Een oud instrument

Wie speculeert tegen de euro gaat over de knie bij Lagarde. De eurocrisis heeft ons geleerd dat een gok op snel stijgende rente in Italië, of op wanbetaling nooit mag lonen. Daarom kondigde de ECB woensdag een ‘nieuw instrument’ aan om speculatieve aanvallen af te slaan. Hoe het er precies uit gaat zien wordt later bepaald.

Maar waarom een nieuw instrument, als het oude instrument ongebruikt op de plank ligt? Na Draghi’s ‘Whatever it takes’, in 2012, tuigde de ECB het Outright Monetary Transactions-programma (OMT) op. Probleemlanden konden voortaan rekenen op interventies van de ECB, mits ze harde afspraken maakten met de Europese Commissie om hun begroting op orde te brengen. Hulp onder voorwaarden, zodat de ECB niet als begrotingspolitie hoefde op te treden.

OMT was zo succesvol dat de aankondiging genoeg was om rust op de markten te brengen. Het werd daarom niet ingezet. Tot opluchting van landen als Italië, want die vonden het idee van strenge voorwaarden niet leuk. Daarom hopen zij nu op een ‘nieuw instrument’ zonder voorwaarden. De ECB zou ze moeten teleurstellen.

FD

Bienvenido

Op 8 april 1962 tekenden Nederland en Spanje een historisch ‘wervingscontract’. Daarmee ging de deur open voor Spaanse gastarbeiders die gingen werken in de Limburgse mijnen en bij grote bedrijven als Philips. In 1971 waren er al bijna 25.000 Spanjaarden in Nederland.

Die migratiestroom droogde later weer op, toen de Spaanse economie begon te groeien en de dictatuur van Franco ten einde kwam. Uiteindelijk keerden veel migranten terug naar huis.

Een halve eeuw later heeft minister Van Gennip van Sociale Zaken wel zin in nog zo’n rondje Spaanse migratie. Vooral jonge Spanjaarden zouden hier aan het werk kunnen. Zij sprak ook over werkloze jongeren uit de banlieues, maar het idee dat Parijse straatschoffies gemotiveerd zijn om in onze kassen en havens te gaan werken, lijkt mij net iets te fantasierijk.

Spaanse arbeidsmigratie is kansrijker. De Spaanse jeugdwerkloosheid is – na de Griekse – de hoogste van de EU en de vacaturegraad is er het laagst. Jonge Spanjaarden een kans geven om werkervaring op te doen op de overspannen Nederlandse arbeidsmarkt is precies het soort win-winbeleid waar de EU voor is opgericht.

FD

Landjepik

Onteigenen is een vorm van keihard overheidsingrijpen. Je wordt simpelweg verplicht om je bezit te verkopen vanwege een of ander vaag omschreven algemeen belang. Geen wonder dat veeboeren te hoop lopen, nu onteigening van land een ‘onvermijdelijk’ onderdeel van het stikstofbeleid lijkt te worden.

Maar tegelijkertijd is het ook een doodnormaal instrument. Het Kadaster deed onlangs onderzoek naar de inzet van grondonteigening sinds 1995. Het middel werd maar liefst 5388 maal ingezet. Dat is bijna vier keer per week, 27 jaar lang. Het grootste deel van de onteigeningen betrof landbouwgrond. In totaal werd er van iedere duizend hectare één onvrijwillig opgekocht, vooral ten behoeve van infrastructuur en woningbouw, maar ook voor natuurcompensatie.

Landjepik door de staat blijft een grof middel om maatschappelijke doelen te bereiken. Laten we in de stikstofdiscussie echter niet doen alsof het ongebruikelijk of onrechtmatig is. Koop de veehouders bij kwetsbare natuur liever vrijwillig uit, de miljarden liggen klaar. Maar als dat niet lukt moet onteigening ook mogelijk zijn, want zo doen we dat al vele jaren.

