Poetin pest met roebels

Of we voortaan onze gasrekening in roebels willen voldoen. Volgens het Russische persbureau TASS heeft Poetin die eis bij 45 ‘onvriendelijke landen’ neergelegd, dus ook bij de Europese afnemers van het Russische gas. Een meesterzet of symboolpolitiek?

Door de sancties kan Rusland niet meer bij z’n dollar- en euroreserves in het Westen. Aan betalingen in die valuta heeft Rusland dus niet zo veel. Maar aan onze roebels eigenlijk ook niet. Daaraan heeft Rusland nooit gebrek, want die kan de centrale bank bijdrukken zoveel men wil. Symboolpolitiek!

Of niet? Wij kunnen geen roebels drukken, dus we zullen ze moeten kopen. Bij de Russische centrale bank bijvoorbeeld, met harde euro’s. Zo stutten wij ongewild de wisselkoers van de roebel, en maken we het effect van het bevriezen van de Russische reserves ongedaan. Een meesterzet?

Nou nee. Uiteindelijk ruilen we eerst euro’s voor roebels, en daarna ruilen we die roebels voor gas. Per saldo betalen we dus gewoon met euro’s. Het heen en weer schuiven met roebels maakt de munt niet duurder. Toch pure symboolpolitiek dus. Of beter: een typisch Poetin-pesterijtje.

FD

Geen steun

Corona was geen ondernemersrisico. Zeker bedrijven die vanwege het maatschappelijk belang hun deuren moesten sluiten, verdienden daarvoor eerlijke compensatie van de overheid.

Geldt dat ook voor de huidige energiecrisis? De Europese Commissie denkt van wel. Men spreekt van een ‘ernstige verstoring van de economie’, en staat tot wel €50 mln staatssteun toe aan noodlijdende energie-intensieve bedrijven. Ook Nederlandse bedrijven bedelen om compensatie voor de hoge kosten.

Maar sinds wanneer valt dure olie en gas niet meer onder het ondernemersrisico? De energie-intensieve industrie kan toch niet met droge ogen beweren dat de combinatie van geopolitieke onrust en hoge energieprijzen iets totaal nieuws is? Dit is sinds 1973 eerder de regel dan de uitzondering. Bedrijven die daar niet tegen kunnen, moeten we niet redden op kosten van de belastingbetaler, maar liefdevol naar hun einde begeleiden.

Oude bedrijven vallen om, maken plaats voor nieuwe ondernemers en creëren broodnodige ruimte op de krappe arbeidsmarkt. Tijdens corona werd dat natuurlijke proces terecht verstoord. Nu is daar geen goede reden voor.

FD

Duidelijke sancties

Sancties invoeren is moeilijk. Ze werken pas als je bereid bent jezelf echt pijn te doen. Maar sancties afschaffen is misschien nog wel lastiger, want wanneer heeft het gesanctioneerde land genoeg gedaan om weer deel te mogen nemen aan de wereldeconomie?

Dat tweede probleem is een belangrijke reden dat sancties vaak slecht werken. Waarom zou Poetin een staakt-het-vuren afspreken of zich terugtrekken uit veroverd gebied, als onduidelijk is of het Westen hem dan direct ‘beloont’ met verzachting van de maatregelen?

De Amerikaanse sanctieonderzoeker Edoardo Saravalle noemt sancties daarom een ‘onderhandelingsinstrument’, waarbij de voorwaarden voor verlichting en intrekking vanaf het begin duidelijk moeten zijn. In de praktijk werken sancties echter vaak als pure strafmaatregel en zijn daarmee minder effectief.

Het voelt natuurlijk ook amoreel om Rusland een beloning in het vooruitzicht te stellen, terwijl in Marioepol nog dagelijks burgers sterven. Maar sancties zijn geen wraakmiddel, dus Europa en de VS moeten duidelijk durven te zijn over condities waaronder uiteindelijk over verlichting valt te praten.

