Nederland heeft niet minder, maar juist meer ‘economisme’ nodig

Les één in het Handboek voor de politicus: creëer een vijand. Kies een maatschappelijke factor die je de schuld kan geven van alle ellende. Zorg voor een focuspunt waarop de burger zijn woede kan richten. Beloof vervolgens deze schuldige factor weg te nemen.

Een politiek talent als Jesse Klaver kent deze les natuurlijk. Tijdens zijn eerste speech als leider van GroenLinks onthulde hij daarom met veel grote woorden de nieuwe vijand van zijn partij: het ‘economisme’. Het maatschappelijk debat in Nederland wordt gedomineerd door dit economisme, vindt Klaver. Elk aspect van onze samenleving is teruggebracht tot een simpele rekensom, terwijl er zoveel belangrijkere zaken zijn. Rechtvaardigheid, bijvoorbeeld, en duurzaamheid. En niet te vergeten: compassie.

Prachtige woorden. Eindelijk een partij die belooft een einde te maken aan het nihilisme van de rendementsdenkers, de efficiencypredikers en de spread­sheetpolitici. Weg met dat gezeur over kosten en baten, lang leve de compassie! Te lang is Nederland geregeerd door bureaucratische bonentellers, die niets liever doen dan prachtige plannen afserveren met inspiratieloze argumenten over doelmatigheid en kosteneffectiviteit. Die dorre boekhoudersmentaliteit heeft de zorg kapot gemaakt, de kunst vernietigd en het onderwijs veranderd in een talent verslindende fabriek.

Dat is het beeld. Nu de werkelijkheid. Rendementsdenkers krijgen bij de Nederlandse overheid geen poot aan de grond. Doelmatigheid speelt alleen op papier een rol. Politieke overwegingen winnen het altijd van economische argumenten. Den Haag heeft een stuitend gebrek aan economisme. Enorme geldverspilling is het gevolg.

Het waren politieke, niet economische argumenten, die Den Haag ertoe brachten de Betuwelijn aan te leggen, zonder eerst de aansluiting op het Duitse spoor te regelen. Politici bedachten de kostbare HSL-tunnel onder lege weilanden in Zuid-Holland. Geen econoom had € 11 mrd uitgetrokken voor zo’n langzaam in de Hollandse modder wegzakkende spoorlijn.

Economen wijzen al decennia op de negatieve economische gevolgen van hypotheekrenteaftrek, de armoedeval, vergrijzing, lage investeringen in onderwijs en R&D, niet-ingeprijsde milieu­schade, verouderde regels op de arbeidsmarkt en wat al niet meer. De politiek luistert zelden. Als er al maatregelen worden genomen, zijn het zwakke compromissen die het echte probleem zelden oplossen. Wat meer economisme en wat minder ‘politicisme’, zou het beleid beter maken.

In 2011 onderzocht de Rekenkamer de wijze waarop de overheid subsidieregelingen evalueert. De resultaten liegen er niet om. Het Rijk verdeelt jaarlijks zo’n € 6 mrd, via 633 verschillende subsidieregelingen. Daarvan werden er tussen 2005 en 2009 niet meer dan 121 geëvalueerd; dat is minder dan 20%. Maar bij de meeste evaluaties werd niet gekeken naar zoiets essentieels als doelmatigheid van de subsidie. Dat was slechts bij 59 evaluaties het geval. In de meeste gevallen zonder succes, overigens. De Rekenkamer vond maar negen evalu
aties met een conclusie over de effectiviteit. In vijf daarvan werd de subsidie als niet-effectief beoordeeld. Vier subsidieregelingen waren (deels) effectief. Van minder dan 1% van de Rijkssubsidies weten we dus dat ze doelmatig zijn. De rest wordt uitgedeeld op goed geluk.

Schermafbeelding 2015-05-22 om 21.19.22

De overheid geeft niet alleen subsidies, maar probeert ook via belastingkortingen doelstellingen te bereiken. Bijvoorbeeld door lagere belasting op zuinige auto’s en vrijstellingen voor kleine zelfstandigen. Jaarlijks geeft het Rijk €18,5 mrd uit aan dergelijke regelingen. Ook hier dook de Rekenkamer op. Minder dan de helft van de 86 belastingregelingen blijkt te worden geëvalueerd op doelmatigheid. Daarvan zijn er 28 effectief. Het beeld is dus iets gunstiger dan bij de subsidies, maar nog altijd weet de overheid van ruim twee derde van de belastinguitgaven niet of het geld goed wordt besteed.

