Niks neoliberalisme. Onze overheid bleef altijd groot en corona is geen reden voor nieuw elan

Eerst kwam Margret Thatcher. Daarna Ronald Reagan. En een decennium later werd Nederland een willige deelnemer aan het ‘neoliberale experiment’. De PvdA schudde z’n ideologische veren af. D66-er Hans Wijers gaf zijn baan als consultant op om ons de lessen van de markt te leren. En Frits Bolkestein gaf de teugels van de VVD een extra ruk naar rechts.

Zo vanaf halverwege de jaren negentig stond alles in het teken van marktwerking. De overheid trok zich terug uit de maatschappij. De welvaartsstaat werd afgebouwd, privatiseren was de norm en overheidsinterventies waren taboe. Nederlanders stonden er voortaan alleen voor. Milton Friedman lachte in zijn vuistje.

Zo. Dat waren twee mooi alinea’s met fake-history. Totale onzin dus, maar wel het verhaal dat veel mensen vertellen. Nederland als onderdeel van een soort neoliberale revolutie die de Nederlandse overheid naar de achtergrond drukte en de krachten van de markt alle ruimte gaf.

Sinds corona heeft dat verhaal een bijzondere epiloog gekregen. Want in Nederland vindt een plotselinge herwaardering van de overheid plaats. Links wist dat natuurlijk altijd al, maar nu zijn ook de middenpartijen bekeerd: de overheid heeft een belangrijke rol te spelen in de maatschappij, dus ook in de economie. Politici moeten de markt niet alleen bijsturen, maar dapper vooruit lopen en laten zien waar het heen moet met het land.

Volgens een analyse in de Volkskrant gaan zo ongeveer alle partijen in hun verkiezingsprogramma’s de rol van de staat als sterke dirigent weer in het zonnetje zetten. De markt heeft afgedaan, de overheid is helemaal terug al ultieme beterweter.

Premier Mark Rutte zei het al deze zomer: ‘Nederland is in de kern diep socialistisch’. Hijs de rode vlaggen maar, zing uit volle borst de Internationale, en laat het ‘Reedlijk willen’ ongeremd over ‘d’aarde stromen’. Want de Nederlandse flirt met het neoliberalisme is voorbij.

Wat een grap! Nederland heeft nooit een date gehad met het neoliberalisme (wat dat ook precies is). We zagen haar lopen aan de andere kant van de straat en floten misschien even tussen onze tanden. Maar toen ze opkeek sloeg Nederland verlegen de ogen neer en liep snel door. De nieuwe eeuw was nog niet begonnen of Bolkestein klaagde al over de ‘poolwind tegen de liberalisering’ in Den Haag. De overheid bleef in Nederland altijd dominant.

Bewijs? Kwantificering is moeilijk bij zo’n filosofisch onderwerp. Maar laten we eens naar de meest voor de hand liggende indicatoren kijken. Bijvoorbeeld het deel van het bruto binnenland product (bbp) dat de staat direct bestiert. In 1995 bedroegen de uitgaven van de overheid aan menskracht en materiële aankopen (dus exclusief uitkeringen en rentebetalingen) ruim 26% van het bbp. Dat percentage daalde iets rond de eeuwwisseling, steeg weer na de recessies van 2003 en 2009 en stond anno 2019 op 27,7. De overheid geeft meer uit dan voor de ‘neoliberale revolutie’. Hetzelfde geldt voor het aantal ambtenaren. Als de overheid terugtreedt, dan doet ze dat met steeds meer mensen. Het aantal banen bij het openbaar bestuur en overheidsdiensten ligt nu een stuk hoger dan in 1995. Dat is nog exclusief onderwijs en zorg, want daar steeg de werkgelegenheid in de afgelopen kwart eeuw nog veel sneller.

Maar bemoeit de overheid zich sinds de neoliberale revolutie dan wel minder met wat de burger mag en niet mag? Weer mis. Het aantal wetten die in werking zijn is sinds vorige eeuw alleen maar gestegen, van 1.100 begin jaren tachtig tot bijna het dubbele nu. De overheid is nooit teruggetreden in Nederland, maar heeft zijn invloed op de maatschappij alleen maar vergroot.

Neoliberalisme in Nederland is een grap. En rechtse partijen die de overheid nog belangrijker willen maken al helemaal. De overheid van de belastingdienst en de toeslagen, van het stikstofdossier en de files op alle snelwegen. De overheid die geen corona-app kan ontwikkelen zonder Google en Apple en ieder ict-project laat ontsporen. En de overheid van de coronateststraten die dicht zijn buiten kantooruren. Gaat die de economie weer sturen? Ik hoop het niet!

(FD)