Nederland verspilt talent

‘Nederland leidt kinderen al op twaalfjarige leeftijd weg van hbo en universiteit. Velen van hen hebben dan nog niet de tijd gehad om hun vaardigheid en inzet voor hoger onderwijs te laten zien.’

Dat schreven de leden van de speciale commissie van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (Oeso) die in het voorjaar van 2006 Nederland bezochten. Het vijftal internationale experts was naar ons land gekomen om het hoger onderwijs onder de loep te nemen, en ze konden hun verbazing nauwelijks verbergen. Deelname aan het hoger onderwijs stijgt te langzaam, vonden de onderzoekers, maar de oorzaak daarvan ligt niet zozeer bij het hoger onderwijs zelf, maar bij het voortraject.

De middelbare scholen fungeren in Nederland als sorteermachine voor hoger onderwijs en die machine gaat veel te vroeg aan. Nederlandse kinderen zijn twaalf, dertien jaar als hun geschiktheid voor een vervolgstudie al wordt vastgesteld en ze worden ingedeeld in vmbo-, havo- en vwo-klassen. De experts stellen: ‘Uitstel van het huidige regime van vroege selectie, lijkt onontkoombaar, ook al denkt de Nederlandse samenleving daar anders over.’

Want zo doen we dat nu eenmaal in Nederland. Het schooladvies van de basisschool leraar in groep acht bepaalt de rest van je carrière. In de brugklas is er nog een laatste kans om te bewijzen dat de basisschool het verkeerd had, maar daarna is je pad uitgestippeld. Kinderen die zich wat later ontwikkelen dan gemiddeld, de dromertjes en snel afgeleide leerlingen, kinderen met een taalachterstand of afkomstig uit gezinnen en milieus waar studeren niet wordt aangemoedigd, ze zijn allemaal de dupe van deze vroege selectie.

Doodzonde. Niet alleen voor de leerlingen zelf, maar voor de hele economie. Vergrijzend Nederland heeft alle talenten hard nodig. Het onderwijssysteem zou erop gericht moeten zijn om iedere leerling op zo’n hoogst mogelijke, passende opleiding te krijgen. Er moeten tweede, derde en vierde kansen zijn voor leerlingen met een trage start.

Maar sinds het bezoek van de Oeso-experts is er niets veranderd aan het systeem. Sterker: de vroege voorselectie is alleen maar dominanter geworden. Afgelopen week verscheen het Onderwijsverslag van de Inspectie van het Onderwijs, waaruit blijkt dat steeds minder leerlingen van een lager naar een hoger onderwijs­niveau doorstromen.

Die doorstroming was de enige manier om de dwangbuis van de vroege selectie te ontsnappen. Na een mavo-opleiding (officieel heet dit gemengde of theoretische leerweg van het vmbo, maar steeds meer scholen noemen het gewoon weer mavo), kun je in principe doorstromen naar de havo. En met een havodiploma mag je naar het vwo. Dit zijn de sluiproutes in het Nederlandse systeem van vroege selectie.

Maar er staan steeds meer obstakels in de weg. Scholen stellen strenge eisen aan doorstromers, want iedere mislukking kost de scholen geld.

Daardoor stroomde in 2010 nog 18% van de geslaagde mavoleerlingen door naar de havo. Een jaar later was dat nog maar 16%, weer een jaar later 15% en in 2013 was het gedaald naar 13%. Havisten zelf stromen ook minder vaak door naar het vwo, al is de daling minder heftig: van 3,7% in 2010 naar 3% in 2013.

Schermafbeelding 2015-04-25 om 09.45.09

Schermafbeelding 2015-04-25 om 09.45.18

Ook de omweg naar de universiteit, via het hbo lijkt minder begaanbaar. In 2013 stroomden 5,8% van de hbo-leerlingen door naar het wetenschappelijk onderwijs. Drie jaar eerder was dat nog 8,8%.

Schermafbeelding 2015-04-25 om 09.45.31

Het is een enorme verspilling van menselijk kapitaal. In een Volkskrant-artikel over het rapport van de onderwijsinspectie verzucht Wim Kuiper, voorzitter van scholenvereniging Verus: ‘Er wordt te veel door een economische bril gekeken.’

Kuiper zit er helemaal naast, want wie een economische bril opzet, ziet meteen dat dit systeem enorm verspillend is. Scholen moeten prikkels krijgen om leerlingen juist wel te laten doorstromen.

De kosten van de doorstromer die het hogere niveau toch niet aankan, moet financieel ondergeschikt worden gemaakt aan de opbrengst van een succesvolle doorstromer. Nederland als kenniseconomie is een lachertje, als we dat niet eens kunnen organiseren.

Energie voor de mensheid

Royal Dutch Shell koopt de Britse BG Group voor € 64 mrd en iedereen is enthousiast. Het bedrijf verwerft nieuwe oliebronnen en een koppositie op de markt voor vloeibaar aardgas. Shell-topman Ben van Beurden zelf spreekt over een dappere stap. En deze krant beschrijft bewonderend hoe Van Beurden de supertanker Shell snel en vakkundig bijstuurt.

