Hoe rijk zijn onze provincies?

Als de provincie Zuid-Holland een land was, dan stond het op plaats 58 van rijkste landen ter wereld. Net onder Vietnam, net boven Hongarije.

Het ‘bruto provincaal product’ (bpp) van Zuid-Holland is drie keer zo groot als dat van Guatamala, vijf keer dat van Jordanië en tien keer dat van Jamaica.

Zo valt in elk geval de vergelijking uit, afgaande op de meest recente provinciale cijfers (uit 2011, te vinden in deze CBS-publicatie), omgerekend naar dollars (wisselkoers: $1,35), en vergeleken met deze IMF-lijst met bbp-cijfers van landen.

Zoek bij elke Nederlandse provincie het dichtsbijzijnde land, en je krijgt dit kaartje (klik voor groot):

Als provincies landen waren

Het idee voor zo’n kaartje komt van deze Amerikaanse variant.

Voor Frankrijk vond ik deze.

 

Wie heeft de economie kapot bezuinigd? (Hint: het was niet de overheid)

Wat? Hoezo ‘Het was niet de overheid?’. Het waren natuurlijk wel de Europese overheden die de Europese economie kapotbezuinigden. Het was hun oliedomme fixatie op begrotingstekorten en staatsschuld die het eurogebied in een twee jaar durende recessie stortte.

Lees het maar in Amerikaanse boeken als How austerity is killing Europe en Austerity: The History of a Dangerous Idea. Zonder bezuinigingen en lastenverzwaringen was de eurocrisis nooit zo diep geweest en stond Europa er nu al weer net zo goed voor als de VS.

Bedrijven en huizenkopers

Het is langzamerhand een algemeen aanvaard uitgangspunt: de overheid kneep de vraag af, de overheid bezuinigde de Europese economie kapot.

Dus niet. Het was niet de overheid. Het waren de Europese bedrijven en huizenkopers. Omdat zij na 2008 niet meer investeerden, kromp de economie van het eurogebied zo snel. Dat zeg ík niet, dat zegt de Europese Centrale Bank (ECB).

In de donderdag verschenen Monthly Bulletin van de ECB (pdf) staat een korte analyse van de rol van investeringen in de afgelopen conjunctuurcyclus. Sinds 2008 zijn de totale investeringen met 15 procent gedaald. De ECB schrijft: “Deze daling verklaart het grootste deel van de scherpe afname van het bruto binnenlands product van de eurozone.”

In onderstaande grafiek, afkomstig uit de ECB-publicatie, is dat goed te zien. De donkerblauwe staafjes geven het effect van de investeringen op de economische groei (krimp) weer. In alle kwartalen sinds 2008 hebben de investeringen verreweg de grootste negatieve invloed op de economische groei.

Schermafbeelding 2014-04-21 om 14.49.09

Overheidsconsumptie (de lichtblauwe, gearceerde balkjes) draagt juist in ieder kwartaal bij aan de groei. Netto export stuwt de groei sinds 2011. Terwijl de consumptie van huishoudens de groei een beetje heeft gedrukt.

Huizen, scholen en snelwegen

Maar let op: niet alleen Europese bedrijven dragen schuld aan de dalende investeringen in bovenstaande grafiek. Ook huishoudens en de overheid investeren. Huishoudens wanneer ze een huis kopen, overheden als ze scholen bouwen of snelwegen aanleggen.

Het is belangrijk te kijken naar de samenstelling van de investeringen. De ECB maakte daarvoor deze grafiek:

Schermafbeelding 2014-04-21 om 14.49.38

De donkerblauwe staafjes geven de afname van de bedrijfsinvesteringen weer. Die afname is goed voor ongeveer de helft van de daling van de totale investeringen. Iets minder dan de helft komt voor rekening van huizenkopers (lichtblauw en gearceerd).

Ook de overheid investeerde minder (rode staafjes), maar dat was maar een klein deel van de totale afname.

Overigens hadden bedrijven een goede reden om weinig te investeren. Sinds het uitbreken van de kredietcrisis in 2008 was de vraag naar producten gering en stonden er veel machines stil. Een fabrikant met overcapaciteit gaat niet snel investeren.

En ook de huizenkopers hadden in veel landen alle reden om stil te zitten. Dalende huizenprijzen, overschotten aan bestaande woningen en onzekere inkomens stimuleren de nieuwbouwplannen van burgers niet.

