Watersof

Honda stopt er mee. Productie van de Clarity, de waterstofauto van het Japanse merk, wordt gestaakt. De auto was in Nederland nooit te koop, maar was wel al jaren ‘gereed voor de Europese introductie’. Het zal er nooit van komen.

Gelukkig maar, want de waterstofauto is een misbaksel. Zeker in een dicht bekabeld land als Nederland is rijden op waterstof nergens voor nodig. Waterstof moet geproduceerd worden, bij voorkeur uit groene stroom en wordt daarna in de auto via een brandstofcel weer omgezet in elektriciteit. Het is veel efficiënter om met die groene stroom direct de auto aan te drijven. De schaarse groene waterstof dan worden ingezet voor processen die veel moeilijker te elektrificeren zijn. Bijvoorbeeld in de chemische- en staalindustrie.

Toch blijft de overheid de twee laatste waterstofauto’s op de markt, de Hyundai NEXO en de Toyota Mirai fiscaal voortrekken. Ook al kosten ze minimaal €65.000, ze vallen geheel onder de voordelige bijtelling. Voor gewone elektrische auto’s met een accu geldt dat lage tarief slechts tot €40.000. Zo stimuleert de overheid de verkeerde technologie.

FD

Proeve van een feestbegroting

Om het schoolpleinniveau van deze formatie (‘Ik wil wel met jou spelen, maar niet als hij ook meedoet’) te ontstijgen, gaan Rutte en Kaag een voorstel voor een regeerakkoord schrijven. Partijen die zich in de inhoud kunnen vinden, mogen zich dan aansluiten.

Het is een beproefd recept dat ons ooit het beste kabinet van de afgelopen dertig jaar opleverde: Paars I. In 1994 kwamen VVD en PvdA er niet uit, dus Wim Kok schreef een ‘proeve van een regeerakkoord’. Daarna ging de formatie snel.

Bijzonder, want zo leuk was dat stuk van Kok niet. Hij wilde 18 miljard gulden bezuinigen, de VUT afschaffen en de basisbeurs voor studenten uitkleden. Er moesten 350.000 banen bijkomen, want de werkloosheid was met 7,7% veel te hoog. Bepaald geen uitnodiging voor een feestje, maar de politici van toen namen hun verantwoordelijkheid.

Vergeleken met toen hebben Rutte en Kaag het makkelijk. De werkloosheid is al laag, bezuinigen hoeft nu niet, de studenten mogen er juist weer geld bij krijgen en alle partijen willen leuke dingen voor werknemers doen. De ‘proeve’ wordt een feestbegroting. Dat moet ze toch wel lukken?

FD

De SER regeert

Het kabinet vroeg aan Borstlap om advies over de arbeidsmarkt. Hij vormde een commissie met daarin vier kroonleden van de SER. Die nodigde FNV, CNV en VNO-NCW – ook van de SER – uit voor gesprekken. De conclusies belandden in een rapport.

Toen kwamen er verkiezingen. Regeringspartijen VVD, D66, CDA en ChristenUnie verwezen in hun programma’s allemaal naar het rapport van Borstlap. Na het stemmen werd de SER-voorzitter gevraagd als informateur. In die rol ontving zij FNV, CNV en VNO-NCW (van de SER).

Deze drie sloten toen binnen de SER een akkoord, op basis van het Borstlap-rapport en gaven dat aan de informateur (de SER-voorzitter). Die onderzocht of VVD, D66, et cetera, zich konden vinden in dit SER-akkoord, geschreven op basis van het advies van de door hen zelf ingestelde commissie met SER-kroonleden, waarnaar de partijen dus al hadden verwezen in hun programma’s.

Duizelig van al deze cirkelredeneringen en zelfcitaties vraagt Nederland zich nu af: gaat de informateur/SER-voorzitter straks als minister van Sociale Zaken het SER/Borstlap-advies zelf uitvoeren? En wordt Borstlap dan de nieuwe SER-voorzitter?

