Euro houden en drachme invoeren

Griekenland hoeft de euro niet af te schaffen om de drachme weer in te voeren. Als de drachme terugkeert, is dat waarschijnlijk door de achterdeur.

Vriend en vijand houden de adem in voor het moment dat de Grieken hun contract met Europa doorscheuren, zichzelf al hun schuld kwijtschelden, de euro verbannen en de drachme invoeren. Dat ene moment waarop alles in een keer anders wordt in de eurozone.

Maar zo’n moment vraagt politieke besliskracht, een regering met een democratisch mandaat, of in elk geval een sterke man. Griekenland is tot de verkiezingen van 17 juni stuurloos. Zelfs als men de euro wil verlaten, is er niemand om dat besluit te nemen.

Bovendien durven zelfs de tegenstanders van de Europese afspraken, de muntunie niet te verlaten. Zelfs de gedoodverfde winnaar Alexis Tsipras van de linkse Syriza-coalitie, beweert de euro te willen houden. Hij gokt dat de andere eurolanden en het IMF vrezen voor de gevolgen van een Griekse exit en uiteindelijk bereid zullen zijn de bezuinigingseisen af te zwakken. Een riskant spelletje blufpoker.

Wat zal er gebeuren als Tsipras de Griekse verkiezingen wint, maar het pokerspel met Europa en het IMF verliest? Hier een scenario:

De dag na zijn overwinning reist Tsipras naar Brussel en eist heronderhandeling van het noodpakket voor Griekenland. Hij krijgt nul op het rekest. De Griek reist door naar Parijs, maar de nieuwe Franse president François Hollande wil hem ook niet helpen. Bovendien is hem dat door Angela Merkel expliciet verboden. Tsipras gaat met lege handen terug naar Athene.

Zijn nieuwe regering stopt met bezuinigen en draait pijnlijke maatregelen terug. De ‘trojka’ (IMF, ECB en EC) die even later komt inspecteren, schrijft een vernietigend rapport en uitbetaling van noodleningen aan Griekenland wordt opgeschort.

Er is direct geldnood bij de regering die daarom besluit om schulden niet langer af te lossen en rentebetalingen op te schorten. Dat raakt de Griekse banken hard, want op hun balansen staat nog veel schuld. Bovendien mogen zij de nu waardeloze Griekse obligaties nu niet meer als onderpand gebruiken voor leningen van de ECB. Zowel overheid als banken hebben een acuut tekort aan euro’s.

Zodra de spaarders daar lucht van krijgen, willen zij massaal hun geld van de bank te halen. Tevergeefs. Het is er niet. De Griekse centrale bank probeert via ‘Emergency Lending Assistance’ (ELA) voor liquiditeit te zorgen, maar wordt door de ECB teruggefloten. Als Griekse obligaties waardeloos zijn, dan zijn de Griekse banken niet solvabel, en insolvabele banken mogen geen ELA-ondersteuning krijgen.

Ambtenaren ontvangen daardoor geen salaris meer. Ouderen geen pensioen. Wat gebeurt er dan? Voor het antwoord moeten we naar Argentinië in 2001.

De Argentijnse overheid had tijdens de financiële crisis in dat jaar ook geen geld meer, en kon door de koppeling van de peso aan de dollar, geen geld bijdrukken – net als Griekenland nu. De overheid besloot
ambtenarensalarissen uit te betalen in schuldbewijzen, briefjes waarop stond dat de ambtenaar een jaar later zijn geld zou ontvangen. Met rente, dat wel.

‘Lecop’ was de naam van de schuldbewijzen die de centrale Argentijnse overheid uitgaf. ‘Patacón’ heette de schuldbewijzen waarmee de provincie van Buenos Aires de ambtenaren betaalde. Het stadsbestuur van Buenos Aires gaf ‘Porteno’ uit. In andere regio’s werd betaald met ‘Lecor’, ‘Quebracho’ en ‘Cecaror’, om er een paar te noemen.

De schuldbewijzen gingen al snel fungeren als een soort geld. Een bakker in een ambtenarenwijk kon kiezen: niets verkopen, of Patacones accepteren. Eind 2001 was een kwart van de geldcirculatie vervangen door schuldbewijzen. In maart 2002 was dat al de helft.

Iets soortgelijks gebeurde in Californië, in de zomer van 2009 toen de politiek geen begroting kon overeenkomen en de kas van de staat leeg was. Toenmalig gouverneur Arnold Schwarzenegger betaalde ambtenaren en onderwijzers met ‘IOUs’ kortlopende, rentedragende schuld aan toonder. Deze IOUs gingen ook even als geld fungeren.

Zo kan het ook in Griekenland gaan. Bij gebrek aan euro’s betaalt de staat met schuldbewijzen, met de belofte op toekomstige euro’s. Die gaan al snel rouleren als betaalmiddel.

Geen Griek weet of de staat de schuld zal terugbetalen, en als dat al gebeurt dan waarschijnlijk niet met de euro’s waarin het schuldbewijs geldt. Dus probeert iedereen een ontvangen schuldbewijs zo snel mogelijk weer uit te geven. Ontvangen euro’s worden juist opgepot. De nog aanwezige euro’s verdwijnen daardoor snel uit circulatie.