Maar ik vind het een overname van niks. Supertanker Shell is geen graad van richting veranderd, maar ligt nog altijd op ramkoers met de toekomst. De overname van BG is een vlucht vooruit. Het is een verliesstrategie.

Shell koopt met BG Groep een voormalig staatsbedrijf. Het was Margaret Thatcher die British Gas in 1986 naar de beurs bracht. Zoveel mogelijk Britse burgers moesten aandelen kopen, want Thatcher geloofde in ‘popular capitalism’. De massa deelgenoot maken van de economie, dat was haar kruistocht, zei ze in een beroemde speech over privatisering. ‘We Conservatives are returning power to the people.’

Popular capitalism was Thatchers antwoord op het socialistische misverstand uit de periode van voor haar aantreden, dat de overheid sterker is dan de wetten van de economie.

Anno 2015 zitten we met een ander misverstand: het kapitalistische misverstand dat de markt sterker is dan de wetten van de natuur. Grondstoffen raken uitgeput, het klimaat warmt op. De markt is niet bij machte om de juiste prijzen — inclusief milieuschade — te genereren.

Thatchers ‘power to the people’ zouden we daarom in deze tijd moeten vertalen als ‘energie voor de mensheid’. Maar aan die kruistocht voor een duurzame energievoorziening doet Shell nadrukkelijk niet mee.

De koop van BG bewijst eens te meer dat het bedrijf blijft kiezen voor fossiele energie en voor CO2-uitstoot. Zonnecelfabrieken deed het energiebedrijf de afgelopen jaren van de hand, in windenergie wordt niet meer geïnvesteerd en zelfs een veelbelovende techniek om CO2 te neutraliseren met mineralen, werd verkocht. Als het niet door een pijp kan, is Shell niet geïnteresseerd.

Als het aan Van Beurden ligt worden al het gas en alle olie die bij Shell op de balans staan de komende decennia opgepompt en verbrand. Hij ziet blijkbaar geen toekomst waarbij we zoveel in duurzame energie investeren, dat de prijs ervan genoeg daalt om het besluit fossiele energie gewoon in de grond te laten zitten, op economische gronden kan worden genomen.

Denk je eens in wat een revolutie Van Beurden had kunnen ontketenen als hij zijn € 64 mrd in nieuwe energiebronnen had geïnvesteerd, in plaats van in een oud gasbedrijf. De Noordzee vol windmolens, Zuid-Spanje vol zonnecellen, het had gekund.

Natuurlijk, beleggers hadden hem er om gehaat. Maar zoals Thatcher al zei: Wie er op uit is om aardig te worden gevonden, bereikt nooit iets.

(Verscheen eerder in het FD)

Bij hogere AOW-leeftijd hoort doorbreken van taboe op demotie

Bent u in 1954 geboren, ergens na 30 april? Dan krijgt u pas op uw 67ste jaar recht op AOW. Het jaar is dan 2021 en de AOW-leeftijd is via negen jaarlijkse verhogingen uitgekomen op die 67 jaar.

Maar daar blijft de AOW-leeftijd naar verwachting niet lang op staan. Voor wie na 1955 is geboren, is het moment waarop het staatspensioen ingaat afhankelijk van de levensverwachting. Telkens als de levensverwachting van Nederlanders met drie maanden is gestegen, zal ook de AOW-leeftijd drie maanden omhoog gaan. Uitgaande van huidige tabellen over toename van de levensverwachting, kan iedereen die na 1970 is geboren rekenen op een AOW-leeftijd van minstens 70 jaar.

Ongeloof
Vorige maand werd de wet die dit regelt vrij stilletjes door de Tweede Kamer aangenomen, maar het is ongetwijfeld de kabinetsmaatregel die het langst zal nagonzen in de Nederlandse samenleving. De pensioenleeftijd is voortaan afhankelijk van de levensverwachting — precies zoals Willem Drees eigenlijk had bedoeld. De komende generaties zullen met ongeloof terugkijken op die vreemde periode rond de millenniumwisseling, toen vervroegd pensioen ruim voor het zestigste levensjaar eerder regel dan uitzondering was. Die tijd komt nooit meer terug.

Maar met de verhoging van de AOW-leeftijd zijn onze vergrijzingsproblemen nog niet opgelost. Sterker: de problemen beginnen nu juist. Want is er wel werk voor al die actieve senioren? Zitten werkgevers op ze te wachten?

Demotie
Eerst het goede nieuws: steeds meer (relatief) oudere Nederlanders werken. In 2003 werkte slechts 36% van de 55-plussers. In 2008 was dat al gestegen naar 45% en in 2014 staat het percentage — ondanks de crisis — op 55%. Afschaffing van VUT en prepensioen heeft duidelijk effect gehad, en de door sommige verwachte massawerkloosheid onder 55-plussers is uitgebleven.

