Failliet land leent gratis

Kun je de euro ook te veel redden? Daar lijkt het wel op. Sinds de ECB-persconferentie van vorige week is de rente in Europa verder gedaald. De centrale bank blijft enorme hoeveelheden obligaties opkopen, ook nu de Europese economie veel sneller herstelt dan gedacht.

Die aankondiging leidde er deze week zelfs toe dat de Griekse vijfjaarsrente voor het eerst sinds mensenheugenis (en dat is lang bij de Grieken) onder de nul procent belandde. Griekenland, nog geen decennium geleden op de rand van faillissement en met een staatsschuld van ruim 200% van het bbp, krijgt geld toe op leningen met een looptijd van vijf jaar.

Negen jaar geleden stond die rente nog boven de 60%, als er al iemand te vinden was die aan de Griekse overheid wilde lenen.

Fijn voor de Grieken. Maar de Griekse rente is nu lager dan de Noorse, Britse of Amerikaanse rente. Ziet de ECB dat werkelijk als een logische marktuitkomst? Weet men zeker dat de Griekse overheid verstandige keuzes maakt als geld gratis blijft, ondanks de groeiende schuld? Kom op ECB, de euro is gered, het medicijn begint erger te worden dan de kwaal.

FD

Viva la revolución

‘Bitcoin heeft de stijgende trend verbroken na een verkoopsignaal van een kop-schouder patroon bij de doorbraak van de steun.’ Zomaar een zin uit een artikel van een cryptoanalist. Bij het stuk een kleurige koersgrafiek vol lijnen en ‘candlesticks’, als bewijs dat de wartaal niet zomaar uit de duim werd gezogen.

Verbied de bitcoin, schreef CPB-directeur Pieter Hasekamp in het FD. Ik weet niet of dat uitvoerbaar is, maar het zou wel voorkomen dat weer een nieuwe generatie wordt besmet met de onzin van technische analyse. Lijnen trekken om de toekomst te voorspellen, is populair onder bitcoinfans, want veel anders dan de koers is er niet om te analyseren. Bij gebrek aan echt nieuws staren de cryptospeculanten diep in het theeglas, op zoek naar een boodschap in de theeblaadjes.

Maar wacht, er is wel echt nieuws: El Salvador voert de bitcoin in als betaalmiddel. La revolución begint! De bitcoingemeenschap viert alvast de overwinning. Alsof monetaire experimenten in Latijns-Amerika ooit iets anders hebben gebracht dan chaos en armoede. Stop met malle grafieken tekenen en lees eens een geschiedenisboek.

FD

Goed en goedkoop peuteronderwijs, niet voor de ouders maar voor de kinderen en de economie

Geef eens een jaarbudget van een miljard aan een groep verstandige beleidseconomen en kijk vanaf een afstandje wat ze er mee doen. Het geld moet de samenleving zoveel mogelijk opleveren, dat vertellen we er meteen bij. Anders verdelen de economen het geld natuurlijk onder elkaar. Homo economicus, u weet wel.

Wat gaan ze, na bestudering van de vakliteratuur, doen met het miljard? Snelwegen aanleggen? Een waterstoffabriek bouwen? Hogere lonen in de zorg? Mogelijk kiezen de economen voor een heel andere bestemming: peuteronderwijs. Een speels en ongedwongen, dagelijks curriculum voor kinderen die nog te jong zijn voor de kleuterschool, gedoceerd voor goed opgeleid en gemotiveerd personeel. Zo goedkoop mogelijk en misschien zelfs gratis.

Verrassend? Niet voor wie het werk van econoom en Nobelprijswinnaar James Heckman kent. Deze Amerikaanse wetenschapper deed vele jaren onderzoek naar het effect van onderwijs op jonge kinderen, met name die uit achterstandsgezinnen. Zijn conclusie: een onderwijsdollar is meer waard naarmate je ‘m vroeger besteedt. Hoe jonger de leerling, hoe groter het effect.

Goed peuteronderwijs betaalt zich het hele leven terug. Letterlijk, want het zorgt voor hoger inkomen op latere leeftijd. En ook de maatschappij als geheel profiteert ervan: minder ongelijkheid, minder overerving van sociaal-economische problemen en een beter opgeleide bevolking die zorgt voor extra economische ontwikkeling. Een euro voor een peuter levert een factor zes tot acht aan rendement op, berekende Heckman.