Door de staat uitgegeven schuldbewijzen aan toonder, die als betaalmiddel worden gebruikt, dat is zo ongeveer de definitie van een bankbiljet. De nieuwe drachme is geboren. Griekenland voert de drachme in, zonder de euro officieel af te schaffen.

(verscheen eerder op Z24.nl)

Als de iPhone een fiets was, mocht niemand opstappen

John Kemp Starley, de Britse uitvinder, bouwde in 1885 de eerste fiets met twee gelijke wielen en kettingaandrijving. Het was direct een grote hit. De jaren negentig van de 19de eeuw gingen de geschiedenis in als de ‘gouden jaren van de fiets’.

De snelle marktintroductie van de fiets lijkt op die van de televisie in de jaren zestig, de mobiele telefoon aan het eind van de vorige eeuw en — recenter — de tabletcomputer. Een briljante uitvinding verkoopt zichzelf.

Maar vergeleken met 130 jaar geleden is het voor uitvinders moeilijker geworden om de markt te bereiken. Hordes advocaten, woest wapperend met patenten, staan tegenwoordig tussen de uitvinder en zijn klant. De juridisering van de innovatie neemt vooral in de VS zulke groteske vormen aan dat het patent zijn doel inmiddels ruim voorbij schiet en innovatie afremt, in plaats van stimuleert.

Starley heeft nooit patent aangevraagd op zijn fiets. Iedereen kon het rijwiel namaken en verbeteren. In deze eeuw had hij zijn uitvinding ongetwijfeld beschermd met patenten. Net zoals een bedrijf als Apple zijn iPhone met zo veel mogelijk patenten van de concurrentie afschermt — niet alleen het product zelf, maar ook het gebruik ervan.

Vorige week won Apple in Duitsland een rechtszaak die het had aangespannen tegen Motorola. Smartphones van het laatste bedrijf, die op Google’s besturingssysteem Android draaien, schenden het ‘slide to unlock’-patent van Apple, vond de rechter. Ja, u leest het goed: met je vinger op een aanraakscherm een schuifje omzetten om je telefoon te ontgrendelen, daar heeft Apple het alleenrecht op. Eerder kreeg Apple in een soortgelijke zaak tegen Samsung gelijk van een Nederlandse rechter.

Als Apple de fiets had uitgevonden, had het bedrijf patent aangevraagd op het concept ‘middels in tegenfase ronddraaien van beide benen op aan een as bevestigde krukken, een rijwiel in beweging brengen’. Concurrent Google liet het er niet bij zitten en vroeg patent aan op ‘opstappen’. Alleen gebruikers van Google-fietsen mochten voortaan ‘met de linkervoet op de linkertrapper enkele stepbewegingen maken, dan het rechterbeen over het zadel zwaaien en direct daarna de rechtervoet op de rechter trapper plaatsen’.

Decennialang konden Google-fietsers hun rijwiel slechts als loopfiets gebruiken. Apple-fietsers ware gedwongen vanuit stilstand weg te fietsen, wat voor veel nare ongelukken zorgde. Alleen de advocaten profiteerden van deze situatie. Zij factureerden duizenden dure uren in rechtszalen, waar ze de patenten van de bedrijven verdedigden. De fietser had daar niets aan. Pas toen de patenten waren verlopen, konden de gouden jaren van de fiets beginnen.

Het patent gaat ten onder aan zijn eigen succes. Bedrijven gebruiken patenten om concurrenten het leven zuur te maken, markten af te grendelen en innovatie te vertragen. De kostbare rechtszaken brengen kleine uitvinders in geldproblemen, waardoor de innovatiekracht van de economie afneemt.

Er zijn sluwe bedrijfjes die niets anders doen dan patenten opkopen om eerlijke uitvinders af te persen. Uit onderzoek blijkt dat dergelijke opportunistische ‘patent trolls’ het bedrijfsleven de afgelopen twintig jaar zo’n $ 500 mrd aan advocatenkosten, afkoopsommen en verloren productie hebben gekost. Verspild vermogen dat niet in innovatie en groei kon worden gestoken.

De politicus die midden in de recessie op zoek is naar nieuwe groei, moet de grondige sanering van wetgeving rond het patent niet vergeten. De lobbyisten van gevestigde bedrijven zullen moord en brand schreeuwen. De advocaten ongetwijfeld ook. Maar beperken van het patentrecht kan zorgen voor vele nieuwe gouden jaren voor de economie.

Slechte huizenmarkt drukt consumptie

Toen het Centraal Bureau voor de Statistiek vorige week bekend maakte dat de Nederlandse economie in het laatste kwartaal van 2011 met 0,7 procent was gekrompen, wisten we het zeker: Nederland zit in een recessie.

Wat dat nieuws extra schrijnend maakt, is dat we het ook vergeleken met onze buurlanden slecht doen. Onze krimp lijkt meer op die van probleemland Italië dan op de milde terugval in Duitsland. De belangrijkste schuldige voor deze tegenvaller is de Nederlandse consument. Die was heel 2011 al niet de winkel in te krijgen, en in het vierde kwartaal daalde de consumptie met maar liefst 1,8 procent.

Veel analisten wijzen als verklaring op het lage consumentenvertrouwen. Onrust over de eurocrisis en de angst voor nieuwe bezuinigingen zou de consument kopschuw hebben gemaakt. Dat zal zeker een rol spelen, maar de echte oorzaak ligt niet in de psychologie. Het is pure logica. De logica van de daling van de huizenprijs en het directe effect daarvan op de consumptie.

