Alle berichten van Mathijs

Rutte IV geeft kus des doods aan Europese begrotingsregels

(eerder in FD)

Je kunt veel zeggen, maar Rutte levert wat hij heeft beloofd. Zijn nieuwe kabinet overschrijdt de Europese begrotingsregels in 2025, precies zoals de VVD voor de verkiezingen aankondigde. En ook het Hoekstra is een man van zijn woord. De demissionair minister doet wat in het CDA-verkiezingsprogramma stond, en laat de Nederlandse staatsschuld oplopen tot boven de Stabiliteitspactgrens van 60%.

Dat stond natuurlijk niet precies zo in het programma. En ook Rutte sprak de VVD-belofte nooit letterlijk uit. Maar toen het Centraal Planbureau in maart 2021 met de doorrekening van de verkiezingsprogramma’s kwam, bleek dat beide conservatieve partijen, Nederland zoveel extra uitgaven en extra lastenverlichting in het vooruitzicht stelde, dat de overheidsschuld in 2025 boven de 61% uit zou komen.

De twee andere partijen in de nieuwe (en oude) coalitie bleven wel onder de grens. D66 en de ChristenUnie (CU) kwamen uit op een ‘EMU-schuld’, zoals het in het Brusselse jargon heet, van ruim 59%. Het nieuwe kabinet heeft daar een fraai compromis van 60,4% van gemaakt. Niet zo hoog als VVD en CDA, maar in principe wel tegen de Europese regels.

Als er toch een kabinet met de linkse partijen was ontstaan, dan ‘net boven de 60%’ trouwens geen goed compromis geweest. Bij GroenLinks en vooral bij de PvdA bleef de staatsschuld daar een stuk onder. Dat ging wel gepaard met forse lastenverzwaringen.

Opvallend genoeg speelde de te hoge schuld van de voorheen zo zuinige partijen, tijdens de verkiezingscampagnes geen grote rol. Dat kwam waarschijnlijk omdat we begin 2021 nog dachten dat stijging van de staatsschuld in coronatijd onvermijdelijk was. Het ‘basispad’, dat wil zeggen, de beleidsloze variant waar het CPB de verkiezingsplannen tegen af zet, ging ook uit van oplopende schuld. In 2025 zou die automatisch al bijna op 60% staan. Dan is het niet zo erg als je daar net even overheen schiet.

Maar inmiddels weten we beter: 2021 was een jaar van onverwacht sterk economisch herstel. Toen het CPB op Prinsjesdag een nieuwe prognose maakte, was de verwachte schuldstijging al omgeslagen in een daling. Door de snelle bbp-groei zou de schuldquote in 2025 zelfs onder de 55% uitkomen. Met het simpelweg uitvoeren van het CDA- of VVD-programma, eventueel wat afgezwakt door compromissen met D66 en de CU, zou de schuld dus nooit zo ver meer kunnen oplopen.

Nee, dat we toch boven de 60% uit lijken te komen, komt vooral omdat Rutte 4 nog guller wil zijn dan voor de verkiezingen werd aangekondigd. Vrijwel de hele meevaller van het economisch herstel wordt in deze kabinetsperiode uitgegeven. Dat is goed te zien aan het begrotingstekort. Rutte 4 stevent af op een tekort van 2,5%. Geen enkel verkiezingsprogramma kwam daar op uit. Het oude basispad lag ook een stuk lager, en de Prinsjesdagcijfers uiteraard ook. Met Rutte 4 komen er meer uitgaven en lastenverlichting dan iemand in maart had kunnen verwachten. Geen ander kabinet deze eeuw was zo expansief. Sinterklaas bestaat en hij heet Mark Rutte.

