Beste topman van PPG, wat een beroerde brief

(eerder in FD)

Armoedeval is de comazuiper van het nivelleringsfeestje

Wie voor een dubbeltje geboren is, wordt in Nederland zelden een kwartje. Niet omdat we hier zo asociaal zijn en onze schouders ophalen over de problemen van arme landgenoten, maar juist omdat we mensen met lage inkomens willen helpen. De sociale dadendrang heeft tot een fiscale kerstboom vol belastingtarieven, heffingskortingen en inkomenstoeslagen geleid, die van Nederland een beschaafd land maken. Maar de keerzijde is dat iemand die probeert te ontsnappen aan de armoede, door meer te werken en carrière te maken, zijn of haar subsidies kwijtraakt en zo weinig overhoudt van al die ijver en ambitie. Wie arm is in Nederland en rijker probeert te worden, vindt de Belastingdienst op z’n weg.

Een andere conclusie kan ik in elk geval niet trekken uit het rapport over marginale druk en inkomensbeleid dat begin april verscheen. Het ministerie van Sociale Zaken haalde alle inkomensmaatregelen door een rekenmodel en constateerde dat voor werknemers die meer dan € 20.000 en minder dan € 35.000 verdienen, de marginale druk op kan lopen tot wel 80%. In sommige gevallen gaan mensen die bruto meer gaan verdienen er zelfs netto op achteruit. De armoedeval bestaat dus nog steeds.

Schermafbeelding 2017-04-19 om 10.54.42

Als nivelleren een feest is, zoals ze bij de PvdA beweren, dan is de armoedeval de comazuiper die de dansvloer onderkotst. Want wat heb je aan inkomensgelijkheid als het mensen in een afhankelijke positie houdt? Hoe durven we ons belastingstelsel ‘progressief’ te noemen, als in de praktijk de hoogste marginale tarieven door de laagste inkomens worden betaald?

Tijd voor een radicale aanpak van dit probleem. Hoe krijgen we de progressiviteit in de belastingen terug en saneren we tegelijkertijd het toeslagencircus? Mijn antwoord: door de sociale premies te fiscaliseren. Nu betalen Nederlanders in de eerste en tweede belastingschijf nauwelijks inkomstenbelasting, maar wel veel premies voor de volksverzekeringen. Daardoor zijn de marginale tarieven ook voor lage inkomens bijzonder hoog, en houden ze van hun brutoloon netto maar weinig over. Dat inkomensverlies moeten we vervolgens repareren met huur-, zorg- en kinderopvangtoeslagen, kindgebonden budgetten, bijzondere bijstand en wat al niet meer.

Zou het niet veel logischer zijn om de volksverzekeringen voortaan gewoon uit de belastinginkomsten te betalen (te fiscaliseren, in jargon)? Dan kunnen vervolgens de tarieven in de eerste schijven fors omlaag. Maak ze voor de laagste inkomens maar helemaal nul. Bruto wordt netto. De belasting wordt dan weer echt progressief en werken gaat weer lonen.

Hoe betalen we deze radicale belastingverlaging voor lage inkomens? Door flink te snijden in zowel de toeslagen voor lage inkomens als in de aftrekposten van rijkere belastingbetalers. Het wordt een nivelleringsfeestje zonder comazuipers. Wie legt me uit waarom dat niet kan in Nederland?

(FD)

NASCHRIFT:

Ik kreeg van enkele economen (terecht) kritiek op mijn slordige gebruik van de term ‘progressieve belasting” in deze column.  Om te weten hoe progressief een belastingstelsel is, moet je kijken naar de gemiddelde tarieven per inkomensklasse, niet naar marginale tarieven. Dat klopt,  de hoge marginale tarieven voor lage inkomens, worden deels goedgemaakt door de toeslagen, waardoor de gemiddelde belastingtarieven de facto toch weer laag zijn. 

Wat ik in deze column wilde uitleggen is dat deze progressie via toeslagen zorgt voor een enorme armoedeval. Veel slimmer is het om de gewenste progressie in gemiddelde tarieven te bereiken door de marginale tarieven voor lage inkomens fors te verlagen. 