Sinds de piek in augustus 2008 zijn de huizenprijzen in Nederland met ruim 10 procent gedaald. Het papieren vermogen van Nederlandse huiseigenaren ging in 3,5 jaar dus met een tiende omlaag. Die pijn zie je terug in de krimpende consumptie.

Net zoals het plezier van almaar stijgende huizenprijzen in de tien jaar voor 2008 tot een uitzinnig consumentenfeest aanleiding was. Niet alleen omdat huiseigenaren zich rijker voelden, maar ook omdat ze daadwerkelijk overgingen tot het verzilveren van de overwaarde bij de bank, in de vorm van een tweede of derde hypotheek.

Uit onderzoek van het Centraal Planbureau uit april 2011 blijkt dat de stijgende huizenprijs sinds begin deze eeuw de consumptie jaarlijks gemiddeld met een half procent heeft verhoogd. Zonder dit effect was er deze eeuw zelf per saldo geen sprake geweest van enige groei van de consumptie! Dat Nederland in 2008 meer uitgaf dan in 1999 komt dus puur door de duurdere huizen.

In het laatste decennium van de vorige eeuw stegen de huizenprijzen ook (vooral in de laatste paar jaar van die periode) en kreeg de consumptie daarvan een impuls van gemiddeld van 0,4 procent per jaar.

Onderzoek van De Nederlandsche Bank laat zien dat in de eerste jaren van deze eeuw huiseigenaren ook echt veel overwaarde omzetten in uitgaven. Uit een in 2003 en 2004 gehouden enquête onder huishoudens blijkt dat 30 procent van de woningbezitters in de laatste vijf jaar overwaarde hebben verzilverd. Gemiddeld ging het om 27.000 euro bij lage inkomens, oplopend naar 49.000 euro bij hoge inkomens. Dat zijn ongeveer halve tot hele jaarsalarissen.

Op macro-schaal leidde deze verzilvering tot een extra bestedingsimpuls van 5 miljard euro. Dat is ongeveer een heel procent van het bruto binnenlands product. In 2000, toen de huizenprijs met bijna 20 procent steeg, ging het zelfs om bijna 10 miljard aan extra bestedingen, zo blijkt uit ander onderzoek van DNB.

De huizenprijs werkt op een bijzondere manier in op consumptie. Om de consumptie jaar op jaar in elk geval gelijk te houden moet de huizenprijs ieder jaar weer met minimaal hetzelfde percentage stijgen. Alleen dan is er ieder jaar weer voor hetzelfde bedrag aan extra overwaarde te verzilveren.

Als de huizenprijs wel stijgt, maar minder dan een jaar eerder, veroorzaakt dat een daling van de consumptie. Er is dan immers minder te verzilveren dan een jaar eerder. En als de huizenprijs daalt, accelereert de consumptiedaling. Er is dan in eerdere jaren papieren overwaarde verzilverd, die er bij nader inzien toch niet blijkt te zijn. Woningbezitter hebben teveel geconsumeerd, en moeten dat in korte tijd herstellen.

In die fase zitten we sinds eind 2008. Consumenten hebben spijt van de nieuwe keukens, de dakkapellen, de jacuzzi’s en luxe badkamers die in de jaren ervoor met een extra hypotheekje werden gefinancierd.

Het verlies aan woningwaarde moet in harde euro’s worden bij gespaard. Logisch dat dat de consumptie daalt en geen wonder dat de economie krimpt.

 

Kinderopvangsubsidie is fiasco van Griekse proporties

Stel: u bent wethouder van een kleine gemeente. Net voor de kredietcrisis heeft u een leuk bedrijventerreintje laten aanleggen, waarop zich een handvol bedrijven heeft gevestigd.

Het zijn prima bedrijven, die ondanks de recessie stevig doorgroeien. Het aantal openstaande vacatures loopt gestaag op en dat begint te wringen. Ondernemers doen bij u hun beklag over het geringe arbeidsaanbod in de gemeente. ‘We kunnen geen mensen krijgen, onze bedrijven kunnen niet groeien’, zeggen ze.

Tijd voor politieke actie. In potentie zijn er werknemers genoeg. Uw gemeente is wat traditioneel en veel moeders werken niet, of slechts enkele dagen per week. Hoe krijg je die aan de slag? De dorpseconoom weet raad: maak de kinderopvang goedkoper. Met wat extra subsidie wordt het voor jonge moeders veel aantrekkelijker om te gaan werken.

In theorie een steengoed idee. Maar wat kost het? Hoeveel kinderopvangsubsidie is jaarlijks nodig om de bedrijven aan een extra werknemer te helpen? De dorpseconoom belooft het in het weekend uit te rekenen. Op maandagochtend presenteert hij de uitkomst: voor één extra werknemer is jaarlijks €100.000 subsidie nodig.

Belachelijke regeling
Wát? Hoeveel? Honderdduizend euro, ieder jaar weer. Dat is de benodigde kinderopvangsubsidie voor iedere vervulde vacature. Aan u als wethouder de keus: komt de nieuwe kinderopvangsubsidie er, of niet?