Desondanks is de werkloosheid onder ouderen met 9% wel iets hoger dan de 8,6% die eind 2014 voor alle leeftijdsgroepen gemiddeld gold. En 55-plussers die hun baan verliezen vinden veel moeilijker een nieuwe baan dan jongere werklozen.

Het wetenschappelijk instituut van het CDA publiceerde afgelopen week een studie naar de toekomst van de Nederlandse economie. Het is een zeer breed rapport, dat onder andere stilstaat bij de vraag hoe de positie van oudere werknemers kan worden versterkt. Een van de antwoorden van het CDA luidt: demotie.

Laat werknemers aan het einde van hun carrière een stapje terug doen, inclusief salarisverlaging. Compenseer zo verlies van arbeidsproductiviteit met lagere loonkosten. Demotie is een van de laatste taboes op de arbeidsmarkt en het is toe te juichen dat het CDA er over durft te beginnen.

Meer verlof
Dat wordt wel wennen voor Nederland; voor werknemers, maar ook voor werkgevers. In 2009 vroegen Europese economen en demografen Europese werkgevers naar de manieren waarop zij aan de ‘employability’ van oudere werknemers werken. Slechts 3% van de Nederlandse werkgevers noemde demotie als een optie. In Denemarken was dat 10% en in het Verenigd Koninkrijk zelfs 22%.

Schermafbeelding 2015-04-20 om 11.43.07

Welke strategie volgden de Nederlandse werkgevers dan wel? Ze gaven oudere werknemers meer vrije dagen. Met 31% was dat het meest gegeven antwoord. In geen ander land was dat percentage zo hoog.

Schermafbeelding 2015-04-20 om 11.42.59

Geen lager loon, maar wel meer verlof. Het klinkt buitengewoon sympathiek, maar het zorgt er natuurlijk ook voor dat oudere werknemers duurder zijn dan jongeren. Fijn voor wie het betreft, maar pech voor de groep als geheel.

Loonpiek
In combinatie met de bijna automatische loonstijgingen die in veel cao’s zijn opgenomen, leidt de afkeer voor demotie ertoe dat in Nederland de loonkosten blijven stijgen naarmate de werknemer ouder wordt. Volgens cijfers van de Oeso is Nederland met Frankrijk het enige land waar dat gebeurt. In bijvoorbeeld het Verenigd Koninkrijk piekt het gemiddelde loon ergens tussen 40 en 50 jaar. In Nederland ligt de loonpiek zo ongeveer op het moment van pensionering.

Schermafbeelding 2015-04-20 om 11.42.50

Pas als we dat veranderen en het taboe op demotie doorbreken, zal de verhoging van de AOW-leeftijd zoden aan de dijk zetten.

 

(eerder hier)

De brainstorm van Maxime Verhagen

Aan het einde van de brainstormsessie is de sfeer ronduit beroerd. De campagnemedewerkers van Bouwend Nederland zijn uitgeput en moedeloos. Hun voorzitter, Maxime Verhagen, wilde ideeën horen. De economie herstelt, maar de grote bouwbedrijven hebben het nog altijd moeilijk. Hoe kunnen we onze leden een steun in de rug geven?

De plannetjes waarmee de aanwezigen kwamen, schoof Verhagen stuk voor stuk van tafel. We kunnen een campagne starten om alle huizen te isoleren, stelde een medewerker van Bouwend Nederland voor. Verhagen maakte een wegwerpgebaar. Isoleren is zo 2013. Het milieu is een veel te soft onderwerp. ‘Geef me liever iets waarmee ik kan laten zien dat ik echt vóór onze sector sta.’

‘De Zuiderzeelijn?’ opperde een ander voorzichtig. ‘Zo’n treinverbinding geeft onze bouwbedrijven gegarandeerd voor jaren werk. Politici genoeg in Den Haag die juist nu een groots gebaar richting Groningen willen maken.’

Maar Verhagen schudde alweer het hoofd. ‘Een puik idee, maar ik kan er niet mee aankomen’, zei hij. ‘Ik was minister van het kabinet dat de Zuiderzeelijn in 2007 de nek omdraaide. Als ik er nu toch weer mee kom is dat ongeloofwaardig.’

Achterin het vergaderzaaltje schamperde iemand iets over de combinatie van bouwsector en geloofwaardigheid, maar de voorzitter hoorde het niet. Hij riep: ‘Geef me iets voor de lentecampagne!’ Ideeën vlogen over de tafel. Meer betaalbare huurhuizen, herbestemming van leegstaande kantoorpanden, slimme snelwegen, opleidingsplaatsen voor jongeren. Verhagen vond het allemaal niets.

Nu is iedereen uitgeput en moedeloos, behalve één jonge medewerker. Hij neemt aarzelend het woord. ‘Waarom zoeken we het niet buiten Nederland?’ vraagt hij. ‘Buitenlandse aanbestedingen zijn openbaar, maar worden niet actief aan Nederlandse bouwers aangeboden. Dat doet Nederland wel. Rijkswaterstaat nodigt buitenlandse bedrijven uit om deel te nemen aan onze aanbestedingen. Laten we campagne voeren voor meer toegang tot buitenlandse aanbestedingen voor Nederlandse bedrijven.’

