Categorie archief: Boumans Blog

Griekificatie

Hoe Frankrijk in de eerste ronde heeft gestemd weet ik bij het schrijven van dit stukje nog niet. Maar dat men bij de ECB nerveus de nagels stukbijt, kan ik wel voorspellen. Zowel een overwinning van radicaal-rechts als van radicaal-links zal een schrikreactie op de financiële markten veroorzaken.

De nieuwe Franse regering zou de kromgetrokken staatsfinanciën nog verder uit het lood kunnen gooien. ‘Griekificatie’ van Frankrijk dreigt. Wat moet de ECB doen als het slimme geld Frankrijk ontvlucht en de rente omhoog schiet? Er staan sinds de euro- en coronacrisis noodmiddelen klaar; opkoopprogramma’s met exotische namen als Outright Monetary Transactions en het Transaction Protection Instrument. Daarmee zou een vlucht uit Franse obligaties wellicht te stoppen zijn.

Maar feitelijk financiert de ECB dan het miljardenbal van radicaal-rechts of -links en schept zo een rampzalig precedent. Niets doen is ook geen optie als een eurocrisis dreigt. ‘Whatever it takes’ klinkt toch heel anders als het om het redden van een radicale, eurofobe regering gaat, die opzettelijk en openlijk de begrotingsregels overtreedt.

FD

Nederland deed het aardig, maar Rutte had er weinig invloed op

Dit is geen afrekening maar een terugblik. Geen ‘De economische puinhopen van dertien jaar Rutte’. Niet om de dinsdag aftredende premier te sparen, maar in een open economie als die van Nederland heeft de minister-president gewoon niet zo veel invloed op de conjunctuur.

De economische prestaties tijdens de vier kabinetten-Rutte werden niet door het Haagse beleid gedomineerd, maar door de huizenmarkt in de Verenigde Staten, begrotingsbeleid in Athene, een dierenmarkt in Wuhan en machtshonger in Moskou.

Bij zijn aantreden in oktober 2010 zat Nederland nog in de nasleep van de kredietcrisis. Het Occupy-tentenkamp vol boze burgers bezette een jaar later het Beursplein in Amsterdam. Het Centraal Planbureau (CPB) schreef: ‘De signalen staan op rood voor de mondiale economie.’


De kredietcrisis ging over in de eurocrisis, met nog meer financiële onrust, bezuinigingen en onorthodox monetair beleid. Daarop volgden een paar rustige jaren, tot in 2020 de pandemie uitbrak en de economie extreme klappen omlaag én omhoog kreeg. Rutte moest manoeuvreren door zowel het slechtste kwartaal ooit (de lente van 2020, met een kwartaalkrimp van de economie van 8,3%), als het beste (6,6% groei in de zomer van dat jaar). De coronavaccins zaten nog maar net in de arm, toen Rusland Oekraïne binnenviel en Nederland in een energiecrisis terechtkwam.

Uiteindelijk had Nederland in pakweg zes van de dertien Ruttejaren te maken met de een of andere crisis. De schade? Die valt mee. Het bruto binnenlands product (bbp) groeide sinds 2011 met bijna 20%. Dat cijfer is gecorrigeerd voor inflatie. Per jaar kwam er gemiddeld zo’n 1,5% bij. Daarmee is de groei ongeveer gelijk aan de structurele groei die Nederland zonder crises kon verwachten. Die structurele groei ligt lager dan vroeger doordat de krappe arbeidsmarkt een rem zet op de economie.

Meer werkgelegenheid
Aan het einde van Ruttes regeerperiode is slechts 3,6% van de beroepsbevolking werkloos. Een extreem laag percentage, zeker gezien de grote economische onrust van de laatste jaren. Er zijn nu 170.000 minder mensen werkloos dan in 2011. In die periode kwamen er ruim 1,3 miljoen banen bij. Dat laatste cijfer is de grote meevaller van de afgelopen dertien jaar: ondanks de vergrijzing perste Nederland er toch telkens weer meer werkgelegenheid uit. Dat is deels te danken aan arbeidsmigratie, vooral uit EU-landen.