Is dat onverantwoord? Niet volgens de kapitaalmarkt. Zolang de rente extreem laag is, zijn grote extra uitgaven voor klimaat, stikstof en wonen al snel rendabel. Maar de timing van de enorme bestedingsimpuls is wel ongelukkig: de economische groei ligt nu al boven de maximumsnelheid. Met nog meer gas geven trekken we mogelijk het asfalt kapot, of blazen we de motor op. Rutte 4 had er ook voor kunnen kiezen om de extra uitgaven aan de belangrijke beleidsdossiers te dekken met extra inkomsten. Dus meer CO2-belastingen in plaats van klimaatsubsidies. Hogere belastingen in ruil voor extra woningbouw. Dat is eigenlijk zoals GroenLinks en PvdA het wilden doen.

Het belangrijkste directe gevolg van het loslaten van de begrotingsdiscipline, is dat Nederland een andere toon zal moeten aanslaan in Brussel. Je kunt niet meer lid zijn van de ‘vrekkige-vier’ (of hoeveel daar ook van over zijn) terwijl je zelf in goede tijden de schuldnorm overschrijdt en weigert te streven naar begrotingsevenwicht.

Vorige week nog publiceerde het Ministerie van Financiën een bespiegeling over de hervorming van het Stabiliteitspact, waar in Brussel over wordt gepraat. Het staat vol met strenge zinnen over ‘versterking van de begrotingsdiscipline’ en ‘verbetering van de handhaving’. De nieuwe minister van Financiën heeft straks op het eigen ministerie heel wat uit te leggen.

 

De meevaller van 2021: hoogste economische groei van deze eeuw?

De decemberraming van vorig jaar was een novemberraming. Het Centraal Planbureau kwam wat eerder met de traditionele vierde prognose voor de economie, omdat Nederland dat najaar toch weer in een nieuwe coronagolf was beland. De economische groei zou daardoor in 2021 wat lager uitkomen, op 2,8%, dacht het CPB. Maar als ook in dat jaar steeds lockdowns nodig waren, kon dat zelfs ruim een half procent krimp worden.

Inmiddels weten we dat die lockdowns inderdaad ook in 2021 nodig waren. Winkels moesten dicht en er kwam zelfs even een avondklok. Nu, aan het einde van weer een coronajaar, zijn opnieuw maatregelen nodig. Maar hoewel het coronanieuws telkens tegenviel, zat het economisch juist mee. In plaats van krimp kregen we uitbundige groei. De economie leek minder vatbaar voor het virus. Dit jaar zal het bruto binnenlands product met 3,9% groeien, voorspelde het Planbureau op Prinsjesdag.

Zit er misschien nog meer in het vat? Dat zou goed kunnen, want in het derde kwartaal groeide de economie weer harder dan gedacht. Komt de groei voor heel 2021 straks misschien zelfs boven de 4% uit? Wie voor antwoord op die vraag smachtend uitkijkt naar de vierde raming van het CPB, die zal teleurgesteld worden. Want dit jaar komt er geen decemberraming. En ook geen novemberraming.

Het CPB heeft de vierde prognose geschrapt, zo viel begin dit jaar al uit het Werkprogramma van het Planbureau op te maken. Men wil zo meer ‘ruimte creëren voor modelontwikkeling en onderzoek’. Voortaan dus maar drie prognoses per jaar. Of zelfs twee, als ook de juniraming wordt geschrapt.

Nou speelde de decemberraming niet echt een rol in de begrotingsvoorbereiding van de regering, dus we kunnen waarschijnlijk wel zonder. Maar dit jaar is het toch jammer: we hadden, te midden van alle slechte berichten over stijgende besmettingen en afgeschaalde zorg, wel wat positief economisch nieuws over nog hogere groei in 2021 kunnen gebruiken.

Als het CPB het niet doet, moeten we zelf maar gaan rekenen. Gelukkig is dat niet al te ingewikkeld, want er is al veel bekend over de groei in 2021. Het jaar begon met een kleine procent krimp in het eerste kwartaal, veroorzaakt door de zware lockdown in die maanden. Daarna volgde een prachtig tweede kwartaal met een uitzinnige 3,8% groei, gevolgd door 1,9% in het derde kwartaal.

