VVD ontdekt de middenklasse. Alweer

Brekend nieuws: Ajax gaat het helemaal anders doen en zal voortaan via technisch aanvalsspel zoveel mogelijk doelpunten proberen te scoren. Tijdens een persconferentie heeft ASML een totale metamorfose aangekondigd: vanaf nu gaat men de allerbeste chipmachines bouwen. En op dezelfde dag gooit de VVD het roer totaal om en belooft voortaan voor de middeninkomens op te komen.

Vertrekkend fractievoorzitter Klaas Dijkhoff heeft het over ‘een nieuw tijdperk’ waarin de middenklasse centraal wordt gezet. Want ‘de overheid kan zich niet permitteren de brede middengroep te negeren’. Wat een transformatie!

Maar de VVD bekeert zich tot het eigen geloof. Want de middenklasse was natuurlijk altijd al de groep waarop de partij zich richt. Hans Wiegel omarmde de middeninkomens eind jaren zeventig, Bolkestein deed dat in de jaren negentig en ook volgens Rutte is zijn partij er in eerste plaats voor de ‘normale, hardwerkende middenklasse’.

‘De VVD bekeert zich tot het eigen geloof. Want de middenklasse was natuurlijk altijd al de groep waarop de partij zich richt’

Net als de bij andere partijen. De PvdA heeft zich – zeker sinds Wim Kok – telkens op de middeninkomens gericht. Toen Lodewijk Asscher in 2015 de Drees-lezing mocht geven, ging die over de waarde van de middenklasse. Ook het CDA richtte zich altijd op deze groep. Begin 2019 nog speechte Wopke Hoekstra over de ‘vergeten middenklasse’, die meer aandacht zou verdienen.

De politieke partijen in Nederland hebben de middenklasse dus altijd middenin het vizier gehad. Bij elke verkiezing voeren ze het versleten toneelstukje op waarin ze deze ‘vergeten groep’ voor het eerst, als enige partij ontdekken.

Ongeloofwaardig maar logisch. Want de middenklasse, dat is waar de kiezers zitten. In bijna geen land is de groep zo groot als hier. Het Amerikaanse Pew Research berekende dat 79% van de Nederlanders een inkomen heeft dat ligt tussen tweederde van het mediane inkomen en het dubbele daarvan. Daarmee kwamen wij op plaats drie, net achter Noorwegen en Denemarken. En anders dan in die twee landen vertoont de Nederlandse middenklasse een gezonde groei.

Juist door de onafgebroken aandacht van de politiek heeft de middenklasse het hier verrassend goed gedaan. Uit onderzoek blijkt telkens weer dat onze middenklasse niet vergeten is en niet het onderspit delft. De middengroep kalft niet af, concludeerde de WRR in 2017. Berichten daarover deden de onderzoekers af als ‘alarmistisch’.

Maar feiten tellen niet vaak in de politiek. Dus zijn de middeninkomens ook deze verkiezingscampagne weer de zielenpoten en schieten politici van links en rechts toe om hen te helpen.

(FD)

Gedeeltelijke lockdown, gedeeltelijke crisis?

De tweede golf kwam toch. De maatschappij moest weer ‘gedeeltelijk’ op slot en de grendel werd telkens nog een beetje verder dichtgeschoven.

Bedrijven die de eerste golf en de ‘intelligente’ lockdown nog konden overleven, komen nu in doodsnood. Banken die in het voorjaar nog automatisch uitstel van betaling gaven, worden een stuk kritischer. Het aantal faillissementen zal oplopen, net als de werkloosheid.

Dat klinkt allemaal niet best. Wordt dit de genadeklap voor de economie? Zou kunnen, maar ik houd hoop. Uitgaande van de huidige situatie, zijn er ook veel zaken die een stuk beter gaan dan in het rampzalige tweede kwartaal.

Bijvoorbeeld het feit dat juist in Nederland de tweede golf zo heftig is. We waren (met België en Tsjechië) zelfs even de coronahotspot van de wereld. Dat is natuurlijk niets om trots op te zijn, maar het betekent wel dat onze internationaal opererende bedrijven in de industrie en handel, ditmaal minder last hebben. De inkoopmanagersindex voor de industrie bleef in november in het groen. Die voor het eurogebied als geheel belandde deze maand zelfs op het hoogste peil in ruim twee jaar – vooral door een sprong omhoog in Duitsland.

