De Nederlandse arbeidsmarkt beweegt veel wilder dan u denkt. En dat is maar goed ook

Goed nieuws van het CBS op de dag na de verkiezingen: de werkloosheid in Nederland is weer verder gedaald. Er waren in februari nu 473.000 mensen in Nederland actief op zoek naar werk. Dat is 7000 werklozen minder dan in januari.

Fijn voor die 7000, hoor ik u denken, maar er zijn dus bijna zeventig maal zoveel mensen die hun zoektocht naar werk ook in februari weer zagen mislukken. Bijna een half miljoen werkzoekenden voelden zich vorige maand afgewezen door werkgevers; hun enthousiaste sollicitatiebrieven en opgepoetste LinkedIn-profielen leverden weer niets op. Hoe goed gaat het nou helemaal met die Nederlandse arbeidsmarkt?

Beter dan je zou denken. Want het klopt niet dat de afname van de werkloosheid met 7000 personen betekent dat slechts 7000 werklozen een baan vonden. In werkelijkheid was dat veel en veel meer. Het CBS houdt dit netjes bij, niet op maandbasis, maar in intervallen van drie maanden. Hoeveel werklozen vonden tussen 1 december 2016 en eind februari 2017 werk? Dat waren er maar liefst 123.000. Veel meer dan de afname van de werkloosheid, die in diezelfde periode ‘slechts’ 26.000 bedroeg. Het verschil wordt uiteraard veroorzaakt door de mensen die in die periode hun baan verloren. Dat waren er tussen december en februari 85.000. De stromen in en uit werkloosheid zijn dus veel groter dan uit de gesaldeerde toe- of afname van de werkloosheid af te leiden valt.

En dan zijn de stromen tussen werk en werkloosheid nog niet eens de belangrijkste. Nog grotere aantallen mensen bewegen tussen ‘inactief’ en ‘actief’. Werkenden die met pensioen gaan, schoolverlaters die werk vinden, huisvrouwen of -mannen die zich weer aanbieden op de arbeidsmarkt, werklozen die waren gestopt met zoeken (en daardoor volgens de officiële definitie niet meer werkloos waren) maar nu toch werk vinden; de redenen waarom mensen bewegen tussen actief en inactief zijn divers. Tussen december en februari waren er 186.600 inactieven die in een keer een baan vonden, zonder tussendoor werkloos te zijn. Die tussenstap werd wel gemaakt door de 172.000 inactieven die weer op zoek gingen naar werk en dus officieel werkloos werden. Ongeveer 160.000 werklozen stopten met actief zoeken, terwijl 186.000 werkenden stopten met werken zonder werkloos te worden (velen hiervan gingen met pensioen).

Schermafbeelding 2017-03-26 om 11.46.25

Het zijn enorme aantallen. In totaal veranderden de afgelopen drie maanden 912.000 mensen van arbeidsmarktstatus: ze vonden werk, werden werkloos of verlieten al of niet tijdelijk de arbeidsmarkt. Dat is ruim 7% van de totale bevolking tussen 15 en 75 jaar. Zo dynamisch is de arbeidsmarkt dus: per kwartaal maakt een op de veertien volwassenen een verandering in status door. En dan zijn de mensen die van de ene baan naar de andere baan overstapten, nog niet eens meegenomen in deze cijfers.

Deze dynamiek is er in goede, maar ook in slechte economische tijden. In de grafiek hieronder staan de stromen op de arbeidsmarkt in de afgelopen tien jaar. Het gaat telkens om de driemaandsperiode tussen december van het jaar ervoor en februari. In elk jaar bewogen er in deze drie maanden meer dan 800.000 mensen op de arbeidsmarkt. De meeste beweging was er in 2014, toen in drie maanden bijna een miljoen mensen hun arbeidsmarktstatus zagen veranderen: 277.000 vonden werk, 338.000 werden werkloos en 384.000 gingen van actief naar inactief. Dit was het jaar dat het economisch herstel voorzichtig begon, terwijl bij bedrijven en overheden de ontslagrondes juist op gang kwamen. Dat zorgde voor extra bewegingen.

Schermafbeelding 2017-03-26 om 11.46.31

Arbeidsmarktdynamiek kan goed zijn voor de economie. Het zorgt voor doorstroming, zodat bedrijven de kwaliteit en kwantiteit van hun werknemersbestand snel en efficiënt kunnen aanpassen als de omstandigheden veranderen. Werknemers komen sneller op de juiste plek terecht. Maar grote dynamiek kan ook nadelen hebben, bijvoorbeeld wanneer sommige werknemers van baantje naar baantje moeten hoppen, en tussendoor steeds werkloos zijn. De politiek moet dit in goede banen leiden en een arbeidsmarkt bouwen waarin gezonde dynamiek en eerlijke kansen samengaan. Hoofdonderwerp tijdens de formatie, lijkt me!

