Nutteloze heffing

Hogere CO₂-belasting? Ja, zegt de econoom, prijsbeleid is hard nodig om de uitstoot van broeikasgassen snel te verminderen en klimaatschade een prijs te geven.

Toch valt er over het kabinetsvoorstel om de CO₂-heffing voor de industrie te verhogen, weinig goeds te zeggen. Deze heffing werkt als een minimumprijs voor het Europese Emissiehandelssysteem (ETS). Komt de ETS-prijs voor een ton CO₂ onder die van de Nederlandse heffing, dan moet onze industrie het verschil bijleggen. Bij verhoging van de heffing is dat straks eerder het geval.

Schiet het klimaat daar iets mee op? Nee, want als onze bedrijven meer moeten betalen, en minder gaan uitstoten, hebben ze ook minder ETS-rechten nodig. Daardoor daalt de prijs ervan en kan de industrie elders in de EU meer uitstoten.

Wat het kabinet ook doet, de CO₂-uitstoot van de Europese industrie staat al vast. Die daalt tot 2030 met 55% ten opzichte van 2005, want zoveel emissierechten zijn er dan nog. Een extra nationale heffing verandert daar niets aan. Het kabinet haalt misschien eerder de eigen, nationale CO₂-doelstelling, maar klimaatbeleid kun je dit niet noemen.

FD

Een beetje Europese groei maakt nog lang geen zomer

Als je niets verwacht, valt alles mee. Dat de economie van het eurogebied in het eerste kwartaal met 0,3% groeide, verdient daarom een ingetogen applausje. Nee, erg snel gaat het herstel niet, maar er was op nog minder groei gerekend. ‘Een goede start’, concludeerde analisten van Morgan Stanley groothartig na de publicatie van de Europese groei.

Overigens: hoeveel de Nederlandse economie in het eerste kwartaal groeide maakt het CBS pas op 15 mei bekend. Onze groei ontbrak dus in het nieuwe cijfer van Eurostat, net als dat van Finland, Portugal, Luxemburg en nog wat landen. Later volgt een completer beeld.

Noord-Zuidverschil
De grootste vier economieën van het eurogebied leverden de getallen wel op tijd aan. De Duitse economie bleef met 0,2% wat achter. Die van Spanje liep met 0,7% juist voor de troepen uit. Zuid wint van Noord en dat is al een aantal kwartalen aan de hand. Sinds begin vorig jaar is de Spaanse economie met 2,4% gegroeid. Het Franse bbp steeg met 1%, het Italiaanse met 0,6%.

En Duitsland? Daar kromp de economie: met 0,3% sinds begin 2023. Als Nederland in de eerste drie maanden van dit jaar de gemiddelde groei van het eurogebied gevolgd heeft, komen wij voor het hele jaar uit op ongeveer 0%. Stilstand.

Het opvallende Noord-Zuidverschil heeft twee oorzaken. Allereerst waren de economieën van Italië en Spanje tijdens corona hard geraakt, en was het herstel na de pandemie minder snel dan in bijvoorbeeld Nederland. Ze hebben dus nog wat in te halen.

Maar belangrijker: de recessie van 2023 kwam door terugval van industriële productie en export. De energiecrisis heeft Europese producenten uit de markt geprijsd. Hun concurrentiepositie is verslechterd en ze werden huiverig om te investeren. Veel bedrijven kampen met grote voorraden, dus bijbestellen wordt uitgesteld. Tel daarbij op dat grootafnemer China het ook wat zuiniger aandeed, en de terugval in Duitsland (industrie) en Nederland (handel) is goed te begrijpen.

Slechte voortekenen
Daar komt niet snel verandering in. Volgens de laatste raming van de Oeso die afgelopen week verscheen, blijven de Duitse investeringen dit jaar dalen met 1,8%. Voor Nederland verwacht de Oeso zelfs 3,3% lagere investeringen. Pas in 2025 zal er in beide landen weer meer geïnvesteerd worden. Er is overcapaciteit en de concurrentiepositie is structureel verslechterd. Ook al zijn de gasprijzen gedaald en subsidieert de Duitse overheid de energie-intensieve industrie gul, de Noord-Europese industrie blijft in recessie.

