De ECB grijpt terecht in, want inflatie begint zichzelf te versterken

We horen inmiddels bijna wekelijks de waarschuwing dat de inflatiecijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek dit jaar een overschatting zijn. Het CBS gaat uit van nieuwe energiecontracten voor iedereen, terwijl veel huishoudens nog een vast contract hebben. Dat zorgt ervoor dat het inflatiecijfer op dit moment het koopkrachtverlies flink overschat. Maar als de energiecrisis aanhoudt en steeds meer huishoudens een nieuw energiecontract moeten afsluiten, komt dat koopkrachtverlies uiteindelijk op ieders bordje. De mismeting is tijdelijk van aard.

Dat gezegd hebbende bedroeg de officieel gemeten inflatie in Nederland in augustus 12%. Dat is een absurd hoog percentage. Ik moet toegeven dat ik niet had gedacht ooit zo’n getal te typen.

Het is logisch dat de Europese Centrale Bank (ECB) afgelopen week besloot de rente met maar liefst 0,75 procentpunt te verhogen. De extreem lage rente van de afgelopen jaren was bedoeld om de inflatie op te jagen. Dat is inmiddels beter gelukt dan men had gehoopt. Dus is er alle reden om snel weer richting normale renteniveaus te gaan. Nederland heeft overigens een van de hoogste inflatiecijfers in het eurogebied. Dat komt vooral door onze afhankelijkheid van gas, precies de grondstof waarvan de prijs het meest is gestegen.

De snelle renteverhoging van de ECB komt dus juist onze economie goed uit. Critici klaagden het afgelopen decennium graag dat de ECB vooral aan de zuidelijke lidstaten denkt, maar hoge inflatie in landen als Nederland en Duitsland zet Frankfurt blijkbaar snel aan tot handelen.

Bij de opvallend grote rentestap van 75 basispunten – de grootste verhoging ooit – hoort wel een kanttekening. De raad van bestuur van de ECB vergadert in principe om de twee weken. In de eerste jaren na de invoering van de euro werd dan ook doorlopend over het monetaire beleid gesproken. Later ging de frequentie van de monetaire vergadering naar eens per maand. Elke tweede vergadering ging over andere zaken dan de rente. Weer later werd de frequentie van monetaire vergaderingen nog verder verlaagd. Nu wordt er slechts eens in de zes weken een besluit over de rentestand genomen.

Het zorgt er automatisch voor dat, in tijden van snelle renteverhogingen, de ECB met grotere rentestappen moet komen. Het duurt anders te lang om de rente naar het juiste niveau te krijgen. De grote stap die afgelopen week werd gezet, is daarom eerder het gevolg van de ijlere vergaderagenda, dan een eclatante overwinning van de monetaire haviken.

Wat probeert de ECB met de renteverhoging eigenlijk te bereiken? Op de gasprijs heeft de rente vrijwel geen effect. De inflatie is hoog omdat gas absurd duur is, en dat komt door niets anders dan de spelletjes van Poetin. De Russische president draait de gaskraan steeds verder dicht en dreigt inmiddels zelfs met een totale gasboycot voor Europa. Daardoor schieten de prijzen op de Europese gasmarkt omhoog. Draait Poetin de kraan weer open omdat de ECB de rente verhoogt? Natuurlijk niet.

De centrale bank heeft vrijwel geen invloed op importprijzen. Het enige dat men in Frankfurt kan doen, is proberen om de tweede-orde-effecten van de energiecrisis te verminderen. Prijs- en loonstijgingen werden aangezwengeld door dure energie, maar zijn langzamerhand een eigen leven gaan leiden, via looneisen en inflatieverwachtingen.

De eerste tekenen daarvan zijn inmiddels te zien in Nederland. De inflatie van 12% in augustus kwam nog vooral door duur gas, duur vervoer (brandstof) en hoge voedselprijzen. Maar de prijsstijgingen buiten die drie componenten droegen vorige maand ook al 3,2 procentpunt bij aan de inflatie. In maart, kort na de inval in Oekraïne, was dat nog ongeveer de helft.