(FD)

De oorlog is gewonnen, de vijand op de vlucht, en toch blijft Draghi’s bazooka maar vuren

De economie van het eurogebied groeide in 2016 harder dan die van de Verenigde Staten. De werkloosheid daalt gestaag. Veel vooruitkijkende indicatoren staan op de hoogste stand in jaren. Het gaat goed met de Europese economie. Niet fantastisch, want er zijn nog genoeg problemen op te lossen, maar wel beduidend beter dan twee jaar geleden, toen men vreesde dat de eurozone zou worden meegezogen in een draaikolk van onderbesteding en deflatie.

Als reactie op de deflatie-angst startte de Europese Centrale Bank in 2015 een grootschalig opkoopprogramma ­­— het instrument dat de ‘big bazooka’ van ECB-president Mario Draghi was gaan heten. Het programma loopt tot de dag van vandaag door. Ook beloofde Draghi dat de rente langdurig laag zou blijven. Allemaal om het idee van deflatie uit ieders hoofd te rammen en er gezonde inflatieverwachtingen voor terug te plaatsen.

Angst voor deflatie grotendeels verdwenen
Inmiddels is het deflatiegevaar — als het al werkelijk een gevaar was — uit Europa verdwenen. Of dat door Draghi’s beleid komt is een vraag voor later. Feit is nu dat de inflatie snel oploopt. In februari stegen de consumentenprijzen met een volle 2%.

Half maart, na afloop van de monetaire vergadering, stelde ECB-president dan ook dat de risico’s van deflatie grotendeels zijn verdwenen en dat de inflatieverwachtingen in de markt duidelijk zijn gestegen. Ook de ECB zelf verwacht nu hogere inflatie. Dit jaar denken de bankeconomen dat de geldontwaarding op 1,7% uit zal komen. Volgend jaar wordt dat 1,6% en in 2019 weer 1,7%.

Doel bereikt, geldkraan dicht?
Hoe perfect wil je het hebben? De ECB heeft zichzelf als doel gesteld om de inflatie op middellange termijn dichtbij, maar onder de 2% te houden. Langdurige inflatie van rond de 1,7% voldoet bijna griezelig precies aan dat doel.

Doel bereikt, dus de geldkraan kan weer dicht? Dat had u gedacht. Het opkopen van obligaties door de ECB gaat gewoon door en er is geen enkel zicht op een eerste renteverhoging. De oorlog is gewonnen, de generaal geeft dat met zoveel woorden toe, maar de bazooka’s blijven onafgebroken vuren.

De hogere inflatie komt vooral door de gestegen olieprijs, praten veel beleggers en analisten het aanhoudend ruime beleid van de ECB goed. De onderliggende inflatie is met 0,9% nog altijd laag. Wat ze er niet bij zeggen: de ‘deflatie’ uit 2015, waar de ECB zo agressief op reageerde, kwam óók door de olieprijs, door een daling in dat geval. De inflatie zonder energieprijzen was toen niet dramatisch laag, en nu ook niet.

Is het dan niet gewoon verstandig dat Draghi de boel eerst nog even aankijkt? Het zou niet voor het eerst zijn dat de ECB te vroeg het monetair beleid verkrapt. Toch is kalmpjes afwachten onverstandig. Een centrale bank moet altijd op de feiten vooruit lopen, want het duurt zo een half tot een heel jaar voordat beleidsveranderingen de echte economie bereiken.

ECB-beleid nog stimulerender
Bovendien: niets doen betekent bij oplopende inflatie dat het ECB-beleid nog ruimer wordt. Dat komt doordat de centrale bank de nominale rente beïnvloedt, terwijl voor burgers en bedrijven de reële rente van belang is. Dat is de rente gecorrigeerd voor de (verwachte) inflatie. Het is deze reële rente die leen- en spaarbeslissingen bepaalt.

Schermafbeelding 2017-03-19 om 11.20.44

Schermafbeelding 2017-03-19 om 11.22.08

Door de nominale rente gelijk te houden terwijl de inflatie snel oploopt, pakt het ECB-beleid meer stimulerend uit. Bijvoorbeeld: de nominale daggeldrente in het eurogebied ligt al maanden rond de -0,3%. Gecorrigeerd voor inflatie is deze rente echter gedaald van bijna nul vorig jaar naar -2,3% nu. Hetzelfde sommetje voor de 10-jaars obligatierente in het eurogebied geeft een daling van de reële rente voor overheden van 1,25% in 2016 naar -0,75% nu.

Lenen is nog goedkoper geworden en het ECB-beleid is dus nog stimulerender. De gevaren van te grote schuldopbouw, misallocatie van kapitaal en financiële instabiliteit, die extreem ruim monetair altijd met zich meebrengen, zijn daarom verder gegroeid. Het is de hoogste tijd dat generaal Draghi stopt met vuren en zijn bazooka opbergt.

(FD)

Verkiezingen 2017: inhoudelijke campagnes, maar waarom gaat het niet over de drie grote thema’s?

Een echte fileheffing

Het is weer verkiezingstijd, dus flink wat partijen blazen weer het stof van een oud idee. Nederland heeft een kilometerheffing nodig, vinden D66, GroenLinks, SP, PvdA en de ChristenUnie. Autogebruik moet worden belast, in plaats van autobezit. (Alleen GroenLinks wil behalve de variabele ook de vaste autolasten verhogen).

