. Maar geen econoom verwacht zo’n plotselinge toename van de bedrijfsinvesteringen. Niet dat dat laatste veel zegt, natuurlijk.

FD

Zelfde deuntje

‘Industrie plagen, armoede vragen.’ Op het schoolplein van de Nederlandse economie zingen generaties bestuurders uit de energie-intensieve sectoren telkens hetzelfde deuntje. Wees niet te streng, maak het klimaatbeleid niet te duur, want voor je het weet zijn we vertrokken.

Natuurlijk, ze snappen ook wel dat er ooit een grote verandering nodig is, dat ooit de energiebelasting flink omhoog moet en dat de zware industrie ooit moet afkicken van goedkope fossiele brandstof. Maar dat moet allemaal geleidelijk gaan. Vooral niet te snel. Met overleg.

Dat vond de industrie al in 1992, toen het kabinet overwoog om een energiebelasting in te voeren, ook voor de zware industrie. Er kwam een lobby op gang en het CPB schreef snel een rapport met daarin op aannames gebaseerde berekeningen waaruit zou blijken dat veel bedrijven naar het buitenland zouden vertrekken. Het gevolg: de energieheffing kwam er alleen voor kleinverbruikers.

Dertig jaar later is er niets veranderd. Weer klaagt de industrie dat het allemaal te snel gaat en dat bedrijven vertrekken vanwege het ‘anti-fossiel sentiment’. Langzamerhand denk ik: ga dan maar.

FD

Polderpoen

Het is tijd voor nationalisatie. Nee, niet van de spoorwegen of de vervuilende industrie. Wat we moeten nationaliseren zijn de sectorfondsen. Liefst nog deze kabinetsperiode.

Opleiding- en ontwikkelingsfondsen, noemen ze zichzelf. Het zijn enorme semi-collectieve potten polderpoen, in privaat bezit, opgebracht door werkgevers en werknemers en via cao-afspraken buiten het zicht van de overheid gehouden. Fondsen gevuld met verplichte schijnbelastingen, waar parlement noch kabinet iets over te zeggen heeft.

De fondsen dienen een nobel doel: het opleiden van werknemers. Maar dit gebeurt vooral binnen de sector zelf. Mensen opleiden voor een beroep buiten de eigen sector, daar hebben de werkgevers natuurlijk geen geld voor ingelegd. Terwijl juist deze omscholing in onze snel veranderende economie belangrijk is.

Vanaf 1 januari krijgt het O&O-fonds voor de Kleinmetaal zelfs geen nieuw geld meer, omdat het niet lukt om een cao af te sluiten. Er worden geen extra technici opgeleid, want de polderbaronnen hebben ruzie. Scholing is te belangrijk om aan de polder over te laten. Nationaliseer de fondsen!

FD

Tax the rich

Rijke mensen moeten meer belasting betalen dan arme. Is er iemand die dat geen goed principe vindt? Misschien dat een puberale libertijn met een Ayn Rand-obsessie bezwaar maakt maar de rest van de mensheid, nu en in het verleden, zal de stelling onderschrijven. Wie rijk is, kan en moet meer bijdragen.

Waarom maken juristen er dan telkens zo’n probleem van? Nu is het weer de Hoge Raad die met veel principiële bombarie strijdt tegen het belasten van vermogen. Eerst was het onredelijk dat de Belastingdienst uitging van een vast rendement van 4%. Deze week bleek ook dat de vervolgens bedachte staffel, waarbij voor grote vermogens van meer rendement wordt uitgegaan, totaal onwettig is. Het zou zelfs in strijd zijn met de mensenrechten!

De overheid gaat nu vast weer door het volgende juridische hoepeltje springen en met veel moeite het werkelijk behaalde rendement vaststellen. Verspilde moeite: belast gewoon het vermogen zelf en niet het rendement. Iedereen snapt dat, want rijke mensen betalen dan meer, of ze nu slim of dom beleggen.

FD

Snel en krachtdadig

U heeft het zich de afgelopen maanden misschien ook weleens afgevraagd: hoe zou Nederland reageren als covid een nog veel ergere ziekte was, of veel sneller om zich heen greep?

Zou het kabinet dan eerder en harder durven ingrijpen? En ook echt preventief, dus zonder eerst te wachten tot vrijwel alle burgers van de ernst overtuigd waren? Zouden de heilige principes die vaccinatiedwang en -drang verbieden, opzij worden geschoven? Werden mondkapjes dan wél overal verplicht en ging iedereen ze echt dragen (ook over de neus, mensen)? Liet iedereen zich direct testen bij het eerste snotje of kuchje? Zouden quarantainemaatregelen gecontroleerd en gehandhaafd worden? En hielden de corona-ontkenners, de volksmenners en de gifmengers dan eindelijk een keer hun mond?

