Categorie archief: Boumans Blog

Jonge onderzoekers

Het mes gaat in de Nederlandse universiteiten. Of beter: de botte bijl. De inkomsten dalen door minder instroom van studenten. De langstudeerboete en de rem op buitenlandse studenten zal dat verergeren. Als klap op de vuurpijl wil de nieuwe coalitie fors bezuinigen op onderwijs en onderzoek. ‘Versterking van de kenniseconomie’ krijgt volgens het hoofdlijnenakkoord ‘prioriteit’, maar in de financiële bijlage zie je daar niets van terug.

Op alle universiteiten zijn inmiddels crisisteams bezig om de begroting recht te breien. Op zich kan het best goed zijn om eens met de stofkam door de organisatie te gaan, maar het grote risico is dat juist studenten en jonge onderzoekers de dupe worden.

Zo gaan bij Universiteit Twente alle studentassistenten eruit en komt er een vacaturestop voor promovendi en postdocs. Een typisch geval van ‘insiders’ sparen, door ‘outsiders’ buiten te sluiten. Je voorkomt er misschien gedwongen ontslagen mee, maar de deur voor jonge, ambitieuze academici slaat dicht.

Snij in de overhead, schrap desnoods een paar leerstoelen, maar bezuinig niet op de toekomst van ons onderwijs en onderzoek.

FD

Vredesmissie

‘Leuk als je langskomt, maar liever niet op maandag’, had Poetin tegen Orbán gezegd. ‘Die dag ben ik druk met het bombarderen van het kinderziekenhuis van Kiev. Dus fijn als je al voor het weekend kunt komen.’

Dus was de Hongaarse premier op vrijdag naar Moskou gereisd. Op vredesmissie namens de Europese Raad, waar hij sinds kort voorzitter van was. Nou ja, niet echt namens die regeringsleiders, want hij had hun niets over zijn bezoek verteld. Maar door met het logo van het Hongaarse voorzitterschap te zwaaien, kreeg zijn bezoek toch Europese allure.

Orbán begreep best dat de Russen burgerdoelen moesten platschieten. Zo’n kinderziekenhuis vol jonge patiëntjes staat de vrede in de weg. Maar wat de Hongaarse premier niet begreep is waarom de EU hem dit allemaal toestond. Er was plichtmatig gezucht, maar verder kon hij gewoon z’n gang gaan. Geen sancties, geen subsidiestop, niet eens een boycot van zijn voorzitterschap.

De grootste regeringspartij van Nederland had hem zelfs beloond door zich per direct bij zijn nieuwe Europese fractie aan te sluiten. ‘Nu door naar China’, dacht Orbán. ‘Nog meer vrede stichten.’

FD

Afrikabeleid

Nu iedereen is doordrongen van het feit dat het hoge Nigeriaanse kindertal ‘geopolitieke gevolgen’ zal hebben, is het tijd voor de volgende denkstap: wat wordt de Nederlandse reactie op deze trend?

In 2050 woont een kwart van de wereldbevolking in Afrika en is de economie van een land als Nigeria groter dan die van Duitsland. The Economist spreekt al van ‘de Afrikaanse eeuw’. Met zo’n gebied moet je nu al handels- en investeringsakkoorden sluiten, zodat Nederlandse bedrijven meeprofiteren. Je zoekt samenwerking en politieke invloed, misschien zelfs via afspraken over arbeidsmigratie.

Dat doen we natuurlijk niet op eigen houtje. Alleen via de EU kan Nederland een voet tussen de deur krijgen. We worden daarom veel actiever in het ‘Africa-EU Partnership’ en het Euro-Mediterranean Partnership (EUROMED). De bezuinigingen op internationale samenwerking draaien we terug en die Mpox-vaccins sturen we natuurlijk direct zuidwaarts.

Kabinet-Schoof gaat een actief, positief en ambitieus Afrikabeleid voeren, zodat de Afrikaanse eeuw ook een Nederlandse eeuw wordt. Welke politicus geeft daar eens een bevlogen lezing over?