Iedereen is enthousiast. Ook Verhagen knikt. ‘Een briljant idee’, zegt hij. ‘Of beter, bijna briljant, want het sluit niet aan bij de waan van de dag. Europa wordt gehaat en internationale handel is verdacht. Daarom draaien we je plan om. We gaan niet lobbyen voor toegang voor Nederlandse bedrijven, maar tegen toegang voor buitenlandse bedrijven. Rijkswaterstaat mag onze aanbestedingen niet meer uitventen in het buitenland.’

De aanwezigen kijken elkaar stomverbaasd aan. ‘Gaan we lobbyen tegen buitenlandse concurrentie?’ ‘Jazeker’, antwoordt de voorzitter. ‘Grenzen dicht en Nederlandse bouwprojecten voor Nederlandse bouwers. Geloof me, ik voel de tijdgeest prima aan.’

 

Collectieve uitgaven sinds Piet de Jong: minder onderwijs, veel meer zorg

Piet de Jong werd afgelopen donderdag 100 jaar. De duikbootcommandant die premier werd, zat tussen 5 april 1967 en 6 juli 1971 in het zadel als regeringsleider. In het jaar dat De Jong aftrad, gingen Mark Rutte en Jeroen Dijsselbloem voor het eerst naar de kleuterschool. Halbe Zijlstra vierde zijn tweede verjaardag. Diederik Samsom zag pas vier dagen na De Jongs aftreden het eerste licht en Lodewijk Asscher moest daar nog ruim drie jaar op wachten.

De kleuters en zuigelingen van toen zijn inmiddels groot en regeren het land. Zijn hun prioriteiten anders dan die van de generatie van Piet de Jong? Is de overheid in de afgelopen 44 jaar gegroeid of gekrompen?

Collectieve uitgaven
Om met die laatste vraag te beginnen: de Nederlandse overheid legt anno 2015 een iets groter beslag op de economie dan in 1971. Dat blijkt uit cijfers van het CPB. De collectieve uitgaven bedroegen in het laatste jaar van De Jongs kabinet 43% van het bruto binnenlands product (bbp). In 2015 komt deze collectieve uitgavenquote naar verwachting net wat hoger uit, op 45%.

Schermafbeelding 2015-04-12 om 09.27.34

Dat laatste percentage is dan wel het laagste sinds het begin van de kredietcrisis in 2008. Bovendien ligt het ruim onder het gemiddelde percentage sinds 1971. Want in de jaren na De Jong gingen de collectieve uitgaven hard omhoog. Onder premier Joop den Uyl stegen de collectieve uitgaven naar ruim 49% van het bbp. Zijn opvolger Dries van Agt schoot — ondanks de ombuigingen uit Bestek ’81 — door naar 57% in 1982. En onder verantwoording van Ruud Lubbers werd in 1987 het record van 58% neer gezet.

Effect kredietcrisis
Lubbers zou er later in slagen de collectieve uitgaven weer enigszins onder controle te brengen. In 1994, zijn laatste jaar als premier, gaf de overheid 51% van het bbp uit. Pas onder leiding van Wim Kok (en niet te vergeten zijn minister van Financiën Gerrit Zalm) kwam de uitgavenquote in 1999 weer terug op 43%, het niveau van Piet de Jong.  Overigens speelde de verzelfstandiging van de woningcorporaties hierbij een rol.

Tijdens de vier kabinetten van Jan Peter Balkenende bleef de uitgavenquote rond dat percentage hangen. Totdat de kredietcrisis het cijfer omhoog stuwde, naar 48% in 2008. Onder Rutte zijn we weer wat gezakt naar de eerder genoemde 45% — we zijn weer bijna terug in 1971.

Meer geld voor zorg
Maar het kabinet-Rutte-Asscher besteedt het geld wel heel anders dan het kabinet-De Jong. In de afgelopen 44 jaar zijn de beleidsprioriteiten duidelijk verschoven. We geven tegenwoordig vooral veel meer geld uit aan gezondheidzorg. Dat die uitgaven stijgen is natuurlijk breed bekend, maar de toename is toch opzienbarend. In 1971 ging 2,9% van het bruto binnenlands product naar de zorg. In 2015 is dat ruim verdrievoudigd tot 9,6%. Vergrijzing, vooruitgang in de medische wetenschap, hogere kwaliteitseisen van het publiek, het zijn natuurlijk vooral veranderingen die buiten de invloedsfeer van de politiek liggen, die deze stijging veroorzaakten. Maar het veel gehoorde verhaal dat er enorm hard op zorg wordt bezuinigd, blijkt op macroschaal in elk geval niet waar. Integendeel.

Bij de uitgaven voor sociale zekerhSchermafbeelding 2015-04-12 om 16.36.57eid werd wel hard ingegrepen. Die liggen nu met 12,7% van het bbp nog met net boven de 11% van De Jong. Dat percentage stond in 1983 nog op een ongelooflijke 20% van het bbp.