Dat is ook te zien aan een andere indicator die deze week verscheen: de inkoopmanagersindex. Die is voor de industrie van het eurogebied in april weer wat gedaald, naar 45,7. Als deze index onder de 50 staat, duidt dat op krimp van de industriële productie. Het Duitse cijfer was wel iets gestegen, maar staat met 42,5 nog altijd fors in het rood. Ook in Frankrijk en Italië zijn de voortekenen slecht.

Is er dan helemaal geen goed nieuws? Jawel, de Nederlandse inkoopmanagersindex steeg en belandde voor het eerst in maanden boven de grens van 50. Groei in de Nederlandse industrie lijkt voorzichtig terug te keren. Maar pas als de export weer echt gaat aantrekken kan de vlag uit. De Oeso verwacht dat pas in 2025.

Kickstart
Is dit allemaal niet wat te somber? De werkloosheid is voor het eerst in de geschiedenis van het eurogebied tot onder de 6,5% gezakt, de Europese inflatie is fors gedaald en met een beetje mazzel verlaagt de ECB deze zomer de rente. Daarop vooruitlopend is de euro goedkoper geworden en dat stimuleert de export.

En dan is er nog de Europese consument. Die moppert veel, maar houdt in de winkel toch de moed erin. Consumptiegroei valt keer op keer hoger uit dan verwacht. De lonen stijgen overal in Europa en de koopkracht neemt weer toe. Bovendien staat er nog veel coronaspaargeld op de bank. Volgens de Oeso houden consumenten in het eurogebied meer dan 10% van het besteedbaar inkomen aan als extra spaargeld. Zodra de stemming over de economie wat positiever wordt, zou dat eindelijk weer in omloop kunnen komen.

Zou kunnen. De hoop op een kickstart door besteedlustige consumenten is al zo oud als het eerste coronavaccin. Maar de burger spaarde telkens stug door, zeker die in Nederland. Totdat de industrie opkrabbelt en de wereldhandel echt aantrekt, zet ik mijn geld daarom niet op een snelle Europese opleving.

Lees het volledige artikel: https://fd.nl/politiek/1515676/een-beetje-europese-groei-maakt-nog-lang-geen-zomer

Bewust onhandig

‘Het nadruk leggen op de eigen onhandigheid is niets meer dan het koketteren met een eenzijdig verkommerd en om die reden onbarmhartig persoonlijkheidsbeeld.’ Dat schrijft de Duitser Günther Voss in de inleiding van zijn in 1958 verschenen meesterwerk.

Nee, Voss was geen psycholoog, maar auteur van de Doe-het-zelf omnibus. Een boek vol kennis over timmeren, metselen, elektrotechniek met af en toe een tirade tegen de minachting van werken met de handen. Het heeft niet geholpen. Koketteren met onze onhandigheid doen we nog steeds. Mensen die zich zouden schamen als ze niet konden lezen, vertellen ongegeneerd dat ze ‘twee linkerhanden’ hebben. Klusprogramma’s op tv zijn vervangen door formats waarin bewust onhandige burgers zich laten redden door experts. Wie z’n Ikea-kast niet in elkaar krijgt, doet daar vrolijk verslag van op de socials. Niks kunnen als bewijs van maatschappelijk succes.

Minister Robbert Dijkgraaf wil meer respect voor vakopleidingen en nodigt vwo’ers en havisten uit om een ambacht te leren op het mbo. Prachtig, maar zolang we ‘iets niet kunnen’ veel minder erg vinden dan ‘iets niet weten’ wordt het nooit wat.

FD

Stemmen uit het Zuiden

Behoefte aan een visie op de toekomst van Europa? Kijk dan naar het Zuiden, naar landen als Frankrijk en Italië. Daar durven politici de consequenties voor de EU van de veranderende machtsverhoudingen in de wereld wél openlijk te analyseren en te bespreken.