‘Zodra de scholen dicht gaan, begint de economische schade echt.’

Belangrijk daarbij is dat de Chinese economie weer aardig op gang is gekomen. Tijdens de eerste golf stokte de productie en het transport van onderdelen naar Europa, waardoor bedrijven hier niet konden produceren. Die aanbodschok lijkt nu te ontbreken.

Wat gaat er nog meer beter dan in het tweede kwartaal? De winkels blijven tot nu toe open – of in elk geval tot acht uur ’s avonds, waardoor de consumptie grotendeels door kan gaan. Je kunt nog gewoon naar de Bijenkorf en naar Ikea (graag wel met een mondkapje op). Het enorme stuwmeer aan besparingen dat in het voorjaar ontstond, kan blijven leeglopen.

Ook de scholen zijn open, en het lijkt erop dat het kabinet dat tegen bijna elke prijs zo zal willen houden. Terecht, want schoolsluitingen zijn niet alleen rampzalig voor de ontwikkeling van kinderen, maar ook nog eens buitengewoon slecht voor de economie. Als de kinderen thuis zijn, kunnen ouders niet of nauwelijks werken. Wie voor zijn werk op pad moet, blijft thuis om op te passen. En thuiswerkers worden klassenassistent en krijgen geen werk meer gedaan. We wisten het al uit economische onderzoek naar bijvoorbeeld sars in Azië: zodra de scholen dicht gaan, begint de economische schade echt.

Faillissementen, werkloosheid en andere ellende, we krijgen het heus wel over ons heen. Maar zo hard als de klap in het tweede kwartaal was, wordt ‘ie in het vierde kwartaal hopelijk niet. Vingers gekruist.

(FD)

Let op de demografie en je ziet het: er komt inflatie aan en de rente zal weer stijgen

Een paar belangrijke gebeurtenissen van de laatste driekwart eeuw: de babyboom van na de oorlog, de val van de Muur in 1990, de toetreding van China tot de Wereldhandelsorganisatie eind 2001. Wat hebben deze schijnbaar willekeurige zaken met elkaar te maken? Ze zorgden voor een periode van opmerkelijk lage inflatie en lage rente. En belangrijker nog: hun effect op de economie begint langzamerhand uit te werken. De economische toekomst zal er daardoor heel anders uitzien dan het verleden.

Dat is althans de stelling van Charles Goodhart en Manoj Pradhan in hun boek The Great Demographic Reversal. Ja, ik weet het, dit is niet de boekenrubriek, maar ik denk dat hun these belangrijk genoeg is om hier te bespreken. De auteurs – Goodhart is een even gerenommeerde als eigenwijze monetair econoom, Pradan is een zelfstandig werkende, oud-Morgan Stanley-econoom – nemen duidelijk stelling tegen de geldende consensus onder economen en analisten en doen dat op een overtuigende manier.

Wie de economische trends van de afgelopen decennia wil begrijpen, moet vooral letten op het arbeidsaanbod. De snelle toename van de inzetbare beroepsbevolking is de verklaring voor veel trends. Eerst waren het de babyboomers die zich massaal meldden op de arbeidsmarkt van de geïndustrialiseerde landen en zorgden voor economische groei. Net toen die toestroom over z’n piek was, gingen de arbeidsmarkten van Oost- en Midden-Europa open. Globalisering gaf de groei nieuwe lucht. China ontwikkelde zich tot de fabriek van de wereld, wat de facto betekende dat honderden miljoenen goedkope arbeidskrachten de wereldmarkt op kwamen.

Het gevolg van deze schokken? De economische groei werd niet gesmoord in arbeidskrapte. Lonen schoten niet omhoog, de inflatie bleef opmerkelijk laag. Dat gaf centrale banken de mogelijkheid om de voet van de rem te halen. Samen met de grote toename van de besparingen (alle babyboomers probeerden hun pensioen veilig te stellen), zorgde dit voor de extreem lage rentestanden van dit moment.