De meevallende groei leverde vaak begrotingsmeevallers op. Mede daardoor daalde de staatsschuld (in procenten van het bbp) flink. We gingen van een euroregels overtredende 62% in 2011 naar een meer dan nette 44% in 2023. Daarbij hielp dat de collectieve uitgaven wat daalden terwijl de collectieve lasten stegen. Dat laatste kwam geheel door hogere belastinginkomsten, want de sociale premies stegen als percentage van het bbp niet.

Prijzen gingen wel omhoog. En fors ook. Vooral tijdens Rutte IV, toen de gasprijs even vertienvoudigde. Sinds 2011 steeg het consumentenprijspeil in totaal met 37%. Het leven werd onder Rutte ruim een derde duurder. Desondanks nam het beschikbaar inkomen van de gemiddelde burger (gecorrigeerd voor inflatie) met 18% toe. Loonstijgingen, hogere zzp-winsten en vooral meer mensen met betaald werk droegen bij aan reële welvaartstijging.

De koopkrachtplaatjes van het CPB geven een wat somberder beeld, met een koopkrachtstijging voor werkenden van 8% en uitkeringsgerechtigden van 7%. Maar deze cijfers houden geen rekening met de toegenomen werkgelegenheid. Als een werkloze werk vindt, zie je dat niet in het koopkrachtplaatje, maar wel in het beschikbaar inkomen.

Voor gepensioneerden is zo’n nuance niet te maken. Zij verloren in dertien jaar 4% aan koopkracht. Dat lag niet aan de kabinetten, die juist vaak met reparaties voor ouderen kwamen, maar aan de pensioenfondsen die te lang gokten op rentestijging en moesten korten.

Het aantal mensen in armoede daalde onder Rutte van 7,1% in 2011 naar 4,8% vorig jaar. Dat vinden velen nog te hoog, maar zo’n gunstige ontwikkeling — ondanks de vele crises — mag niet ongenoemd blijven. Net als de klimaatprestatie tijdens Rutte: Nederland stoot nu 16% minder broeikasgassen uit. Per euro bbp is die daling zelfs bijna het dubbele.

Ja, dat is allemaal maar zeer ten dele op het conto van Rutte te schrijven. Maar terugkijkend zien de economische prestaties van Nederland tijdens zijn jaren er een stuk beter uit dan op het moment zelf werd ervaren.

FD

Protestconsumptie

Wij moeten het doen dit jaar. U en ik en alle andere consumenten bepalen of de economie weer gaat groeien. Bijzonder, want normaal begint herstel bij de export. Nu moet het van de consumptie komen, denken CPB en DNB.

Dat kan ook prima. Stijgende lonen, lastenverlichting, extreem lage werkloosheid; alle ingrediënten voor een consumptiefeestje zijn aanwezig. Maar toch: het consumentenvertrouwen is laag en de koopbereidheid daalt.

Hebben we misschien alles al? Kan de planeet meer consumptie niet aan? Bent u stiekem aan het consuminderen geslagen? Maak dan van consumptie een proteststem!

Koop zonnepanelen, ook al wil de nieuwe coalitie salderen afschaffen. En een warmtepomp, ook als die niet meer verplicht is. Ga je te buiten in de boekwinkel, ondanks de hogere btw. En snuif veel (dure) cultuur op. De Keti Koti Conference speelt in Hengelo. Er is klimaattheater over de overstromingen in Limburg. Bezoek in Dordrecht de expositie over Indische migranten. En in Groningen die over Jacob Israël de Haan die een eeuw geleden al streefde naar vrede tussen Joden en Arabieren. Het is tijd om te stemmen met de portemonnee.

FD

Zelfstandigen zonder lobby

Voor de onzichtbare krachten die in Nederland het beleid bepalen, moet je niet bij de ambtenaren of de ‘linkse elite’ zijn. Onze deep state is de lobby van polder en bedrijfsleven. Soms is die invloed van vakbonden en ondernemingen even duidelijk waarneembaar. Zoals bij de coronasteun tijdens de pandemie.