De gebruiker betaalt. Wat kan daar mis mee zijn? In principe niets, maar de voorstellen gaan wat mij betreft niet ver genoeg. PvdA en SP willen slechts een vlakke kilometerheffing die altijd en overal hetzelfde is.

Ik zie daar het nut niet van; verhoog dan gewoon de brandstofaccijns. Het probleem is niet dat we te veel auto’s hebben en te weinig asfalt. het probleem is dat soms, op sommige momenten in de week en op sommige locaties, het aantal auto’s de wegcapaciteit overstijgt. Een vlakke kilometerheffing doet daar weinig aan, behalve dat dit type heffing autorijden overal en altijd duurder maakt, dus ook op plekken en tijden zonder asfalttekort.

D66, GroenLinks en de ChristenUnie doen het slimmer. Zij willen een congestieheffing die rijden in de spits duurder maakt. Zo krijgt schaars asfalt een prijs. Maar ook hier gaat het om vaste tarieven. Wat filerijdend Nederland echt nodig heeft is een naar plaats, tijd en verkeersdrukte variërende kilometerprijs. Gewoon via een app op de smartphone die iedere zondagavond, op basis van verkeersverwachtingen, aangeeft hoeveel rijden in de spits de komende week op verschillende dagen en plaatsen zal kosten.

Alleen met een variabele prijs, die zo goed mogelijk rekening houdt met de (verwachte) schaarste aan asfalt, kunnen we de files effectief bestrijden. Ga mij niet vertellen dat zoiets in deze tijd technisch onmogelijk is.

Het wonder van een echt variabele congestieheffing is dat alle forenzen op dezelfde tijd op hun werk komen als nu. Dat lijkt onmogelijk, maar wie er even over nadenkt ziet dat zo’n slimme heffing precies dat oplevert: even veel mensen op dezelfde tijd met de auto op het werk, zonder files.

Neem een denkbeeldig knelpunt, bijvoorbeeld een tunnel, waar iedere werkdag een hardnekkige file staat. De oorzaak van de file is dat er zich in de spits meer verkeer aanbiedt, dan de tunnel aankan. De wachtenden voor de tunnel betalen in feite tol in de vorm van hun dure tijd.

Een variabele fileheffing vervangt die wachttijd door een tolheffing met echt geld, zodat de tunnel altijd precies naar capaciteit wordt belast, en de file verdwijnt. Wie vroeger stond te wachten drinkt nu thuis nog een kopje koffie, vertrekt als de fileheffing is gedaald en komt net zo laat op het werk als voorheen, zonder file.

Ik zeg: morgen invoeren! Nu nog een partij die het durft voor te stellen.

 

(FD)

Wennen aan groei

Eerst een kleine ontboezeming. Twaalf jaar geleden werkte ik aan een boek waarin ik uitlegde dat het helemaal niet zo goed ging met de Nederlandse economie. In de jaren negentig van de vorige eeuw was de halve wereld nog naar Nederland getrokken om de Hollandse wondereconomie te bewonderen, maar in de eerste jaren van de nieuwe eeuw was er van dat wonder weinig meer over.

Het was een goed onderbouwd verhaal, eerlijk waar. Maar toen het boek eindelijk in de boekwinkel lag, was het inmiddels 2006, en deed de economie het best weer goed.

De economische groei was dat jaar een robuuste 3,5%, de werkloosheid daalde naar 5% en het begrotingstekort sloeg om in een overschot. Goed nieuws voor alle Nederlanders, behalve die ene die net een chagrijnig boek had geschreven. Een typisch geval van de tijdgeest niet helemaal aanvoelen.

Wat was mijn reactie? Schreef ik direct een nieuw boek om het goede nieuws te vieren? Deed ik handmatig een erratum met de laatste groeicijfers in ieder boek?

Dat zou logisch zijn, maar niet menselijk. In plaats daarvan beet ik me vast in mijn eigen gelijk en vierde elke snipper slecht economisch nieuws dat jaar als een overwinning. De economie groeit misschien wat, maar de werkloosheid is nog altijd te hoog! Export en investeringen stijgen weliswaar, maar kijk naar de consumptie: die blijft achter! Wie zoekt naar negatief nieuws, vindt altijd wel iets.

Waarom val ik u lastig met deze verlate biecht? Omdat mijn reflex uit 2006 besmettelijk is gebleken. Inmiddels is het de nationale sport geworden. Bij ieder goed economisch nieuwsbericht zoekt heel Nederland naar het addertje onder het gras.

Wat gaat er niet goed? Vallen de groeicijfers mee? Neemt de werkloosheid snel af? Stijgt de koopkracht? De reactie is: groei was vroeger hoger, er zijn nog veel mensen werkloos, de koopkracht stijgt niet voor iedereen.

Het orkest speelt grandioze muziek, maar het publiek spitst de oren om die ene valse noot te horen.

