Gevaarlijk geld

Voor een filmpje moest ik €50 pinnen en dan weet je wel hoe het gaat. Het moest over. Toen nog een keer. Een keer van dichtbij. Een keer ver af. Nog een paar keer voor de zekerheid. Zo had ik uiteindelijk acht briefjes van vijftig. Contant, chartaal, cash geld. Ik deed het al een jaar of drie zonder cash, maar opeens had ik veel doekoe.

Wat er toen gebeurde zal u verbazen, want het was in strijd met alle empirische en theoretische kennis die we hebben over het gebruik van contant geld: ik gaf de biljetten razendsnel uit. In de boekwinkel kocht ik boeken, tijdschriften en een leesbril die ik niet nodig had. Zo ging het ook in andere winkels. Ik had gratis geld te besteden. Geen centje pijn, want het was toch al afgeschreven van mijn rekening.

De Nederlandsche Bank, het Nibud, de Consumentenbond, ze willen dat contant geld gratis beschikbaar blijft voor iedereen. De ‘betaalpijn’ van echt geld is groot dus mensen geven het gedisciplineerder uit. Maar zou dat niet een generatie-ding zijn? Wie eenmaal aan digitaal geld gewend is, geeft juist cash veel te gemakkelijk uit. Contant geld is gevaarlijk. Weg ermee!

FD

Gekke gekte

Gekte op de huizenmarkt. Prijzen stijgen met bijna 20%, wie wil kopen moet overbieden en eenverdieners of starters zonder jubelton komen er helemaal niet meer tussen. Het allerergste: rijke huiseigenaren worden nog rijker, arme huurders vissen achter het net.

In het problemenrubriekje van de Volkskrant klaagt een volwassen zoon van bewust hurende ouders over het mislopen van de erfenis. Zijn vrienden lopen straks binnen op de bakstenen van pa en ma. Hij krijgt niks. ‘Ik wil mijn ouders duidelijk maken dat ik ze dit kwalijk neem.’

Dat is de echte gekte op de huizenmarkt: niet de prijsstijging, maar het idee dat beleggen in vastgoed tot zekere winsten leidt, de misvatting dat huizenprijzen altijd stijgen en dat je alleen vermogen kunt opbouwen als je een huis koopt.

Vraag het de mensen die in 1979 een huis kochten. Of praat eens met huizenkopers uit 2007. Zij stonden jarenlang op verlies en als ze moesten verkopen was er voor de kinderen geen erfenis. Op de piek van de markt lijkt winst op vastgoed een zekerheidje. Vermogensaanwas zonder risico’s. Maar als de zeepbel knapt lachen de arme huurders in hun vuistje.

FD

Voor Europees kampioen Nederland is het probleem niet te weinig, maar te veel werk

Is Nederland toch nog ergens de beste in. Deze week werden we, volgens nieuwe cijfers van Eurostat, Europees kampioen lage werkloosheid. Met een werkloosheidspercentage van 3,3% in mei delen we die eerste plaats met Tsjechië, maar omdat de Nederlandse werkloosheid nog steeds daalt terwijl die van de Tsjechen alweer stijgt, winnen we toch op strafschoppen. Bravo!

Een terechte overwinning en een terechte kampioen, want de Nederlandse arbeidsmarkt laat zich al sinds de eeuwwisseling van zijn beste kant zien. De gemiddelde werkloosheid tussen januari 2000 en 2021 bedraagt 4,9% van de beroepsbevolking. Ook daarmee staat Nederland op de eerste plaats, ditmaal ex aequo met Luxemburg.

Nederland is ook een opvallend constante topper in de werkloosheidswedstrijd. In mei 2021 staan we op de eerste plaats, maar dat stonden we ook in mei 2011 en mei 2009. Aan het begin van deze eeuw stond Nederland drie keer op rij op plaats twee, net achter Luxemburg. Er waren derde plaatsen in 2008, 2019 en 2020.