Hoe ziet de toekomst er uit? De meeste economen en analisten denken: meer van hetzelfde. Er is geen inflatie in zicht en de rente blijft nog heel lang laag. Maar waarom zou alles hetzelfde blijven, als de onderliggende demografische trends juist compleet gaan veranderen?

We zitten nu midden in de omslag van veel naar weinig arbeidsaanbod. De babyboomers gaan met pensioen, zowel in het Westen als in het Oosten. De beroepsbevolking groeit steeds minder snel en zal later deze eeuw in grote delen van de wereld gaan krimpen. De opening van China en Oost-Europa was een eenmalige gebeurtenis. Zo’n aanbodschok krijgen we niet nog eens. Globalisering is op z’n retour. Werknemers worden dus schaars en lonen zullen stijgen. Juist omdat de toekomstige gepensioneerden zoveel gespaard hebben, zal het moeilijk worden om al die producten en diensten die ze straks willen consumeren, ook echt te produceren. Prijsstijgingen en dus hogere inflatie lijken onvermijdelijk. Centrale banken zullen daarop reageren met hogere rentestanden, zowel in nominale als in reële termen. Het tijdperk van eeuwig dalende rentes loopt ten einde. Wie nu nog gokt op ‘low-for-longer’ (en dat is bijna iedereen), gaat straks nat.

Of beter: gaat misschien nat. Want misschien voorkomt snelle automatisering en robotisering dat er nijpende arbeidsschaarste ontstaat. En waarom zouden Afrikaanse landen niet voor een nieuwe positieve aanbodschok kunnen zorgen? De demografische ontwikkeling op dat continent is heel anders en de beroepsbevolking blijft nog tot diep in de eeuw toenemen.

Automatisering nemen we mee, luidt de verdediging van Goodhart en Pradan. Zonder die trend zouden de geschetste problemen nog veel groter zijn. En Afrika is te versplinterd en wordt te slecht bestuurd om een tweede China te kunnen zijn, denken ze. Dat laatste lijkt me wel een beetje kort door de bocht. Zodra investeringen en handel op gang komen, kan er veel veranderen, ook in Afrikaanse landen.

Dat levert in elk geval nog een bijzonder inzicht op: al die analisten en economen die denken dat de rente nog heel lang laag blijft, speculeren zonder het te weten op een economische renaissance van het Afrikaanse continent.

(FD)

 

‘Trader Joe’ kan toch een handelsdeal met Europa sluiten. Maar dan een over klimaat.

‘Wat doet de beurs als Joe Biden de verkiezingen wint?’ Ik gaf natuurlijk geen antwoord op deze vraag. Weet ik veel wat de aandelenmarkten dan doen? De beurs is niet te voorspellen. Zeker niet rond zoiets onzekers als een presidentsverkiezing.

Dat is het probleem als je ergens een beetje verstand van hebt: je weet vooral wat je niet weet. Dat snapten ook de twee Amerika-specialisten die op dezelfde online bijeenkomst over de Amerikaanse verkiezingen aanwezig waren. Zij kregen geen vraag over de beurs, maar over de verkiezingsuitslag. ‘Wie denk je dat er wint, Biden, of toch Trump?’ De experts hielden wijselijk hun mond. Ook zij weten precies wat ze niet weten.

Maar ik ben helemaal geen expert op het gebied van Amerikaanse verkiezingen. Dus ik durfde me best te wagen aan een voorspelling. ‘Het wordt een landslide voor Biden’, flapte ik er uit. ‘Hij wint met gemak.’ Het Dunning-Kruger-effect heet dat geloof ik; wie weinig weet, overschat z’n competenties.

Maar ga even mee in mijn onnozelheid. Stel dat Biden wint met een landslide. Op woensdag 20 januari wordt Biden dan beëdigd als 46ste president van de Verenigde Staten. Wat gebeurt er daarna?

Om niet weer in de Dunning-Kruger-val te lopen, specificeer ik die vraag: wat gebeurt er dan met het Amerikaanse handelsbeleid? Wordt Biden de vredesduif van de handelsoorlogen? Gaan hij weer aan de tafel met Europa om een handelsdeal te sluiten?