Blokken stapelen, woordjes leren en spelen met andere peuters, het blijkt allemaal veel serieuzer dan we dachten. Kwalitatief peuteronderwijs is een van de sleutels voor maatschappelijke vooruitgang. Natuurlijk zijn de Amerikaanse onderzoeksresultaten niet een op een te vertalen naar Nederland, maar dat peuteronderwijs ook bij ons zou lonen is geen gewaagde stelling, want kansenongelijkheid is ook hier aanzienlijk. Ook bij ons gaat talent al jong verloren.

Dit is allemaal geen nieuwe kennis, maar in discussies over kinderopvang en voorschools onderwijs hoor je het toch weinig terug. Dan gaat het vooral over de toeslagen, over de kosten van kinderopvang en wie moet betalen, en over hoe kinderopvang ervoor gaat zorgen dat meer vrouwen fulltime gaan werken. De directe baten van kwalitatief peuteronderwijs zelf, voor de kinderen en de maatschappij, blijven op de achtergrond.

Tekenend is dat we voorschools onderwijs nog steeds vaak afdoen als ‘kinderopvang’. De kinderen worden beziggehouden, zodat de ouders kunnen werken. Een armoedige benadering die je ook terugziet in de cijfers. In het Europese peloton is Nederland bepaald geen koploper. Uit een inventarisatie van de OESO blijkt dat de overheid relatief weinig geld uitgeeft aan opvang en vroeg onderwijs: slechts 0,6% van het bbp. In Frankrijk en Scandinavische landen is dat minstens het dubbele.

Gevolg is dat Nederlandse ouders gemiddeld zelf flink meebetalen. Voor een gezin met twee kleine kinderen kan het wel om 14% van het huishoudinkomen gaan. Dat is meer dan in de meeste Europese landen. Logisch daarom dat Nederlandse ouders veel vaker dan elders voor informele vormen van opvang kiezen, bijvoorbeeld bij de grootouders.

Daar is op zich niets mis mee natuurlijk. Opa en oma zijn vaak prima oppas. Maar juist de interactie met andere peuters en de pedagogische kwaliteiten van het personeel zijn essentieel om het ‘Heckman-effect’ te bereiken. Informele opvang kan dat vaak niet bieden.

Mooi daarom dat de SER deze week kwam met een pleidooi voor betere voorzieningen voor jonge kinderen. Het rapport — geschreven voor de informateur die toevallig ook SER-voorzitter is, het blijft een koddige situatie — wijst nadrukkelijk op de baten van goede kinderopvang. Het mag dus wat kosten.

Die baten bestaan deels uit de productie van ouders die kunnen werken als de opvang goedkoop is. Dat voordeel is er vast, maar zou wat mij betreft niet de doorslag moeten geven. Nee, het gaat vooral om de baten voor de kinderen zelf in de rest van hun leven, en om het voordeel voor de economie en maatschappij. De SER benoemt die voordelen gelukkig ook. Zodra de formatie niet meer alleen over poppetjes gaat, maar eindelijk over de inhoud, mag dit onderwerp bovenaan de lijst.

 

Gevaarlijke mutaties

Ook na massale vaccinatie blijft het virus rondgaan, vrezen de experts. Nieuwe varianten zullen telkens weer voor uitbraken zorgen.

De economische corona-maatregelen blijken minstens zo hardnekkig. NOW dreigt te muteren in een permanente deeltijd-WW, op kosten van de overheid. Alsof we met bijstand, WW en de private aanvulling op de WW (ja, die bestaat) nog niet genoeg regelingen hebben. Tozo transformeert met wat pech in een verplichte inkomensverzekering voor zelfstandigen, want die kunnen hun zaakjes na de lockdown blijkbaar niet zelf regelen.

Het idee van de overheid als redder met oneindig diepe zakken gaat corona overleven. De verkiezingsprogramma’s stonden al vol met nieuwe uitgaven en wat er uit de formatie en de lobbygroepen naar buiten komt, duidt niet bepaald op hervonden zuinigheid.

