Alle berichten van Mathijs

Als het zo goed gaat met de Nederlandse economie, waarom groeit de kredietverlening dan nog niet?

De lichten voor de Nederlandse economie staan al een tijd op groen, maar inmiddels schijnt het licht zo fel, dat het pijn doet aan de ogen. In de befaamde Conjunctuurklok van het Centraal Bureau voor de Statistiek, duiden momenteel alle relevante indicatoren op een aantrekkende economie.

Het aantal vacatures, de omzet in de uitzendbranche, de Nederlandse export en investeringen, het consumenten- en producentenvertrouwen en al die andere (in totaal dertien) conjunctuurindicatoren staan in het groen. Dat betekent dat alle indicatoren de afgelopen maand zijn verbeterd en ook nog eens allemaal boven hun langjarig gemiddelde scoren. In deze eeuw is dat alleen in 2006 eerder gebeurd.

Geen wonder dat de Duitse economen van het CESIfo-instituut ons land deze week in het rijtje van toppresteerders zette. Samen met Duitsland, Oostenrijk en België vormt Nederland de kopgroep van het eurogebied. Het is hoogconjunctuur in de lage landen, alles zit eindelijk weer eens mee!

Slachtoffer van de kredietcrisis

In het felle, groene licht zou je bijna vergeten dat Nederland nog niet zo lang geleden tot de slachtoffers van de kredietcrisis behoorde. In Nederland moesten bijna alle banken door de overheid worden gered, bij ons was de recessie dieper dan in de buurlanden, onze huizenmarkt had het relatief zwaar. En ondanks alle groene lichten zijn de gevolgen daarvan nog te zien; het meest duidelijk bij de kredietverlening aan bedrijven.

Schermafbeelding 2017-05-23 om 12.23.26

Terwijl in de meeste Europese landen de kredietstroom al weer aardig op gang is gekomen, is er in Nederland nog altijd sprake van krimp. Ten opzichte van een jaar eerder lag de kredietverlening aan Nederlandse, niet-financiële bedrijven in maart (met meest recente cijfer) bijna 3% lager dan een jaar eerder. Dit percentage is dan al gecorrigeerd voor de afgenomen kredietverlening binnen internationaal opererende bedrijven. Multinationals gebruiken vaak het instrument van ‘notional cash pooling’ (saldocompensatie) om hun cash in landen te managen. Dit gaat in de vorm van leningen, die de werkelijke kredietverlening vertekenen. Daarom publiceert De Nederlandsche Bank maandelijks cijfers over de kredietverlening, gecorrigeerd voor saldocompensatie. Deze cijfers zijn weergegeven in de grafiek hierboven.

Terwijl in de meeste Europese landen de kredietstroom al weer aardig op gang is gekomen, is er in Nederland nog altijd sprake van krimp. Ten opzichte van een jaar eerder lag de kredietverlening aan Nederlandse, niet-financiële bedrijven in maart (met meest recente cijfer) bijna 3% lager dan een jaar eerder. Dit percentage is dan al gecorrigeerd voor de afgenomen kredietverlening binnen internationaal opererende bedrijven. Multinationals gebruiken vaak het instrument van ‘notional cash pooling’ (saldocompensatie) om hun cash in landen te managen. Dit gaat in de vorm van leningen, die de werkelijke kredietverlening vertekenen. Daarom publiceert De Nederlandsche Bank maandelijks cijfers over de kredietverlening, gecorrigeerd voor saldocompensatie. Deze cijfers zijn weergegeven in de grafiek hiernaast.

De grafiek laat zien dat de kredietverlening aan bedrijven nog altijd hapert. Juist tijdens de periode van herstel, vanaf 2014, is de kredietverlening gaan krimpen. Opvallend genoeg was er tijdens de ‘kredietcrisis’, in 2008 en 2009, nog altijd sprake van kredietgroei, ook al nam deze groei wel snel af.

Ook tijdens de eurocrisis — vanaf de eerste Griekse problemen begin 2010 tot de ‘what ever it takes’-uitspraak van ECB-president Mario Draghi eind juli 2012 — bleef de kredietverlening aan Nederlandse bedrijven groeien.

