Waarom bleef de Europese economie achter, terwijl die van de VS herstelde?

Is Wolfgang Schäuble eindelijk om? De bezuinigingskoning van Europa trekt de beurs en gaat extra investeren in infrastructuur, onderwijs en energie. Tien miljard euro wil de Duitse minister van Financiën daarvoor de komende drie jaar uittrekken. Dat komt neer op een karige €3,3 mrd per jaar. Jaarlijks geeft de Duitse overheid pakweg €1.250 mrd uit, dus de investeringsimpuls van Schäuble bedraagt niet meer dan een kwart procent van de begroting. Bovendien begint de Duitser pas in 2016 met zijn bestedingsimpulsje. In 2015 zullen de kwakkelende Duitse en Europese economie er nog niets van merken.

Cheques uitschrijven zal Europa niet helpen, zei Schäuble nog geen maand geleden, nadat het IMF de groeiverwachtingen voor het eurogebied flink had verlaagd en IMF-directeur Christine Lagarde Duitsland opriep om met extra overheidsuitgaven de economie aan te zwengelen. Dat hij nu toch tien miljard uittrekt voor nieuwe uitgaven, is als een knieval voor het IMF uit te leggen. Maar dan alleen een puur symbolische knieval.

Laatste zetje
Misschien kreeg Schäuble het laatste zetje voor zijn symbolische gebaar wel van de Europese Commissie (EC). Afgelopen dinsdag maakte die nieuwe prognoses voor de Europese economie bekend en het beeld was niet fraai. De economie van het eurogebied groeit in 2015 slechts met 1,1%. In het voorjaar ging de EC nog uit van 1,7%. Belangrijke oorzaak van deze terugval is de groeivertraging in Duitsland. Ging de EC eerder nog uit van 2% groei in 2015, de raming voor Duitsland is nu verlaagd naar eveneens 1,1%. Een regelrechte recessie verwachten de economen in Brussel niet, maar veel meer dan aarzelende herstel zit er voor volgend jaar niet in.

Dat is natuurlijk niets nieuws. Sinds de kredietcrisis van 2008 en 2009 heeft de Europese economie keer op keer teleur gesteld. Vergeleken met de Verenigde Staten was het herstel in het eurogebied uitermate bescheiden. In het rapport dat de EC dinsdag publiceerde, wordt dat verschil tussen beide economische blokken verder geanalyseerd, en dat levert inzichten op die Schäuble wat gerust zullen stellen.

FDgraphic

Eurogebied
Gerekend vanaf het derde kwartaal van 2009 — het moment waarop volgens de Commissie de acute kredietcrisis voorbij was — is de Amerikaanse economie met 11,4% gegroeid. In dezelfde periode nam het bruto binnenlands product (bbp) van het eurogebied slechts met 3,5% toe. Waar werd dat verschil door veroorzaakt?

Niet door de uitgaven van de overheid. Die namen in de VS af met 0,7%, terwijl er in het eurogebied nog sprake was van een kleine toename van 0,2%. Een opvallende uitkomst die het standaardverhaal van de kapot bezuinigde Europese en grandioos gestimuleerde Amerikaanse economie, op z’n minst nuanceert.

De echte oorzaak van het groeiverschil zit in de binnenlandse bestedingen van de private sector. In de VS steeg de consumptie na het derde kwartaal van 2009 met 7,7%. In het eurogebied was dat percentage precies 0,0. Amerikaanse bedrijven investeerden 3,3% meer, Europese bedrijven 0,8% minder. Alleen de netto export (dat is export minus import) droeg in het eurogebied bij aan de groei.

Nulgroei consumptie
Hoge particuliere schulden, onzekerheid over de afloop van de eurocrisis en de oplopende werkloosheid noemt de EC als de belangrijkste redenen voor de nulgroei van de consumptie. Investeringen werden ook geremd door onzekerheid over de eurocrisis en te veel vreemd vermogen bij veel bedrijven, maar ook de zuinige Europese banken speelde een belangrijke rol. Dat Europese bedrijven vooral lenen bij de bank, terwijl die in de VS hun geld voor nieuwe investeringen aantrekken op de kapitaalmarkt, gaf het eurogebied tijdens de bankencrisis een extra nadeel, meent de Commissie.

Schuldigen wijst de EC in het rapport niet aan. Maar er is weinig fantasie voor nodig dat een veel sneller en doortastender optreden van de Europese politiek tijdens de eurocrisis veel onzekerheid had kunnen voorkomen. Snellere herkapitalisatie van de banken en schuldsanering van burgers had het herstel ook kunnen versnellen.

En extra uitgaven door de Duitse overheid? Het had ongetwijfeld geholpen. Maar dat de zuinige Schäuble het zeer trage herstel van het eurogebied heeft veroorzaakt, is op basis van de cijfers niet hard te maken.

Klimaat

Aan bizarre gebeurtenissen was deze week geen gebrek. Maar soms moet je als columnist de malligheid negeren, omdat er veel belangrijker nieuws is, dat dreigt onder te sneeuwen door de gekte van de dag.