(FD)

Na corona komen de oude problemen terug: trage productiviteitsgroei en te weinig vernieuwing

Pessimisten hadden het moeilijk, in deze week vol puik economisch nieuws. De werkloosheid daalt, het aantal banen groeit, bedrijven exporteren ruim 25% meer dan een jaar geleden en vergeleken met andere Europese landen gaan er bij ons maar weinig bedrijven failliet.

Alle tekenen wijzen op een vliegende herstart van de Nederlandse economie. De Nederlandsche Bank verwacht een groei van 3% dit jaar — ondanks de slechte start in het eerste kwartaal — en 3,7% volgend jaar. De Oeso, die met een rapport over Nederland kwam, is bijna net zo optimistisch en concludeert dat we relatief goed door de crisis zijn gekomen.

Natuurlijk is er nazorg nodig. In sommige sectoren stapelen de bedrijfsschulden zich op en kwetsbare groepen zijn tijdens de lockdown verder achterop geraakt. Daar is gericht beleid voor nodig. Maar het plan om de vastgelopen economie na corona met een omvangrijk macro-economisch stimuleringsprogramma vlot te trekken, kan inmiddels wel in de prullenbak. Alleen in de kamer van de informateur wordt dat wellicht nog serieus genomen, en dan alleen omdat het met zo’n ongeclausuleerde zak geld op tafel prettig onderhandelen is.

Zijn daarmee al onze zorgen voorbij? Natuurlijk niet. Alles wat mis was in 2019, is dat nog steeds, alleen zijn de problemen nu anderhalf jaar ouder, rijper en neteliger. De stikstofcrisis, de woningnood, het klimaatvraagstuk en het lerarentekort vragen nog steeds om een oplossing.

De schaarste op de arbeidsmarkt is ook terug. En erger dan ooit, want de vergrijzing van de beroepsbevolking is tijdens corona gewoon doorgegaan. De horeca mag open, maar de koks en obers zijn elders aan het werk gegaan. De energietransitie dreigt vast te lopen in een tekort aan technisch personeel. En elk bedrijf dat wil groeien, moet zich als eerste afvragen: kan ik daar de mensen wel voor vinden?

Deze arbeidsschaarste is onze bottleneck. Het structurele tekort aan personeel dreigt de groei te smoren. Het valt misschien nog wat te rekken als deeltijders meer uren gaan maken, de AOW-leeftijd verder oploopt, inactieven met wortel en stok tot arbeidsdeelname worden ‘verleid’ en de deuren opengaan voor arbeidsmigranten. Maar een gezond groeimodel is dat niet.

Toch is het dit armoedige model waar Nederland de afgelopen jaren ongemerkt voor koos. De productie steeg, maar niet doordat de productie per gewerkt uur toenam. Het afgelopen decennium groeide de arbeidsproductiviteit met slechts 0,3% per jaar. Tussen 2000 en 2010 — toch ook een decennium vol crises — was dat vier keer zoveel. In de vorige eeuw lag het tempo van de productiviteitsgroei nog veel hoger. Slimme groei maakte plaats voor domme groei.

Er zijn dikke rapporten verschenen over de oorzaken van deze neergang en mogelijke oplossingen. Zoals meer en beter onderwijs, zowel voor als tijdens de carrière, meer diepte-investeringen in technologie en betere matches op de arbeidsmarkt.

En vooral ook meer geld en aandacht voor onderzoek en ontwikkeling. Dat is een oplossing die de Oeso in het recente rapport over Nederland benadrukt. Want hoewel wij ons graag zien als een nijver volkje van slimme innovators, vallen juist de geringe R&D-inspanningen van Nederlandse bedrijven op.

De uitgaven komen niet boven de 2% van het bbp uit. In landen als Duitsland, Zweden en Israël is dat veel meer. Ook het aantal onderzoekers per duizend werkenden valt tegen. Met 9,3 zitten we ver onder de Scandinavische landen en ook onder België en Frankrijk. In Israël staat de teller maar liefst boven de 17.