Had de overheid dan niet in moeten springen om de wegvallende vraag van bedrijven en burgers over te nemen? Met een tijdelijke bestedingsimpuls en tijdelijke lastenverlichting hadden Europese overheden de bestedingen kunnen opdrijven, zodat bedrijven de noodzaak tot investeren weer voelden en baanzekere huizenkopers de markt weer op durfden.

Keynesiaans experiment

Natuurlijk, zo’n keynesiaans experiment hadden we in Europa kunnen uitvoeren. Waarschijnlijk had dat op korte termijn ook nog geholpen ook, hoewel landen in Zuid-Europa zo’n vraagimpuls waarschijnlijk niet hadden kunnen financieren.

Maar wat de grafieken van de ECB duidelijk laten zien is dat de oorsprong van de Europese recessie niet ligt bij de kapotbezuinigende overheid, maar bij de private sector die de hand stijf op de knip hield.  De overheid had misschien meer kunnen en moeten doen om de recessie te dempen, en heeft met de lastenverzwaringen de stemming onder bedrijven en burgers nog extra gedrukt, maar was niet de eerste oorzaak.

En hoe zat dat dan in Nederland? Niet veel anders dan in Europa als geheel. In de laatste Macro Economische Verkenningen van het CPB staat deze grafiek:

Schermafbeelding 2014-04-21 om 15.51.00

Robotson Crusoe

De robot komt en pikt al onze banen in. De middenklasse verarmt. Volgens hoogleraar Sylvester Eijffinger krijgen we binnenkort muiterij. Maar ik snap het niet. Stijgende productiviteit was toch juist de motor van welvaartsgroei?

Als ik het niet snap, breng ik graag een bezoek aan het eiland van Robinson Crusoe. Robinson heeft een hengel en vangt dagelijks vier vissen. Zijn vriend Vrijdag kan goed kokosnoten plukken en haalt er iedere dag vier naar beneden. ’s Avonds ruilen ze twee kokosnoten voor twee vissen. Het is nauwelijks genoeg om de honger te stillen, maar ze overleven.

Ruilverhouding
Op een dag vindt Vrijdag een kist op het strand. ‘Kokosnootplukrobot’, staat erop. ‘Plukt twintig stuks per dag’, staat eronder. Hij zet de robot onder een klapperboom en even later vallen de vruchten naar beneden. ’s Avonds stelt hij aan Robinson voor om voortaan drie kokosnoten voor drie vissen te ruilen.

Maar Robinson is niet gek, hij ziet dat Vrijdag twintig noten heeft en eist acht noten voor drie vissen. Dat wordt de nieuwe ruilverhouding. Vrijdag is nu rijker dan Robinson, en knabbelt dagelijks twaalf noten en drie vissen weg. Maar ook Robinsons buik is beter gevuld, met een vis minder, maar zes noten er- bij. (Tussenconclusie: een robot maakt iedereen rijker.)

‘Visvangrobot’
Maar dan vindt Vrijdag weer een kist. ‘Visvangrobot’ leest hij op de kist. ‘Vangt twintig vissen per dag.’ Die avond is het feest in Vrijdags hut. Een eenpersoons feest met meer vis en kokosnoten dan hij op kan. Robinson zit verderop met zijn armzalige vier visjes. Vrijdag wilde vandaag niet ruilen. En morgen weer niet.

Later merkt Robinson dat vier vissen vangen ook niet meer lukt. Vrijdags robot vist de zee leeg. Hij lijdt honger. (Tussenconclusie: als de robot schaarste opheft, zijn robotlozen de pineut.)

Massagerobot
Om de honger te vergeten neemt Robinson een hobby: schelpenkettingen maken. Vrijdag ziet de kettingen en ruilt ze graag voor wat vissen en noten. Voor een lekkere nekmassage wil hij trouwens ook wel betalen. (Tussenconclusie: met hogere welvaart komen nieuwe behoeftes, er is altijd schaarste dus altijd werk.)

Maar Robinson ziet de bui al hangen. Volgende week spoelt er vast een massagerobot aan. Tijd voor maatregelen. Hij pakt zijn geweer en loopt naar Vrijdags hut. ‘Ik voer een nivellerende belasting in’, zegt hij. ‘Jij wordt solidair.’ Vrijdag belooft hem dagelijks een basisinkomen van drie kokosnoten en drie vissen te schenken. Iedereen is beter af. (Tussenconclusie: dankzij herverdeling door de overheid profiteert iedereen van de robot).

