Alle berichten van Mathijs

Dure toekomst

Een lezer mailde: ‘Het kabinet wil het gat op de begroting vullen door geld uit het klimaatfonds te halen; schrijf daar eens over!’ Goed idee, maar ik worstel er mee. Want de begrotingstekorten ontstaan mede door de stijging van de rente.

In de meest pure vorm betekent een hogere rente een afboeking op het belang van de toekomst. Een stabiel klimaat in 2100 is simpelweg minder waard geworden, dus hoeft er ook minder geld voor gereserveerd. Op de staatsbalans kan de reservering voor het geluk van onze kleinkinderen worden verlaagd.

Belachelijk? Sommige economen vinden van wel. Zij stellen dat de natuur een rekenrente van 0% verdient, want de toekomst van de aarde is net zo belangrijk als het heden. Sympathiek idee, maar ook problematisch. Over vijf miljard jaar zwelt onze zon op tot een rode reus en wordt de aarde verzwolgen. Bij een rente van nul zou dit probleem nu de allerhoogste prioriteit moeten hebben.

Voor beide rentevisies is wat te zeggen. Ik weet het dus ook niet. Dan laat ik maar de onderbuik spreken: ‘Op het klimaat beknibbelen om de tekorten aan te vullen? Schande!’

FD

Prima kandidaat

Zelensky is teleurgesteld in Rutte. De premier is tegen een snel kandidaat-lidmaatschap van de Europese Unie voor Oekraïne. Tijdens een interview met Nieuwsuur verzuchtte Zelensky: ‘Als er geen plaats is voor ons in de EU, zeg dat dan eerlijk.’

Volgens Rutte moet het land eerst nog stappen zetten. Minder corruptie, goed bestuur, dat werk. Maar daar is het kandidaatschap toch juist voor bedoeld? Dat is de fase waarin een land zich, met hulp van Brussel, klaar maakt voor echt lidmaatschap.

Als landen als Servië, Albanië en Turkije wel kandidaat-lid mogen worden, waarom het onze oorlog vechtende Oekraïne dan niet? De reden ligt ongetwijfeld in dat rampzalige raadgevende referendum van 2016, toen een deel van de bevolking na een slecht vormgegeven stemprocedure tegen het associatieverdrag stemde.

Dat referendum was de studentikoze grap van een groepje laatpuberende jongens die we inmiddels kennen als raaskallende Kamerleden met een voorkeur voor complottheorieën. Het matrozenpetje haalde geen zetel en slijt zijn dagen nu als roddeltante op YouTube.

Hoelang nog laten we deze figuren het Nederlandse EU-beleid bepalen?

FD

 

We zouden weer lokaal gaan produceren, maar daar is nog niets van te zien

Deglobalisering is de nieuwe trend. De wereld valt uiteen in economische blokken. In de Verenigde Staten is de nieuwe president net zo America First als zijn voorganger. De Europese Commissie streeft naar ‘strategische autonomie’, onder applaus van Frankrijk en Duitsland. China richt zich op de binnenlandse markt en heeft er al minder moeite mee dat de agressieve politiek van Xi Jinping de klanten in het Westen afschrikt.

En dan was er natuurlijk de pandemie, die ons leerde dat de internationale productie- en aanvoerketens te fragiel zijn. Het streven naar efficiëntiewinst, de zoektocht naar de goedkoopste aanbieder en de just-in-time-ideologie hebben ons opgezadeld met een logistiek systeem dat bij de geringst tegenslag onderuitgaat. Er ontstaan dan files in de wereldhandel, tekorten aan alles en nog wat, en wat er nog binnenkwam wordt tegen extreem hoge prijzen verhandeld. De computerchips zijn op, containervervoer is peperduur en we zijn in een nieuwe energiecrisis beland.

