Teveel aan bankiers belemmert economische groei

Stel u een land voor met te veel loodgieters. Niet iets te veel, maar veel te veel. De loodgieters hebben zich verenigd in machtige lobbyorganen. Iedere stad bedelt om de vestiging van het hoofdkwartier van het loodgietersgilde. Duizenden dienstverlenende bedrijfjes danken hun bestaan aan de bestedingen van de grote loodgietersbedrijven. De sector zorgt voor werkgelegenheid, belastinginkomsten en is een essentiële schakel in de nationale economie.

De loodgietersbedrijven trekken de slimste koppen aan en die bedenken telkens weer nieuwe, inventieve redenen om pijpen aan te leggen en waterstromen te leiden. Wc-doorspoelwater wordt apart geleverd, douchewater wordt hergebruikt. Drinkwater is in verschillende smaken en samenstelling te verkrijgen.

Maar er zijn ook nadelen. De wegen liggen continu open om het leidingennet te optimaliseren. Werkdagen gaan verloren doordat burgers thuis blijven, wachtend op de loodgieter. En een goede timmerman is niet te vinden, want alle vakmensen zijn loodgieter. Veel loodgieters is prima, maar te veel loodgieters hinderen de economie.

Zo is het ook met bankiers. Je merkt het minder snel, omdat ze geen wegen openbreken, maar een teveel aan bankiers is slecht voor de economie. Dat is in elk geval de conclusie van onderzoek dat econoom Stephen Cecchetti de afgelopen twee jaar uitvoerde.

Cecchetti is het voormalig hoofd van het economisch bureau van de Bank for International Settlements (BIS), het overlegorgaan en de denktank van centrale bankiers in Basel. (Ja, de BIS is ook die club waarvan een aantal enigszins verwarde Nederlandse toneelspelers vermoedt dat het de hoofdrol speelt in een duister complot.)

Groei van de financiële sector is in eerste instantie goed voor economische groei, stelt Cecchetti. Banken brengen leners en spaarders op een efficiënte wijze bij elkaar, scheiden nuttige van onzinnige investeringen en financiële innovaties van verzekeraars verminderen risico’s van burgers en bedrijven. Maar er is een tipping point. Voorbij dat punt remt verdere groei van de financiële sector de economische ontwikkeling juist.

Subprime

De financiële sector wordt dan een last voor de economie. Bankiers gaan subprime-hypotheken bedenken voor burgers met een onrealistische woonwens, en renteswaps verkopen aan financieel dyslectische ondernemers. Dat levert op korte termijn winst op, salarissen en bonussen stijgen, en dat trekt talent van buiten aan.

Cecchetti schrijft: ‘Mensen die in een andere tijd hadden gedroomd over het genezen van kanker of vliegen naar mars, dromen vandaag over een bestaan als hedgefondsmanager.’

De econoom berekende, op basis van cijfers uit 50 landen, dat het tipping point in elk geval is bereikt als 3,9% van de bevolking in de financiële sector werkt. Maar, schrijft hij, waarschijnlijk ligt het een stuk lager, zo rond de 1,5%. ‘De meeste ontwikkelde economieën zijn dat punt al lang gepasseerd.’

Uit zijn onderzoek blijkt dat door de dominantie van de financiële sector, projecten met goed onderpand en weinig risico (bijvoorbeeld de bouw), makkelijker geld krijgen dan projecten zonder onderpand en veel risico (R&D). Die scheefgroei zorgt voor daling van de productiviteitsgroei.

Hoe is het in Nederland? Hebben wij een overschot aan financiële experts? Waarschijnlijk wel. In 2012 werkte 3% van de Nederlanders met een baan in de financiële sector. Dat is iets minder dan de 3,5% van een decennium eerder, maar meer dan de 2,5% uit begin jaren zeventig.

web-radarwerk-werk

Banken en verzekeraars pakken ook een steeds groter stuk van de economische taart. In 1969 ging 4,7% van het bbp naar de financiële sector. Inmiddels is die taartpunt 8,1%. Vooral de banken zijn de afgelopen twintig jaar flink uitgedijd. Terwijl de hele economie sinds 1988 met twee derde groeide, nam de ‘productie’ van de banken met 155% toe. Bij verzekeraars groeide de productie slechts met een derde.