Ik begrijp het wel. Politici, economen, analisten en oplettende burgers hebben de afgelopen jaren veel denkkracht geïnvesteerd in het idee dat het nooit meer goed komt met de Nederlandse economie. Nulgroei, dat is het beste waarop we kunnen hopen en de crisis is niet bezworen, maar uitgesteld. Het ergste moet nog komen.

Dat we al twee jaar groei van 2% of meer achter de rug hebben, dat de werkloosheid verrassend snel daalt, dat er nu in Nederland meer mensen werken dan ooit en dat de Rijksbegroting weer keurig op orde is, dat zijn details die het onderliggende negatieve beeld niet mogen verstoren.

Kom op, Nederland. Het gaat echt beter. Die chagrijnige bestseller gaat er nooit komen. Geniet van de conjuncturele opleving!

(FD)

Wij worden oud, de economie vergrijst. Maar dan komt de robot en groeien we weer!

Krakende botten, piepende gewrichten, mompelende monden en heel veel schuifelende voeten. Dat zijn de geluiden van de 21ste eeuw. Niet alleen in Europa, waar de vergrijzing al voor de eeuwwisseling begon, maar ook daarbuiten.

Het meest recente rapport van de Verenigde Naties over vergrijzing laat onze demografische toekomst in vele schokkende grafieken zien. Deze eeuw komen er wereldwijd veel 60-plussers bij. Ten opzichte van 2000 verwachten de demografen dat het aantal 60-plussers tot 2050 gaat toenemen met meer dan 350%. Voor de leeftijdsgroep 25 tot 60 jaar is die stijging nog geen 150%. Het aantal tieners blijft min of meer constant. Net als het aantal kinderen onder de tien.

De onlangs overleden statisticus en Youtube-held Hans Rosling wist het al: de wereld vergrijst snel. Het kindertal is gedaald, op bijna elk continent. We zijn het punt van ‘Peak Child’ al lang voorbij. De totale wereldbevolking gaat deze eeuw stabiliseren op pakweg tien of elf miljard. Van exponentiële bevolkingsgroei is geen sprake meer in de 21ste eeuw. Dit is de eeuw van de vergrijzing.

Dat gebeurt in Europa, Azië en in iets minder mate in de Amerika’s. Alleen Afrika blijft — volgens de laatste prognoses — relatief hard groeien. In Europa is de vergrijzing al duidelijk begonnen. Nieuwe aanwas van arbeidskrachten ligt op een laag peil — een voordeel in de nasleep van de kredietcrisis, want daardoor kon bijvoorbeeld in Nederland de werkloosheid weer snel gaan dalen — en de verhouding tussen gepensioneerden en werkenden verandert snel.

In de VS zal het percentage van de bevolking boven de 60 jaar stijgen van 21% in 2015 naar 28% in 2050. Japan begint al hoog met 33% 60-plussers in 2015, en schiet door naar 43% in 2050. Duitsland komt daar aardig bij in de buurt met een stijging van 28% naar 39% 60-plussers in 2050. Dan doet Nederland het nog relatief rustig aan. In 2015 was een kwart van onze bevolking 60 jaar of ouder. In 2015 zal dat volgens verwachting 33% zijn.

Voor de oude industrielanden is vergrijzing duidelijk een feit. Maar hetzelfde geldt voor industriële nieuwkomer China. Het percentage Chinezen ouder dan 60 zal razendsnel stijgen: van 15% in 2015 naar 37% halverwege de eeuw. Het eenkindbeleid echoot lang na.

Mooi dat de ongetemde bevolkingsexplosie voorbij is. Maar wie gaat straks zorgen voor de economische groei? Zijn er genoeg jongeren om te werken in fabrieken, om uitvindingen te doen, om nieuwe technologie uit te proberen? Met zoveel grijze koppen lijkt stagnatie onvermijdelijk.

Veel economen zijn daarom somber over de economische groei in de komende decennia. De lage rente van dit moment zou een voorbode zijn van langdurige lage groei. Volgens voormalig CPB-directeur Coen Teulings is de lage rente zelfs een direct gevolg van de introductie van de anticonceptiepil vijftig jaar geleden. De overheid zou nu flink moeten lenen en stimuleren om de economie uit de greep van de vergrijzing te halen, vindt Teulings.

Vergrijzende landen groeien minder. Dat is de onderliggende aanname. Klinkt logisch, maar klopt het ook? Topeconoom Daron Acemoglu zocht het uit. Vorige maand publiceerde hij zijn opvallende conclusie: nee, grijze economieën groeien niet langzamer dan groene economieën. Er zijn zelfs aanwijzingen dat vergrijzende landen iets sneller groeien. Acemoglu denkt ook te weten hoe dit komt: vergrijzing leidt tot krapte op de arbeidsmarkt, en dat zorgt er weer voor dat bedrijven sneller en meer investeren in automatisering en robotisering.

In vergrijzende landen nemen robots de plaats in van mensen. De productie kan blijven stijgen, de economische groei blijft op peil. De econoom waarschuwt dat er nog meer onderzoek nodig is om deze conclusie echt hard te kunnen maken. Maar voor iedereen die angstig naar de toekomst kijkt, is het toch goed om te weten dat er waarschijnlijk geen reden is om bang te zijn voor de vergrijzing, en ook niet voor de robot. Grijze groei bestaat.