In de onderstaande grafiek staat voor elke maand mei uit alle jaren sinds 2000 de top drie van best presterende landen. Naast Nederland duiken Luxemburg, Tsjechië en Duitsland vaak op in de top drie. Luxemburg vooral in de eerste twaalf jaar, terwijl de Tsjechen en Duitsers pas sinds 2013 domineren. In het eerste decennium van de eeuw waren de laatste twee landen zelfs meestal in de achterhoede te vinden. Dat is Nederland in geen enkel jaar overkomen. Sterker: de gemiddelde positie op de ranglijsten van alle jaren is 4,3. Alweer: daar komt geen ander EU-land overheen.

(klik voor grote versie)

Waarom al deze percentages, ranglijsten en gemiddelden? Ik heb ze uitgerekend en gepresenteerd om te laten zien dat er veel goed gaat op de Nederlandse arbeidsmarkt en dat bij ons de problemen eerder gaan over schaarste aan werknemers dan een gebrek aan werk. Dat is belangrijk, omdat de reflex van beleidsmakers vaak is: als iets banen oplevert, dan is het goed. Maar bij structureel lage werkloosheid moet je juist op zoek naar beleid dat voor minder werk zorgt. Bij een gelijkblijvende of, beter nog, groeiende productie, uiteraard.

Natuurlijk zegt het kampioenschap lage werkloosheid niet alles. Er zijn ook in Nederland nog mensen die graag zouden werken, maar die niet meetellen als werkloos, omdat ze niet direct beschikbaar zijn of de moed hebben opgegeven. Wij hebben het werk ook uitgesmeerd over veel deeltijders en sommigen van hen zouden wel meer uren willen maken. Er is nog altijd veel discriminatie op de arbeidsmarkt en oudere werklozen komen er ook maar moeilijk tussen. Problemen genoeg, maar vergeleken met de rest van de EU staan we er toch goed voor.

De stabiel lage werkloosheid laat ook zien dat we ons in het verleden ten onrechte zorgen hebben gemaakt. Automatisering en robotisering zouden leiden tot ‘technologische werkloosheid’, orakelde Lodewijk Asscher ooit als minister van Sociale Zaken. We moesten daarom preventief allemaal maar vast minder dagen gaan werken, concludeerden commentatoren. Gelukkig is er niet naar geluisterd.

Arbeidsmigranten uit nieuwe EU-lidstaten gingen Nederlanders van de arbeidsmarkt verdringen, vreesden politici uit een andere hoek. De grenzen moesten dicht. Outsourcing van productie naar lagelonenlanden kon niet anders dan uitmonden in massawerkloosheid. Globalisering vernietigt onze banen! Er bleek niets van waar te zijn.

Ook nieuwe waarheden verdienen twijfel. Dat onze arbeidsmarkt geplaagd wordt door een mismatch tussen vraag en aanbod en dat scholing tekortschiet, bijvoorbeeld. Dat beeld laat zich moeilijk rijmen met een structureel lage werkloosheid. En dat flexibilisering alleen maar nadelen kent. Mede dankzij de wendbaarheid van flexwerkers en zzp’ers daalt de werkloosheid hier na elke recessie sneller dan in het buitenland.

Werkloosheid is daardoor in Nederland geen macro-economisch thema meer. Dat geeft de politiek ruimte om zich druk te maken om andere zaken. Als het werkloosheidspercentage nu niet op 3,3% maar op het EU-gemiddelde van 7,3% zou liggen, dan was dat het hoofdthema in elke politieke discussie. Net als in 1994, bij de start van het eerste paarse kabinet, toen de werkloosheid precies op 7,3% stond. ‘Werk, werk, werk’ was toen het motto van premier Wim Kok. Niet: ‘Klimaat, woningbouw, brede welvaart’.

Hoge werkloosheid slaat elke politieke discussie plat. Dat is dan gelukkig één politiek probleem dat we anno 2021 niet hebben.

(FD)

Geloof in inflatie

In 1999 was het nog: inflatie onder de 2%. Vier jaar later werd het: inflatie onder, maar dicht bij de 2%. Vanaf deze week is het: inflatie van 2%, liever niet hoger, maar ook liever niet lager.

Volgens het EU-Verdrag moet de Europese Centrale Bank zorgen voor prijsstabiliteit. Letterlijk: inflatie van nul procent. Maar omdat monetair beleid meer geschikt is om stijgende prijzen te beheersen dan om dalende prijzen te bestrijden, koos men er bij de introductie van de euro voor om wat hoger te mikken: tot 2% inflatie moest kunnen.