Maakte Den Haag maar wat vaker de ‘simpele rekensommen’, waar Klaver over klaagt. De overheid zou er doelmatiger van worden, de verspilling zou verminderen. Er bleef dan meer geld over voor beleid; ook voor de duurzame en rechtvaardige beleidsagenda van GroenLinks.

Juist economisme maakt compassie betaalbaar.

 

(Deze column eerder in FD)

ECB-actie maakt van obligatiemarkt een dwaze tombola

Het staat er zo dapper, onderaan deze rubriek: ‘In Het Raderwerk verklaart macro-econoom Mathijs Bouman ontwikkelingen in de economie.’ Een nogal hoogmoedige doelstelling, vindt u misschien. Maar ik doe toch met veel plezier iedere week een poging.

Deze week gaat het echter niet lukken. De ontwikkelingen in de op de financiële markten zijn momenteel zo bizar, dat het vinden van een steekhoudende verklaring kansloos is. Alles ging de afgelopen dagen precies andersom als gedacht. Prijstrends braken, grafieklijnen knakten en prognoses konden de prullenbak in.

Het extreemst waren de ontwikkelingen op de Europese obligatiemarkt. Na vele maanden van daling, schoten de Europese rentes opeens omhoog. De Duitse tienjaarsrente, de belangrijkste benchmark in Europa, tikte op 20 april de 0,06% aan, nauwelijks boven de nul. Veertien handelsdagen later stond de Duitse rente maar liefst tien maal zo hoog, op 0,6%.

Natuurlijk, 0,6% is nog altijd een rente van bijna niets, maar het prijsgeweld op de obligatiemarkt, dat met zo’n vertienvoudiging van de rente gepaard gaat, is enorm. Ook op andere Europese obligatiemarkten waren de bewegingen heftig. Zo steeg de Nederlandse rente van nog geen 0,2% eind april naar ruim 0,9% deze week.

Schermafbeelding 2015-05-18 om 10.32.33

De schok op de obligatiemarkt trilde door op andere markten. Met obligatierendementen weer een boven de nul, was er eindelijk een alternatief voor aandelen. Beurskoersen gingen hard onderuit. De AEX verloor in acht dagen tijd 6% en staat nu weer stevig onder de eerder zo feestelijk gepasseerde 500-puntengrens. De hogere rente leidde ook voor een hogere eurokoers. De euro tikte deze week $1,13 aan en was daarmee 5% duurder dan eind april.

Schermafbeelding 2015-05-18 om 10.32.43

 

Slappe verhalen
Hogere rente, lagere beurskoersen en een duurdere euro; het is allemaal precies tegengesteld aan de trend van de afgelopen maanden. Wat is er aan de hand? Analisten worden betaald om dit soort heftige bewegingen te duiden, maar kwamen met slappe verhalen.

Het zijn de Grieken, beweerde een analist. De onderhandelingen met Europa gaan slecht, dus de kans op een nieuwe eurocrisis neemt toe. Dat gevaar wordt nu ingeprijsd op de obligatiemarkt. Maar het Griekse probleem speelt al maanden en er kwam juist de afgelopen week wat positief nieuws uit het overleg. Dus dit kan de verklaring niet zijn.

De Europese economie herstelt, probeerde een andere analist, wijzend op de nieuwe, optimistische prognose van de Europese Commissie. Hogere groei gaat zorgen voor hogere rentes, daar neemt de markt alvast een voorschot op. Deze verklaring klinkt al iets logischer, maar kan de daling op de aandelenbeurzen niet verklaren. Als Europa weer groeit, zouden aandelen juist duurder moeten worden.

Weer een andere analist wees op de duurdere olie. De olieprijs is sinds maart met 20% gestegen. Het gevaar voor deflatie in Europa is daardoor afgenomen. De Europese Centrale Bank (ECB) zou wel eens kunnen besluiten het opkoopprogramma waarmee eind maart werd begonnen, vervroegd af te bouwen. Maar de olieprijs steeg ook al toen de rentes nog daalde. Bovendien mag je toch hopen dat de ECB onderscheid kan maken tussen goede prijsdalingen (goedkope grondstoffen) en slechte prijsdalingen (lagere lonen).