Pas toen het herstel echt inzette, pakweg een half jaar nadat premier Mark Rutte de ‘groene waas’ meende waar te nemen, belandde de kredietverlening in de min. Al 45 maanden op rij is het totaal aan uitstaande leningen lager dan een jaar eerder. De kredietcrisis is niet voorbij, Nederlandse bedrijven zitten er middenin!

Meer eigen vermogen

Vraag is natuurlijk of dit erg is. Vanuit de bankensector klinkt het sussend dat dit deels komt doordat grote bedrijven de banken tegenwoordig omzeilen en via de obligatiemarkt direct zakendoen met geldschieters. Dat de kredietverlening aan mkb-bedrijven ook nog steeds krimpt, zou erop duiden dat kleinere bedrijven in het verleden te veel geleund hebben op vreemd vermogen en zich nu meer financieren middels eigen vermogen.

Dat zijn legitieme nuanceringen. Uit enquêtes van de ECB blijkt dat Nederlandse bedrijven minder behoefte hebben aan krediet, omdat ze hun financieringsbehoeften vaak met ingehouden winsten kunnen voldoen. Economische groei kan daardoor in principe samengaan met krimp van de kredietverlening.

Maar uit onderzoek van het Internationaal Monetair Fonds uit 2013 blijkt dat dergelijke kredietloze groei meestal niet al te krachtig is. Zonder nieuwe leningen aan bedrijven, voor nieuwe investeringen, gaan de lichten al snel weer op oranje.

Daarom: hoezeer de conjunctuur ook baadt in het groene licht, totdat bedrijven weer gaan lenen houd ik een slag om de arm.

(FD)

 

Bang voor Macron

Een half etmaal. Veel langer duurde langer duurde de euforie over de spectaculaire overwinning van Emmanuel Macron niet. De jonge leider van een gloednieuwe partij had zojuist met een verpletterende 66% van de stemmen de Franse presidentsverkiezingen gewonnen. Hij deed dat met een impopulair programma vol harde hervormingen en ambitieuze Europese plannen. Tijdens de campagne had Macron zelfs nog met een Europees vlaggetje gewapperd; alsof hij zijn kansen expres probeerde te frustreren.

Toen kwam de verkiezingsdag en haalde Macron fluitend tweederde van de stemmen. De euforie was groot. Eventjes. Daarna keerde het chagrijn terug. Veel Fransen waren thuis gebleven, of hadden blanco gestemd, schamperden de commentatoren. En de uitslag voor Macron was vertekend omdat veel Fransen alleen maar voor hem kozen om tegenstander Marine le Pen uit het Élysée te houden.

Het zijn onzinnige nuanceringen. Ondanks de thuisblijvers en blanco stemmen haalde Macron ook in absolute getallen een monsteroverwinning. Met ruim 20 miljoen stemmen, hoeft boekte hij de op één na grootste zege sinds het begin van de vijfde republiek. En dat veel Macron-stemmers vooral Le Pen wilden dwarsbomen, doet ook niets af aan de overwinning. Het onderling vergelijken van kandidaten is de essentie van iedere verkiezing. Juist omdat de inhoudelijke verschillen tussen Macron en Le Pen zo groot waren, heeft Frankrijk nu een duidelijke keuze gemaakt. Als de kandidaten meer op elkaar hadden geleken, dan had de uitslag vast dichter bij elkaar gelegen, maar die was dan ook politiek minder veelzeggend geweest.

Vooral in Nederland en Duitsland begon Macrons monsterzege ook om inhoudelijke redenen al snel te jeuken. Het opgetogen “Hoera, een Europaan heeft gewonnen!”, veranderde snel in een angstig: “Help, een Europeaan heeft gewonnen!”. Want zo’n pro-Europese Fransman, die wil waarschijnlijk ook allemaal pro-Europese dingen doen. Verbeteren van de structuur van de monetaire unie, bijvoorbeeld. En meer politieke samenwerking om de euro sterker te maken. Misschien zelfs iets dat lijkt op coördinatie van begrotingsbeleid en sociale zekerheid. Mijn hemel, dat moeten we niet willen!

