AI is het missende stukje van de productiviteitspuzzel

Daar zit je dan, onhandig gehurkt voor de meterkast, om bij het licht van een halflege zaklamp de getallen op de gasmeter en de watermeter te ontcijferen. Misschien hangt daarboven ook nog zo’n ouderwetse stroommeter met onleesbare cijfers. Doorgeven van meterstanden is een beproeving.

Maar nu is er … Blicker! De Nederlandse start-up bedacht een app waarmee je via je mobieltje alle meterstanden afleest en doorgeeft. Stedin en Brabant Water zijn in elk geval enthousiast, zo valt te lezen op de website blicker.ai. Let op de extensie van de domeinnaam: .ai. Het systeem draait op zelflerende software. Vier van de elf werknemers bij Blicker zijn ‘AI software engineer’.

Nee, het is niet de meest futuristische toepassing van kunstmatige intelligentie. De taalvirtuositeit van ChatGPT en de tekenkunst van Dall-E laat de gebruiker in ontzag achter. Een slimme meterlezer doet dat niet. Maar Blicker laat wel zien hoe snel AI opduikt in het dagelijks leven. De les: we hoeven niet te wachten totdat de computer kan schrijven als Vestdijk en schilderen als Vermeer, maar moeten nu beginnen met het toepassen en gebruiken ervan. Zeker op het werk.

Die oproep doet ook Jim Read van Deutsche Bank in zijn wekelijkse nieuwsbrief. Hij vraagt: ‘Why aren’t we already using generative AI at work?’ Read toont een grafiek die laat zien hoe snel het gaat. In 2020 konden de beste generatieve AI-systemen (zoals ChatGPT) zich al meten met de mens. Examens in sociale en geesteswetenschappen werden ongeveer net zo goed of slecht gemaakt als mensen zonder expertise. Ook bij bèta- en techniekvakken kon AI zich meten met amateurs. Twee, drie jaar later zitten de beste generatieve AI-systemen al bijna op het niveau van echte expert.


Het tempo zit erin en bedrijven en werknemers moeten mee. Ga in elk geval experimenteren en probeer de drempels die implementatie in organisaties vertragen (technologie, data, kennisgebrek, regelgeving, toezicht) snel te slechten.

Mijn toevoeging: vooral de zakelijke dienstverlening moet vaart maken. Al vele jaren kijken economen vol verbazing naar de abominabele productiviteitsontwikkeling in die sector. Kantoren staan vol computers, iedere werknemer heeft via het internet toegang tot alle kennis van de mensheid, maar productiever wordt men niet. Terwijl tussen 2002 en 2022 de arbeidsproductiviteit in de industrie met 65% toenam, was er in de zakelijke dienstverlening sprake van stilstand. Twintig jaar van digitaliseren en automatisering heeft precies niets opgeleverd.

Ondernemers wijzen vaak op de verstikkende regelgeving. De ene helft van het personeel is bezig de andere helft te controleren. Dat schiet niet op. Het speelt vast een rol, maar ontelbare mislukte automatiseringsprojecten bewijzen dat er ook iets mis is met de manier waarop we de computer inzetten. De mens dient zich aan te passen aan de nukken van de digitale wereld en dat aanpassingsvermogen valt vaak tegen. Wat nodig is, is een menselijke interface, een computer die zich aanpast aan ons.

AI zou die interface kunnen zijn. Een bekende producent van kantoorsoftware uit Redmond, Washington voegde onlangs AI-toepassingen toe aan z’n tekstverwerker, mail- en spreadsheetprogramma. Het is nog niet revolutionair, maar duizend keer handiger dan de ‘paperclip’ die ons vroeger te hulp schoot. We moeten in elk geval met dit soort toepassingen gaan oefenen.

Bij een recent experiment kregen 5000 medewerkers van een callcenter realtimesuggesties van een generatief AI-systeem. Het leverde een 14% hogere productiviteit op, betere medewerkers (leereffect), minder personeelsverloop en ook de bellers waren tevreden.

Natuurlijk, AI moet gereguleerd worden en terecht dat de politiek zich druk maakt over uitwassen. Maar de angst moet niet regeren. Europa miste al de boot bij genetische modificatie van gewassen, omdat we voor de zekerheid alles hebben verboden. Laten we het bij AI wat genuanceerder aanpakken. Volgens cijfers van de Oeso zijn er in Nederland nog net wat meer optimisten dan pessimisten als het om AI gaat. In bijvoorbeeld Japan, Korea en Scandinavië is het optimisme groter. Meer aandacht voor de nuttige toepassingen, en wat minder voor de vermeende gevaren, zou het enthousiasme bij ons kunnen vergroten. Om te beginnen in de meterkast.

FD