Hoogste tijd voor een serieuze rethink van de manier waarop we in de wereld produceren en handelen. Productieketens moeten robuuster worden en bedrijven minder afhankelijk van buitenlandse producenten. Het is just in case, in plaats van just in time, en vooral veel meer zelf produceren. Globalisering is doorgeschoten, terug naar de basis.

Werkt dat zo? Kun je globalisering wegwensen en bedrijven met zachte drang aanzetten tot meer lokale productie? De cijfers zeggen van niet. Deze week publiceerde de Wereldhandelsorganisatie (WTO) de nieuwste cijfers over de internationale handel in halffabrikaten en onderdelen. Als de wereldeconomie echt was overgegaan op kortere productieketens en meer lokale productie, dan zouden die handelsstromen moeten zijn afgenomen. In werkelijkheid werd er nog nooit zoveel met spullen gesleept tussen de industrieën in verschillende landen.

De meest recente cijfers zijn van eind 2021, dus noch de gevolgen van de oorlog in Oekraïne noch van de nieuwe lockdowns in China zijn er in te zien. Maar duidelijk is dat globalisering allerminst op haar retour is. In het vierde kwartaal van vorig jaar werd er wereldwijd voor $2629 miljard aan ‘intermediare goederen’ geëxporteerd. Dat is een derde meer dan voor de pandemie begon. Er is niet afgebouwd, de ketens werden juist opgeschaald.

Een paar kanttekeningen bij deze cijfers: het gaat om nominale bedragen, dus er is niet gecorrigeerd voor inflatie. Dit zorgt voor een overschatting, met name voor zaken als halfgeleiders. Die overschatting moeten we overigens niet overdrijven, want de dollar is nu een stuk duurder dan twee jaar geleden, dus voor bijvoorbeeld de Europese handelsstromen geeft dat juist een onderschatting. Bovendien is de stijging te zien voor alle landen en alle productgroepen; er is dus wel degelijk iets meer aan de hand dan puur een prijseffect.

Azië blijkt nog altijd het meest te profiteren van de aanhoudende globalisering van productie. Vooral de export van halffabrikaten en onderdelen uit Azië, naar Europa en Noord-Amerika groeide in 2021. Omgekeerde stromen namen minder toe. Handel tussen Europa en Noord-Amerika stagneerde vorig jaar zelfs.

Deze statistieken duiden allesbehalve op een omwenteling in de wereldhandel. Aan de ene kant is dat maar goed ook, want snelle deglobalisering zou zorgen voor nog meer koopkrachtverlies en mogelijk tot een recessie leiden. Maar voor het idee dat de productieketens en aanvoerlijnen structureel robuuster moeten, is zeker wel wat te zeggen. Op de oude voet doorgaan is onwenselijk.

Wat de nieuwe cijfers daarom vooral zeggen, is dat we die robuuste ketens niet vanzelf krijgen. Wensdenken is niet voldoende; de financiële prikkels moeten eerst veranderen. Zo zouden banken en andere kredietverleners een risico-opslag kunnen eisen op leningen aan bedrijven in een fragiele keten. Kredietbeoordelaars moeten niet alleen kijken naar cashflow en solvabiliteit, maar ook naar de afhankelijkheid van toeleveranciers. Beleggers kunnen stresstesten doen: wat gebeurt er met de koers als de productie stokt door tekorten en disrupties?

Zo krijgen de nieuwe risico’s een echte prijs. Krijgen we dan deglobalisering? Nee, dat denk ik niet. Maar misschien wordt de wereldeconomie wel wat minder kwetsbaar.

FD

Belast Poetin

Europa wil een boycot van Russische olie. Keihard en zonder genade. Maar vooral: niet te snel. Rusland heeft ons in een wurggreep en daar gaan we ons pas eind 2022 een beetje uit losmaken. Tot die tijd: hou je adem in, Oekraïne, hulp is tergend langzaam onderweg!

Waarom niet sneller? Omdat de Europese economie een plotselinge boycot niet aankan, denkt Brussel. De olieprijs zou te snel stijgen. En vooral: van die hoge prijs zou Poetin juist profiteren, dus alleen een langzame boycot doet Rusland pijn.