Duitse politici lieten dan ook per ommegaande weten dat daar allemaal geen sprake van kan zijn. In Nederland sloten VVD- en CDA-politici zich er snel bij aan. Hervormingen in Frankrijk zijn prima, maar verbeteren van de monetaire unie, zodat we de volgende crisis misschien kunnen voorkomen, daar kan geen sprake van zijn. Prima zo’n uitgesproken Europeaan in het Élysée, maar laat hij z’n enthousiasme vooral thuislaten als hij naar Brussel reist.

Een stevige, inhoudelijke discussie over versterking van de eurozone, daar zitten Duitse en Nederlandse politici niet op de wachten. Voor het weet moeten ze de bühne op met een Europees vlaggetje om nieuwe maatregelen uit te leggen aan de bevolking. Je moet er niet aan denken.

 

Geef papa geen verlof, maar geef hem vrijheid

Tien dagen betaald verlof voor alle kersverse vaders in Europa. De Europese Commissie wil zich sinds kort graag profileren als een hoeder van de rechten van werknemers, en kwam woensdag met dit plan.

De Europese regelingen voor vaderschapsverlof lopen nu nog ver uiteen. Nederland is nogal karig met twee dagen betaald verlof voor nieuwe vaders, in Frankrijk is dat elf dagen, in Finland zelfs 54 dagen. Brussel wil dat met een minimum van 10 dagen glad trekken.

Moet de Europese Commissie zich wel dit onderwerp bemoeien? Nee, natuurlijk niet! Het gaat lijnrecht in tegen het subsidiariteitsprincipe. Hoeveel tijd vaders krijgen om “hun baby te leren kennen”, is een vraag die lidstaten prima zelf kunnen beantwoorden.

Maar het Brusselse voorstel biedt toch een mooie kans. Een kans voor Nederland om eens stevig te snoeien in de jungle van de verlofdagen, werkgevers te ontlasten en tegelijkertijd de Nederlandse werknemers meer vrijheid te geven.

Want meer vrije dagen voor jonge vaders is een prima idee, maar waarom moet dat per se via een verlofregeling? Waarom moeten werkgevers via loondoorbetaling opdraaien voor de kinderwens van hun werknemers? Waarom kan een vader die zijn baby wil leren kennen daar niet gewoon vakantiedagen voor opnemen? Je kind leren kennen zou iedere vader minstens zo belangrijk moeten vinden als een week strandbakken in Benidorm.

Vergeet daarom dat uitgebreide en kostbare vaderschapsverlof. Geef in plaats daarvan iedere werknemer het recht om na de bevalling van zijn (of haar) partner een flinke hoeveelheid vakantiedagen op te nemen.

Nu nog kan de werkgever volgens de cao vakantiedagen weigeren, als het bedrijfsbelang dat vereist. Verander die gunst in een recht en elke jonge ouder kan voortaan op eigen initiatief, maar ook op eigen kosten, langdurig vaderschapsverlof opnemen.

Zo’n nieuw recht op vakantie tijdens bijzondere perioden in het leven zou ook veel andere verlofregelingen kunnen vervangen. Blader eens in een cao en je valt achterover van de absurde hoeveelheid speciale verlofregelingen die Nederland kent.

Nederlandse werknemers hebben naast zwangerschaps- en vaderschapsverlof vaak ook recht op verhuisverlof, adoptieverlof, pleegzorgverlof, ouderschapsverlof, kortdurend zorgverlof en calamiteitenverlof of rouwverlof na overlijden van de partner, kind, grootouder, zus, broer, zwager, schoonzus of kleinkind.

Wie gaat trouwen krijgt huwelijksverlof. Maar ook als kinderen, broers, zussen, kleinkinderen of grootouders gaan trouwen heb je recht op door de werkgever doorbetaald verlof. Er is vakbondsverlof voor actieve leden van de vakbond, prepensioneringsverlof om vast aan het leven na het pensioen te wennen en zelfs een speciaal verlof als je partner binnenkort met pensioen gaat.

Ondertrouwverlof, generatieverlof, vrijwilligersverlof, vitaliteitsverlof; de Nederlandse verlofdeken is een patchwork van oneindig veel lapjes.