Klaver omarmt het economisme, beprijzen van milieuschade wordt het nieuwe verdienmodel van de Staat

Hij wil Nederland veranderen. Ons land moet eerlijker en groener, te beginnen met het belastingstelsel. Details ontbreken nog, maar GroenLinks-lijsttrekker Jesse  Klaver ontvouwde deze week zijn plan voor een radicale stelselherziening. Hij wil minder belasting op arbeid, en meer op milieuvervuiling. Maar liefst €20 mrd wil Klaver zo verschuiven.

Uitstoot van CO2 wordt zwaarder belast en er komt een kilometerheffing met hogere tarieven voor meer vervuilende auto’s. Met de opbrengst worden de sociale premies voor lage inkomens verminderd, waardoor er aan de onderkant van de arbeidsmarkt meer werk ontstaat.

Prijsprikkels beter dan botte regels
Klaver verklaarde vorig jaar het ‘economisme’ in de politiek nog de oorlog, maar met deze voorstellen lijkt hij het inzetten van financiële prikkels juist te omarmen. Als econoom kan ik dat alleen maar toejuichen. Maatschappelijke doelstellingen zijn vaak efficiënter te bereiken via subtiele prijsprikkels dan met botte regels en wetten.

Maar niet iedereen is enthousiast over het economisme van GroenLinks. Het FD bijvoorbeeld noemde het belastingplan in het hoofdredactioneel commentaar ‘luchtfietserij’. Dit soort belastingprikkels maken het stelsel onnodig ingewikkeld en de inkomstenstroom voor de schatkist instabiel. Bovendien is het maar de vraag of vergroening van de belastingen echt voor meer werk kan zorgen. Uiteindelijk zijn het mensen die de milieubelasting moeten betalen, bijvoorbeeld via hogere prijzen voor producten, dus wat er via lastenverlaging bij komt, gaat er bij de boodschappen weer van af. De prikkel om te werken of om banen te creëren, zou dan per saldo niet toenemen.

Banengroei kan ook zonder milieubelastingen
Dat laatste is een belangrijk bezwaar. Het ‘dubbele dividend’ van een schoner milieu én meer werkgelegenheid is in de praktijk moeilijker te bereiken dan vaak wordt gedacht. Als er wel meer werk ontstaat, komt dat door de verschuiving van lasten van werkenden (die minder inkomstenbelasting of premies gaan betalen) naar niet-werkenden, die meer gaan betalen voor milieubelastende producten. Als zo’n verschuiving wenselijk is, kan de overheid die ook doorvoeren zonder milieubelastingen, bijvoorbeeld door de btw te verhogen en daar de inkomstenbelasting mee te verlagen.

In de plannen van GroenLinks gaan vooral de bruto loonkosten voor lagere inkomens fors omlaag. We moeten de CPB-doorrekening nog afwachten, maar ik durf wel te gokken dat deze maatregel tot flinke banengroei leidt. Juist aan de onderkant werken de premies en belastingen verstorend voor zowel (potentiële) werknemers als werkgevers. Maar weer geldt: ook zonder milieubelastingen zou GroenLinks die premies kunnen verlagen, bijvoorbeeld door de belastingen voor hogere inkomens te verhogen.

 

Milieuproblemen ontstaan door marktfalen
Maar of er nou wel of geen dubbel dividend is, een enkel dividend is er zeker: dat van minder milieuschade. Milieuproblemen ontstaan door marktfalen. De markt is niet in staat om de maatschappelijke kosten van bijvoorbeeld CO2-uitstoot volledig te laten doorklinken in de prijs van producten en diensten. Met een heffing, liefst ter waarde van die ongeprijsde maatschappelijke kosten, wordt het marktfalen hersteld. Iedereen blij.

Iedereen, behalve de fiscus, vreest het FD. Want als mensen hun gedrag gaan aanpassen aan de nieuwe prijzen, levert de milieubelasting direct minder op. Ik zie dit gevaar niet. Het is juist de bedoeling dat mensen hun gedrag aanpassen. De overheid heeft een scala aan andere belastingen om eventuele gaten die daardoor ontstaan op te vullen. Het wordt vast even wennen en uitproberen, maar ook een stelsel met hoge milieuheffingen kan uiteindelijk zorgen voor stabiele belastinginkomsten.

Opbrengst milieuheffingen al jaren stabiel
De Nederlandse fiscus is er trouwens al aan gewend. Van alle Europese landen heeft Nederland het hoogste percentage aan belastinginkomsten uit milieuheffingen. Bij ons is dat bijna 9%, in bijvoorbeeld Duitsland en Zweden nauwelijks meer dan 5%. Energieheffing, afvalstoffenbelasting, belastingen op grond- en leidingwater en andere milieubelastingen leveren pakweg €22 mrd per jaar op.