Er is een alternatief: een forse importheffing in plaats van een boycot. Ik pleitte er al eerder voor en vorige week publiceerde de Brusselse denktank Bruegel een mooie analyse over zo’n oliebelasting. Daarmee tref je Poetin direct, omdat hij zijn olie uiteindelijk tegen wereldmarktprijzen moet verkopen, dus het grootste deel van de importheffing zal dragen. De opbrengst daarvan gaat dan grotendeels naar ons.

Mochten binnenlandse energiekosten er eventueel toch wat door stijgen, dan is er dus geld om dat koopkrachtverlies te compenseren. En geef de rest aan Oekraïne, als compensatie voor onze trage reactie.

FD

Inflatie weer extreem hoog, maar we zijn nog niet terug in de seventies

Nadat het CBS het inflatiecijfer 9,8% voor april had gepubliceerd, leek de doelstelling van het kabinet om de prijsstijging dit jaar onder de 8% te houden onhaalbaar. FNV-voorzitter Wim Kok stelde daarom een algemene prijsstop voor. Minister van Economische Zaken Ruud Lubbers zag hier echter geen reden voor. Er was nog kans dat het inflatiedoel wel gehaald werd.

Maar nee, het zou niet lukken. De inflatie kwam voor heel 1976, want uit dat jaar komt dit nieuws, uit op 8,8%. April bleek wel de maand waarin de inflatie piekte. Daarna minderden de prijsstijgingen wat vaart. In de decennia na 1976 was de inflatie zelfs nooit meer zo hoog als in april van dat jaar. Maar afgelopen maand kwamen we wel in de buurt. In maart 2022 bedroeg de inflatie 9,7%. ‘Dat is het hoogste percentage sinds april 1976’, stelde het CBS donderdag.

Dat vraagt natuurlijk om een vergelijking tussen toen en nu. Al was het maar omdat, naarmate de inflatie in Nederland verder oploopt, meer mensen somberen over ‘stagflatie zoals in de jaren zeventig’.

Er zijn dan ook opvallende overeenkomsten. Net als nu werd de inflatie 46 jaar geleden aangewakkerd door hoge energieprijzen. In 1976 zat men nog met de naweeën van de eerste oliecrisis, toen de olieprijs meerdere keren over de kop ging. De hoge inflatie die dat veroorzaakte, leidde tot hoge lonen. Automatische prijscompensatie was toen nog de regel, waardoor een loon-prijsspiraal ontstond. In 1976 stegen de cao-lonen zelfs met 9%. De beleidsdiscussie ging dan ook vooral over de vraag: wie moet als eerste z’n verlies nemen? De ondernemers, door hogere kosten niet langer door te berekenen in de prijzen? Of de werknemers, door genoegen te nemen met onvolledige prijscompensatie. Wim Kok koos met zijn prijsstop voor de eerste optie.

Dat is een eerste verschil tussen 1976 en nu: automatische prijscompensatie bestaat niet meer, de macht van de vakbond is afgenomen, dus het gevaar voor een loon-prijsspiraal is nu kleiner. De energieschok zou dan niet tot langdurige inflatie hoeven te leiden.

En een overeenkomst: een kabinet met een gat in de hand. De hoge inflatie werd in 1976 ook aangewakkerd door snel stijgende collectieve uitgaven. Het kabinet-Den Uyl wilde de uitkeringen verhogen en investeren in volkshuisvesting, welzijn en onderwijs. Rutte IV heeft minstens zulke grote ambities. Naast woningbouw en onderwijs gaan er miljarden naar klimaat, stikstof en defensie. Het gevaar bestaat dat dit de inflatie, en de lonen, verder opdrijft. Overigens stonden de staatsfinanciën er tijdens Den Uyl beter voor dan nu, met een kleiner tekort en een kleinere staatsschuld.