FD

Een debat over baby’s en vruchtbaarheid? Dan graag eerst de feiten

Er worden weinig kinderen geboren in Nederland. En juist veel in Nigeria. ‘Dat gaat geopolitiek consequenties hebben’, waarschuwde Pieter Omtzigt deze week. De NSC-leider vertelde niet welke gevolgen dat zijn. Hij sprak ook niet onomwonden uit dat het geboortegetal in Nederland omhoog moet, laat staan dat hij inging op de vraag hoe de overheid het kindertal zou moeten beïnvloeden. Maar het zaadje was geplant, dus het ‘debat over demografie’, zoals Omtzigt het noemde, kan beginnen.

Ik zie niet direct waar dat debat over moet gaan. Niet over arbeidsmigratie, in elk geval. Want hoewel Omtzigt anders leek te suggereren: met meer kinderen los je de personeelstekorten niet op. In elk geval niet in de eerste 20 tot 25 jaar; dan zijn er juist meer mensen nodig voor zorg en onderwijs. Vergrijzing vraagt tegelijkertijd juist om meer zorgpersoneel. De ‘groene druk’ op laten lopen terwijl de ‘grijze druk’ juist snel aan het stijgen is, zal de arbeidsmarkt en de draagkracht van de collectieve sector nog meer onder druk zetten.

Een onderzoek in ESB laat bovendien zien dat moeders in de eerste zeven jaar na de geboorte van hun eerste kind bijna 50% minder uren gaan werken (de werkweek van mannen krimpt slechts een paar procent). Nog minder arbeidsaanbod, dus. Conclusie: pas in de tweede helft van deze eeuw is er een positief effect van hoger kindertal te verwachten.

Maar een debat kan natuurlijk altijd gevoerd worden. Er zijn genoeg landen waar natuurlijke groei van de bevolking een zaak is van continue beleidsdiscussie. Laten we het Nederlandse debat daarom aftrappen met wat feiten.

Allereerst: daling van het geboortegetal is niet iets recents. Het gebeurde eind jaren zestig, begin jaren zeventig, niet toevallig kort na de uitvinding van ‘de pil’, al is dat lang niet de enige verklaring.

In Nederland daalde het gemiddelde aantal kinderen per vrouw van 3,2 in 1963 naar 1,6 twaalf jaar later. En daar is het in de halve eeuw daarna eigenlijk rond blijven hangen. Tijdens de recessie begin jaren tachtig was er een duidelijke dip onder 1,5 kind per vrouw. En tijdens de economische hoogtijdagen in de tweede helft van de jaren tachtig steeg het cijfer weer naar ruim 1,7. In 2009 en 2010 werd zelfs bijna de 1,8 aangetikt.

Economie speelt een rol bij de beslissing om kinderen te nemen. Crisis en recessie zorgen in de regel voor minder baby’s, zo blijkt ook uit internationaal onderzoek. Geen wonder dat in de nasleep van kredietcrisis, eurocrisis, coronacrisis en koopkrachtcrisis het kindertal weer wat afnam.

Een nieuw laagterecord werd vorig jaar bereikt: 1,4 kind per vrouw. Dat is waar Omtzigt op is aangeslagen. Maar wat hij misschien vergat, is dat twee jaar eerder, in 2021, er juist sprake was een klein geboortegolfje. Een ‘babyboom tijdens corona’ noemden onderzoekers dat. We zaten samen thuis en hadden weinig te doen, dus dan krijg je dat. Daar kon het crisisgevoel blijkbaar niet tegenop.

Vooral bij vrouwen die makkelijk thuis konden werken, nam het aantal geboorten toe. En dan vooral ook als ze een vaste baan hadden, zo blijkt uit onderzoek. Zo speelde ook hier economie toch een rol.

Dat het aantal kinderen twee jaar na 2021 een dieptepunt bereikte, kan heel goed het gevolg zijn van de babyboom dat jaar. De baby’s kwamen simpelweg wat eerder dan zonder pandemie. De recente daling hoeft dus geen nieuwe trend te zijn.