Zelfs als het bbp in het huidige, vierde kwartaal helemaal niet meer toeneemt, komt Nederland voor het hele jaar op 4,4% groei uit. Dat is ruim meer dan 3,9% waar het CPB in september nog mee rekende. Mocht de economie door de coronamaatregelen in het huidige kwartaal toch weer gaan krimpen, bijvoorbeeld met pakweg 1%, zoals begin dit jaar, dan blijft er toch nog 4,2% bbp-groei over voor het hele jaar.

Maar waarschijnlijker is het scenario dat ook in het vierde kwartaal sprake blijft van groei. Wordt die 1%, dan eindigt de jaargroei op 4,7%. Krijgen we 2% in het vierde kwartaal, dan tikt de groei voor heel 2021 zelfs de 5% aan.

Dat laatste is zeker niet onmogelijk. Maar wel ongelooflijk, want die 5% zou de hoogste groei van deze eeuw zijn. Slechts drie keer in de afgelopen vijftig jaar groeide de Nederlandse economie met 5% of meer. Dat was in 1971, 1973 en 1999.

Ook in het pessimistische scenario, als de jaargroei blijft steken op 4,2%, beleven we een historisch jaar. Sinds 2000 is zo’n groeicijfer niet meer voorgekomen en in de afgelopen halve eeuw slechts negen maal.

Nee, ik beweer hiermee niet dat de economie in alle sectoren als een zonnetje draait. Er zijn ondernemers zat die ondanks de macro-economische groei zwaar in de problemen zitten door corona. En aan de andere kant is ook duidelijk zichtbaar dat het razendsnelle herstel de economie uit z’n scharnieren dreigt te trekken. Er zijn overal tekorten en prijzen schieten omhoog. Best mogelijk dat we volgend jaar denken: waren we in 2021 maar wat minder snel gegaan.

Zo zijn er nog wel meer kanttekeningen te maken bij de uitzonderlijk hoge economische groei van dit jaar. En die zouden de economen van het Planbureau in hun november- of decemberraming ook allemaal netjes gemaakt hebben. Maar ik kijk wel mooi uit. Restaurants moeten vroeg dicht, vuurwerk wordt verboden, laten we dan in elk geval nog van de economische meevallers genieten.

FD

Jongeren hebben weer pech

Zijn het de werkende jongeren die de prijs voor de coronamaatregelen betalen? Tot nu toe wel. De meeste werknemers behielden tijdens de lockdowns hun baan en de overheid pakte daarvoor de miljardenrekening op. Maar voor flexwerkende jongeren was er nauwelijks iets. Die verloren vaak hun baan en inkomen. In juni 2020 was er even de Tijdelijke overbruggingsregeling voor flexibele arbeidskrachten (Tofa), maar veel jonge flexwerkers kwamen daar niet voor in aanmerking en uiteindelijk zat er maar een karige €20 mln in dit potje.

De werkloosheid onder 25-minners liep in 2020 op van 6,4% naar 11,3%. Voor 25-plussers was die stijging veel minder: van 2,7% naar 4,5%. Inmiddels is die werkloosheid weer lager dan begin 2020. De jeugdwerkloosheid zit nog boven dat niveau. Er zijn nu minder jongeren met een baan dan voor corona.

Nu de horeca vroeg in de avond dicht moet en veel evenementen worden afgelast, breken er voor veel nulurende jongeren onzekere tijden aan. De TVL is snel weer opgetuigd voor horecaondernemers. Is er nou echt nergens een zakje geld om ditmaal wat meer voor jonge flexwerkers te doen?

FD

Uitzwaaiparty voor Shell

Liever kwijt dan rijk. Good riddance! Hier is geen plaats voor klimaatvervuilers. Zo maar wat reacties op het vertrek van Shell die ik online tegenkwam. Onze liefde voor multinationals is niet groot. En als er rook uit de schoorsteen komt kun je zelfs spreken van regelrechte haat.

