Alle berichten van Mathijs

Geld maakt wel gelukkig

Maak carrière tot je 75.000 dollar (55.000 euro) per jaar verdient. Daarna heeft alle moeite om hoger op te komen geen zin meer. Je wordt er misschien wel rijker van, maar niet gelukkiger.

Dat beweerden twee economen van Princeton in 2010. Later stelden andere onderzoekers het bedrag naar beneden bij: boven 50.000 dollar, gaf extra inkomen al geen extra geluk meer. Deze uitkomsten leken te bevestigen wat de Amerikaanse econoom Richard Easterlin in 1974 al vermoedde: voor wie al enigszins in goede doen is, wordt van meer inkomen niet gelukkiger. Geld maakt niet gelukkig. De Easterlin-paradox was geboren.

Misschien dat extra inkomen even een geluksgevoel geeft. Van het eerste loonstrookje met het hogere bedrag word je blij. Bij het tweede ben je al blasé en weer net zo gelukkig of ongelukkig als voor de opslag.
En wie meer verdient dan zijn buurman, krijgt daar ook een tevreden gevoel van. Mensen meten hun welvaart af aan die van anderen. Van een hoog relatief inkomen word je gelukkig, van een hoog inkomen in absolute termen niet.

Die conclusie had en heeft grote gevolgen voor de economische doelstellingen van een land. Groei van het bruto binnenlands product zorgt maar even voor een tevreden bevolking. Zodra iedereen gewend is, zijn we weer terug bij af. De mensheid als geheel wordt er niet gelukkiger van. Steeds meer groei nastreven heeft geen zin.

De ‘economie van het genoeg’ is veel zinvoller dan de eeuwig groeiende economie die bij het kapitalistische systeem hoort. Geen wonder dat de Easterlin-paradox vooral door politiek links enthousiast werd omarmd.

Maar klopt de bewering wel? Maakt relatief inkomen gelukkig, en absoluut inkomen niet? Drie economen van de universiteiten van Pennsylvania en Michigan zette alle gegevens nog eens op een rij. In een onlangs verschenen onderzoek komen ze tot een duidelijke conclusie: de paradox van Easterlin bestaat niet.

Rijk is gelukkiger dan arm, en rijker is nog gelukkiger. Rijkst is het allergelukkigst. Er is geen niveau waarbij extra geld niet gelukkiger meer maakt. Ook boven de halve ton maakt meer inkomen je langdurig blij. En het maakt daarbij niet uit wat de buurman verdient.

De onderzoekers bekeken welk geluksniveau inwoners van arme en rijke landen rapporteren. Als Easterlin gelijk had, zou er niet zoveel verschil moeten zijn, zolang er binnen de landen maar ongeveer dezelfde relatieve inkomensverschillen zijn.

Maar de werkelijkheid is veel simpeler: in rijke landen voelen de inwoners zich gelukkiger. In arme landen voelen zij zich ellendig.

Er is bovendien geen bewijs dat naarmate landen rijker worden de invloed van geld op geluk afneemt. Tien procent meer inkomen in een arm land levert ongeveer dezelfde gelukswinst op als in een rijk land.

Hetzelfde geldt voor arme en rijke mensen binnen hetzelfde land: tevredenheid met het leven neemt toe naarmate een inwoner rijker is. Dat verband stopt niet als een bepaald inkomensniveau is bereikt. Stinkend rijke inwoners zijn gemiddeld gelukkiger dan ‘gewoon’ rijke inwoners.

De onderzoekers schrijven: “We zien niets dat wijst op verzadiging. Net als bij de vergelijking tussen landen, is er bij het verband tussen welbehagen en inkomen geen teken van afvlakking bij hogere inkomens.”

Ten slotte bekijken de economen wat er gebeurt als het inkomen stijgt over een langere periode. Zorgt economische groei voor een gelukkigere bevolking?

Jazeker, is de conclusie. In de meeste landen worden de inwoners gelukkiger naarmate het inkomen stijgt. En alweer is er geen teken van afzwakking van dat effect bij hogere inkomen.

Ook voor Nederland vinden ze een duidelijke positieve relatie. Net als bij zeven andere onderzochte Europese landen. Alleen in België lijkt er geen verband te zijn: het land wordt rijker, maar de bevolking niet gelukkiger.