Niet, natuurlijk. U gaat toch geen ton uitgeven om een bedrijf vooréén jaar aan één nieuwe werknemer te helpen? U kunt voor dat bedrag drie vuilnismannen aannemen. Of het zwembad een jaar openhouden. Op de subsidie voor zes extra werkende moeders kan de bibliobus een jaar rijden. Vijftig nieuwe werkneemsters kosten jaarlijks net zoveel als een gloednieuwe basisschool.

Het zou een belachelijke regeling zijn. De wethouder die er jaarlijks €100.000 voor overheeft om een jonge moeder aan het werk te krijgen en te houden bij een commercieel bedrijf, moet met pek en veren het dorp uitgejaagd. Of beter nog: persoonlijk worden aangeklaagd wegens verspilling van gemeenschapsgeld.

Op gemeenteschaal is de absurditeit van zo’n regeling direct duidelijk. Maar op landelijk niveau kan de geldverspilling rustig jaren overleven. In 2005 voerde het toenmalige kabinet-Balkenende II, van CDA en VVD, de Wet kinderopvang in. Die wet moest de combinatie van zorg en werk makkelijker maken, en zo de arbeidsdeelname van vooral vrouwen met jonge kinderen vergroten. Er gingen miljarden extra naar kinderopvangtoeslagen, vooral voor midden en hogere inkomens. Ook verhoogde het kabinet de combinatiekorting voor ouders.

Een mislukking
Dinsdag publiceerde het Centraal Planbureau een diepgravende analyse. De conclusie van de onderzoekers luidt: het beleid heeft gezorgd voor 32.000 werkende vrouwen extra. Daarvoor was jaarlijks €3 mrd aan extra subsidies en belastingaftrek nodig. Dat is ongeveer € 100.000 per werkende vrouw per jaar. Het effect op de arbeidsparticipatie van mannen was op z’n best nul, en mogelijk negatief.

Is de Wet kinderopvang daarmee een mislukking? Ja, natuurlijk! De regeling is een geldverslindend fiasco van Griekse proporties. De kosten zijn enorm, de baten nihil. De overheid had nog beter honderd procent loonsubsidie kunnen geven aan iedere werkgever die een jonge moeder in dienst nam. Dan waren er voor hetzelfde bedrag twee of drie vacatures vervuld.

Het waren zeven dolle, dwaze jaren in de kinderopvang. Maar nu is het mooi geweest. Het mes moet er in. Of liever: de hakbijl. Dit kabinet gaat al wat wieden in de kinderopvang, maar doet dat nog veel te voorzichtig. In een tijd van enorme bezuinigingen kun je geen miljarden besteden aan subsidies die meetbaar niet werken.

Experimenteer met beleid

Het was alles of niets voor de Europese vliegtuigproducent Airbus. De 193  bestelde a380 ’s waren eindelijk gereed en het grootste passagiersvliegtuig ter wereld kon voor het eerst de lucht in. Op een door Airbus vastgesteld uur gingen op vliegvelden in Europa, Azië en Amerika in totaal 154  duizend passagiers tegelijk aan boord van deze gloednieuwe superjumbo’s.

De nerveuze piloten startten de motoren van de dubbeldeks vliegtuigen en taxieden naar de startbaan. Op het Airbus-hoofdkantoor hield men de adem in. In theorie zouden de reusachtige toestellen moeten kunnen vliegen. Maar geprobeerd was het nog nooit. Een testvlucht werd als te riskant gezien. Zou er straks in 193  vliegtuigen opgelucht applaus kliken. Of eindigde het luchtvaartexperiment met 193 enorme crashes…

Onzin natuurlijk. De A380  is uit en te na getest. Alleen al voor de testvluchten werden vijf speciale toestellen gebouwd. Tussen de eerste proefvlucht en de eerste commerciële vlucht zat bijna 2 ,5  jaar. Die tijd werd gebruikt om te ontdekken hoe het toestel zich onder alle mogelijk weersomstandigheden en bij iedere mogelijke lading gedraagt. Speciale testpiloten haalden de raarste capriolen uit en de passagier die nu in het nieuwe vliegtuig stapt weet dat alle onderdelen en technische systemen vele malen getest, onderzocht en geïnspecteerd zijn.

We zouden niet anders willen. Niemand durft te vliegen in een toestel dat alleen in theorie van de grond kan komen. Maar waarom organiseren we ons sociaal-economisch beleid dan wel zo? Ingrijpende beleidsveranderingen komen in Nederland meestal tot stand op basis van puur theoretische verwachtingen en abstracte politieke voorkeuren. Getest wordt er nauwelijks. Nieuwe beleidsregimes worden in één keer, voor alle betrokkenen en in alle regio’s ingevoerd. Onderwijsdeskundigen bedenken het vmbo, PvdA-ministers zijn enthousiast, en een jaar later stroomt geen mavoleerling meer door naar de havo. Ambtenaren schrijven een nieuwetaxiwet en alle toeristen in Amsterdam stranden op het Centraal Station. De regering bedenkt een plan voor gratis schoolboeken, en een jaar later zijn de schoolhoofden overspannen en weet geen ouder meer waar hij aan toe is.

Zou het niet handig zijn als we dit soort operaties voortaan eerst op kleine schaal uitproberen, zodat de effectiviteit kan worden vastgesteld en eventuele bijwerkingen in kaart kunnen worden gebracht?

