Hoe slecht gaat het nu echt? Door de cononacrisis zijn we ons werkloosheidskompas kwijt

Vergeet al het geneuzel over ‘twee opeenvolgende kwartalen met krimp’. Een recessie is pas een recessie als de werkloosheid omhoogschiet. Pas als krantenkoppen reppen van massaontslagen, is de economie echt in mineur.

De Amerikanen snappen dat. Coronacrisis? Ontsla zo veel mogelijk werknemers en laat ze een uitkering aanvragen. De wekelijkse WW-aanvragen in de VS zijn dan ook ongekend hard omhooggeschoten. Inmiddels staat de teller op een ongekende 22 miljoen werkloosheidsaanvragen in drie weken tijd. Dolle paniek op de arbeidsmarkt, maar beleidsmakers weten in elk geval wat er aan de hand is: de VS zitten in een diepe recessie.

Kom daar maar eens om in Nederland. Ook onze statistici proberen natuurlijk de arbeidsmarktcijfers bij te houden, maar hier is het beeld veel troebeler. Toen het Centraal Bureau voor de Statistiek deze week het maandelijkse cijfer naar buiten bracht, bleek de werkloosheid zelfs te zijn gedaald!

In februari waren er in Nederland nog 274.000 mensen werkloos. In maart was dat gedaald naar 273.000. Als aandeel van de beroepsbevolking bedroeg de werkloosheid in maart 2,9%. Dat is het laagste percentage in vele decennia.

Dat is nogal maf. Want in maart sloeg het coronavirus in Europa hard toe. Halverwege die maand ging Nederland ‘intelligent’ op slot en sindsdien staan alle ondernemers in crisisstand. Waarom zien we daar niets van terug in het werkloosheidscijfer?

Dat heeft drie redenen. Allereerst werden de enquêtes waarop dit cijfer is gebaseerd deels voor de lockdown gedaan. Welk deel precies, dat kan het CBS niet vertellen, maar er zijn dus mensen die vrolijk vertelden dat ze gewoon werk hadden, en die na het afnemen van de enquête toch hun baan verloren.

Want ja, het werkloosheidscijfer wordt bepaald aan de hand van een enquête. Zo gaat dat overal in de wereld. Heeft u werk? Wilt u werken? Zoekt u actief? En bent u direct beschikbaar? Dat zijn de vragen die het CBS maandelijks stelt. Alleen degene die ‘nee’, ‘ja’, ‘ja’, ‘ja’ antwoordt, telt officieel als werkloos.

Dat is normaal gesproken een prima methodiek, maar misschien niet in coronatijd. De economische neergang is nu heel plotseling en komt doordat de overheid hele sectoren verbiedt te produceren. Mensen die nu hun baan verliezen zijn niet meteen op zoek naar nieuw werk. Ze wachten liever af of hun oude baan snel weer beschikbaar komt. Maar wie niet actief zoekt, telt niet mee als werkloze.

Is er dan wel een toename van de mensen die niet werken, maar ook niet zoeken? Jazeker. Deze groep valt onder de categorie ‘niet-beroepsbevolking’ (samen met bijvoorbeeld huisvrouwen/mannen en gepensioneerde 75-minners) en die groep groeide in maart met 19.000. Er zijn nu dus meer niet-actieven op de arbeidsmarkt dan voor de virusuitbraak.

We kunnen ook op de Amerikaanse manier kijken: hoeveel WW-uitkeringen zijn er bij gekomen? In maart kwamen er volgens het UWV per saldo 10.200 mensen met een werkloosheidsuitkering bij. Het is een behoorlijke stijging, maar niet bepaald van het Amerikaanse paniekniveau.

Dat komt omdat de overheid hier juist probeert werkloosheid te voorkomen. De NOW-regeling van minister Wouter Koolmees is erop gericht dat mensen waarvoor tijdelijk geen werk meer is, toch hun baan behouden. Hoeveel mensen zijn door NOW nu verborgen werkloos? Ik weet het niet. In elk geval zijn er volgens het UWV nu al ruim 94.000 werkgevers die deze loonsubsidie hebben aangevraagd, dus het gaat om veel meer mensen dan uit de andere werkloosheidscijfers blijkt.