Dergelijke signalen zijn ook zichtbaar bij de onderverdelingen ‘goederen’ en ‘diensten’. Hogere goederenprijzen (o.a. die van energie) domineren nog altijd de inflatie, maar dienstenprijzen (vooral bepaald door lonen), beginnen bij te dragen aan de stijging van het algemene prijspeil.

Inflatie, met andere woorden, krijgt een zichzelf versterkend karakter. Dat is precies waar de ECB bang voor is. De forse rentestap is daarom terecht. Misschien moeten ze in Frankfurt maar niet zes weken wachten met de volgende verhoging.

FD

Driedubbele pech?

Hoe kun je nog een beetje ondernemen als de arbeidsmarkt zo extreem krap is? Er zijn nu meer vacatures dan ooit en ook het aantal mensen dat werkt was nog nooit zo hoog. Dan kun je nog zo’n mooie groeistrategie hebben, zonder extra personeel wordt het niks.

Boven op dit probleem, komt nieuwe ellende: de energie- en levenskostencrisis zal Nederland in een diepe recessie storten. Koopkracht smelt weg, de werkloosheid schiet omhoog en straks heeft niemand nog geld om de productie van onze bedrijven te kunnen kopen.

En alsof dat niet erg genoeg is: de loonkosten stijgen snel. In juni gingen de contractlonen met 4,1% omhoog; het hoogste percentage van de eeuw. Ondernemers moeten dat ook nog eens zien op te brengen. Dat is drie keer pech.

Maar niet heus. Want deze problemen moet je niet bij elkaar optellen, maar juist van elkaar aftrekken. Een extreem krappe arbeidsmarkt en een diepe recessie gaan nu eenmaal niet samen. En een hoger loon helpt zowel de krapte als de koopkracht. Er is genoeg slecht nieuws om je als ondernemer zorgen over te maken; optellen van elkaar uitsluitende problemen is daarbij niet nodig.

FD

Draaien op subsidie

Duur gas maakt elektriciteit onbetaalbaar. Niet dat we in Europa zo afhankelijk zijn van gas voor onze stroomproductie. Maar wel omdat gascentrales makkelijk zijn bij te schakelen. Het laatste kilowattuur, waarmee de marktprijs wordt bepaald, wordt meestal opgewekt met gas. Voor iedereen met economie in het pakket: MO=MK; aan de marge komt de prijs tot stand.

Maar dat geeft Poetin wel veel macht over de Europese stroomprijs. Als hij de gaskraan dichtdraait, gaat niet alleen de gas- maar ook de stroomprijs omhoog. De Europese Commissie wil hem dat wapen uit handen slaan door de winst van stroom die niet afkomstig is van gas, maar wel profiteert van de hoge stroomprijs, af te romen. De opbrengst daarvan kan naar burgers en bedrijven met een hoge energierekening.

Slim plan. Maar wel met een curieus effect. Bij goedkoop te produceren zon- en windenergie wordt de winst afgeroomd, zodat we de dure gasstroom kunnen betalen. ‘Windmolens draaien op subsidie’, beweerden dwaallichten jarenlang. Zelfs onze premier zei het. Niets van waar. ‘Gascentrales draaien op subsidie van windmolens’, dat is nu de werkelijkheid.

FD

Hogere winstbelasting

Het lage tarief van de winstbelasting gaat omhoog om de koopkrachtreparatie van het kabinet te betalen: van 15% naar maar liefst 19%. Heel ondernemend Nederland boos, want ‘kleine ondernemers betalen de rekening!’

Ik maak graag een nuance bij deze verontwaardiging. Het tarief gaat terug naar dat van 2019. Er worden twee verlagingen van Rutte 3 ongedaan gemaakt. Voor 2019 stond het lage tarief zelfs op 20% en voor 2008 was het nog een stuk hoger.