Werkloosheid werd ook als een probleem gezien in 1976. Al lag het met 4,6% bepaald niet extreem hoog, de eerste golf babyboomers kwam de arbeidsmarkt op en zij vonden al moeilijker werk. Een voorbode van de hoge jeugdwerkloosheid in latere jaren. Die situatie is onvergelijkbaar met nu. In 2022 is de werkloosheid extreem laag en de arbeidsmarkt structureel krap, doordat de babyboomers die nu juist massaal verlaten.

Andere opvallende verschillen: in 1976 knalde de arbeidsproductiviteit omhoog met bijna 4% en dat vonden we toen nog doodgewoon. De loonstijgingen waren dus deels terecht, want werknemers presteerden steeds meer. Anno 2022 stijgt de productiviteit nauwelijks meer. Prijscompensatie in de lonen is daardoor pijnlijker voor werkgevers.

Tegelijk kunnen werknemers een periode met koopkrachtdaling makkelijker aan. De financiële buffers van de gemiddelde Nederlander (nee, niet van iedereen) zijn nu groter dan in 1976. De particuliere spaarquote was toen zelfs negatief en is nu met bijna 7% heel gezond. Dat geldt ook voor het bedrijfsleven. Zoals DNB-president Klaas Knot onlangs stelde: in de jaren zeventig had Nederland een probleem met winstgevendheid en concurrentiepositie. Daar is nu geen sprake van.

In de vergelijking met 1976 zie ik economisch daarom meer verschillen dan overeenkomsten. Dat neemt niet weg dat in de maatschappelijke discussie over prijscompensatie, loonkosten en uiteindelijke bezuinigingen op de ambitieuze uitgavenplannen van het kabinet, de echo van de jaren zeventig steeds weer zal doorklinken.

FD

Briesje of storm?

In maart 2020 dacht ik: de huizenprijzen gaan dalen. Corona had Nederland bereikt, de angst was groot en er kwam vast flinke werkloosheid aan. Geen goed moment om een huis te kopen.

Ik was niet de enige. Ook bankeconomen vreesden een slechte huizenmarkt. Het CPB verwachtte dat de prijzen eerst nog zouden doorstijgen, maar dat in 2021 de daling zou inzetten. Mocht er een tweede coronagolf komen, dan zou het nog sneller omlaag gaan, schreef het Planbureau in maart 2020.

We kregen een tweede golf. En ook een derde. Maar de huizenprijzen bleven stijgen. De lockdowns maakte het eigen huis een geliefd object, door de NOW-regeling hield bijna iedereen z’n baan, de lage rente deed de rest. De optimisten hadden weer eens gelijk gehad.

In maart 2022 waren er daarom weinig pessimisten te vinden op de huizenmarkt, ondanks oorlog en inflatie. Maar juist dan blijken prijzen toch te kunnen dalen. Het ging met 2,1% omlaag in het eerste kwartaal. De NVM noemt het een fris ‘briesje’. Maar nu de koopkracht daalt en de rente stijgt, zou het wel eens het begin van een storm kunnen zijn. Of zit ik er weer faliekant naast?

FD

Klaagzang

Nu de coronamaatregelen voorbij zijn, komen we weer ergens. Mijn tip voor het volgende ondernemersfeestje: ga niet naast een ondernemer uit de industrie staan of zitten. En als je niet anders kunt, begin dan in elk geval geen gesprek over grondstofprijzen en leveringsproblemen. Het bier slaat plat, de bitterballen smaken niet meer en je moet de hele avond luisteren naar een klaagzang over ingetrokken kortingen, verscheurde offertes en hoe leveringszekerheid inmiddels een gokspelletje is geworden.

Mogen ze dan niet klagen? Natuurlijk wel. Veel grondstoffen zijn absurd duur, de sancties doen pijn, containerschepen hopen zich op bij Rotterdam en in China gaan havensteden in lockdown. Problemen genoeg.