IMF giet koud water over euforisch Nederland

Van ontroostbaar verdrietig naar euforisch vrolijk; de ooit zo bedaagde Nederlandse bevolking toont zich van haar flegmatiekste kant. Jarenlang dachten burgers en bedrijven dat het nooit meer goed zou komen met de Nederlandse economie, dat we voor eeuwig gevangen zouden zitten in groei van nauwelijks meer dan 0%. Maar die tijd is voorbij. Het consumentenvertrouwen is de afgelopen kwartalen omhoog geschoten, en ook Nederlandse producenten waren zelden zo optimistisch als nu.

Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), staat het vertrouwen van Nederlandse consumenten nu op het hoogste peil sinds juni 2007. Op dat moment bevond de kredietcrisis zich nog in een embryonaal stadium. Tien jaar later is het consumentenvertrouwen weer bijna terug op dat niveau. Dat betekent overigens niet dat Nederlandse consumenten de drang tot het uitgeven van geld weer net zo sterk voelen als toen. De indicator voor de koopbereidheid, een onderdeel van de index voor het consumentenvertrouwen, stijgt de afgelopen maanden juist niet meer. Nee, het is het gevoel over de algemene economie die de Nederlandse consument zo euforisch maakt. Het oordeel over het economisch klimaat staat zelfs op de hoogste stand sinds het CBS in 1986 met de maandelijkse enquête begon. Een record!

Producenten doen daar nauwelijks voor onder. De Nederlandse industrie verwacht de komende maanden veel meer bedrijvigheid (de indicator die dat meet, staat op de hoogste stand sinds februari 2008) en is zeer tevreden over de orderportefeuille (hoogste stand sinds december 2007). Samen zorgen deze indicatoren ervoor dat het algemene producentenvertrouwen in de industrie nu op het hoogste peil staat sinds februari 2008.

Schermafbeelding 2017-04-19 om 12.08.15

Dat klinkt mooi. Maar ik vind het griezelig. Want de vorige keer dat producenten de toekomst zo zonnig inzagen, was een maand voor het faillissement van de Amerikaanse bank Bear Stearns, in maart 2008. Een halfjaar later viel Lehman Brothers om, waarna het hele zaakje instortte. Achteraf beschouwd waren de Nederlandse producenten begin 2008 dus buitengewoon naïef. De Nederlandse consumenten zetten al een paar maanden eerder hun roze bril af, maar ook zij waren bij het begin van de crisis bovengemiddeld optimistisch.

Het is dus zaak de euforie regelmatig af te koelen met een flinke emmer ijskoud water. Zo’n emmer werd afgelopen week behulpzaam klaargezet door economen van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) en ik giet hem graag over u uit. Iedere vijf jaar stelt het IMF een Financial System Stability Assessment op van iedere lidstaat, met een overzicht van de gevaren die de financiële stabiliteit bedreigen. Nederland was weer aan de beurt voor zo’n financiële apk.

Het IMF is zeker niet ontevreden over Nederland; dankzij de economische omstandigheden en het gevoerde beleid is ons stelsel een stuk stabieler dan vijf jaar geleden. Maar er zijn ook nieuwe risico’s. Vooral het toenemende populisme en nationalisme in grote landen kan de open economie van Nederland bedreigen, bijvoorbeeld als het leidt tot nieuwe handelsbelemmeringen. Onze export en investeringen zouden erdoor geraakt kunnen worden, met als gevolg grotere kredietrisico’s voor banken die veel hebben uitgeleend aan internationaal opererende bedrijven. Het IMF schat de kans hierop zelf in als ‘hoog’. Een groeivertraging in opkomende economieën zou hetzelfde effect kunnen hebben op het Nederlandse bedrijfsleven. Onze AEX is de op twee na gevoeligste beursindex voor schokken in opkomende markten, weet het IMF.

Ook trage brexitonderhandelingen kunnen Nederland treffen, vooral via een lagere euro, die de solvabiliteit van banken en bedrijven kan verminderen. Een kleinere kans geeft het IMF aan het risico van een wereldwijde vlucht naar veiligheid op financiële markten, die dekkingsgraden van pensioenfondsen en kapitaalratio’s van banken verder zou kunnen eroderen. Het IMF ziet een kleine kans op een nieuwe dip op de binnenlandse huizenmarkt die vanwege de hoge schulden van huishoudens tot problemen bij banken zou kunnen leiden.