FD

Het klimaat is nog te redden, mits we gaan luisteren naar economen

Ik sprak een expert die tot de conclusie was gekomen dat we de doelstellingen van Parijs nooit zullen halen. ‘We gaan voorbij de anderhalve graad opwarming en waarschijnlijk ook voorbij de twee.’ Daarna was ik op een congres over duurzaamheid waar alle ondernemers vóór het klimaat waren, maar niemand bereid was het roer om te gooien. Vervolgens las ik in de krant over een uiterst rationeel kabinetsplan om onze gasketels in huis zuiniger te maken, dat door boze Nederlanders als inbreuk op hun ‘vrijheid’ werd gezien.

Dus toen ik een gastcollege mocht geven over economie en klimaat, en een student vroeg of ik optimistisch was over de toekomst, was mijn antwoord: ‘Nee, juist zeer pessimistisch. Het gaat helemaal mis met het klimaat deze eeuw.’ Ja, laat het maar aan mij over om jonge studenten te motiveren.

Nu is er ook veel om pessimistisch over te zijn. Tot nu toe lukte het de wereld slechts een enkele keer om de CO₂-uitstoot te verlagen, maar dat was altijd tijdens een diepe recessie. De mondiale emissies gingen begin jaren tachtig even omlaag en tijdens de kredietcrisis in 2008 en 2009. De coronarecessie van 2020 ging ook gepaard met lagere CO₂-uitstoot. Maar dat waren slechts hobbels in een doorstijgende lijn.

Logisch dat steeds meer activisten pleiten voor een eeuwige recessie. Stoppen met groeien is de enige manier om de klimaatcatastrofe te voorkomen, vinden aanhangers van de degrowth-theorie. We hebben geen groei nodig, maar krimp.

Het lijkt er dus op dat we moeten kiezen tussen twee onmogelijke uitkomsten: of we laten het klimaat ontsporen en blijven over met een onleefbare wereld, of we gaan aan de bedelstaf en nemen massawerkloosheid, onbetaalbare pensioenen en schulden voor lief.

Is er echt geen derde weg? Nou, eigenlijk wel. En economen kennen de route. Want terwijl er veel is geschreven en gepraat over en geëxperimenteerd met het klimaatbeleid, is de enige effectieve oplossing nog nauwelijks geprobeerd. We staan langs de snelweg, de motor van de auto is oververhit, en zien maar twee oplossingen: doorrijden totdat de motor ontploft, of de auto in de sloot duwen en verder lopen. Maar dan komt de Wegenwacht en die vult gewoon het koelwater bij.

Die Wegenwacht – u dacht het al – dat is de econoom. En het koelwater heet: CO₂-beprijzing. Al ergens in de jaren twintig van de vorige eeuw beschreef de econoom Arthur Pigou hoe je in theorie met belastingen milieuproblemen kunt oplossen, zonder andere drastische ingrepen. CO₂-uitstoot is de perfecte kandidaat om deze theorie honderd jaar na dato op te testen. Maar dan wel op mondiale schaal, want waar de uitstoot plaatsvindt, is bij deze emissie niet relevant.

De EU laat zien hoe het moet. Het Europese CO₂-handelssysteem begint al beter te werken, en genereert sinds een paar jaar CO₂-prijzen waarmee het gedrag van de industrie echt wordt beïnvloed. Nu is het zaak om die prijzen aan de rest van de wereld op te dringen. De EU wil dat doen met een CO₂-grensbelasting voor import uit landen zonder klimaatbeleid. Een prima eerste stap.

Economen van het IMF lieten onlangs zien dat het nog beter kan: met een CO₂-minimumtarief voor de hele wereld. Een bodemprijs voor CO₂ die grote vervuilers straft, maar er ook rekening mee houdt dat opkomende economieën nog even wat meer mogen uitstoten. De grafiek hierboven laat het resultaat van hun modelsimulaties zien. Zo’n mondiaal minimumtarief kan de Parijs-doelstelling leveren. Het werkt net zo goed, of misschien zelfs beter, dan een mondiale CO₂-belasting met hetzelfde tarief voor alle landen.