Maar tegelijkertijd zie je in de macrocijfers nog weinig terug van dat pessimisme. Gezamenlijk verwachten de inkoopmanagers in de industrie juist forse groei. Het producentenvertrouwen heeft nog nauwelijks een deukje opgelopen. En de meerderheid van de producenten is optimistisch over de toekomst. Lopen de enquêtes achter, of is dit juist de wisdom of the crowd? Ik toast op de tweede verklaring. Proost!

FD

Boetsja

Het Westen moest niet alle sancties direct inzetten. We hielden expres nog wat maatregelen achter de hand, voor het geval Rusland zich nog meer zou misdragen. Met chemische wapens bijvoorbeeld. Of met een klein kernwapen.

Politici zetten hun strategische denkhoed op, geopolitieke experts pakten het Handboek Speltheorie erbij en samen concludeerden ze dat Europa vooral moest doorgaan met het importeren van gas en olie uit Rusland. Want je moet niet al je kaarten direct op tafel leggen. Het kwam onszelf trouwens ook goed uit.

Dit weekend kwamen de gruwelijke berichten uit door Rusland bezet en nu door het Oekraïense leger bevrijde gebieden. We zagen beelden van geëxecuteerde burgers in de straten, de handen gebonden. We hoorden verhalen over verkrachtingen en plunderingen. In de stad Boetsja, ten noorden van Kiev, werd een massagraf met 300 lichamen gevonden.

Zijn dit de oorlogsmisdaden waarvoor Europa nog wat sancties op de plank liet liggen? Nu gaan we toch wel de energie-import stilleggen, of op z’n minst halveren?

FD

Plastic overwoekert onze planeet en er zijn veel kleine stapjes nodig om daar wat aan te doen

Oorlog, inflatie, corona, klimaat, stikstof. Kunt u er nog een kopzorg bij hebben? Vast niet, maar hier komt er toch nog een: plastic! Het ultieme verpakkingsmateriaal is een groot probleem aan het worden. Plastic vervuilt de natuur, bedreigt dieren in de zee en op land, vergiftigt de voedselketen en het grondwater. Die problemen worden steeds groter omdat plastic niet vergaat, maar slechts in steeds kleinere stukjes uiteenvalt. Het kan wel tweeduizend jaar of meer in het milieu blijven.

Voorkomen van het gebruik is de beste oplossing. Prima dus dat het kabinet deze week besloot dat wegwerpbekers- en bestek vanaf 2024 niet meer zijn toegestaan. Niet in de horeca, niet meer op festivals en ook niet meer op kantoor. En nee, papieren bekertjes met een laagje kunststof mogen ook niet meer. Dit is de Nederlandse invulling van een eerder Europees besluit om plastic voor eenmalig gebruik te verbieden. Eerder gingen de plastic roerstaafjes, rietjes en wattenstaafjes al in de ban.

Ja, het heeft allemaal een hoge lulligheidsgraad. Gaan we de wereld redden door rietjes en bekertjes te verbieden? Nee, maar tegengaan van plasticgebruik is een proces van heel veel kleine stapjes met uiteindelijk groot resultaat.

Voorkomen is het beste, maar recycling van plastic is ook een aanvaardbare oplossingen. Een nieuw rapport van de Oeso laat echter zien dat het daar allerminst goed mee gaat. Volgens de Global Plastic Outlook, dat afgelopen week verscheen, gooiden we in 2019 op de wereld 375 megaton aan plastic weg. Dat is 375 miljard kilogram. Oftewel gemiddeld 49 kilo per wereldburger. Van deze plasticberg kwam uiteindelijk slechts 29 megaton terug in de productieketen van plastic. Dat is een recyclingpercentage van nog geen 8%. De rest van het afval werd gestort, verbrand of belandde in het milieu.