FD

Consumenten zijn in mineur, maar een kopersstaking lijkt nog niet waarschijnlijk

De tijden zijn onzeker, maar de Nederlandse consument weet het al: met zowel de economie als de eigen financiën wordt het de komende twaalf maanden helemaal niks. Het afgelopen jaar was al niet veel soeps en dat wordt alleen maar erger.

Daardoor is het consumentenvertrouwen op een extreem laag peil beland. Volgens het laatste CBS-cijfer staat het zelfs onder het niveau van mei 2020, toen de onzekerheid over corona en de lockdown enorm was. Nederlandse consumenten zien het nu ook minder zitten dan tijdens de kredietcrisis van 2008 en 2009. Ze zijn ook somberder dan na de aanslagen van 9/11 en de inval in Irak. Alleen tijdens het dieptepunt van de eurocrisis in 2013, waren consumenten nog iets pessimistischer.

Vooral over de eigen portemonnee maakt men zich zorgen. Het CBS stelt verschillende vragen om het vertrouwen te meten; twee daarvan gaan over de eigen financiële situatie de afgelopen en de aankomende twaalf maanden. Samen met het antwoord op de vraag of het nu een goed moment is voor grote aankopen, vormen die de indicator voor de ‘koopbereidheid’.

Deze indicator staat ook op een bijzonder laag peil. Onzekerheid over de Russische aanval op Oekraïne speelt daarbij ongetwijfeld een rol. Maar de koopbereidheid daalde al flink voordat die aanval begon. Het is daarom waarschijnlijk vooral de hoge inflatie die de Nederlandse consument doet somberen over de eigen financiële situatie. Inflatie van meer dan 6%, zoals we in de eerste maanden van dit jaar zagen, komt zelden voor. Wie na 1982 geboren is (en dat zijn al ruim acht miljoen inwoners) heeft de prijzen nog nooit zo hard zien stijgen. Geen wonder dat de schrik er flink in zit.

De meeste consumenten geloven ook niet dat de hoge inflatie snel voorbij is. De Europese Commissie heeft een maandelijkse enquête waarin naar inflatieverwachtingen wordt gevraagd. In februari dacht bijna een derde van de Nederlandse ondervraagden dat de prijzen in de komende twaalf maanden nog sneller zouden gaan stijgen. Ruim een derde antwoordde dat de inflatie het komende jaar ongeveer net zo hoog als nu zou blijven. Een grote meerderheid verwacht dus langdurige erosie van de koopkracht.

Stevenen we daarmee af op een kopersstaking? Zal het lage vertrouwen en de inflatievrees de consument uit de winkels jagen? Dat is nog maar de vraag. De relatie tussen consumentenvertrouwen en daadwerkelijke consumptie is niet al te sterk. Wat we zeggen tegen de enquêteur en wat we doen in de winkel, verschilt nogal eens van elkaar.

Bovendien, als het vertrouwen laag is vanwege verwachte inflatie, kan dat consumenten juist aanzetten om nu te gaan kopen, voordat de prijzen verder stijgen. Bij hoge inflatie is de reële rente laag, dus sparen loont nu nog minder. Tijdens de lockdowns zijn veel Nederlanders flink gaan sparen. Er staat nu minstens €40 mrd aan extra cash op de betaal- en spaarrekeningen. Het klinkt paradoxaal, maar juist inflatieangst zou dat geld nu in beweging kunnen brengen.

Aan de andere kant maakt de situatie in Oekraïne diezelfde consument huiverig om dit appeltje voor de dorst nu aan te spreken. En ook de zorgen over de toekomstige koopkracht zet mensen aan hun financiële buffers juist in stand te houden.

Maar er zijn ook nog andere redenen voor een consumptiefeestje. We komen pas net uit de laatste lockdown, dus het gevoel dat het eindelijk weer mag, kan de consumptie vaart geven. Tegelijk is de arbeidsmarkt krapper dan ooit, waardoor werkzekerheid voor veel Nederlanders een gegeven is. De koopkrachtdaling bij werkloosheid is vele malen groter dan die door hoge inflatie wordt veroorzaakt, dus de inkomenszekerheid is momenteel hoog, niet laag.