Wel een duidelijke trend is dat Nederlandse vrouwen op hogere leeftijd hun eerste kind krijgen. Dat cijfer ging van 24 jaar in 1970 naar 30 jaar nu. Vrouwen nemen langer deel aan onderwijs en streven een carrière na. Dat ziet ook Omtzigt hopelijk als iets positiefs. Vaak worden ook genoemd: jongeren krijgen moeilijk een vast contract, kinderopvang is duur en de huizenmarkt krap. Daar zou het kabinet wel iets aan kunnen doen.

Voor een econoom ongrijpbare culturele aspecten zullen zeker ook een rol spelen. Dat blijkt bijvoorbeeld uit het feit dat eerstegeneratiemigranten gemiddeld meer kinderen krijgen dan autochtonen. Voor de kinderen en kleinkinderen van migranten loopt het kindertal veel meer in de pas.

Voor Omtzigt een lastige: wie meer baby’s wil, zou eigenlijk meer nieuwe migranten moeten binnenlaten.

FD

Personeelsbegroting

Prinsjesdag: alle ogen zijn gericht op de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid als hij de Tweede Kamer inloopt en zijn koffertje opent. Op het boekwerk dat hij daaruit haalt staat ‘Personeelsbegroting’. En: ‘Nota over de toestand van ’s Rijks arbeidsmarkt’.

De minister van Financiën kijkt toe. Ooit had hij deze ceremoniële rol, maar toen was geld nog de beperkende factor. En hoewel het nog steeds niet aan een boom groeit, is het nu personeel waar een structureel tekort aan is. Zorg, defensie, energie, infrastructuur, woningbouw, de belastingdienst; je kunt er zoveel geld tegenaan gooien als je wilt, elk plan loopt vast op de krappe arbeidsmarkt.

Dus zit er bij elk wetsvoorstel voortaan een personeelsbegroting. Hoeveel mensen zijn nodig? Hoe wordt dat gevonden op het nationale arbeidsbudget? Waar wordt op personeel bezuinigd om menskracht vrij te maken?

Het CPB rekent minutieus door hoe de marktverstorende arbeidsvraag van de overheid doorwerkt in de economie, hoeveel migranten erbij moeten en welke arbeidsvoorwaarden nodig zijn om personeel te lokken.

Veel werk, maar het realisme is terug in het beleid.

FD

Vaarwel vlaktaks

Op Prinsjesdag begraven we een 25 jaar oud idee: de vlaktaks. Het wordt een stille begrafenis, waar hoogstens wat oude CDA’ers de laatste eer komen bewijzen aan hun plan voor een enkele schijf in de inkomstenbelasting. Eén tarief voor iedereen zou eenvoudiger zijn, banen creëren en de woningmarkt lostrekken.

Het was CDA’er Ab Klink die er in 2000 als eerste voor pleitte. Vier rapporten later belandde het idee in het verkiezingsprogramma en in 2017 voerde Rutte 3 de vlaktaks in. Inmiddels was er een ‘solidatiteitsheffing’ voor hoge inkomens aan toegevoegd, dus echt vlak was de taks niet meer. En om de inkomens glad te strijken moesten de inkomensafhankelijke toeslagen en kortingen flink worden opgepompt, waardoor het marginale tarief in de praktijk juist extreem grillig werd. Eenvoudiger werd het bepaald niet.

Op de derde dinsdag gaat het plan de kist in. Er komt een nieuwe schijf voor lage inkomens. De progressiviteit is terug. Kunnen de kortingen en toeslagen dan ook omlaag? Je zou denken van wel. Maar vanwege de ‘bestaanszekerheid’ lijkt het kabinet die juist te gaan verhogen. Ik huil zachtjes met de CDA’ers mee.

FD

Het regeerprogram moet beginnen met een plan voor meer technici

‘Jongens, word loodgieter, we zoeken nog mensen’, zegt de man in het internetfilmpje. Hij staat tot z’n middel in smerig water en schept smurrie uit een verstopte rioolput. ‘Het is hier heel leuk!’

Nee, deze bijdrage, gefilmd door schaterlachende collega’s, zal het aantal studenten installatietechniek niet omhoog brengen. Maar dat doen de veel serieuzere wervingsfilmpjes blijkbaar ook niet. Al jaren proberen overheden, scholen en bedrijven jongeren te verleiden te kiezen voor bètavakken en technische opleidingen. Het resultaat stelt telkens teleur. Zo ook in 2023.