Het kwam onder andere terecht in rivieren, zeeën en oceanen. Alleen al in 2019 stroomde er 6 megaton plastic het water in. Daarmee kwam de geschatte omvang van de plasticsoep op 139 megaton. Aan plastic zwerfvuil op het land kwam er in 2019 wereldwijd 13 megaton bij.

Er werd ook plastic verbrand in kleine vuurtjes en gedumpt op illegale stortplaatsen. Samen goed voor 60 megaton. Dit gebeurt vooral in minder welvarende landen zonder goed vuilnisophaalsysteem en is schadelijk voor mens, dier en milieu.

Rijkere landen gaan meestal georganiseerder om met plastic afval. Maar ook daar is de uitkomst problematisch. Zo werd er 174 megaton gestort op officiële vuilnisbelten en 67 megaton verbrand. In Nederland kiezen we vooral voor verbranden, in grote afvalverbrandingscentrales. Daarbij wordt vaak wat bruikbare warmte geproduceerd en wat elektriciteit opgewekt. Maar dit is erg klimaatonvriendelijke energie. Plastic verbranden is zelfs CO₂-intensiever dan kolenstook. Houd je ook rekening met de uitstoot die vrijkomt bij de productie van plastic, dan geeft elektriciteitsproductie met plasticverbranding volgens schattingen wel zes tot tien keer zoveel CO₂-uitstoot als een kolencentrale.

Daarom gaan er ook voorzichtig stemmen op in Nederland of we ons plasticafval in plaats van verbranden misschien niet beter kunnen opslaan (lees: storten op een moderne stortplaats, zonder verwaaiing of vervuiling van bodemwater). Als recyclingtechnieken beter worden, zou het dan op een later moment weer in de plasticketen kunnen worden gebruikt. Verbranden van deze toekomstige grondstof is zonde.

Die recycling van plastic staat nog nu in de kinderschoenen. Er is een breed programma nodig om de lage percentages omhoog te krijgen. In armere delen van de wereld begint dat bij bewustwording en inzameling. Bij ons gaat het om statiegeldsystemen (het aantal kleine flesjes in het zwerfvuil is dit jaar snel gedaald!), regels voor producenten en technische oplossingen bij herkenning en scheiding van plastic. Het bedrijf Filigrade uit Twello, bijvoorbeeld, heeft een methode om plastic verpakkingen een onzichtbaar watermerk mee te geven, dat afvalscheidingsmachines kunnen herkennen.

Het zal van dit soort technische oplossingen moeten komen, maar ook van economische prijsprikkels en soms van strenge regelgeving. Veel kleine stapjes zijn nodig, maar we moeten ze wel snel gaan zetten.

FD

Vliegsubsidie

De vliegbelasting gaat omhoog: van de lachwekkende €7,95 per ticket nu, naar een iets minder idioot laag tarief van zo’n €24 in 2023. Nog altijd te weinig om de milieuschade in te prijzen, maar het is een begin.

Niet iedereen is voor. Zo vindt SP-leider Lilian Marijnissen het niet eerlijk dat ‘mensen die flink moeten sparen om op vliegvakantie te kunnen’, de tickettaks ook moeten betalen. Alleen ‘veelvliegers’ moeten worden aangeslagen. Opvallend genoeg wil Milieudefensie ook zo’n vrijstelling voor weinigvliegers. Dat zou nodig zijn voor het ‘draagvlak’ voor klimaatbeleid.

Behalve dat een progressieve vliegtaks praktisch onuitvoerbaar is, is het ook principieel onjuist. Vrijstelling van de vliegbelasting zou niets anders zijn dan een compensatie voor vakantiegangers, uitgekeerd in de vorm van… vliegtickets! Het is een subsidie in natura die je alleen krijgt als je vervuilt.

Laat liever iedereen de tickettaks betalen, en compenseer desgewenst via de inkomstenbelasting. Dan kan die vakantieganger zelf bepalen of het een vervuilende vliegvakantie wordt, of toch een klimaatvriendelijke fietstocht in de Ardennen.

FD