De Italiaan Mario Draghi ziet Europa op cruciale terreinen de slag verliezen: technologie, defensie, energie, grondstoffen. Alleen door samen te werken kunnen overheden een vuist maken en kunnen bedrijven voldoende schaalgrootte krijgen. Zijn landgenoot Enrico Letta pleit voor uitbreiding van de interne markt om de rol van de EU in de wereld te verdedigen. De markten voor kapitaal, energie en telecom moeten minder nationaal en meer Europees worden. In Frankrijk presenteert Emmanuel Macron zijn ambitieuze Europese agenda, met verdieping van de interne markt en Europese industriepolitiek. Want: ‘Europa kan sterven.’

Monnet, Schuman, Spinelli en Delors — Europese samenwerking werd altijd gedragen door Franse en Italiaanse visionairs. Het Noorden schuift aarzelend mee, en profiteert in de regel het meest. Ook nu weer. Waar blijft het inspirerende Duitse, Zweedse of Nederlandse verhaal?

FD

Pieriks poepzak

Wie wil begrijpen waarom in Nederland de problemen nooit echt worden opgelost, moet het mestdebat van vorige week terugkijken. BBB-woordvoerder en oud-CBS-er Cor Pierik stelt daarin voor om het mestoverschot op te slaan in enorme mestzakken, zodat de veestapel niet hoeft te krimpen. Geen oplossing natuurlijk, maar zo schuiven we het probleem weer mooi voor ons uit.

Ze bestaan echt, die poepzakken van Pierik. Voor een schamele € 16.589,91 koop je al een ‘Flexitank’ voor 400 kuub drijfmest. Het ding is ruim 5 meter breed en 72 meter lang. Daar kun je de jaarproductie van pakweg 15 melkkoeien in opslaan. Straks ligt het hele weiland vol met poepzakken, maar is het mestoverschot geen liter verminderd.

Zo doen we dat hier. Zijn de huizen op? Stop vluchtelingen veel langer in de noodopvang. Te weinig keuringsartsen bij het UWV? Keur alle arbeidsongeschikte 60-plussers dan maar ongezien voor 100% af. Een rampzalig toeslagensysteem? Hervorm niets, maar keer nog meer geld uit. Overbevissing van de Waddenzee? Begin een opvang voor zielige zeehondjes. Dat is de Nederlandse aanpak. Zit je in de piepzak? Koop een poepzak.

FD

Geef de burger iedere Koningsdag zijn zelfgespaarde klimaatcadeau

Het kan, maar wel met veel pijn en moeite. Als Nederland in 2050 klimaatneutraal wil zijn moeten we de transitie enorm versnellen, schreef het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) deze week. Er is zes tot acht keer meer duurzame stroom nodig, tot zes keer meer biogrondstoffen en plasticrecycling moet met een factor twintig omhoog. We moeten CO₂ opslaan, groene waterstof produceren, de landbouw hervormen en duurzame warmte produceren.

Het goede nieuws is dat Nederland 2050 kan halen. Als we het willen, is onze economie in een paar decennia klimaatneutraal, zonder economische krimp. Het slechte nieuws is dat de uitvoering allesbehalve eenvoudig zal zijn.

Gezien die laatste conclusie is het opvallend dat het PBL zo weinig aandacht heeft voor de meest logische route naar minder CO₂: gedragsverandering. Het PBL veronderstelt geen ‘wezenlijke verandering van gedrag en consumptiepatronen.’ In het FD gaf directeur Marko Hekkert toe dat met gedragsverandering de puzzel eenvoudiger wordt. ‘Maar het is de vraag of mensen bereid zijn hun gedrag te veranderen.’

Hier wreekt zich dat ons klimaatbeleid vooral door het PBL wordt geanalyseerd. De economen van het Centraal Planbureau vervullen een bijrol, terwijl het klimaatprobleem een grote economische component heeft. Het gaat over schaarste, marktfalen en gedrag; typisch onderwerpen voor de economische wetenschap.