Volgens de laatste prognose van het CPB geeft de overheid eind 2022 nog steeds 7,5% meer uit dan voor corona. De noodhulp is dan blijkbaar ongemerkt overgegaan in structurele uitgaven. Consumptie en investeringen groeien nauwelijks ten opzichte van 2019. Ik vrees dat ‘long-noodhulp’ de nieuwe Hollandse ziekte wordt.

FD

Inefficiënt Frans

### Goed om te zien dat u mogelijk anderen inspireert met onze journalistieke content. We vragen u enkel voor persoonlijk gebruik onze content te kopiëren, om geen inbreuk te maken op onze Algemene Voorwaarden. Vraag anders naar onze bedrijfslicenties via klanten@fdmediagroep.nl ###

Ik was achttien en kocht een postwissel op het postkantoor, om een camping in Engeland te boeken. Een postwissel was een betaalbewijs dat je per envelop naar het buitenland stuurde. Een soort bitcoin, maar dan wel bruikbaar. Toen ik buitenstond zag ik dat mijn wissel in het Frans was. Terug naar het loket om te vragen om een Engelse versie.

‘De taal van de post is Frans’, legde de verkoper uit, ‘ook in Engeland.’ Ik was stomverbaasd. Die onmogelijk te leren taal, was dat de ‘lingua franca’ van Europa? Absurd.

Inmiddels spreekt heel Europa Engels. Maar de Fransen blijven verlangen naar de tijd van diligence en postillon d’amour. Daarom moet volgend jaar, als Frankrijk EU-voorzitter is, iedereen Frans spreken. ‘Brieven in het Engels worden niet beantwoord’, kondigde de Franse regering aan. Alle stukken, notulen en debatten moeten in het Frans. Ze staan vast in hun recht, maar juist dit soort nationalisme maakt de EU tot een inefficiënte bureaucratie.

Gelukkig is er een oplossing. Er is één ding dat Fransen erger vinden dan Engels, en dat is slecht Frans. Laat mij dus die brieven en notulen maar schrijven.

FD

Slechte verliezers

Met het EK in aantocht wordt er weer veel teruggeblikt op 1988. Bijvoorbeeld op die 1-0 tegen Ierland met dat buitenspeldoelpunt van Wim Kieft in de 82ste minuut. Nederland ging door en zou het toernooi zelfs winnen. En de Ieren? Die dropen niet af, maar vierden de nederlaag als een overwinning. Het sympathiekste volkje van Europa kan verliezen als de beste.

Tenzij het om geld gaat. Dan huilen ze krokodillentranen. Toen tijdens de G7 het verdienmodel van Ierland onderuit werd gehaald, kon minister van financiën Paschal Donahoe niet meer uit zijn pen krijgen dan het zuinige: ‘I note the joint position by G7 finance ministers on international corporate taxation.’ Je hoort z’n tanden knarsen.

Nee, dan Hans Vijlbrief, staatssecretaris in dat andere belastingparadijsje. Hij nam het verlies als een echte vent: ‘Nederland steunt deze plannen. Ik ga me ervoor inzetten deze afspraken snel in te voeren in de EU.’

Dat laatste is hard nodig. Aanpak van belastingvlucht lukt alleen wanneer Europese piratenstaten als Ierland, Nederland, Hongarije en Cyprus hun beleid omgooien. Dat begint met het erkennen van je onmiskenbare verlies.

FD

De werkgevers werden ‘woke’, dus de SER is nu voor gratis geld en tegen zzp’ers

Steunmaatregelen invoeren is eenvoudig, ze weer afschaffen bijna onmogelijk. In het veelbesproken SER-advies van afgelopen week, pleit de polder voor het min of meer permanent maken van de NOW-regeling.

NOW was een van de eerste coronasteunmaatregelen. Bedrijven met aantoonbare omzetdaling kregen loonsubsidie. Het werk verdween, de banen bleven.

Dat beviel blijkbaar goed, want werkgevers en vakbonden willen zo’n loonsubsidie na corona behouden. Bij omzetdaling, bijvoorbeeld vanwege een ‘gewone’ recessie, kunnen werkgevers dan arbeidsduurverkorting van maximaal 20% doorvoeren. Werknemers die uren inleveren krijgen wel hun volledige loon. Wie betaalt dat? De overheid; driekwart van de kosten komen uit een nieuwe subsidiepot.