Succes ermee
Daarom leest u hier geen column over de slappe knieën van de Europese Commissie die Frankrijk geen boete durft te geven. U woont nu in een muntunie zonder afdwingbare begrotingsafspraken. Succes daarmee, ik schrijf er niet over.

En verwacht ook geen verhandeling over de Japanse centrale bank die, na de zoveelste mislukte poging om met een massief opkoopprogramma de economische groei aan te wakkeren, nog maar één uitweg zag: een nog massiever opkoopprogramma. Inmiddels koopt de Bank of Japan meer staatsobligaties op dan de Japanse overheid kan produceren. Normaal zouden we daar samen veel plezier om hebben gehad, maar nu haal ik mijn schouder op over de monetaire obesitas van Japanners.

Geen direct effect
Evenmin ga ik woorden vuil maken aan die Duitse bank die negatieve rente gaat rekenen voor grote spaartegoeden. Ik negeer de herinnering aan de Europese Centrale Bank die op 12 juni, de dag dat men daar de depositorente voor banken negatief maakte, duidelijk op de website schreef dat ‘er geen direct effect zal zijn op uw spaargeld’. In andere weken zouden deze leugentjes om bestwil een column waard zijn. Maar nu niet.

Hier ook geen aandacht voor dat boek van financieel-geograaf Ewald Engelen, met daarin een heuse lijst met Nederlanders die fout waren tijdens de kredietcrisis. Niets over GroenLinkser Jesse Klaver die ongelijkheidseconoom Thomas Piketty naar de Tweede Kamer haalt zodat die daar de toevallig deze week verschenen vertaling van zijn bestseller kan aanprijzen. En geen woord over onze regering die een week nadat zij groot alarm sloeg over een onverwachte naheffing uit Brussel, vijf miljoen van de eigen burgers een onverwachte naheffing oplegt.

Maak fossiel duur
Allemaal leuke onderwerpen, die zich veel beter lenen voor een pinnige column dan een dik rapport van een VN-commissie over een probleem waar we de komende jaren nog helemaal geen last van zullen krijgen. Toch wijd ik deze schaarse ruimte in uw krant, of in elk geval de kleine 80 woorden die er na deze inleiding nog resten, graag volledig aan dat rapport. Daar gaan we:

Het klimaat verandert. De mens is een van de oorzaken. Om de temperatuurstijging nog enigszins binnen de perken te houden, moeten we voor het einde van deze eeuw stoppen met het in de fik steken van fossiele brandstoffen. Het goede nieuws is dat die doelstelling nog haalbaar is ook. Als econoom weet ik wel wat we moeten doen: voer een forse CO2-belasting in. Per direct. Liefst wereldwijd, desnoods eerst alleen in Europa. Maak fossiel duur, dan wordt het alternatief vanzelf rendabel.

 

(verscheen eerder hier)

Minder krediet voor Nederlandse bedrijven. Is het de vraag of het aanbod?

Wouter Bos stelde de vraag begin 2009 al: wat remt de Nederlandse kredietverlening, het aanbod of de vraag? Zijn banken te zuinig met het geven van leningen, of hebben bedrijven minder geld nodig voor nieuwe investeringen? Het antwoord op deze vraag was belangrijk voor de toenmalige minister van Financiën. Hij had met veel belastinggeld de banken gered, nu was het hun beurt om over de brug te komen met geld voor nieuwe economische groei.

Ruim vijf jaar later is de vraag nog even actueel en onbeantwoord als toen. De kredietverlening is sinds 2009 steeds verder vertraagd. Sinds juni 2013 is er zelfs sprake van regelrechte krimp, al neemt het tempo van die krimp de laatste paar maanden iets af. Zijn banken te gierig, of bedrijven te voorzichtig? De banken vertellen steevast: we krijgen weinig goede kredietaanvragen. Bedrijven komen vaak voor noodkrediet, maar daar is de bank niet voor. Gezonde bedrijven die krediet zoeken voor echte investeringen zie je veel minder aan het bankloket.

Schermafbeelding 2014-11-07 om 16.25.21

Autosleutels
Van ondernemers hoor ik heel andere verhalen. Het bankloket is open, maar zodra je voor een lening komt, vallen de rolluiken dicht. Hebt u onderpand? Hebt u veel eigen vermogen? Garanties? Kunt u onze hoge rente betalen? Legt u eerst de sleutels van uw magazijn, uw eigen huis en uw auto maar in het laatje, dan praten we misschien verder.

Ik ga in deze column op zoek naar het antwoord. We gaan dat antwoord vinden, om het vervolgens toch weer door de vingers te laten glippen. Er komt uiteindelijk geen bevredigend antwoord. Dat u het maar vast weet.

Knelpunt
Eerder dit jaar ging de de Nederlandsche Bank (DNB) ook op zoek naar de oorzaak van de kredietkrimp. Zowel vraag als aanbod krimpt, was de conclusie. Bedrijven investeren weinig en banken zijn veel voorzichtiger geworden met uitlenen. Maar de echte vraag beantwoordde DNB niet: waar zit de bottleneck, bij vraag of bij aanbod?