Schermafbeelding 2015-05-18 om 10.32.54

Wat de gek er voor geeft
De plotselinge rentestijging kwam dus niet door de olieprijs. Maar de ECB heeft er waarschijnlijk wel veel mee te maken. Men koopt sinds vorige maand zo massaal obligaties op, dat de prijsvorming op de financiële markten volstrekt is losgezongen van de fundamentals. Niemand weet meer wat de Duitse of Nederlandse obligaties eigenlijk zouden moeten kosten, want de ECB let niet op de prijs. Waarde en prijs correleren niet meer. Een obligatie is waard wat de gek er voor geeft, en de gek komt uit Frankfurt en heeft oneindig diepe zakken.

Beïnvloeden van financiële prijzen is precies wat de ECB met het opkoopprogramma beoogt. Maar het gevolg is dat financiële markten zijn veranderd in een dwaze tombola, waarin het toeval de prijzen bepaalt, en niet de echte economie. Voor een econoom ziet dat er buitengewoon griezelig uit.

 (Verscheen eerder hier)

Experimenteer meer!

De gemeenteraad van Nijmegen wil experimenteren met een basisinkomen. GroenLinks — samen met de SP de grootste partij — wil een groep bijstandsgerechtigden een vast basisinkomen geven, waarop niet wordt gekort, ook al vindt de ontvanger een baan.

Basisinkomen is een slecht idee. Een uitkering voor iedereen is altijd duurder dan een uitkering alleen voor wie het nodig heeft. Wat je politieke voorkeuren ook zijn, de gewenste herverdeling van inkomen en verzekering tegen inkomensverlies zijn altijd op een goedkopere manier te organiseren dan door iedereen hetzelfde bedrag te geven.

Maar het idee van een onvoorwaardelijk basisinkomen heeft een aantrekkelijke simpelheid, die velen per abuis aanzien voor rechtvaardigheid.

Toch ben ik een groot voorstander van het Nijmeegs experiment. Niet omdat ik denk dat mijn mening over basisinkomen er door zal veranderen — al laat ik mij graag verrassen — maar omdat we in Nederland veel te weinig experimenteren met beleid. Grote stelselherzieningen worden over het land uitgestort, zonder de maatregelen eerst op kleine schaal uit te testen. Als minister Lodewijk Asscher zijn Wet Werk en Zekerheid eerst een jaar in Nijmegen had uitgeprobeerd, had hij de desastreuze gevolgen van die wet voor flexwerkers — de groep die hij zegt te willen beschermen — kunnen voorkomen.

Al in 2004 hield het Centraal Planbureau een warm pleidooi voor het beleidsexperiment. Beleid is vaak ineffectief en dat kost de samenleving geld. De baten van gecontroleerde experimenten kunnen daarom zeer hoog zijn, stelt het CPB. Maar dan moet het wel wetenschappelijk worden aangepakt, met een groep die het nieuwe beleid ondergaat, en een controlegroep die er niet aan meedoet.

Als ik zelf in de gemeenteraad van Nijmegen zat, zou ik niet het basisinkomen kiezen om mee te experimenteren. Regelluwe zones voor bedrijven, soepel ontslagrecht, afschaffen van loondoorbetaling bij ziekte, demotie, dat lijken mij zinvollere onderwerpen om kennis over te vergaren. Maar ik snap wel dat GroenLinks en de SP daar niet voor kiezen.

Zaak is nu om van de proef met basisinkomen ook echt een wetenschappelijk experiment te maken. Naast de groep die het basisinkomen krijgt, moet er een groep bijstandsgerechtigden worden gevolgd die het niet krijgen. En om echt van basisinkomen te kunnen spreken moet ook een groep mensen met een betaalde baan er recht op krijgen.

Zonder werkenden in het experiment test je alleen of mensen meer gaan werken als je ze daarvoor niet kort op de uitkering — waarschijnlijk wel, zou ik denken. De vraag of mensen met een baan minder gaan werken als je ze iedere maand automatisch geld van de gemeente krijgen, is minstens zo relevant. De kosten van het basisinkomen komen dan ook correcter in beeld. Nijmegen, veel succes!

 

 

 

(verscheen eerder in het FD)

Nederland AAA

Nee, de kurk mag nog even op de champagnefles blijven. Maar stiekem even de duim opsteken kan al wel, want dit jaar komt het Nederlandse bruto binnenlands product (bbp) weer terug op het niveau van voor de crisis.