‘Wordt Biden de vredesduif van de handelsoorlogen? Ik zou er maar niet te veel op rekenen’

Ik zou er maar niet te veel op rekenen. De democratische partij is sinds Obama flink naar links opgeschoven. Hillary Clinton was al niet meer voor een handelsdeal met de EU en Biden heeft er de afgelopen tijd ook geen goed woord voor over gehad.

Sterker, in een recent artikel in Foreign Affairs schrijft hij: ‘Als president zal ik geen enkel nieuw handelsakkoord afsluiten, voordat we alle Amerikanen hebben uitgerust met een stevige positie op de wereldmarkt. En ik zal geen nieuwe deal sluiten zonder mensen van de vakbond en milieubeweging aan tafel.’ Internationale handel is bij Biden dus eerder een probleem dan een oplossing.

Maar toch zie ik een muizengaatje, juist via die milieubeweging. In de EU wordt hard nagedacht om aanvullend op het klimaatbeleid een CO2-belasting voor importgoederen in te voeren. Zo’n ‘border taks’ zou de concurrentie-effecten van streng klimaatbeleid kunnen neutraliseren. En laat dat nou precies zijn waar de Biden-campagne ook voor pleit: grensbelasting voor producten uit landen met een falend klimaatbeleid. Het moet zelfs de kern van het handelsbeleid worden. Daar valt met de EU prima een akkoord over te sluiten.

De theatertombola (en andere maffe plannetjes)


De crisis is een kans! Ondernemers moeten omdenken. Allemaal outside-the-box creatief aan de slag met serendipiteit! Daar zijn boeken over volgeschreven, die ik gelukkig niet gelezen heb, want ik geloof er niet zo in. Een crisis is vooral een crisis, die kansen ontneemt en ondernemers neerslachtig maakt.

Maar soms heb ik ze toch ook opeens: maffe coronaplannen die waarschijnlijk ook in crisistijd nergens op slaan. Voor de zekerheid schrijf ik ze toch maar op, want misschien kunt u er iets mee.

Eerste maffe idee: de theatertombola. Er mogen maar dertig mensen in de zaal, dus theaters hebben hun deuren gesloten. Dat is logisch, want met de opbrengst van dertig kaartjes kun je net de toneelknecht betalen.

Logisch, maar ook zonde. Acteurs zitten thuis, zalen blijven ongebruikt en theaterliefhebbers vervelen zich dood. Zou die laatste groep misschien een gokje willen wagen? We verkopen ze geen kaartjes, maar een lot waarmee ze een van de dertig stoelen kunnen winnen. De prijs van zo’n lot: De normale ticketprijs. Het aantal loten: gelijk aan het normale aantal stoelen. De omzet is dan zo groot als bij een uitverkochte zaal, iedereen kan netjes worden betaald.

Maar waarom zou iemand de volle prijs betalen voor slechts een kans op een stoel? Bijvoorbeeld omdat er nu veel minder aanbod is, dus de prijs veel hoger kan zijn. Schaarste maakt waardevol. Bovendien zullen mensen deelname aan de tombola als een goede daad zien; een kans om in deze moeilijke tijd sympathie voor de kunsten te tonen.

‘Een maf plan? Zeker. Maar lang niet zo maf als wat ik voor de voetbalstadions bedacht’

Een maf plan? Zeker. Maar lang niet zo maf als wat ik voor de voetbalstadions bedacht. Laat alle seizoenkaarthouders van profclubs een pakketje moderne technologie huren. Een zendertje met een cameraatje en een speaker, verpakt in een handig doosje dat aan de stoel in het stadion wordt gehangen. Thuis ziet de supporter dan de wedstrijd, vanaf z’n eigen, vertrouwde stoeltje. Schreeuw aanmoedigingen door de gekoppelde telefoon, en je bent te horen in het hele stadion! Tegen meerprijs krijg je er een robotarmpje met een vlaggetje in de clubkleuren bij.