De Britse statisticus Adrian Smith denkt van wel. Hij pleit al twee decennia voor op feiten gebaseerd beleid. Evidence based policy, noemt hij dat. Net als nieuwe medicijnen (of nieuwe vliegtuigen) zou nieuw beleid zich eerst in kleinschalige experimenten moeten bewijzen. Een paar jaar geleden schreef een aantal economen van het Centraal Planbureau een juichend rapport over dergelijke beleidsexperimenten. In de Verenigde Staten worden ze al een halve eeuw toegepast. Met name arbeidsmarktbeleid wordt vaak eerst bij een willekeurig gekozen groep werklozen uitgeprobeerd. Nieuwe scholingsprojecten, sollicitatietrainingen en bijstandsregelingen werden eerst op kleine schaal getest. Dat zouden we in Nederland ook moeten doen, vinden de CPB-ers.

Hoog tijd om dat advies eens op te volgen. Er is een perfect onderwerp om mee te experimenteren: het ontslagrecht. De discussie over versoepeling daarvan is volstrekt vastgelopen in een dogmatische ruzie tussen vakbonden en werkgevers. Werkgevers beweren dat soepel ontslag zal zorgen voor meer werk voor kansarme Nederlanders. De vakbond denkt dat bedrijven de zwakke werknemers dan juist makkelijker zullen ontslaan. Beide partijen weten zeker dat ze gelijk hebben en schreeuwen elkaar dat al een paar jaar toe. Hopeloos

Die tijd hadden ze ook kunnen gebruiken voor een gecontroleerd economisch experiment. De overheid had een klein deel van de economie tot ontslaglaboratorium kunnen verklaren. Neem een groep bedrijven, een beroepsgroep of een regio, en stel daar experimentele ontslagregels voor op. Voor een andere, vergelijkbare selectie blijven de oude regels gelden. Zet deze sociale petrischaaltjes een jaar of wat op kamertemperatuur weg, en bekijk dan het resultaat. Zijn de effecten gunstig? Dan invoeren in het hele land. Zo niet: discussie gesloten.

Maar dat is oneerlijk, hoor je de politici al roepen. We moeten iedereen gelijk behandelen en op mensen experimenteren is onethisch. Dat zal wel. Het is nog veel minder ethisch om alle Nederlanders aan hetzelfde proefballonnetje op te hangenen dan te hopen dat de boel niet naar beneden dondert.

Deze recessie wordt pijnlijk

(Dit artikel verscheen ook hier)

Met een economische krimp van 3,5 procent, beleefde Nederland in 2009 de diepste recessie sinds 1931. Maar zo voelde het voor de meeste mensen niet.

Dankzij expansief begrotingsbeleid en het afschaffen van het werknemersdeel van de WW-premie, steeg de koopkracht dat jaar met maar liefst 1,8 procent. Die toename was drie keer zo hoog als de gemiddelde jaarlijkse stijging in de tien jaar ervoor. Het was geen recessiejaar, maar een jubeljaar. Tenminste, voor wie zijn baan niet verloor.

Opvallend weinig
Maar ook dat waren er opvallend weinig. In juni 2009 voorspelde het Centraal Planbureau (CPB) dat de werkloosheid zou oplopen tot 730.000 personen in 2010. Liefst 9,5 procent van de beroepsbevolking zou dan onvrijwillig zonder werk zijn. En waarschijnlijk nog meer, want het CPB voorspelt jaargemiddelden. Op het dieptepunt van de recessie zou het getal van 800.000 werklozen wel aangetikt kunnen worden.

Het liep volkomen anders. De werkloosheid kwam in 2010 uit op 390.000. Dat was slechts 123.000 meer dan voor de crisis. Het CPB had een stijging van 463.000 verwacht en zat er dus een grandioze 275 procent naast!

Voorspelfouten
Vreemd genoeg kwam dat maar ten dele omdat de economen de ernst van de recessie overschatten. In juni 2009 dacht het CPB dat de krimp dat jaar 4,75 procent zou bedragen, en dat de economie een jaar later met een half procent
zou krimpen. In werkelijkheid daalde het bbp in 2009 met 3,5 procent en in 2010 groeide de economie al weer met 1,7 procent. Deze voorspelfouten zijn bij lange na niet genoeg om de meevallende werkloosheidscijfers te
verklaren.

Meer dan een jaar had het CPB nodig om erachter te komen waarom de werkloosheid zo laag bleef tijdens wat het Planbureau ‘De Grote Recessie’ noemt. Was het de deeltijd-ww, die harde ontslagrondes voorkwam? Was het de flexibele schil van zelfstandige eenpitters (zzp’ers), die bedrijven konden
afbellen, zonder in het personeelsbestand te hoeven snijden?

Het lijken plausibele verklaringen. Maar de deeltijd-ww was te beperkt in omvang om van grote invloed te zijn op de werkloosheid. En de omzet van zzp’ ers ging in de recessie niet buitensporig omlaag.

Leven of dood
Nee, de echte reden blijkt, zo zegt het CPB, opmerkelijk gedrag van de bedrijven: ze hielden mensen in dienst, die ze eigenlijk niet nodig hadden. Veel bedrijven stonden er aan het begin van de crisis financieel goed voor, dus ontslag van personeel was
geen kwestie van leven of dood.