Nu is de relatie tussen R&D-activiteiten en structurele economische groei natuurlijk niet een-op-een. Uit ander onderzoek blijkt dat Nederland efficiënt omgaat met elke euro R&D; we weten er veel uit te persen. Maar we leven in een tijd waarin technologische doorbraken en innovatie uiteindelijk het tempo van de groei aangeven, en dan is onze achterstand toch zorgwekkend.

En atypisch bovendien, want onderzoek en innovatie vormen tegenwoordig een proces van intensieve samenwerking tussen nationale en internationale partijen, tussen bedrijven, overheden en kennisinstellingen, gebaseerd op wederzijds vertrouwen. Juist daar zou Nederland goed in moeten zijn.

(FD)

Wisselende signalen

Meer mensen werken. En meer mensen werken minder. Meer mensen willen meer werken. En meer mensen juist minder.

Bent u daar nog? Ja, dit is allemaal waar. Tegelijk. Het aantal mensen met werk stijgt al drie maanden op rij en lag in mei boven het niveau van een jaar geleden en ook boven dat van mei 2019. Die mensen werken wel vaker in deeltijd. Het aantal deeltijders lag in het eerste kwartaal hoger dan in 2020, het aantal voltijders juist lager.

Lang niet alle deeltijders zijn tevreden met die situatie: een groeiend aantal deeltijders wil graag meer uren werken. Dat zijn er nu al een kleine half miljoen. Tegelijk zijn er 315.000 voltijders die juist minder willen werken en ook dat aantal groeit.

Meer meer en meer minder. Nu we economisch de coronacrisis uitsprinten geeft de arbeidsmarkt nogal wisselende signalen. Wat moet je daar mee, als ondernemer op zoek naar personeel? Misschien niet te veel verwachten van vacatures, want de werklozen zijn alweer bijna op. Kijk zeker ook of het huidige personeel misschien wat meer wil werken. En vooral: wat je als werkgever allemaal kunt doen om hen dat mogelijk te maken.

FD

Failliet land leent gratis

Kun je de euro ook te veel redden? Daar lijkt het wel op. Sinds de ECB-persconferentie van vorige week is de rente in Europa verder gedaald. De centrale bank blijft enorme hoeveelheden obligaties opkopen, ook nu de Europese economie veel sneller herstelt dan gedacht.

Die aankondiging leidde er deze week zelfs toe dat de Griekse vijfjaarsrente voor het eerst sinds mensenheugenis (en dat is lang bij de Grieken) onder de nul procent belandde. Griekenland, nog geen decennium geleden op de rand van faillissement en met een staatsschuld van ruim 200% van het bbp, krijgt geld toe op leningen met een looptijd van vijf jaar.

Negen jaar geleden stond die rente nog boven de 60%, als er al iemand te vinden was die aan de Griekse overheid wilde lenen.

Fijn voor de Grieken. Maar de Griekse rente is nu lager dan de Noorse, Britse of Amerikaanse rente. Ziet de ECB dat werkelijk als een logische marktuitkomst? Weet men zeker dat de Griekse overheid verstandige keuzes maakt als geld gratis blijft, ondanks de groeiende schuld? Kom op ECB, de euro is gered, het medicijn begint erger te worden dan de kwaal.

FD

Viva la revolución

‘Bitcoin heeft de stijgende trend verbroken na een verkoopsignaal van een kop-schouder patroon bij de doorbraak van de steun.’ Zomaar een zin uit een artikel van een cryptoanalist. Bij het stuk een kleurige koersgrafiek vol lijnen en ‘candlesticks’, als bewijs dat de wartaal niet zomaar uit de duim werd gezogen.

Verbied de bitcoin, schreef CPB-directeur Pieter Hasekamp in het FD. Ik weet niet of dat uitvoerbaar is, maar het zou wel voorkomen dat weer een nieuwe generatie wordt besmet met de onzin van technische analyse. Lijnen trekken om de toekomst te voorspellen, is populair onder bitcoinfans, want veel anders dan de koers is er niet om te analyseren. Bij gebrek aan echt nieuws staren de cryptospeculanten diep in het theeglas, op zoek naar een boodschap in de theeblaadjes.