 

Minder voor onderwijs
Waar is verder nog op bezuinigd? Op defensie: in 1971 nog goed voor 2,8% van het bbp, inmiddels meer dan gehalveerd. Aan infrastructuur gaf De Jong nog 2,9% uit. Rutte doet het met 1,4%. Subsidies aan bedrijven gingen ook flink omlaag. En – schokkend! – aan onderwijs gaf De Jong (6,4%) flink meer uit dan Rutte (5,3%) nu doet.

Schermafbeelding 2015-04-12 om 09.27.50

De lage rente levert ook een flinke besparing op. De Jong betaalde over een veel lagere staatsschuld rente ter waarde van 2,5% van het bbp. Rutte kost dat slechts 1,3% van het bbp, het laagste percentage in de naoorlogse periode. Maar daarvoor moeten we niet de Nederlandse premier, maar de Italiaanse ECB-president bedanken.

(Verscheen eerder hier)

Ziek van vrijhandel

Ik wilde in deze column in alle redelijkheid de voors en tegens van het vrijhandelsakkoord tussen de EU en de VS (TTIP) bespreken. Zo’n akkoord heeft grote voordelen, maar de manier waarop het wordt ingevoerd luistert nauw. Daar kun je een uitgebalanceerd verhaal over vertellen, dat ver boven de huidige welles-nietesdiscussie uit stijgt. Dat was mijn plan. Maar toen las ik het nieuwsbericht van vakcentrale FNV en nu ga ik toch weer een column lang ‘nietes’ roepen. Sorry, maar ik kan niet anders.

Van vrijhandel kun je kanker krijgen, beweert de FNV. Je krijgt er asbest van in je longen. En wie het geluk heeft niet ziek te worden van het vrije verkeer van goederen en diensten, staat een ander lot te wachten: werkloosheid. Door TTIP gaan 600.000 banen verloren.

En u maar denken dat u zich zorgen moest maken over een chloorkipje op uw bord! De FNV-werkelijkheid is vele malen enger. Maar hoe weet de vakbond dat vrijhandel kankerverwekkend is en tot hoge werkloosheid leidt?

Tja, dat is een goede vraag. Er zit een zeven pagina’s tellend documentje bij het nieuwsbericht van de vakbond. Daarin staat uitgelegd dat de Amerikaanse normen voor blootstelling aan asbest lager zijn dan die in Europa. Amerikaanse werknemers zijn dus minder goed beschermd tegen kankerverwekkende asbestvezels. Gaan die normen straks ook in Europa gelden? Nee, natuurlijk niet. TTIP gaat niet over het gelijk trekken van arbo-regels in verschillende landen. Europa kan gewoon de strengere norm blijven hanteren.

Waar is de FNV dan bang voor? Dat wordt uit het document niet duidelijk. Men schrijft: Economische aspecten zijn hier concurrerend met de veiligheid van werknemers als ondergeschikte factor. Maar hoe die concurrentie leidt tot lagere asbestnormen in Europa blijft volstrekt onduidelijk. Niet vrijhandel maakt ziek, maar dit soort bangmakerij.

En hoe zit het met die 600.000 extra werklozen? De bron van dat cijfer wordt in het FNV-bericht niet genoemd, maar het komt ongetwijfeld uit het working paper van de econoom Jeronim Capaldo dat onlangs verscheen. Daarin gebruikt hij een onorthodoxe methode om de gevolgen van TTIP te berekenen. Vrije handel leidt tot meer concurrentie tussen bedrijven en dat zorgt voor lagere lonen, stelt Capaldo. Die vraaguitval wordt nooit meer ingehaald. Dat is een nogal straffe veronderstelling.

Bovendien is de economie in Capaldo’s model zo inflexibel, dat werknemers die hun baan verliezen door Amerikaanse concurrentie zeer moeilijk werk zullen vinden in sectoren die juist profiteren van TTIP. Met zo’n model vernietigt vrije handel tussen Nederland en België waarschijnlijk ook massaal banen.

Er zijn andere rapporten, met meer conventionele modellen, die juist banengroei voorspellen. Maar die resultaten noemde de FNV maar niet. Je zou de mensen eens gerust kunnen stellen.

 

Column verscheen eerder in het FD
FNV reageerde via ingezonden brief
Lees ook reactie van EU-onderhandelaar Bercero op FNV (“geen enkele feitelijke basis”)

Economie groeit harder dan gedacht en bedrijven lenen weer meer

De herstelontkenners krijgen het al moeilijker. Al een paar maanden worden zij dagelijks overspoeld met fraai economisch nieuws. De export trekt flink aan, Nederlandse bedrijven investeren weer en consumenten lopen voor het eerst sinds jaren weer opgewekt de winkel in. Het is niet alleen kijken, maar nu ook echt kopen.

In het laatste kwartaal van 2014 groeide de economie met 0,8%, zo maakte het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) donderdag bekend. Het was de snelste groei in vier jaar.