In een nieuwe terugblik concludeert het Centraal Planbureau dat de steunmaatregelen aan werknemers en bedrijven op zich goed hebben gewerkt, maar dat ze te lang zijn volgehouden. Ook toen de economie weer was opgeveerd, bleven de miljarden aan NOW en TVL gul stromen en werden de voorwaarden zelfs nog verruimd. Het CPB stelt droogjes dat ‘de maatvoering van het steunbeleid in de loop van de crisis te ruim werd’.

Anders gezegd: de lobby werkte te goed. Subsidies afpakken is lastig als de polder protesteert. Dat lukt alleen als de ontvangers slecht georganiseerd zijn en geen vuist kunnen maken. Zoals de zzp’ers: hun regeling (Tozo) werd juist wel strenger en werd veel eerder afgeschaft dan de NOW en TVL. Ze protesteerden wel, en stapten zelfs naar de rechter. Maar zonder sterke lobby had dat allemaal weinig zin.

FD

Niet helpen

Ontwikkelingssamenwerking wordt weer ontwikkelingshulp. Van alle naamswijzigingen die het aanstaande kabinet-Schoof wil doorvoeren, is deze toch wel de vreemdste.

Want waarom zou je iets ‘hulp’ noemen, vlak voordat je er hard op gaat bezuinigen? ‘We gaan niet meer helpen’ klinkt veel naargeestiger dan ‘we gaan niet meer samenwerken’. Of onderschat ik nu het cynisme van het nieuwe kabinet en vindt beoogd minister Reinette Klever – bekend van haar diepte-interviews met Zwarte Piet – het juist wel een lekker idee om hulp te schrappen?

Samenwerking suggereert dat beide partijen profiteren. Dus wij ook. Dat zou het Nederlanders-weer-op-éénkabinet toch moeten aanspreken. Als we samen met ‘zandbaklanden’ zonneparken en waterstoffabrieken bouwen, krijgen Nederlanders goedkope energie. De ‘tsunami van gelukzoekers’ rem je af door de economische omstandigheden in Afrikaanse landen te verbeteren. Investeer in de productiecapaciteit van ‘kopvodden’-landen en we kunnen blijven consumeren, ook als straks half Nederland stopt met werken en van het pensioen wil genieten.

Minder hulp, meer eigenbelang, hoe PVV wil je het hebben?

FD

Elektrische auto’s uit China worden kunstmatig duur. Droevig dat het nodig is

Om teleurstelling te voorkomen zeg ik het meteen maar: ik weet het niet. Wie een bevlogen tirade tegen de nieuwe importtarieven op in China geproduceerde elektrische auto’s verwacht, zal dus teleurgesteld worden. Ook lezers die hopen op een enthousiast applaus voor het tariefbesluit van de Europese Commissie, komen niet aan hun trekken. Of het nieuwe protectionisme goed of slecht uitpakt, zal in de praktijk moeten blijken.

Feit is in elk geval dat de opmars van ‘Made in China’ op de Europese markt voor elektrische voertuigen (EV’s) indrukwekkend is. Het betreft niet alleen Chinese automerken, maar ook Europese en andere niet-Chinese merken die hun EV’s in China laten bouwen. In 2023 kwam meer dan de helft van de van buiten de EU geïmporteerde elektrische personenauto’s uit een Chinese fabriek, zo laten cijfers van Eurostat zien. Zuid-Koreaanse autofabrikanten halen de 20% niet eens. Uit Japan komt slechts 3% van de niet-EU-import van EV’s. Omgekeerd is de Europese export van EV’s naar China slechts 6% van de uitvoer van de EU.

Terzijde: ik schrijf EV’s en niet ‘stekkerauto’? Vooral koppenmakers zijn dol op dat onzinnige woord, omdat ‘elektrische auto’ te lang is. Maar in de echte wereld zegt niemand ‘stekkerauto’ en een brandstofauto noemen we ook geen ‘vulpistoolauto’. De internationaal gebruikte afkorting voor ‘electric vehicle’ kunnen we in Nederland gewoon gebruiken: EV, elektrisch voertuig.

