Consumenten zijn in mineur, maar een kopersstaking lijkt nog niet waarschijnlijk

De tijden zijn onzeker, maar de Nederlandse consument weet het al: met zowel de economie als de eigen financiën wordt het de komende twaalf maanden helemaal niks. Het afgelopen jaar was al niet veel soeps en dat wordt alleen maar erger.

Daardoor is het consumentenvertrouwen op een extreem laag peil beland. Volgens het laatste CBS-cijfer staat het zelfs onder het niveau van mei 2020, toen de onzekerheid over corona en de lockdown enorm was. Nederlandse consumenten zien het nu ook minder zitten dan tijdens de kredietcrisis van 2008 en 2009. Ze zijn ook somberder dan na de aanslagen van 9/11 en de inval in Irak. Alleen tijdens het dieptepunt van de eurocrisis in 2013, waren consumenten nog iets pessimistischer.

Vooral over de eigen portemonnee maakt men zich zorgen. Het CBS stelt verschillende vragen om het vertrouwen te meten; twee daarvan gaan over de eigen financiële situatie de afgelopen en de aankomende twaalf maanden. Samen met het antwoord op de vraag of het nu een goed moment is voor grote aankopen, vormen die de indicator voor de ‘koopbereidheid’.

Deze indicator staat ook op een bijzonder laag peil. Onzekerheid over de Russische aanval op Oekraïne speelt daarbij ongetwijfeld een rol. Maar de koopbereidheid daalde al flink voordat die aanval begon. Het is daarom waarschijnlijk vooral de hoge inflatie die de Nederlandse consument doet somberen over de eigen financiële situatie. Inflatie van meer dan 6%, zoals we in de eerste maanden van dit jaar zagen, komt zelden voor. Wie na 1982 geboren is (en dat zijn al ruim acht miljoen inwoners) heeft de prijzen nog nooit zo hard zien stijgen. Geen wonder dat de schrik er flink in zit.

De meeste consumenten geloven ook niet dat de hoge inflatie snel voorbij is. De Europese Commissie heeft een maandelijkse enquête waarin naar inflatieverwachtingen wordt gevraagd. In februari dacht bijna een derde van de Nederlandse ondervraagden dat de prijzen in de komende twaalf maanden nog sneller zouden gaan stijgen. Ruim een derde antwoordde dat de inflatie het komende jaar ongeveer net zo hoog als nu zou blijven. Een grote meerderheid verwacht dus langdurige erosie van de koopkracht.

Stevenen we daarmee af op een kopersstaking? Zal het lage vertrouwen en de inflatievrees de consument uit de winkels jagen? Dat is nog maar de vraag. De relatie tussen consumentenvertrouwen en daadwerkelijke consumptie is niet al te sterk. Wat we zeggen tegen de enquêteur en wat we doen in de winkel, verschilt nogal eens van elkaar.

Bovendien, als het vertrouwen laag is vanwege verwachte inflatie, kan dat consumenten juist aanzetten om nu te gaan kopen, voordat de prijzen verder stijgen. Bij hoge inflatie is de reële rente laag, dus sparen loont nu nog minder. Tijdens de lockdowns zijn veel Nederlanders flink gaan sparen. Er staat nu minstens €40 mrd aan extra cash op de betaal- en spaarrekeningen. Het klinkt paradoxaal, maar juist inflatieangst zou dat geld nu in beweging kunnen brengen.

Aan de andere kant maakt de situatie in Oekraïne diezelfde consument huiverig om dit appeltje voor de dorst nu aan te spreken. En ook de zorgen over de toekomstige koopkracht zet mensen aan hun financiële buffers juist in stand te houden.

Maar er zijn ook nog andere redenen voor een consumptiefeestje. We komen pas net uit de laatste lockdown, dus het gevoel dat het eindelijk weer mag, kan de consumptie vaart geven. Tegelijk is de arbeidsmarkt krapper dan ooit, waardoor werkzekerheid voor veel Nederlanders een gegeven is. De koopkrachtdaling bij werkloosheid is vele malen groter dan die door hoge inflatie wordt veroorzaakt, dus de inkomenszekerheid is momenteel hoog, niet laag.