De recentste Bank Lending Survey (BLS) van de Europese Centrale Bank lijkt dat antwoord wel te geven. Uit deze kwartaalenquête onder banken blijkt dat juist in Nederland de banken strenger zijn geworden. Terwijl in Duitsland, Frankrijk en in het eurogebied als geheel meer banken de kredieteisen versoepelden dan verscherpten, was dat in Nederland in het afgelopen kwartaal juist andersom. In Nederland werd per saldo 14% van de banken strenger. Later meer over dit percentage.

Schermafbeelding 2014-11-07 om 16.25.32

Lagere rentemarges
Van alle grote eurolanden was Nederland ook het enige waar de banken per saldo geen afname van de rentemarges voor bedrijfsleningen meldden. In Duitsland en Frankrijk, maar ook in Spanje en Italië waren de banken die lagere rentemarges rapporteerden in de meerderheid. Zelfs voor risicovolle leningen ging de rentemarge in het eurogebied omlaag – behalve in Nederland.

Aan de vraagkant rapporteerden de Nederlandse banken per saldo geen verdere verslechtering. Ook dat is minder goed dan in Duitsland en Frankrijk waar de banken in meerderheid een toename van de vraag naar bedrijfskrediet meldden. Maar voor het komende kwartaal verwachten de Nederlandse banken ook hier een toename van de kredietvraag. We lopen blijkbaar een beetje achter.

Schermafbeelding 2014-11-07 om 16.25.41

Geen bewijs
Hebben we daarmee het antwoord gevonden? Krimpt de kredietverlening momenteel omdat de banken steeds strenger worden? De cijfers uit de BLS lijken dat aan te tonen.

Maar helaas, het is hoogstens een aanwijzing en zeker geen bewijs. Het eerder genoemde saldo van 14% van de banken dat strengere standaarden meldt, moet argwaan wekken, want dat percentage komt verdacht vaak voor in de BLS-database voor Nederland. Net als 29% en 43%. Die percentages zijn de afronding van 1/7, 2/7 en 3/7. Nederland heeft nu eenmaal niet zoveel banken. Meer dan zeven worden er niet ondervraagd. Dat ‘14% strengere banken’ betekent in dit geval dat er precies één bank strenger is geworden. Dat kan heel goed een van de kleinere banken zijn geweest, zodat het effect op de totale Nederlandse kredietverlening gering is.

Ik had u gewaarschuwd: ook na het lezen van deze column heeft Wouter Bos zijn antwoord niet. Misschien volgend kwartaal, als de nieuwe BLS uitkomt.

 

Lege schatkist

De zzp’er kost de schatkist jaarlijks miljarden. Zuinige leaseauto’s slaan een enorm gat in de Rijksbegroting. Maar weet u wat pas echt duur is? Dat niet iedereen in Nederland 52% belasting en premies betaalt. Als de overheid het toptarief van 52% voor alle inkomens zou hanteren, leverde dat € 225 mrd aan belastinginkomsten op. Maar in werkelijkheid komt er nog geen € 94 mrd aan loon-, inkomstenbelasting en premieheffing binnen. Een jaarlijkse kostenpost van € 131 mrd.

Waaruit bestaat dit astronomische bedrag? Lagere inkomens krijgen korting op hun marginale belastingtarief, tot wel 16 procentpunten. Ouderen krijgen soms zelfs een belastingsubsidie van 34 procentpunten. En alsof dat nog niet genoeg is, krijgen alle werkende Nederlanders een arbeidskorting uitgekeerd, die kan oplopen tot duizenden euro’s. De overheid wil met deze spectaculair hoge subsidies de inkomensongelijkheid in Nederland tegengaan. Dat is een nobel streven, maar met de € 131 mrd die deze operatie het Rijk jaarlijks kost, kunnen we alle 664.000 huishoudens met een inkomen onder de armoedegrens iedere jaar een kleine twee ton geven! Over verspilling gesproken!

Bent u daar nog? Ik hoop het, want bovenstaande alinea’s zijn van een ondragelijke domheid. Lagere belastingtarieven kun je geen inkomenssubsidie noemen. Het bestrijden van inkomensongelijkheid kost de staat geen € 131 mrd. Zo rekenen slaat nergens op.

Toch doen we het steeds. ‘De zelfstandigenaftrek kost de overheid jaarlijks € 1,8 mrd’, schrijven we dan. Of: ‘Stimulering van zuinige auto kostte de schatkist sinds 2007 € 6,4 mrd.’ Flauwekul. Het staat de overheid vrij om gaten in de begroting op te vullen met andere belastinginkomsten, en dat doet men dan ook. De totale som van geïnde belastingen in Nederland en de mate waarin bepaald gedrag fiscaal wordt gestimuleerd, zijn twee politieke beslissingen, die in principe niets met elkaar te maken hebben.