Maar een kleine kans is nog altijd een kans. Juist in tijden van euforie moeten we elkaar blijven wijzen op de risico’s.

(FD)

Geld over? Geef het terug!

Onderbreek de formatie en red de zzp’er

Wild was de verkiezingstijd. Maar na weken van politiek exhibitionisme volgt nu een periode van introverte stilte. De formatie is begonnen en deze paringsdans der partijen vindt het best binnenshuis plaats, in een mooie zaal ergens in het gebouw van de Tweede Kamer, zonder microfoons en camera’s.

Begrijpelijk, want het bouwen van een coalitie van vier partijen is al moeilijk genoeg. Pottenkijkers en wijsneuzen van buiten zorgen alleen maar voor afleiding en onnodige onrust. Formeren doe je in stilte, zonder uitgebreide persconferenties en openhartige interviews.

Bij de aanbieding van het boek Kabinetsformaties 1977-2012 vatte de voorzitter van de Tweede Kamer, Khadija Arib, het fragiele formatieproces fraai samen: ‘Het is een organisch, interactief en dynamisch proces, waarbij het één voortbouwt op het ander, soms heel voorspelbaar, soms met onverwachte wending.’

Stilte, niet storen, hier wordt een coalitie in elkaar gepuzzeld. Pas als het regeerakkoord geschreven, gestempeld en ondertekend is, komen de lijsttrekkers weer naar buiten. Wie eerder met de pers praat is af.

Maar hoe logisch die regel ook is, er moet een uitzondering mogelijk zijn. Wat nou als er een maatschappelijk probleem is dat eigenlijk niet op het Haagse paringsritueel kan wachten? Wat als er burgers zijn die hun inkomen, hun werk, hun bestaan bedreigd zien worden, zonder dat het demissionaire kabinet er iets aan wil of kan doen? En wat als de oplossing voor het acute probleem simpel is, en in het regeerakkoord zeker zal worden opgelost? Kan er dan niet een uitzondering worden gemaakt op de omerta van het formatieproces?

Ik denk het wel. Daarom informateur, lijsttrekkers en secondanten, onderbreek deze week nog het overleg voor een speciale, superkorte persconferentie! Vraag Gert-Jan Segers van de ChristenUnie er voor de zekerheid ook bij, want als de huidige formatiepoging klapt, komt hij in beeld. Lees vervolgens deze korte verklaring voor:

‘Wij, de partijen betrokken bij de formatie, beloven en verklaren dat in het toekomstige regeerakkoord een passage komt waarmee de Wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties (DBA) wordt geschrapt. Het huidige kabinet heeft deze wet, die vele zzp’ers het werken onmogelijk maakt, slechts in de ijskast gezet en heeft beloofd de regels tot 1 januari 2018 niet te handhaven. Maar die maatregel is onvoldoende gebleken, want bedrijven blijven onzeker over het inhuren van zelfstandigen. Om onnodige inkomensderving en leed bij zzp’ers te voorkomen, zijn alle vier bij de formatiebesprekingen betrokken partijen, plus de ChristenUnie nu reeds overeengekomen dat de wet DBA uit de ijskast en in de vuilnisbak gaat. We gaan nadenken over vervanging van de wet, maar tot dat moment gelden alle oude VAR’s weer. Zelfstandigen kunnen weer aan het werk. Wij gaan verder met formeren. Dank u wel.’

(FD)

Vecht tegen zombies van Klaas Knot, dan kan eindelijk de productiviteit weer stijgen

Ditmaal waart er geen spook door Europa, maar een zombie. Of beter: een flink aantal zombies. Het zijn de ondoden van de kredietcrisis: bedrijven die eigenlijk al lang failliet hadden moeten zijn, maar die door het voodoo-beleid van de Europese Centrale Bank (ECB) in half ontbonden staat door de economie blijven waggelen. De extreem lage rente houdt de zombiebedrijven op de been, ergens tussen leven en dood.

blog-media-zombies-22

Dat zeg ík niet, dat zegt de president van De Nederlandsche Bank, Klaas Knot. In zijn inleiding van het jaarverslag schrijft hij over de bijwerkingen van de extreem lage ECB-rente en het opkoopprogramma. Knot: ‘Het voortbestaan van zombiebanken en -bedrijven, of anders gezegd het gebrek aan creatieve vernietiging, beschadigt het groeipotentieel van de Europese economie.’