Rijke landen kunnen het niet alleen. Een minimumtarief waar opkomende economieën niet aan meedoen helpt even, maar als die nieuwe landen hun concurrentievoordeel gaan benutten, schieten we toch snel door de twee graden opwarming. Het zal dus wereldwijd met alle landen moeten.

Nee, die internationale samenwerking zal niet eenvoudig zijn. Maar Europa heeft een stok. Als wij een forse CO₂-grensbelasting gaan heffen, kan dat onwillige landen richting zo’n mondiaal minimumtarief dwingen, denkt het IMF. Niet makkelijk, maar een stuk beter dan de onmogelijke keuze tussen smelten of krimpen. Beste lezer, er is nog hoop!

FD

Splijtzwam

De ECB stopt met het opkopen van schuldpapier, ruim zeven jaar nadat het eerste programma van ‘kwantitatieve verruiming’ werd gestart. Er zullen nog dikke proefschriften geschreven worden over nut en noodzaak van dit onorthodoxe monetaire beleid. Maar het kan misschien ook in een paar honderd woorden.

Allereerst: de Europese economie was al echt aan het herstellen, toen men in 2015 begon met opkopen. De rente was al laag en de eurocrisis was eigenlijk al voorbij. Opkopen was dus vooral bedoeld om de inflatie aan te wakkeren. Lukte dat? Niet bepaald. De meeste jaren bleef de inflatie ruim onder de doelstelling van de ECB. Corona en de Oekraïne-oorlog zorgden uiteindelijk voor de hogere (lees: veel te hoge) inflatie, niet het opkoopbeleid.

Het onorthodoxe beleid veroorzaakte wél grote onmin binnen de ECB. De presidenten van de Duitse en Nederlandse centrale banken voelden zich vaak buitenspel gezet, omdat ze het beleid in veel gevallen niet steunden. Tot het stopzetten werd donderdag wél unaniem besloten. Kwantitatieve verruiming was een splijtzwam met twijfelachtig nut. Goed dat men ermee stopt.

FD

Als er al een recessie komt, dan wordt het een heel vreemde

De recessievrees wakkerde weer flink aan deze week. De Amerikaanse inflatie bleek hoger dan verwacht, dus de Fed verhoogde de rente met maar liefst driekwart procent. Doen de Amerikanen een ‘Volckertje’? Zetten ze de economie expres in de achteruit, net als die beroemde Fed-president begin jaren tachtig deed, om de inflatieverwachtingen uit de hoofden van burgers en bedrijven te branden? Zo ja, dan zal Europa daar, net als veertig jaar geleden, ook de gevolgen van voelen.

In Europa kwamen ondertussen oude koortsdromen over schuldencrises en mediterrane faillissementen weer naar boven. De rente op Italiaanse staatsschuld liep deze week snel op, nadat de ECB in Amsterdam een zeer bescheiden rentestijging had aangekondigd. Er was een noodvergadering en de aankondiging van ‘een nieuw instrument’ voor nodig om de onrust te bezweren.

Beurzen knalden omlaag, gas werd weer duurder en de Europese inflatie liep op naar 8,1%. Logisch dat steeds meer analisten voorspellen dat we afstevenen op een serieuze recessie. Meerder kwartalen met krimp van het bruto binnenlands product lijkt inmiddels wel ingeprijsd.

‘Een milde recessie’, is het standaard scenario geworden. Economen van de Rabobank muntten deze term eerder deze maand. Aan het einde van 2022 zal de erosie van de koopkracht van de Nederlandse consument de economische groei in het rood drukken. De concurrenten van ABN Amro spraken in hun raming van 9 juni over ‘economische tegenwind’ en vrezen dat een ‘recessie op de loer ligt’.