Vanochtend maakt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) de eerste meting van de economische groei in het eerste kwartaal bekend. De uitzonderlijke groei van het laatste kwartaal van 2014 zullen we waarschijnlijk niet halen — toen steeg het bbp in drie maanden tijd met bijna een vol procent — maar een half procent groei moet er minstens in zitten. De Nederlandse economie ligt dan prima op koers om de door het Centraal Planbureau (CPB) voorspelde jaargroei van 1,7% te halen. Economen van ING en ABN Amro denken dat de groei dit jaar zelfs op 2% uitkomt.

Op zich is die groei nog niet genoeg om het bbp terug op het niveau van 2008 te brengen. De recessie heeft er zo hard ingehakt dat de economie volgens de officiële cijfers pas volgend jaar terug is op het niveau van voor de crisis. Maar het CBS is bezig om de geschiedenis te herschrijven. In de groeicijfers op de website is het nog niet verwerkt, maar de recessie van 2012 was minder diep dan gedacht, zo meldde men onlangs. De Nederlandse economie kromp niet met 1,6% maar met 1,1%. Achterop een bierviltje is uit te rekenen dat door deze bijstelling, en de hoge groei van de laatste kwartalen, het bbp al dit jaar terug is op het niveau van 2008.

Wat kan het schelen, vraagt u misschien. Het waren nog altijd zeven zeer magere jaren. En daar heeft u natuurlijk gelijk in. Maar voor de Nederlandse kredietwaardigheid kan het wel van belang zijn.

In november 2013 pakte kredietbeoordelaar Standard & Poor’s (S&P) Nederland de triple-A-status af. We hoorden niet langer bij het selecte groepje van kredietwaardigste landen. Een van de verklaringen die S&P gaf, luidde: ‘We verwachten dat de economische productie niet vóór 2017 weer boven het niveau van 2008 uitkomt.’

Daar zat de kredietbeoordelaar er dus twee volle jaren naast. Ook de andere sombere voorspellingen uit 2013 doen gedateerd aan. Het begrotingstekort zou in 2015 3% van het bbp bedragen. Het CPB verwacht nu slechts 1,8%, het IMF zelfs maar 1,4%. De staatsschuld zou volgens S&P stijgen naar 77% van het bbp, maar blijft in werkelijkheid een stuk onder de 70%. Binnenlandse bestedingen zouden verder stagneren, dacht S&P in 2013, maar juist consumptie en investeringen trekken verrassend snel aan.

S&P scheef in 2013 ook: ‘Als de groei flink hoger uitpakt dan we nu verwachten en de overheidsfinanciën tegelijkertijd verbeteren, kunnen we de creditrating weer verhogen.’

Er lijkt me maar één conclusie mogelijk: Nederland gaat binnenkort de triple-A terugkrijgen. Ik zet de champagne vast koud.

(verscheen 12 mei op fd.nl)

Update 22-5: Bijna raak, maar net mis. S&P zet Nederlandse outlook op ‘positief’. Dus verhoging naar AAA komende 24 maanden mogelijk. Lafjes…

 

Nieuwe flexwet bewijst: Als economen de rampspoed wel juist voorspellen, maakt dat ook niks uit

Het gaat niet echt lekker met die Wet Werk en Zekerheid. Het zou voor meer zekerheid voor flexwerkers moeten zorgen, maar het tegendeel lijkt te gebeuren. Dit keer zagen economen de ellende voor de verandering wél aankomen.

Ik was absoluut niet de enige, maar hier mijn eigen pogingen om te waarschuwen:

April 2013
Recht op geen werk

Juli 2013
Vals alarm over flexwerk

September 2013
Iedereen een vaste baan 

Mei 2014
Laatste kans om domste wet van dit kabinet tegen te houden

Maart 2015
Minder zekerheid

Griekenland is slachtoffer

De Griekse regering greep in en beleggers haalden opgelucht adem. Minister van Financiën Yanis Varoufakis doet een stap opzij. Onderminister van Buitenlandse Zaken Euclid Tsakalotos neemt zijn plaats over aan de onderhandelingstafel van de eurogroep. Beurzen schoten omhoog. De AEX sloot op de hoogste stand in jaren. Met Varoufakis uit de weg, gaan de onderhandelingen met Griekenland eindelijk lukken, hopen beleggers.

Persbureau Reuters noemt Tsakalotos een zacht sprekende econoom, die goed ligt bij de schuldeisers van Griekenland. Dat klinkt als de tegenpool van de schreeuwerige Varoufakis, die er prat op gaat dat iedereen in de eurogroep hem haat. Het lukte Varoufakis de afgelopen maanden niet om zijn academische gelijk weg te slikken.