Met die 0,8% kwartaalgroei doen we het zelfs beter dan andere landen in West-Europa. Duitsland en Spanje komen met 0,7% nog het dichts in de buurt. De Britse economie groeide eind vorig jaar met 0,5%. Terwijl Frankrijk en Italië nauwelijks van hun plaats kwamen. Van achterblijvertje zijn we opeens de groeikampioen. Zelfs de Amerikaanse economie groeide het in het vierde kwartaal minder snel dan die van Nederland.

Schermafbeelding 2015-04-06 om 19.27.28

In heel vorig jaar bedroeg de groei 0,9%, dat was meer dan het Centraal Planbureau (CPB) aan het begin van het jaar nog voorspelde. “Laten we het CPB verslaan”, was de opgewekte oproep van Premier Mark Rutte, begin 2013. Hij heeft er even op moeten wachten, maar in 2014 is het dan toch gelukt.

Het Planbureau zelf is inmiddels ook optimistischer geworden. Voor dit jaar wordt 1,7% groei verwacht, voor volgend jaar 1,8%. Maar andere economen denken dat het CPB nog te voorzichtig is. Bij het economisch bureau van ABN AMRO gaat men uit van 1,8% dit jaar en 2,3% volgend jaar. Als dat laatste percentage werkelijkheid wordt, dan groeit Nederland weer met wat we voor de crisis als het natuurlijke groeitempo zagen.

Goed nieuws over de economie, dat is nog even wennen voor veel Nederlanders. Murw gebeukt door de crisis wijzen ze op alles wat nog niet goed gaat. De werkloosheid daalt veel te langzaam, waarschuwen ze. En de economie is nog steeds niet terug op het niveau van 2008; zeven verloren jaren! Bovendien, de banken zijn nog altijd zwak en vooral bezig met balansherstel. Zij kunnen de groei niet financieren.

Dat laatste is een terechte vrees. Zonder kredietgroei zal het economisch herstel op een gegeven moment vastlopen. Kunnen de banken de economie voldoende lucht geven? Ik vreesde lange tijd van niet. De afgelopen drie jaar kromp de kredietverlening van Nederlandse banken aan het bedrijfsleven met bijna 7,5%. In 2012 stond er nog voor 348 miljard euro uit, nu is dat nog maar 322 miljard.

Schermafbeelding 2015-04-06 om 19.27.36

Maar er lijkt sprake van een voorzichtige kentering. Donderdag publiceerde De Nederlandsche Bank (DNB) nieuwe cijfers waaruit blijkt dat er in februari ruim een half procent meer meer krediet is verleend dan in januari. En in die maand was er ook al sprake geweest van groei van de kredietverlening. Het is voor het eerst sinds eind 2013 dat de kredietverlening aan bedrijven twee maanden op rij toeneemt.

Schermafbeelding 2015-03-28 om 12.35.46

Toegegeven, veel is het allemaal nog niet. Of er echt sprake is van een omslag is nog lang niet zeker. Banken zijn voorzichtiger geworden, en veel bedrijven minder kredietwaardig. Sterke groei van de kredietverlening is volgens mij daarom niet snel te verwachten. Maar dat bedrijven weer wat meer durven te lenen, en dat banken dat blijkbaar faciliteren, is toch prima nieuws.

Elders in het eurogebied trekt de kredietverlening ook weer aan. Uit cijfers van de Europese Centrale Bank blijkt dat banken als weer een paar maanden guller worden met krediet. De vraag naar leningen door Europese bedrijven neemt toe, en het totale bedrag aan uitstaand krediet groeide in februari met 0,6%.

Het zijn allemaal signalen van normalisering van de Europese – en de Nederlandse – economie. Zeven jaar na het begin van de crisis wordt Europa weer langzaam normaal. Nee, zeven vette jaren verwacht ik nu niet. Maar zeven gewone jaren, dat zou al heel mooi zijn.

 

De robot komt geen banen halen, maar welvaart brengen

Tegen alle schrijfregels in, begin ik dit artikel met een lang citaat. Hier komt het:

‘Een nieuw tijdperk van productie is begonnen, met nieuwe organisatorische principes die net zo verschillend zijn, als het industriële tijdperk verschilde van het agrarische. De combinatie van de computer en de automatische, zelfregulerende machine zal resulteren in een systeem met vrijwel oneindige productiecapaciteit, waarvoor steeds minder menselijke arbeid nodig is.

Wanneer machines de productie overnemen van de mens, zullen ze een steeds groter deel van de beschikbare middelen absorberen, terwijl de overbodige mensen afhankelijk worden van minimale sociale zekerheid.’

Dat is een buitengewoon griezelig toekomstbeeld. Maar misschien wat omslachtig omschreven. Hier een compacter citaat met dezelfde strekking:

‘Automatisering betekent dat we een nieuw economisch model nodig hebben. Een toekomst met vrijwel ongelimiteerde productie door enkelen, voor de consumptie van degenen die het zich nog kunnen veroorloven, is een recept voor economische en sociale ineenstorting.’