De consument is namelijk prima te sturen. Mits je het prijsmechanisme aan het werk zet. Met beprijzing van klimaatschade via uitgekiende belastingen en heffingen heb je de consument aan een touwtje. Hoe heftig de burger reageert op prijsprikkels bleek tijdens de gascrisis van 2022. Dure energie deed meer met het gedrag dan veertig jaar overheidscampagnes voor energiebesparing en woningisolatie. Mensen houden niet van belastingen en juist daarom werken ze zo goed. Maar tegelijk zijn klimaatheffingen voor de politiek zo moeilijk in te voeren. Je wint er geen stemmen mee.


Dat laatste komt niet zozeer door de heffing zelf, maar door het gevoel dat de burger er niet direct iets voor terugkrijgt. Daar zit de crux: de overheid kan draagvlak creëren met de opbrengst van klimaatbelastingen. Nu loopt dit soort heffingen meestal gewoon in de algemene middelen en worden zo gebruikt voor collectieve uitgaven. In principe niks mis mee, maar het geeft de burger het gevoel dat de heffingen er alleen maar zijn om de schatkist te vullen. Bovendien: als de consument vanwege de heffing het gedrag verandert (wat de bedoeling is), levert dat een tekort op de begroting. Daardoor is er bij het ministerie van Financiën een intrinsieke weerstand tegen dit soort ‘prikkelbelasting’.

Het geld kan ook geoormerkt worden voor uitgaven aan klimaat. Zoals met de Opslag Duurzame Energie het fonds voor groene energieproductie werd gevuld. Zo’n koppeling maakt de heffing voor de burger logischer. Maar de overheid legt zich wel vast op een bepaalde besteding van belastinggeld. Bovendien blijft het een vorm van subsidiëren van de vervuiler.

Dat geldt ook voor een andere besteding van het geld: de terugsluis. Betalers van de heffing krijgen dan de opbrengst terug via subsidies of lastenverlichting. Goed voor het draagvlak van de heffing, maar inefficiënt. Vervuilers geld geven ziet er nooit goed uit.

Economen weten wel wat je met de opbrengst van klimaatheffingen moet doen: verlaag de inkomstenbelasting. Dan belast je het slechte (uitstoot) meer, en het goede (werken) minder. En de burger ziet dat de heffing er niet is om de schatkist te vullen. Toen in 1996 de Regulerende Energiebelasting werd ingevoerd werd de opbrengst zo gebruikt: de inkomstenbelasting ging met hetzelfde bedrag omlaag. Maar of Nederland dat ook echt zo heeft gevoeld is zeer de vraag.

Deze vorm van teruggeven is wellicht te abstract om voor breed draagvlak te zorgen. Misschien moeten we het veel openlijker doen. Stop alle klimaatheffingen in een nationale pot en geef de opbrengst jaarlijks terug tijdens een groot mediaspektakel. Iedere volwassen Nederlander krijgt een gelijk deel van de pot. Wie groen leefde krijgt zo meer dan hij of zij betaalde, vervuilers eindigen in de min. Doe het op Koningsdag en laat de koning jaarlijks de omvang van het Nationale Klimaatcadeau feestelijk bekendmaken. Hebben we gelijk ook écht iets te vieren op deze vrije dag.

FD

Man brengt ui

Nu ook flitsbezorger Getir Nederland lijkt te gaan verlaten, kunnen we de conclusie trekken over het verdienmodel van snelle boodschappendiensten: dat is er niet. Dat was eigenlijk vanaf het begin al duidelijk. Drie uien en een kratje bier laten bezorgen per koerier kan gewoon niet uit.

Het Britse Zapp zag dat al in 2022 en vertrok. Gorilla’s werd overgenomen door Getir, in de hoop met extra schaal de verliezen te dempen. Straks racen alleen de jongens en meisjes van het Duitse Flink nog over onze trottoirs. ‘Er is misschien ruimte voor één flitsbezorger op de Nederlandse markt’, zeggen hoopvolle retailexperts.