En de huizenprijzen gaan nog steeds door het dak. De waarde van koopwoningen is enorm gestegen — volgens de onderzoekers van Calcasa sinds 2013 zelfs met €1000 mrd — terwijl door aflossingen de totale hypotheeksom daalde. Er ligt bij half Nederland dus veel overwaarde op de plank. Beurskoersen zijn weer opgekrabbeld en zelfs de gasprijs is weer wat gedaald.

Het zal de stemming bij mensen zonder baan, koophuis en aandelen niet verbeteren. Maar de gemiddelde Nederlander staat er financieel beter voor dan de cijfers over consumentenvertrouwen en koopbereidheid suggereren.

FD

Roebels

Of we voortaan onze gasrekening in roebels willen voldoen. Volgens het Russische persbureau TASS heeft Poetin die eis bij 45 ‘onvriendelijke landen’ neergelegd, dus ook bij de Europese afnemers van het Russische gas. Een meesterzet of symboolpolitiek?

Door de sancties kan Rusland niet meer bij z’n dollar- en euroreserves in het Westen. Aan betalingen in die valuta heeft Rusland dus niet zo veel. Maar aan onze roebels eigenlijk ook niet. Daaraan heeft Rusland nooit gebrek, want die kan de centrale bank bijdrukken zoveel men wil. Symboolpolitiek!

Of niet? Wij kunnen geen roebels drukken, dus we zullen ze moeten kopen. Bij de Russische centrale bank bijvoorbeeld, met harde euro’s. Zo stutten wij ongewild de wisselkoers van de roebel, en maken we het effect van het bevriezen van de Russische reserves ongedaan. Een meesterzet?

Nou nee. Uiteindelijk ruilen we eerst euro’s voor roebels, en daarna ruilen we die roebels voor gas. Per saldo betalen we dus gewoon met euro’s. Het heen en weer schuiven met roebels maakt de munt niet duurder. Toch pure symboolpolitiek dus. Of beter: een typisch Poetin-pesterijtje.

FD

Fossielflatie

‘Groenflatie’, dat is een stijging van de prijzen veroorzaakt door snelle energietransitie. Als iedereen tegelijk een elektrische auto’s koopt en windmolens bouwt, worden grondstoffen als lithium en koper snel duur, zo legde ECB-bestuurder Isabel Schnabel afgelopen donderdag uit. De prijs van zonnepanelen gaat door het dak en warmtepompen worden onbetaalbaar.

Maar uitstel van de transitie levert ook inflatie op: ‘klimaatflatie’, volgens Schnabel. Klimaatverandering veroorzaakt misoogsten en hoge voedselprijzen. Meer overstromingen betekent hogere verzekeringspremies.

En dan is er ook nog ‘fossielflatie’. Zolang we afhankelijk zijn van fossiele energie zorgt iedere stijging van olie- en gasprijzen voor hogere consumentenprijzen. Het is duidelijk dat deze ‘flatie’ momenteel verreweg de belangrijkste is van de drie.

Groenflatie, klimaatflatie, fossielflatie. Nee, voor smaakvolle taalvernieuwing hoef je niet bij de ECB te zijn. Maar als de woordgruwels helpen om duidelijk te maken dat je inflatierisico’s niet kunt verminderen door de energietransitie te vertragen, moeten we dat maar voor lief nemen.

FD

Zelfs de noodscenario’s zijn niet erg pessimistisch, maar wie durft er nu te investeren?

Zes nieuwe macro-economische voorspellingen in nog geen tien dagen tijd. We hebben het wel eens met minder moeten doen. Zowel het Centraal Planbureau, De Nederlandsche Bank als de economen van de Rabobank kwamen met een nieuwe raming voor de Nederlandse economie voor het dit en volgend jaar.