En de toprestaurants dan, wat moeten die tijdens de lockdown? Eten thuisbezorgen, natuurlijk, maar dan graag met wat meer aankleding nu. Want eten smaakt pas goed als je de ervaring kunt delen. Bezorg daarom dezelfde luxe maaltijd bij vrienden of familieleden op verschillende adressen. Identiek tafelkleed erbij, hetzelfde servies en een paar goedkope mobieltjes op een statief, bij elke stoel één. Voeg wat slimme software toe, en we kunnen weer gezellig samen uit eten. Vooral rond kerst wordt dit een regelrechte hit!

(FD)

Corona en NOW brengen economen in verwarring. Gaat het nou goed of slecht op onze arbeidsmarkt?

Wie raakten hun baan kwijt tijdens de coronacrisis? Antwoord: de jongeren. Om precies te zijn: schoolgaande jongeren. Om nog preciezer te zijn: thuiswonende schoolgaande jongeren met een bijbaantje. Bij die groep sloegen de lockdown en de recessie verreweg het hardst toe.

De werkgelegenheid onder 45-plussers daalde in de eerste acht maanden van dit jaar met minder dan een half procent. Voor de groep tussen 25 en 45 jaar was dat net iets meer dan een half procent. Maar de werkzame beroepsbevolking tussen 15 en 25 jaar kromp met maar liefst 8%.

Binnen die jonge bevolkingsgroep waren het vooral de ‘onderwijsvolgenden’ die aan de kant kwamen te staan. Uit de arbeidsmarktcijfers voor het tweede kwartaal blijkt een duidelijk verschil tussen scholieren en studenten en jongeren die alleen werken. De tweede groep zag per saldo zo’n 12.000 banen verloren gaan, de eerste groep maar liefst 70.000. En van die 70.000 studenten en scholieren zonder bijbaan woonden er 40.000 nog thuis.

Rot voor die thuiswonenden scholieren, natuurlijk. Maar voor het land als geheel een gunstige uitkomst. Want als de baanvernietiging tijdens de lockdown vooral bestond uit verdwenen bijbaantjes van mensen met een ouderlijk dak boven het hoofd, is de maatschappelijke schade wel te overzien. Baanverlies van de kostwinner in een eenverdienersgezin met een duur huurhuis, leidt tot veel meer ellende.

Verwarrend

Waarom weid ik hier zo over uit? Omdat deze cijfers goed illustreren hoe bedrieglijk de arbeidsmarktcijfers zijn tijdens deze crisis en hoe verwarrend dat is voor economen. Door de steunmaatregelen van de overheid, maar ook door de aard van de crisis zelf, geven de vertrouwde indicatoren geen helder beeld meer van wat er gebeurt op de arbeidsmarkt.

Daalt de werkgelegenheid hard? Dan vooral in lockdown-sectoren als horeca en detailhandel, waar veel jongeren werken. Loopt de werkloosheid snel op? Dan vooral doordat tijdelijke contracten niet worden verlengd, want de NOW-regeling voorkomt voorlopig dat vaste banen verdwijnen. Gevolg is dat algemene begrippen als dalende werkgelegenheid en stijgende werkloosheid nu iets anders betekenen dan tijdens voorgaande recessies.

Zo zijn er nog meer anomalieën op de vaderlandse arbeidsmarkt. Wat is er bijvoorbeeld aan de hand met de zzp’ers? Deze groep werkenden wordt vaak op een hoop gegooid met flexwerkers, maar lijkt zich totaal anders door de huidige crisis te slaan. Zo is het aantal werkende zelfstandigen in het eerste half jaar niet gedaald, maar juist gestegen. Er kwamen tussen januari en juni maar liefst 25.000 actieve zzp’ers bij. In dezelfde periode nam het aantal flexwerkers juist af met ruim 200.000.

Onverwachte groei

Nee, ik heb ook geen sluitende verklaring voor deze onverwachte groei. Is het uit wanhoop, of juist uit vertrouwen in de toekomst, dat meer mensen voor zichzelf beginnen. Deze trend uit de eerste helft van dit jaar heeft in elk geval wel doorgezet. De Kamer van Koophandel meldt dat in alle maanden van juni tot en met september het aantal startende ondernemers hoger lag dan een jaar eerder.