Toch eindigt het verhaal slecht voor Robinson. Vrijdag ontdekt een ander eiland: het Kaaimaneiland. Daar brengt hij zijn voorraad noten en gedroogde vis heen, buiten bereik van Robinson. Eindconclusie: robots zijn fijn voor iedereen, maar alleen als we belastingparadijzen sluiten.

Amerikaanse griezelgrafiek voor Nederland veel minder eng

Over deze grafiek maakte Amerikaanse commentatoren zich de afgelopen dagen bijzonder druk. “Your Scary-Ass Chart of the Day”, noemde blogger Ed Driscoll de grafiek. En inderdaad: eng is het.

labor-force-dropouts-drive-lower-unemployment-rate-1-10-14

Wat zien we? De blauwe lijn is het werkloosheidspercentage van de VS. Dat is het aantal mensen dat op zoek is naar werk, als percentage van de totale beroepsbevolking. De werkloosheid neemt gestaag af. Afgelopen vrijdag meldde de Bureau of Labor Statistics dat de werkloosheid in december is gedaald naar 6,7 procent.  

De rode lijn laat zien dat de Amerikanen daar niet al te blij mee kunnen zijn. De werkloosheid daalt vooral omdat steeds minder mensen zoeken naar werk, niet omdat steeds meer mensen werk vinden. De participatiegraad (dat is: het aantal mensen dat werkt of werk zoekt, als percentage van de totale bevolking tussen 15 en 65 jaar), daalt al een aantal jaar. Werkzoekenden geven het op. Er is toch geen werk. (Andere mogelijke redenen voor de dalende participatiegraad worden hier besproken)

Uitgaande van de participatiegraad van juni 2009, zo laat de rode lijn zien, is de werkloosheid helemaal niet gedaald, maar rond de 11 procent blijven hangen. Niks herstel.

Hoe zit dat in Nederland? Bij ons daalt de werkloosheid pas een paar maanden, en ook hier schreven de kranten over ‘ontmoedigde werklozen’ die zich moedeloos het zoeken opgeven. Maar toch is de situatie in Nederland heel anders dan in de VS.

Hieronder de Scary-Ass-grafiek voor Nederland. Bij ons loopt de blauwe lijn de afgelopen twee jaar juist boven de rode lijn. Met andere woorden: uitgaande van de participatiegraad van juni 2009 is de werkloosheid lager dan het officiële percentage.

Schermafbeelding 2014-04-21 om 14.41.46

Een goed deel van de werkloosheidsstijging in Nederland komt doordat een al groter deel van de Nederlanders wil werken. Nederlanders zijn tijdens de crisis per niet ontmoedigd, maar per saldo ‘bemoedigd’ om aan het werk te gaan. (ik schreef daar eerder dit over).

Ons Scary-Ass-werkloosheidspercentage bedraagt nu 7,5%. Dat is ruim drie procentpunten minder dan in de VS!

Het eurogebied als geheel lijkt wat dit betreft meer op Nederland dan op de VS. Uit de grafieken op pagina 5 en 6 van deze OECD-publicatie blijkt dat in het eurogebied de niet-participatie is afgenomen, terwijl die in de VS juist is toegenomen.

Zowel duiven als haviken winnen bij negatieve rente

Duif-havik-ecb-fed-340- (1)

Commerciële banken kregen van de ECB al voor duizend miljard euro aan 3-jaars leningen. En de Europese Centrale Bank belooft in geval van nood obligaties op te kopen om rentestanden laag te houden.

Maar toch blijft geldgroei in het eurogebied gering, is de inflatie zorgelijk veel lager dan de 2 procent waarop de centrale bank mikt, neemt de liquiditeit in het financiële systeem gevaarlijk snel af en krijgen bedrijven al minder krediet.

Negatieve spaarrente

ECB-president Mario Draghi heeft nog een aantal maatregelen achter de hand. Een daarvan is het verder verlagen van de depositorente. Dat is de ‘spaarrente’ die banken ontvangen als ze geld stallen bij de ECB. De depositorente was in 2008 nog 3 procent, maar staat na de verlagingen van de afgelopen jaren inmiddels op nul procent. Kan dat nog lager?