De meest recente economische raming komt van economen van De Nederlandsche Bank. Die schreven op 13 juni dat de economische groei dit jaar nagenoeg stil zal vallen. En als de oorlog in Oekraïne langer aanhoudt dan gedacht en de energieprijzen nog hoger uitvallen, zal de Nederlandse economie echt gaan krimpen.

De ramingen voor de Nederlandse economie worden dus al pessimistischer. Dat proces begon al begin maart, toen het Centraal Planbureau met het jaarlijkse Centraal Economisch Plan kwam. Daarin werd de groeiraming verlaagd ten opzichte van de verwachtingen in september vorig jaar, en de inflatieraming flink verhoogd.

In de maanden na dat CPB-rapport kwamen er verschillende andere voorspellingen naar buiten. Van de Nederlandse banken, van de Europese Commissie en dus ook van DNB. Iedere keer werden de verwachtingen voor economische groei in dit en volgend jaar naar beneden bijgesteld. En telkens ging de inflatieraming omhoog. In maart ging het CPB nog uit van 3,6% groei in 2022 (waarvan een goed deel vanwege het zogenoemde ‘overloopeffect’ al achter ons ligt) en 1,7% volgend jaar. Drie maanden later komt DNB uit op respectievelijk 2,8% en 1,5%.

De inflatieverwachting voor 2022 steeg in drie maanden van 5,9% (CPB) naar 8,7% (DNB). En ook voor volgend jaar ging de inflatieraming omhoog.

Maar, opvallend genoeg, werden niet alle verwachtingen slechter. Ondanks de lagere groei en de waarschijnlijkheid van meerdere kwartalen met krimp, toonden de ramingen voor de werkloosheid juist een verbetering. Het CPB verwachtte in maart 4% werkloosheid of meer maar DNB denkt in juni dat het werkloosheidspercentage ruim onder de 4% blijft. Minder groei, maar toch een nog krappere arbeidsmarkt. Ook de overheidsfinanciën lijken te verbeteren, ondanks de afkoelende economie. De verwachte staatsschuld ging telkens omlaag, ook al beloofde het kabinet meer uit te geven dan eerder was begroot.

Dat brengt ons bij een vrij fundamentele vraag: als de werkloosheid laag blijft en de staatsfinanciën gezond, is een paar kwartalen kwakkelende groei dan nog wel een echte recessie? Bij een recessie hoort toch massawerkloosheid en bezuinigingspakketten? Wat maakt het uit als de economie vertraagt, zolang de werkzekerheid toeneemt en de kabinetsplannen betaalbaar blijven?

Er zijn analisten die volhouden dat iedere periode met twee achtereenvolgende kwartalen met economische krimp een recessie is. Maar verstandigere economen zien een recessie als een periode van algemene economische malaise, met oplopende werkloosheid en onverkoopbare voorraden en tekortschietende vraag. Als ik naar de recente ramingen kijk, lijkt zo’n soort recessie nog ver weg.

FD

Fout marmer

De zomer komt eraan dus we mogen weer plannen maken. Misschien vliegt u wel naar Griekenland en brengt u een bezoekje aan het Parthenon op de Acropolis van Athene. Of beter: aan de resten van die tempel, want de Ottomanen lieten er ooit een munitieopslag ontploffen. In de resten werd later gegraaid door de Britse graaf Elgin, die de mooiste marmeren beelden naar Londen sleepte.

Voor een compleet beeld van het Parthenon moet u dus niet alleen naar Athene, maar ook naar het British Museum waar de roofschatten een eigen zaal hebben.


bron: wikipedia

Idioot natuurlijk, in een tijd waarin de discussie over het teruggeven van oude cultuurschatten de museumwereld domineert. De Grieken willen de beelden graag terug, en ijveren daar al vele decennia voor. De Britten wilden er nooit van weten. ‘Ze zijn van ons’, stelde premier Johnson vorig jaar nog.