Zal Tsakalotos zich pragmatischer opstellen? Het is te hopen, want zijn academische analyse van het Griekse probleem is minstens zo gelijkhebberig als die van Varoufakis. Als hoogleraar economie aan de Universiteit van Athene schreef Tsakalotos in 2011 een paper over Griekenland en de Europese crisis, waarin hij zijn visie uiteen zet. Gezien zijn nieuwe hoofdrol in de onderhandeling, las ik dat wetenschappelijk artikel met nieuwe interesse.

Contesting Greek Exceptionalisme within the European Crisis, luidt de titel (pdf). Griekenland is geen uitzondering, stelt Tsakolatos, want net als Spanje en Ierland is het land slachtoffer van het neoliberalisme. De crisis komt niet door spilzucht van de Griekse overheid, lakse belastinginning of cliëntelisme, maar door het op marktwerking gefocuste beleid dat in de jaren tachtig ook Griekenland in de greep kreeg.

Je zou kunnen denken dat Griekenland zich juist onttrokken heeft aan de tucht van de markt en via de opbouw van een onhoudbaar hoge staatsschuld juist steeds meer ambtenaren in dienst kon nemen, cadeautjes kon weggeven aan bevriende ondernemers en de belastinginning kon laten versloffen. Maar dat is een misverstand, legt Tsakalotos uit.

Neoliberalisme zorgt altijd voor inkomensongelijkheid en armoede. In landen als Spanje en Ierland is dat tijdelijk opgelost door burgers meer te laten lenen, zodat hun koopkracht toch verbeterde. Griekenland deed het anders: via verminderde belastingmoraal, cliëntelisme en meer ambtenaren.

Het staat er echt: niet cliëntelistische politiek heeft de Griekse economie laten ontsporen en de staatsschuld laten exploderen, maar het neoliberale project van marktwerking en privatisering. Om de massa mee te krijgen met dit project, moesten er wel nieuwe ambtenarenbaantjes worden bedacht en moest belastingontduiking wel oogluikend worden toegestaan.

Zo luidt de analyse van de nieuwe Griekse onderhandelaar. Hij praat misschien zachter dan Varoufakis, maar of Dijsselbloem met hem wel een hervormingsprogramma kan uitonderhandelen? Ik heb mijn twijfels.

 

(Eerder hier)

Het geheim van Frankfurt

Frankfurt heeft een geheim. Een stil geheim waar niemand bij de Europese Centrale Bank over spreekt. Het bestaat uit een kort zinnetje van vijf woorden. Ik ga het verklappen. Dit is het geheim van Frankfurt: PSPP is OMT zonder programma.

Ja, het staat er echt: PSPP is OMT zonder programma. Wat zegt u? Vindt u het een geheim van niks? Dan begrijpt u misschien niet precies wat er staat. Ik leg het graag uit, maar laten we het vooral onder ons houden, want het is een explosief geheim.

De afkorting OMT staat voor Outright Monetary Transactions. Het is een maatregel van de ECB om landen in schuldproblemen te hulp te schieten. In de zomer van 2012 sprak de ECB-president zijn beroemde woorden: ‘Ik zal doen wat nodig is om de euro te redden’, waarmee hij de eurocrisis bezwoer. De uitwerking van die belofte volgde in het vroege najaar en heette OMT.

Met de OMT-maatregel belooft de ECB om eurolanden waarvan de rente op de staatschuld tot onhoudbare hoogte oploopt, te hulp te schieten. De ECB zal de rente proberen te drukken, door op de secundaire markt staatsobligaties op te kopen. Met de ECB als tegenpartij heeft speculeren op verdere rentestijgingen geen zin, is het idee. Het euroland is gered en ook andere landen hoeven niet meer te vrezen voor besmetting.

Maar aan OMT zijn harde eisen verbonden. De ECB schiet een lidstaat pas te hulp nadat er strenge afspraken zijn gemaakt met de Europese Commissie over hervorming van de economie, over bezuinigingen en over belastingheffing. Die afspraken moeten worden neergelegd in een bindend ‘Memorandum of Understanding’. Alleen landen die zich netjes houden aan het programma uit dat memorandum komen in aanmerking voor OMT.

Periodiek controleert de ECB of het euroland zich wel aan het programma houdt. Het opkoopprogramma stopt automatisch na twee maanden, de derde maand wordt gebruikt om het programma te checken. En alleen als alle vinkjes zijn gezet, hervat de ECB het opkopen van staatsobligaties. Na weer twee maanden volgt een nieuwe controle.