U snapt de boodschap. De robot komt uw baan inpikken. U wordt werkloos en arm, terwijl de eigenaar van de robotfabriek steenrijk wordt. Het tweede citaat is van Robert Reich, de voormalig minister van arbeid onder Bill Clinton. Hij schreef afgelopen woensdag een paniekerig artikel op de website van het World Economic Forum.

Het eerste citaat is van iets eerdere datum. Het komt uit een open brief die 35 vooraanstaande Amerikaanse wetenschappers, journalisten en vakbondsleiders aan de Amerikaanse president stuurden. De naam van die president was Lyndon B. Jonson. Het jaar was 1964.

Sindsdien is er een halve eeuw verstreken, waarin de technologie zich nog fabelachtig sneller ontwikkelde dan de 35 prominenten zich ooit hadden kunnen voorstellen. Maar de mens werd niet overbodig. De technologische vooruitgang vernietigde banen, maar gaf er nieuwe, beter betalende banen voor terug. De werkloosheid steeg niet. De welvaart wel.

Toch maken we ons anno 2015 weer zorgen over de combinatie van computer en machine. Angst voor technologische vooruitgang is blijkbaar een menselijk oer­instinct. Het simpele beeld van banen stelende robots sluit goed aan bij onze primitieve angsten, terwijl het tegendeel moeilijk te bewijzen is.

Twee economen deden onlangs een moedige poging. Georg Graetz van de Universiteit van Uppsala en Guy Michaels van London School of Economics, verzamelden cijfers over robotisering, productiviteit en banen voor zeventien landen en veertien sectoren. Hun dataset beschrijft de ontwikkelingen tussen 1993 en 2007 en heeft alleen betrekking op robots in de industrie.

In Nederland schiet het met de opkomst van de robot overigens nauwelijks op. De onderzoekers definiëren de ‘robotdichtheid’ van een land als het aantal industriële robots per miljoen gewerkte uren. In Nederland kwam die verhouding in 2007 uit op 0,79. Er zijn weinig landen die lager scoren. Spanje staat op 1,6. In Duitsland is de verhouding zelfs 4,4.

Schermafbeelding 2015-03-30 om 12.52.02

Dat komt mede door de ­auto-industrie in deze landen. Nergens is de robotdichtheid zo hoog als in die sector, blijkt uit de gegevens van Graetz en Michaels. De metaalindustrie is een goede tweede.

Schermafbeelding 2015-03-30 om 12.52.22

Gingen in die landen en in die sectoren dan ook veel banen verloren? Welnee, is het duidelijke antwoord van de onderzoekers. Zij vinden geen relatie tussen robotdichtheid en het aantal gewerkte uren. Er is wel een duidelijke relatie met economische groei. Meer robots leidt tot meer welvaart. Zonder de toegenomen robotisering zouden we sinds 1993 jaarlijks gemiddeld 0,36%-punt aan economische groei zijn misgelopen. Een tiende van de economische groei in die periode is te danken aan de robot.

Zijn er dan geen verliezers? Misschien toch wel. De onderzoekers vinden geen harde bewijzen, maar wel aanwijzingen dat de werkgelegenheid voor laagopgeleide werknemers wel te lijden heeft gehad onder de opkomst van de robot. Dat verlies wordt goedgemaakt door nieuwe banen voor hoger opgeleiden. Scholing en bijscholing zijn dus essentieel om de negatieve kanten van de technologische vooruitgang te bestrijden. Maar dat is niets nieuws en zeker geen reden voor paniek.

(Dit artikel verscheen eerder in het Financieele Dagblad)

Chloorkip

De Amerikanen komen en ze willen u vergiftigen. Ze willen u in chloor gespoelde karkassen van kippen laten eten. Ze willen hormoonvlees in uw broodje bal stoppen zodat u hormonen van koeien binnenkrijgt en er binnen een week hoorntjes uit uw hersenpan groeien. En u moet hun frankensteinvoedsel eten. Planten waarvan het DNA in de duistere laboratoria van de voedingsindustrie is gemanipuleerd, om nog meer opbrengst uit de gemartelde aarde te persen.

Moeten we dat willen? Nee, maar we kunnen er straks niks meer aan doen. Er komt een nieuw handelsverdrag met de Verenigde Staten dat de poort wijd open zal zetten voor alle biologische aberraties die de Amerikanen op de markt willen brengen.

Europa wil geen chloorkippen. Wij willen alleen Europees kippenvlees eten, dat gegarandeerd niet met chloor is behandeld. Puur natuurlijk kippenvlees, inclusief levende bacteriën. De florerende kolonies salmonella en campylobacter bacteriën op uw Europese kipfiletje bewijzen dat ze niet in de buurt zijn geweest van een desinfecterend bad.