De tariefsverlagingen van de afgelopen paar jaar waren vooral bedoeld als compensatie voor het verschralen van allerlei dubieuze fiscale regelingen voor ondernemers. De verliesverrekening werd versoberd, renteaftrek verminderd, ‘earningstripping’ is sinds dit jaar moeilijker gemaakt, en zo waren er nog allerlei maatregelen die de overheid moest helpen in de strijd tegen de handige Harry’s die hun winst proberen te verstoppen.

De opbrengst van deze terechte versobering wordt nu niet verdeeld onder de rest van de bedrijven, zoals beloofd, maar onder huishoudens. Vooral die met weinig inkomen, omdat die anders hun gasrekening niet kunnen betalen. Wat is precies het grote onrecht hier?

FD

Niet alles wordt duurder: recessievrees drukt de prijzen

Er lagen tientallen enorme containerschepen voor anker, op de rede van Los Angeles. Ze konden de haven niet in, want aan de loskade lagen nog andere schepen die eerst moesten worden afgeladen. Dat ging niet omdat de kade volstond met containers. Er waren geen vrachtwagens om ze weg te rijden, want die moesten eerst hun lege containers ergens kwijt zien te raken.

Dit was een van de vele idiote patstellingen die in 2021 de wereldeconomie ontwrichtte. Amerikaanse consumenten waren hun door Trump geschonken coviddollars zo enthousiast gaan uitgeven aan goederen – diensten zaten nog in lockdown – dat productieketens het niet aankonden en de logistiek vastliep. Terugkijkend ging het allemaal gewoon té snel weer té goed. Ook in grote delen van Europa en Azië. De coronakoorts was nog lang niet uitgezweten, maar de economie moest alweer op volle toeren draaien. Het gevolg: tekorten en stijgende prijzen.

Je zou het bijna vergeten, maar de inflatie begon dus niet met de inval van Rusland in Oekraïne en niet met de absurd hoge gasprijzen. Eerst was het de disruptie van de mondiale productieketens die zorgde voor lege magazijnen, lange levertijden en dure grondstoffen. Inmiddels worden de zorgen daarover al maanden overschaduwd door oorlog, energiecrisis en angst voor een wereldwijde recessie. We leven in een nieuwe wereld waarin centrale banken de rente snel verhogen, overheden steunpakketten in elkaar timmeren voor huishoudens in energiearmoede, consumenten zich voorbereiden op een koude winter en ondernemers hun hoofd breken over de vraag of ze nu moeten investeren of juist bezuinigen.

Maar de oude en nieuwe wereld staan niet los van elkaar. Inflatie, rentestijging en recessievrees hebben de problemen van vorig jaar flink getemperd. Afnemers worden voorzichtig, grondstofhandelaren gaan niet meer uit van eeuwigdurende tekorten en de hogere rente maakt investeerders en beleggers kopschuw. Dat heeft veel van de oude problemen in de logistiek en de productieketens verzacht.

Onderzoekers van de Federal Reserve of New York bedachten niet zolang geleden een nieuwe indicator om de stress in de productieketens te meten. Deze Global Supply Chain Pressure Index combineert cijfers over transportkosten en verwachtingen in de industrie. In december vorig jaar bereikte hij een record van 4,32. Maar sindsdien is de druk op de mondiale ketens flink afgenomen. Afgelopen juli stond de indicator op 1,84. Dat is nog altijd een stuk hoger dan voor de pandemie, maar het ergste lijkt achter de rug.

Dat de logistieke ketens wat ontspannen, blijkt ook uit de World Container Index van de maritieme dienstverlener Drewry. De prijs van het vervoeren van een 40-voets container van Shanghai naar Rotterdam is gedaald van ruim $14.000 eind vorig jaar, naar $8400 in juli. Alweer geldt: dat is nog steeds duurder dan voor corona, maar het is duidelijk waar de markt naartoe beweegt. Overigens zijn de vervoersprijzen voor andere bestemmingen ook flink gedaald. Containervervoer naar New York, Los Angeles en Genua is nu aanmerkelijk goedkoper dan eind vorig jaar.