Deze strenge werkwijze kwam tot stand onder druk van de centrale bankpresidenten van enkele noordelijke lidstaten van de monetaire unie, die wilden voorkomen dat zuidelijke landen zouden kunnen freewheelen op OMT. Als de ECB OMT start, daalt de rente en worden pijnlijke economische hervormingen minder urgent. Om druk op de ketel te houden was de eis voor een streng programma nodig.

Inmiddels is het 2015 en is OMT nog nooit ingezet. Het aankondigen ervan was genoeg om de rentes in landen als Portugal, Spanje en Italië te doen dalen. De eurocrisis werd bezworen door de optie van OMT, niet door het inzetten ervan.

Maar de ECB en de aangesloten centrale banken zijn anno 2015 wel druk bezig met het opkopen van staatsobligaties. Voor tientallen miljarden euro’s aan obligaties wordt er maandelijks opgekocht. Dit is echter niet in het kader van OMT. Het is kwantitatieve verruiming, QE in de Engelse afkorting, om de inflatie aan te wakkeren. De ECB zelf noemt het: Public Sector Purchase Programme, of PSPP.

Aan PSPP zitten nauwelijks voorwaarden. Eurolanden hoeven geen memorandum te onderteken en zich niet aan een hervormingsprogramma te onderwerpen. Maar in de praktijk is het effect ervan op de markten hetzelfde als bij OMT. De rentes in het eurogebied, zijn er sterk door gedaald.

Schermafbeelding 2015-05-04 om 09.19.50

Schermafbeelding 2015-05-04 om 09.20.09

Terwijl in Griekenland – dat niet mee mag doen aan PSPP omdat de ECB al teveel Griekse obligaties op de balans heeft – de crisis weer om zich heen grijpt, is er van besmetting van andere Zuid-Europese eurolanden geen sprake meer. Terwijl de rente op Griekse obligaties met een looptijd van tien jaar, stijgt richting de veertien procent, staat die van Portugal, Spanje en Italië rond de anderhalf procent. Allemaal dankzij PSPP, dat werkt als OMT zonder programma, dus zonder hervormingseisen, zonder driemaandelijkse controle, zonder vinkjes.

Maar vertel het niet verder, want eurolanden redden zonder hervormingsprogramma, dat zouden we juist niet doen.

Zelfstandige zonder BGL

Een overheid die de simpele oplossing kiest in plaats van de ingewikkelde. Die luistert naar burgers en hun ideeën overneemt in plaats van hardnekkig verdergaan op de ingeslagen weg. U dacht dat het niet kon, maar u had het mis.

De VAR wordt afgeschaft. Hoera! En er komt geen BGL voor terug! Driewerf hoera! Alle zzp’ers vieren feest. Want zzp’ers weten wat die rare afkortingen betekenen. De rest van Nederland ziet het feestgedruis met verbazing aan. Waar zijn die zelfstandigen zo blij om?

VAR staat voor Verklaring Arbeidsrelatie, een bewijsstuk van de Belastingdienst dat zzp’ers krijgen als ze aannemelijk kunnen maken dat ze een ondernemer zijn en geen werknemer. Zo’n VAR moest ieder jaar worden aangevraagd en hoewel je in principe ook zonder VAR aan de slag kon, was het bezit ervan meestal een harde eis van opdrachtgevers. Het vrijwaarde de opdrachtgever namelijk van eventuele belasting- en premieheffingen achteraf. Als de zzp’er volgens de Belastingdienst eigenlijk toch een werknemer was geweest, kon de opdrachtgever zwaaien met de VAR en een naheffing ontlopen.

Dat was een iets te comfortabele situatie voor de opdrachtgever. Schijnzelfstandigen inhuren, koppelbaas spelen, zolang iedereen een VAR had ingeleverd ging de opdrachtgever vrijuit. Dat de overheid daar iets aan wilde doen, was terecht.

Maar de oplossing was erger dan de kwaal. Er zou een website komen met vragen die opdrachtgever en zzp’er gezamenlijk moesten invullen, waarna de computer wel of niet een Beschikking Geen Loonheffing (BGL) zou uitspuwen. Zzp’ers vreesden een bureaucratische nachtmerrie.

Staatssecretaris Erik Wiebes van Financiën, die het BGL-dossier erfde van de afgetreden Frans Weekers, bleef het gedrocht lange tijd verdedigen. Maar toen zzp-organisaties en werkgevers met een andere, simpele oplossing kwamen, hapte hij gretig toe.