Wel uw handen wassen, elke keer als u het vlees heeft aangeraakt. Gebruik ook aparte snijplanken en keukengerei voor het rauwe vlees. En de kip natuurlijk altijd goed door bakken (gebruik een vleesthermometer, de kip moet van binnen 75 graden zijn). Best belangrijk, deze voorzorgsmaatregelen, want anders loopt u kans op maag- en darmklachten die uw dunne darm kunnen aantasten. O ja, mocht u besmet raken, let er dan op dat de bacterie niet in uw bloedbaan terecht komt, want dat kan uw organen en gewrichten aantasten. U kunt uitdrogen, uw nierwerking kan stoppen, en uiteindelijk gaat u misschien dood.

Schermafbeelding 2015-03-27 om 19.23.55

Maar in elk geval is uw Europese kip niet in aanraking geweest met chloorverdunners — u weet wel, dat gevaarlijke spul waar wij onze kleuters zomerslang in laten zwemmen. Dergelijke risico’s nemen alleen roekeloze Amerikanen.

Die eten ook genetisch gemodificeerde mais en soja, enkel met het argument dat er geen enkel wetenschappelijk bewijs is voor de schadelijkheid er van. Waaghalzen! In Europa laten wij ons gelukkig leiden door ongefundeerde angstzaaierij over de onbewezen gevaren van GMO-voedsel. Dat noemen we dan het voorzorgsprincipe.

Overigens kan Europa ook na het afsluiten van het vrijhandelsakkoord nog eigen regels over voedselveiligheid blijven hanteren. Maar tegenstanders van het akkoord blijven voor de zekerheid toch maar met het meest veelzijdige stukje vlees zwaaien, zodat de Europese burger lekker bang blijft voor chloor in z’n kipcorn.

En zo gooit Europa — niet voor het eerst — de eigen ruiten in. We hebben de historische kans om het grootste vrijhandelsgebied van de wereld en in de geschiedenis te creëren. Maar we willen geen vrijhandel. We willen kip met bacteriën.

 

(Verscheen eerder hier in het FD)

 

Niet radicaal

Is Syriza een radicale partij? Kort nadat de partij van Alexis Tsipras de Griekse verkiezingen had gewonnen, ontstond er in Nederland discussie over die vraag. Nee, klonk het vanuit linkse hoek. Syriza is geen radicale partij, want wat de Grieken willen is juist zeer verstandig en uiterst gematigd.

8935156736_15cd86bc59_b

Kwijtschelding van een onhoudbare schuld, een einde aan het bezuinigingsbeleid en de privatiseringen, bestrijden van de humanitaire crisis, dat zijn buitengewoon redelijke doelstellingen. De echte radicalen in Europa, dat zijn de ‘neo-liberale’ politici in Duitsland en Nederland die de Grieken laten lijden onder veel te harde bezuinigingen.

Ik was het in eerste instantie absoluut niet eens met dit verzet tegen het radicale label. Syriza betekent nota bene ‘Coalitie van Radicaal-Links’ en de ideologen van de partij hebben zich altijd laten voorstaan op hun radicale politiek. Waarom zou je ze dan niet zo mogen noemen? Radicale politiek betekent volgens Van Dale: ‘Strevend naar diep ingrijpende hervormingen’; dat etiket leek Syriza prima te passen.

Maar inmiddels ben ik om. Syriza is geen radicale partij en Tsipras is geen radicale politicus. Van diep ingrijpende hervormingen hebben we sinds de Griekse verkiezingen niets meer gehoord.

In plaats daarvan doet Syriza precies hetzelfde als eerdere Griekse regeringen: geld vragen in Europa in ruil voor vage beloften, het overleg traineren totdat de nood zo hoog is dat Europa wel met noodmaatregelen over de brug moet komen en consequent achteruit onderhandelen. Zodra er een afspraak is gemaakt met de andere eurolanden, wordt die overeenstemming het startpunt voor weer nieuwe onderhandelingen.

‘Constructieve onduidelijkheid’ noemt de flamboyante minister van financiën Yanis Varoufakis dat. Men belooft iets in Brussel, maar de formulering is zo vaag dat men er later weer op terug kan komen. Tsipras en Varoufakis willen noodhulp van Europa krijgen, zonder het bijbehorende hervormingsbeleid te hoeven leveren. Zo stapt de Syriza precies in de voetsporen van eerdere Griekse regeringen. Dat is bepaald niet radicaal.

Het is nu een kleine acht weken na de Griekse verkiezingen. Die tijd heeft Tsipras gebruikt om al zijn crediteuren kwaad te krijgen, spaargeld het land uit te jagen, het economisch herstel te frustreren en de rentes op te drijven. Het prille economische herstel is inmiddels in de kiem gesmoord, de belastinginkomsten vallen fors tegen en het geld is vrijwel op. Op deze manier moet het land vroeg of laat de euro opgeven.

In Van Dale staat nog een definitie van radicaal. Een radicaal is ‘een persoon die de uiterste consequentie van een denkwijze aanvaardt’. De uiterste consequentie van het wel-noodhulp-geen-hervormingen-beleid van Syriza is dat Griekenland de monetaire unie uit rommelt.

Pas als Tsipras en Varoufakis dat openlijk erkennen, noem ik Syriza weer radicaal.

 

 

(Verscheen eerder hier)