De regeling bevordert de ‘interne flexibiliteit’ van bedrijven, denkt de SER. De maatregel valt dan ook onder het kopje ‘wendbaarheid’. Beide termen zijn een duidelijke verwijzing naar het rapport van de commissie-Borstlap over de toekomst van de arbeidsmarkt, dat begin vorig jaar verscheen. Borstlap pleit voor minder flexibele arbeid, in ruil voor meer ‘interne wendbaarheid’ bij bedrijven. Bij tijdelijke omzetdalingen zouden bedrijven dan niet hun flexibele schil hoeven te ontslaan, maar alle werknemers wat minder kunnen laten werken. Precies zoals de SER voorstelt.

Maar daarmee houdt de overeenkomst op. Want Borstlap schrijft juist expliciet dat minder werk samengaat met minder loon: ‘Deeltijdontslag gaat gepaard met een teruggang in salaris, hetgeen voor werknemers niet altijd eenvoudig zal zijn op te vangen.’ De risico’s moeten juist niet worden afgewenteld op het collectief. Borstlaps interne wendbaarheid doet pijn, maar de pijn is eerlijker verdeeld over alle werknemers in het bedrijf. De SER schuift de pijn simpelweg door naar de overheid.

Hoe anders is dat bij een andere coronamaatregel die de polder graag permanent zou maken. Zzp’ers zonder inkomen kunnen tijdens de epidemie een beroep doen op de Tozo. Dat is een uitkering op bijstandsniveau, voor zelfstandigen die niet kunnen terugvallen op het inkomen van de partner. Het is dus een veel minder gulle regeling dan de NOW, die zorgt voor doorbetaling van het volle loon, zonder partnertoets.

Ook met de Tozo zouden we na corona in een of andere vorm moeten doorgaan, denkt de SER. Maar bij deze regeling vinden de adviseurs dat de zzp’er juist wel moet meebetalen. Voor de Tozo moet een verplichte premie komen. Zo worden zelfstandigen de enige Nederlanders die voor hun bijstand premie moeten betalen. Voor de rest van de inwoners blijft het gewoon een volksverzekering.

Dit opvallende verschil tussen de behandeling van werknemers en zzp’ers is geen incident. Je zou het zelfs het thema’s van het SER-advies kunnen noemen. Voor werknemers wil de polder meer zekerheid en meer subsidie, voor zelfstandigen juist meer onzekerheid en meer kosten.

Zo krijgt de werknemer na drie flexibele contracten in drie jaar de zekerheid van een vast contract. Tenzij de werkgever natuurlijk voor een andere flexwerker kiest, maar de SER hoopt van niet. Uitzendkrachten krijgen meer rechten. En het nulurencontract wordt verboden. Ook oproepkrachten moeten voortaan van een bepaald aantal werkuren kunnen uitgaan. En de WIA wordt soepeler voor werknemers: bij 15% arbeidsongeschiktheid volgt al een uitkering, nu is dat bij 30%.

Dan de zzp’ers: voor hen wordt het juist minder. Zo wil de SER de zelfstandigenaftrek afbouwen. Een zelfstandige die minder dan €35 per uur verdient, geldt straks automatisch als werknemer. Maar wie daar boven zit, of ruim erboven, kwalificeert niet automatisch als zelfstandig. De belastingdienst moet hun juist strenger controleren, en gaan handhaven als zzp-schap niet kan worden bewezen. Dat de huidige wetgeving (de Wet DBA) daar totaal ongeschikt voor is, maakt blijkbaar niet uit. Wie daarna toch nog zzp’er mag zijn, krijgt te maken met de extra kosten van een nieuwe, verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering.

Zekerheid en gratis geld voor werknemers, onzekerheid en hogere kosten voor zelfstandigen; waarom staat de handtekening van VNO-NCW onder zo’n advies? Misschien omdat de werkgeversclub bij het aantreden van voorzitter Ingrid Thijssen een nieuwe koers is gaan varen, met de blik op de ‘brede welvaart’ en voor een ‘samenleving met gelijke kansen’. De werkgevers werden wakker en zijn nu VNO-NCWoke. Aan dit SER-advies te zien, geeft die tactiek de vakbond wel erg veel kansen voor open doel.