Niet iedere werknemer heeft recht op ieder soort verlof, want verschillen tussen cao’s zijn groot. De ene sector is kwistig met doorbetaald verlof, de andere juist karig. Ook dat is een reden om eens flink in de regelingen te snoeien, want waarom zou de ene werknemer meer speciale vrije dagen nodig hebben dan de andere?

Schaf daarom alle verlofdagen af en verhoog tegelijk het aantal vakantiedagen van alle werknemers, zodat het gemiddeld aantal dagen doorbetaalde afwezigheid in Nederland gelijk blijft. Geef vervolgens iedere werknemer het recht op vakantie bij geboorte, huwelijk, rouw, vakbondsactiviteiten en desnoods ook maar bij een aanstaande pensionering.

Iedereen is vrij om te doen wat hij of zij wil, iedereen mag zelf besluiten om wel of niet te werken rond levensbepalende gebeurtenissen en dat allemaal zonder dat de werkgever op nieuwe kosten wordt gejaagd.

(RTLZ)

Tweehonderd jaar na David Ricardo moeten we nog steeds vechten voor open grenzen en vrije handel

De Brexit wordt een feest. Want in plaats van Duitse auto’s, Italiaanse wijnen en Franse kaasjes, kunnen de Britten straks eindelijk weer genieten van mooie producten van eigen bodem. Dat denkt althans de Britse conservatieve parlementariër John Redwood. Redwood zit in het Britse Lagerhuis namens het kiesdistrict Wokingham (in Zuid-Engeland) en was eerder staatssecretaris in het kabinet van John Major. Niet de belangrijkste Tory dus, maar ook niet de minste.

Afgelopen vrijdag besloot Redwood dat het uit moest zijn met het gesomber over gesloten Europese grenzen na de brexit. Want waarom alles importeren, als we het ook zelf kunnen maken? Hij scheef een blog waarin hij de Britse auto’s de Britse wijnen en de Britse kazen roemt. ‘Er is een overdaad aan keuze’, jubelt de MP. Redwood is ongetwijfeld een intelligente man, met een studie aan Oxford en een carrière in de financiële sector en de industrie. Dat bewijst maar weer dat slimme mensen niet immuun zijn voor het virus van het protectionisme.

Niets zo aantrekkelijk voor een politicus dan een nationalistische oproep om eigen producten te kopen. We zien dezelfde oer-emotie bij Donald Trump, Marine Le Pen en vele andere populistische politici. Misschien moet Redwood dit weekend maar eens in zijn (Britse) auto stappen en vanuit zijn district een kort ritje naar het westen maken. Dan komt hij al snel in het aangrenzende district Witshire. Daarin ligt het plaatsje Chippenham, met aan de rand daarvan de kleine St. Nicolaaskerk uit 1779. Als Redwood om het kerkje heen loopt vindt hij het grafmonument van de politieke-econoom David Ricardo (1772-1823). Dat is een passende plek om eens wat te bladeren in Ricardo’s boek On the Principles of Political Economy and Taxation uit 1817, waarin het belang voor alle landen van open grenzen en internationale handel voor het eerst helder uit de doeken werd gedaan.

Niet alleen een passende plek om dat boek te lezen, maar ook de perfecte tijd. Want het was deze week precies tweehonderd jaar geleden dat On the Principles voor het eerst in de handel kwam. In zijn boek legt Ricardo uit dat ook voor een land dat alles prima zelf kan produceren, handel met andere landen voordelig is. Dit is het principe van de comparatieve voordelen. Ricardo geeft het beroemde voorbeeld van handel in wijn en textiel tussen Portugal en Engeland. Zelf als Portugal zowel wijn als textiel efficiënter, dus met minder manuren kan produceren, dan nog is het voordelig als Portugese producenten zich specialiseren in het product waarin ze relatief (comparatief) het beste zijn. Als Portugezen relatief het best zijn in het maken van wijn, kunnen zij de productie van textiel beter aan de Engelsen overlaten en voortaan wijn exporteren en textiel importeren. Dat is beter voor de welvaart en rijkdom in zowel Portugal als Engeland. Het is een fraaie theorie die twee eeuwen later nog recht overeind staat.

