Dit is geen afrekening maar een terugblik. Geen ‘De economische puinhopen van dertien jaar Rutte’. Niet om de dinsdag aftredende premier te sparen, maar in een open economie als die van Nederland heeft de minister-president gewoon niet zo veel invloed op de conjunctuur.
De economische prestaties tijdens de vier kabinetten-Rutte werden niet door het Haagse beleid gedomineerd, maar door de huizenmarkt in de Verenigde Staten, begrotingsbeleid in Athene, een dierenmarkt in Wuhan en machtshonger in Moskou.
Bij zijn aantreden in oktober 2010 zat Nederland nog in de nasleep van de kredietcrisis. Het Occupy-tentenkamp vol boze burgers bezette een jaar later het Beursplein in Amsterdam. Het Centraal Planbureau (CPB) schreef: ‘De signalen staan op rood voor de mondiale economie.’

De kredietcrisis ging over in de eurocrisis, met nog meer financiële onrust, bezuinigingen en onorthodox monetair beleid. Daarop volgden een paar rustige jaren, tot in 2020 de pandemie uitbrak en de economie extreme klappen omlaag én omhoog kreeg. Rutte moest manoeuvreren door zowel het slechtste kwartaal ooit (de lente van 2020, met een kwartaalkrimp van de economie van 8,3%), als het beste (6,6% groei in de zomer van dat jaar). De coronavaccins zaten nog maar net in de arm, toen Rusland Oekraïne binnenviel en Nederland in een energiecrisis terechtkwam.
Uiteindelijk had Nederland in pakweg zes van de dertien Ruttejaren te maken met de een of andere crisis. De schade? Die valt mee. Het bruto binnenlands product (bbp) groeide sinds 2011 met bijna 20%. Dat cijfer is gecorrigeerd voor inflatie. Per jaar kwam er gemiddeld zo’n 1,5% bij. Daarmee is de groei ongeveer gelijk aan de structurele groei die Nederland zonder crises kon verwachten. Die structurele groei ligt lager dan vroeger doordat de krappe arbeidsmarkt een rem zet op de economie.
Meer werkgelegenheid
Aan het einde van Ruttes regeerperiode is slechts 3,6% van de beroepsbevolking werkloos. Een extreem laag percentage, zeker gezien de grote economische onrust van de laatste jaren. Er zijn nu 170.000 minder mensen werkloos dan in 2011. In die periode kwamen er ruim 1,3 miljoen banen bij. Dat laatste cijfer is de grote meevaller van de afgelopen dertien jaar: ondanks de vergrijzing perste Nederland er toch telkens weer meer werkgelegenheid uit. Dat is deels te danken aan arbeidsmigratie, vooral uit EU-landen.
De meevallende groei leverde vaak begrotingsmeevallers op. Mede daardoor daalde de staatsschuld (in procenten van het bbp) flink. We gingen van een euroregels overtredende 62% in 2011 naar een meer dan nette 44% in 2023. Daarbij hielp dat de collectieve uitgaven wat daalden terwijl de collectieve lasten stegen. Dat laatste kwam geheel door hogere belastinginkomsten, want de sociale premies stegen als percentage van het bbp niet.
Prijzen gingen wel omhoog. En fors ook. Vooral tijdens Rutte IV, toen de gasprijs even vertienvoudigde. Sinds 2011 steeg het consumentenprijspeil in totaal met 37%. Het leven werd onder Rutte ruim een derde duurder. Desondanks nam het beschikbaar inkomen van de gemiddelde burger (gecorrigeerd voor inflatie) met 18% toe. Loonstijgingen, hogere zzp-winsten en vooral meer mensen met betaald werk droegen bij aan reële welvaartstijging.
De koopkrachtplaatjes van het CPB geven een wat somberder beeld, met een koopkrachtstijging voor werkenden van 8% en uitkeringsgerechtigden van 7%. Maar deze cijfers houden geen rekening met de toegenomen werkgelegenheid. Als een werkloze werk vindt, zie je dat niet in het koopkrachtplaatje, maar wel in het beschikbaar inkomen.
Voor gepensioneerden is zo’n nuance niet te maken. Zij verloren in dertien jaar 4% aan koopkracht. Dat lag niet aan de kabinetten, die juist vaak met reparaties voor ouderen kwamen, maar aan de pensioenfondsen die te lang gokten op rentestijging en moesten korten.
Het aantal mensen in armoede daalde onder Rutte van 7,1% in 2011 naar 4,8% vorig jaar. Dat vinden velen nog te hoog, maar zo’n gunstige ontwikkeling — ondanks de vele crises — mag niet ongenoemd blijven. Net als de klimaatprestatie tijdens Rutte: Nederland stoot nu 16% minder broeikasgassen uit. Per euro bbp is die daling zelfs bijna het dubbele.
Ja, dat is allemaal maar zeer ten dele op het conto van Rutte te schrijven. Maar terugkijkend zien de economische prestaties van Nederland tijdens zijn jaren er een stuk beter uit dan op het moment zelf werd ervaren.
FD