FD

In tijden van schaarste en recordprijzen: wat troost voor wanhopige huizenzoekers

Nee, je vindt na het lezen van dit artikel niet opeens de woning van je dromen. En er staan ook geen superslimme tips in om aan een hoge hypotheek met lage rente te komen. De huizenmarkt is nu eenmaal krap, zeker voor starters die op zoek zijn naar een betaalbare turn-key woning in stedelijk gebied in het westen van het land. Daar kan ik niets aan veranderen.

Maar misschien kan ik het leed van potentiële huizenkopers wel een beetje verlichten door te laten zien dat ze niet alleen staan. Dat in andere landen de huizen ook duur zijn, dat vroeger huizenkopers ook vol ongeloof naar de prijzen staarden en dat er toch opvallend veel matches plaatsvinden op de huizenmarkt. Het kan dus wel.

Laten we beginnen bij de huizenprijs zelf. Die staat op een all time high. In het eerste kwartaal van 2021 bedroeg de gemiddelde verkoopprijs zo’n €379.000 euro. Dat is ruim een halve ton meer dan een jaar eerder en ligt een kleine €140.000 boven het gemiddelde van tien jaar geleden. Nu is de gemiddelde huizenprijs niet zo’n precieze indicator, want het hangt nogal af van wet er precies in een periode is verkocht. Een maand waarin wat meer vrijstaande villa’s en wat minder naoorlogse appartementen worden verkocht, levert direct een flink hogere gemiddelde verkoopprijs op.

Daarom rekent het Centraal Bureau voor de Statistiek ook uit hoe hoog de gemiddelde prijs zou zijn als het gehele Nederlandse woningbestand tegen de geldende marktprijzen van eigenaar zou zijn gewisseld. De ‘prijsindex bestaande koopwoningen’ corrigeert dus voor het zogenoemde samenstellingseffect. Ook die prijsindex steeg in april met het snelste tempo in twintig jaar en staat momenteel op de hoogste stand ooit: 11% boven het niveau van vorig jaar en 38% boven dat van tien jaar geleden.

Waar blijft die troost nou, zal een ongeduldige lezer nu denken. Wel, daarvoor is nog één correctie nodig. We moeten rekening houden met de algemene geldontwaarding. Gecorrigeerd voor inflatie blijkt dat de huizenprijs wel hoog is, maar niet veel hoger dan tijdens de vorige top van 2007. Ik weet dat jaar nog goed, want toen was ik zelf zo’n ontroostbare, op huizenjacht in een overspannen markt. Voor wat ik toen aan inflatie-gecorrigeerde euro’s kwijt was kun je nu vrijwel hetzelfde huis kopen, want de reële huizenprijs ligt nu nog geen 5% hoger dan in 2007.

En in dat jaar betaalde je nog zo’n 5% rente op je hypotheek. Anno 2021 is dat minder dan de helft. Een koopwoning is daardoor nu een stuk betaalbaarder dan in 2007. Volgens de betaalbaarheidsindex van onderzoeksbureau Calcassa is een gemiddelde huizenkoper die een gemiddelde woning koopt nu bijna 14% van het netto maandinkomen kwijt aan netto woonlasten. Eerder deze eeuw was dat vaak meer dan 25%.* We hebben het hier over gemiddelden, het zal voor sommigen best veel hoger zijn. Maar het besef dat huizenkopers zich vroeger ook veel zorgen maakten over de betaalbaarheid, kan toch als troost dienen.

Net al het idee dat ook elders in de wereld de huizen, dwars door de coronacrisis heen, steeds duurder werden. De teleurstelling dat de pandemie – hoe cynisch ook – niet voor het ultieme koopmoment zorgde, wordt dus ook elders gevoeld. In het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk bijvoorbeeld, waar de prijzen in 2020, gecorrigeerd voor inflatie, met 6% stegen. Of in de Verenigde Staten, waar dat tempo zelfs op bijna 8% lag en de huizenprijs nog sneller steeg dan in Nederland. Duitse kopers zagen de huizen tijdens rampjaar 2020 na aftrek van inflatie zelfs 8,4% duurder worden.