Die simpele oplossing is inderdaad buitengewoon simpel. Er komen standaardcontracten die door de Belastingdienst zijn gecontroleerd. Als opdrachtgever en zzp’er zo’n contract gebruiken, kunnen ze ervan uitgaan dat er geen naheffing van loonbelasting en sociale premies komt. Tenzij ze zich niet aan dat contract houden, natuurlijk.

Ik vind het een prachtige oplossing, omdat onnodige bureaucratie wordt vermeden. Maar we zijn er nog niet. De Belastingdienst moet naleving van de contracten echt gaan controleren, vooral in risicosectoren als zorg, bouw en ICT. En bedrijven moeten hun juristen aan het werk zetten. Kunnen bijvoorbeeld postbedrijven doorgaan met het inhuren van zzp’ers of moeten de pakjesbezorgers gewoon weer in dienst worden genomen? Ik hoop het laatste.

Het gaat uiteindelijk om de uitwerking, ook bij deze regeling. Maar tot die tijd bedankt deze zzp’er graag iedereen die ervoor zorgde dat de VAR verdwijnt en BGL er niet voor terugkomt!

 

Nederland verspilt talent

‘Nederland leidt kinderen al op twaalfjarige leeftijd weg van hbo en universiteit. Velen van hen hebben dan nog niet de tijd gehad om hun vaardigheid en inzet voor hoger onderwijs te laten zien.’

Dat schreven de leden van de speciale commissie van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (Oeso) die in het voorjaar van 2006 Nederland bezochten. Het vijftal internationale experts was naar ons land gekomen om het hoger onderwijs onder de loep te nemen, en ze konden hun verbazing nauwelijks verbergen. Deelname aan het hoger onderwijs stijgt te langzaam, vonden de onderzoekers, maar de oorzaak daarvan ligt niet zozeer bij het hoger onderwijs zelf, maar bij het voortraject.

De middelbare scholen fungeren in Nederland als sorteermachine voor hoger onderwijs en die machine gaat veel te vroeg aan. Nederlandse kinderen zijn twaalf, dertien jaar als hun geschiktheid voor een vervolgstudie al wordt vastgesteld en ze worden ingedeeld in vmbo-, havo- en vwo-klassen. De experts stellen: ‘Uitstel van het huidige regime van vroege selectie, lijkt onontkoombaar, ook al denkt de Nederlandse samenleving daar anders over.’

Want zo doen we dat nu eenmaal in Nederland. Het schooladvies van de basisschool leraar in groep acht bepaalt de rest van je carrière. In de brugklas is er nog een laatste kans om te bewijzen dat de basisschool het verkeerd had, maar daarna is je pad uitgestippeld. Kinderen die zich wat later ontwikkelen dan gemiddeld, de dromertjes en snel afgeleide leerlingen, kinderen met een taalachterstand of afkomstig uit gezinnen en milieus waar studeren niet wordt aangemoedigd, ze zijn allemaal de dupe van deze vroege selectie.

Doodzonde. Niet alleen voor de leerlingen zelf, maar voor de hele economie. Vergrijzend Nederland heeft alle talenten hard nodig. Het onderwijssysteem zou erop gericht moeten zijn om iedere leerling op zo’n hoogst mogelijke, passende opleiding te krijgen. Er moeten tweede, derde en vierde kansen zijn voor leerlingen met een trage start.

Maar sinds het bezoek van de Oeso-experts is er niets veranderd aan het systeem. Sterker: de vroege voorselectie is alleen maar dominanter geworden. Afgelopen week verscheen het Onderwijsverslag van de Inspectie van het Onderwijs, waaruit blijkt dat steeds minder leerlingen van een lager naar een hoger onderwijs­niveau doorstromen.

Die doorstroming was de enige manier om de dwangbuis van de vroege selectie te ontsnappen. Na een mavo-opleiding (officieel heet dit gemengde of theoretische leerweg van het vmbo, maar steeds meer scholen noemen het gewoon weer mavo), kun je in principe doorstromen naar de havo. En met een havodiploma mag je naar het vwo. Dit zijn de sluiproutes in het Nederlandse systeem van vroege selectie.

Maar er staan steeds meer obstakels in de weg. Scholen stellen strenge eisen aan doorstromers, want iedere mislukking kost de scholen geld.