Ondertussen laten andere cijfers zien dat het aantal gewerkte uren van de gemiddelde zzp’er tijdens de crisis wel is gedaald. Meer zzp’ers die ieder minder werken. Ik zei toch dat dit een in verwarrende tijd is?

Dat blijkt ook uit de ontwikkeling van de werkgelegenheid gedurende de zomermaanden. Normaal gesproken loopt de arbeidsmarkt flink achter op de conjunctuur. Banengroei laat in de regel lang op zich wachten, ook al trekt de economie weer aan. Je zou denken dat dit door de NOW-regeling van de overheid alleen maar wordt versterkt.

Maar toen de economie deze zomer weer ging draaien, begon de werkgelegenheid ook direct weer te groeien. In juni kwamen er (gecorrigeerd voor seizoensinvloeden) 45.000 banen bij. En in de twee volgende maanden telkens weer 4.000. Om de verwarring compleet te maken: de werkloosheid bleef desondanks oplopen, want er meldden zich nog meer mensen aan die op zoek zijn naar werk.

Gaat het nou slecht op de arbeidsmarkt, of juist verrassend goed? Ik moet u het antwoord helaas schuldig blijven.

(FD)

Pas op voor de crisisontkenners! Op beurs en woningmarkt heerst een gevaarlijk soort optimisme

Het begon net weer een beetje te lopen. In veel getroffen sectoren stegen de omzetten weer, er kwamen banen bij en in september daalde de werkloosheid zelfs. Het ging sneller beter dan gedacht. Ramingen werden opwaarts bijgesteld. Tekenen van een V-vormig herstel waren duidelijk zichtbaar.

Maar toen sloeg het virus weer toe. De gevreesde ‘tweede golf’ is een feit, inclusief een nieuwe (gedeeltelijke) lockdown. Het herstel wordt hier ongetwijfeld door gesmoord. De V-vorm kunnen we vergeten en het wordt hopen op een W.

We zitten overigens nog niet in het rampzalige ‘Tweede-golf-scenario’, dat het Centraal Planbureau op Prinsjesdag presenteerde. Het CPB kwam toen met een ‘Basisscenario’ dat voor dit jaar 5% economische krimp voorspelde, maar voor 2021 alweer 3,5% groei. In geval van een tweede golf, echter, zou die groei kunnen omslaan in krimp van bijna 3%. Maar daarbij werd uitgegaan van een strengere en langduriger lockdown dan nu is aangekondigd en ook van meer ingrijpende maatregelen in de buurlanden. Dat valt dan weer mee.

‘Geen vuiltje aan de lucht’

Nog meer meevallers? Op het eerste gezicht wel. In sommige onderdelen van de economie en volgens sommige indicatoren lijkt het alsof er geen vuiltje aan de lucht is. Wie bijvoorbeeld naar de huizenprijzen kijkt, zal moeilijk kunnen geloven dat we ons bevinden in de diepste recessie sinds de Tweede Wereldoorlog. Bestaande koopwoningen waren volgens het CBS in augustus ruim 8% duurder dan een jaar eerder. Makelaarsvereniging NVM keek naar het afgelopen kwartaal en zag zelfs de ‘sterkste stijging in twintig jaar’.

Daarmee is de gekte op de huizenmarkt vrijwel terug op het niveau van vlak voor de kredietcrisis. In de grafiek hieronder heb ik de huizenprijs gecorrigeerd voor inflatie (wat wel zo netjes is), en dan blijkt dat we nog geen 2% onder het prijspeil van begin 2008 zitten. Let wel: dat was toen vóórdat de economische crisis uitbrak, terwijl we er nu al middenin zitten.

All Share-index

Dit soort hilarisch optimisme is ook te vinden op de aandelenbeurs. Gedurende de coronacrisis hadden beleggers ook een weekje last van bezorgdheid over de toekomstige winstgevendheid van bedrijven, vooral aan het begin van de epidemie. Maar meestal brak alweer snel de zon door op de markt. In de grafiek eens een keertje niet de AEX, maar de All Share-index waarin alle in Amsterdamse genoteerde fondsen zitten. Die index staat nu hoger dan begin 2019 en ook hoger dan vlak voor het uitbreken van de kredietcrisis. Een tweede golf van besmettingen in Europa? Beleggers steken de vingers in de oren en zingen hard ‘tralalala’.