En de huizenprijzen gaan nog steeds door het dak. De waarde van koopwoningen is enorm gestegen — volgens de onderzoekers van Calcasa sinds 2013 zelfs met €1000 mrd — terwijl door aflossingen de totale hypotheeksom daalde. Er ligt bij half Nederland dus veel overwaarde op de plank. Beurskoersen zijn weer opgekrabbeld en zelfs de gasprijs is weer wat gedaald.

Het zal de stemming bij mensen zonder baan, koophuis en aandelen niet verbeteren. Maar de gemiddelde Nederlander staat er financieel beter voor dan de cijfers over consumentenvertrouwen en koopbereidheid suggereren.

FD

Roebels

Of we voortaan onze gasrekening in roebels willen voldoen. Volgens het Russische persbureau TASS heeft Poetin die eis bij 45 ‘onvriendelijke landen’ neergelegd, dus ook bij de Europese afnemers van het Russische gas. Een meesterzet of symboolpolitiek?

Door de sancties kan Rusland niet meer bij z’n dollar- en euroreserves in het Westen. Aan betalingen in die valuta heeft Rusland dus niet zo veel. Maar aan onze roebels eigenlijk ook niet. Daaraan heeft Rusland nooit gebrek, want die kan de centrale bank bijdrukken zoveel men wil. Symboolpolitiek!

Of niet? Wij kunnen geen roebels drukken, dus we zullen ze moeten kopen. Bij de Russische centrale bank bijvoorbeeld, met harde euro’s. Zo stutten wij ongewild de wisselkoers van de roebel, en maken we het effect van het bevriezen van de Russische reserves ongedaan. Een meesterzet?

Nou nee. Uiteindelijk ruilen we eerst euro’s voor roebels, en daarna ruilen we die roebels voor gas. Per saldo betalen we dus gewoon met euro’s. Het heen en weer schuiven met roebels maakt de munt niet duurder. Toch pure symboolpolitiek dus. Of beter: een typisch Poetin-pesterijtje.

FD

Fossielflatie

‘Groenflatie’, dat is een stijging van de prijzen veroorzaakt door snelle energietransitie. Als iedereen tegelijk een elektrische auto’s koopt en windmolens bouwt, worden grondstoffen als lithium en koper snel duur, zo legde ECB-bestuurder Isabel Schnabel afgelopen donderdag uit. De prijs van zonnepanelen gaat door het dak en warmtepompen worden onbetaalbaar.

Maar uitstel van de transitie levert ook inflatie op: ‘klimaatflatie’, volgens Schnabel. Klimaatverandering veroorzaakt misoogsten en hoge voedselprijzen. Meer overstromingen betekent hogere verzekeringspremies.

En dan is er ook nog ‘fossielflatie’. Zolang we afhankelijk zijn van fossiele energie zorgt iedere stijging van olie- en gasprijzen voor hogere consumentenprijzen. Het is duidelijk dat deze ‘flatie’ momenteel verreweg de belangrijkste is van de drie.

Groenflatie, klimaatflatie, fossielflatie. Nee, voor smaakvolle taalvernieuwing hoef je niet bij de ECB te zijn. Maar als de woordgruwels helpen om duidelijk te maken dat je inflatierisico’s niet kunt verminderen door de energietransitie te vertragen, moeten we dat maar voor lief nemen.

FD

Zelfs de noodscenario’s zijn niet erg pessimistisch, maar wie durft er nu te investeren?

Zes nieuwe macro-economische voorspellingen in nog geen tien dagen tijd. We hebben het wel eens met minder moeten doen. Zowel het Centraal Planbureau, De Nederlandsche Bank als de economen van de Rabobank kwamen met een nieuwe raming voor de Nederlandse economie voor het dit en volgend jaar.