Een jaar eerder hadden ondernemers nog steen en been geklaagd over de krapte op de overspannen arbeidsmarkt. Met dat in het achterhoofd, durfden ze de net aangetrokken werknemers niet te laten gaan. Eerst maar eens kijken hoe
lang de recessie zou aanhouden. Toen in 2010 de economie alweer bleek te groeien konden de ontslagplannen de prullenbak in.

Het is op zich een mooi idee. Nederlandse bedrijven zijn blijkbaar niet snel in paniek, en de arbeidsmarkt kan wel tegen een stootje. Maar een herhaling van de meevaller uit 2009 is toch onwaarschijnlijk.

Door de eurocrisis dreigt Nederland in een nieuwe recessie te belanden. Zeer waarschijnlijk zitten we er al in. De winsten van bedrijven zijn nog lang niet terug op het peil van voor de kredietcrisis, dus de luxe van tijdelijk onnodig personeel kunnen bedrijven zich nu veel minder veroorloven.

Economische winter
Bovendien kan de overheid deze keer de recessie niet bestrijden, met lastenverlichting en extra uitgaven. Er moet juist worden bezuinigd. Dus met een beetje pech houdt de malaise langer aan dan tijdens de Grote Recessie, die wel diep maar ook kort was.

De bedrijven bereiden zich ditmaal dan ook anders voor op de economische winter. Hoewel de krimp in het derde kwartaal relatief gering was, loopt de werkloosheid toch al snel op. Er zijn nu al meer mensen werkloos dan op het dieptepunt van de crisis in 2009.

Het vet is van de botten. Deze recessie gaat veel meer pijn doen dan die van twee jaar geleden

Links voor FIN-EC journalisten

(T.b.v. Summer School  12-6-2017)

STATISTIEKEN

Nederland:
CBS: Statline (alle cijfers van het CBS)

CPB: Lange reeksen macrocijfers
CPB: Overheidsfinanciën (sinds 1814)
CPB: Wereldhandel (unieke indicator)

DNB: Monetare en financiele statistieken

Behr: Beurs Amsterdam 

IEX: One Market Monitor  (real-time beurs A’dam)

 

Internationaal
Eurostat: Complete database

ECB: Statistical Data Warehouse

OECD: Complete database, Overzichtelijker
OECD: Statlink (http://dx.doi…. onder iedere  grafiek) Schermafbeelding 2015-08-24 om 11.34.20

Schermafbeelding 2015-08-24 om 11.37.15

IMF: World Economic Outlook
I
MF: Principal Global Indicators

BIS: International Banking Statistics

Investing.com: Financiële markten (bv: Griekenland)
Investing.com: Agenda met updates

Econoday: Macro-agenda

Markit: Inkoopmanagers-indices (PMI’s)

FRED: Amerikaanse en internationals data en grafieken

 

 

 

 

 

Lethargische jongeren laten zich bestelen

Ik reed langs de Dam, maar daar was niemand te bekennen. Toen ging ik naar het Museumplein. Ook daar was de demonstratie niet. Op naar Den Haag, naar het Malieveld. Weer niemand.

Maar iets verderop, bij het gebouw van de SER, stond een groepje demonstranten met oranje hesjes aan. Ze hielden borden omhoog. ‘Met goed fatsoen voor een eerlijk pensioen’, las ik.

Was dit de demonstratie die ik zocht? De hesjes waren bedrukt met het logo van FNV Bondgenoten. En vooraan herkende ik Agnes Jongerius. Nee, dit kon de massale jongerendemonstratie tegen de welvaartsvaste AOW niet zijn. Dit was juist een tegendemonstratie van oudere werknemers die een gegarandeerd, hoog pensioen eisten.

De jongeren zaten thuis. Ze hadden niet de moeite genomen om ‘welvaartsvast’ te googelen en dus niet ontdekt dat in de pensioenplannen van vakbonden en werkgevers een nieuwe geldstroom van jong naar oud verstopt zit. Je kunt het ze niet kwalijk nemen, want het klinkt zo onschuldig, een welvaartsvaste AOW. Wie kan er nou op tegen zijn dat de welvaart van onze ouderen stevig wordt vastgezet?

Maar het is een bedrieglijke term. Welvaartsvast betekent dat de AOW-uitkering automatisch meestijgt met de lonen. Niet alleen met de cao-lonen, zoals in het huidige stelsel het geval is, maar met de totale loonsom, dus inclusief periodieken, bonussen en andere incidentele beloning. Dankzij de welvaartsvaste AOW krijgen Nederlanders er straks zelfs na hun pensionering ieder jaar een periodiekje bij.

FNV en CNV sleepten deze ‘AOW de luxe’ in 2010 uit de onderhandelingen met de werkgevers. Nederland zat tussen twee kabinetten in, en dat machtsvacuüm gebruikten de sociale partners om een nieuw pensioenstelsel op papier te zetten. Met grote moeite accepteerden de vakbonden dat de pensioenleeftijd in 2020 met een jaartje zou stijgen. In ruil daarvoor eisten ze een welvaartsvaste, dus sneller stijgende AOW-uitkering. Plus de optie dat werknemers desgewenst toch met 65 jaar konden stoppen, zij het dat ze dan een evenredig lagere AOW zouden ontvangen.

Een slimme ruil, want door de AOW welvaartsvast te maken zal die het komende decennium zo veel extra stijgen dat een jaar eerder stoppen met werken in 2020 feitelijk kosteloos is. Wie straks toch al met 65 jaar stopt, zal per saldo evenveel AOW ontvangen als voorheen. Er verandert feitelijk niets.