Ten slotte is er ongetwijfeld ook een grote groep werknemers voor wie even geen of minder werk is, maar voor wie het bedrijf ook geen NOW aanvraagt. Tijdens de kredietcrisis bleken er verrassend veel bedrijven te zijn die op deze manier ‘arbeid oppotten’. Ook deze werklozen-met-een-baan tellen in de officiële cijfers niet mee.

Zo varen we in deze crisis feitelijk zonder ons werkloosheidskompas. Misschien moeten de officiële instanties (CBS, UWV, CPB) tijdelijk een nieuw ‘coronawerkloosheidscijfer’ berekenen. Publiceer dat dan net als de Amerikanen iedere week. De economische pers zal er graag over rapporteren.

(FD)

Foute bedrijven

Oude meningen in een nieuw krokant coronakorstje

Nu vernieuwd en verbeterd! Uw oude mening in een knispervers coronajasje! Zo overtuigend is uw belegen opinie nog nooit geweest!

Was u altijd al tegen flexwerk en zzp’ers? Noemde u dat tot vervelens toe ‘moderne slavernij’? En luisterde niemand meer, omdat men wel klaar was met dat soort hyperbolen? Paneer die opvatting dan nu in een vers laagje corona-angst, en iedereen hangt weer aan uw lippen. Zeg dingen als: ‘De coronacrisis bewijst dat de flexibele arbeidsmarkt ons kwetsbaar maakt’. Of: ‘Door de virusuitbraak moeten zelfstandigen massaal in de bijstand. Weg met de zzp’er!’

Of was u sinds uw pubertijd al verknocht aan de negentiende-eeuwse romantiek van ‘de natiestaat’ en verlangde u naar een landsgrens met prikkeldraad en slagbomen? Roep dan nu ‘corona!’ en alle grenzen van Nederland gaan dicht. De marechaussee aan de Duitse grens en de zeecontainers op de weggetjes richting België tonen uw eeuwige gelijk.

Misschien woont u wel in de buurt van een luchthaven en ergert u zich al jaren aan de herrie van vliegtuigen? Ook dan biedt de huidige crisis een fijn pakket aan verse argumenten. Zie je wel dat de luchtvaart geen toekomst heeft? Een paar weken lockdown en KLM is al failliet. Vliegverkeer ligt plat, dus Lelystad hoeft niet open.

Een virusuitbraak blijkt het ultieme gelegenheidsargument. Corona verlegt de blik niet, maar maakt dat we onze oude oordelen en opinies juist haarscherp zien. Ik heb er zelf ook last van. De coronacrisis bewijst dat productieketens robuuster moeten. Dus niet alles in China of in eigen land produceren, maar juist in meerdere landen, zodat productie-uitval in een enkel land minder impact heeft. Meer globalisering dus. Maar dat vond ik voor corona ook al, dus hoe oprecht is mijn conclusie?

Net zo onoprecht als de eurosceptici die in de corona het bewijs zien dat de EU niks kan, en als de EU-aanhangers die er juist in lezen dat de EU meer beleidsruimte nodig heeft. Was u altijd al voor eurobonds? Corona bewijst uw gelijk. Of had u juist een hekel aan de monetaire unie? Corona laat zien dat de euro geen toekomst heeft. De overheid is de oplossing voor alles, kijk maar naar de coronacrisis. Nee, de overheid wil onze privacy stelen, want coronacrisis.

Het werkt zelfs met de Grote Vragen. Hebt u iets met zingeving en religie? Dan toont de lockdown hoe zeer we het hogere nodig hebben. Was u al een nihilist, dan bewijst het virus dat god dood is.

Het is vast logisch en onvermijdelijk. Maar ik ga de komende tijd vooral luisteren naar mensen die door de coronacrisis juist tot een andere mening zijn gekomen.