Vanwege de onzekerheden rond de oorlog in Oekraïne, deden ze er alle drie ook nog een speciaal noodscenario bij: wat gebeurt er als oorlog, sancties en hoge energieprijzen langer aanhouden dan gedacht. In totaal zijn dat dus zes verschillende nieuwe ramingen.

Maakt u zich geen zorgen, ik zal ze hier niet stuk voor stuk bespreken. Dat hoeft ook niet want de overeenstemming is groot. In de drie basisscenario’s blijft de economie met gemak overeind. De groei dit jaar ligt rond de 3 à 3,5%. De werkloosheid blijft laag: op of net boven de 4% van de beroepsbevolking. Het begrotingstekort komt niet boven de 3%, maar daar wel bij in de buurt. Alleen over de inflatie lopen de verwachtingen wat uiteen. Het CPB verwacht dit jaar 5% inflatie, Rabobank 5,5%, terwijl DNB met 6,7% wat hoger zit.

Volgend jaar gaat die inflatie overigens weer omlaag, naar rond 2,5%. De groei komt in 2023 met pakweg 1,5% ook lager uit. De werkloosheid loopt iets op, vooral door groei van de beroepsbevolking, maar de arbeidsmarkt blijft zeer krap.

Dan de drie noodscenario’s: die zijn wat minder eensgezind. Uiteraard is de groei telkens lager en de inflatie wat hoger dan in het basisscenario. Het begrotingstekort komt boven het Europese plafond van 3% (hoewel die regel ook dit jaar door Brussel niet gehandhaafd zal worden).

Door de vaart die de economie uit 2021 heeft meegenomen, komt in alle noodscenario’s de bbp-groei in 2022 toch ruim boven de nul uit. In 2023 komt die nul wel dichterbij. De consumptie groeit nauwelijks meer (Rabobank) of krimpt zelfs (CPB en DNB), en ook de export draagt weinig meer bij.

Maar toch zien ook deze noodscenario’s er niet al te rampzalig uit. Er is geen sprake van een diepe recessie die langdurig sporen nalaat. De arbeidsmarkt blijft krap en de overheid gaat niet failliet. Dat kan natuurlijk liggen aan een gebrek aan fantasie bij de economen, die zich misschien niet goed kunnen voorstellen hoezeer de oorlog uit de hand kan lopen. Maar ik zie vooral een koele analyse van de cijfers: Rusland is nu eenmaal niet zo’n belangrijke economie voor Nederland, ook niet indirect via andere handelspartners.

Dat is een belangrijke vaststelling, want onnodige paniek over de economische gevolgen van de oorlog kan leiden tot onnodige voorzichtigheid bij bijvoorbeeld bedrijven. Dat zagen we twee jaar geleden, toen angst en onzekerheid aan het begin van de corona-epidemie leidden tot het afbellen van orders en afblazen van investeringen. Terugkijken is altijd makkelijk, maar de diepe recessie begin 2020 werd vooral veroorzaakt door deze paniek en veel minder door de coronamaatregelen. Zelfs de problemen bij het weer opstarten van de economie in 2021, waren deels te wijten aan de schrikreactie (en lage investeringen) van een jaar eerder.

Die investeringsachterstand is zelfs nu nog steeds niet ingehaald. Terwijl de economie als geheel herstelde en het bbp nu al z’n 3% boven dat van voor de pandemie ligt, bleven veel investeringen achter. Investeringen in voertuigen en bedrijfsgebouwen liggen nog altijd onder het niveau van eind 2019. Alleen in machines wordt inmiddels weer wat meer geïnvesteerd.