Maar hoewel de afgelopen jaren veel is gepraat over vergroening van de belastingen, is het aandeel uit milieuheffingen al twintig jaar min of meer stabiel. Sinds 1995 steeg dat percentage met slechts een half procentpunt. Elders in Europa daalde het zelfs. GroenLinks wil die trend met een radicaal voorstel doorbreken. Niets mis mee, lijkt mij.

Marine Le Print

Populistische plannen bedenken is eenvoudig. Maar hoe betaal je ze? Donald Trump wil de belastingen verlagen maar ook geld uitgeven aan infrastructuur. Geert Wilders gaat de AOW-leeftijd verlagen, het eigen risico in de zorg afschaffen maar belooft ook de inkomstenbelasting te verlagen en de motorrijtuigenbelasting te halveren. En in Frankrijk wil Marine Le Pen de pensioenleeftijd verlagen, uitkeringen verhogen, maar tegelijkertijd de inkomstenbelasting verlagen.

Meer leuke dingen voor de mensen én lagere belastingen. Omdat geld niet aan de boom groeit hebben deze plannenmakers een truc nodig om de boel optisch nog een beetje betaalbaar te houden. Het Front National van Marine Le Pen kwam deze week met de meest originele oplossing: het massaal bijdrukken van geld. Daarover later meer. Eerst de trucs van The Donald en De Geert.

Trump heeft goed naar Ronald Reagan gekeken en beweert met droge ogen dat lagere belastingen en hogere uitgaven prima samengaan. Belastingverlagingen leveren geld op als ze de economie aanzwengelen en belastingontduiking minder lucratief wordt. Bedenker van dit sprookje, de econoom Art Laffer, vertelde vorig jaar in deze krant dat hij het volste vertrouwen heeft in Trump. Maar volgens berekeningen van het onpartijdige Congressional Budget Office leidt Trumps beleid — net als dat van Reagan in de jaren tachtig — tot een exploderende staatsschuld.

De PVV hoeft zich over zulke berekeningen geen zorgen te maken, want het laat het programma niet doorrekenen door het Centraal Planbureau. Op de website bestaat het PVV-programma nog steeds uit het enkele A4-tje uit 2016, met daarop een ‘financiële paragraaf’ met de geschatte kosten en opbrengsten van de voorstellen. De AOW terug naar 65 jaar kost € 3,5 mrd, afschaffen van ontwikkelingshulp, windmolens, kunst en de publieke omroep levert € 10 mrd op. Samen tellen de kosten en baten precies op tot nul, zo valt onder de streep te lezen. Dat is knap, want bij twee posten staat geen bedrag, maar ‘PM’; Pro Memorie. De kosten en baten van het opzeggen van het EU-lidmaatschap en het invoeren van een bindend referendum moeten nog worden gecalculeerd. Tip van Wilders aan alle cfo’s en penningmeesters van Nederland: als de sommen niet kloppen, neem gewoon een paar posten Pro Memorie op in de begroting en het saldo is altijd nul.

Nee, dan doet Le Pen meer moeite om de begroting optisch sluitend te krijgen. Zij wil allereerst dat Frankrijk de euro inruilt voor een nieuwe Franse franc. Vervolgens wordt de Franse centrale bank onder het directe gezag van de politiek gebracht, en dan kan het grote gelddrukken beginnen. Alle uitkeringen kunnen omhoog, de pensioenleeftijd kan omlaag, want het geld stroomt gratis van de Banque de France naar het Élysée. Simpelweg briljant! Dat Trump en Wilders daar niet op zijn gekomen!

(FD)

Flexwerkers, zzp’ers of een vaste baan voor iedereen? Deze verkiezingen gaan de arbeidsmarkt voor jaren bepalen

Rutte II was een hervormingskabinet. De AOW-leeftijd ging omhoog en wordt voortaan gekoppeld aan de levensverwachting (zodat de vergrijzing onze economie en rijksbegroting niet meer kan laten ontsporen). Het taboe op de hypotheekrenteaftrek werd eindelijk opgeheven. Dankzij hervormingen in de zorg werd de trend van onhoudbaar snel stijgende zorgkosten doorbroken. En het Energieakkoord zorgt er hopelijk voor dat Nederland de Duurzame-energie-top-3 van minst presterende Europese landen binnenkort gaat verlaten.

Het zijn stuk voor stuk dappere hervormingen. Zowel VVD als PvdA verdient op z’n minst een ruime voldoende voor ijver.

Bij één hervorming ging echter alles mis. Dit kabinet liet de hervorming van de arbeidsmarkt met donderend geraas uit de handen vallen. De Wet werk en zekerheid (WWZ) van Lodewijk Asscher zou flexwerkers een vaste baan bezorgen en werkgevers minder bang moeten maken voor het aannemen van personeel. Het tegendeel gebeurde: de nieuwe ketenbepaling in de WWZ dwong werkgevers flexwerkers na twee contracten al op straat te zetten, terwijl de nieuwe transitievergoeding die de ontslagvergoeding verving, in de praktijk eerder als minimaal dan als maximaal bedrag fungeert.