Ik denk het niet. Op een zak chips en een vergeten rol wc-papier valt geen winst te maken. Dus moet je bij Flink voor bezorging in bijvoorbeeld Amsterdam Centrum inmiddels minstens €20 tegelijk bestellen en ook nog €6,49 bezorgkosten afrekenen. Dat haalt de lol van een impulsaankoop voor de snelle trek er wel van af.

Miljarden staken overenthousiaste investeerders in dit doodgeboren businessmodel, dat alleen tijdens een pandemie misschien bestaansrecht heeft. Lachwekkend. Of eigenlijk: om te huilen.

FD

Tulpenmanie

Ze staan er weer prachtig bij, de kleurrijke tulpenvelden rond mijn dorp. Ik geniet ervan. En dankzij de florerende bollenbedrijven eten veel dorpsgenoten een goedbelegde boterham.

Maar het landschap verandert ook. Tuinen met fruitbomen, beschermd door karakteristieke windsingels van elzen, maken plaats voor de ‘reizende bollenkraam’ met vijf jaar grasvlakte en dan één jaar bollenteelt. Blijkbaar levert af en toe tulpen meer op dan ieder jaar peren. Fruittelers maken zich daar zorgen over en liefhebbers van het West-Friese landschap ook.

De opmars van de bollenteelt lijkt niet te stuiten. De afgelopen tien jaar groeide het bollenareaal in Nederland met 21%, meldde het CBS opgewekt in het weekend van de bloemencorso’s. De export steeg zelfs met 30%. Tulpenmanie anno 2024.

Maar onze intensieve landbouw was toch nodig voor de voedselveiligheid? Nederland moet wereldwijd de monden voeden, antwoorden BBB en LTO steevast, als wordt gevraagd of de landbouw misschien iets kan inschikken. Tulpen en lelies kun je niet eten, dus zou dat dan toch een gelegenheidsargument zijn? Een lobbypraatje? Je zou het bijna denken.

FD

Problemen onder de motorkap van de mondiale economie

We kregen de gehoopte zachte landing. Op de extreem hoge inflatie van 2022 volgde geen diepe wereldwijde recessie, met dank aan de stuurmanskunst van centrale banken. En een flinke dosis mazzel. Volgende vraag: kunnen we nu weer soepel opstijgen? Dat valt behoorlijk tegen. Zowel ontwikkelde als opkomende economieën lijken niet naar de oude groeipaden terug te keren. Groei is traag en stroperig en zal de komende jaren niet snel aantrekken.

Dat is de voorspelling van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) in de nieuwste World Economic Outlook. Het eurogebied krabbelt dit en volgend jaar wel wat op en gaat richting een groei van 1,5%. Maar in China, India, Brazilië en Mexico zal de groei twee jaar op rij afnemen. Hetzelfde verwacht het IMF voor landen aan de randen van Europa. De Amerikaanse economie zal volgend jaar ook vaart verliezen. Voor deze teruggang zijn vaak tijdelijke, conjuncturele oorzaken aan te wijzen, zoals de nog altijd hoge rente, hoge grondstofprijzen, aankomende bezuinigingen en problemen in de vastgoedsector.

Maar de wereldeconomie kampt ook met structurele problemen, die de groei op de lange termijn zullen remmen. Het IMF wijdt er een heel hoofdstuk aan en dat is geen plezierig leesvoer. Dat de structurele groei zal afnemen, blijkt uit een overzicht van alle vijfjaarsramingen sinds 1995. Dat jaar werd nog 4,5% groei verwacht (voor 2000). Vlak voor de kredietcrisis was de vijfjaarsverwachting zelfs bijna 5%. Nu blijft de raming voor 2029 steken op 3% mondiale groei.

Zes verschillende, soms samenhangende, oorzaken ziet het IMF voor deze afname. In mijn woorden: het zijn de zes plagen van de wereldeconomie. Aan de eerste plaag is weinig te doen: de beroepsbevolking krimpt in veel landen, en waar die nog stijgt, gaat dat langzamer dan voorheen. Gebrek aan personeel zet een rem op de groei en dat gaat deze eeuw niet meer over. Arbeidsmigratie kan lokaal een tijdelijke oplossing bieden, maar voor de wereld als geheel uiteraard niet.