 

Vorige week werd de prestigieuze John Bates Clark Medal voor de beste econoom onder 40 jaar uitgereikt aan David Donaldson van Stanford, onder andere voor zijn empirisch onderzoek naar de geldigheid van de theorie van comparatieve voordelen. Donaldsons conclusie: na tweehonderd jaar is Ricardo’s idee nog altijd alive and kicking.

Economen gebruiken de theorie van Ricardo ook om voor landen hun ‘revealed comparative advantage’ (RCA), of ‘gebleken comparatieve voordelen’ te berekenen. Dit doen ze door het deel dat een bepaalde groep exportproducten (bijvoorbeeld chemie) uitmaakt van de totale export van een land, af te zetten tegen diezelfde verhouding voor de wereld als geheel. Een RCA hoger dan één laat zien waar een land relatief goed in is. Ter illustratie hiernaast de specialisaties van Nederland. We zijn niet zo goed in machinebouw en textiel, maar wel in chemie. De allerhoogste RCA scoort Nederland in agrarische sectoren, bij de export van vee en groente. Ook dat is geruststellend genoeg al minstens tweehonderd jaar het geval.

(FD)

Persoonlijke pensioentrog

‘Welkom bij Restaurant De Varkenstrog. Wij serveren u een heerlijke maaltijd waarvan u, gezeten aan een lange tafel, in knusse saamhorigheid kunt genieten. Bij ons geen gedoe met borden en schalen; het eten wordt gewoon in een lange trog gestort, waar u en alle andere gasten naar hartenlust uit mogen lepelen. Gezellig met z’n allen smullen van een collectieve maaltijd, het kan bij ons restaurant.

Wij noemen dit speciale arrangement “De Persoonlijke Maaltijd”. U vindt dat misschien een vreemde naam voor samen eten uit een trog, maar volgens het nieuwe Hoofd Marketing van ons restaurant dekt deze term de lading prima. Iedere gast van Restaurant De Varkenstrog krijgt bij binnenkomst een “Persoonlijk Maaltijdoverzicht” met daarop alle ingrediënten die in de trog worden gestort. Zoveel aardappelen, zoveel stukken spek, zoveel kilo bonen. Op het overzicht worden die aantallen keurig gedeeld door het aantal gasten. Zo kan iedere gast altijd zien hoeveel voedsel er in theorie voor hem of haar in de voederbak is gestort en geniet iedereen van een persoonlijke maaltijd, opgediend in een collectieve trog.

Misschien leuk om te weten voor onze gasten: onze marketingman werkte tot voor kort bij Nederlands grootste pensioenfonds ABP. Daar ontwikkelde hij het concept van de “Persoonlijke Pensioenpot”, dat vorige week aan de buitenwereld werd gepresenteerd. Een persoonlijke pensioenpot is een theoretisch overzicht van wat een deelnemer voor zichzelf aan pensioen heeft opgebouwd. Nou ja, niet letterlijk “voor zichzelf”, want iedere inleg gaat gewoon in de collectieve pensioenpot van het ABP. Deelnemers sparen dus niet op een eigen pensioenrekening, maar dankzij het fictieve overzicht dat de persoonlijke pensioenpot biedt, krijgen ze wel het geruststellende idee dat ze recht hebben op een deel van de collectieve pot.

Boze tongen beweren dat onze marketingman hiermee de communicatie rondom de hervorming van het pensioenstelsel opzettelijk vertroebelt. Bij de Sociaal Economische Raad studeert men al jaren op hervorming van het pensioenstelsel. Belangrijke kandidaat is een variant met een echte persoonlijke pensioenpot, waarin deelnemers daadwerkelijk hun inleg storten zodat ze altijd hun feitelijk opgebouwde pensioenvermogen kunnen zien en daarvan wellicht een deel tijdelijk kunnen gebruiken voor bijvoorbeeld financiering van een woning of een studie.

Deze persoonlijke pensioenpot van de SER is dus op geen enkele manier te vergelijken met de persoonlijke pensioenpot van het ABP. Maar ons Hoofd Marketing is ervan overtuigd dat deze evidente spraakverwarring de discussie over het nieuwe pensioenstelsel absoluut niet zal hinderen. Je kunt best dezelfde term gebruiken voor twee verschillende zaken, legde hij ons uit.