We zullen het binnenkort weten. De omikronvariant is veel besmettelijker en kan veel meer ziekenhuisopnames met zich meebrengen. Ook als de ziekte gemiddeld iets milder zou verlopen, hetgeen overigens nog lang niet zeker is. Het kabinet reageert inderdaad sneller en krachtdadiger op deze nieuwe bedreiging. Dat is mooi. Nu de rest van Nederland nog.

FD

Eindejaarsinterview met mijzelf

Hier een interview met mijzelf, ter ere van het verschijnen van de nieuwe editie van het Eindejaarsfeuilleton.

Hallo meneer Bouman, fijn dat u even tijd voor ons maakt. U schrijft dit jaar weer het Eindejaarsfeuilleton voor het FD. De hoeveelste keer is dat al?
De tiende! Een dubbel lustrum. Het begon in 2011, ik heb ooit een jaar overgeslagen, dus dit wordt feuilleton nummer 10. Tussen kerst en nieuwjaar verschijnt het weer.

Voor de enkeling die het nog niet weet: wat is dat, een Eindejaarsfeuilleton.
Goeie vraag! Het Eindejaarsfeuilleton is een soort verlaat kerstverhaal in delen. Meestal vier of vijf afleveringen. Het speelt in op de actualiteit, maar is – en dat zeg ik er nadrukkelijk bij – een fictieverhaal.

Fictie in de krant, is dat wel een goed idee in tijden van nepnieuws?
Wat een domme vraag! Nepnieuws is fictie dat probeert door te gaan voor waargebeurd. Het is bedoeld om mensen op het verkeerde been te zetten, om hun hoofden te vullen met wanorde en waanzin. Het feuilleton doet precies het tegendeel: het is voor iedereen zonneklaar dat het niet echt gebeurd is, maar tegelijkertijd haalt het juist de sluier van de werkelijkheid af. Het zet mensen op het juiste been en geeft klaarheid in het hoofd.

Okay. Sorry voor de vraag. Zal niet meer gebeuren. Iets anders dan: zit er een bepaalde structuur in de feuilletons?
Geen probleem, zand er over. Ja, een bepaalde structuur zit er zeker in. Het is een soort raamvertelling. In het eerste deel wordt meestal het probleem geschetst en de hoofdpersonen geïntroduceerd. Dan volgen afleveringen die telkens een bepaald aspect aanstippen. Het probleem wordt vaak al erger en de situatie begint te ontsporen. In de laatste aflevering blijkt alles toch anders te gaan dan gedacht – ten goede of ten kwade. En op het eind gaat het sneeuwen, natuurlijk.

Sneeuwen?
Ja, in een goed Eindejaarsfeuilleton moet het in de laatste aflevering gaan sneeuwen. Zo zijn de regels.

In het FD zelf kom ik het woord Eindejaarsfeuilleton trouwens nergens tegen…
Daar kwam ik onlangs ook achter. Ze noemen het daar het FD-feuilleton. Maar als ik het inlever bij de krant schrijf ik er echt altijd Eindejaarsfeuilleton boven. Want dat is het. Er moet ergens een eindredacteur bij de krant zijn, die dat geen goed Nederlands vindt.

Kunnen we de eerdere edities nog ergens teruglezen?
Jazeker. Op fd.nl, als je zoekt op ‘feuilleton’. Maar hier staan ze ook:  https://mathijsbouman.nl/alle-eindejaarfeuilletons/

Er staan ook altijd mooie tekeningen bij.
Van top-illustratoren! Zoals Erik Varenkamp. Erik Kriek en dit jaar Reinout Dijkstra. Het is telkens een feestje om te zien hoe zij het verhaal omzetten in beeld.

Er zijn lezers ook die er helemaal niets aan vinden.
Klopt. Elk jaar krijg ik wel een aantal boze mailtjes met termen als ‘nepnieuws’ en ‘totale onzin’. Sommigen vinden het ‘FD-onwaardig’. Dat laatste klopt natuurlijk en is juist het hele idee.

Er was ook iemand die het gewoon helemaal niet grappig vond.
Ja, pijnlijk. En goed voor te stellen. Als econoom is mijn gevoel voor humor natuurlijk slecht ontwikkeld. Al vroeg in de knop gebroken, door het teveel staren in saaie boeken met wiskundige formules. Men moet het mij maar vergeven. Het feuilleton is mijn jaarlijkse therapie om te verwerken dat ik uiteindelijk toch gewoon een econoom ben geworden. Anderen kopen een motorfiets, ik schrijf een als leuk-bedoeld verhaal.

En vindt u dat zelf niet een beetje sneu… ?
Ik denk dat dit interview wel lang genoeg heeft geduurd. U vindt zelf de deur wel, toch? En pas op, het kan glad zijn. Ik zie dat het is gaan sneeuwen.

journalist en econoom