Als de overheid besluit dat zuinige auto’s en ondernemende zzp’ers een fiscale stimulans verdienen, bijvoorbeeld omdat beide een positief effect hebben op de maatschappij, dan besluit de overheid automatisch ook dat alle andere belastingen een fractie omhoog moeten. De belasting op maatschappelijk nuttige activiteiten gaat omlaag, die van minder nuttige activiteiten omhoog. Zo worden de collectieve uitgaven op de minst verstorende wijze gefinancierd.

Natuurlijk kan de overheid na verloop van tijd anders gaan denken over het maatschappelijk nut van zuinige auto’s of zzp’ers. Dan kan de fiscale stimulans weer wat omlaag, en alle andere belastingen ook. Dat is een politieke keuze, die met het wel of niet goed gevuld zijn van de schatkist niets te maken heeft.

 

Een boete voor Frankrijk is niet zo onwaar-schijnlijk als je denkt

Frankrijk moet het huiswerk overdoen. Het land krijgt nog geen onvoldoende van de Europese Commissie en ook nog geen strafwerk. Maar de begroting die de Franse regering vorige week inleverde is nog niet goed genoeg. Minister van financiën Michel Sapin moet snel met iets beters te komen., anders dreigt Frankrijk een boete te krijgen voor het overtreden van de begrotingsregels van het Stabiliteitspact.

Duits akkoordje
Een boete voor Frankrijk? Ik hoor u lachen. Frankrijk krijgt natuurlijk nooit een boete. Ze zullen het wel weer op een akkoordje gooien met de Duitsers en zo de Europese Commissie passeren. In alle jaren sinds de start van de euro in 1999 is het de Franse regering maar vijf keer gelukt om het begrotingstekort onder de 3% te houden. De staatsschuld is inmiddels opgelopen tot meer dan 92% van het bbp. Maar een boete voor overtreding van de begrotingsregels kregen de Fransen nog nooit.

Schermafbeelding 2014-11-01 om 19.41.39

Bovendien, moet zo’n boete deze keer worden opgelegd door een Franse oud-minister van financiën? Socialist Pierre Moscovici treedt per 1 november aan als eurocommissaris van economische en financiële zaken. De man die zelf als minister van financiën tussen 2012 en 2014 de begrotingsregels consequent overtrad en in Brussel twee jaar uitstel wist uit te ritselen, moet straks zijn opvolger en partijgenoot Michel Sapin beboeten.

Tijdens de hoorzitting in het Europees Parlement verzekerde Moscovici de kritische parlementariërs dat zowel grote als kleine landen de regels moeten volgen. Hij beloofde: u kunt op mij rekenen als een eerlijke scheidsrechter. Enig cynisme lijkt op z’n plaats.

Hardliner
Maar misschien zal hij zijn woorden wel waar móéten maken. In de nieuwe Europese Commissie van Jean-Claude Juncker staat boven elke gewone eurocommissaris een vicepresident. In hoeverre die de baas kan spelen, weten we nog niet, maar de vicepresident boven Moscovici is in elk geval een hardliner. Het is Valdis Dombrovskis, die als premier van Letland tussen 2009 en 2014 zijn land middels harde bezuinigingen klaarstoomde voor de euro. Als hij van Juncker de kans krijgt om Moscovici te overstemmen, is een harde aanpak van Frankrijk toch mogelijk.

En als eenmaal een voorstel van de Europese Commissie op tafel ligt, waarin Frankrijk wordt beboet, zal blijken dat het veel lastiger is dan vroeger om zo’n boete in de Europese Raad tegen te houden. Vroeger was daar slechts een minderheid van de EU-lidstaten voor nodig. Maar sinds 2011, toen de Duitsers in ruil voor het Europese noodfonds een strenger Stabiliteitspact eisten, kan alleen een grote meerderheid van lidstaten een boetevoorstel tegenhouden.

Om precies te zijn: vanaf 1 november aanstaande, zijn de stemmen van minimaal 55% van de eurolanden nodig om een boetevoorstel tegen te houden. Frankrijk zelf mag niet meestemmen. Bovendien moeten in die tegenstemmende landen minimaal 65% van bevolking van het eurogebied (minus Frankrijk) vertegenwoordigen. Vooral die laatste conditie is belangrijk, want een groep landen met 35% van de bevolking is dus al genoeg om een boetevoorstel er door te krijgen.

Wat rekenen met bevolkingsaantallen leert dat een coalitie van Duitsland en Nederland al zo’n ‘beslissende minderheid’ zou vormen. Mocht Nederland de kant van de Fransen kiezen dan lukt het Duitsland met bijvoorbeeld Oostenrijk en Slowakije ook. Zijn het de Duitsers die door de knieën gaan, dan kan Nederland samen met bijvoorbeeld België en de landen die wel hard moesten bezuinigen, Griekenland, Ierland, Portugal en Spanje, een beslissende minderheid vormen.