Vanwege de onzekerheden rond de oorlog in Oekraïne, deden ze er alle drie ook nog een speciaal noodscenario bij: wat gebeurt er als oorlog, sancties en hoge energieprijzen langer aanhouden dan gedacht. In totaal zijn dat dus zes verschillende nieuwe ramingen.

Maakt u zich geen zorgen, ik zal ze hier niet stuk voor stuk bespreken. Dat hoeft ook niet want de overeenstemming is groot. In de drie basisscenario’s blijft de economie met gemak overeind. De groei dit jaar ligt rond de 3 à 3,5%. De werkloosheid blijft laag: op of net boven de 4% van de beroepsbevolking. Het begrotingstekort komt niet boven de 3%, maar daar wel bij in de buurt. Alleen over de inflatie lopen de verwachtingen wat uiteen. Het CPB verwacht dit jaar 5% inflatie, Rabobank 5,5%, terwijl DNB met 6,7% wat hoger zit.

Volgend jaar gaat die inflatie overigens weer omlaag, naar rond 2,5%. De groei komt in 2023 met pakweg 1,5% ook lager uit. De werkloosheid loopt iets op, vooral door groei van de beroepsbevolking, maar de arbeidsmarkt blijft zeer krap.

Dan de drie noodscenario’s: die zijn wat minder eensgezind. Uiteraard is de groei telkens lager en de inflatie wat hoger dan in het basisscenario. Het begrotingstekort komt boven het Europese plafond van 3% (hoewel die regel ook dit jaar door Brussel niet gehandhaafd zal worden).

Door de vaart die de economie uit 2021 heeft meegenomen, komt in alle noodscenario’s de bbp-groei in 2022 toch ruim boven de nul uit. In 2023 komt die nul wel dichterbij. De consumptie groeit nauwelijks meer (Rabobank) of krimpt zelfs (CPB en DNB), en ook de export draagt weinig meer bij.

Maar toch zien ook deze noodscenario’s er niet al te rampzalig uit. Er is geen sprake van een diepe recessie die langdurig sporen nalaat. De arbeidsmarkt blijft krap en de overheid gaat niet failliet. Dat kan natuurlijk liggen aan een gebrek aan fantasie bij de economen, die zich misschien niet goed kunnen voorstellen hoezeer de oorlog uit de hand kan lopen. Maar ik zie vooral een koele analyse van de cijfers: Rusland is nu eenmaal niet zo’n belangrijke economie voor Nederland, ook niet indirect via andere handelspartners.

Dat is een belangrijke vaststelling, want onnodige paniek over de economische gevolgen van de oorlog kan leiden tot onnodige voorzichtigheid bij bijvoorbeeld bedrijven. Dat zagen we twee jaar geleden, toen angst en onzekerheid aan het begin van de corona-epidemie leidden tot het afbellen van orders en afblazen van investeringen. Terugkijken is altijd makkelijk, maar de diepe recessie begin 2020 werd vooral veroorzaakt door deze paniek en veel minder door de coronamaatregelen. Zelfs de problemen bij het weer opstarten van de economie in 2021, waren deels te wijten aan de schrikreactie (en lage investeringen) van een jaar eerder.

Die investeringsachterstand is zelfs nu nog steeds niet ingehaald. Terwijl de economie als geheel herstelde en het bbp nu al z’n 3% boven dat van voor de pandemie ligt, bleven veel investeringen achter. Investeringen in voertuigen en bedrijfsgebouwen liggen nog altijd onder het niveau van eind 2019. Alleen in machines wordt inmiddels weer wat meer geïnvesteerd.

Het vertrouwen onder veel ondernemers is hoog. Niet alleen in de industrie, maar bijvoorbeeld ook in de bouw en delen van de retail. Tegelijkertijd verwachten veel bedrijven problemen bij het vinden van personeel, wat in principe arbeidsvervangende investeringen zou moeten uitlokken. Kapitaal is nog altijd goedkoop en de groeiverwachtingen zijn bepaald niet slecht, zelfs niet in de noodscenario’s. Toch komen de bedrijfsinvesteringen maar moeilijk op gang.