Laten we daarom een massale uitzwaaiparty organiseren. Op 10 december, direct na de aandeelhoudersvergadering, treffen we elkaar op het strand en zwaaien we Shell lachend uit. Het wordt een groot feest, want de smeerlap is eindelijk weg. Nu kunnen we een economie bouwen met louter leuke bedrijven. Gezellige startups die biobrandstof maken van de neuspulkjes van alle Nederlandse kleuters. En fijne scale-ups die elektriciteit opwekken uit het gestamp van de carnavalsvierders in Breda.

Dan stappen we in onze stalen SUV’s en racen terug naar onze behaaglijke huizen. Die zijn op deze mistige, windstille herfstdag lekker warm dankzij gas uit Rusland. Voor het slapen gaan nog even wat filmpjes van de party delen op Facebook, zodat die de komende decennia blijven rondzoemen in een energievretend datacenter.

Shell is weg. Alles wordt nu anders.

FD

Klimaattechniek

Na de woorden van Glasgow is het tijd voor actie! Nederland moet vaart maken met de energietransitie en het vergroenen van de industrie.

Maar voor zo’n versnelling hebben we veel te weinig technisch opgeleide vakmensen. Daardoor kan bijvoorbeeld het stroomnet niet snel genoeg worden uitgebreid, en gaan zon- en windprojecten niet door. Volgens de laatste cijfers loopt het aantal vacatures in de techniek snel op richting de 100.000.

Tegelijk is het aantal jongeren dat kiest voor een technische mbo-opleiding gedaald van 45.000 in 2010, tot nog geen 40.000 nu. Tijd voor drastische maatregelen. Laten we om te beginnen een ‘studieloon’ invoeren voor jongeren die mbo-techniek kiezen. Gewoon iedere maand een paar honderd euro voor iedereen die het vak wil leren.

En behoud ze vervolgens voor de techniek. Van de mbo’ers met een technische opleiding werkt nu slechts een derde in een technisch beroep in de technische sector. Hogere lonen, betere arbeidsvoorwaarden en meer carrièremogelijkheden binnen de sector, helpen het klimaat misschien wel meer dan alle mooie verklaringen van Glasgow bij elkaar.

FD

We moeten duurzaam beleggen om de wereld te redden. Maar hoe doe je dat?

Soms weet ik het ook niet meer. Dan ga ik onhandige schemaatjes tekenen. Een enkele keer belanden die in de krant. Met excuus aan de lezer en vooral aan de vormgever die met mijn droedels aan de slag moet.

(klik voor groot)

Hoe kunnen beleggers een bijdrage leveren aan het klimaatbeleid? Dat was de vraag waarop mijn hersens vastliepen. Wel een belangrijke vraag, want zoals ook weer in Glasgow bleek: voor een echte draai richting een duurzame economie speelt het grootkapitaal een onmisbare rol. Technologie bepaalt de mogelijkheden, maar geld bepaalt de richting. Als iedereen vindt dat we naar links moeten, maar de financiële sector wil naar rechts, dan weet ik wel waar we uitkomen.

Om alle neuzen richting duurzaam te krijgen zijn financiële prikkels nodig: geef CO₂ en andere broeikasgassen een prijs, via belastingen of handel in emissierechten. Economen roepen dat al decennia, maar het idee wordt maar langzaam opgepakt. Daarom moet er ook iets anders gebeuren: de financiële sector moet zelf verantwoordelijkheid nemen. Wie duurzaam wil beleggen, hoeft niet te wachten totdat de overheid voor precies de juiste prijzen en belastingen zorgt. Het grote geld kan zelf de draai maken.

De leden van de Glasgow Financial Alliance for Net Zero (GFANZ) willen dat. Het zijn 450 grote banken, beleggers en asset managers, die onder leiding van oud-Bank of England-baas Mark Carney en media-miljardair Michael Bloomberg beloven om via hun beleggingsbeleid een economie met ‘netto nul emissies’ mogelijk te maken.

