De Steen (Eindejaarsfeuilleton 2018)

DE STEEN

Deel 1: Ontdekking

Urenlang heb ik door de gangen gelopen. Ik kwam langs de plaats waar de steenhouwers van Rouwet B.V. tot voor kort nog hun blokken mergel uitzaagden. En langs de beroemde schuilkapel. Maar nu ben ik in een van de diepst gelegen kamers van de Sibbergroeve in Zuid-Limburg gaan zitten. Ik zal niet verder gaan. Dit is de plaats waar ik mijn verhaal opschrijf, met houtskool op de gladde muur van de groeve.

Zodat latere generaties – als die er tenminste nog komen – zullen begrijpen wat er is gebeurd. En waarom niemand iets deed. Dat wordt het laatste wat ik doe. Totdat de batterij van mijn lamp op is, en ook hier, net als 40 meter hoger op het aardoppervlak, de duisternis gaat heersen. En de kou. De oneindige kou.

 Maar laat ik bij het begin beginnen. Bij de warmte van Hawaï tussen kerst en nieuwjaar in 2018.

De nacht is lang geweest en saai. Nog een uurtje en dan komt de ochtendschemer en kan ik geen waarnemingen meer doen met de Pan-STARRS-telescoop. Het is een ongewoon grote telescoop, uitgerust met de grootste digitale camera ter wereld en gemaakt voor het bestuderen van asteroïden.

Er was een flinke lobby voor nodig om mij hier op Hawaï te krijgen, want buitenlandse onderzoekers zijn bij de Nasa van Donald Trump niet welkom. Maar uiteindelijk, nadat ik had bewezen dat niemand van mijn voorouders ooit in het Midden-Oosten was geweest, mocht ik een maand lang meezoeken naar ruimtestenen.

Ik ben, zoals de meeste astronomen hier, vooral geïnteresseerd in grote asteroïden met een baan die in de buurt komt van die van de aarde. ‘Aardscheerders’ noemen we die. Near Earth Objects (NEO) zeggen ze bij Nasa. Die zijn om veel redenen interessant om te bestuderen, maar we brengen ze vooral in kaart uit veiligheidsoverweging. Misschien vinden we een ruimtesteen die recht op de aarde afkomt.

Niet dat de kans daarop groot is. Eerder astronomisch klein. Ik heb de afgelopen nachten dan ook niets spannends ontdekt. De computers meldden nog geen zandkorreltje onderweg naar Jupiter. Het was vooral saai, saai, saai….

Maar wacht. Het scherm voor me licht op. Leuk, toch nog een klein ontdekkinkje, zo vlak voor de ochtend. De computer heeft mijn laatste foto vergeleken met die van gisteren en meldt een minuscule verandering. Een bijna onzichtbaar klein lichtpuntje is iets verschoven. Op basis daarvan gokt de computer — meer dan gokken is het niet — dat het object ongeveer naar de aarde toe beweegt.

Kijk, voor dit soort kleine succesjes doe je dit werk! Ik laat de computer een naam genereren voor het object: 2018-YW302, maak een aantekening voor de ochtendploeg en vertrek naar mijn kamer, waar ik meteen in slaap val.

Ik word wakker van opgewonden geschreeuw op de gang. “This is the real thing!”, roept iemand met overslaande stem. “A genuine planet-buster!”, brult een ander. En weer een ander, hysterisch lachend: “Extinction level, extinction level!”

Om kort te gaan: 2018-YW302 – of the Rock, de Steen – zoals het ding al snel gaat heten, is een enorme asteroïde van minstens twee kilometer doorsnede. Haar baan komt over drie jaar akelig dicht bij die van de aarde. Misschien kruisen de banen elkaar zelfs. Het is allemaal nog onzeker natuurlijk, veel meer metingen en onderzoek zijn nodig. Maar dit is precies het soort asteroïde waarvoor dit early-warningstation op Hawaï is opgezet. Want hoe eerder je een stuk ruimtepuin ziet aankomen, hoe langer tijd je hebt om er iets aan te doen.

Wat we precies kunnen doen is overigens niet direct duidelijk. Wetenschappers kunnen het gevaar ontdekken en in kaart brengen, nu is het de beurt aan politici en beleidsmakers om een mondiaal actieplan te bedenken en daadkrachtig op te treden.

De Steen komt op ons af en de gevolgen kunnen enorm zijn. Dit is het moment dat de wereld samen moet komen om een collectief antwoord te vinden op deze dreiging.