Voorzichtig geformuleerd moet de conclusie daarom luiden: Geld maakt gelukkig. Behalve in België.

(verscheen eerder bij Z24)

Maximale werkloosheid

Econoom Paul Tang wil lijsttrekker worden voor de PvdA bij de komende Europese verkiezingen. Hij voert campagne met een opvallend voorstel.

Behalve inflatie van maximaal 2% en een begrotingstekort minder dan 3%, zou er nog een streefpercentage in Europa moeten gelden: werkloosheid van minder dan 7%.

Europese politici moeten daar op mikken, en ook de Europese Centrale Bank zou de werkloosheid onder de 7% moeten houden, zo schreef de econoom vorige week op deze pagina.

Goed hoor, een econoom die bereid is het politieke handwerk te beoefenen. En ook mooi dat Tang geen campagne voert voor meer of juist minder Europa, maar strijdt voor een echt inhoudelijk beleidspunt. Wát Europa moet doen, is immers interessanter dan hoeveel Europa moet doen.

Tot zover mijn bijval voor — ik zeg het er maar bij — mijn oud-collega Tang. Moet de ECB een expliciet werkloosheidsdoel formuleren? Nee, dat lijkt me onnodig. En onzinnig. En onverstandig.

Onnodig, omdat de ECB zich nu ook al moet richten op werkgelegenheid. In Artikel 127 van het EU-verdrag staat dat de ECB ‘onverminderd het doel van prijsstabiliteit’ moet helpen om de doelstellingen van de EU te verwezenlijken. Die doelstellingen staan in Artikel 3. Een daarvan luidt: een economie die gericht is op volledige werkgelegenheid.

De ECB mag en moet nu dus al tegen werkloosheid strijden, mits de inflatie niet te hoog is. De volgorde is: eerst de inflatie bestrijden, dan de werkloosheid. Wat dus niet mag, is de inflatie ver laten oplopen, in de hoop dat tegelijkertijd de werkloosheid daalt. Maar wie wil dat?

Een exact streefpercentage voor de werkloosheid staat, anders dan voor inflatie, niet in de taakomschrijving van de centrale bank. Maar dat zou ook onzinnig zijn. Met een inflatieplafond van 2% stuurt de ECB de verwachtingen van burgers en bedrijven. Als iedereen 2% inflatie verwacht, blijven de looneisen en prijsverhogingen automatisch binnen de perken.

Van een expliciet werkloosheidsdoel gaat niet zo’n direct effect uit. Niemand krijgt een baan omdat de ECB 7% werkloosheid de limiet vindt.

Ten slotte is het onverstandig. Een centrale bank kan helemaal niet zoveel doen aan werkloosheidsbestrijding. Men kan de rente laag houden in de hoop dat bedrijven investeren en beurskoersen stijgen. Of staatsschuld opkopen zodat de overheid goedkoop kan lenen. Maar of de werkloosheid daardoor stijgt is nog maar de vraag. Zeker als de ECB zich tegelijkertijd moet richten op de hoge werkloosheid in Spanje en de lage werkloosheid in Duitsland. Dergelijk beleid kan ook zorgen voor nieuwe zeepbellen en vervolgens nieuwe financiële crises. Het zou niet voor het eerst zijn dat goede monetaire bedoelingen leiden tot een economische ramp.

(FD)

Wat? Nieuw ECB-gebouw in top 10 duurste gebouwen ooit!

Deze week dronken de centrale bankiers pannenbier, want de het hoogste punt van de bouw werd bereikt. Een mooie gelegenheid voor de ECB om er een enthousiast persberichtje uit te gooien: “Met het nieuwe gebouw krijgt de ECB een modern en functioneel hoofdkwartier, en ik hoop dat de inwoners van Frankfurt en daarbuiten het als een verrijking van de skyline van Frankfurt en het Europese landschap zullen beschouwen.”

In de laatste alinea vermeldt het persbericht terloops dat het gebouw wel iets duurder wordt dan gedacht. Prijsstijgingen zorgen voor een tegenvaller van 200 miljoen euro, bovenop de 850 miljoen die het gebouw zou kosten. En door wat bouwblunders (te zwakke fundering, slechte staalconstructie) komt er mogelijk nog 150 miljoen bij.