De meest recente CBS-cijfers dateren van 2012, dus misschien zijn de percentages in de nasleep van de kredietcrisis verder gedaald. Maar ook dan zit Nederland ongetwijfeld nog boven het kritieke punt. Dus mocht u een slimme zoon of dochter hebben, laat die dan raketgeleerde worden of kankeronderzoeker. Of desnoods loodgieter. Maar in elk geval geen bankier.

 

Stop de pompen

De hoofdredacteur van de Leeuwarder Courant zag het goed, in 1972. Twaalf jaar eerder was er gas ontdekt onder het weiland van boer Boon in Groningen. Nederland was dat gas enthousiast gaan oppompen en verkopen. Maar hoofdredacteur Eddy Evenhuis voorzag problemen op lange termijn.

Onder het kopje ‘Kostbare rijkdom’ schreef hij: ‘Voorlopig zijn de berichten over het zinkende Groningen vrij geruststellend, maar niemand kan voorzien hoe het er over dertig tot vijftig jaar voor staat. Zou het niet goed zijn, een deel van de aardgasbaten niet à fonds perdu uit te geven, maar in enerlei vorm te reserveren?’

Drieënveertig jaar later weten we het antwoord op die vraag: ja, het was slim geweest om een reservering te maken voor schade van de gaswinning. Slim, prudent en vooral eerlijk. Dan hadden we gedupeerde Groningers nu kunnen compenseren uit een speciaal bij elkaar gespaard verzekeringspotje.

Maar nee, Nederland spaarde de gasopbrengsten niet, maar gaf ze met een verbeten ijver uit. Maar liefst € 265 mrd aan gasbaten hebben we er sinds 1960 doorheen gejaagd. Het heeft Nederland weinig meer opgeleverd dan hoge overheidsuitgaven, een veel te gulle verzorgingsstaat en een bedroevend geringe prikkel om te investeren in duurzame energie. O ja, en een op z’n grondvesten schuddende provincie.

Nee, dan de Noren. Die sparen hun oliekronen netjes in een staatsfonds. Het geld wordt wereldwijd belegd, in plaats van opgesnoept. Mocht er ooit een claim komen van een gedupeerde Noor, dan kan die met een handje kleingeld uit het staatsfonds zo worden gecompenseerd.

De Rekenkamer becijferde vorig jaar dat een Nederlands gasfonds — als we het net als de Noren hadden gedaan — inmiddels gevuld zou zijn met € 350 mrd. Daarover zou de overheid zichzelf sinds 1960 zo’n € 200 mrd euro aan dividend hebben kunnen uitkeren. Bij elkaar is dat een opbrengst van € 550 mrd, ruim het dubbele van de werkelijke gasopbrengst.

Klinkt fantastisch. Maar zo’n gasfonds heeft ook nadelen. Je ruilt fysiek kapitaal in de grond in voor financieel kapitaal. De zekerheid dat je in de toekomst gas kunt verkopen wordt ingeruild voor de hoop dat het buitenland in de toekomst netjes zal aflossen en winsten zal uitkeren.

Ik weet daarom een veel betere belegging: gas! Sla het gas op in een ondergronds gewelf dat al miljoenen jaren bewezen gasdicht is. Met andere woorden: laat het gewoon zitten. Sinds 1960 hebben we 3413 miljard m3 gas verkocht. Op basis van de gasinkomsten in 2013 (het meest recente jaar met gegevens), zou die hoeveelheid gas voor € 640 mrd op de staatsbalans mogen worden gezet. Dat is meer dan bij het gasfonds van de Rekenkamer.

Stop de pompen! Juist gas niet oppompen maakt ons rijk. En het houdt de Groninger grond prettig stabiel.

(Eerder hier)

 

Neelie Kroes en de Onwillige Pensioenfondsen

De onvermoeibare Neelie Kroes gaat voor Nederland op zoek naar innovatieve bedrijven. Zij is de ‘special envoy’ die Europese start ups naar de Nederlandse ‘StartupDelta’ moet trekken. Het gevecht om de techgiganten van de toekomst vindt plaats op mondiale schaal. Een recent artikel in Forbes noemt Nederland een van de zeven ‘start up hotspots’ van Europa. Volgens het blad zit ons land in ‘de voorhoede van de continentale digitale start up scene’.