Waarom durven veel bedrijven het nog steeds niet aan? Is er een fundamentele onzekerheid in het Nederlandse ondernemerschap geslopen, na krediet-, euro-, en coronacrisis, en nu weer de oorlog in het Oosten? Een gebrek aan vertrouwen in de toekomst? In dat geval raad ik ondernemend Nederland aan om de zes nieuwe ramingen eens goed te bestuderen. Of in elk geval een of twee ervan. Dat lucht misschien op.

FD

Permanent tijdelijk

De inflatie zou tijdelijk zijn. De wereldeconomie was na corona te snel uit de startblokken gekomen en dat zorgde voor tijdelijke schaarste en prijsdruk. Daarna was de inflatie tijdelijk omdat het effect van de hoge olie- en gasprijs er uiteindelijk weer uit zo lopen. En nu is de inflatie tijdelijk hoger door de oorlog en de sancties.

Ondertussen waren er tijdelijke chipstekorten, stegen de containerprijzen tijdelijk tot grote hoogte en waren hout en andere grondstoffen tijdelijk erg duur. De euro was dan weer juist goedkoop, maar dat maakte onze import duur. Tijdelijk natuurlijk.

Al met al begint die tijdelijke inflatie er griezelig permanent uit te zien. En als de corona-epidemie in China doorzet kunnen we straks ongetwijfeld weer nieuwe tijdelijke leveringsproblemen verwachten, wat vast weer zorgt voor een tijdelijke inflatiepiek.

En toch is het gewoon nog steeds zo: de inflatie ging telkens omhoog door tijdelijke, toevallige omstandigheden en is nog niet overgegaan in een permanente stijging van het algemeen prijspeil. Heel vaak voelt tijdelijk als permanent, maar is dat niet. Nog niet in elk geval.

FD

Kyiv of Parijs

Stel je voor: Europa komt aardgas tekort en moet de kolencentrales weer opstoken. Nederlandse en Duitse energiebedrijven houden daar al rekening mee. En de Europese Commissie wil toestaan langer kolen te gebruiken om de Russische gasimport te verminderen. Met de hand aan de gaskraan gijzelt Poetin zo ons klimaatbeleid . Hij dwingt ons te kiezen tussen Kyiv en Parijs.

Maar niet heus. Het Europese klimaatbeleid kan best wat tijdelijke kolenstook aan. De energiesector moet het doen met de beperkte hoeveelheid CO2-rechten die via het emissiehandelssysteem (ETS) worden verdeeld. Meer gebruik van kolen zorgt zo niet voor meer uitstoot, maar alleen voor duurdere rechten.

Zolang de regels van het ETS worden gehandhaafd, en de politiek de neiging weerstaat om de pijn van hoge CO2-prijzen te verzachten met extra rechten, kan Rusland ons dus niet chanteren.

Gisteren stemden Europese ministers in met ‘CBAM’: een importheffing op vuile producten uit landen zonder klimaatbeleid. Daarmee wordt het ETS nog minder afhankelijk van wat het buitenland doet. Het klimaatbeleid maakt Europa sterker, niet zwakker.

FD

Beter dan lagere accijns: hogere belasting op invoer van Russische energie

Koopkrachtbeleid als Belgenmop: gaat de invoerprijs van olie omhoog? Verlaag dan de accijns op brandstof, zodat de automobilist er geen last van heeft. Nederland gaat dat voor het eerst doen, de Belgische overheid deed het al vaak.

Zodra vrachtwagenchauffeurs met een actie dreigden of zodra de forenzen begonnen te klagen, greep de Belgische overheid telkens in. Men noemt dat in België het ‘omgekeerde cliquetsysteem’: als de brandstofprijzen flink stijgen, ‘klikken’ de accijnzen automatisch omlaag. Tussen 2004 en 2018 werd dit systeem meerdere keren aangezet. De huidige Belgische minister van Financiën, Vincent Van Peteghem, overweegt dat nu weer te doen.