Vervangbaar
Namens het VVD-smaldeel kwam Eric Wiebes met zijn Wet deregulering arbeidsrelaties (DBA). Het was — in zijn woorden — een ‘no regret‘-maatregel die schijnzelfstandigheid zou bestrijden zonder echte zzp’ers het werken onmogelijk te maken. Alweer: het tegendeel gebeurde. Schijnzelfstandigen ontspringen de dans omdat ze eenvoudig kunnen aantonen ‘vervangbaar’ te zijn. Echte zzp’ers krijgen geen of minder opdrachten omdat opdrachtgevers vrezen in een ‘gezagsverhouding’ met ze te staan.

De hervorming van de arbeidsmarkt is dus mislukt. Maar nieuwe verkiezingen, nieuwe kansen. Wat schrijven de partijen in hun programma’s over de verhouding tussen vast en flex? Wat willen ze met de zzp’er? Om met dat laatste te beginnen: twee weken geleden beschreef ik op deze plek al de plannen van D66 en PvdA om een nieuwe werknemersaftrek in te voeren. Deze wordt min of meer gelijk aan de bestaande zelfstandigenaftrek, zodat het (vermeende) relatieve voordeel van zzp’ers verdwijnt. Ik zie dit als een behendige truc om iets aan het belastingvoordeel van zzp’ers te doen, zonder de discussie over de zelfstandigenaftrek openlijk te voeren.

Schermafbeelding 2017-02-11 om 13.05.31

 

VAR
De partijen aan de linkerkant hebben echter nog meer voor de zzp’er in petto: een verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering (AOV). GroenLinks, PvdA en SP stellen dat alle drie voor. De laatste partij wil zzp’ers zelfs binnen de collectieve WIA (de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen) brengen. Het CDA wil ook een verplichte AOV voor zzp’ers en vindt daarnaast pensioensparen belangrijk: de zelfstandigenaftrek is er alleen voor zzp’ers die pensioen opbouwen. D66 wil de collectieve verzekeringen voor de zzp’er toegankelijk maken, maar alleen voor wie dat wil. Verder wil D66 de wet DBA van Wiebes terugdraaien: er moet voor zzp’ers weer een soort VAR komen, een verklaring waarmee ze hun opdrachtgevers kunnen vrijwaren van naheffingen. Dat wil de VVD misschien ook, maar het programma is veel vager: de Belastingdienst moet duidelijker zijn over (schijn)zelfstandigheid, schrijft de VVD.

Transitievergoeding
Bij het vraagstuk vast-flex is er ook een duidelijk links-rechtsonderscheid. GroenLinks, SP en PvdA willen allemaal dat werkgevers meer WW-premie betalen voor flexwerkers. Die zijn vaker werkloos, dus moet er meer voor hen worden bijgedragen, vindt links. Bovendien moeten flexwerkers direct recht op transitievergoeding opbouwen, volgens de SP na een maand, volgens GroenLinks en PvdA zelfs al vanaf de eerste werkdag.

D66 heeft de ingrijpendste hervorming in het programma staan: iedereen krijgt een vaste baan, maar die wordt een stuk minder vast. Het is ambitieus, maar heeft ook een aantrekkelijke eenvoud: de vaak onredelijke ongelijkheid tussen vast en flex wordt in theorie opgeheven.

Het CDA wil langere tijdelijke contracten toestaan. Een vijf- of zevenjarig arbeidscontract moet mogelijk worden. De VVD wil de ketenbepaling uit Asschers WWZ terugdraaien, zodat weer meer tijdelijke contracten achtereen mogelijk zijn.

En de Partij voor de Vrijheid? Op het enkele A4’tje waarmee deze straks misschien wel grootste partij van het land de verkiezingen ingaat, was geen plaats voor zelfs het beknoptste plan voor de Nederlandse arbeidsmarkt. Helemaal niets.

(FD)

Dit is derde deel uit serie van drie over de verkiezingsprogramma’s. Eerder:

Iemand anders probleem

In ingewikkelde tijden als deze moeten we teruggrijpen op onze klassiekers. Wat zegt Machiavelli over Trump? Wat staat er in A Letter Concerning Toleration van John Locke over religieuze tolerantie? Wat schrijft Spinoza over een politicus als Wilders, Montesquieu over Le Pen en wat zou Hannah Arendt vinden van de opkomst in Duitsland van een partij als Alternative für Deutschland?

Ik heb hun boeken op m’n nachtkastje gelegd en ga ze vast lezen. Maar welk boek moet ik pakken om Donald Trumps hoofdeconoom te begrijpen? Peter Navarro is hoofd van de National Trade Council. De professor heeft zelf ook een aantal boeken geschreven. Maar titels als Death by China (2011) en The Coming China Wars (2006) nodigen niet echt uit tot diepe studie. De achterflap is voldoende om te snappen hoe Navarro denkt: China heeft een handelsoverschot met de Verenigde Staten, en is daarom een bedreiging voor de Amerikaanse hegemonie.