(FD)

In de anderhalvemetereconomie spelen viooltrio’s in enorme concertzalen. Kan dat uit?

Ja, het past! Een concert uit de Kleine Zaal van het Concertgebouw in Amsterdam kan worden opgevoerd in de beroemde Grote Zaal. Tenminste: het maximale aantal bezoekers dat in de Kleine Zaal kan, past – met in achtneming van de afstandsregels van het RIVM – in de Grote Zaal.

Ik moest er flink voor strepen in de plattegrond van het Concertgebouw en misschien ben ik te onvoorzichtig of juist te streng geweest, maar volgens mij kloppen de getallen wel ongeveer. De Beethoven-uitvoering van de Noorse violiste Vilde Frang en haar trio, die voor volgende week vrijdag in de Kleine Zaal op het programma stond, zou dus misschien in de Grote Zaal door kunnen gaan.

Verderop meer over dit sommetje. Eerst de reden voor de exercitie, want die gaat verder dan het verlangen naar een avondje Beethoven. De Kleine Zaal in de Grote Zaal stoppen, dat is wat een flink deel van de Nederlandse economie de komende tijd te doen staat. Uit voorzorg zijn veel bedrijven helemaal dicht gegaan. Begrijpelijk, want een noodsituatie vraagt om daadkracht. Subtiele regels leiden dan maar tot verwarring.

Maar nu de coronacrisis voortduurt en de preventiemaatregelen zijn verlengd, wordt het tijd voor meer fantasie en intelligentie. Wat kan er nog wel? Hoe kunnen winkels, restaurants, sportscholen en misschien zelfs concertzalen weer klanten ontvangen? Hoe richten we onze kantoren in zodat de RIVM-richtlijnen gevolgd worden, maar mensen toch weer naar hun werk kunnen? En wat betekent het voor werkplaatsen en fabrieken? In de ‘anderhalvemetereconomie’ kan veel meer dan nu, maar veel minder dan vroeger.

Het wordt daardoor vooral veel minder efficiënt. In de Grote Zaal past een publiek van maximaal 1974 mensen. In de Kleine Zaal is dat pakweg een vijfde daarvan: 438. Hoe inefficiënt wordt de bedrijfsvoering als men kamerconcerten op het grote podium gaat geven? Mijn gok is dat verreweg de meeste kosten van deze organisatie bestaan uit vaste kosten – die men toch al kwijt is – dus misschien is het per saldo toch efficiënt. Zulke sommen zullen alle getroffen ondernemers voor zichzelf moeten maken om te bepalen wat economisch zinvol is. Vaak zal blijken (gok ik) dat iets doen beter is dan helemaal niets.

Het is aan de overheid om zowel kritisch als flexibel om te gaan met de oplossingen die ondernemers bedenken. Kritisch omdat het binnen de perken houden van de epidemie altijd op nummer 1 moet blijven staan. In een afruil tussen gezondheid en geld geloof ik niet, zeker niet in dit beginstadium van de uitbraak. Maar flexibiliteit wordt ook gevraagd. De mens is inventiever dan de overheid, dus geef ondernemers een kans om te bewijzen dat de zaak weer deels open kan. Een beetje omzet is beter dan geen omzet.

Zo is ook een bescheiden kamerconcertje beter dan een doodstil Concertgebouw. Met hier de beloofde uitleg: hoe krijg je de Kleine Zaal in de Grote Zaal? Vanwege de RIVM-regels hebben we veel ruimte nodig tussen de bezoekers. Daarom blijven om de rij alle stoelen onbezet. Vervolgens worden ook per rij de helft van de stoelen niet verkocht. Ik ga ervan uit dat mensen graag samen met een huisgenoot komen luisteren, dus tussen iedere twee verkochte stoelen zitten twee onverkochte. Per rij laten we dat verspringen, zodat niemand recht achter een ander zit. Op de balkons gebeurt hetzelfde. De plaatsen achter het podium gebruiken we voor eenlingen, dus hier zijn tussen iedere enkele stoel twee stoelen vrij. Ook worden daar tussen elke rij twee rijen vrijgehouden, want de stoelen staan steil boven elkaar, dus een hoest of nies kan ver komen.