Volgens de nieuwe ECB-strategie is dat maximum nu het doel geworden. Men gaat voortaan mikken op 2%. Als de inflatie daar een tijd onder heeft gelegen, mogen de prijzen ook best een tijd harder stijgen.

Maakt dat wat uit? Dat hangt helemaal van ons af. Inflatie wordt bepaald door verwachtingen; als wij denken dat het echt 2% gaat worden, zullen we de prijzen en lonen daarop aanpassen.

Bij de ECB hoopt men met de nieuwe strategie het signaal af te geven dat het ze menens is. Maar als wij niet geloven in die 2%, kunnen zij daar weinig aan doen.

Uiteindelijk bepalen we de inflatie dus zelf.

FD

Bubbels van Poetin

Zijn bewonderaars zullen er wel weer een staaltje geniale geopolitiek in zien, maar Vladimir Poetin bevestigde deze week vooral dat hij een nihilistische pestkop is die zijn vriendjes graag helpt.

Op Franse champagne uit de Champagne-regio moet voortaan staan dat het ‘bubbeltjeswijn’ is, of in elk geval het Russische equivalent. Russische bubbels mogen wel volstaan met de aanduiding ‘Champagne’, of ‘Shampanskoye’. Veel daarvan wordt gemaakt op de door Poetin geannexeerde Krim, en door de vrienden van de president.

De maatregel zou bedoeld zijn om de binnenlandse productie van mousserende wijnen te stimuleren, maar is natuurlijk vooral een manier om de Fransen op hun ziel te trappen. En wie weet eisen de Fransen dan tegenmaatregelen, waar andere EU-landen dan geen zin in hebben, zodat er ruzie komt in het Europese kamp. Da’s lachen, denkt Poetin.

Laten we dan maar net zo kinderachtig terugslaan. Russische kaviaar moet in de EU voortaan ‘Viseieren in hun eigen slijm’, heten. En Russische wodka: ‘Gedestilleerde aardappelvergisting’. En Poetin zelf noemen we niet meer President, maar ‘Opperpestkop’.

FD

CO₂-heffing een hoax?

Mathias Cormann is tegen de koolstof-grensbelasting. Zo’n importheffing op CO₂-intensieve producten uit landen met ondermaats klimaatbeleid, kan alleen als allerlaatste redmiddel. Dat stelde hij afgelopen woensdag in een nauwelijks verholen aanval op de Europese Commissie die juist haast wil maken met zo’n ‘carbon border adjustment mechanism’, zodat men de emissies van de industrie steviger kan beprijzen, zonder te veel weglekeffecten.

Cormann is de oud-minister van financiën van Australië. In die rol schafte hij in 2014 het pas gestarte systeem van CO₂-beprijzing voor de Australische industrie af. Eerder noemde hij zo’n CO₂-prijs ‘a very expensive hoax’, die alleen maar productie zou verjagen naar landen zonder heffing. Het was een ‘baanvernietigende belasting’.

Kan het schelen dat een Australische politicus er zo over denkt? Jazeker, want sinds vorige maand is Cormann secretaris-generaal van de Oeso, de club van geïndustrialiseerde landen. Precies het gremium waar over dit soort grensoverschrijdende milieubelastingen wordt gesproken. Binnen een maand is de nieuwe baas zijn geloofwaardigheid al kwijt.

FD

Pak Facebook aan

De Federal Trade Commission kan niet aantonen dat Facebook monopoliemacht heeft. Zo oordeelt de Amerikaanse rechter. De FTC verdenkt Facebook ervan dat het bedrijf jaren geleden WhatsApp en Instagram kocht om ze te neutraliseren als concurrent, maar de rechter is niet overtuigd.