Het internet is snel, de bevolking prima opgeleid, iedereen spreekt goed Engels — of is daar in elk geval zelf van overtuigd — , bij de Belastingdienst staat een speciale innovatiebox klaar en anders valt er wel wat leuks af te spreken over lage winstbelasting. Wonen is niet duur, je kunt fietsend naar je werk en ’s avonds verandert heel het land in een stampend dancefeest met ’s werelds beste DJ’s. Behalve dan in het Rijksmuseum, want daar kun je juist in alle stilte genieten van de mooiste Rembrandts.

Dat is een aardige pitch. Maar, beseft Kroes, voor groeiende bedrijven is geld nodig. Investeerders die van een start up een doorgroeier kunnen maken. Maandag vertelde ze waar ze dat geld denkt te vinden: ‘Pensioenfondsen zouden in fondsen moeten beleggen voor durfkapitaal’.

Déjà vu. In september 2013, bijvoorbeeld, toen minister Henk Kamp de Nederlandse Investeringsinstelling in het leven riep. Die instelling zou Nederlands pensioengeld naar het bedrijfsleven moeten leiden. In dezelfde maand presenteerde Jan Hommen het Stimuleringsfonds Ondernemend Oranje Kapitaal, dat geld van (institutionele) beleggers in Nederlandse bedrijven zou investeren. Begin 2014 richtten een aantal grote financiële partijen, waaronder Robeco, Euronext en een aantal banken, het NL Ondernemersfonds op. Dit fonds zou pensioengeld omzetten in leningen voor het Nederlandse MKB.

Maar, zo blijkt ruim een jaar later, de Nederlandse pensioenfondsen laten zich zeer moeilijk verleiden. De nieuwe investeringsfondsen bestaan nog en weten ook wel wat geld aan te trekken — dat is het goede nieuws — maar dat is niet omdat de pensioenfondsen vol enthousiasme hun nieuwe rol als financier van het Nederlandse mkb hebben opgepakt. Integendeel, het gaat allemaal veel te traag.

Zo blijft Nederland het enige land ter wereld dat tegelijk rijk en arm is. Rijk, omdat we verdrinken in het spaargeld. Arm, omdat Nederlandse bedrijven niet bij dat geld kunnen komen. Het gaat naar staatsobligaties met negatief rendement, naar aandelen van grote buitenlandse bedrijven, of — via buitenlandse beleggers — naar start ups in China of de Silicon Valley. Maar het gaat niet naar ons eigen mkb.

Beste mevrouw Kroes, maak zo snel mogelijk een rondgang lang de pensioenfondsen. Wordt een keer goed kwaad, sla met de vuist op tafel en zorg dat ze ons geld eindelijk eens gaan inzetten voor onze economie.

(Column verscheen eerder in FD)

De muis die brulde

Dit was de week waarin Yanis Varoufakis toch een realist bleek te zijn. Natuurlijk, de fans van de nieuwe Griekse minister van financieren zijn nog altijd in volle extase over de heerlijke onaangepastheid van de econoom. ‘Kijk hoe tegendraads hij zijn shirt niet in zijn broek draagt!’ ‘Oei, hij rijdt op een echte motor en draagt een leren jas! ‘Geweldig, hij vliegt economy class!’

Maar inmiddels heeft zijn wilde Rick-van-der Ploeg-meets-Ewald-Engelen-uitstraling plaatsgemaakt voor nuchter realisme. Kwijtschelding van een deel van de Griekse staatsschuld was in de eerste week na de Griekse verkiezingen de harde eis van Varoufakis. De schuldenlast moest omlaag, dus eurolanden die eerder noodleningen aan Griekenland hadden verstrekt, moesten hun verlies maar nemen. De Grieken lagen op ramkoers.

Maar afgelopen maandag stuurde Varoufakis toch maar de veilige vluchtstrook op. Kwijtschelding is geen harde eis meer van de Griek. Hij is nog altijd op zoek naar schuldverlichting, maar regelrechte afboeking van de schuld staat niet langer op zijn lijst met eisen.

Een logische beslissing, want de roep om kwijtschelding maakte weinig warme gevoelens los bij de Europese crediteuren van Griekenland. De Duitsers lieten direct een ‘nein’ klinken. De Fransen waren diplomatieker en zeiden charmant ‘oui’ op alle vragen van Varoufakis, behalve op de vraag om directe kwijtschelding. Het was een bij voorbaat verloren strijd.