Sympathiek natuurlijk. Maar ook oliedom. Want met de belastinginkomsten als schokbreker tussen de olieprijs en de prijs aan de pomp subsidieert de Belgische overheid vooral de olieproducenten. Een hogere olieprijs heeft geen of minder effect op de vraag van consumenten. De overheid subsidieert de geldbeluste sjeik. Of de oorlogszuchtige autocraat uit Rusland.

Iedereen met een minimale economische opleiding snapt dit. Van Peteghem is gepromoveerd econoom en was hoogleraar, dus hij ziet dat heus ook wel. Maar het idee van een snelle compensatie van de koopkracht is politiek te aantrekkelijk. Liever dom beleid dat populair is, dan slim beleid dat niemand snapt.

Het Nederlandse kabinet heeft geleerd van de Belgen. Dure olie en gas drukken de koopkracht van de burger, dus gaat Den Haag de accijnzen op brandstof en btw op gas verlagen. Zo repareren we de koopkracht van de Nederlander. Maar ook die van Vladimir Poetin en andere energieproducenten. Door het effect van dure brandstof op de vraag aan de pomp deels uit te schakelen, sponsort Nederland het Russische bewind. Uiteindelijk stroomt er geld van de Nederlandse naar de Russische schatkist.

Op die manier blijft er ook minder geld over om gericht armoedebeleid te voeren. De €600 die het kabinet volgens de berichten extra wil uittrekken voor lage inkomensgroepen, zullen we zelf moeten opbrengen.

Zou het niet geweldig zijn als we de Russen voor deze subsidie konden laten opdraaien? Want ja, daar zouden we ook voor kunnen kiezen. In plaats van een belastingverlaging is daar juist extra belasting voor nodig: Nederland, of de Europese Unie, of het gehele Westen moet een speciaal invoertarief instellen voor Russische olie en Russisch gas. Harvard-econoom Ricardo Hausmann pleitte daar eind vorige maand al voor. Zo straf je de Russen, en haal je geld op om de koopkracht van kwetsbare groepen te repareren.

Een extra belasting op energie-import klink misschien onlogisch. Olie en gas zijn immers al zo duur. Maar de last van deze belasting komt vrijwel geheel bij de Russen zelf terecht. Die zullen tegen wereldmarktprijzen blijven verkopen, zolang de variabele kosten van olieproductie lager blijven dan die prijs minus de importheffing. In economenjargon: op korte termijn is de prijselasticiteit van het aanbod vrijwel nul, waardoor de invoerheffing vrijwel geheel op de Russische producent wordt afgewenteld. Wij innen de belasting, de Russen betalen deze. Aan de pomp gaan de prijzen niet of nauwelijks omhoog.

Zo’n strafbelasting op de invoer van Russische energie werkt ook beter dan een importverbod. Over zo’n puur embargo wordt ook gesproken, maar daarmee doet het Westen ook zichzelf veel pijn. Met een importtarief worden er hier tenminste nog extra overheidsinkomsten gegenereerd. Die kunnen dan worden ingezet om gericht armoedebeleid te voeren. Op kosten van Poetin.

Een importheffing is de enige manier waarop we het ‘ruilvoetverlies’ van de dure energie-import daadwerkelijk kunnen repareren. Vraag is wel of het binnen de regels van de Wereldhandelsorganisatie (WTO) kan. Rusland is daar sinds 2012 lid van. Oekraïne wil dat de WTO het Russische lidmaatschap opschort. Daar zitten juridisch veel haken en ogen aan, maar in tijden van oorlog biedt het handelsverdrag wel mogelijkheden om op te treden. Canada heeft al een 35%-tarief voor alle Russische import. Europa zou zoiets voor Poetins olie en gas kunnen doen.

FD

Aanvulling 31 maart: Rusland is inmiddels ‘meestbegunstigde-status’ kwijt in de WTO. 

journalist en econoom