Terug naar de importtarieven op Chinese EV’s. Die kunnen oplopen tot 38,1%, maar zijn lager voor bedrijven die meewerkten aan het onderzoek van de Europese Commissie. Tesla krijgt voor in China geproduceerde EV’s mogelijk ook een lager tarief, want dat bedrijf zou weinig profiteren van Chinese subsidies.

Die subsidies zijn de reden voor de nieuwe importheffingen. Overigens kan de Commissie pas sinds 2022 iets doen tegen dergelijke staatssteun. Toen werd nieuwe regulering aangenomen waarin buitenlandse subsidies worden gezien als een bedreiging voor de interne markt van de EU. Het gaat hier dus niet om traditioneel optreden tegen prijsdumping door exporteurs. Winstmarges van Chinese EV-producenten op verkopen in de EU liggen veel hoger dan die op de eigen markt, dus van dumping is geen sprake. Maar sinds 2022 worden subsidies ook gezien als marktbederf, en kan de Commissie optreden.

Een cynicus zal opmerken dat ook Europese bedrijven grootschalig worden geholpen met Europees en nationaal geld, zeker in de auto-industrie. Buitenlandse subsidies zijn slecht, maar binnenlandse subsidies zijn goed. Dit is blijkbaar het nieuwe Europese industriebeleid.


De nieuwe tarieven zijn slecht nieuws voor Europese consumenten die op zoek zijn naar een betaalbare EV. En voor iedereen die op snelle uitfasering van de verbrandingsmotor hoopt, zoals de Europese Commissie zelf. De transitie zal het zonder extreem goedkope Chinese modellen moeten doen.

Ook belonen de importheffingen de luiheid en besluiteloosheid van onze Europese automerken. Die hebben de eerste slag op de EV-markt verloren, doordat ze halsstarrig bleven vasthouden aan mythes zoals schone diesel en biobrandstof. Concurrentie van goedkope en superieure Chinese EV’s zou de ultieme wake-upcall zijn geweest. Nu kan men nog even doordutten.

Slecht idee dus, die tarieven? Ik twijfel toch. Al voor de aankondiging maakten Chinese producenten zich klaar om productie naar Europa te verplaatsen. Chinese merken gaan produceren in onder andere Spanje, Polen en Hongarije. Zo ontwijken zij de invoerheffing en kunnen wij mooi leren hoe je een goedkope EV bouwt. Want dat is misschien wel het sterkste argument voor het nieuwe protectionisme: Europa loopt achter en moet de tijd krijgen om kennis op te doen en productieschaal te bereiken.

Economen noemen dit het ‘infant industry’-argument. Een industriële sector die het allemaal nog moet leren mag zich enige tijd afschermen van de tucht van de internationale markt om groter te groeien en uiteindelijk de concurrentie aan te kunnen. Het argument werd altijd gebruikt om protectionisme in opkomende economieën te rechtvaardigen. Dat de ooit zo fiere Europese auto-industrie de EV-boot dusdanig heeft gemist dat men nu ook zulke tarieven nodig heeft, is buitengewoon schaamtevol.

FD

Huisjesmelkers

Dat BBB Volkshuisvesting krijgt, wekt wellicht verbazing. Beoogd woonminister Mona Keijzer kan straks de beloofde 100.000 huizen niet bouwen, omdat haar collega op Landbouw (ook BBB) niks aan het stikstofprobleem wil doen. Dat wordt ruzie in de boerentent.

Maar misschien zijn de twee BBB-ministeries juist de perfecte combinatie. In het coalitieakkoord staat deze kromme zin: ‘Beperken regels die bouwen in het buitengebied, bijvoorbeeld op het eigen erf, onnodig belemmeren.’ Vertaling: het moet voor boeren en buitenlui makkelijker worden om op het eigen erf een piepklein woonwijkje te bouwen. Een paar koophuizen, een blokje huurwoningen, een veldje tiny houses. Goed voor de leefbaarheid van het platteland, zonder dat er grote publieke investeringen in wegen en riool voor nodig zijn.