Maar wacht, er is wel echt nieuws: El Salvador voert de bitcoin in als betaalmiddel. La revolución begint! De bitcoingemeenschap viert alvast de overwinning. Alsof monetaire experimenten in Latijns-Amerika ooit iets anders hebben gebracht dan chaos en armoede. Stop met malle grafieken tekenen en lees eens een geschiedenisboek.

FD

Goed en goedkoop peuteronderwijs, niet voor de ouders maar voor de kinderen en de economie

Geef eens een jaarbudget van een miljard aan een groep verstandige beleidseconomen en kijk vanaf een afstandje wat ze er mee doen. Het geld moet de samenleving zoveel mogelijk opleveren, dat vertellen we er meteen bij. Anders verdelen de economen het geld natuurlijk onder elkaar. Homo economicus, u weet wel.

Wat gaan ze, na bestudering van de vakliteratuur, doen met het miljard? Snelwegen aanleggen? Een waterstoffabriek bouwen? Hogere lonen in de zorg? Mogelijk kiezen de economen voor een heel andere bestemming: peuteronderwijs. Een speels en ongedwongen, dagelijks curriculum voor kinderen die nog te jong zijn voor de kleuterschool, gedoceerd voor goed opgeleid en gemotiveerd personeel. Zo goedkoop mogelijk en misschien zelfs gratis.

Verrassend? Niet voor wie het werk van econoom en Nobelprijswinnaar James Heckman kent. Deze Amerikaanse wetenschapper deed vele jaren onderzoek naar het effect van onderwijs op jonge kinderen, met name die uit achterstandsgezinnen. Zijn conclusie: een onderwijsdollar is meer waard naarmate je ‘m vroeger besteedt. Hoe jonger de leerling, hoe groter het effect.

Goed peuteronderwijs betaalt zich het hele leven terug. Letterlijk, want het zorgt voor hoger inkomen op latere leeftijd. En ook de maatschappij als geheel profiteert ervan: minder ongelijkheid, minder overerving van sociaal-economische problemen en een beter opgeleide bevolking die zorgt voor extra economische ontwikkeling. Een euro voor een peuter levert een factor zes tot acht aan rendement op, berekende Heckman.

Blokken stapelen, woordjes leren en spelen met andere peuters, het blijkt allemaal veel serieuzer dan we dachten. Kwalitatief peuteronderwijs is een van de sleutels voor maatschappelijke vooruitgang. Natuurlijk zijn de Amerikaanse onderzoeksresultaten niet een op een te vertalen naar Nederland, maar dat peuteronderwijs ook bij ons zou lonen is geen gewaagde stelling, want kansenongelijkheid is ook hier aanzienlijk. Ook bij ons gaat talent al jong verloren.

Dit is allemaal geen nieuwe kennis, maar in discussies over kinderopvang en voorschools onderwijs hoor je het toch weinig terug. Dan gaat het vooral over de toeslagen, over de kosten van kinderopvang en wie moet betalen, en over hoe kinderopvang ervoor gaat zorgen dat meer vrouwen fulltime gaan werken. De directe baten van kwalitatief peuteronderwijs zelf, voor de kinderen en de maatschappij, blijven op de achtergrond.

Tekenend is dat we voorschools onderwijs nog steeds vaak afdoen als ‘kinderopvang’. De kinderen worden beziggehouden, zodat de ouders kunnen werken. Een armoedige benadering die je ook terugziet in de cijfers. In het Europese peloton is Nederland bepaald geen koploper. Uit een inventarisatie van de OESO blijkt dat de overheid relatief weinig geld uitgeeft aan opvang en vroeg onderwijs: slechts 0,6% van het bbp. In Frankrijk en Scandinavische landen is dat minstens het dubbele.

Gevolg is dat Nederlandse ouders gemiddeld zelf flink meebetalen. Voor een gezin met twee kleine kinderen kan het wel om 14% van het huishoudinkomen gaan. Dat is meer dan in de meeste Europese landen. Logisch daarom dat Nederlandse ouders veel vaker dan elders voor informele vormen van opvang kiezen, bijvoorbeeld bij de grootouders.