Daarmee komen de totale bouwkosten uit op pakweg 1,2 miljard euro. Dat is niet mis. Ter vergelijking: de in 2010 opgeleverde Maastoren in Rotterdam, met 161 meter het hoogste gebouw van Nederland werd gebouwd voor 69 miljoen. Dat is een factor 17 minder voor een gebouw met ruim half zoveel vloeroppervlak als het nieuwe ECB hoofdkantoor.

De website The Richest People, maakte onlangs een lijst met de 10 duurste gebouwen ter wereld. Op de eerste plaatst staat het Londense The Shard, dat omgerekend 3,9 miljard dollar kostte. Het ECB-gebouw staat nog niet op de ranglijst, maar zou binnenkomen op een gedeelde zesde plaats. Met een bouwprijs van omgerekend 1,5 miljard dollar is het net zo duur als de allerhoogste wolkenkrabber ter wereld, de Burj Khalifa in Dubai.

Sommige economen vinden dat de overheid en centrale bank tijdens een recessie flink de portemonnee moeten trekken om de economie aan te zwengelen. De ECB neemt dat advies wel erg enthousiast over.

imgres

Het nieuwe ECB hoofdkantoor. Meer foto’s (en video) hier.

PvdA verdedigt afschaffen arbeidskorting voor ondernemers

Op twee in mijn lijstje met Domste Plannen van deze Verkiezingen, staat het PvdA-plan om de arbeidskorting voor ondernemers af te schaffen (en voor werknemers juist te verhogen). 

Volgens mij een dom plan, dat bovendien niet in het Verkiezingsprogramma te vinden is, maar wel in de doorrekening van de PvdA-plannen door het CPB.

De partij zelf vindt het – uiteraard – een prima voorstel. Fiscaal woordvoerder van de PvdA Ed Groot mailde mij de volgende reactie:

PvdA trots op echte ondernemers

Terwijl de VVD de lasten voor ondernemers verhoogt met een half miljard, blijft de lastenstijging bij de PvdA beperkt tot ¼ miljard euro. Voor kleinere bedrijven dalen de lasten aanzienlijk. Dat komt vooral omdat we 1,1 miljard vrijmaken voor een fiscale eigen vermogensbijtelling. Daar profiteert juist het mkb van en het stimuleert de investeringen. 

En inderdaad, we bouwen ook de arbeidskorting voor ondernemers langzaam af. Het verschil in belastingdruk tussen zelfstandigen en werknemers is namelijk zo groot geworden dat -ook volgens het Centraal Planbureau- een ongezonde trend naar fiscaal gedreven (schijn) zelfstandigheid gaande is. Dat is slecht voor de welvaart en het is oneerlijk ten opzichte van werknemers die steeds meer belasting moeten betalen. Want de schatkist moet toch gevuld.

Ondernemers houden gewoon de mkb-winstvrijstelling en de zelfstandigenaftrek en ze hebben ook meer aftrekposten dan werknemers. Zelfstandigen blijven ook bij de PvdA veel minder belasting betalen dan werknemers. Dat is terecht, want risico moet worden beloond. 

Ed Groot, fiscaal woordvoerder PvdA

 

Verkoop ABN Amro, maar doe het zonder Goldman Sachs

Schermafbeelding 2014-04-21 om 15.02.24

Als alles loopt zoals Dijsselbloem verwacht, gaat staatsbank ABN Amro in 2015 naar de beurs. In drie stappen van verkoopt de Staat telkens een derde van de aandelen.

De overheid krijgt een deel van het geld terug dat in 2008 werd uitgegeven om het Nederlandse financiële stelsel te redden. En ABN wordt weer een marktpartij die kan concurreren met andere banken. Wie weet gaat dan ook de winstopslag op de Nederlandse hypotheekrente  wat omlaag. Maar dat zal we teveel gevraagd zijn.

Financiën denkt dat ABN 15 miljard euro waard kan zijn op de beurs. Het komende jaar zal de bank besteden om zich mooi te maken voor de markt en de beursgang voor te bereiden.