Varoufakis was deze week de Tully Bascomb van Europa; de legeraanvoerder van het ministaatje Gran Fenwick uit de film The mouse that roared uit 1959. Bascomb (een rol van Peter Sellers) verklaart de oorlog aan de Verenigde Staten en valt New York binnen, in de hoop en verwachting die oorlog te verliezen, zodat zijn vrijwel failliete moederland in aanmerking komt voor Marshallhulp.

In de hoop op nieuwe Europese steun brulde Varoufakis een week lang om kwijtschelding. Nu hij is uitgeraasd kennen we eindelijk zijn echte eisenpakket. De Griek wil uitstel, geen afstel van aflossing en rentebetalingen. Rente en aflossing zouden moeten worden gekoppeld aan de economische groei. Als de Griekse economie hard groeit, kan men veel betalen, in een recessie weinig.

Het is een origineel voorstel, dat Griekse schuldeisers ‘skin in the game’ geeft; een soort ‘debt-for-equity-swap’. In het verleden is er wel mee geëxperimenteerd, door bijvoorbeeld Bulgarije, Costa Rica en Argentinië. Met wisselend succes en op kleine schaal.

Of dergelijke groeiobligaties echt het ei van Columbus zijn, is de vraag. Maar er ligt nu een openingsvoorstel waarover men kan gaan onderhandelen. Ook het Griekse voorstel om het afgesproken overschot op de Griekse begroting langzamer te laten oplopen, verdient serieuze aandacht. Met de Griekse regering valt eindelijk te praten. Jammer van die week brullen.

(column verscheen eerder hier)

Grease! Danny Varoufakis meets Sandy Lagarde

Hij had juist voor de speciale gelegenheid van de Eurogroep-vergadering van 11 februari een nette Burberry-sjaal omgedaan.

Maar zij was hem juist tegemoet gekomen door dat kekke, zwartlederen motorjasje aan te doen.

En zo kwamen ze elkaar tegen:

Schermafbeelding 2015-02-11 om 20.42.13

You’re the one that I want!

Are you sure? Yes, I’m sure down deep inside!

Syriza moet het geld niet in Brussel zoeken, maar in de zakken van corrupte Grieken

(Verscheen ook hier)

De kerstbonus is binnen. Daags na de verkiezingen maakte de nieuwe Griekse regering onder leiding van Syriza, bekend dat alle arme gepensioneerden toch weer een kerstbonus krijgen, ter waarde van een maandsalaris. Die gratificatie was in 2012 geschrapt, maar Syriza had voor de verkiezingen al belooft om hem weer in te voeren.

Precies 1.162.920 Grieken gaan van de bonus profiteren, zo rekende Syriza al in december uit toen men terugkeer van de kerstbonus aan de kiezer beloofde. Belofte maakt schuld, en dus is de Griekse schatkist weer een half miljard euro leger.

De start van de nieuwe Griekse regering deze week, was allerminst saai. Ambtenaren mogen terugkeren op hun wegbezuinigde werkplekken, privatiseringsoperaties werden stopgezet en het minimumloon gaat zo snel mogelijk omhoog. Nog voordat er een woord is gewisseld met Brussel of het IMF, schuift de nieuwe Griekse regering eerder gemaakte afspraken opzij. Noem het doortastend. Of noem het domme confrontatiepolitiek.

Tenzij Syriza als geheime agenda heeft om zo snel mogelijk de eurozone en de Europese Unie te verlaten, hou ik het op de laatste kwalificatie. Binnenkort moeten de Grieken weer met de pet in de hand naar Europa om nieuwe financiering te vragen. Schofferen van je geldschieter is de snelste weg naar faillissement.

Maar genoeg gemopperd. Wat moet Syriza dan wel doen? Ze moeten op zoek gaan naar geld in het eigen land. Op jacht naar belastingontduikers, zwartwerkers en corrupte ambtenaren. Daar zit het geld.

Syriza ziet dat overigens zelf ook. Volgens het verkiezingsprogramma van de partij bestaat een deel van de financiële dekking voor de kerstbonussen en teruggehaalde ambtenaren, uit de opbrengsten van een frontale aanval op belastingontduiking door de Griekse oligarchen. Bestrijding van corruptie wordt met zoveel woorden niet genoemd, maar daar begint de strijd tegen belastingontduiking; zonder eerlijke ambtenaren, geen belastinginkomsten.

