Plastic overwoekert onze planeet en er zijn veel kleine stapjes nodig om daar wat aan te doen

Oorlog, inflatie, corona, klimaat, stikstof. Kunt u er nog een kopzorg bij hebben? Vast niet, maar hier komt er toch nog een: plastic! Het ultieme verpakkingsmateriaal is een groot probleem aan het worden. Plastic vervuilt de natuur, bedreigt dieren in de zee en op land, vergiftigt de voedselketen en het grondwater. Die problemen worden steeds groter omdat plastic niet vergaat, maar slechts in steeds kleinere stukjes uiteenvalt. Het kan wel tweeduizend jaar of meer in het milieu blijven.

Voorkomen van het gebruik is de beste oplossing. Prima dus dat het kabinet deze week besloot dat wegwerpbekers- en bestek vanaf 2024 niet meer zijn toegestaan. Niet in de horeca, niet meer op festivals en ook niet meer op kantoor. En nee, papieren bekertjes met een laagje kunststof mogen ook niet meer. Dit is de Nederlandse invulling van een eerder Europees besluit om plastic voor eenmalig gebruik te verbieden. Eerder gingen de plastic roerstaafjes, rietjes en wattenstaafjes al in de ban.

Ja, het heeft allemaal een hoge lulligheidsgraad. Gaan we de wereld redden door rietjes en bekertjes te verbieden? Nee, maar tegengaan van plasticgebruik is een proces van heel veel kleine stapjes met uiteindelijk groot resultaat.

Voorkomen is het beste, maar recycling van plastic is ook een aanvaardbare oplossingen. Een nieuw rapport van de Oeso laat echter zien dat het daar allerminst goed mee gaat. Volgens de Global Plastic Outlook, dat afgelopen week verscheen, gooiden we in 2019 op de wereld 375 megaton aan plastic weg. Dat is 375 miljard kilogram. Oftewel gemiddeld 49 kilo per wereldburger. Van deze plasticberg kwam uiteindelijk slechts 29 megaton terug in de productieketen van plastic. Dat is een recyclingpercentage van nog geen 8%. De rest van het afval werd gestort, verbrand of belandde in het milieu.

Het kwam onder andere terecht in rivieren, zeeën en oceanen. Alleen al in 2019 stroomde er 6 megaton plastic het water in. Daarmee kwam de geschatte omvang van de plasticsoep op 139 megaton. Aan plastic zwerfvuil op het land kwam er in 2019 wereldwijd 13 megaton bij.

Er werd ook plastic verbrand in kleine vuurtjes en gedumpt op illegale stortplaatsen. Samen goed voor 60 megaton. Dit gebeurt vooral in minder welvarende landen zonder goed vuilnisophaalsysteem en is schadelijk voor mens, dier en milieu.

Rijkere landen gaan meestal georganiseerder om met plastic afval. Maar ook daar is de uitkomst problematisch. Zo werd er 174 megaton gestort op officiële vuilnisbelten en 67 megaton verbrand. In Nederland kiezen we vooral voor verbranden, in grote afvalverbrandingscentrales. Daarbij wordt vaak wat bruikbare warmte geproduceerd en wat elektriciteit opgewekt. Maar dit is erg klimaatonvriendelijke energie. Plastic verbranden is zelfs CO₂-intensiever dan kolenstook. Houd je ook rekening met de uitstoot die vrijkomt bij de productie van plastic, dan geeft elektriciteitsproductie met plasticverbranding volgens schattingen wel zes tot tien keer zoveel CO₂-uitstoot als een kolencentrale.

Daarom gaan er ook voorzichtig stemmen op in Nederland of we ons plasticafval in plaats van verbranden misschien niet beter kunnen opslaan (lees: storten op een moderne stortplaats, zonder verwaaiing of vervuiling van bodemwater). Als recyclingtechnieken beter worden, zou het dan op een later moment weer in de plasticketen kunnen worden gebruikt. Verbranden van deze toekomstige grondstof is zonde.

Die recycling van plastic staat nog nu in de kinderschoenen. Er is een breed programma nodig om de lage percentages omhoog te krijgen. In armere delen van de wereld begint dat bij bewustwording en inzameling. Bij ons gaat het om statiegeldsystemen (het aantal kleine flesjes in het zwerfvuil is dit jaar snel gedaald!), regels voor producenten en technische oplossingen bij herkenning en scheiding van plastic. Het bedrijf Filigrade uit Twello, bijvoorbeeld, heeft een methode om plastic verpakkingen een onzichtbaar watermerk mee te geven, dat afvalscheidingsmachines kunnen herkennen.

Het zal van dit soort technische oplossingen moeten komen, maar ook van economische prijsprikkels en soms van strenge regelgeving. Veel kleine stapjes zijn nodig, maar we moeten ze wel snel gaan zetten.

FD