Bij dat laatste zal ongetwijfeld weer de hulp in worden geroepen van de grote zakenbanken. Goldman Sachs, Morgan Stanley, JP Morgan Chase, Citi, UBS, Deutsche Bank, Barclays en al die andere investment banks zullen zich verdringen aan deze rijkst gevulde trog van het jaar.

Niet alleen zijn ze uit op de geweldige commissie van pakweg 7 procent van de aandelenwaarde. Ze azen vooral op de voorkeurspositie die ze hun eigen klanten kunnen bieden. Grote klanten van de investeringsbanken krijgen voorrang en belonen de zakenbank vervolgens met extra klandizie en klantentrouw. (Hier een mooi inkijkje in de IPO van eToys in 1999)

Waarom zou de Nederlandse staat aan dat spelletje meedoen, en geld uitdelen aan de banken die mede oorzaak waren van de crisis die ABN Amro in 2008 omver trok? Laat het Agentschap van Financiën de beursgang begeleiden en zorg dat iedereen mee kan doen.

Maak er bijvoorbeeld een ‘Dutch Auction’ van, in een openbare IPO, of ‘OpenIPO’. Iedereen mag mee bieden. De hoogste bieder wint. We beginnen bij 100 euro per aandeel en laten de prijs dalen totdat alle aandelen zijn verkocht. (lees hier meer over de OpenIPO )

Bij de beursgang van Google in 2004 werden de aandelen – tot woede van Wall Street – ook openbaar geveild (al was het veilingsysteem wel gebouwd door Morgan Stanley en Credit Suisse, die de underwriters van de IPO waren).

ABN Amro heeft ruim een jaar om zich voor te bereiden op de beursgang. Financiën heeft een jaar om een openbare, eerlijke, efficiënte en goedkope beursgang te organiseren. Moet lukken.

Iedereen een vaste baan

Fantastisch nieuws voor alle flexwerkers: vanaf 2015 hoeft u het niet meer te pikken. Stelt uw werkgever na die datum een derde tijdelijk jaarcontract voor? Dan kunt u straks met de wet in de hand keihard weigeren te tekenen.

‘Een derde contract?’ roept u verontwaardigd. ‘Werkgever, hoe haal je het in je hoofd? Weet je niet dat de minister van Sociale Zaken drie tijdelijke contracten op rij verboden heeft? In naam van de minister eis ik een vast contract!’

De werkgever slaat zijn ogen neer en weet dat hij helemaal fout zit.

Zekerheid
Schuldbewust verscheurt hij het tijdelijke contract. Hij loopt terug naar zijn kantoor en print een nieuw arbeidscontract uit, ditmaal voor onbepaalde tijd. U zet uw handtekening en u bent aangenomen. Voor altijd.

Allemaal dankzij minister Asscher en zijn Wet Werk en Zekerheid die sinds deze week bij de Raad van State ligt. De wet verbiedt drie tijdelijke contracten op rij. Volgens Asscher zijn er te grote verschillen ontstaan tussen flexwerkers en werknemers met een vaste baan. Flexwerkers moeten eerder de zekerheid van een vast contract krijgen; niet na drie, maar al na twee tijdelijke contracten.

Vast contract
Flexwerkend Nederland is uiteraard dolblij met die nieuwe zekerheid. Klein puntje van zorg is misschien dat niet bij voorbaat voor 100% zeker is dat de flexwerker na twee jaar ook echt een vast contract krijgt aangeboden. Dat mogen werkgevers in theorie nog altijd zelf weten.

Een werkgever zou in principe ook kunnen besluiten om de flexwerker na twee jaar geen vast contract aan te bieden, maar te vervangen door een andere flexwerker, die na twee jaar ook weer zijn biezen mag pakken. Als werkgevers daartoe massaal besluiten, zou de nieuwe wet de positie van de flexwerker juist verslechteren en diens kansen op de arbeidsmarkt flink doen afnemen.