Wat zouden ze zich ook zorgen maken? Het is niet alsof er massaal bedrijven failliet gaan. Sterker: het aantal uitgesproken faillissementen is op het laagste peil van de eeuw beland. Ondernemers klagen steen en been, maar de rechters draaien duimen.

Je zou er bijna optimistisch van worden. Maar ik vind al die crisisontkenners op de woningmarkt, aandelenbeurs en bij de faillissementsrechtbank maar een griezelig gegeven. Ze bewijzen vooral dat we door ingrijpen van de overheid en centrale bank het zicht op de omvang en diepte van de crisis zijn verloren.

Onzekerheid

De stijgende huizenprijs laat zien dat huizenkopers (en hypotheekverstrekkers) veel te weinig rekening houden met het feit dat de overheid de werkgelegenheid niet tot in de eeuwigheid met steunpakketten in de lucht kan houden. Forse stijging van de werkloosheid is onvermijdelijk. Onzekerheid, inkomensverlies en gedwongen verkopen zijn zaken die op dit moment allerminst lijken te zijn ingecalculeerd.

De feestvierders op de beurs gaan er ondertussen vanuit dat elke coronategenvaller ook de komende tijd wordt opgevangen met nieuwe opkoopprogramma’s van de ECB en nieuwe noodsteun van EU-landen. Maar als de recessie echt doorzet en winsten van veel bedrijven dalen kan de stemming op de beurs snel omslaan. De sugar high van gratis geld en honderden miljarden aan steunmaatregelen krijgt dan een bittere nasmaak.

Kan ik dan opeens de huizenprijzen en beurskoersen voorspellen? Nee, natuurlijk niet. Misschien zit ik er grandioos naast met deze somberheid. Maar een flink deel van de nieuwe huizenkopers en beleggers heeft nog nooit een echte correctie meegemaakt. We komen uit een lange periode waarin de optimisten telkens gelijk kregen. Ook dat geluk houdt eens op.

(FD)

Vrijheid van meninkjes

Daar gaan we weer. De tweede lockdown is een feit. Wederom in de variant ‘intelligent’ of ‘light’, want we gaan mensen niet opsluiten en geven vooral veel ‘dringend advies’. Maar het resultaat zal toch zijn dat de economie weer een harde klap krijgt.

Dat laatste is onvermijdelijk, want geen maatregelen nemen en de uitbraak nog verder uit de hand laten lopen, is nog desastreuzer voor de economie. Zoals DNB-president Klaas Knot het vandaag zei: ‘Er is geen afruil tussen economie en gezondheid.’

Ondertussen snapt men in het buitenland niet hoe in het netjes aangeharkte Nederland de epidemie zo uit de hand kon lopen. De hier wonende Britse schrijver Ben Coates noemt ons land ‘Het nieuwe Brazilië’, vanwege de hoge besmettingscijfers gecombineerd met een incoherente reactie van de overheid en een koppige bevolking. Zijn plan om een boek te schrijven over hoe goed alles in Nederland geregeld is, heeft Coates in de ijskast gezet.

Het is om je rot te schamen. Hoe komt het dat Nederland bij de slechtst presterende landen is gaan behoren? Wat ging er de afgelopen maanden mis? Was het de talmende overheid, de liberale premier die het volk niets wil opleggen of toch gewoon de gebrekkige test- en opsporingscapaciteit bij de GGD? Hadden we toch de jongeren binnen moeten houden, of in elk geval in het eigen land? Of waren het ook de 25-plussers die in de zomermaanden even helemaal niet aan de coronaregels wilden denken? Hadden we toch veel meer thuis moeten werken, het café moeten mijden en verjaardagsfeestjes alleen met het eigen gezin moeten vieren?