Het vertrouwen onder veel ondernemers is hoog. Niet alleen in de industrie, maar bijvoorbeeld ook in de bouw en delen van de retail. Tegelijkertijd verwachten veel bedrijven problemen bij het vinden van personeel, wat in principe arbeidsvervangende investeringen zou moeten uitlokken. Kapitaal is nog altijd goedkoop en de groeiverwachtingen zijn bepaald niet slecht, zelfs niet in de noodscenario’s. Toch komen de bedrijfsinvesteringen maar moeilijk op gang.

Waarom durven veel bedrijven het nog steeds niet aan? Is er een fundamentele onzekerheid in het Nederlandse ondernemerschap geslopen, na krediet-, euro-, en coronacrisis, en nu weer de oorlog in het Oosten? Een gebrek aan vertrouwen in de toekomst? In dat geval raad ik ondernemend Nederland aan om de zes nieuwe ramingen eens goed te bestuderen. Of in elk geval een of twee ervan. Dat lucht misschien op.

FD

Permanent tijdelijk

De inflatie zou tijdelijk zijn. De wereldeconomie was na corona te snel uit de startblokken gekomen en dat zorgde voor tijdelijke schaarste en prijsdruk. Daarna was de inflatie tijdelijk omdat het effect van de hoge olie- en gasprijs er uiteindelijk weer uit zo lopen. En nu is de inflatie tijdelijk hoger door de oorlog en de sancties.

Ondertussen waren er tijdelijke chipstekorten, stegen de containerprijzen tijdelijk tot grote hoogte en waren hout en andere grondstoffen tijdelijk erg duur. De euro was dan weer juist goedkoop, maar dat maakte onze import duur. Tijdelijk natuurlijk.

Al met al begint die tijdelijke inflatie er griezelig permanent uit te zien. En als de corona-epidemie in China doorzet kunnen we straks ongetwijfeld weer nieuwe tijdelijke leveringsproblemen verwachten, wat vast weer zorgt voor een tijdelijke inflatiepiek.

En toch is het gewoon nog steeds zo: de inflatie ging telkens omhoog door tijdelijke, toevallige omstandigheden en is nog niet overgegaan in een permanente stijging van het algemeen prijspeil. Heel vaak voelt tijdelijk als permanent, maar is dat niet. Nog niet in elk geval.

FD

Kyiv of Parijs

Stel je voor: Europa komt aardgas tekort en moet de kolencentrales weer opstoken. Nederlandse en Duitse energiebedrijven houden daar al rekening mee. En de Europese Commissie wil toestaan langer kolen te gebruiken om de Russische gasimport te verminderen. Met de hand aan de gaskraan gijzelt Poetin zo ons klimaatbeleid . Hij dwingt ons te kiezen tussen Kyiv en Parijs.

Maar niet heus. Het Europese klimaatbeleid kan best wat tijdelijke kolenstook aan. De energiesector moet het doen met de beperkte hoeveelheid CO2-rechten die via het emissiehandelssysteem (ETS) worden verdeeld. Meer gebruik van kolen zorgt zo niet voor meer uitstoot, maar alleen voor duurdere rechten.

Zolang de regels van het ETS worden gehandhaafd, en de politiek de neiging weerstaat om de pijn van hoge CO2-prijzen te verzachten met extra rechten, kan Rusland ons dus niet chanteren.

Gisteren stemden Europese ministers in met ‘CBAM’: een importheffing op vuile producten uit landen zonder klimaatbeleid. Daarmee wordt het ETS nog minder afhankelijk van wat het buitenland doet. Het klimaatbeleid maakt Europa sterker, niet zwakker.

FD

Beter dan lagere accijns: hogere belasting op invoer van Russische energie

Koopkrachtbeleid als Belgenmop: gaat de invoerprijs van olie omhoog? Verlaag dan de accijns op brandstof, zodat de automobilist er geen last van heeft. Nederland gaat dat voor het eerst doen, de Belgische overheid deed het al vaak.