Rechtspositie
Maar dat is wel erg negatief gedacht. De minister heeft het in een persbericht over verbetering van de rechtspositie van flexwerkers en over flexwerkers die eerder aanspraak kunnen maken op een vast arbeidscontract. Als de nieuwe wet in de praktijk zou betekenen dat flexwerkers voortaan na twee in plaats van drie contracten op straat komen te staan, zou minister Asscher dat heus niet zo opschrijven

Nee, er zit ongetwijfeld nog een slimmigheidje in de nieuwe wet, dat zal bewerkstelligen dat alle werkgevers hun flexwerkers straks blijmoedig na twee tijdelijke contracten een vast contract zullen aanbieden. Een regeltje waarmee de natuurlijke reactie van naar flexibiliteit smachtende ondernemers subiet wordt uitgeschakeld, waarmee de noodzaak voor bedrijven om snel op veranderingen in te kunnen spelen, permanent wordt onderdrukt en de autonome trend van steeds vluchtigere arbeidsrelaties wordt gekeerd.

Flexwerkers hoeven zich absoluut nergens zorgen om te maken.

(verscheen eerder hier)

TU Shell of Royal Dutch Delft

Hij is Nederlander, hij is ingenieur en hij studeerde aan de TU Delft. Hoe Shell wil je het hebben? Ben van Beurden wordt per 1 januari 2014 de nieuwe CEO van Royal Dutch Shell. Hij is de zesde Delftse topman, zo blijkt uit een uurtje googlen.

De eerste directeur Jean Baptiste August Kessler studeerde al aan de Polytechnische School in Delft, zoals de Technische Universiteit toen heette. Hij maakte de opleiding overigens niet af, want vertrok op z’n 23ste naar Nederlands Indië om de Koninklijke Maatschappij tot exploitatie van Petroleumbronnen in Nederlandsch-Indië te stichten.

Van zijn dertien opvolgers studeerden er vijf in Delft. (Alleen van chemisch ingenieur J.E.F. de Kok, die Shell tussen 1936 en 1947 leidde, weet ik dat niet zeker, maar het is zeer waarschijnlijk dat hij in Delft studeerde)

Van de elf Nederlandse topmannen die het bedrijf had (en straks krijgt), studeerden er slechts vijf niet in Delft.

  • Ben van Beurden (2014 – …), Chemisch ingenieur, TU Delft
  • Peter Voser (2009-2014), Bedrijfskundige, Hogeschool Zürich
  • Jeroen van der Veer (2004-2009), Werktuigbouwkundige, TU Delft
  • Phil Watts (2001-2004), Geofysicus, Leeds University
  • Mark Moody-Stuart (1997-2001), Geoloog, Cambridge
  • Cor Herkströter (1992-1997), Econoom, Erasmus Universiteit
  • Lodewijk van Wachem (1982-1992), TU Delft
  • Dirk de Bruyne (1977-1982), Econoom (waar?)
  • Gerrit Wagner (1971-1977), Jurist (waar?)
  • John Hugo Loudon (1951-1965), Jurist, Universiteit Utrecht
  • Jean Baptiste August Kessler jr (1947-1949), Electrotechniek, TU Delft
  • J.E.F. de Kok (1936-1947), Chemisch ingenieur, TU Delft*
  • Henri Deterding (1901-1936), Bankier, HBS
  • Jean Baptiste August Kessler (1890-1901), TU Delft (niet afgemaakt)

(NB: Delft heet pas sinds 1986 ‘Technische Universiteit’. Daarvoor was het ‘Technische Hogeschool’. Voor 1905 was het ‘Polytechnische School’. Meer geschiedenis hier)

*UPDATE: Jazeker, ook J.E.F. de Kok studeerde aan de TU Delft. Dat meldt Karen Collet van de Technische Universiteit. Hij studeerde af in 1908 aan wat toen nog de Polytechnische School heette.

(Er was een flinke zoektocht nodig om de bevestiging van mijn vermoeden te vinden. Uiteindelijk vond Jeroen Leuven, de secretaris van het Technologisch Gezelschap, de studievereniging van de TU, J.E.F. Kok terug in het eeuwboek van het gezelschap. Allen bedankt voor de hulp!)

Verkoop ABN Amro, maar doe het zonder Goldman Sachs

6a0120a6abcc4f970c01901ef7428f970bAls alles loopt zoals Dijsselbloem verwacht, gaat staatsbank ABN Amro in 2015 naar de beurs. In drie stappen van verkoopt de Staat telkens een derde van de aandelen.