Jawel, de ECB zou de depositorente negatief kunnen maken. Met een spaarrente van bijvoorbeeld -0,1 procent moeten banken betalen voor het stallen van hun geld bij de ECB. De depositorente wordt dan een soort bewaarvergoeding. Of anders gezegd: een straf op het inactief houden van euro’s.

Negatieve spaarrente klinkt behoorlijk onorthodox. En dat is het ook. Alleen Denemarken heeft er de afgelopen jaren mee geëxperimenteerd, in een poging om de koppeling van de Deense kroon aan de euro in stand te houden. (Meer over het Deense experiment hier (pdf)).

Kredietverlening omhoog

Maar toch overweegt de ECB deze stap serieus. Bij een negatieve deposito-rente wordt het voor banken kostbaar om geld stil weg te leggen bij de ECB. In theorie zullen ze er een andere bestemming voor zoeken: bijvoorbeeld uitlenen aan bedrijven met investeringsplannen of aan burgers die een huis willen kopen. De kredietverlening groeit en de Europese economie krijgt weer wat lucht.

Bovendien zou negatieve depositorente de euro wat goedkoper kunnen maken. Toen in november bleek dat de ECB-bestuurders deze maatregel serieus bespraken, knalde de eurokoers omlaag. Een goedkopere euro maakt Europese export goedkoper en kan zo de economische groei aanzwengelen.

De duiven in de bestuursraad van de ECB (lees: de zuidelijke bankpresidenten) zullen daarom een voorstel om de depositorente negatief te maken, van harte steunen. Zij vinden dat de centrale bank meer onorthodox beleid moet inzetten om de economie te stimuleren en deflatie te voorkomen.

Gratis geldpakhuis

Maar – en dat gebeurt niet vaak – ook de haviken (Duitsland,  Nederland, Finland) zouden de maatregel toejuichen. Niet omdat negatieve depositorente onorthodox is, maar juist omdat het een terugkeer naar ‘normaal’ met zich meebrengt.

Sinds de ECB in november de repo-rente die banken moeten betalen als ze geld lenen, verlaagde, is het verschil tussen de leen- en spaarrente nog maar een kwart procentpunt. Dat leidt tot de onnatuurlijke situatie dat banken de ECB als een vrijwel gratis geldpakhuis  beschouwen. Leen een paar miljard teveel, stort een paar miljard terug, het kost toch bijna niks. De kluis van de ECB is de flexibele buffer van de Europese bankensector geworden.

Onder normale omstandigheden, zouden banken die dienst inkopen bij andere banken. Voor de crisis gebruikten ze elkaar als pakhuis en buffer, door op de interbancaire geldmarkt aan en van elkaar te lenen en daarbij marktrentes te betalen.

Op bezoek bij de Tweede Kamer, praten over de WW

Afgelopen maandag mocht ik langswippen bij een rondetafelgesprek van de vaste Kamercommissie SZW. Het ging over hervorming van de WW. 

Of ik van tevoren alvast een standpunt op papier kon zetten. Met alle plezier. Ik stuurde onderstaand stukje op:

Inbreng Mathijs Bouman, Ronde Tafelgesprek WW, Ontslag en Flexibiliteit

2 september 2013

1. Hervorming van de WW is geen crisismaatregel. Het heeft alleen zin als de doelstelling van zo’n hervorming is om de arbeidsmarkt op middellange en lange termijn beter te laten werken.  De discussie of  het nu, terwijl Nederland net opkrabbelt uit een recessie, het juiste of verkeerde moment is om de WW te hervormen is wat mij betreft niet zo interessant. Kort gezegd: nee, het is nu geen goed moment omdat de baankansen van WW-ers relatief gering zijn; ja, het is nu wel een goed moment omdat de politiek alleen in zware tijden in staat is om onpopulaire maatregelen te nemen. 

2. Bij hervorming van de WW wordt in de eerste plaats gekeken naar de verkorting van de maximale duur. Dat lijkt me een logische keuze, omdat uit onderzoek blijkt dat de periode van werkloosheid langer is naarmate de uitkeringsduur langer is. WW is onder meer bedoeld om werklozen de tijd en financiële armslag te geven om naar een baan te zoeken op het eigen niveau.  Dat is goed voor hen en voor de maatschappij. Maar bij te lange uitkeringsduur zorgt de WW er juist voor dat het tegendeel gebeurt: mensen verliezen aansluiting op de arbeidsmarkt.