Het zal juridisch wel heel ingewikkeld liggen, maar ik krijg een lachbui bij het lezen van dit nieuws. Facebook geen monopolist? Dat is erg geestig. Zuckerbergs platform is het schoolvoorbeeld van een marktmacht misbruikende alleenheerser. Facebook gebruikt die macht niet alleen om concurrenten te absorberen, maar houdt ook de klant in een houdgreep. Er wordt gejaagd op de data van de gebruiker en elke nieuwe dienst blijkt een verkapte koppelverkoop. Probeer bijvoorbeeld maar eens als particulier een virtual-realitybril van het door Facebook opgeslokte Oculus te gebruiken, zonder een Facebook-account te activeren en al je data te delen.

Misschien zit daar de oplossing. Pak Facebook aan vanwege het datamonopolie. De EU geeft het goede voorbeeld, met sinds deze maand twee van dit type aanklachten tegen het bedrijf. Nu de VS nog.

FD

Weg met wegwerp

We nemen afscheid van het plastic roerstaafje. U weet wel: dat schriele, witte stokje, uitlopend in een flapje met twee gaatjes. Jarenlang draaiden we ermee door de koffie. We braken ze in kleine stukjes tijdens saaie presentaties. We vulden er ongemerkt onze bureauladen mee. Maar vanaf vrijdag mag het roerstaafje niet meer worden geproduceerd. Alleen oude voorraden worden nog verkocht.

Dat geldt dan voor al het plastic wegwerpbestek. En ook voor plastic bordjes, plastic rietjes en bekers van polystyreen. Dit single use plastic gaat in de hele EU in de ban.

Milieubeleid is vaak een strijd tussen juristen en economen. Juristen willen de wereld vergroenen door vervuiling te verbieden. Economen doen dat liever met een milieubelasting. Die laatste methode is meestal efficiënter, minder verstorend en zet de vervuiler aan om verstandige keuzes te maken.

Ik zit meestal in het kamp van de economen, maar bij het wegwerpplastic wonnen de juristen volkomen terecht. Er is geen belasting waarbij bestek na gebruik weggooien efficiënt of verstandig is. Vaarwel plastic roerstaafje, we zullen je niet missen.

FD

Verkooppraatjes

Ik had weer eens in een filmpje bitcoin gefluisterd, dus kreeg dagenlang college van cryptobeleggers die mij uitlegden dat ik er niets van snap. Fiatgeld is waardeloos, centrale banken zijn onbetrouwbaar en de overheid wil je bestelen. Daarom: bitcoins!

Projectie, noemen psychologen dat. ‘Waardeloos’, ‘onbetrouwbaar’, ‘bestelen’; de bitcoin verwijt de euro dat ‘ie zwart ziet. Maar goed, als je echt gelooft dat ons monetaire systeem wordt gerund door criminelen met een geldpers, is een investering in crypto’s op een bepaalde manier toch rationeel.

Als je dat echt gelooft. Maar misschien is zelfs dat niet waar. De Bank for International Settlements publiceerde vorige week een onderzoek naar de socio-economische drijfveren achter cryptobeleggingen, op basis van Amerikaanse enquêtes. De conclusie: kopers van cryptomunten hebben in de praktijk niet significant minder vertrouwen in fiatgeld of de traditionele bankensector, dan andere Amerikanen.

De bezorgdheid is gespeeld. Ik kreeg dus geen college over monetaire gevaren, het waren gewoon verkooppraatjes van speculanten die hopen op een hogere koers.

FD

Jong tijdens corona: minder werk, meer bijstand, geen stage en achteraan in de vaccinatierij

Jongeren. Ze vieren feest tijdens de lockdown, ontduiken de avondklok en laten bergen afval achter in het stadspark. Ze vliegen zodra het kan naar Spanje om de deltavariant van het coronavirus op te pikken. Brak en besmet vliegen ze dan terug naar Nederland.

Je zou het de jongeren bijna kwalijk nemen. Maar dat zou onredelijk zijn, want juist adolescent Nederland leverde veel in tijdens de coronacrisis. Van het virus zelf hadden ze godzijdank meestal weinig last, op sociaaleconomisch gebied kwam de pandemie des te harder aan. Dat was deels het gevolg van de beleidskeuzes die tijdens de crisis werden gemaakt.