De overheid krijgt een deel van het geld terug dat in 2008 werd uitgegeven om het Nederlandse financiële stelsel te redden. En ABN wordt weer een marktpartij die kan concurreren met andere banken. Wie weet gaat dan ook de winstopslag op de Nederlandse hypotheekrente  wat omlaag. Maar dat zal we teveel gevraagd zijn.

Financiën denkt dat ABN 15 miljard euro waard kan zijn op de beurs. Het komende jaar zal de bank besteden om zich mooi te maken voor de markt en de beursgang voor te bereiden.

Bij dat laatste zal ongetwijfeld weer de hulp in worden geroepen van de grote zakenbanken. Goldman Sachs, Morgan Stanley, JP Morgan Chase, Citi, UBS, Deutsche Bank, Barclays en al die andere investment banks zullen zich verdringen aan deze rijkst gevulde trog van het jaar.

Niet alleen zijn ze uit op de geweldige commissie van pakweg 7 procent van de aandelenwaarde. Ze azen vooral op de voorkeurspositie die ze hun eigen klanten kunnen bieden. Grote klanten van de investeringsbanken krijgen voorrang en belonen de zakenbank vervolgens met extra klandizie en klantentrouw. (Hier een mooi inkijkje in de IPO van eToys in 1999)

Waarom zou de Nederlandse staat aan dat spelletje meedoen, en geld uitdelen aan de banken die mede oorzaak waren van de crisis die ABN Amro in 2008 omver trok? Laat het Agentschap van Financiën de beursgang begeleiden en zorg dat iedereen mee kan doen.

Maak er bijvoorbeeld een ‘Dutch Auction’ van, in een openbare IPO, of ‘OpenIPO’. Iedereen mag mee bieden. De hoogste bieder wint. We beginnen bij 100 euro per aandeel en laten de prijs dalen totdat alle aandelen zijn verkocht. (lees hier meer over de OpenIPO )

Bij de beursgang van Google in 2004 werden de aandelen – tot woede van Wall Street – ook openbaar geveild (al was het veilingsysteem wel gebouwd door Morgan Stanley en Credit Suisse, die de underwriters van de IPO waren).

ABN Amro heeft ruim een jaar om zich voor te bereiden op de beursgang. Financiën heeft een jaar om een openbare, eerlijke, efficiënte en goedkope beursgang te organiseren. Moet lukken.

Alle banken naar de beurs!

(Verscheen in FD woensdag 28 augustus 2013)

Vandaag precies vijf jaar geleden sloot de Amerikaanse beursindex S&P500 voor het laatst dat jaar boven de 1300 punten. Daarna zette de daling in. In maart 2009 stond de beursindex op 696. Het zou tot februari 2011 duren voordat de S&P weer boven de 1300 punten sloot. Dit soort historische feitjes zult u de komende maanden vaak zien langskomen.

Het is een half decennium geleden dat de financiële crisis in alle hevigheid losbrak. Ongetwijfeld werken alle economieredacties van kranten en andere nieuwsmedia aan verhalen over dit eerste lustrum van de kredietcrisis.

Inmiddels staat de S&P-index ruim boven de 1600. Op Wall Street is de crisis al lang voorbij. Amsterdam is nog niet helemaal boven Jan. Vijf jaar geleden sloot de AEX-index op 411 punten. Daar zitten we nu nog zo’n 10% onder.

Maar ook in Nederland is het beursklimaat inmiddels dusdanig hersteld, dat minister Jeroen Dijsselbloem van Financiën durft te speculeren op een terugkeer van ABN Amro naar de beurs. De bank kan op termijn terug naar de markt, stelde de minister afgelopen vrijdag zelfverzekerd.

Dat is goed nieuws. Niet alleen omdat we dan eindelijk weten hoe groot het onvermijdelijke verlies op deze aankoop door de Staat is. Maar vooral omdat er blijkbaar weer beleggers zijn die willen inschrijven op nieuwe bankaandelen.

Als dat echt zo is, moet er in alle hoofdkantoren van Europese banken een bel rinkelen. De markt is weer open! We kunnen eindelijk ons eigen vermogen aanvullen. Geef direct nieuwe aandelen uit! Desnoods tegen afbraakprijzen!