Schermafbeelding 2014-11-01 om 19.40.57

Ingewikkelde formule
Een boete is sinds de verscherping van de regels dus een stuk waarschijnlijker geworden. Maar hoe hoog is zo’n boete eigenlijk? Daarover gaan in de pers verschillende verhalen. In het stabiliteitspact staat een ingewikkelde formule omschreven: de boete bedraagt 0,2% van het bbp van de overtreder, plus nog eens 0,1% van het bbp voor iedere procentpunt overschrijding van het 3%-plafond, met een maximum van in totaal 0,5% van het bbp.

Schermafbeelding 2014-11-01 om 19.43.20

In de grafiek hierboven is te zien hoe dit uitpakt. Tussen 3% en 6% begrotingstekort is sprake van een steeds hogere boete. Na 6% blijft de boete steken op de maximale 0,5%. Voor Frankrijk, met een tekort van ruim 4%, zou dat neerkomen op zo’n €6,5 mrd.

 

Beboet Frankrijk

Frankrijk had de afgelopen jaren al vaak een draai om de oren moeten krijgen. Maar zelden was het moment voor een oorvijg zo perfect als nu.

De Franse regering heeft er alles gedaan om de begrotingsregels van het Stabiliteitspact op zoveel mogelijke manieren te overtreden. Het tekort zal in 2014 met 4,4% van het bruto binnenlands product ver boven de 3%-grens liggen.

Het is ook nog eens gestegen vergeleken met vorig jaar, terwijl de afspraak was dat het zou dalen. Bovendien willen de Fransen in 2015 de begrotingsregels weer ruim overtreden. Het tekort komt dan voor het achtste jaar op rij boven de 3% uit. De tijd is rijp voor een boete.

Al was het maar omdat Frankrijk nog maar enkele jaren geleden volmondig instemde met het versterken van het Stabiliteitspact. Eind 2011, dus midden in de eurocrisis, besloten de eurolanden om de Europese Commissie meer macht te geven bij het vaststellen van overtredingen en opleggen van boetes. Onderonsjes tussen lidstaten, zoals in 2003, toen Duitsland en Frankrijk het op een akkoordje gooiden en de begrotingsregels buiten spel zetten, zouden na 2011 niet meer kunnen voorkomen.

Dat Frankrijk volgens de laatste berichten toch ook nu weer een dealtje met de Duitsers wil sluiten, en zo de Europese Commissie buiten spel wil zetten, zou al reden genoeg moeten zijn voor een boete. Nu is het moment om te laten zien dat het begrotingsbeleid in de muntunie geen zaak meer is van handjeklap tussen nationale politici.

Met een boete voor Frankrijk is in een keer duidelijk dat de regels bijten en dat grote eurolanden geen speciale behandeling krijgen. Dat maakt het voor de kleintjes ook makkelijker om impopulaire maatregelen te nemen.

Maar is het niet contraproductief? Het tekort wordt toch alleen maar hoger door zo’n boete? Dat was altijd al een drogredenering, want een groot tekort is een beleidskeuze, geen ongeluk. Maar op dit moment gaat het al helemaal niet op. De Franse rente is laag, dus de boete drukt nauwelijks op de begroting.

Reken maar mee: Frankrijk zou een boete van pakweg 0,3% van het bruto binnenlands product kunnen krijgen, dat is ruim € 6 mrd.

Als Frankrijk dat bedrag voor 30 jaar leent, kost dat bij de huidige lage rente zo’n € 150 mln per jaar. Dat is nog niet een achtste procent van de jaarlijkse overheidsuitgaven van Frankrijk. Lenen ze het voor 10 jaar, dan kost het € 85 mln. Een schijntje.

Die lage rente geeft natuurlijk ook aan dat de financiële markten zich weinig zorgen maken over Frankrijk. Moet Brussel dat dan wel doen? Jazeker, om de Europese muntunie te laten functioneren zijn nu eenmaal stevige begrotingsafspraken nodig.

Het afdwingen van die afspraken was nog nooit zo opportuun als nu.

(Verscheen eerder hier

Volgens IMF heeft Europa 40% recessiekans. Hoe betrouwbaar is dat?

(Deze column verscheen eerder hier)

Het was deze week weer ouderwets onrustig op de beurs. Paniek om niks en angst voor alles, hielden de financiële markten in de greep. Het slechte nieuws uit Griekenland, Frankrijk en Duitsland klonk voor beleggers als een startschot voor een behoorlijke koerscorrectie.

Maar het ‘op uw plaatsen’ voor deze correctie was al een week eerder te horen: in Washington, toen IMF-topvrouw Christine Lagarde, haar sombere verwachtingen voor 2015 uitsprak. De wereldeconomie zou minder voorspoedig groeien dan eerder gedacht en in het eurogebied was er zelfs een flinke kans op een nieuwe recessie.

Recessiekans Europa
Vooral die laatste voorspelling zorgde voor onrust. Een recessie in Europa, de derde in zes jaar tijd, net nu we dachten dat de situatie hier weer enigszins was gestabiliseerd. Wat het helemaal griezelig maakte, was dat Lagarde met wetenschappelijk aandoende precisie wist te vertellen hoe groot de recessiekans was: tussen de 35 en 40%.