 

Deel 2: Het Akkoord

 Uiteindelijk komt de wereld bij elkaar. In Parijs, waar een speciale Conference of the Party’s (COP) wordt gehouden en onder het luide gejuich van de vertegenwoordigers van 174 verschillende landen, een akkoord wordt getekend. De mensheid zou met een gezamenlijk inspanning de Steen van koers laten veranderen. Wetenschappers van het Inter-Planetary Collission Committee (IPCC) hebben berekend dat een koerswijziging van twee graden genoeg is om de aarde te redden. En in Parijs beloven de landen plechtig die twee graden voor elkaar te krijgen.

Helaas is er wel een vol jaar voorbijgegaan. Ik heb me daar net als veel andere astronomen zeer over verbaasd. Want kort na de ontdekking van de Steen was het duidelijk dat snelle actie nodig was. Maar in plaats daarvan is tijd verspild met nutteloze discussies.

Want vrijwel direct nadat Nasa de waarschuwing heeft gepubliceerd is er een vreemd soort protest op gang gekomen. Alsof men de waarheid niet onder ogen wil zien. Eerst is het nog vrij onschuldig. Mensen pakken hun verrekijker, turen naar de hemel, en roepen: ‘Geen steen te zien!’ Anderen proberen op hun eigen laptopjes de gecompliceerde berekeningen van Nasa over te doen, en komen met hun eigen conclusies: ‘De Steen gaat de aarde zeker missen’.

De pers laat deze mensen uitgebreid aan het woord en enkele opiniemakers haken daarop in. ‘Is er wel een steen, of is dit gewoon de weerspiegeling van de zon?’, vragen zij.  ‘Waarom zouden we Nasa geloven? Hebben de astronomen persoonlijk belang bij extra aandacht voor hun vakgebied? Zijn ze uit op meer onderzoeksgeld?’

Er komen meer van deze ‘Steenontkenners’. ‘Ik zie geen steen’’, houden sommige politici hun kiezers voor. ‘Ziet u wel een steen? Nee toch? We worden bang gemaakt door steengekkies met een geheime agenda.’ Er komen websites, internetfora en zelfs een documentaire over de zogenaamde ‘steenleugen’. Praatprogramma’s op tv voelen zich verplicht om tegenover iedere waarschuwende astronoom een rabiate steenontkenner te zetten. ‘Voor de balans’, zeggen de redacties. ‘Astronomie is geen echte wetenschap’, schampert zo’n ontkenner dan. ‘Er is maar één heelal, dus jullie kunnen geen experimenten doen.’

Een onbekende wetenschapper (geen astronoom, maar een gesjeesde geoloog) schrijft een artikel in een dubieus wetenschappelijk tijdschrift, waarin hij concludeert dat de Steen niet naar de aarde toe komt, maar er juist vanaf beweegt. ‘Zie je wel’, roepen de steentwijfelaars. ‘De wetenschappers weten het ook niet!’ Het is allemaal buitengewoon treurig.

Later, als astronomen met al meer bewijs komen over zowel het bestaan van de Steen als zijn baan (recht op de aarde af, voorspelt inmiddels 97% van de astronomen), veranderen de argumenten van de sceptici. ‘Inslagen van meteorieten, dat is iets van alle tijden’, zeggen ze. ‘Daar kan moeder aarde heus wel tegen.’ Anderen zien zelfs voordelen. ‘Meteorieten hebben metalen, water en misschien zelfs de bouwstenen voor het leven naar de aarde gebracht. Stenen uit de ruimte zijn goed, niet slecht!’ Weer anderen worden juist fatalistisch. ‘Wat denkt de nietige mens wel, dat hij een asteroïde kan tegenhouden? Hoogmoed!’

Maar dat laatste is dus precies wat de deelnemers van het Parijse COP-congres, rond de kerst van 2019 denken. Behalve over de twee graden, is ook overeenstemming bereikt over de manier waarop de mensheid de Steen uit zijn dodelijke baan zal duwen: met laserstralen. Eerdere suggesties om ruimteschepen met of zonder atoombommen aan boord naar de Steen te sturen, zijn snel afgeschoten. Pure sciencefiction.

Nee, het zou vanaf het aardoppervlak moeten gebeuren, met duizenden enorme laserkanonnen, die de Steen continu bestralen. Het laserplan kan in theorie werken, maar alleen als alle landen meedoen, zodat de Steen 24 uur per dag wordt bestookt. Anders komt de twee graden koerscorrectie nooit in zicht.

