De industrie krimpt: nasleep van corona of begin van de recessie?

De Nederlandse industrie had het bijzonder zwaar in april. De productie daalde met maar liefst 12,1% ten opzichte van een jaar eerder. Dat is de grootste krimp sinds april 2009, toen de economie door de kredietcrisis in een diepe recessie was beland. Tijdens de nog veel diepere coronarecessie van 2020 was er geen maand met een vergelijkbare afname van de industriële productie. De productie is nu teruggezakt naar net boven het niveau van voor de pandemie.

April was, met andere woorden, een historisch slechte maand. Is dit de voorbode van een nieuwe recessie in Nederland? Dat zou goed kunnen. Maar er is ook een optimistische verklaring voor de snelle afkoeling in de industrie. Daar zal ik eerst op ingaan, met daarna meer doemverhalen.

De optimistische verklaring luidt als volgt: de terugval in de industrie is een na-ijleffect van de pandemie en het coronabeleid. Het virus gooide de Nederlandse economie drie jaar lang wild door elkaar. Tijdens de recessie van 2020 deden ondernemers en consumenten even helemaal niets. Angst en de ‘intelligente lockdown’ verlamden de economie en zowel de goederen- als de dienstensector had het zwaar.

In 2021 veranderde dat. Er waren nog steeds lockdowns, maar we raakten aan de situatie gewend. De overheid deelde enthousiast geld uit, dus er was koopkracht genoeg. Kappers en restaurants waren dicht, dus we bevredigden onze kooplust met de aanschaf van tondeuses en steengrills. In plaats van vakantie werd een bubbelbad voor in de tuin aangeschaft. Al die spullen moesten worden gemaakt en de industrie kreeg het druk. In plaats van nog een recessiejaar, werd 2021 een jaar van herstel. De orders stroomden zelfs zo snel binnen dat de wereldwijde productieketen bezweek. Begin 2022 lag de productie van de Nederlandse industrie ruim 25% hoger dan twee jaar eerder.

Maar hoogmoed komt voor de val. Het einde van de lockdowns in 2022 betekende ook het einde van onze zucht naar spullen. De consument kon weer naar de kapper en het restaurant, en ook het reisbureau was weer open. Terwijl de industrie zich opmaakte voor weer een prachtig jaar, besloot de consument zijn geld juist uit te geven in de dienstensector. De goederenvraag daalde en de voorraden onverkochte waar groeiden.

In 2023 komt de straf voor de overmoed van 2022. De pakhuizen puilen uit, de orderportefeuilles drogen op. Geen wonder dat de industriële productie snel krimpt; de consument heeft al een steengrill en mocht er toch een nieuwe nodig zijn, dan is die al geproduceerd. Het productiefeest van 2021 leidt tot een kater in 2023.

Dit noem ik het optimistische scenario, omdat de dip van korte duur zou zijn. Zodra de voorraden zijn weggewerkt, kan de industrie weer aantrekken. Een blik op de inkoopmanagersindices in de industrie en dienstensector geeft enige onderbouwing voor dit optimisme. In de industrie staat de indicator voor toekomstige groei diep in het rood, maar in de dienstensector juist in het groen. De productiekrimp lijkt dus geen teken van algemene economische malaise, maar een geïsoleerd probleem in de industrie. Ook de aanhoudende krapte op de arbeidsmarkt geeft aan dat het in niet-industriële sectoren nog altijd prima gaat.

Dan het negatieve scenario: de krimp is geen vertraagd effect van corona, maar juist een vroeg teken van een aanstormende recessie. Centrale banken verhoogden de rente in een ongekend snel tempo. Zo proberen ze de economie af te koelen, maar dat beleid schiet door. De problemen in de industrie zijn de voorbode van een door de Amerikaanse Federal Reserve en de ECB veroorzaakte economische neergang. Zoals altijd wordt de industrie het eerst geraakt. Andere bedrijfstakken zullen volgen, ook de dienstensector.

Tel daar de groeiproblemen in China bij op en het is duidelijk: het wordt geen zachte landing maar een harde crash. Nederland staat aan de vooravond van een ‘klassieke recessie’ die, zoals wel vaker, wordt veroorzaakt door monetaire verkrapping en tegenvallende wereldhandel.

Welk scenario is het meest waarschijnlijke? Ik kan eerlijk gezegd niet kiezen. Misschien is het gewoon nog te vroeg om harde conclusies uit de krimp in de industrie te kunnen trekken. Daarom presenteer ik ze hier allebei. Dan heb ik in elk geval altijd gelijk.

FD