Corruptiebestrijding heeft nog een lange weg te gaan in Griekenland. De internationale waakhond Transparency International (TI) ondervraagt jaarlijks experts, analisten en ondernemers over de waarneembare corruptie in 175 landen. Griekenland staat in deze lijst op plaats 69, ex aequo met Italië, Bulgarije en Roemenië en achter landen als Cuba, Turkije en Ghana. Behalve Italië moet Griekenland alle andere eurolanden ver voor laten gaan.

Ook op gebied van het bestrijden van corruptie bungelt Griekenland onderaan. De Wereldbank doet hier regelmatig onderzoek naar, en scoort de corruptiebestrijding op een schaal van -2,5 tot +2,5. Griekenland scoort -0,11. Dat is de laagste score van alle eurolanden.

Schermafbeelding 2015-02-08 om 17.02.11

Hier is winst te behalen voor Syriza. Winst in harde euro’s. Minder corruptie betekent niet alleen meer belastinginkomsten, maar ook meer economische groei. In het verleden gingen economen er van uit dat corruptie mogelijk een positief effect op slecht werkende economieën kon hebben. Omkoping zou de smeerolie van de overheid zijn, waardoor bedrijven verlammende bureaucratie zouden kunnen ontlopen.

Maar inmiddels snappen economen dat dat een naïeve voorstelling van zaken is. Corruptie vertraagt bureaucratische processen juist. Of, zoals een Indiase ambtenaar het aan een onderzoeker uitlegde: Ik kan een vergunning niet sneller verstrekken. Maar ik kan ‘m wel een eeuwigheid vertragen. Corruptie verlamt de economie.

Bovendien is het buitengewoon inefficiënt. Niet de beste ondernemer met het beste product trekt de markt naar zich toe, maar die met de beste connecties en de minste scrupules. Werknemers komen niet op de plek terecht waar ze de beste bijdragen aan economische groei kunnen leveren, maar worden geselecteerd op basis van de diepte van hun zakken.

Volgens cijfers van de Wereldbank is de corruptiebestrijding in Griekenland er sinds 2003 alleen maar op achteruit gegaan. Hetzelfde geldt voor de effectiviteit van de overheid en voor de kwaliteit van de regelgeving van diezelfde overheid. Optimistisch gesteld: het geld ligt op straat voor ministers van Syriza. Pak corruptie aan, maak de regelgeving en handhaving beter en zorg zo voor meer overheidsinkomsten en nieuwe economische groei.

Schermafbeelding 2015-02-08 om 17.02.21

Pas daarna – en geen dag eerder – is het moment om kerstbonussen uit te delen aan alle Griekse burger.

Kiezersbedrog

Alleen Geert Wilders kwam in 2010 nog sneller terug op zijn verkiezingsprogramma. Toen de PVV-leider liet weten dat het handhaven van de AOW-leeftijd op 65 toch géén breekpunt was, waren de stembussen nog maar een half etmaal dicht.

Het Griekse Syriza doet het iets langzamer, maar niet veel. Op de website van het linkse, New Yorkse tijdschrift Jacobin, waar de overwinning van Syriza werd gevierd als de beste kans van links in een generatie, schreef Stathis Kouvelakis, lid van het Centraal Comité van Syriza, daags na de verkiezingen een opvallend artikel.

Eerst betreurt en verklaart de Griekse hoogleraar Politieke Theorie aan het King’s College in Londen in dat artikel het feit dat Syriza geen absolute meerderheid in het Griekse parlement behaalde. Vervolgens schopt hij met een ferme trap de financiële poten onder het verkiezingsprogramma van zijn partij vandaan.

Kouvelakis schrijft op Jacobin(motto: ‘Reason in Revolt’): ‘Het zal nu snel duidelijk worden dat het financiële plan is gebaseerd op overoptimistische schattingen (of zelf op gewoonweg verkeerde schattingen)’.