Maar sinds kort lijkt er beweging in de zaak. In mei kondigde Unesco aan dat zowel Athene als Londen instemmen met gesprekken. Andere EU-landen moeten nu de druk op de Britten opvoeren, en opkomen voor EU-lid Griekenland. Is er misschien eindelijk eens een voordeel van die brexit.

FD

Dure toekomst

Een lezer mailde: ‘Het kabinet wil het gat op de begroting vullen door geld uit het klimaatfonds te halen; schrijf daar eens over!’ Goed idee, maar ik worstel er mee. Want de begrotingstekorten ontstaan mede door de stijging van de rente.

In de meest pure vorm betekent een hogere rente een afboeking op het belang van de toekomst. Een stabiel klimaat in 2100 is simpelweg minder waard geworden, dus hoeft er ook minder geld voor gereserveerd. Op de staatsbalans kan de reservering voor het geluk van onze kleinkinderen worden verlaagd.

Belachelijk? Sommige economen vinden van wel. Zij stellen dat de natuur een rekenrente van 0% verdient, want de toekomst van de aarde is net zo belangrijk als het heden. Sympathiek idee, maar ook problematisch. Over vijf miljard jaar zwelt onze zon op tot een rode reus en wordt de aarde verzwolgen. Bij een rente van nul zou dit probleem nu de allerhoogste prioriteit moeten hebben.

Voor beide rentevisies is wat te zeggen. Ik weet het dus ook niet. Dan laat ik maar de onderbuik spreken: ‘Op het klimaat beknibbelen om de tekorten aan te vullen? Schande!’

FD

Prima kandidaat

Zelensky is teleurgesteld in Rutte. De premier is tegen een snel kandidaat-lidmaatschap van de Europese Unie voor Oekraïne. Tijdens een interview met Nieuwsuur verzuchtte Zelensky: ‘Als er geen plaats is voor ons in de EU, zeg dat dan eerlijk.’

Volgens Rutte moet het land eerst nog stappen zetten. Minder corruptie, goed bestuur, dat werk. Maar daar is het kandidaatschap toch juist voor bedoeld? Dat is de fase waarin een land zich, met hulp van Brussel, klaar maakt voor echt lidmaatschap.

Als landen als Servië, Albanië en Turkije wel kandidaat-lid mogen worden, waarom het onze oorlog vechtende Oekraïne dan niet? De reden ligt ongetwijfeld in dat rampzalige raadgevende referendum van 2016, toen een deel van de bevolking na een slecht vormgegeven stemprocedure tegen het associatieverdrag stemde.

Dat referendum was de studentikoze grap van een groepje laatpuberende jongens die we inmiddels kennen als raaskallende Kamerleden met een voorkeur voor complottheorieën. Het matrozenpetje haalde geen zetel en slijt zijn dagen nu als roddeltante op YouTube.

Hoelang nog laten we deze figuren het Nederlandse EU-beleid bepalen?

FD

 

We zouden weer lokaal gaan produceren, maar daar is nog niets van te zien

Deglobalisering is de nieuwe trend. De wereld valt uiteen in economische blokken. In de Verenigde Staten is de nieuwe president net zo America First als zijn voorganger. De Europese Commissie streeft naar ‘strategische autonomie’, onder applaus van Frankrijk en Duitsland. China richt zich op de binnenlandse markt en heeft er al minder moeite mee dat de agressieve politiek van Xi Jinping de klanten in het Westen afschrikt.

En dan was er natuurlijk de pandemie, die ons leerde dat de internationale productie- en aanvoerketens te fragiel zijn. Het streven naar efficiëntiewinst, de zoektocht naar de goedkoopste aanbieder en de just-in-time-ideologie hebben ons opgezadeld met een logistiek systeem dat bij de geringst tegenslag onderuitgaat. Er ontstaan dan files in de wereldhandel, tekorten aan alles en nog wat, en wat er nog binnenkwam wordt tegen extreem hoge prijzen verhandeld. De computerchips zijn op, containervervoer is peperduur en we zijn in een nieuwe energiecrisis beland.

