Hogere lasten en kosten voor bedrijven: de Tweede Kamer juicht

Voor alle pleitbezorgers van dualisme en ultradunne regeerakkoorden: zo ziet dat er in de praktijk dus uit. Parlementariërs zonder bindende coalitieafspraken gedragen zich als kinderen die de sleutel van de snoepkast hebben gevonden. Er is opeens genoeg voor iedereen, en over de gevolgen denkt niemand na.

De parlementaire sugar high leidde deze week tot een lawine van moties vol leuke dingen voor de mensen. Het kabinet had al €2 mrd uitgetrokken voor hogere toeslagen, maar dat was bij lange na niet genoeg voor de zoetekauwen in de Tweede Kamer. Veel van de feestmoties kregen steun van een ruime meerderheid en omdat het kabinet demissionair is, zal het die wel moeten uitvoeren.

Daardoor gaat het onlangs al fors verhoogde minimumloon volgend jaar weer met 1,7% omhoog, net als de daaraan gekoppelde uitkeringen, inclusief de AOW. Er komt geld voor goedkopere kinderopvang en meer mensen krijgen een kindgebonden budget. De kinderbijslag gaat in totaal met €250 mln omhoog. De tijdelijke verlaagde brandstofaccijns mag niet terug naar het oude niveau. Trein en bus moeten goedkoper En o ja, de inkomstenbelasting moet ook omlaag.

Er waren ook voorstellen die het niet haalden. Zoals deze hilarische motie van Caroline van der Plas (BBB) en Pieter Omtzigt (NSC): ‘De Kamer (…) verzoekt de regering het minimumloon per 1 januari 2024 enigszins te verhogen met behoud van de volledige koppeling en dit te dekken uit via (sic) de uitgavenkant.’ Zoveel vaagheid over zowel de maatregel als de betaalbaarheid ervan ging zelfs de Kamer te ver, al waren er altijd nog 43 leden die deze blanco cheque met plezier ondertekenden. Grote vraag is waarom Omtzigt zo’n gemankeerde motie indiende. Zou hij soms expres wat glans van zijn imago van messiaans Wunderkind af willen poetsen?

De moties die werden aangenomen, gingen wél gepaard met een dekkingsvoorstel, of iets wat daarvoor door moest gaan. Daardoor gaat straks de bankbelasting flink omhoog. De tarieven in box 2 en 3 gaan stijgen. Er komt een nieuwe belasting voor bedrijven die eigen aandelen inkopen. Fiscale regelingen voor bedrijven moeten worden geschrapt. En er wordt een greep gedaan in het Nationaal Groeifonds. Want groeien is leuk, maar accijnsverlaging is leuker.

Rode draad in de voorstellen: laat het bedrijfsleven de rekening betalen. De snoepkast werd leeg gevreten, maar voor de bedrijven was er alleen een bittere pil. Lastenverzwaringen en hogere loon- en premiekosten kunnen de bedrijven vast wel opbrengen, is het idee. Die hebben dankzij ‘graaiflatie’ en miljarden aan ‘fossiele subsidies’ immers genoeg vet op de botten.

Ik waag het te betwijfelen, want dit is niet de eerste ronde aan lastenverzwaring die Nederlandse bedrijven voor de kiezen krijgen. Al jarenlang worden rond Prinsjesdag de koopkrachtplaatjes gerepareerd op kosten van het bedrijfsleven. Ten opzichte van 2018, het eerste jaar uit de nieuwe datareeks van het Centraal Planbureau, zal de collectieve lastendruk voor bedrijven in 2024 maar liefst 12,6% hoger liggen. Let wel: dat is nog zonder de nieuwe lastenverzwaringen van de Tweede Kamer en het effect van het hogere minimumloon. In dezelfde periode daalden de lasten van gezinnen met 6,5%.

Vaak stond in de oorspronkelijke kabinetsplannen dat specifieke lastenverzwaringen voor bedrijven zouden worden gecompenseerd met een algemene verlaging van de vennootschapsbelasting, zodat de lastendruk niet te veel op zou lopen. Maar als puntje bij paaltje kwam, werd lagere winstbelasting de afgelopen jaren telkens toch ingeruild voor hogere koopkracht voor de burger. Want bedrijven stemmen niet.

Ondertussen financieren bedrijven een steeds groter deel van de collectieve uitgaven. De winstbelasting bijvoorbeeld, levert nu een bedrag ter grootte van bijna 5% van het bbp op. Tien jaar geleden was dat nog de helft. Ook vergeleken met andere eurolanden is dat een relatief hoog percentage.

Voor een groeiend, innovatief en concurrerend bedrijfsleven is het belangrijk dat de overheid gedisciplineerd nadenkt over de lasten en kosten die zij bedrijven oplegt. Daar kan best uitkomen dat ondernemingen wat meer moeten bijdragen. Maar van zo’n sobere afweging was deze week in het parlement geen sprake.

FD