Laserkanonnen zijn buitengewoon duur en slokken enorme hoeveelheden energie op. Er moet dus veel geld op tafel komen en de deelnemende landen zullen een flink deel van hun elektriciteitsproductie naar de lasers moeten leiden. Dat gaan bedrijven en burgers flink voelen. Maar over dat pijnlijke onderwerp is in Parijs niet gesproken.

 

Deel 3: Tafels

Er moeten laserkanonnen komen. Enorme dingen. En daar dan heel veel van. De Steen, de enorme asteroïde die op de aarde af raast, zal daarmee minstens twee graden uit zijn baan worden geduwd. Als alle landen tenminste meedoen. Dus ook Nederland.

Maar in Nederland gaat de uitvoering stroef. Want waar moeten die kanonnen komen? Hoe gaan we ze betalen? Waar halen we de enorme hoeveelheid elektriciteit vandaan, die de lasers nodig hebben? Naar goed vaderlands gebruik, besluit het kabinet deze vragen niet zelf te beantwoorden, maar ze over te dragen aan het maatschappelijk middenveld. Er komen drie speciale overlegtafels waar alle belanghebbenden hun zegje kunnen doen: een over de plaatsing, een over het geld en een derde tafel voor het elektriciteitstekort.

Aan tafel 1 gaat het al meteen mis. Burgerbewegingen uit alle delen van het land protesteren tegen plaatsing van de kanonnen in hun regio. Horizonvervuiling, vindt men het. En hoe kun je nog slapen met die rode lichtstrepen in de lucht? Maken die lasers niet heel veel lawaai? En krijg je van de straling misschien autisme? Een revolte dreigt, dus aan de overlegtafel besluit men al snel dat de lasers alleen in gebieden met weinig inwoners komen te staan.

Maar daar komen dierenvrienden tegen in het geweer. De laserstralen gaan een bloedbad aanrichten onder vogels, vrezen ze. En de grote zoogdieren worden er onrustig van. Woedende demonstranten gooien de hekken van een natuurgebied plat om heckrunderen, konikpaarden en edelherten preventief te bevrijden. Een flink aantal daarvan wordt binnen een etmaal aangereden door het verkeer van de nabijgelegen autoweg. Dat maakt de dierenliefhebbers nog bozer.

Uiteindelijk komt er een compromis. Er komen minder lasers dan aangekondigd en ze vallen ook kleiner uit. ’s Nachts worden ze uitgezet en op feestdagen ook overdag. Bij lage bewolking, mist en druilerig weer gaan de lasers ook niet aan. Net zomin als op warme dagen, als iedereen rustig buiten wil zitten. De belangenbehartigers van de burgers gaan morrend akkoord.

Maar de dierenvrienden lopen boos weg: ‘Dit is niet eerlijk en niet effectief!’

Het overleg over het geld loopt nog stroever. ‘Laat het de bedrijven maar betalen, die hebben nog nooit iets gedaan om de Steen te stoppen’, roept men aan de linkerkant van de tweede overlegtafel. ‘Of beter nog: laat de hele industrie failliet gaan, misschien dat de Steen dan een andere route kiest.’ Van de rechterkant klinkt protest: ‘We moeten de bedrijven juist helpen. Laten we ze extra subsidie geven. Wie weet is de Steen daarvan onder de indruk.’

Er volgt een langdurige discussie over de vraag of rijke Nederlanders meer moeten betalen dan de arme. Wat is de invloed van de aankoop van laserkanonnen op de inkomensverdeling en hoe zit het precies met de koopkracht? Prima dat de mensheid niet vernietigd wordt door een stuk ruimtepuin, maar waarom moet de gewone man daaronder lijden? Men komt er niet uit.

Even lijkt er een oplossing, wanneer de regering garandeert dat de koopkracht voor iedereen voortaan elk jaar zal stijgen. Maar kort daarna trekt de vakbond toch de stekker uit het overleg. Het kabinet wil niet beloven dat de AOW-leeftijd omlaaggaat naar 65 jaar. En ook de pensioenen worden niet geïndexeerd. Wat heeft het voor zin om de wereld te redden, als ouderen in koopkracht achterblijven?

Aan tafel 3 komt het gesprek niet eens op gang.  Bedrijven en burgers moeten minstens de helft minder stroom gaan gebruiken, anders is er niet genoeg voor de laserkanonnen. Maar niemand is bereid in te leveren.

Deze tafel geeft de opdracht daarom terug aan de politiek, die meteen daadkrachtig optreedt. De Tweede Kamer neemt met 80% meerderheid een speciale anti-Steenwet aan, waarmee ze zichzelf beveelt alle problemen subiet op te lossen. Daarna blijft het stil.