Daar is op zich niets mis mee natuurlijk. Opa en oma zijn vaak prima oppas. Maar juist de interactie met andere peuters en de pedagogische kwaliteiten van het personeel zijn essentieel om het ‘Heckman-effect’ te bereiken. Informele opvang kan dat vaak niet bieden.

Mooi daarom dat de SER deze week kwam met een pleidooi voor betere voorzieningen voor jonge kinderen. Het rapport — geschreven voor de informateur die toevallig ook SER-voorzitter is, het blijft een koddige situatie — wijst nadrukkelijk op de baten van goede kinderopvang. Het mag dus wat kosten.

Die baten bestaan deels uit de productie van ouders die kunnen werken als de opvang goedkoop is. Dat voordeel is er vast, maar zou wat mij betreft niet de doorslag moeten geven. Nee, het gaat vooral om de baten voor de kinderen zelf in de rest van hun leven, en om het voordeel voor de economie en maatschappij. De SER benoemt die voordelen gelukkig ook. Zodra de formatie niet meer alleen over poppetjes gaat, maar eindelijk over de inhoud, mag dit onderwerp bovenaan de lijst.

 

Gevaarlijke mutaties

Ook na massale vaccinatie blijft het virus rondgaan, vrezen de experts. Nieuwe varianten zullen telkens weer voor uitbraken zorgen.

De economische corona-maatregelen blijken minstens zo hardnekkig. NOW dreigt te muteren in een permanente deeltijd-WW, op kosten van de overheid. Alsof we met bijstand, WW en de private aanvulling op de WW (ja, die bestaat) nog niet genoeg regelingen hebben. Tozo transformeert met wat pech in een verplichte inkomensverzekering voor zelfstandigen, want die kunnen hun zaakjes na de lockdown blijkbaar niet zelf regelen.

Het idee van de overheid als redder met oneindig diepe zakken gaat corona overleven. De verkiezingsprogramma’s stonden al vol met nieuwe uitgaven en wat er uit de formatie en de lobbygroepen naar buiten komt, duidt niet bepaald op hervonden zuinigheid.

Volgens de laatste prognose van het CPB geeft de overheid eind 2022 nog steeds 7,5% meer uit dan voor corona. De noodhulp is dan blijkbaar ongemerkt overgegaan in structurele uitgaven. Consumptie en investeringen groeien nauwelijks ten opzichte van 2019. Ik vrees dat ‘long-noodhulp’ de nieuwe Hollandse ziekte wordt.

FD

Inefficiënt Frans

### Goed om te zien dat u mogelijk anderen inspireert met onze journalistieke content. We vragen u enkel voor persoonlijk gebruik onze content te kopiëren, om geen inbreuk te maken op onze Algemene Voorwaarden. Vraag anders naar onze bedrijfslicenties via klanten@fdmediagroep.nl ###

Ik was achttien en kocht een postwissel op het postkantoor, om een camping in Engeland te boeken. Een postwissel was een betaalbewijs dat je per envelop naar het buitenland stuurde. Een soort bitcoin, maar dan wel bruikbaar. Toen ik buitenstond zag ik dat mijn wissel in het Frans was. Terug naar het loket om te vragen om een Engelse versie.

‘De taal van de post is Frans’, legde de verkoper uit, ‘ook in Engeland.’ Ik was stomverbaasd. Die onmogelijk te leren taal, was dat de ‘lingua franca’ van Europa? Absurd.

Inmiddels spreekt heel Europa Engels. Maar de Fransen blijven verlangen naar de tijd van diligence en postillon d’amour. Daarom moet volgend jaar, als Frankrijk EU-voorzitter is, iedereen Frans spreken. ‘Brieven in het Engels worden niet beantwoord’, kondigde de Franse regering aan. Alle stukken, notulen en debatten moeten in het Frans. Ze staan vast in hun recht, maar juist dit soort nationalisme maakt de EU tot een inefficiënte bureaucratie.

Gelukkig is er een oplossing. Er is één ding dat Fransen erger vinden dan Engels, en dat is slecht Frans. Laat mij dus die brieven en notulen maar schrijven.

FD

journalist en econoom