Overoptimistisch of verkeerd. Dat is niet de typering van een zure rechtse criticaster van het programma van de Linkse Hoop van Europa. Nee, het komt uit de pen van een prominent lid van de partij zelf. Syriza heeft prachtige plannen, maar een financiële onderbouwing ontbreekt. Dat hadden de 2,2 miljoen Grieken die op de partij stemden vast graag al voor de verkiezingen geweten.

Aan de andere kant: ze hadden voor die wetenschap nauwelijks een inspanning hoeven te doen. Je hoefde het verkiezingsprogramma van Syriza maar ruwweg te scannen om te zien dat er vooral veel over de bijna € 12 mrd aan extra uitgaven, belastingverlagingen en nieuwe investeringsfondsen werd geschreven, maar bedroevend weinig over de financiële dekking van deze plannen.

Een detail, dachten de kiezers. Dat komt wel goed, beloofde Syriza, want we gaan stevig heronderhandelen met Europa. De schuld wordt doorgestreept, het reddingsplan wordt verlengd, de hervormingsagenda draaien we terug en uit de Europese subsidiepotten stromen automatisch extra miljarden naar Griekenland toe.

Dat zijn de verwachtingen waarmee de nieuwe Griekse minister van financiën, de econoom Yanis Varoufakis, straks aanschuift aan de onderhandelingstafel in Brussel. Aan eurogroepvoorzitter Jeroen Dijsselbloem de taak om uit te leggen dat een echte schuldsanering er niet nogmaals in zit voor de Grieken en dat de hervorming van de Griekse economie nog lang niet klaar is.

Hopelijk doet Varouflakis net zo snel afstand van de onhaalbare eisen van Syriza, als de partij haar financiële onderbouwing aan de wilgen hing. Anders gaat Dijsselbloem een zeer vervelende tijd tegemoet — en het eurogebied ook.

(Verscheen hier op 27 januari 2015)

Syriza’s ijdele hoop op kwijtschelding Griekse schuld

(Verscheen eerder in FD)

Ik heb te doen met mijn Amerikaanse collega’s. Zij moeten hun economische rubriekjes vullen met slaapverwekkend nieuws over doodnormale economische groei, licht dalende werkloosheid en meevallende productiecijfers.

Hun centrale bank koopt geen obligaties meer op en overweegt komende zomer voor het eerst de rente weer een beetje te verhogen. Amerikaanse journalisten moeten dergelijk non-nieuws verslaan alsof het van levensbelang is, in de hoop dat de lezer er niet subiet van in slaap valt. Meelijwekkend.

Nee, dan Europa! Bij ons is het alle dagen feest. Het ene knettergekke reddingsplan is nog niet uitgerold, of het volgende allesbepalende moment breekt alweer aan. De economie zweeft tussen leven en dood. Ieder zetje de ene of de andere kant op kan beslissend zijn voor de uitkomst.

Op donderdag schokte de Europese Centrale Bank (ECB) de financiële markten en gaf ze alle Duitse economen een hartverzakking door te besluiten van start te gaan met een ongekend groot stimuleringsprogramma. De ECB gaat staatsobligaties opkopen van eurolanden, voor maar liefst €60 mrd per maand, en stopt daar pas eind volgend jaar weer mee. QE is in Europa aangekomen.

De rook van dit bazookaschot is nog niet opgetrokken of de volgende zenuwslopende gebeurtenis staat al voor de deur. De Grieken gaan zondag naar de stembus en kiezen mogelijk voor het uiterst linkse Syriza, dat belooft bezuinigingen terug te draaien, uitkeringen te verhogen en belastingen te verlagen. De afspraken met Europa wil Syriza heronderhandelen en de Griekse staatsschuld wil de partij koud saneren.

Er zit overlap tussen beide gebeurtenissen. De ECB gaat staatsschuld van alle eurolanden opkopen, maar voorlopig mag Griekenland niet meedoen. Er liggen al te veel Griekse obligaties in de kluis van de ECB, van eerdere opkoopoperaties. Eerst moeten de Grieken daar iets van aflossen. Naar schatting pas deze zomer komt het aandeel Griekse schuld bij de ECB onder het maximum van 33% en kan ook Griekenland een verse dosis QE krijgen.

Syriza-leider Alexis Tsipras zal moeten toekijken hoe de ECB van alle landen schuld opkoopt, behalve van Griekenland. Maar hij is eigenlijk uit op een grotere prijs: regelrechte kwijtschelding van een flink deel van de schuld. Wat is de kans dat hij dat voor elkaar krijgt?