Banken moeten hun buffers versterken, liefst met risicodragend eigen vermogen. Aandelen dus. Alleen dan wordt de schuldenhefboom van de bank korter. En alleen dan kan het pijnlijke proces van afboeken van slechte leningen beginnen. Het gezond maken van de Europese (en dus ook Nederlandse) banken begint met het uitgeven van nieuwe aandelen.

Nee, de banken zelf zijn daar bepaald geen voorstander van. Met de impliciete belofte van de overheid op zak, dat ze als het mis gaat altijd worden gered, hebben ze een kunstmatige voorkeur voor vreemd vermogen. Met schuldeisers hoef je de winst immers niet te delen. Of je bonus.

Eigen vermogen hebben banken in theorie genoeg, want als de bank failliet gaat worden alle belastingbetalers automatisch aandeelhouder.

We zullen ze het eigen vermogen dus moeten opdringen, via een slimme combinatie van strenge kapitaal- en hefboomeisen. Uit de kabinetsvisie op de banken die minister Dijsselbloem samen met de ABN Amro-plannen naar de Tweede Kamer stuurde, valt op te maken dat hij zoiets van plan is. Mooi. Nu maar hopen dat we het voor het tweede lustrum van de financiële crisis op orde hebben.

Vals alarm over flexwerk

De omvang van de flexibele schil groeit. De doorstroom van flexibel naar vast werk stagneert. Het inkomen van flexwerkers is iets lager, ze zijn iets minder gezond en ze doen een groter beroep op de sociale zekerheid.

Dit is het sombere plaatje dat Lodewijk Asscher deze week in een brief aan de Tweede Kamer schetst. De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid vindt het tijd voor actie en wil voorkomen dat flexibele arbeid verwordt tot een goedkoop alternatief voor de vaste baan. Werknemers krijgen daarom voortaan na twee jaar aanspraak op een vast contract, schrijft Asscher. Nu is dat nog drie jaar.

Verderop zal ik uitleggen waarom dat een beroerde oplossing is. Eerst de feiten.

Niet alarmerend
Asschers sombere beschrijving is gebaseerd op een grootschalig onderzoek dat Stichting Economisch Onderzoek (SEO) uitvoerde naar de sociaaleconomische situatie van flexibele werknemers.

Vreemd genoeg is de conclusie van de het rapport helemaal niet alarmerend. Er zijn nu inderdaad meer flexbanen dan aan het begin van de eeuw en er stromen minder flexwerkers door naar een vaste baan. Maar die doorstroom wordt vooral beperkt door de crisis.

Huishoudinkomen
Dat de kans op vast werk is afgenomen komt, zo schrijven de onderzoekers, voor een groot deel door de zwakke conjunctuur van de laatste jaren. Daar kan Asscher met zijn beleid weinig aan doen.

Bovendien blijkt uit het rapport dat het de meeste flexwerkers goed gaat. Ik citeer letterlijk, zodat u de conclusie kunt vergelijken met die van Asscher hierboven: Voor de meeste van deze werknemers (met een flexibele baan) is dat sociaaleconomisch geen probleem. Hun huishoudinkomen is nauwelijks lager dan dat van vaste werknemers en er wordt door flexibele werknemers en hun werkgevers minstens zoveel geïnvesteerd in post-initiële scholing.

Vaste baan
Ook met die mindere gezondheid die Asscher noemt, blijkt het wel mee te vallen.

Langdurige flexwerkers hebben 17,5% kans op gezondheidsproblemen, voor vaste werknemers is dat 16,6%. Een klein verschil, dat volgens de onderzoekers ook veroorzaakt kan worden doordat mensen met een zwakke gezondheid minder snel vast werk krijgen aangeboden.

Zijn er dan helemaal geen problemen? Jawel, voor oudere, allochtone, laagopgeleide flexwerkers is de kans op een vaste baan aanzienlijk lager dan gemiddeld. Een derde van hen belandt uiteindelijk langdurig in de WW en bijstand.

Op deze mensen zou het beleid zich moeten richten. Maar aan Asschers voorgenomen verbod op meer dan twee jaar flexwerk hebben zij niets. Oude allochtone flexwerkers zonder opleiding worden straks gewoon na twee jaar, in plaats van na drie jaar, ontslagen. Van de regen in de drup.