Behalve voor de jongeren. Die denken dat Nederland een begin heeft gemaakt met het aanpakken van de vergrijzingskosten, en dat hun financiële toekomst iets zekerder is. Maar in 2020 komen ze erachter dat kosten van de welvaartsvaste AOW flink zijn opgelopen. Groen gaat nog meer betalen voor grijs.

De minister van Sociale Zaken is er intussen achter dat de AOW-afspraken op deze manier niets oplossen. Vorige week zei Kamp in een Kamerdebat dat hij maar weinig ruimte had om de AOW te verhogen. De vakbonden reageerden fel. CNV-voorzitter Jaap Smit vond het tijd voor ‘een pittig gesprek’ met de minister. De FNV herhaalde dat de welvaartsvaste AOW voor de vakbond ‘op nummer één staat’. Als het nodig is, zullen de vakbonden hun leden naar Dam of Malieveld dirigeren om de eisen kracht bij te zetten.

En de jongeren? Die kijken het nog even aan. Pas als de 50-plussers van vakbonden en werkgevers de zaakjes onderling geregeld hebben, en de 30-minners ontdekken dat ze hun portemonnee moeten inleveren bij hun ouders en grootouders, trekken de jongeren naar Den Haag. Maar dan is het te laat.

BTW: Belasting Toegevoegde Waanzin

Update: anno 2015 speelt de discussie over het hoge- en lage btw-tarief nog altijd. Het belastingstelsel moet op de schop, vindt de politiek, en hervorming van de btw is een optie.

Maar in vier jaar is er dus eigenlijk niets gebeurd. Behalve dan dat het hoge tarief omhoog ging van 19% naar 21%. In onderstaand blogje uit 2011 heb ik het nog over het oude tarief.

Belasting Toegevoegde Waanzin

Voor alle producten een uniform btw-tarief van 19%. Staatssecretaris Weekers durfde het donderdag voor te stellen, en de wereld was te klein. Het CDA voorziet failliete supermarkten in de grensstreek. ‘Onbespreekbaar’, zei CDA-er Pieter Omtzigt. De PVV vreest dat Henk en Ingrid straks geen Hollandse piepers meer kunnen betalen.

VNO-NCW wist zeker dat afschaffen van het lage btwtarief schadelijk is voor consumenten (ook al wordt de opbrengst gebruikt voor een verlaging van de inkomstenbelasting). Horeca Nederland rekende direct uit dat het plan 33.000 banen gaat kosten. Wie zei daar dat er in de economie geen exacte voorspellingen mogelijk zijn?

Afschaffen van het 6%-tarief lijkt dus een idioot plan. Maar niet zo waanzinnig als het handhaven van de huidige situatie. Of een product onder het hoge of lage tarief valt, is vaak een kwestie van absurde willekeur.

Ik wist dat de regels bizar waren, maar na een uurtje lezen op de website van de belastingdienst viel ik toch van m’n stoel van verbazing. Ondernemers moeten hier toch gek van worden? Wat voorbeelden:

Boeken 6% btw
e-boeken 19% btw

Konijnenvoer 6%
Hamstervoer 19%

Parkietenvoer (minimaal 95% granen) 6%
Parkietenvoer (minder dan 95% granen) 19%

Voer voor fazanten die op de boerderij blijven 6%
Voer voor fazanten die later worden vrijgelaten 19%

Spiering voor in de frituur 6%
Spiering als aasvis 19%

Visafval 6%
Visvoer 19%

Kauwgom 6%
Pruimtabak 19%

Gedroogde bloemen 6%
Geverfde bloemen 19%

Bloemboeketten 6%
Bloemstukken 19%
Dit is eigenlijk nog veel ingewikkelder, in één bloemstuk kan de ene tak onder 6%-tarief vallen, de andere onder het 19%-tarief. De belastingdienst heeft zelfs een convenant gesloten met de bloemistenvereniging over deze uiterst belangrijke zaak, inclusief een Kafkaësk rekenvoorbeeld. Lees en huiver.

Vlooiengif voor op de poes 6%
Vlooiengif voor de poezenmand 19%

Pil gegeven door het baasje 6%
Dezelfde pil gegeven door dierenarts 19%

Rollator 6%
Wandelstok 19%

Leren koken op school: 0%
Kookcursus: 19%
Onder professionele begeleiding koken en opeten: 6%

Vloeibaar water: 6%
Bevroren water: 19%

Gedestilleerd water: 6%
Gedemineraliseerd en ontijzerd water: 19%

Aanleggen brandleidingen 6%
Plaatsten brandkraan: 19%

Stro 6%
Zaagsel (voor in de stal): 19%

Kleurboek 6%
Blocnote 19%

Schoolwerkboeken met 32 pagina’s of meer 6%
Schoolwerkboeken met minder dan 32 pagina’s 19%

Reparatie fiets 6%
Reparatie bromfiets 19%

Haarknippen bij mens 6%
Haar knippen bij hond 19%

Schoonmaken binnenkant huis 6%
Schoonmaken buitenkant huis 19%

Leveren gas op de camping 6%
Leveren campinggas 19%

Ongemeubileerde schepen voor de opvang van asielzoekers 19%
Ongemeubileerde zeeschepen voor de opvang van asielzoekers 0%
(nee, dit snap ik ook niet, maar het staat er echt…)