Daarmee zijn wij van Restaurant De Varkenstrog helemaal gerustgesteld. Wij verwelkomen u dan ook graag voor een uiterst persoonlijke maaltijd, opgediend in onze collectieve trog.’

FD

Opruimen van de laatste importheffingen heeft wel degelijk zin, zeker voor Nederland

Mexico en Canada kunnen opgelucht ademhalen, voor even althans. President Donald Trump leek afgelopen week even van plan de VS terug te trekken uit het Noord-Amerikaanse vrijhandelsakkoord Nafta. Deze campagnebelofte van Trump was door zijn National Trade Council omgezet in een ‘executive order’, die de president alleen nog maar hoefde te tekenen. Maar na een verontrust telefoontje van de regeringsleiders van Mexico en Canada, besloot Trump het handelsverdrag toch niet in stukken te scheuren. Nog niet, want hij laat zo’n actie wel boven de markt hangen.

Zo lijkt het tot nu toe wel mee te vallen met het protectionistische beleid van Trump. Direct na zijn aantreden zette hij wel een streep door het TPP-verdrag met landen rond de Stille Oceaan en liet hij duidelijk merken dat verder onderhandelen over het TTIP-verdrag met Europa zinloos is. Maar Nafta heeft de eerste honderd dagen van Trump overleefd, en ook van de beloofde handelsoorlog met China maakt Trump (nog) geen werk.

Chloorkippen
Politici overal ter wereld halen opgelucht adem. Vooral die in Europa, want dat TTIP in de ijskast is gezet, komt hun eigenlijk ook wel goed uit. Door de vele angstverhalen over chloorkippen, hormoonkoeien en oneerlijke rechtspraak hadden de Europese burgers toch al geen zin in deze volgende stap in de verfoeide globalisering. Bovendien: zoveel valt er tussen de VS en de EU toch niet meer aan handel te liberaliseren. De importtarieven zijn al zo laag, dat van verdere liberalisering nauwelijks welvaartsgroei te verwachten is.

Van economen kregen zij verrassend weinig tegenspraak. Eerder bijval: lage importheffingen nog verder verlagen levert niet zoveel op, beaamden handelseconomen. Zo hadden ze het tijdens hun studie geleerd. Kleine verstoringen (zoals lage importtarieven) veroorzaken verwaarloosbare welvaartsverliezen. Soms kan een klein importtarief de welvaart in een land zelfs vergroten. Dit is in theorie het geval als een land een relatief grote afnemer is van een bepaald product en dus marktmacht heeft. Dan zorgt een zogenoemd ‘optimaal tarief’ ervoor dat het land een deel van de winst van de buitenlandse producent weet af te romen. Pech voor de buitenlandse producent, maar mooi meegenomen voor het importerende land.

Opgedeelde productieketens
Maar de handelseconomen kunnen terug naar school, want nieuw onderzoek laat zien dat kleine handelstarieven wel degelijk grote schade met zich meebrengen. Een groep van vier onderzoekers, onder wie de gerenommeerde handelseconomen Robert Feenstra (Yale University) en Alan Taylor (University of California), vatten deze week op de site van het Center for Economic Policy Research (CEPR) de resultaten van een groot onderzoek samen.

Dat onderzoek suggereert dat met het verwijderen van kleine handelstarieven grote welvaartswinst valt te boeken, vooral als het zorgt voor nieuwe toetreders op de markt, waardoor zowel de keuze van de consument als de concurrentie tussen bedrijven toeneemt. Bovendien werken in de moderne economie, waarbij productieketens zijn opgedeeld over verschillende landen, importtarieven verstorender. Afschaffen van tarieven levert daardoor meer op.

Vooral Nederland
Uit simulaties met cijfers uit 159 landen en 15 sectoren, blijkt dat dit voor veel landen inderdaad opgaat. Vooral kleinere en opkomende economieën kunnen profiteren van verdere verlaging van de handelstarieven. Maar – opvallend – ook Nederland zou forse welvaartswinst kunnen boeken. Ons land is zelfs de enige westerse economie die volgens de onderzoekers een impuls van meer dan 2% zou kunnen krijgen als de tarieven helemaal werden afgeschaft. Nederland profiteert meer dan Zwitserland, Oostenrijk en Portugal, die uitkomen op een welvaartswinst tussen 1% en 2%. Andere Europese landen zitten daar weer onder.