De titel van Navarro’s volgende wordt vast: How Germany is killing us. Want dinsdag haalde de econoom hard uit naar Duitsland. Tegen de Financial Times vertelde hij dat de euro een ‘impliciete Deutsche Mark’ is, waarvan de waarde grof ondergewaardeerd is, zodat Duitsland een oneerlijk handelsvoordeel heeft. Duitsland speelt vals, vindt Navarro, want het houdt de euro kunstmatig goedkoop.

Welk boek moet ik pakken om deze tirade te begrijpen? Geen economieboek, want daarin zal ik geen verklaring vinden. De eurokoers is de afgelopen twee jaar gedaald. Maar eerder was het juist de VS die via het opkoopbeleid van de Fed de dollar kunstmatig goedkoop hield. Nu koopt de ECB obligaties op en is de euro weer wat goedkoper. Maar de Duitsers hebben zich juist met hand en tand verzet tegen dit ECB-beleid. Hen de gedaalde eurokoers in de schoenen schuiven is absurd.

Navarro is een echte Trump-man: het is nooit de schuld van de VS, altijd van het buitenland. Het Amerikaanse tekort op de handelsbalans wordt veroorzaakt door valsspelende Chinezen en Duitsers. In werkelijkheid is het tekort het logisch gevolg van Amerikaanse overconsumptie. Wat je wel koopt, maar niet zelf maakt, moet je (per saldo) importeren. Minder lenen, minder uitgeven, alleen daarmee gaat het tekort omlaag. Alle economen weten dat, behalve Trumps hoofdeconoom.

Welk boek daar bij past? Dat moet een sciencefiction boek zijn. Bijvoorbeeld het briljante Hitchhiker’s Guide to the Galaxy van Douglas Adams, met daarin het buitengewoon krachtige ‘Somebody Else’s Problem field’. Gooi dit krachtveld ergens overheen, en het wordt onzichtbaar. Want wie let er nou op iemands anders probleem? Zeer bruikbaar als straks na jaren Trumponomics de staatsschuld van de VS is geëxplodeerd en het bijbehorende handelstekort ook. Iemands anders probleem, want Trump noch Navarro kunnen er niets aan doen.

FD

Naschrift

Oud-minister Bert de Vries stuurde n.a.v. deze column een bericht naar het FD:

Het aplomb waarmee Mathijs Bouman in zijn column van 1 februari beweert dat er geen economieboek te vinden is dat de opvatting van Trumps economisch adviseur bevestigt, dat de concurrentie­positie van Duitsland door de koers van de euro grof wordt ondergewaardeerd, doet niet onder voor de populistische wijze waarop deze boodschap door Trump en de zijnen wordt verkondigd.

In zijn veel geprezen boek The Shifts and the Shocks; What we’ve learned – and still have to learn – from the Financial Crisis legt de alom gerespecteerde commentator van de Financial Times, Martin Wolf, het namelijk keurig uit. De koers van de euro wordt bepaald door de gemiddelde concurrentiekracht van de eurozone. Dat betekent dat de bovengemiddelde concurrentiekracht van Duitsland en Nederland er fors door onderschat wordt en die van de zuidelijke lidstaten erdoor wordt overschat.

Het onmiskenbare bewijs daarvan vormen de langdurige grote betalingsbalansoverschotten van Duitsland en Nederland. Dat is wellicht een ongemakkelijke waarheid. Maar het helpt niet erg om de boodschapper daarvan te betichten van pure domheid. Zelfs niet als er goede redenen zijn om die boodschapper te verdenken van weinig begrip voor de problemen, die door deze situatie worden veroorzaakt.

Bert de Vries, oud-minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

Ik kreeg ook andere reacties met deze strekking. Duitsland heeft een overschot op de handelsbalans, dus de euro is voor Duitsland te goedkoop. Maar dat is niet wat Navarro Duitsland verwijt. Hij vindt dat de Duitsers valsspelen, dat ze de euro manipuleren om zo hun export te bevorderen. Dat kan Duitsland natuurijk helemaal niet, want het monetaire beleid is uitbesteed aan de ECB, waar Duitsland een minderheidsstem heeft. (En zoals ik in mijn column schreef: juist de Duitse ECB-ers hebben zich verzet tegen het lage rente- en opkoopbeleid van de ECB, als de euro al goedkoop is t.o.v. de dollar (een bewering waar je trouwens ook best vraagtekens bij kunt zetten) dan komt dat niet door Duits beleid.

De ‘manipulatie’ waar Duitsland zich schuldig aan maakt, bestaat dus slechts uit deelname aan de monetaire unie. Maar dat manipulatie noemen is waanzin.

Blijft staan dat Duitsland een overschot op de handelsbalans heeft. Hogere lonen, meer binnenlandse bestedingen, dat zijn de mechanisme waarmee dit kan worden verminderd. Je kunt dus best vinden dat het Duitse loonmechanisme stroef werkt, of de Duitse keuze om nu veel te sparen voor de vergrijzing en met een overschot op de begroting iets te doen aan de staatsschuld van zo’n 70% van het bbp (ruim boven het EMU-plafond). Maar de verwijten van valsspelen van Navarro zijn nergens op gebaseerd.

journalist en econoom