Daardoor stroomde in 2010 nog 18% van de geslaagde mavoleerlingen door naar de havo. Een jaar later was dat nog maar 16%, weer een jaar later 15% en in 2013 was het gedaald naar 13%. Havisten zelf stromen ook minder vaak door naar het vwo, al is de daling minder heftig: van 3,7% in 2010 naar 3% in 2013.

Schermafbeelding 2015-04-25 om 09.45.09

Schermafbeelding 2015-04-25 om 09.45.18

Ook de omweg naar de universiteit, via het hbo lijkt minder begaanbaar. In 2013 stroomden 5,8% van de hbo-leerlingen door naar het wetenschappelijk onderwijs. Drie jaar eerder was dat nog 8,8%.

Schermafbeelding 2015-04-25 om 09.45.31

Het is een enorme verspilling van menselijk kapitaal. In een Volkskrant-artikel over het rapport van de onderwijsinspectie verzucht Wim Kuiper, voorzitter van scholenvereniging Verus: ‘Er wordt te veel door een economische bril gekeken.’

Kuiper zit er helemaal naast, want wie een economische bril opzet, ziet meteen dat dit systeem enorm verspillend is. Scholen moeten prikkels krijgen om leerlingen juist wel te laten doorstromen.

De kosten van de doorstromer die het hogere niveau toch niet aankan, moet financieel ondergeschikt worden gemaakt aan de opbrengst van een succesvolle doorstromer. Nederland als kenniseconomie is een lachertje, als we dat niet eens kunnen organiseren.

Energie voor de mensheid

Royal Dutch Shell koopt de Britse BG Group voor € 64 mrd en iedereen is enthousiast. Het bedrijf verwerft nieuwe oliebronnen en een koppositie op de markt voor vloeibaar aardgas. Shell-topman Ben van Beurden zelf spreekt over een dappere stap. En deze krant beschrijft bewonderend hoe Van Beurden de supertanker Shell snel en vakkundig bijstuurt.

Maar ik vind het een overname van niks. Supertanker Shell is geen graad van richting veranderd, maar ligt nog altijd op ramkoers met de toekomst. De overname van BG is een vlucht vooruit. Het is een verliesstrategie.

Shell koopt met BG Groep een voormalig staatsbedrijf. Het was Margaret Thatcher die British Gas in 1986 naar de beurs bracht. Zoveel mogelijk Britse burgers moesten aandelen kopen, want Thatcher geloofde in ‘popular capitalism’. De massa deelgenoot maken van de economie, dat was haar kruistocht, zei ze in een beroemde speech over privatisering. ‘We Conservatives are returning power to the people.’

Popular capitalism was Thatchers antwoord op het socialistische misverstand uit de periode van voor haar aantreden, dat de overheid sterker is dan de wetten van de economie.

Anno 2015 zitten we met een ander misverstand: het kapitalistische misverstand dat de markt sterker is dan de wetten van de natuur. Grondstoffen raken uitgeput, het klimaat warmt op. De markt is niet bij machte om de juiste prijzen — inclusief milieuschade — te genereren.

Thatchers ‘power to the people’ zouden we daarom in deze tijd moeten vertalen als ‘energie voor de mensheid’. Maar aan die kruistocht voor een duurzame energievoorziening doet Shell nadrukkelijk niet mee.

De koop van BG bewijst eens te meer dat het bedrijf blijft kiezen voor fossiele energie en voor CO2-uitstoot. Zonnecelfabrieken deed het energiebedrijf de afgelopen jaren van de hand, in windenergie wordt niet meer geïnvesteerd en zelfs een veelbelovende techniek om CO2 te neutraliseren met mineralen, werd verkocht. Als het niet door een pijp kan, is Shell niet geïnteresseerd.

Als het aan Van Beurden ligt worden al het gas en alle olie die bij Shell op de balans staan de komende decennia opgepompt en verbrand. Hij ziet blijkbaar geen toekomst waarbij we zoveel in duurzame energie investeren, dat de prijs ervan genoeg daalt om het besluit fossiele energie gewoon in de grond te laten zitten, op economische gronden kan worden genomen.

Denk je eens in wat een revolutie Van Beurden had kunnen ontketenen als hij zijn € 64 mrd in nieuwe energiebronnen had geïnvesteerd, in plaats van in een oud gasbedrijf. De Noordzee vol windmolens, Zuid-Spanje vol zonnecellen, het had gekund.

Natuurlijk, beleggers hadden hem er om gehaat. Maar zoals Thatcher al zei: Wie er op uit is om aardig te worden gevonden, bereikt nooit iets.

(Verscheen eerder in het FD)