Het ruime ECB-beleid is bedoeld om lenen goedkoop en sparen onrendabel te maken zodat het geld weer gaat rollen. Zo wil de ECB het conjuncturele herstel en de inflatie stimuleren. Maar, zo stelt Knot, op de langere termijn kan dat beleid juist zorgen voor lagere economische groei, voor onderpresterende bedrijven, minder innovatie en dus lagere groei.

Knot schetst het oude economische dilemma tussen de lange en korte termijn. Beleidsmakers moeten vaak kiezen tussen stimuleren van de vraag of versterken van het aanbod. Dat geldt voor de minister van financiën die de vraag kan stimuleren door het tekort op te laten lopen, maar daarmee particuliere investeringen verdringt, zodat de structurele groei afneemt. En het geldt dus ook voor de centrale bankier die met lage rente de vraag probeert te stimuleren, met het nadelige bijeffect dat daardoor onrendabele bedrijven overleven en het evolutionaire innovatieproces in de economie wordt verstoord.

Lage rente veroorzaakt zo lage groei van de productiviteit. Dat laatste is een fenomeen waar economen zich al enige tijd grote zorgen over maken. Voor langdurige economische groei is een gestage groei van de arbeidsproductiviteit nodig, en daar zit al een tijd de klad in. In Nederland, bijvoorbeeld, steeg de productie per gewerkt uur het afgelopen decennium gemiddeld met slechts 0,7% per jaar. In de tien jaar daarvoor was die stijging gemiddeld nog 2,5%. Hetzelfde patroon is te zien in veel andere westerse landen. De grote vraag onder economen is of deze afname van de productiviteitsgroei een gevolg is van beleid (dan kunnen we er wat aan doen), of dat we het als een gegeven moeten beschouwen.

De bekende Amerikaanse econoom Robert Gordon denkt het laatste. Alles is wel zo’n beetje uitgevonden en de westerse mens is in zijn basisbehoeften ruim voorzien, stelt hij in de bestseller The Rise and Fall of American Growth. We zitten nu in de fase van het finetunen van de technologie. Gordon verwacht daarom geen grote sprongen voorwaarts meer.

Economen van de Oeso denken daar echter anders over. In een recent onderzoek kijken zij naar de productiviteitsontwikkeling binnen groepen van bedrijven. Als Gordon gelijk heeft en technologische groei is uitgewerkt, zal je dat vooral zien bij de innovatiefste bedrijven, die zich bevinden op de grens van wat technologisch mogelijk is. Die grens schuift volgens Gordon en andere technologiepessimisten immers steeds langzamer vooruit. Maar dat is niet wat de Oeso-economen vonden. Zowel in industrie als dienstensector zijn het de topbedrijven (de 5% die het dichtst bij de technologiegrens zitten) die de snelste productiviteitsgroei laten zien.

Schermafbeelding 2017-04-09 om 20.47.50

Bij deze kopgroep ging de productiviteit sinds 2001 met meer dan 30% (in de industrie) of zelfs meer dan 40% (zakelijke dienstverlening) omhoog. Bij de andere 95% (de achterblijvers) was die groei nog geen 10%. Het is dus niet de technologische vooruitgang zelf die langzamer gaat, maar het zijn de onderpresterende bedrijven — de zombies in de woorden van Knot — die de boel ophouden.

Knot moet de Oeso-cijfers maar meenemen naar de volgende ECB-vergadering. Misschien kan hij zijn collega’s er dan van overtuigen dat de tijd is aangebroken om het rentewapen in te zetten in de strijd tegen de Europese zombies.

De Nederlandse arbeidsmarkt beweegt veel wilder dan u denkt. En dat is maar goed ook

Goed nieuws van het CBS op de dag na de verkiezingen: de werkloosheid in Nederland is weer verder gedaald. Er waren in februari nu 473.000 mensen in Nederland actief op zoek naar werk. Dat is 7000 werklozen minder dan in januari.