Zodra vrachtwagenchauffeurs met een actie dreigden of zodra de forenzen begonnen te klagen, greep de Belgische overheid telkens in. Men noemt dat in België het ‘omgekeerde cliquetsysteem’: als de brandstofprijzen flink stijgen, ‘klikken’ de accijnzen automatisch omlaag. Tussen 2004 en 2018 werd dit systeem meerdere keren aangezet. De huidige Belgische minister van Financiën, Vincent Van Peteghem, overweegt dat nu weer te doen.

Sympathiek natuurlijk. Maar ook oliedom. Want met de belastinginkomsten als schokbreker tussen de olieprijs en de prijs aan de pomp subsidieert de Belgische overheid vooral de olieproducenten. Een hogere olieprijs heeft geen of minder effect op de vraag van consumenten. De overheid subsidieert de geldbeluste sjeik. Of de oorlogszuchtige autocraat uit Rusland.

Iedereen met een minimale economische opleiding snapt dit. Van Peteghem is gepromoveerd econoom en was hoogleraar, dus hij ziet dat heus ook wel. Maar het idee van een snelle compensatie van de koopkracht is politiek te aantrekkelijk. Liever dom beleid dat populair is, dan slim beleid dat niemand snapt.

Het Nederlandse kabinet heeft geleerd van de Belgen. Dure olie en gas drukken de koopkracht van de burger, dus gaat Den Haag de accijnzen op brandstof en btw op gas verlagen. Zo repareren we de koopkracht van de Nederlander. Maar ook die van Vladimir Poetin en andere energieproducenten. Door het effect van dure brandstof op de vraag aan de pomp deels uit te schakelen, sponsort Nederland het Russische bewind. Uiteindelijk stroomt er geld van de Nederlandse naar de Russische schatkist.

Op die manier blijft er ook minder geld over om gericht armoedebeleid te voeren. De €600 die het kabinet volgens de berichten extra wil uittrekken voor lage inkomensgroepen, zullen we zelf moeten opbrengen.

Zou het niet geweldig zijn als we de Russen voor deze subsidie konden laten opdraaien? Want ja, daar zouden we ook voor kunnen kiezen. In plaats van een belastingverlaging is daar juist extra belasting voor nodig: Nederland, of de Europese Unie, of het gehele Westen moet een speciaal invoertarief instellen voor Russische olie en Russisch gas. Harvard-econoom Ricardo Hausmann pleitte daar eind vorige maand al voor. Zo straf je de Russen, en haal je geld op om de koopkracht van kwetsbare groepen te repareren.

Een extra belasting op energie-import klink misschien onlogisch. Olie en gas zijn immers al zo duur. Maar de last van deze belasting komt vrijwel geheel bij de Russen zelf terecht. Die zullen tegen wereldmarktprijzen blijven verkopen, zolang de variabele kosten van olieproductie lager blijven dan die prijs minus de importheffing. In economenjargon: op korte termijn is de prijselasticiteit van het aanbod vrijwel nul, waardoor de invoerheffing vrijwel geheel op de Russische producent wordt afgewenteld. Wij innen de belasting, de Russen betalen deze. Aan de pomp gaan de prijzen niet of nauwelijks omhoog.

Zo’n strafbelasting op de invoer van Russische energie werkt ook beter dan een importverbod. Over zo’n puur embargo wordt ook gesproken, maar daarmee doet het Westen ook zichzelf veel pijn. Met een importtarief worden er hier tenminste nog extra overheidsinkomsten gegenereerd. Die kunnen dan worden ingezet om gericht armoedebeleid te voeren. Op kosten van Poetin.

Een importheffing is de enige manier waarop we het ‘ruilvoetverlies’ van de dure energie-import daadwerkelijk kunnen repareren. Vraag is wel of het binnen de regels van de Wereldhandelsorganisatie (WTO) kan. Rusland is daar sinds 2012 lid van. Oekraïne wil dat de WTO het Russische lidmaatschap opschort. Daar zitten juridisch veel haken en ogen aan, maar in tijden van oorlog biedt het handelsverdrag wel mogelijkheden om op te treden. Canada heeft al een 35%-tarief voor alle Russische import. Europa zou zoiets voor Poetins olie en gas kunnen doen.