Zelfs de olieprijs lijkt onder de indruk van de (mogelijk) aanstaande recessie. We zitten midden in een energiecrisis, maar olie werd de afgelopen maanden vooral goedkoper. Een vat Brent-olie kost nu ruim minder dan honderd dollar. Dat die dollars zelf voor Europanen wel veel duurder zijn geworden, verpest dit feestje dan weer een beetje.

Ook veel andere grondstoffen zijn na de prijspiek van begin dit jaar weer wat minder duur geworden. De door de Wereldbank samengestelde prijsindex voor voeding (graan, vlees, fruit, suiker) stond in juli 10% lager dan drie maanden eerder. De index voor metaalprijzen zelfs 30%.

Is dit goed nieuws? Voor handelaren en producenten uiteraard wel. En als door de lagere transport- en grondstofprijzen uiteindelijk ook de inflatie wat omlaaggaat, profiteert iedereen. Maar de reden van de afkoeling is natuurlijk niet positief: de verwachting dat inflatie en hogere rente de wereldwijde vraag flink gaan drukken. Bij centrale banken zullen ze misschien zeggen: ‘Kijk, het werkt!’ Maar ik denk: wat lagere grondstofprijzen, in ruil voor een mondiale recessie? Dat is bepaald geen goede deal.

FD

Inflatie

“Ik zei het toch: doe een jas aan! Maar jij was eigenwijs en bleef in hemdsmouwen naar buiten gaan. Ik waarschuwde dat de zon niet altijd zou schijnen, dat het ooit weer zou gaan regenen. Maar luisteren? Natuurlijk niet. Je ging zelfs in korte broek naar buiten! Daarom ben je nu verkouden.”

Nou ja, niet echt verkouden. “Je niest en hoest wel, maar bent eigenlijk door een vervelend toeval tegen een virus aangelopen. Ja, zo’n besmetting heeft niets te maken met je kleding, maar komt gewoon van buiten aanwaaien, of je nou dikke jas aan hebt of niet. Maar mijn principiële punt blijft staan: wie zich niet goed aankleedt kan gaan hoesten en niezen. En al heeft je kledingkeuze ditmaal niets te maken met je symptomen, het had in theorie wel gekund! Eigen schuld dus!”

Een vreemde redenering? Ja, dat dacht ik ook toen ik de analyses van al die strenge economen las, die in het ruime monetaire beleid van de ECB de belangrijkste oorzaak van de hoge inflatie zien. In theorie hebben ze gelijk. In de praktijk is de inflatie zo hoog omdat geïmporteerde energie extreem duur is. Dat is nou net het enige waar de ECB niets aan kan doen.

FD

Naar de maan

Als alles goed gaat vertrekt maandagmiddag een raket naar de maan. Vijftig jaar nadat Apollo 17 drie astronauten en vijf muizen (ongevraagde deelnemers aan een onderzoek naar ruimtestraling) in een baan om de maan had gebracht, keert Nasa eindelijk terug naar de maan.

Maar Artemis 1, zoals de nieuwe maanmissie heet, zal mens noch muis vervoeren. Het onbemande ruimteschip draait een paar rondjes om de maan, gooit wat apparatuur af en gaat dan terug naar aarde. Niet bepaald een ‘grote sprong voor de mensheid’. Pas in 2025 staat er weer een mens op de maan. Als alles goed gaat.

Dit naspelen van stokoude geschiedenis gaat pakweg $100 mrd kosten. Sommigen zeggen: voor dat geld hadden we ook windmolens kunnen bouwen, kolencentrales kunnen ontmantelen of ander klimaatbeleid kunnen voeren. Maar dat is een drogredenering. Geld voor de maanreis komt niet uit het budget voor klimaatbeleid. Zonder Artemis was daar echt niet meer geld naar gegaan.