Fijn voor die 7000, hoor ik u denken, maar er zijn dus bijna zeventig maal zoveel mensen die hun zoektocht naar werk ook in februari weer zagen mislukken. Bijna een half miljoen werkzoekenden voelden zich vorige maand afgewezen door werkgevers; hun enthousiaste sollicitatiebrieven en opgepoetste LinkedIn-profielen leverden weer niets op. Hoe goed gaat het nou helemaal met die Nederlandse arbeidsmarkt?

Beter dan je zou denken. Want het klopt niet dat de afname van de werkloosheid met 7000 personen betekent dat slechts 7000 werklozen een baan vonden. In werkelijkheid was dat veel en veel meer. Het CBS houdt dit netjes bij, niet op maandbasis, maar in intervallen van drie maanden. Hoeveel werklozen vonden tussen 1 december 2016 en eind februari 2017 werk? Dat waren er maar liefst 123.000. Veel meer dan de afname van de werkloosheid, die in diezelfde periode ‘slechts’ 26.000 bedroeg. Het verschil wordt uiteraard veroorzaakt door de mensen die in die periode hun baan verloren. Dat waren er tussen december en februari 85.000. De stromen in en uit werkloosheid zijn dus veel groter dan uit de gesaldeerde toe- of afname van de werkloosheid af te leiden valt.

En dan zijn de stromen tussen werk en werkloosheid nog niet eens de belangrijkste. Nog grotere aantallen mensen bewegen tussen ‘inactief’ en ‘actief’. Werkenden die met pensioen gaan, schoolverlaters die werk vinden, huisvrouwen of -mannen die zich weer aanbieden op de arbeidsmarkt, werklozen die waren gestopt met zoeken (en daardoor volgens de officiële definitie niet meer werkloos waren) maar nu toch werk vinden; de redenen waarom mensen bewegen tussen actief en inactief zijn divers. Tussen december en februari waren er 186.600 inactieven die in een keer een baan vonden, zonder tussendoor werkloos te zijn. Die tussenstap werd wel gemaakt door de 172.000 inactieven die weer op zoek gingen naar werk en dus officieel werkloos werden. Ongeveer 160.000 werklozen stopten met actief zoeken, terwijl 186.000 werkenden stopten met werken zonder werkloos te worden (velen hiervan gingen met pensioen).

Schermafbeelding 2017-03-26 om 11.46.25

Het zijn enorme aantallen. In totaal veranderden de afgelopen drie maanden 912.000 mensen van arbeidsmarktstatus: ze vonden werk, werden werkloos of verlieten al of niet tijdelijk de arbeidsmarkt. Dat is ruim 7% van de totale bevolking tussen 15 en 75 jaar. Zo dynamisch is de arbeidsmarkt dus: per kwartaal maakt een op de veertien volwassenen een verandering in status door. En dan zijn de mensen die van de ene baan naar de andere baan overstapten, nog niet eens meegenomen in deze cijfers.

Deze dynamiek is er in goede, maar ook in slechte economische tijden. In de grafiek hieronder staan de stromen op de arbeidsmarkt in de afgelopen tien jaar. Het gaat telkens om de driemaandsperiode tussen december van het jaar ervoor en februari. In elk jaar bewogen er in deze drie maanden meer dan 800.000 mensen op de arbeidsmarkt. De meeste beweging was er in 2014, toen in drie maanden bijna een miljoen mensen hun arbeidsmarktstatus zagen veranderen: 277.000 vonden werk, 338.000 werden werkloos en 384.000 gingen van actief naar inactief. Dit was het jaar dat het economisch herstel voorzichtig begon, terwijl bij bedrijven en overheden de ontslagrondes juist op gang kwamen. Dat zorgde voor extra bewegingen.

Schermafbeelding 2017-03-26 om 11.46.31

Arbeidsmarktdynamiek kan goed zijn voor de economie. Het zorgt voor doorstroming, zodat bedrijven de kwaliteit en kwantiteit van hun werknemersbestand snel en efficiënt kunnen aanpassen als de omstandigheden veranderen. Werknemers komen sneller op de juiste plek terecht. Maar grote dynamiek kan ook nadelen hebben, bijvoorbeeld wanneer sommige werknemers van baantje naar baantje moeten hoppen, en tussendoor steeds werkloos zijn. De politiek moet dit in goede banen leiden en een arbeidsmarkt bouwen waarin gezonde dynamiek en eerlijke kansen samengaan. Hoofdonderwerp tijdens de formatie, lijkt me!