FD

Aanvulling 31 maart: Rusland is inmiddels ‘meestbegunstigde-status’ kwijt in de WTO. 

Stemmen zonder kiezen

We mogen weer stemmen en dat ga ik ook zeker doen. Maar ik had graag ook willen kiezen. Bijvoorbeeld voor zwembad én bibliotheek, voor natuur én fietspaden, voor meer prullenbakken én meer toezichthouders.

Om dat te betalen had ik dan ook moeten kiezen voor meer gemeentebelasting. Want in een democratie is dat de fundamentele keuze: meer publieke diensten of minder belasting. Helaas werkt het niet zo in gemeentelijk Nederland. Slechts 10% van de gemeente-inkomsten komen uit eigen belastingen. Het grootste deel komt uit het Gemeentefonds en wordt via een onbegrijpelijke formule verdeeld. Daardoor kan ik deze week niet kiezen voor meer uitgaven en hogere belastingen, en ook niet voor het omgekeerde. Ik mag slechts bepalen waarop wordt bezuinigd.

Voer daarom een ‘ingezetenebelasting’ in, een nieuwe gemeentebelasting die iedere burger betaalt, en verlaag de bijdrage van het Rijk. De ambtelijke werkgroep ‘Herziening gemeentelijk belastinggebied’ pleitte daar in 2020 al voor. Er is met dat advies helaas niets gedaan en daardoor kunnen we deze week wel stemmen maar valt er niet echt iets te kiezen.

FD

Corruptie vermoordde het Russisch ondernemerschap en gaf zo Poetin ruim baan

‘In de laatste twintig jaar was de relatie van overheid en ondernemers er een van een slager die in de ogen van een koe kijkt, het een mes op de keel zet en vraagt: “Wat krijgen we vandaag, melk of vlees?”’

Dat waren de woorden van Dmitri Potapenko, eigenaar van enkele Russische winkelketens, tijdens het Moskou Economic Forum in 2015. De bijeenkomst ging eigenlijk over externe bedreigingen van de Russische economie. Maar Potapenko gebruikte de gelegenheid om zijn gal te spuwen over de corruptie in Rusland zelf. Want hij werd niet aangevallen door het buitenland, maar door de corruptie van de Russische overheid, die maar één vraag stelt aan de ondernemer: geef je melk of vlees vandaag?

Corruptiedeskundige Yulia Krylova, afgestudeerd in Sint-Petersburg en daarna als onderzoeker in de Verenigde Staten werkzaam, schreef Corruption and the Russian Economy, een boek over de corruptie in Rusland dat in 2018 verscheen. Het citaat over de slager en de koe komt uit dat boek. Krylova deed onderzoek naar het effect van corruptie in Rusland op de bereidheid van ondernemers om risico te nemen, om bedrijven te stichten, om hun nek uit te steken.

Voor alle duidelijkheid: corruptie in Rusland gaat verder dan het omkopen van een enkele ambtenaar om sneller een vergunning voor het een of ander te krijgen. Dergelijke corruptie is wijd verspreid in de wereld. Economen dachten zelfs ooit dat het een gunstige vorm van corruptie was: een envelop met inhoud onder tafel zou het smeermiddel zijn dat van een stugge bureaucratie een geoliede machine maakte. Ergens in de jaren negentig van de vorige eeuw kwam het besef dat ook deze vorm van corruptie zeer schadelijk was. ‘Ik kan niets sneller laten gaan, maar wel alles eeuwig vertragen’, legde een Indiase ambtenaar uit, en toen begrepen economen het: corruptie zet de economie juist stil.