Zodra de bouw van de eerste lasers dan eindelijk begint, is het eind december 2020. De Steen komt al akelig dichtbij. Met een goede verrekijker kun je hem ’s nachts zien.

Deel 4: Inslag

‘Ex spatio petram non est’. De jonge parlementariër spreekt de woorden op gedragen toon uit en kijkt verwachtingsvol de Tweede Kamer in. Lege ogen staren hem aan. Hij zucht. ‘Vertalen is eigenlijk beneden mijn waardigheid, maar goed: de steen uit de ruimte bestaat niet.’ Hij houdt een ingewikkelde grafiek in de lucht om zijn punt te ondersteunen. ‘Kijk maar. Geen steen te zien. Als er al een steen, is dan het vast een kleintje. Mocht-ie toch groot zijn, dan zal de steen de aarde zeker missen. En als de aarde toch wordt geraakt, dan moeten we niet denken dat we er iets aan kunnen doen.’

De politicus laat een lange pauze vallen. ‘Als Nederland die idioot dure laserkanonnen aanzet, dan duwen we die zogenaamde Steen maar 0,0003 graden uit zijn baan! Het helpt dus helemaal niets, we kunnen beter niets doen! Het Nederlandse volk wordt bedonderd!’

Wie had gedacht dat de Nederlandse politiek en samenleving in het laatste jaar voor de inslag eindelijk wakker wordt om eendrachtig aan een oplossing te werken, komt bedrogen uit. Hoe duidelijker de Steen in de maanloze nachten zichtbaar is, hoe groter de tegenstand lijkt te worden. Steenontkenners, inslagsceptici en botsingfatalisten domineren de discussie. Gevolg is dat er nauwelijks extra geld beschikbaar komt voor de bouw van meer en grotere laserkanonnen. Nederland is daardoor in de achterhoede van de Europese laserbouw beland. Alleen Luxemburg en Malta doen nog minder om de afspraken uit Parijs na te komen.

Ach, aan meer lasers hebben we toch niets, want het probleem van de verdeling van elektriciteit is niet opgelost. Af en toe gaan een paar laserkanonnen even aan, maar zodra burgers beginnen te klagen over flikkerende lampen, of bedrijven over te lage spanning op het net, worden ze snel weer uitgezet. ‘Bouw gewoon een paar kerncentrales’, luidt het advies van enkele zelfbenoemde experts. ‘Of beter nog: vind snel een veilige thoriumcentrale uit.’ Natuurlijk is daar al lang geen tijd meer voor. Maar met praten over dit soort ‘oplossingen’ wiegt Nederland zichzelf in slaap.

Er zijn ook burgers die het gevaar van de Steen wel onderkennen en zich ergeren aan de Nederlandse inactiviteit. Zij slaan massaal laserpennen in en schijnen daarmee vanuit hun tuin of balkon elke nacht ongeveer in de richting van de Steen. Dat heeft natuurlijk geen enkele zin, maar is wel sympathiek.

Minstens zo sympathiek is de actiegroep die de Nederlandse Staat voor de rechter daagt wegens wanbeleid. Tot in hoger beroep krijgen ze gelijk. Maar uiteraard verandert dat natuurlijk niets.

In de herfst van 2021 wordt duidelijk dat het ook niets meer zal uitmaken. Bijna alle landen hebben minder laserkanonnen gebouwd dan afgesproken en ze ook minder vaak laten schijnen. De Steen is nog geen graad uit z’n oorspronkelijke baan geduwd en ligt nog steeds op ramkoers met de aarde.

Er volgen weken van paniek, woede en uiteindelijk berusting. De wereld viert nog een laatste keer kerst. Maar niemand koopt vuurwerk.

Daar zorgt de Steen wel voor, laat op de avond van 31 december 2021. Een enorme vuurbal, een verblindende lichtflits en daarna een oorverdovend lawaai dat langzaam de hele globe rondgaat. Dan komt de wind. Een hete wind die alles omver blaast en verschroeit. Dan aardschokken en vloedgolven en een regen van stenen en puin. Een dikke stoflaag blokkeert de zon.

Weken later is het stof nog lang niet opgetrokken. De kou is dodelijk voor mens en natuur. Ik ben diep in deze Limburgse mergelgrot gelopen om dit verhaal op te schrijven. Mijn lamp is nu bijna op. Mijn vingers zijn ijskoud. Net als de rest van mijn lichaam. Nog net tijd voor een laatste slotopmerking. Maar ik kan niets anders bedenken dan: jammer. Echt jammer, dat we niet iets meer ons best hebben gedaan.

(FD)