Niet bepaald groot. In 2012 gingen private schuldeisers akkoord met verlenging van de looptijd en lagere rente, waardoor de waarde van hun schuldbewijzen ongeveer halveerde. De staatsschuld daalde, maar is sindsdien weer opgelopen naar €315 mrd, oftewel 176% van het bbp.

Schermafbeelding 2015-01-31 om 18.31.13

Verreweg het grootste deel van de Griekse staatsschuld is in handen van andere eurolanden en publieke instellingen als de ECB, het IMF en de Europese noodfondsen. In 2012 kwamen de Europese ministers van financiën in de eurogroep overeen dat de rente die zij ontvangen op de Griekse schuld wordt teruggesluisd naar de Grieken. In 2014 ging dat om een bedrag van €2,5 mrd. Dit jaar stroomt er zo nog eens €2 mrd terug naar Griekenland. Nederland doet hier ook aan mee en geeft dit jaar meer dan €100 mln aan rente-inkomsten terug aan de Grieken. Ook kreeg Griekenland in 2012 tien jaar uitstel van een deel van de rentebetalingen aan het tijdelijke noodfonds.

Schermafbeelding 2015-01-31 om 18.31.22

Schermafbeelding 2015-01-31 om 18.31.30

Europa heeft dus al best wat gedaan om de Griekse schuld draaglijker te maken. Alleen over regelrechte kwijtschelding van Griekse schulden aan Europese overheden was in 2012 niet te praten. Dat zal in 2015 niet anders zijn, wat Tsipras ook beweert. Landen schelden elkaar nu eenmaal zeer zelden schulden kwijt. Het beste waar de Syriza-leider op kan hopen is verdere versoepeling van de leenvoorwaarden. Langzamer terugbetalen, lagere rente of tijdelijke opschorting van rentebetalingen, dat lijkt het hoogst haalbare resultaat voor de Grieken.

Europese landen hebben de plicht hier serieus naar te kijken. In 2012 beloofden zij dat wanneer de Griekse begroting exclusief rentelasten een overschot zou vertonen, er over verdere schuldverlichting te praten zou zijn. Deze belofte maakt schuld. Europese schuld aan Griekenland, in dit geval.

Zeker weten

(Verscheen eerder hier)

Langdurig discussiëren over monetair beleid maakt meer kapot dan je lief is. Vooral als de deelnemers hun bijdragen louter in hun eigen taal en in hun eigen kranten naar buiten brengen. Dan vallen Duitse economen andere Duitse economen bij in hun afschuw voor de experimenten van de Europese Centrale Bank (ECB), terwijl Franse economen andere Franse economen volmondig steunen in hun roep om nieuwe monetaire stimulering. De toon van de discussie wordt automatisch feller want men praat niet mét, maar óver economen uit landen met een andere monetaire traditie.

Nederlandse economen vinden een mogelijk opkoopprogramma van de ECB onnodig, ineffectief en risicovol. Een paar kilometer naar het zuiden vertellen Belgische economen elkaar dat zo’n opkoopprogramma juist noodzakelijk en zonder risico is. Na maanden van discussie zit iedereen diep ingegraven in zijn schuttersputje te genieten van z’n eigen gelijk.

Ik zit zelf ook in zo’n put. Ik denk dat het opkoopprogramma waar de ECB donderdag zeer waarschijnlijk toe besluit, de economie weinig zal helpen. Ik geloof niet dat het bedrijven zal aanzetten tot meer investeringen en banken tot een guller kredietbeleid. Alleen via een verdere daling van de euro helpt het de Europese economie, maar dat is bijvangst, want het doel van het opkoopprogramma is stimuleren van de binnenlandse bestedingen en voorkomen van deflatie.

Ik denk dat het niet gaat werken, maar wel de verdeeldheid in Europa vergroot. Boze Duitsers tegenover teleurgestelde Fransen, daar kopen we niks voor.