3. In dat laatste geval wordt de WW slechts een vorm van inkomensbescherming. Maar als dat het doel is, dan is de uitkeringsduur juist te kort, want men zal er in de meeste gevallen de AOW-leeftijd niet mee halen.

4. Een korte, gulle WW-uitkering past m.i. het best bij arbeidsmarkt van de toekomst. Wie zijn baan verliest krijgt ruimte om op zoek te gaan naar een nieuwe match met een werkgever. (Of zelfstandig ondernemer te worden). Maar de duidelijke eindigheid van de gulle uitkering houdt de vaart in het zoekproces en voorkomt dat men onrealistisch eisen stelt aan de nieuwe baan.

5. Maar bij de arbeidsmarkt van de toekomst hoort meer dan een korte, gulle werkloosheidsuitkering. Hervorming van de WW moet m.i. onderdeel zijn van het grotere project van modernisering van de arbeidsmarkt. Met name voor oudere werknemers en werklozen is alleen de WW-duur verminderen onzinnig. Tegelijkertijd zullen we het ontslagrecht moeten versoepelen (zodat ook oudere outsiders een kans krijgen), demotie toestaan en bevorderen (zodat zij zich kunnen aanbieden tegen marktconform loon), levenslang leren op orde krijgen (zodat zij de juiste kennis en vaardigheden hebben) en de sollicitatieplicht strenger maken en beter handhaven.

 

Geld maakt wel gelukkig

Maak carrière tot je 75.000 dollar (55.000 euro) per jaar verdient. Daarna heeft alle moeite om hoger op te komen geen zin meer. Je wordt er misschien wel rijker van, maar niet gelukkiger.

Dat beweerden twee economen van Princeton in 2010. Later stelden andere onderzoekers het bedrag naar beneden bij: boven 50.000 dollar, gaf extra inkomen al geen extra geluk meer. Deze uitkomsten leken te bevestigen wat de Amerikaanse econoom Richard Easterlin in 1974 al vermoedde: voor wie al enigszins in goede doen is, wordt van meer inkomen niet gelukkiger. Geld maakt niet gelukkig. De Easterlin-paradox was geboren.

Misschien dat extra inkomen even een geluksgevoel geeft. Van het eerste loonstrookje met het hogere bedrag word je blij. Bij het tweede ben je al blasé en weer net zo gelukkig of ongelukkig als voor de opslag.
En wie meer verdient dan zijn buurman, krijgt daar ook een tevreden gevoel van. Mensen meten hun welvaart af aan die van anderen. Van een hoog relatief inkomen word je gelukkig, van een hoog inkomen in absolute termen niet.

Die conclusie had en heeft grote gevolgen voor de economische doelstellingen van een land. Groei van het bruto binnenlands product zorgt maar even voor een tevreden bevolking. Zodra iedereen gewend is, zijn we weer terug bij af. De mensheid als geheel wordt er niet gelukkiger van. Steeds meer groei nastreven heeft geen zin.

De ‘economie van het genoeg’ is veel zinvoller dan de eeuwig groeiende economie die bij het kapitalistische systeem hoort. Geen wonder dat de Easterlin-paradox vooral door politiek links enthousiast werd omarmd.

Maar klopt de bewering wel? Maakt relatief inkomen gelukkig, en absoluut inkomen niet? Drie economen van de universiteiten van Pennsylvania en Michigan zette alle gegevens nog eens op een rij. In een onlangs verschenen onderzoek komen ze tot een duidelijke conclusie: de paradox van Easterlin bestaat niet.

Rijk is gelukkiger dan arm, en rijker is nog gelukkiger. Rijkst is het allergelukkigst. Er is geen niveau waarbij extra geld niet gelukkiger meer maakt. Ook boven de halve ton maakt meer inkomen je langdurig blij. En het maakt daarbij niet uit wat de buurman verdient.

De onderzoekers bekeken welk geluksniveau inwoners van arme en rijke landen rapporteren. Als Easterlin gelijk had, zou er niet zoveel verschil moeten zijn, zolang er binnen de landen maar ongeveer dezelfde relatieve inkomensverschillen zijn.

Maar de werkelijkheid is veel simpeler: in rijke landen voelen de inwoners zich gelukkiger. In arme landen voelen zij zich ellendig.