Gaan deze financiële krachtpatsers dan subiet stoppen met investeren in oliebedrijven, staalindustrie en andere fossiele sectoren? Nee, zeker niet. De beleggers willen juist hun macht gebruiken om deze bedrijven sneller op het schone pad te zetten. Met verkopen van de aandelen aan andere, vaak meer kortzichtige aandeelhouders schiet de wereld weinig op.

Dat is een andere insteek dan het ABP onlangs koos. Dat pensioenfonds gaat juist wel afscheid nemen van de fossiele beleggingen, omdat het denkt te weinig invloed te kunnen uitoefenen op het beleid. Ik vind het moeilijk om te bepalen wie gelijk heeft. Moeten groene beleggers fossiel uit de portefeuille gooien, of juist niet? Vandaar bovenstaand schema, waarin ik weinig antwoorden geef, maar wat in elk geval inzicht geeft over de dilemma’s.

Want die dilemma’s gaan verder dan de keuze tussen ‘fossiel bekeren’ of ‘fossiel verkopen’. Er is immers ook de keuze om helemaal duurzaam te gaan en alleen te investeren in bedrijven die een positieve bijdrage leveren. Zo’n portefeuille met louter duurzame aandelen klinkt misschien als de beste optie, maar er kleven ook bezwaren aan. Zo is moeilijk objectief vast te stellen welke bedrijven echt duurzaam zijn. Tesla? Wel vergeleken met een traditionele autobouwer, maar kan het kapitaal niet beter nog naar een fietsenmaker, of een treinenbouwer? Is een belegging in een nieuwe gascentrale duurzaam? Wel als die een oude kolencentrale vervangt. Maar ook als er met dat geld ook een windpark kan worden gebouwd? Of een kerncentrale?

De Europese Commissie werkt aan een lijst met investeringen die als groen mogen gelden. Investeringen in infrastructuur voor aardgas komt daar waarschijnlijk ook op, liet eurocommissaris Frans Timmermans in Glasgow weten. Hij lost het beleggersdilemma dus ook niet op.

Een ander probleem met een puur duurzame portefeuille is dat je bij het huidige beperkte aanbod al snel meedoet aan het opblazen van groene zeepbellen. Woensdag ging producent van elektrische SUV’s Rivian naar de beurs. Aan het eind van de dag was het bedrijf al meer waard dan General Motors. Bizar.

Dan maar veilig doen, en vooral beleggen in groene staatsobligaties? De Nederlandse Staat, bijvoorbeeld, geeft die met veel succes uit. Maar levert dat het klimaat echt wel iets op? Gaat Nederland echt meer investeren in duurzame energie omdat het via groene obligaties net iets goedkoper kan lenen? Waarschijnlijker is dat er uitgaven mee worden gedaan waarvoor anders gewone obligaties waren uitgegeven. Groene obligaties maken dan de grijze obligaties vuiler. Wat helpt dat?

Nee, de wereld redden is zo eenvoudig nog niet. Zelfs niet als je miljarden hebt te besteden.

FD

Kloofgeloof

Het is een moeilijk najaar voor goedbedoelende Nederlanders die overal in onze maatschappij groeiende kloven waarnemen. Zo bleek uit onderzoek van de Universiteit Leiden, dat de kloof tussen hoge en lage inkomens niet groter wordt. De inkomensverdeling bleef sinds 1990 griezelig constant, mede dankzij de niet aflatende ijver van onze politici om koopkrachtverschillen te repareren met een al groter arsenaal aan subsidies, toeslagen en belastingkortingen.

Net bekomen van deze schok, kregen de kloofgelovers een nieuwe klap te verwerken. Ook de kansenongelijkheid op Nederlandse scholen neemt niet toe. De Onderwijsinspectie had in 2016 gewaarschuwd dat het verschil tussen kinderen van hoog- en laagopgeleide ouders steeds groter werd. Maar uit onderzoek dat deze week verscheen in ESB, blijkt ook dat die kloof de afgelopen jaren niet aantoonbaar is gegroeid.