Volgens nieuwe cijfers van Techniekpact is vorig jaar de instroom in technische opleidingen ongeveer gelijk gebleven. Techniekpact, dat streeft naar ‘voldoende slimme en vakbekwame technici voor de banen van nu en morgen’, spreekt van ‘stabielere cijfers als het gaat om de keuze van leerlingen en studenten voor bètatechniek.’ Daar klinkt nog iets van optimisme in door. Stabilisering is immers beter dan afname, ook al is het op een veel te laag niveau.

Het percentage nieuwe techniekstudenten in het middelbaar beroepsonderwijs lag aan het begin van het huidige schooljaar net boven 28%. Sinds 2019 was dat percentage elk jaar net zo hoog. Alleen in 2016 werd eenmalig de 29% aangetikt. In het hbo en het wetenschappelijk onderwijs is de situatie niet veel anders. Na een piek rond 2016 is het aandeel van nieuwe studenten bètatechniek op een laag niveau gestabiliseerd.

Van stabilisatie is geen sprake als we naar de absolute instroom kijken, en niet naar de relatieve instroom. Zo daalde het absolute aantal studenten dat voor een universitaire bètastudie koos in 2023 naar minder dan 28.800. Dat is lager dan in de drie voorgaande jaren. Dat de relatieve instroom stabiliseert, maar het absolute aantal daalt, komt door de demografische ontwikkeling. Er zijn minder jongeren, dus ook al kiezen er procentueel evenveel voor een bètaopleiding, het aantal studenten daalt. Dit is ook te zien op de hogescholen. Daar lag de instroom bij techniekstudies zelfs op het laagste peil in acht jaar tijd.

Er waren in 2023 wel net wat meer nieuwe mbo’ers die voor techniek kozen, dan een jaar eerder. Schrale troost, want sinds 2010 waren er maar twee jaren met een lagere instroom dan die van 2023.

Uiteindelijk zijn het de absolute en niet de relatieve cijfers die van belang zijn. We komen aantallen technici tekort, niet procenten. Minder jongeren betekent dus dat het percentage techniekstudenten sneller moet stijgen om de gewenste toename van het aantal technici te krijgen.

Dat die toename zo gewenst is, komt niet alleen door de vergrijzing. Veel ervaren technici, op alle niveaus, zwaaien af en moeten worden vervangen. Daarnaast vragen de energietransitie, woningbouw en de voortschrijdende robotisering en digitalisering om extra technici. De wens om de maakindustrie in Europa en in Nederland te versterken en minder afhankelijk te worden van China, levert ook nieuwe vraag naar technische vakkrachten op.

De nieuwe coalitie belooft prioriteit te gaan geven aan ‘beschikbaarheid van talent, versterking van de kenniseconomie, innovatie, en (digitale) infrastructuur’. De zorg wordt gedigitaliseerd, Nederland moet energie-onafhankelijk worden, het stroomnet wordt uitgebreid en recycling van grondstoffen aangemoedigd. We gaan 100.000 huizen bouwen en ook nog vier nieuwe kerncentrales. Ambitieuze plannen, maar wie gaan deze projecten uitvoeren?

Voor buitenlandse technici gaat de deur een stuk verder dicht. Op onderwijs wil de coalitie flink bezuinigen en buitenlandse studenten zijn minder welkom. Over hoe de gaten op de arbeidsmarkt worden opgevuld, uit welke hoge hoed de benodigde vakmensen komen en hoe we de Nederlandse jeugd nu eindelijk eens verleiden om voor een technische opleiding te kiezen, daarover zwijgt het hoofdlijnenakkoord.

De nieuwe ministers van Onderwijs, van Economische Zaken en van Sociale Zaken en Werkgelegenheid gaan de komende weken ieder schrijven aan hun ‘regeerprogram’. Laat ze allereerst een weekend bij elkaar gaan zitten en gezamenlijk een lang hoofdstuk schrijven over het structurele tekort aan technici, wat daaraan is te doen en vooral hoeveel extra geld voor onderwijs daarbij hoort. Anders heeft het formuleren van al die andere ambitieuze plannen geen zin.