Er is bovendien geen bewijs dat naarmate landen rijker worden de invloed van geld op geluk afneemt. Tien procent meer inkomen in een arm land levert ongeveer dezelfde gelukswinst op als in een rijk land.

Hetzelfde geldt voor arme en rijke mensen binnen hetzelfde land: tevredenheid met het leven neemt toe naarmate een inwoner rijker is. Dat verband stopt niet als een bepaald inkomensniveau is bereikt. Stinkend rijke inwoners zijn gemiddeld gelukkiger dan ‘gewoon’ rijke inwoners.

De onderzoekers schrijven: “We zien niets dat wijst op verzadiging. Net als bij de vergelijking tussen landen, is er bij het verband tussen welbehagen en inkomen geen teken van afvlakking bij hogere inkomens.”

Ten slotte bekijken de economen wat er gebeurt als het inkomen stijgt over een langere periode. Zorgt economische groei voor een gelukkigere bevolking?

Jazeker, is de conclusie. In de meeste landen worden de inwoners gelukkiger naarmate het inkomen stijgt. En alweer is er geen teken van afzwakking van dat effect bij hogere inkomen.

Ook voor Nederland vinden ze een duidelijke positieve relatie. Net als bij zeven andere onderzochte Europese landen. Alleen in België lijkt er geen verband te zijn: het land wordt rijker, maar de bevolking niet gelukkiger.

Voorzichtig geformuleerd moet de conclusie daarom luiden: Geld maakt gelukkig. Behalve in België.

(verscheen eerder bij Z24)

Maximale werkloosheid

Econoom Paul Tang wil lijsttrekker worden voor de PvdA bij de komende Europese verkiezingen. Hij voert campagne met een opvallend voorstel.

Behalve inflatie van maximaal 2% en een begrotingstekort minder dan 3%, zou er nog een streefpercentage in Europa moeten gelden: werkloosheid van minder dan 7%.

Europese politici moeten daar op mikken, en ook de Europese Centrale Bank zou de werkloosheid onder de 7% moeten houden, zo schreef de econoom vorige week op deze pagina.

Goed hoor, een econoom die bereid is het politieke handwerk te beoefenen. En ook mooi dat Tang geen campagne voert voor meer of juist minder Europa, maar strijdt voor een echt inhoudelijk beleidspunt. Wát Europa moet doen, is immers interessanter dan hoeveel Europa moet doen.

Tot zover mijn bijval voor — ik zeg het er maar bij — mijn oud-collega Tang. Moet de ECB een expliciet werkloosheidsdoel formuleren? Nee, dat lijkt me onnodig. En onzinnig. En onverstandig.

Onnodig, omdat de ECB zich nu ook al moet richten op werkgelegenheid. In Artikel 127 van het EU-verdrag staat dat de ECB ‘onverminderd het doel van prijsstabiliteit’ moet helpen om de doelstellingen van de EU te verwezenlijken. Die doelstellingen staan in Artikel 3. Een daarvan luidt: een economie die gericht is op volledige werkgelegenheid.

De ECB mag en moet nu dus al tegen werkloosheid strijden, mits de inflatie niet te hoog is. De volgorde is: eerst de inflatie bestrijden, dan de werkloosheid. Wat dus niet mag, is de inflatie ver laten oplopen, in de hoop dat tegelijkertijd de werkloosheid daalt. Maar wie wil dat?

Een exact streefpercentage voor de werkloosheid staat, anders dan voor inflatie, niet in de taakomschrijving van de centrale bank. Maar dat zou ook onzinnig zijn. Met een inflatieplafond van 2% stuurt de ECB de verwachtingen van burgers en bedrijven. Als iedereen 2% inflatie verwacht, blijven de looneisen en prijsverhogingen automatisch binnen de perken.

Van een expliciet werkloosheidsdoel gaat niet zo’n direct effect uit. Niemand krijgt een baan omdat de ECB 7% werkloosheid de limiet vindt.

Ten slotte is het onverstandig. Een centrale bank kan helemaal niet zoveel doen aan werkloosheidsbestrijding. Men kan de rente laag houden in de hoop dat bedrijven investeren en beurskoersen stijgen. Of staatsschuld opkopen zodat de overheid goedkoop kan lenen. Maar of de werkloosheid daardoor stijgt is nog maar de vraag. Zeker als de ECB zich tegelijkertijd moet richten op de hoge werkloosheid in Spanje en de lage werkloosheid in Duitsland. Dergelijk beleid kan ook zorgen voor nieuwe zeepbellen en vervolgens nieuwe financiële crises. Het zou niet voor het eerst zijn dat goede monetaire bedoelingen leiden tot een economische ramp.