Gelukkig is er nog altijd de vermogensongelijkheid. Die neemt in tijden van stijgende huizenprijzen altijd toe. Zeker als je vergeet het pensioenvermogen mee te rekenen. Toch nog iets om je boos over te maken. Tot de huizenmarkt weer eens instort.

FD

Goede inflatie

Moet de overheid de inflatie compenseren, vroeg De Telegraaf. Ja, antwoordde 77% van de lezers. Het liefst via lagere btw. Over rondpompen van geld gesproken; we betalen zo’n btw-verlaging natuurlijk zelf. En van geld aan jezelf geven is nog nooit iemand rijker geworden.

De malligheid laat zien dat we inflatie zijn ontwend. Na jaren met lage percentages, kan Nederland niet meer omgaan met gezonde inflatie van een procent of drie, vier. Gezond ja, want een beetje inflatie helpt de economie. Bijvoorbeeld omdat oninbare schulden wegsmelten. Ook zorgt inflatie dat er loonverschillen kunnen ontstaan tussen sectoren met te veel en te weinig werk. Werknemers gaan er niet graag in euro’s op achteruit, dus zonder inflatie blijven lonen in overschotsectoren vaak te hoog.

En het is ook goed voor de pensioenen. Niet-indexeren levert bij lage inflatie weinig op voor fondsen met een dekkingstekort. Die moeten dan eerder nominaal korten en dat vinden we in Nederland erger. ‘Verhoog gewoon de rekenrente’, gaan gepensioneerden mij nu mailen. Nou, misschien zorgt de inflatie ook wel voor een rentestijging. Iedereen blij.

FD

Hervormen

Schaf de hypotheekrenteaftrek en de zelfstandigenaftrek af en ontvang €6 mrd uit het EU-coronafonds. Zo stelde minister Wopke Hoekstra het voor. Inmiddels blijkt dat we meer keuze hebben. Zolang huiseigenaren en zelfstandigen maar meer belasting betalen.

Waarom wil de Europese Commissie dat? De hervormingen komen uit de ‘landspecifieke aanbevelingen’. Die zijn bedoeld om de macro-economische stabiliteit te versterken. Nederland heeft bijvoorbeeld een overschot op de handelsbalans en pot zo veel geld op. Andere landen hebben juist grote schulden. Dat maakt de euro instabiel.

Doen de geëiste hervormingen daar dan iets aan? Welnee, als huiseigenaren minder lenen gaat het spaaroverschot juist omhoog. En zelfstandige pianoleraren hun aftrek afpakken, maakt de euro ook niet stabieler.

Veel beter kan Brussel eisen dat we meer geld uitgeven. Aan duurzame energie, bijvoorbeeld, en aan de aanleg van een zwaarder elektriciteitsnet. Veel meer geld voor onderzoek en ontwikkeling, hoger loon voor iedereen, minder pensioenbesparingen, sluiting van het belastingparadijs, zodat hier minder geld heen stroomt. Opties genoeg.

FD

Voor een loongolf moeten proletariërs zich verenigen. Maar bij welke bond?

De arbeidsmarkt is krapper dan ooit. Bij bouwbedrijven staat gemiddeld 6% van de banen open. In de ICT is dat meer dan 7%. Maar de horeca spant de kroon. Daar kunnen ondernemers zelfs voor acht op de honderd banen geen personeel vinden. Restaurants houden de keuken dicht en op terrassen geldt zelfbediening.

De koks en obers die tijdens de lockdowns op zoek gingen naar ander werk, blijken niet zo makkelijk terug te lokken naar hun oude baan. Het zou zomaar kunnen dat voormalig horecapersoneel heeft ontdekt dat elders een stuk beter wordt betaald, voor minder zwaar en onzeker werk.

Hoogste tijd dus voor een flinke loongolf in de horeca. Als de vraag veel groter is dan het aanbod, moet de prijs (het loon) omhoog. De werkgevers zullen dat deels doorberekenen in de prijzen, dus ons biertje en koteletje worden dan duurder. Jammer, maar zo werkt het in de economie.