Schermafbeelding 2017-05-08 om 19.29.46

Waarom juist Nederland profiteert van verdere tariefsverlaging leggen de onderzoekers niet uit. Maar gezien het gebruikte model moet het komen doordat wij in grotere mate onderdeel zijn van de internationale productieketen en/of meer profiteren van extra concurrentie.

Er moet meer onderzoek worden gedaan naar deze invloeden en dat lijkt me een mooie opdracht voor al die economen die meenden dat lage tarieven verder verlagen niet zoveel zin had.

(FD)

Draaikolk van nationalisme: Le Pen, Whirlpool en Philips

Ergens in Eindhoven lachen een paar oude Philips-vossen in hun vuistje. Goed dat ze de boel ruim een kwart eeuw geleden verkochten. Nu richt de woede van nationalistisch Frankrijk zich niet op Philips, maar op het Amerikaanse Whirlpool. Natuurlijk, ook Philips zou de witgoedfabriek in het Noord-Franse Amiens sluiten en de productie van wasdrogers verplaatsen naar een land als Polen. Waarschijnlijk hadden de Eindhovenaren dat zelfs jaren eerder gedaan dan de Amerikanen; die talmden tot 2017. Maar dankzij de verkoop van een meerderheidsbelang in de witgoeddivisie aan Whirlpool, in 1988, en een volledige verkoop drie jaar later, zijn de Fransen nu boos op Whirlpool, niet op Philips.

De woede werd vorige week kundig opgeklopt door de Franse presidentskandidaat Marine Le Pen. Le Pen was naar de fabriek in Amiens getogen om haar tegenstrever Emmanuel Macron een hak te zetten. Die probeerde zich van zijn sociale kant te laten zien door over de aanstaande sluiting te spreken met de vakbonden in Amiens. Le Pen verknalde zijn verkiezingsstuntje toen ze zich bij de fabriekspoort meldde en zich liet toejuichen door de ‘slachtoffers van de Europese Unie’. Zo werd de voormalige Philipsfabriek even het middelpunt van de Franse (en Europese) strijd over de toekomst van de Europese interne markt.

Een buitengewoon ironisch middelpunt, want volgens Le Pen is de verhuizing van Whirlpool illustratief voor alles wat mis is aan Europa. De EU is het kwaad, de grenzen moeten weer dicht, alleen zo blijven de banen in Frankrijk.

Een gotspe. De aanwezigheid van de fabriek in Amiens is net zo goed het gevolg van de interne markt, als de aanstaande sluiting. Sterker: de open grenzen waren de reden dat Whirlpool de fabriek ooit kocht. In 1988 legde toenmalig Whirlpool ceo David R. Whitwam in de New York Times uit waarom hij zo graag de Europese markt op wilde. In de VS groeide de vraag naar witgoed niet meer. Voor Europa waren de vooruitzichten veel beter, vertelde Whitwam, want daar zouden in 1992 de binnengrenzen open gaan. Zonder EU geen Whirlpool in Europa.

Schermafbeelding 2017-05-07 om 17.55.43

Hoe het met de banen bij Whirlpool gaat als de grenzen weer dicht gaan, daar kunnen de Britten inmiddels over meepraten. In januari kondigde het bedrijf een grote ontslagronde aan bij een witgoedfabriek in het Engelse Yates. Reden: door de aanstaande brexit heeft het geen zin meer om de Europese markt vanuit het VK te bedienen. Grenzen dicht is minder banen.

Met open grenzen komt dynamiek. Dat leidt tot bedrijfsverplaatsingen, maar ook tot nieuwe kansen. In het plaatsje Boves bijvoorbeeld, een randgemeente ten zuidoosten van Amiens. Daar bouwt het Amerikaanse Amazon een nieuw distributiecentrum. In Amiens verdwijnen 280 banen, in Boves komen er 500 bij.

(eerder in FD)

Draaikolk van nationalisme

Beste topman van PPG, wat een beroerde brief

(eerder in FD)