Bovendien: juist de ruimtevaart heeft ons bewust gemaakt van de kwetsbaarheid van onze planeet. Een man — of beter: een vrouw — met een camera op de maan is effectiever dan honderd klimaatcongressen.

FD

Krimp zonder crash. Is dat wat de indicatoren ons vertellen?

### Wilt u het artikel delen met iemand zonder account? Schenk het artikel en ontvangers kunnen het artikel direct lezen. U vindt deze mogelijkheid onderaan het artikel en in het deelmenu. We vragen u enkel voor persoonlijk gebruik onze content te kopiëren, om geen inbreuk te maken op onze Algemene Voorwaarden. Vraag eventueel naar onze bedrijfslicenties via klanten@fdmediagroep.nl ###

Amper water in de rivieren uit Duitsland, geen gas in de pijpen uit Rusland, geen geld in de portemonnee van de consument. Extreme energieprijzen, dure grondstoffen, stijgende rente, een tekort aan bekwaam personeel dat nog nijpender is dan het gebrek aan halfgeleiders. En natuurlijk de aanhoudende oorlog in Oekraïne. De Amerikaanse economie krimpt inmiddels, die van Duitsland staat op de rand van een recessie en ook China (tot voor kort groeimotor van de wereldeconomie) zit diep in de economische en financiële problemen. Dit was een zomer vol slecht nieuws. Maar in de Nederlandse industrie weet men de stemming er toch nog aardig in te houden.

Toegegeven, het producentenvertrouwen is de afgelopen zomer iets gedaald. Maar in juli kwam dat cijfer volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) nog altijd uit op 8,4. Dat betekent dat er in de industrie veel meer optimisten zijn dan pessimisten. Ter vergelijking: in geen enkele maand van 2019, dus vóór corona, de Russische inval en de energiecrisis, was het vertrouwen zo hoog als afgelopen juli. De 8,4 is ook ruim boven het gemiddelde producentenvertrouwen deze eeuw. En van de 271 maanden sinds december 1999 waren er slechts 32 maanden waarin producenten optimistischer waren dan in juli 2022.

Komende week zal blijken hoe bestendig het optimisme van de producenten is. Dinsdag publiceert het CBS het cijfer voor augustus. Ik verwacht geen extreme neergang. De reden: het beeld van verslechtering zonder dramatische val zie je bij andere indicatoren. Neem de ‘moeder aller indicatoren’, de Leading Indicator van de Oeso. Dat is een samenstel van verschillende cijfers over de economie, die tezamen een beeld geven van de stand van de conjunctuur.

Voor Nederland is deze indicator sinds de Russische invasie langzaam weggezakt tot net onder het langjarige trendniveau. Die afname was veel trager en veel minder heftig dan tijdens de coronacrisis. Daarbij moet worden bedacht dat in deze leidende indicator ook informatie over het consumentenvertrouwen is opgenomen. Dat vertrouwen daalde deze zomer wél tot op het laagste niveau ooit. Maar andere deelindicatoren, bijvoorbeeld die over de orderpositie en productie van de Nederlandse industrie, compenseerden dat voor een goed deel.

Nee, dit is bepaald geen exacte wetenschap. Bestuderen van indicatoren heeft iets van staren in een theeglas, op zoek naar informatie in de blaadjes. Maar juist tijdens een conjuncturele omslag laten meer wetenschappelijke methodes — economische theorie en op empirie gebaseerde modellen — ons vaak in de steek. De feiten veranderen sneller dan de modellen aankunnen. Dan zit er weinig anders op dan afgaan op indicatoren.

Zoals die misschien wel meest populaire indicator van allemaal, de PMI, een maandelijkse enquête onder inkoopmanagers van industriële bedrijven. Sinds de kredietcrisis voor veel analisten het go-to-cijfer voor een glimp in de toekomst. Wat zegt deze inkoopmanagersindex op dit moment? Dat het minder goed gaat in de Nederlandse industrie, maar dat er toch nog steeds sprake is van groei. Met 54,4 stond de PMI in juli ruim boven het niveau van 50 dat duidt op krimp. Dat is een stuk beter dan bijvoorbeeld in het eurogebied als geheel. Die Europese inkoopmanagersindex is in juli onder dat kritische niveau gezakt. De eerste meting voor augustus suggereert dat het sindsdien niet beter is geworden.