Er zijn in de loop der jaren veel burgerinitiatieven geweest voor kleinschalig bouwen op het erf. Maar vaak lopen die vast in starre regels en vergunningen. Zonde, want behalve woningen levert het ook geld op voor de boer. Misschien wel genoeg om te stoppen. Dan zorgt woningbouw voor mínder stikstof en zijn alle BBB-ministers blij.

FD

Bange ceo’s

Unilever laat z’n milieudoelen varen. De nieuwe ceo Hein Schumacher wil de oneindige stroom aan shampooflessen en crèmetubes die in onze oceanen terechtkomt, toch niet snel verminderen. Doelen voor recycling en gebruik van afbreekbaar plastic worden naar achteren geschoven.

Shell-ceo Wael Sawan deed kort na z’n aantreden hetzelfde: investeringen in duurzame energie gaan omlaag. Lng en diepzeeolie zijn de toekomst en cashflow is king. Waarom doen die topmannen dat? Omdat ze onzeker zijn, en bang voor hun positie.

Dat zeg ík niet, dat concluderen onderzoekers van de Bank for International Settlements (BIS) in een nieuw onderzoek. Zij berekenden de kans op onvrijwillig ontslag van de ceo van bijna duizend Amerikaanse bedrijven en vergeleken die met de milieuprestaties van die ondernemingen. Conclusie: een topman die onzeker is over zijn positie richt zich op de korte termijn en verliest vergroening uit het oog. Innovaties die de milieuprestaties verhogen zijn het eerste slachtoffer.

Ze zijn dus niet slecht en gemeen, die ceo’s die plastic en olie omarmen. Ze zijn bang en nerveus. Laf, zou je het ook kunnen noemen.

FD

Zou u het doen?

Het schiet niet op met de formatie. ‘Veel ministerskandidaten zeggen nee’, legt een Haagse journalist uit. Dat snap ik wel. Als minister moet je een regeerprogramma schrijven, als uitwerking van het hoofdlijnenakkoord. Da’s de nieuwe bestuurscultuur. Maar wat als daar voor jouw ministerie weinig in staat?

Stel, je wordt minister van Economische Zaken, welke plannen schrijf je op? Je moet ‘het vestigingsklimaat verbeteren’, ‘de regeldruk verminderen’ en ‘de kenniseconomie versterken’. Tja, dat wil iedereen wel. Welk beleid hoort daarbij? Wat kan op een meerderheid rekenen? Je gaat wat grasduinen in de verkiezingsprogramma’s, om uit te vinden wat de coalitiepartijen willen. En bellen met de fractieleiders om te kijken of er tussen de partijen compromissen zijn te sluiten.

Je bent geen minister, je bent informateur. Maar dan alleen op je eigen onderwerp. Slim uitruilen van standpunten tussen ministeries is er voor jou niet bij. ‘Zoek gewoon een meerderheid bij de oppositie’, zegt Pieter Omtzigt, als je bent vastgelopen. Zuchtend bel je het nummer van Frans Timmermans. Maar je weet al precies wat die gaat zeggen…

FD

Het succes van emissiehandel zorgt ervoor dat CO₂ al vaker een prijs krijgt

Gratis broeikasgas uitstoten? In steeds meer landen en regio’s is dat niet meer mogelijk. Anno 2024 heeft bijna een kwart van de mondiale CO₂-emissie een prijs. Dat wil zeggen: een bedrijf dat uitstoot moet een belasting betalen over elke ton CO₂, of op een speciale markt emissierechten inkopen.

Vooral die laatste vorm van beprijzing is in opkomst. Niet alleen in rijke landen, ook veel opkomende economieën experimenteren met een emissiehandelssysteem (Engelse afkorting: ETS). In Indonesië bijvoorbeeld moeten eigenaren van kolencentrales sinds vorig jaar emissierechten kopen. Turkije start in oktober een proef met een eigen ETS voor de energiesector en zware industrie. Als die pilot slaagt zal de markt in 2025 echt opengaan. In India en Brazilië wordt eveneens gewerkt aan een ETS. Goed nieuws, want beprijzen van CO₂ is iets waar milieueconomen al decennia voor pleiten. Het is eerlijk, want de vervuiler betaalt én efficiënt: de markt kan zijn werk doen, waardoor de ‘goedkoopste’ reductie van uitstoot als eerste wordt beperkt.