Nu heb je voor het bestrijden van arbeidstekorten niet per se meer mensen nodig. Het gaat ook als we meer kunnen maken met minder mensen. Helaas lukt dat niet meer zo goed. Dat is de tweede plaag: stagnatie van de productiviteitsgroei. Tussen 2001 en 2008 leidde hogere productiviteit tot ruim 1,5% extra groei van de wereldeconomie. Sinds 2008 was dat gemiddeld nog maar net meer dan een half procent. Een van de oorzaken is dat bedrijven sinds de kredietcrisis minder investeren. De trend van voor die crisis is nooit meer opgepakt (derde plaag).

De trage productiviteitsstijging wordt mede veroorzaakt door wat het IMF ‘misallocatie van arbeid en kapitaal’ noemt (de vierde plaag). Mensen en geld zitten vast in laagproductieve bedrijven en sectoren en stromen niet snel genoeg naar bedrijven en sectoren die wel investeren in productiviteit. Dit probleem is de afgelopen jaren toegenomen. Deels is dat onvermijdelijk, doordat steeds meer mensen in de dienstensector werken, waar de productiviteit in de regel minder snel stijgt. Maar gebrek aan marktwerking en institutionele belemmeringen spelen ook een rol. Zonder deze obstakels zou de productiviteitsstijging de helft hoger zijn geweest, rekende het IMF uit.

Deglobalisering is de vijfde plaag. Het is nog te vroeg voor grote conclusies, maar vooral sinds de Russische inval in Oekraïne lijkt de wereldhandel te fragmenteren. Tussen handelsblokken is de goederenhandel veel sterker afgenomen dan binnen blokken. Vooral bij ‘strategische goederen’ zoals computerchips is dit verschil groot. Fragmentatie kan leiden tot 0,8 procentpunt lagere groei, elk jaar weer. En nog meer als de internationale verspreiding van kennis en technologie erdoor wordt beperkt.

En dan zijn er nog de schulden. Niet prominent genoemd door het IMF, maar ook deze ‘zesde plaag’ drukt de groei op termijn. In de meeste landen nam de staatschuld de afgelopen vijftien jaar sterk toe. Dat kan zorgen voor onzekerheid, hogere rente en noodzakelijke bezuinigingen die de groei remmen. En als de hoge schulden leiden tot een nieuwe financiële crisis, is het leed niet te overzien.

Maar dat laatste gevaar noemt het IMF niet. Misschien dat ze het niet zien, maar ik denk dat ze het rapport al somber genoeg vonden. Ook zonder nieuwe crisis gaat er genoeg mis in de wereldeconomie.

FD

Beton tegen slappe knieën

We storten de gasputten vol met beton. De kranen zijn al dicht in Groningen, maar met zo’n prop erin wordt het vrijwel onmogelijk om ze ooit nog te heropenen. Zo voorkomt het huidige kabinet dat een toekomstig kabinet slappe knieën krijgt – tijdens de volgende energiecrisis, als de aardbevingen zijn vergeten – en de gaskraan weer opendraait.

Politieke besluiten in beton gieten om toekomstige verleidingen te weerstaan, dat zouden we vaker moeten doen. Een Groeifonds met betonprop is minder makkelijk leeg te roven. Spuit beton over de pensioenhervorming, zodat als de rente even stijgt en korten niet meer nodig lijkt, er toch geen weg terug is. Zet mestbeleid vast in beton zodat politici met trekkerangst het niet meer kunnen terugdraaien. Defensieuitgaven in vredestijd, natuurbescherming, pijnlijke klimaatmaatregelen, Europese samenwerking, allemaal kunnen ze wel een stevige laag beton gebruiken.

Natuurlijk, politici die stevig in hun schoenen staan zijn mans genoeg om noodzakelijk beleid vol te houden, ook als het even niet populair is. Al die anderen zijn gebaat bij een flinke prop van gewapend, drukvast beton.

FD