Daarom twijfel ik over de relatief optimistische indicatoren voor Nederland. Hun boodschap is: we krijgen misschien een mindere periode, maar het leed blijft beperkt. Misschien wel krimp, maar geen crash. Maar bij onze handelspartners ligt dat toch iets anders. De Duitse economie lijdt onder onzekerheid, energieprijzen en de problemen in China. In het Verenigd Koninkrijk staat de PMI nog maar net boven de 50. Zelfs de handelsbarometer van de Wereldhandelsorganisatie wijst op stagnatie.

Neem ook de gebeurtenissen en marktontwikkelingen uit het begin van dit artikel in overweging en de vraag komt op, of de Nederlandse economie echt zo sterk is dat we zoveel tegenwind makkelijk kunnen doorstaan. Ik blijf de indicatoren in de gaten houden, maar hou rekening met de mogelijkheid dat deze cijfers de huidige situatie niet goed beschrijven.

FD

Warm kantoor

Had u als werkgever net het hele kantoor aangepast op minimaal twee dagen thuiswerken per week… Er waren sta-zit-bureaus uitgegaan en houten werktafels met flexplekken bijgekomen. Uiteraard investeerde u ook flink in apparatuur voor video-vergaderen, inclusief een paar kostbare beeldschermen. Plus een laptop voor iedereen. Misschien verhuurt u zelfs al een deel van de vierkante meters door aan een ander bedrijf.

Dat wordt dan hopen op een warm najaar en een extreem milde winter. Want zodra de herfststormen opsteken en de temperatuur daalt, komen al die thuiswerkers weer terug naar kantoor. Met de huidige gasprijs is het opeens niet meer zo leuk werken aan de keukentafel thuis. Elke keer als de thermostaat klikt, gaat er een pijnscheut door de portemonnee. Nee, dan kun je beter in een warm kantoorgebouw zijn. Daar is vast nog wel een flexplek.

Volgens een Britse enquête wil nu al 14% van de werknemers meer op kantoor werken om de energierekening te drukken. Bij jonge werknemers is dat bijna een kwart. En dat is dan nog midden in een warme zomer. Dus werkgevers: zet al die bureautjes maar vast weer klaar.

FD

Niet populair

Impopulaire maatregelen. Die heten niet voor niets zo. Wie dat soort maatregelen neemt, verliest flink aan populariteit. Maar als de maatregelen toch noodzakelijk zijn, wat doe je dan als politicus?

Voor sommige ministers en Kamerleden is het antwoord duidelijk: dan neem je de maatregelen niet. Je stelt ze uit. Installeert weer een nieuwe onderzoekscommissie (“Is het echt nodig? Zijn de wetenschappers het wel eens? Hebben we alle alternatieven wel in kaart gebracht?”).

En dan kom je uiteindelijk met een plan om ooit iets aan het probleem te doen doen, bijvoorbeeld pas in 2035. Zo hou je de kiezer te vriend én word je misschien wel echt populair! Diezelfde kiezer vraagt trouwens voor iedere verkiezing om een ‘sterke leider’, die ‘visie toont’ en ‘impopulaire maatregelen durft te nemen’. Maar wee je gebeente als je dat na de verkiezingen ook echt durft te doen.

Stikstofreductie, stevig klimaatbeleid, opvang voor vluchtelingen: het kabinet Rutte-IV leek de pijnlijke beleidsdossiers echt te willen aanpakken. Maar zulke politieke moed bewijs je pas als je als kabinet uiteindelijk ook de bijbehorende impopulaire maatregelen neemt én uitvoert. Zelfs als de achterban begint te mokken.

FD

journalist en econoom