(FD)

Chriberaal kabinet, of toch groeberaal?

De eerste ronde van besprekingen door verkenner Edith Schippers is achter de rug en we hebben al een winnaar. Nee, die heet niet Mark Rutte of Sybrand Buma, en al helemaal niet Alexander Pechtold of Jesse Klaver. Nee, de winnaar is Gert-Jan Segers, leider van de ChristenUnie.

Waarom? Omdat Schippers eerst wil kijken naar een coalitie zónder de ChristenUnie. VVD, CDA en D66 zouden dan met GroenLinks om de tafel moeten. Segers staat buitenspel.

Maar dat is een uitstekende positie, zo aan het begin van de formatie. Laat VVD en GroenLinks elkaar eerst maar de tent uit vechten. Zolang Rutte nog meerdere opties heeft voor zijn kabinet, zal hij niet al te veel aan Klaver willen toegeven. Klaver droomt nog altijd van een coalitie zonder de VVD, dus zal ook zijn tanden laten zien.

Gevolg is dat de onderhandelingen al snel klappen en Rutte met goed fatsoen Segers kan bellen. Die wordt dan de ‘kingmaker’ van Rutte III, en kan eisen wat hij wil. Door te beginnen met het onderzoeken van groen-rechts, is de kans op een grote ‘chriberale’ coalitie van christelijke en liberale partijen dus juist toegenomen.

De grote verliezer is dan Pechtold. Nee, niet Klaver, want die kan in de oppositie fijn verder bouwen aan z’n beweging. Juist D66 verliest als het wordt gedwongen om te fungeren als progressieve bijwagen van een conservatief kabinet.

Met GroenLinks erbij zit D66 fraai in het midden van de macht en kan men rechts en links tegen elkaar uitspelen zodat uiteindelijk de stem van het ‘radicale midden’ de doorslag geeft.

In een chriberaal kabinet heeft D66 niet meer dan een bijrol. Wordt het ‘groeberaal’ dan speelt Pechtold eerste viool.

Meest interessante deze dagen is dan ook om de strategie van D66 in de gaten te houden. De eerste zet is al gedaan: Pechtold zette in zijn gesprek met Schippers zwaar in op een kabinet met GroenLinks. Maar dat zal niet genoeg zijn, want als die besprekingen klappen is ook hij overgeleverd aan het chriberalisme. Wat moet de D66-leider doen? Nu roepen dat het per se met GroenLinks moet, en dat hij nooit steun zal geven aan een coalitie met de ChristenUnie? Dat is een ongeloofwaardig dreigement en geeft bovendien Klaver veel te veel macht in de onderhandelingen. Lastig, lastig.

Er is volgens mij maar een manier voor Pechtold om het initiatief in handen te krijgen: maak er een spel in twee stappen van. Sluit eerst een akkoord met Klaver over wat de gezamenlijke inzet wordt (klimaat, onderwijs, eerlijke arbeidsmarkt) en ga dan pas onderhandelen met VVD en CDA.

Alleen zo kan hij Rutte’s vlucht naar de ChristenUnie voorkomen, zonder GroenLinks te veel macht te geven.

Zijn Pechtold en Klaver al samen in een Haags achterkamertje gesignaleerd?

(FD)

De oorlog is gewonnen, de vijand op de vlucht, en toch blijft Draghi’s bazooka maar vuren

De economie van het eurogebied groeide in 2016 harder dan die van de Verenigde Staten. De werkloosheid daalt gestaag. Veel vooruitkijkende indicatoren staan op de hoogste stand in jaren. Het gaat goed met de Europese economie. Niet fantastisch, want er zijn nog genoeg problemen op te lossen, maar wel beduidend beter dan twee jaar geleden, toen men vreesde dat de eurozone zou worden meegezogen in een draaikolk van onderbesteding en deflatie.