Verkoop door museum van ansichtkaart met afbeelding uit eigen collectie 6%
Verkoop door museum van ansichtkaart met afbeelding uit collectie ander museum 19%

Toegangskaartje voor lezing 6%
Toegangskaartje voor seminar 19%

Pianobegeleiding bij uitvoeringen 6%
Pianobegeleiding bij repetities 19%

Acteur in soap 6%
Zelfde acteur in spelshow 19%

Tochtje met luchtballon 6%
Tochtje met vliegtuig (binnenland) 19%
Tochtje met vliegtuig (buitenland) 0%

Boekhouder bij de boer 6%
Boekhouder bij ander ondernemer 19%
(Ja, ook hier is een convenant over afgesloten)

Vervoer naar veiling in opdracht van boer 6%
Vervoer naar veiling in opdracht van veiling 19%

De overheidstrein rijdt nooit op tijd

Drie vlokjes sneeuw en de treinen rijden niet meer. Wissels vriezen vast, locomotieven weigeren dienst. Duizenden reizigers staan stampvoetend op de perrons. Afspraken worden gemist, bijeenkomsten afgelast en kantoortuinen blijven leeg.

Voor de Tweede Kamer is de maat vol. De minister moet met spoed optreden, lieten de parlementariërs aan de media weten. Ikzelf stond vorige week donderdag ook een goed deel van de dag te vernikkelen op tochtige stations. Het congres in Utrecht waar ik werd verwacht, heb ik nooit bereikt. Ik doodde de tijd luisterend naar het radiootje in mijn mobiele telefoon en werd getroost door de verontwaardiging van politici.

De minister is aan zet
We hadden de NS nooit moeten verzelfstandigen, wist het ene boze Kamerlid. De splitsing van ProRail en NS is de oorzaak van alle ellende, vond een ander. We moeten ProRail onderbrengen bij Rijkswaterstaat, suggereerde een derde. Over één ding waren ze het allemaal eens: de minister is aan zet. Er moet nu door de politiek worden ingegrepen. De chaos op het spoor heeft lang genoeg geduurd. ‘Ik wil weten waarom de treinen in Zwitserland en Japan wel op tijd rijden’, eiste een VVD’er.

Een prima vraag, waar ik het antwoord ook wel op zou willen weten. Eén ding weet ik al wel: de reden van de punctualiteit in die landen is niet dat de minister zich op dagbasis met de treinen bemoeit. Het Zwitserse spoorwegbedrijf werd in 1999 verzelfstandigd. Net als bij ons bleven de aandelen in overheidshanden. In Japan geldt dat voor een deel van de tientallen spoorwegbedrijven die het land telt ook. De grootste daarvan zijn echter volledig geprivatiseerd. De Shinkansen, de beroemde Japanse hogesnelheidstrein, wordt gerund door de op winst gerichte bedrijven, met een notering aan de beurs van Tokio.

‘Neoliberalen’
Zomaar een idee: misschien rijden de Japanse treinen wel zo stipt omdat de politiek zich er juist niet mee bemoeit. Misschien zijn er zo weinig vertragingen omdat de aandeelhouders dat niet zouden pikken.

Ik maak me vast niet populair met deze hypothese, want in Nederland wordt tegenwoordig ieder probleem geweten aan ‘neoliberalen’ en andere ‘vrijemarktfundamentalisten’.

Harembroeken en de kerstman
Er gaat geen week voorbij of er verschijnt in een van de grote kranten wel een lang opiniestuk waarin het neoliberalisme als de oorzaak van alle kwaad wordt gepresenteerd. Deze kredietcrisis heeft ons laten zien dat het marktmodel faalt. Geloof in marktwerking is eind 2010 net zo uit als harembroeken en de Kerstman. Weer helemaal in is de strenge, sturende overheid, die met gezag en daadkracht problemen oplost.

Het is een droevig misverstand. Want waar de markt soms in de fout gaat, faalt de overheid structureel. Toen ik afgelopen donderdag naar Utrecht moest, wilde ik eigenlijk de auto nemen. Maar de verkeersinformatie bracht me op een ander idee. Er stond in de ochtend 595 kilometer file op de rijkswegen. Het was de op acht na ergste spits ooit.

Geen excuus
Maar ik heb de Kamerleden niet gehoord over deze enorme misser van Rijkswaterstaat, waar men volgens eigen zeggen ‘werkt aan vlot en veilig verkeer’. Iedere ochtend en iedere avond loopt de dienstregeling op de snelwegen in de soep. Bij sneeuw, maar ook bij alle andere weertypen. We krijgen nooit een excuus, en hebben geen recht op schadevergoeding.

Het is de standaardkwaliteit van overheidsproductie. De politie lost nog geen kwart van de overvallen op. In ziekenhuizen sterven jaarlijks ongeveer 1900 mensen door vermijdbare fouten. Leerlingen verlaten hun school zonder startkwalificatie. Voor sociale huurwoningen zijn enorme wachtlijsten. Het is een waanidee om te denken dat de treinen op tijd gaan rijden als de overheid zich er intensief mee gaat bemoeien. Ik gok eerder op het tegendeel.

(verscheen eerder in FD)