De Wereldbank brengt jaarlijks een rapport uit over de opmars van CO2-beprijzing. De nieuwste versie van deze State and trends of carbon pricing, kwam eind mei uit. De wereld telt nu zesendertig verschillende emissiehandelssystemen. Daarvan zijn er elf nationaal of, zoals in het geval van de Europese Unie, supranationaal. In Noord-Amerika gaat het vooral om regionale handelssystemen, want de federale overheden van de VS en Canada zijn huiverig om een nationaal ETS in te voeren. Daarom zijn veel Amerikaanse en Canadese staten hun eigen weg gegaan.

China heeft sinds 2021 een nationaal ETS voor de energiesector. Dat is meteen ook ’s werelds grootste markt. Er wordt voor ongeveer vijf miljard ton CO₂ aan emissierechten verhandeld, goed voor 40% van de Chinese uitstoot. Tegelijk zijn er ook in China veel regionale initiatieven. Daarbij gaat het vaak om pilotprojecten die CO₂-uitstoot van de industrie, gebouwen en transport een prijs geven.


De victorie van de handel in emissierechten begon in Europa, in 2005. Toen startte het EU ETS. De zware industrie en de energiesector moesten voortaan emissierechten kunnen overleggen als ze CO₂ uitstootten. Een flink deel daarvan werd gratis verstrekt, maar het aantal gratis rechten is sindsdien snel afgenomen. De handelsprijs van een recht voor een ton CO₂-uitstoot was in de eerste jaren nog erg laag, maar is inmiddels opgelopen naar zo’n €75. Vorig jaar werd zelfs even de €100 aangetikt. De Wereldbank rekent voor de EU met een prijs van omgerekend $61, wat suggereert dat men ergens in maart heeft gemeten, toen er een prijsdipje was.

De hoge Europese ETS-prijs maakt vervuilen duur en vergroenen rendabel. En dat allemaal zonder subsidies. Sterker: de handelssystemen leveren de staat geld op. Wereldwijd bedraagt die opbrengst inmiddels ruim $70 miljard, berekende de Wereldbank. Dat geld wordt vaak gebruikt voor het financieren van klimaatbeleid, maar gaat in veel gevallen ook gewoon naar de algemene middelen.

In veel landen is de opbrengst nog marginaal, want de hoge ETS-prijs van Europa wordt verder nergens gehaald. In de meeste landen en regio’s kost een emissierecht minder dan $50. In het Zuid-Koreaanse ETS is de prijs zelfs maar $6.

Deze grote prijsverschillen laten zien dat de handelssystemen nog in de kinderschoenen staan. Landen en regio’s proberen wel van elkaar te leren, maar maken toch hun eigen keuzes over welke sectoren onder het systeem vallen, hoeveel rechten er voorhanden zijn en hoe snel dat aantal wordt afgebouwd. Een enkel, wereldomvattend ETS, met een CO₂-prijs die overal gelijk is, ligt niet in het verschiet. Gevolg is dat de prijsverschillen de concurrentieverhoudingen blijven verstoren, en dat overheden huiverig zijn om het aantal rechten snel te reduceren. De Wereldbank concludeert dan ook dat de huidige prijzen niet hoog genoeg zijn om de doelen van het Klimaatakkoord van Parijs te halen.

Desondanks is het toenemende aantal landen en regio’s met een ETS hoopgevend. In de EU staat zelfs al een tweede handelssysteem in de steigers, voor leveranciers van fossiele brandstoffen. Dat moet in 2027 van start gaan. Nu maar hopen dat deze plannen de Europese verkiezingen en de verwachte ruk naar rechts overleven.

FD