Neem dat ongevaccineerd naar Spanje vliegen. Waarom halen jongeren niet eerst hun prikken voordat ze naar het buitenland gaan? Omdat de overheid besloot dat ze achteraan de vaccinatierij moesten aansluiten. Ouderen gaan voor, was het advies van de Gezondheidsraad, want zo redden we de meest levens. Dat zestigers en zeventigers voorgaan, is natuurlijk logisch. Maar waarom kwamen dertigers ook eerder aan de beurt? Hun sterftekans bij corona ligt niet veel hoger die van jongeren, maar hun leventje is wel veel overzichtelijker. Actieve jongeren hebben in hun bruisende bestaan veel meer sociale contacten dan de vroegoude dertigers met twee kinderen en een voltijdbaan. In Denemarken waren daarom direct na de vijftigers de jongeren (16 tot 24 jaar) aan de beurt. Dertigers kwamen als allerlaatsten. In Nederland zette men de jongeren zonder sterke inhoudelijke reden helemaal achteraan. Veel van hen zijn daardoor tijdens de vakantie, en misschien ook tijdens het begin van het nieuwe studiejaar, nog niet volledig gevaccineerd.

Nog meer schuurt het op de arbeidsmarkt. Daar blijkt de pijn van de coronarecessie vrijwel geheel bij jongeren te zijn terechtgekomen. Terwijl voor mensen met een vaste baan een gulle NOW-regeling werd opgetuigd, was er voor de jonge flexwerker nauwelijks steun. Zij werkten bovendien vaak in de sectoren die door de epidemie en de lockdown werden getroffen. De werkgelegenheid onder 15- tot 25-jarigen daalde in 2020 met maar liefst 10%. Sindsdien is het baanverlies iets teruggelopen, maar in mei 2021 waren er nog altijd 6% minder banen voor jongeren dan anderhalf jaar eerder.

De gemiddelde 25-plusser merkte veel minder van de crisis. Voor de groep tot 45 jaar bedroeg het maximale baanverlies minder dan 1% en inmiddels is er al weer sprake van groei van de werkgelegenheid. Onder 45-plussers bleef het baanverlies met 0,5% uiterst beperkt. Het waren de jongeren die hun baan of bijbaan verloren, het werk van ouderen werd per saldo niet geraakt.

Logisch dat vooral de jongeren vaker in de bijstand belandden. Tussen januari 2020 en maart 2021 nam het aantal 27-minners in de bijstand toe met ruim 16%. Voor de groep tussen 27 en 45 jaar was dit iets meer dan 5%, terwijl het aantal 45-plussers met een bijstandsuitkering nog geen 2% toenam.

Ook voor studenten ging er veel mis tijdens de epidemie. Lessen werden op afstand gegeven of vielen zelfs helemaal uit. Praktijkonderwijs kwam in de knel en stages gingen niet door. Bijna een kwart van de studenten op hbo en universiteit verwacht daardoor studieachterstand op te lopen, blijkt uit recent onderzoek van ResearchNed in opdracht van de overheid. Volgens een enquête onder mbo-studenten vreest zelfs bijna de helft studievertraging. Veel mbo’ers konden geen stageplek vinden, vaak ging de stage of leerbaan op het laatste moment niet door, lessen vielen uit, studenten hadden geen goede plek om te studeren en sommigen raakten gedemotiveerd. Natuurlijk moet nog blijken of de studievertraging uiteindelijk gevolgen heeft de verdere loopbaan van de studenten, maar een slechte start is het in elk geval.

Het demissionaire kabinet heeft €8,5 mrd uitgetrokken voor het onderwijs, om de gevolgen van de coronacrisis zo veel mogelijk te verzachten. Dat is mooi, maar geld is niet genoeg. De hele maatschappij zou een paar passen extra moeten zetten voor de jongeren.

Geef onervaren jongeren het voordeel van de twijfel bij sollicitaties. Haal ze actief uit de bijstand en zet ze – met wat extra scholing – bij u aan het werk. Wees gul met stages en leerplekken, zodat het praktijkonderwijs zo snel mogelijk de achterstanden kan inhalen. En denk bij het afsluiten van cao’s wat meer aan de belangen en het inkomen van jongeren, en wat minder aan die van ouderen. Een hoger startsalaris en sneller een vast contract, als goedmakertje voor de jongeren.

FD