Het eurogebied loopt dus niet een ‘behoorlijk risico’ op een recessie, of een ‘aardige kans’ op economische krimp, maar zit met een waarschijnlijkheid van 35 tot 40% het komende jaar weer twee kwartalen achtereen met een groei van minder dan nul. Zo precies kan het IMF dat blijkbaar voorspellen.

Schermafbeelding 2014-10-28 om 12.29.40

Voorspelling Lagarde
Maar hoe komt Lagarde aan die wijsheid? Sinds wanneer zijn economen in staat dit soort kansberekeningen te maken? En is het enigszins betrouwbaar? Om met die laatste vraag te beginnen: de voorspelkracht is nog onbewezen. Pas sinds 2012 maakt het IMF dit soort kansberekeningen. De korte trackrecord is niet al te best.

In oktober 2012 er was volgends het IMF een kans van maar liefst 80% op een recessie in het eurogebied. Om precies te zijn: het IMF dacht dat er gedurende de aankomende vier kwartalen 80% kans was op twee achtereenvolgende kwartalen met economische krimp. Het pakte anders uit. In het vierde kwartaal van 2012 kromp de economie van het eurogebied nog met 0,2%. Maar een kwartaal later was er sprake van groei (0,3%) en ook de twee daaropvolgende kwartalen groeide de economie.

Toch voorspelde het IMF in april 2013 nog een 50%-kans op een recessie in het eurogebied. Op die voorspelling volgden vier kwartalen met groei. Het was geen enorm hoge groei, maar het eurogebied kwam niet in de buurt van zo’n ‘technische recessie’ met twee kwartalen krimp.

Schermafbeelding 2014-10-28 om 12.29.59

Schermafbeelding 2014-10-28 om 12.30.09

Model IMF
De kansberekeningen worden gegenereerd door een model dat het IMF recentelijk heeft ontwikkeld: het Global Projection Model (GPM). Daarin zijn de grote economieën van de wereld gemodelleerd, inclusief hun interacties. Een groot deel van de coëfficiënten is geschat op basis van cijfers uit het verleden, een klein deel is ‘geprikt’, dus bedacht door de modelbouwers zelf.

Met dit model kun je onder andere berekenen wat er met de economische groei gebeurt, als sprake is van een economische schok. Slaat de groei om in krimp, als de economie geraakt wordt door een schok die – op basis van het verleden – in het komende jaar met 40% kans kan optreden? Zo ja, dan is de kans op een recessie dus 40%. Het is een inventieve methode, maar of het goede voorspellingen oplevert valt nog niet te zeggen.

Daadwerkelijke kans
Bovendien zegt deze methode niets over de daadwerkelijke kans op economische tegenvallers. Het gaat om de kans op een recessie bij voorspelbare schokken. Onvoorspelbare schokken kunnen – uiteraard – niet worden meegenomen. Dat betekent dat de toegenomen kans op een Europese recessie, die het IMF signaleert, vooral komt door de wat lager dan verwachte economische groei in het recente verleden. Omdat die groei minder was, komt de groei bij een normale schok eerder onder de nul, en is er dus eerder sprake van een recessie.

Het IMF voorspelt dus geen toename van tegenvallers, maar slechts een grotere kans dat tegenvallers tot negatieve groei leiden, omdat het startpunt van het eurogebied lager ligt dan eerder geraamd. Het angstbeeld van 40% recessiekans zegt daarom meer over de tegenvallers in het recente verleden, dan over die in de toekomst.

 

Onzelfstandig

Eindelijk maken ook de werkgevers zich zorgen om mij. Eerst waren het alleen de vakbonden, de SP, de PvdA en minister Lodewijk Asscher die zich mijn hopeloze lot aantrokken, maar nu ziet ook werkgeversvereniging AWVN dat het zo echt niet langer kan. Ik zit in een risicovolle en uitzichtloze situatie en het wordt hoog tijd dat de overheid zich over mij bekommert.

Redding
Ik ben een kleine zelfstandige. Ik ben dus niet verzekerd voor werkloosheid, en betaal goud geld voor mijn arbeidsongeschiktheidsverzekering. Mijn pensioengeld staat zielig weg te smelten op een spaarrekening. Mijn professionele leven is — kort gezegd — een puinhoop.

Maar redding is nabij. Als het aan de AWVN ligt word ik binnenkort helemaal ontzorgd. Ik ga vallen onder een nieuw collectief stelsel, waarin er ook voor mij verplichte sociale verzekeringen en een collectief pensioen zijn. Al mijn medeburgers spannen een comfortabel vangnet onder mijn carrière.

Ik kan iedere avond met een gerust hart naar bed, en krijg voor het slapen honderd zachte polderkusjes van alle sociale partners. “Samen staan we sterk”, fluisteren ze in mijn oor, voordat ik wegdommel.

Risico’s
Dat klinkt heerlijk. Maar er is een probleem. Ik heb helemaal geen extra verzekeringen nodig. Ik slaap ook zonder polderknuffels zorgeloos in.