Als reactie op de deflatie-angst startte de Europese Centrale Bank in 2015 een grootschalig opkoopprogramma ­­— het instrument dat de ‘big bazooka’ van ECB-president Mario Draghi was gaan heten. Het programma loopt tot de dag van vandaag door. Ook beloofde Draghi dat de rente langdurig laag zou blijven. Allemaal om het idee van deflatie uit ieders hoofd te rammen en er gezonde inflatieverwachtingen voor terug te plaatsen.

Angst voor deflatie grotendeels verdwenen
Inmiddels is het deflatiegevaar — als het al werkelijk een gevaar was — uit Europa verdwenen. Of dat door Draghi’s beleid komt is een vraag voor later. Feit is nu dat de inflatie snel oploopt. In februari stegen de consumentenprijzen met een volle 2%.

Half maart, na afloop van de monetaire vergadering, stelde ECB-president dan ook dat de risico’s van deflatie grotendeels zijn verdwenen en dat de inflatieverwachtingen in de markt duidelijk zijn gestegen. Ook de ECB zelf verwacht nu hogere inflatie. Dit jaar denken de bankeconomen dat de geldontwaarding op 1,7% uit zal komen. Volgend jaar wordt dat 1,6% en in 2019 weer 1,7%.

Doel bereikt, geldkraan dicht?
Hoe perfect wil je het hebben? De ECB heeft zichzelf als doel gesteld om de inflatie op middellange termijn dichtbij, maar onder de 2% te houden. Langdurige inflatie van rond de 1,7% voldoet bijna griezelig precies aan dat doel.

Doel bereikt, dus de geldkraan kan weer dicht? Dat had u gedacht. Het opkopen van obligaties door de ECB gaat gewoon door en er is geen enkel zicht op een eerste renteverhoging. De oorlog is gewonnen, de generaal geeft dat met zoveel woorden toe, maar de bazooka’s blijven onafgebroken vuren.

De hogere inflatie komt vooral door de gestegen olieprijs, praten veel beleggers en analisten het aanhoudend ruime beleid van de ECB goed. De onderliggende inflatie is met 0,9% nog altijd laag. Wat ze er niet bij zeggen: de ‘deflatie’ uit 2015, waar de ECB zo agressief op reageerde, kwam óók door de olieprijs, door een daling in dat geval. De inflatie zonder energieprijzen was toen niet dramatisch laag, en nu ook niet.

Is het dan niet gewoon verstandig dat Draghi de boel eerst nog even aankijkt? Het zou niet voor het eerst zijn dat de ECB te vroeg het monetair beleid verkrapt. Toch is kalmpjes afwachten onverstandig. Een centrale bank moet altijd op de feiten vooruit lopen, want het duurt zo een half tot een heel jaar voordat beleidsveranderingen de echte economie bereiken.

ECB-beleid nog stimulerender
Bovendien: niets doen betekent bij oplopende inflatie dat het ECB-beleid nog ruimer wordt. Dat komt doordat de centrale bank de nominale rente beïnvloedt, terwijl voor burgers en bedrijven de reële rente van belang is. Dat is de rente gecorrigeerd voor de (verwachte) inflatie. Het is deze reële rente die leen- en spaarbeslissingen bepaalt.

Schermafbeelding 2017-03-19 om 11.20.44

Schermafbeelding 2017-03-19 om 11.22.08

Door de nominale rente gelijk te houden terwijl de inflatie snel oploopt, pakt het ECB-beleid meer stimulerend uit. Bijvoorbeeld: de nominale daggeldrente in het eurogebied ligt al maanden rond de -0,3%. Gecorrigeerd voor inflatie is deze rente echter gedaald van bijna nul vorig jaar naar -2,3% nu. Hetzelfde sommetje voor de 10-jaars obligatierente in het eurogebied geeft een daling van de reële rente voor overheden van 1,25% in 2016 naar -0,75% nu.

Lenen is nog goedkoper geworden en het ECB-beleid is dus nog stimulerender. De gevaren van te grote schuldopbouw, misallocatie van kapitaal en financiële instabiliteit, die extreem ruim monetair altijd met zich meebrengen, zijn daarom verder gegroeid. Het is de hoogste tijd dat generaal Draghi stopt met vuren en zijn bazooka opbergt.

(FD)

Verkiezingen 2017: inhoudelijke campagnes, maar waarom gaat het niet over de drie grote thema’s?

journalist en econoom