Hoogste tijd voor een serieuze rethink van de manier waarop we in de wereld produceren en handelen. Productieketens moeten robuuster worden en bedrijven minder afhankelijk van buitenlandse producenten. Het is just in case, in plaats van just in time, en vooral veel meer zelf produceren. Globalisering is doorgeschoten, terug naar de basis.

Werkt dat zo? Kun je globalisering wegwensen en bedrijven met zachte drang aanzetten tot meer lokale productie? De cijfers zeggen van niet. Deze week publiceerde de Wereldhandelsorganisatie (WTO) de nieuwste cijfers over de internationale handel in halffabrikaten en onderdelen. Als de wereldeconomie echt was overgegaan op kortere productieketens en meer lokale productie, dan zouden die handelsstromen moeten zijn afgenomen. In werkelijkheid werd er nog nooit zoveel met spullen gesleept tussen de industrieën in verschillende landen.

De meest recente cijfers zijn van eind 2021, dus noch de gevolgen van de oorlog in Oekraïne noch van de nieuwe lockdowns in China zijn er in te zien. Maar duidelijk is dat globalisering allerminst op haar retour is. In het vierde kwartaal van vorig jaar werd er wereldwijd voor $2629 miljard aan ‘intermediare goederen’ geëxporteerd. Dat is een derde meer dan voor de pandemie begon. Er is niet afgebouwd, de ketens werden juist opgeschaald.

Een paar kanttekeningen bij deze cijfers: het gaat om nominale bedragen, dus er is niet gecorrigeerd voor inflatie. Dit zorgt voor een overschatting, met name voor zaken als halfgeleiders. Die overschatting moeten we overigens niet overdrijven, want de dollar is nu een stuk duurder dan twee jaar geleden, dus voor bijvoorbeeld de Europese handelsstromen geeft dat juist een onderschatting. Bovendien is de stijging te zien voor alle landen en alle productgroepen; er is dus wel degelijk iets meer aan de hand dan puur een prijseffect.

Azië blijkt nog altijd het meest te profiteren van de aanhoudende globalisering van productie. Vooral de export van halffabrikaten en onderdelen uit Azië, naar Europa en Noord-Amerika groeide in 2021. Omgekeerde stromen namen minder toe. Handel tussen Europa en Noord-Amerika stagneerde vorig jaar zelfs.

Deze statistieken duiden allesbehalve op een omwenteling in de wereldhandel. Aan de ene kant is dat maar goed ook, want snelle deglobalisering zou zorgen voor nog meer koopkrachtverlies en mogelijk tot een recessie leiden. Maar voor het idee dat de productieketens en aanvoerlijnen structureel robuuster moeten, is zeker wel wat te zeggen. Op de oude voet doorgaan is onwenselijk.

Wat de nieuwe cijfers daarom vooral zeggen, is dat we die robuuste ketens niet vanzelf krijgen. Wensdenken is niet voldoende; de financiële prikkels moeten eerst veranderen. Zo zouden banken en andere kredietverleners een risico-opslag kunnen eisen op leningen aan bedrijven in een fragiele keten. Kredietbeoordelaars moeten niet alleen kijken naar cashflow en solvabiliteit, maar ook naar de afhankelijkheid van toeleveranciers. Beleggers kunnen stresstesten doen: wat gebeurt er met de koers als de productie stokt door tekorten en disrupties?

Zo krijgen de nieuwe risico’s een echte prijs. Krijgen we dan deglobalisering? Nee, dat denk ik niet. Maar misschien wordt de wereldeconomie wel wat minder kwetsbaar.

FD

journalist en econoom