FD

Het andere Nederland

Vanuit dit universum reisde ik door het multiversum, voor een bezoekje aan Nederland in een parallelle werkelijkheid. Bijna alles was hetzelfde, behalve dat daar de nareis-op-nareis-cijfers wél op tijd bekend waren, zodat de kabinetscrisis van 2023 met een sisser was afgelopen.

Het was een prettig Nederland. De asielinstroom was, net als in onze werkelijkheid, gedaald, waardoor de VVD succes kon claimen. Dankzij de spreidingswet had de parallelle staatsecretaris Van der Burg het opvangprobleem onder controle gekregen. Omvolkingstheoretici stonden met de mond vol tanden.

De boeren hadden het zo druk met verdelen van de miljarden uit het niet wegbezuinigde stikstoffonds, dat de trekkers van de snelweg bleven. Met de vierde ronde van het Groeifonds werden nieuwe, innovatieve sectoren gestart. Frans Timmermans was in Brussel gebleven en had voorkomen dat zijn Green Deal werd uitgekleed.

Ook in dát Nederland vertrok Rutte naar de Navo. Zijn opvolger, de bij de carnavalsvereniging weggeplukte Klaas Dijkhoff, gaf het kabinet nieuw elan en stabiliteit.

Toen werd ik terug gezapt naar onze realiteit. Ik wilde niet. Maar het moest.

FD

Opgepoetst reliek

Goud. Blinkend, glimmend goud. Ook voor een rationele econoom is de blik op duizenden goudbaren, keurig opgestapeld in stalen rekken, opwindend.

Ik sta in de nieuwe kluis van de Nederlandsche Bank. Het goud en de bankbiljetten liggen niet meer in Amsterdam, maar in een nieuw, neo-brutalistisch gebouw op een legerbasis bij Zeist. Ik mag mee met een zeldzame persrondleiding.

In de oude kluis was ik al eens. Toen viel het goud me tegen. Het lag slordig opgestapeld en was een beetje stoffig en vuil. Mijn gevoel toen: waarom hebben we dit overbodige reliek uit een vergane monetaire tijd nog?

Na de verhuizing zijn de baren blinkend opgepoetst. ‘Gewoon, met wat doeken’, vertelt de kluisbewaarder, die zelf mee poetste. Leuke klus.

Het goud glimt weer. Dus nu krijg ik wel zo’n Dagobert-Duckgevoel. Wordt de goudvoorraad daarmee economisch relevant? Zeker niet. Mijn blingbling-enthousiasme bewijst juist dat goud slechts betovering is. Waard wat een gek ervoor geeft en bedoeld om ons een vals gevoel van zekerheid te geven. Maar dat is een gedachte die, staande in de kluis en omringd door edelmetaal, niet bij me opkomt.

FD

Griekificatie

Hoe Frankrijk in de eerste ronde heeft gestemd weet ik bij het schrijven van dit stukje nog niet. Maar dat men bij de ECB nerveus de nagels stukbijt, kan ik wel voorspellen. Zowel een overwinning van radicaal-rechts als van radicaal-links zal een schrikreactie op de financiële markten veroorzaken.

De nieuwe Franse regering zou de kromgetrokken staatsfinanciën nog verder uit het lood kunnen gooien. ‘Griekificatie’ van Frankrijk dreigt. Wat moet de ECB doen als het slimme geld Frankrijk ontvlucht en de rente omhoog schiet? Er staan sinds de euro- en coronacrisis noodmiddelen klaar; opkoopprogramma’s met exotische namen als Outright Monetary Transactions en het Transaction Protection Instrument. Daarmee zou een vlucht uit Franse obligaties wellicht te stoppen zijn.

Maar feitelijk financiert de ECB dan het miljardenbal van radicaal-rechts of -links en schept zo een rampzalig precedent. Niets doen is ook geen optie als een eurocrisis dreigt. ‘Whatever it takes’ klinkt toch heel anders als het om het redden van een radicale, eurofobe regering gaat, die opzettelijk en openlijk de begrotingsregels overtreedt.

FD