Misschien was het een combinatie van alles. Ik weet het natuurlijk ook niet, maar als ik een lekenmening mag geven: de onderliggende reden is dat we allemaal veel te eigenwijs zijn geweest. En eigenlijk nog steeds zijn. Iedereen koestert zijn of haar persoonlijke visie op de epidemie en de bestrijding ervan. We praten continu over de subtiele keuze tussen meer maatregelen en minder economische schade, terwijl het verband tussen die twee zaken helemaal niet eenduidig is. Praatjesmakers zonder kennis van zaken krijgen ruim baan om hun lachwekkende analyses over het virus en het beleid te delen. Want in ons land geldt de vrijheid van onbeduidende meninkjes uiten, als het hoogste recht. Ook als daarmee verwarring wordt gezaaid en onveilig gedrag wordt aangemoedigd.

En misschien wilde de overheid het eigenlijk wel te goed doen. Men zocht steeds naar het minst schadelijke, maar toch net nog effectieve beleid; de optimale reactie die het aangeharkte Nederlandse tuintje niet te veel zou verstoren. Terwijl eigenlijk de botte bijl nodig was.

(FD)

Trek de teugels aan

Doe het voor de kwetsbare mensen. Voor iedereen die van hen houdt. En voor de overbelaste zorg. Maar doe het ook voor de economie.

Voor de economie? Jazeker. Ook daarvoor moeten we de teugels aantrekken en meer doen tegen de virusuitbraak. Want de economie lijdt meer schade van de uitbraak dan van tijdelijk strengere regels. Dat klinkt onlogisch, want een nieuwe lockdown gaat ondernemers weer enorm veel omzet kosten. Maar een uit de hand lopende uitbraak doet dat nog veel meer.

Als de ziekenhuizen uitpuilen, verhalen over zieke mensen de media domineren en de kans op besmetting snel oploopt, gaan consumenten winkels, horeca en andere drukke plekken mijden. Bange mensen consumeren niet. Even funshoppen voor een nieuw bankstel of lekker eten in een sterrenrestaurant is nu eenmaal niet zo leuk als je er een in potentie dodelijke ziekte kunt oplopen.

Wie denkt dat de overheid een duivelse keuze moet maken tussen welvaart en welzijn, tussen werkgelegenheid en gezondheid, tussen bedrijven en burgers, vergist zich dus. Coronabestrijding is geen kwestie van je geld of je leven. De keuze voor de overheid is veel simpeler: bestrijdt het virus én help de economie.

‘Als ziekenhuizen uitpuilen, mijden consumenten winkels en horeca. Bange mensen consumeren niet’

Dat is in elk geval de consensus onder economen. Weten wij dit zeker? Nee, want de vorige uitbraak en lockdown is nog zo kort geleden dat er nog maar weinig wetenschappelijke onderzoeksresultaten zijn. Maar wie naar de ruwe data kijkt, ziet bijvoorbeeld dat in Noordwest-Europa juist in landen met een relatief lichte of late lockdown, zoals Nederland, Zweden en het Verenigd Koninkrijk, de economie in het tweede kwartaal van dit jaar meer kromp dan in strengere landen als Denemarken en Finland. Daar werd de virusuitbraak eerder tot staan gebracht en was de recessie minder diep. Duitsland (weinig corona, toch diepe recessie) past overigens niet in dit beeld.

Ook analyses van micro-data als winkelbezoeken en pinbetalingen laten vaak zien dat de economie vooral lijdt onder het virus zelf en dat dit een belangrijke reden is voor de recessie. Er zullen ongetwijfeld nog vele proefschriften worden geschreven over hoe dit precies werkt. Misschien gedragen consumenten zich ditmaal veel minder angstig. Wie weet hebben ze de mortaliteitstabellen van de eerste golf bestudeerd en de conclusie getrokken dat ze niet zo kwetsbaar zijn. Maar ik zou er niet op durven gokken.

Nu we nog midden in de epidemie zitten moeten we daarom de vuistregel gebruiken dat stevige virusbestrijding in het belang is van de economie. Wie de bedrijven en banen wil redden, moet in de eerste plaats de uitbraak onder controle krijgen.

 

FD

journalist en econoom