In theorie, althans. In de praktijk blijkt er weinig verband tussen arbeidsmarkttekorten en cao-loonstijgingen. Ook nu ziet Koninklijke Horeca Nederland (KHN) een loongolf niet zitten. De brancheorganisatie zal bij de onderhandelingen met de vakbonden juist een ‘voorzichtige koers varen’. Er is ‘veel economische onzekerheid’ bij de horecaondernemers, schrijft KHN, dus de lonen kunnen niet veel omhoog.

Waarom kan de ondernemersclub zich zo star opstellen? Misschien wel omdat werknemers in de horeca slecht georganiseerd zijn. Pakweg een op de tien is lid van een vakbond, zo blijkt uit nieuwe cijfers van CBS en TNO, dus de werknemersonderhandelaars staan bij voorbaat 1-0 achter. Met vakbonden met zo’n zwakke positie is het voor werkgevers makkelijk onderhandelen.

Wat voor de horeca geldt, dreigt ook al meer voor Nederland als geheel. Economen verbazen zich al vele jaren over de relatief trage loonontwikkeling in ons land. Het lukt maar niet om de structurele krapte tot uitdrukking te laten komen in de lonen. Daar zijn veel verklaringen voor te bedenken, maar de dalende organisatiegraad is een goede kandidaat. Elke keer als een vakbondslid opzegt, sterft er ergens een looneis.

Ook dit jaar is het aantal vakbondsleden weer gedaald. Er zijn nu nog maar zo’n anderhalf miljoen mensen lid. Begin deze eeuw was dat nog bijna twee miljoen. Als percentage van het totale werknemersbestand is die daling nog duidelijker: van 35% begin jaren zeventig, naar 28% in 2000, tot zo’n 19% nu.

Eigenlijk is dat percentage nog lager. Want een groeiend aantal leden is de AOW-leeftijd al gepasseerd. Die spelen op de arbeidsmarkt meestal geen rol meer. Na correctie voor gepensioneerde leden blijft een organisatiegraad van slechts 15% over. En zetten we die vakbondsleden af tegen alle werkenden (inclusief de zzp’ers, want daar zegt men ook voor op te komen), dan daalt het verder naar 12%.

Vooral bij de grote bonden is het aantal leden boven de AOW-leeftijd groot. Bij FNV gaat het zelfs om meer dan een kwart. Tegelijkertijd zijn er juist heel weinig jongeren lid: minder dan 1,5% van de leden van FNV en CNV is jonger dan 25 jaar. Maak dan maar eens een vuist aan de onderhandelingstafel, en bewijs dan maar eens dat je representatief genoeg bent om mee te beslissen in de polder.

Wat te doen? Allemaal lid worden van de vakbond, natuurlijk! De bedrijven werden de afgelopen jaren al groter en kregen in sommige sectoren zelfs een soort monopoliemacht. Daar moet een andere macht tegenover komen te staan. Proletariërs, verenigt u!

Was het maar zo makkelijk. Het probleem is dat de vakbonden zelf vanwege hun krimpende en onevenwichtige ledenbestand zich al meer richten op deelbelangen van de mensen die nog wel lid zijn gebleven. Het is 50Plus in de polder en de algemene loonruimte wordt makkelijk ingeruild voor specifieke eisen, zoals een nieuwe VUT-regeling voor oudere havenarbeiders, of meer vaste banen voor de insiders. Als bijvoorbeeld jongeren massaal lid worden van deze oude bonden, helpen ze in eerste plaats vooral de oudere werknemers nog meer in het zadel.

We hebben dus een nieuwe vakbond nodig, die opkomt voor iedere werkende en hogere lonen eist voor iedereen. Daar kunnen we dan allemaal lid van worden. Het is een prachtig vooruitzicht, maar ik vrees dat de bestaande polderkrachten zo’n initiatief zullen tegenhouden. De Bond voor Alle Werkenden komt er niet. Obers en koks kunnen fluiten naar hun dikverdiende loongolf.

FD