De overheid heeft voor mij een prima studie betaald en de maatschappij zo georganiseerd dat ik op eerlijke wijze mijn brood kan verdienen. Het risico op arbeidsongeschiktheid kan ik tegen een marktconforme premie prima zelf verzekeren. Als dan toch nog alles mis gaat is er eerst spaargeld, daarna bijstand en uiteindelijk AOW. Welke risico’s moeten er nog worden afgedekt?

Natuurlijk, er zijn ook zzp’ers die wel grote risico’s lopen. Die niet sparen, zich niet verzekeren en ook nog eens volstrekt afhankelijk zijn van een of twee opdrachtgevers. Voor hen lijkt een collectieve regeling meer dan logisch. Maar er zijn aan de andere kant ook zat goedbetaalde werknemers, die hun zaakjes best zelf zouden kunnen regelen en die onnodig onder de collectieve paraplu schuilen

Gemakzuchtig
Het is toe te juichen dat de werkgevers nadenken over een nieuw sociaal stelsel, dat aansluit bij de tijd. Maar men heeft de eerste vraag overgeslagen: voor wie is het vangnet nodig en voor wie niet? Welke groepen zijn kwetsbaar op de arbeidsmarkt en voor wie is er naast bijstand, AOW geen extra collectief aanbod nodig?

Daar moet de discussie beginnen: hoe maak je op praktische en eerlijke wijze onderscheid tussen kwetsbare en minder kwetsbare groepen op de arbeidsmarkt? Het oude onderscheid werknemer-ondernemer voldoet niet meer, dat ziet de AWVN goed. Maar om in plaats daarvan dan maar helemaal geen onderscheid te maken, en iedereen onder hetzelfde one-size-fits-all regime te brengen, is een gemakzuchtige oplossing.

 

(Verscheen hier)

Economen zijn verrassend eensgezind over herstel Nederlandse economie

Het IMF is weer somberder geworden. Volgens de laatste editie van de World Economic Outlook, groeit de wereldeconomie volgend jaar minder snel dan eerder gedacht: geen 4%, maar 3,8%.

Dat komt vooral door — u raadt het al — trage groei in Europa. Het eurogebied zal in 2015 met slechts 1,3% vooruit kruipen. Dat is 0,2 procentpunt minder dan het IMF een half jaar geleden nog voorspelde.

Maar het kan nog erger worden. Het IMF rekende uit dat de kans op een derde recessie in Europa maar liefst 40% is. Deflatie, bezuinigingen, oninbare schulden, zwakke banken, aarzelend optreden van de Europese Centrale Bank; er gaat maar weinig goed in het eurogebied. Nederland kan zich aan deze euromalaise niet onttrekken. Ook voor ons land verlaagde het IMF de groeiraming met 0,2 procentpunt, naar 1,4%. Wat een ellende!

Eensgezind
Ellende? Zo’n snelle groei hebben we sinds 2011 niet meer gehad. De sombere IMF-economen zitten met hun groeiraming voor Nederland keurig tussen de verwachtingen van andere economen. Voor 2015 verwacht het CPB een groei van 1 ¼%. Zowel de Europese Commissie, de Oeso als het economisch bureau van ING verwachten 1,3%. ABN Amro en Rabobank voorspellen een groei van 1,5%.

Schermafbeelding 2014-10-21 om 18.00.27

Met een verschil van slechts een kwart procentpunt tussen de meest pessimistisch en meest optimistische groeiraming, zijn de economen verrassend eensgezind. Bovendien zijn de voorspellingen de afgelopen tijd behoorlijk stabiel geweest. In de ramingen van maart, juni en september voorspelde het CPB telkens 1,25% groei. De gestage bijstelling omlaag, die we in de voorgaande jaren steeds zagen, bleef deze keer uit. De crisis in Oekraïne ontvlamde, ebola brak uit en Isis rukte op, maar uit de CPB-modellen rolde telkens weer 1,25% groei in 2015.

De collega economen van De Nederlandsche Bank zijn niet minder optimistisch. De DNB-conjunctuurindicator staat op het hoogste punt in ruim twee jaar en voorspelt aantrekkende groei in de komende kwartalen.

Schermafbeelding 2014-10-21 om 18.00.48

Dichtbij
Toch komt het slechte nieuws de laatste weken dichterbij. Italië zit in een recessie, Frankrijk groeit niet meer en zelfs de Duitse motor lijkt af te slaan. De Duitse industrie produceerde in augustus 3% minder dan een jaar eerder en heeft een procent minder orders in portefeuille. Duitse bedrijven zagen hun export in augustus met bijna 6% dalen. De groeiramingen voor Duitsland zijn inmiddels verlaagd.

Maar ook deze slechte berichten kunnen het optimisme onder Nederlandse economen niet breken. Het economisch bureau van ABN Amro schreef woensdag opgewekt: ‘We gaan ervan uit dat de economie ook in het vierde kwartaal en daarna verder groeit.’ Rabobank-economen meldden donderdag dat volgend jaar in alle economische sectoren sprake zal zijn van groei.