Maar troost moet natuurlijk meer zijn dan schadenfreude over Duits verdriet. Er hoort ook een positieve boodschap bij. Hier komt ‘ie: het is niet onmogelijk om een huis te vinden en te kopen. Succesvolle matches op de huizenmarkt tussen koper en verkoper vinden zeer regelmatig plaats. In het eerste kwartaal van 2021 wisselden 66.600 woningen van eigenaar. Een kwartaal eerder was dat zelfs 66.800, een absoluut record.

De woningmarkt is extreem krap, het aanbod is beperkt en het is voor veel mensen erg moeilijk om ertussen te komen. Maar desondanks zijn er veel succesvolle transacties. Er gaan veel flessen champagne open en er wordt veel (virtueel) getoast op een afgesloten deal. Misschien met wat pijn aan de portemonnee. Maar ook dat is van alle tijden.

FD

*Ik kreeg een aantal vragen over die 14%. Is dat niet erg laag? Het gaat hier om de maandlasten van een aflossingsvrije hypotheek. Veel huizenkopers kiezen tegenwoordig voor een annuïteitenhypotheek (zeker sinds alleen een volledig aflossende hypotheek in aanmerking komt voor renteaftrek). Dan zijn de maandlasten volgens de indicator van Calcassa ruim twee keer zo hoog. Maar wel een stuk lager dan tijdens de vorige prijspiek, en dat ik mijn punt in deze alinea.  Calcassa nam in het kwartaalbericht Q1-2020 deze grafiek op: 

 

Armoede door herverdeling?

Er zijn nog niet genoeg problemen, dacht de SER. Laten we er een denkbeeldig probleem bij doen. Dus schreef men in het adviesrapport dat deze week zo brutaal door de formatie heen fietste: ‘Er is sinds 2001 een toenemende primaire inkomensongelijkheid in Nederland’.

Primaire inkomens zijn de bruto inkomens. Er is pas een probleem als deze ongelijkheid niet via belastingen, toeslagen en uitkeringen wordt gecompenseerd. Maar dat doen we natuurlijk juist wel. Sterker nog: de netto inkomensongelijkheid is deze eeuw helemaal niet toegenomen.

Probleem opgelost, zou je denken. Maar de SER vindt van niet, want herverdeling kost geld, dat de overheid moet ophalen en dus ‘neemt de gemiddelde druk op besteedbare inkomens toe’.

Akkoord, maar dat is juist de bedoeling. De SER concludeert echter: ‘De druk op het inkomen vergoot het risico op armoede onder werkenden’.

Wacht even. Omdat we de inkomensongelijkheid bestrijden, worden de armen armer? Natuurlijk niet. De SER zet de wereld op z’n kop. Hoe serieus moeten de formerende partijen een advies nemen waarin dit soort prietpraat staat?

FD

Nederland Vies

Statiegeld op kleine plastic flesjes. Dat leek de minister een goed idee. Het kleine PET-flesje won snel aan populariteit en dat was te zien in de bermen van Nederland.

Het jaar was 2000 en de minister heette Jan Pronk. Statiegeld moest er zeker komen, vond ook de Tweede Kamer, maar eerst gingen we nog even overleggen met het bedrijfsleven. Er werden convenanten afgesloten en de verpakkingsindustrie zette onder het motto ‘Nederland Schoon’ wat vuilnisbakken neer.

Dat kostte allemaal wat tijd. Om precies te zijn: 21 jaar. Een periode waarin één tot twee miljard flesjes in het milieu belandden. (Onderzoeksbureau CE Delft gaat uit van 50 tot 100 miljoen flesjes per jaar). Maar sinds gisteren is het eindelijk zover: er zit nu statiegeld op kleine flesjes.

Nu meteen door met dit systeem. Voer snel statiegeld op blikjes in (en niet pas in 2023). En op plastic flesjes voor sap en zuivel, die merkwaardig genoeg nu niet meedoen. Voer dan boetes in voor bedrijven die veel zwerfvuil veroorzaken: hamburgerketens, snoepfabrikanten, producenten van sportdrankjes. Net zolang tot Nederland echt schoon is.

FD

journalist en econoom