Maar ik weet het niet zeker. Kwantitatieve verruiming (zoals economen een opkoopprogramma van de centrale bank noemen) is onbewezen monetaire technologie. Er is wat theorie over, er zijn wat praktijkvoorbeelden, maar echte kennis over de werkzaamheid ontbreekt. Zorgt het voor meer geld in de economie, zoals de Belgische econoom Paul de Grauwe deze week beweerde? Of werkt het via hogere aandelenkoersen waardoor mensen rijker worden en meer gaan uitgeven? Is de werking veel subtieler, en zullen mensen meer inflatie gaan verwachten waardoor de economie aan de deflatiespiraal ontsnapt? Er zijn net zoveel theorieën als economen.

We gaan ze donderdag allemaal weer horen, van economen die denken dat de ECB een historische fout maakt en van economen die het opkoopprogramma toejuichen. Hou daarbij steeds in het achterhoofd: hoe stelliger de commentator is over de gevaren of effectiviteit van kwantitatieve verruiming, hoe meer hij of zij zwamt.

Want we weten simpelweg niet of het werkt en hoe gevaarlijk het is. Voor de ene helft van de economen is dat reden om te zeggen: laten we het daarom maar niet doen. De ander helft denkt: laten we het dan vooral maar proberen. Ik hoor bij de eerste groep.

Maar zeker weten doe ik dat niet.

Staak voor meer loon!

Reinier Castelein is een beschaafde man. Gekleed in de krijtstreep van de bankier, de stropdas van de werkgever en met de haarstijl van de beurscommentator, is hij de antithese van de volksmennende vakbondsleider. Er staat geen megafoon in het kantoor van Castelein, er hangt geen vakbondspetje aan zijn kapstok. Zijn Vakbond De Unie is een beschaafde bond voor beschaafde mensen.

Schreeuwen op het Malieveld of tieren op de Dam, dat is niks voor mensen van De Unie. Opbouwend overleggen met werkgevers en constructief bijdragen aan een voor alle partijen voordelige cao, da’s meer hun stijl.

Vandaar dat voorzitter Castelein deze week met achteloos gemak het in eerdere eeuwen bevochten stakingsrecht bij het grof vuil zette. Staken levert niets op, vindt Castelein. ‘Als argumenten aan tafel niet helpen, dan helpt een polonaise op het Malieveld zeker niet’, stelde hij deze week.

De Unie heeft mijn sympathie. De vakbond hangt veel minder aan verworven rechten en verouderde arbeidsmarktinstituties dan andere bonden. Maar het stakingswapen vrijwillig aan de wilgen hangen, dat is mij iets te pacifistisch. Het mes moet wel op tafel blijven. Juist nu!

Nederland smacht naar een loongolf, of op z’n minst een loongolfje. Een inkomensstijging voor werknemers waardoor de koopkracht stijgt en de inflatie toeneemt, dat is wat de economie nodig heeft. Juist het middenkader waar De Unie voor zegt op te komen, kan een loonstijging gebruiken. Het gemiddelde cao-loon steeg de afgelopen vijf jaar met zo’n 6%. De inflatie bedroeg in die periode 10%, dus in reële termen daalden de cao-lonen. Misschien logisch, gezien de crisis, maar nu de economie herstelt is het tijd voor een inhaalslag.

Natuurlijk moet het loon niet omhoog bij ieder bedrijf en in elke sector. Maar bij bedrijven met fraaie winsten en een nette vermogenspositie zouden de vakbonden nu prima extra loon kunnen eisen. Niet bij KLM, wel bij Bol.com. Niet in de bouw, wel in de zakelijke dienstverlening. Niet in Assen, wel in Eindhoven.

Om zo’n bedrijfs- of sectorspecifieke looneis hard te maken, heeft de vakbond het ultieme dreigmiddel van een staking ongetwijfeld nodig. Belangrijk is dan wel dat de vakbonden ook echt strijden voor hoger loon per direct, en zich niet — zoals de afgelopen jaren — laten afleiden door deelbelangen en het verdedigen van oude rechten.

Dus ditmaal niet de loonruimte inruilen voor vage baangaranties, meer verlofdagen, reparatie van de ww, transitievergoedingen, stortingen in sectorale studiefondsen of extra pensioenfranje. Gewoon harde pegels op de bankrekening van werknemers, daar moet het om gaan. Vergeet die bij voorbaat verloren strijd tegen modernisering van de arbeidsmarkt, hou op met dat zinloze gevecht tegen de zzp-er en staak voor meer loon! Castelein, op naar het Malieveld!

(Deze column stond eerst hier, in het FD)