Elke vorm van corruptie bleek schadelijk en daarmee werd ook het verzamelen van informatie over de mate waarin landen en overheden corrupt waren, een zinvolle activiteit. Transparency International ging onderzoek doen naar corruptie en kwam met de Corruption Perspective Index, een rangorde op basis van enquêtes onder experts en zakenmensen. De Wereldbank deed ook corruptieonderzoek en kwam met verschillende ‘governance indicators’ om het gedrag van overheden te meten.

Volgens beide indicatoren scoort Rusland buitengewoon slecht. Bij Transparency International staat Rusland in 2021 op plaats nummer 136 van de 180 onderzochte landen. In Europa is geen slechtere score te vinden. Oekraïne staat trouwens niet veel hoger. De Wereldbank stelt dat Rusland, vergeleken met het gemiddelde van landen in Europa en Centraal Azië een minder effectieve overheid, slechter regelgeving, minder rechtsstatelijkheid en slechtere controle op corruptie heeft.

Logisch, want in Rusland gaat de corruptie dus veel verder dan smeergeld en omkoping. Ambtenaren en toezichthouders pakken ook rechtstreeks bezitting en soms zelfs hele bedrijven af. De Russische ombudsman voor ondernemersrechten stelde in 2012 al dat in tien jaar tijd bijna drie miljoen Russische ondernemers het slachtoffer werden van onrechtmatige gevangenneming en diefstal van bedrijfseigendommen. Reiderstvo is de Russische term voor deze illegale, maar zelden vervolgde vorm van pure roof. Op de website reiderstvo.org houdt Yulia Krylova precies bij welke bedrijven er aan ten prooi vallen.

Dit soort corruptie heeft het ondernemerschap in Rusland vermoord, zo betoogt Krylova in haar boek nauwgezet. Het verarmde de goedwillende burgerij en creëerde een klasse van kleptocraten. De stem van de middenklasse is sindsdien verstomd en machthebbers kunnen doen wat ze willen.

‘De vis rot vanaf de kop’ citeert Krylova een Russisch (en Nederlands?) spreekwoord. Het begint dus bij Poetin. Het was zijn corruptie en zijn vriendjespolitiek, het waren zijn paleizen en megajachten die de Russische middenklasse vermoordden. Zijn dromen over oude rijken en invloedssferen konden materialiseren tot een militaire inval in een buurland, omdat iedereen met geld en invloed aan zijn corrupte kliek schatplichtig was. Of anders wel: er doodsbang voor was.

Dat het monster van corruptie ondernemerschap en welvaart vernietigt wisten we. Dat het ook met veel geweld buurlanden binnenvalt weten we sinds deze week.

FD

Crypto voor Rusland

Bitcoin-sceptici schamperen vaak dat de munt geen praktisch nut heeft. Het is pure speculatie, een zeepbel. Maar dat klopte nooit helemaal, want je kunt er illegale drugs mee kopen bij onlinedealers. Je kunt er losgeld mee betalen aan criminele hackers. Dus hoezo geen praktisch nut?

Deze week kwam er een nieuwe toepassing bij: cryptomunten zijn handig als je een oorlogszuchtige autocraat bent die graag bommen gooit op burgers. Of een van zijn vrienden. Financiële sancties? Bevriezen van tegoeden? Dankzij crypto kun je vast nog wat geld wegsluizen. Logisch dat de bitcoinkoers afgelopen week 20% steeg. De Russen zijn er opeens dol op.

En logisch ook dat de Oekraïense vicepremier Fedorov aan cryptobeurzen vroeg om Russische klanten te weren. Maar megabeurzen als Coinbase, Binance en Kraken lieten hem met kerende post weten dat absoluut niet van plan te zijn. Crypto heeft eindelijk nut, dat laten zij zich niet afpakken! O ja, en ‘Crypto is een wapen voor vrede’, zegt de ceo van Kraken.

Zou het heel misschien kunnen dat de cryptowereld een ietsiepietsie, klein beetje meer regels en toezicht nodig heeft? Of anders een totaalverbod?

FD

journalist en econoom