Valt dit optimisme te rijmen met al het slechte nieuws van de afgelopen tijd? Toch wel. Allereerst omdat volgend jaar naar verwachting de binnenlandse vraag weer aantrekt. De werkloosheid daalt, de koopkracht stijgt en de huizenmarkt trekt aan. Consumenten durven daardoor weer geld uit te geven. In de bouw is sprake van een inhaalslag, na de verloren crisisjaren. En ook bedrijven lijken eindelijk weer te gaan investeren. Nederland is voor de groei in 2015 voor het eerst niet meer volledig afhankelijk van het buitenland.

Daarnaast komt er niet alleen slecht nieuws uit het buitenland: de euro is goedkoop en de olieprijs is laag. Die twee factoren bieden tegenwicht aan de Duitse tegenvallers en internationale onrust.

Kanttekening
Zijn er dan helemaal geen economen die somberen over Nederland? Jawel, bij de Oeso zitten er een paar. Zij berekenen maandelijks de zogenoemde Leading Indicator. Dat is een potpourri van verschillende indicatoren, waarmee de Oeso omslagmomenten in de conjunctuur probeert te voorspellen. De leading indicator voor Duitsland schoot afgelopen maand omlaag. Maar ook die voor Nederland begint gevaarlijk omlaag te buigen.

Schermafbeelding 2014-10-21 om 18.00.38

Nee, dat bewijst niet dat de Nederlandse economen te optimistisch zijn. Daarvoor is deze Oeso-indicator zelf ook te weinig betrouwbaar. Wat het wel zegt is dat de relatief optimistische verwachtingen voor 2015 buitengewoon fragiel zijn. We gaan spannende maanden tegemoet.

Dure zeewind

Onverbiddelijk als de wet van de zwaartekracht en irritant als de wet van Murphy: de Law of Unintended Consquences. Elk goedbedoeld beleid van de overheid leidt elders tot onbedoelde schade. Zo zorgt de Europese CO2-handel voor onrendabele windmolenparken. Het NOS-journaal berichtte zondag over een rapport waarin werd berekend dat windmolens op zee de maatschappij per saldo € 5 mrd kosten.

Dat windmolens zorgen voor CO2-loze energie, daar werd bij de berekening geen rekening mee gehouden, want windenergie zorgt, volgens de logica van het rapport, niet voor minder CO2-emissies. In Europa wordt gehandeld in CO2-emissierechten: voor elke ton CO2 die energieproducenten en andere grootverbruikers de atmosfeer in blazen, moeten zij CO2-emissierechten kopen. Het plafond voor de totale Europese CO2-uitstoot ligt vast. Als het ene bedrijf minder uitstoot, daalt de prijs op de markt voor CO2-rechten, waardoor een ander bedrijf weer meer kan uitstoten. Windmolens op zee verlagen op die manier niet de CO2-uitstoot in Europa, maar alleen de prijs van een emissierecht.

Bij de berekening van de maatschappelijke kosten en baten van windmolens op zee, kun je de baten van minder CO2-uitstoot dus gewoon op nul zetten, en dat deden de opstellers van het rapport dan ook. Wat dan overblijft is een puur commerciële vergelijking van de kosten van molens op zee en de opbrengst van de elektriciteitsverkoop.

Maar we wisten natuurlijk al dat, wanneer je klimaateffecten buiten beschouwing laat, een vieze kolencentrale goedkoper is dan een schone windmolen. Onbedoeld maakt het systeem van handel in emissierechten een redelijke afweging van kosten en baten van alternatieve energie dus onmogelijk. Want wat voor windmolens geldt, geldt ook voor zonne-energie, kernenergie, waterkracht en zelfs schonere kolencentrales: de CO2-reductie leidt — via een lagere prijs op de CO2-markt — elders tot extra uitstoot.

In theorie is daar niet zoveel mis mee. Als we zorgen voor een laag en snel dalend CO2-plafond en iedereen een nette prijs van CO2-uitstoot laten betalen, wordt alternatieve energie vanzelf rendabel. CO2-rechten zijn dan zo duur dat investeren in windenergie zonder subsidies loont.

Maar zo werkt het niet in Europa. Emissierechten worden veel te ruimhartig aan bedrijven uitgedeeld. Sinds de crisis is de prijs van CO2 absurd laag. Het systeem is stuk en onder druk van de grootverbruikers durft de Europese politiek het niet te repareren.

De CO2-prijs moet omhoog. Als de Europese politiek het niet durft, moeten de burgers het doen. Greenpeace, Natuur en Milieu en alle andere clubs zouden al hun campagnes moeten staken en de donaties steken in het uit de markt halen van CO2 rechten. Den Haag kan helpen door geen energiesubsidies te geven, maar rechten op te kopen. Maak CO2-uitstoot duur, dan wordt wind vanzelf rendabel.

 

(Eerder hier)

journalist en econoom