(FD)

Wat? Nieuw ECB-gebouw in top 10 duurste gebouwen ooit!

Deze week dronken de centrale bankiers pannenbier, want de het hoogste punt van de bouw werd bereikt. Een mooie gelegenheid voor de ECB om er een enthousiast persberichtje uit te gooien: “Met het nieuwe gebouw krijgt de ECB een modern en functioneel hoofdkwartier, en ik hoop dat de inwoners van Frankfurt en daarbuiten het als een verrijking van de skyline van Frankfurt en het Europese landschap zullen beschouwen.”

In de laatste alinea vermeldt het persbericht terloops dat het gebouw wel iets duurder wordt dan gedacht. Prijsstijgingen zorgen voor een tegenvaller van 200 miljoen euro, bovenop de 850 miljoen die het gebouw zou kosten. En door wat bouwblunders (te zwakke fundering, slechte staalconstructie) komt er mogelijk nog 150 miljoen bij.

Daarmee komen de totale bouwkosten uit op pakweg 1,2 miljard euro. Dat is niet mis. Ter vergelijking: de in 2010 opgeleverde Maastoren in Rotterdam, met 161 meter het hoogste gebouw van Nederland werd gebouwd voor 69 miljoen. Dat is een factor 17 minder voor een gebouw met ruim half zoveel vloeroppervlak als het nieuwe ECB hoofdkantoor.

De website The Richest People, maakte onlangs een lijst met de 10 duurste gebouwen ter wereld. Op de eerste plaatst staat het Londense The Shard, dat omgerekend 3,9 miljard dollar kostte. Het ECB-gebouw staat nog niet op de ranglijst, maar zou binnenkomen op een gedeelde zesde plaats. Met een bouwprijs van omgerekend 1,5 miljard dollar is het net zo duur als de allerhoogste wolkenkrabber ter wereld, de Burj Khalifa in Dubai.

Sommige economen vinden dat de overheid en centrale bank tijdens een recessie flink de portemonnee moeten trekken om de economie aan te zwengelen. De ECB neemt dat advies wel erg enthousiast over.

imgres

Het nieuwe ECB hoofdkantoor. Meer foto’s (en video) hier.

PvdA verdedigt afschaffen arbeidskorting voor ondernemers

Op twee in mijn lijstje met Domste Plannen van deze Verkiezingen, staat het PvdA-plan om de arbeidskorting voor ondernemers af te schaffen (en voor werknemers juist te verhogen). 

Volgens mij een dom plan, dat bovendien niet in het Verkiezingsprogramma te vinden is, maar wel in de doorrekening van de PvdA-plannen door het CPB.

De partij zelf vindt het – uiteraard – een prima voorstel. Fiscaal woordvoerder van de PvdA Ed Groot mailde mij de volgende reactie:

PvdA trots op echte ondernemers

Terwijl de VVD de lasten voor ondernemers verhoogt met een half miljard, blijft de lastenstijging bij de PvdA beperkt tot ¼ miljard euro. Voor kleinere bedrijven dalen de lasten aanzienlijk. Dat komt vooral omdat we 1,1 miljard vrijmaken voor een fiscale eigen vermogensbijtelling. Daar profiteert juist het mkb van en het stimuleert de investeringen. 

En inderdaad, we bouwen ook de arbeidskorting voor ondernemers langzaam af. Het verschil in belastingdruk tussen zelfstandigen en werknemers is namelijk zo groot geworden dat -ook volgens het Centraal Planbureau- een ongezonde trend naar fiscaal gedreven (schijn) zelfstandigheid gaande is. Dat is slecht voor de welvaart en het is oneerlijk ten opzichte van werknemers die steeds meer belasting moeten betalen. Want de schatkist moet toch gevuld.

Ondernemers houden gewoon de mkb-winstvrijstelling en de zelfstandigenaftrek en ze hebben ook meer aftrekposten dan werknemers. Zelfstandigen blijven ook bij de PvdA veel minder belasting betalen dan werknemers. Dat is terecht, want risico moet worden beloond. 

Ed Groot, fiscaal woordvoerder PvdA