Het Concertgebouw heeft ook stoelen langs de randen van de zaal. Die gaan weg om meer loopruimte te creëren. Uiteraard zullen mensen nooit tegelijk mogen aankomen en vertrekken (gebruik een app!). Er is geen pauze in het programma en geen drankje in de lobby. Toiletbezoek wordt sterk ontmoedigd.

Zo ingericht telt de Grote Zaal nog 474 plaatsen. Deze ‘crisisplacering’ is voldoende om alle mensen uit de Kleine Zaal een plek te geven. Of dat echt economisch of cultureel zinvol is, laat ik natuurlijk graag over aan de directie van het Concertgebouw

(FD)

Hoekstra’s quarantaine

Stel je voor dat de Europese ministers van financiën niet per videoverbinding zouden vergaderen, maar gewoon in levenden lijve bij elkaar kwamen. En dat er dan een van hen besmet zou blijken met het coranavirus.

Of beter: een van hen lijkt besmet te zijn. Het is dus vals alarm, maar de noodprotocollen gaan wel in werking. Lock-down! Quarantaine! Met gillende sirenes worden alle 19 ministers geëvacueerd en voor twee weken ondergebracht in het Schuman Hotel aan de Breydelstraat in hartje Brussel. Kamers worden verdeeld. Twee ministers per kamer, op alfabetische volgorde, dus Wopke Hoekstra belandt in een kingsize-bed met Pierre Gramegna uit Luxemburg.

Voor hem hoeft de Nederlander zijn bokshandschoenen niet uit de koffer te halen. Maar een kamer eerder hebben de Ier Paschal Donohoe en zijn Italiaanse collega Roberto Gualtieri de bedden verdeeld. En telkens als Hoekstra zijn kamer verlaat voor een ommetje (de Luxemburgse kamergenoot blijkt een nogal luidruchtige fan van het nationale operetterepertoire), loopt hij de Italiaanse buurman tegen het lijf. ‘Romeinse geldverspiller!’, bijt Hoekstra hem dan venijnig toe. ‘Calvinistische egoïst!’, fluistert de Italiaan terug. Zijn ogen spuwen vuur.

Zo gaat het de eerste dagen. Maar na een kleine week raken ze toch aan de praat. De Nederlander verjaagd uit zijn kamer door de klanken van Lehár’s Der Graf von Luxemburg, de Italiaan op de vlucht voor sentimentele Ierse folkmuziek. Gualtieri vertelt over de precaire politieke situatie in zijn land, en hoe de populist Salvini de coronacrisis misbruikt. Die is een petitie gestart tegen het inroepen van het Europese noodfonds ESM. Er hebben nu zoveel mensen getekend dat de Italiaanse regering gewoon niet meer om hulp kan vragen.

Hoekstra moet tot zijn verbazing erkennen dat het in Nederland niet anders is. Hier dwingt de electorale concurrentie van populistische partijen hem er juist toe om steun aan de Zuid-Europese slachtoffers van de virusuitbraak tegen te houden. Een kleine schenking kan misschien nog, maar massale steun vanuit Europese solidariteit is uit den boze.

Maar in quarantaine klinken de stemmen van de populisten steeds minder luid. Binnen enkele dagen wordt er in de gang van het Schuman Hotel een plan gesmeed. Hoekstra wil wel helpen, maar dat mag geen precedent scheppen. Gualtieri wil graag hulp, maar er moet nu even niet worden gezeurd over pensioenleeftijden en begrotingstekorten. Er blijkt eigenlijk niet zoveel ruimte te zitten tussen die opvattingen. Een tijdelijk fonds, gevuld met de opbrengst van gezamenlijk uitgegeven obligaties, geeft wat ieder wil.

Geen euro-obligaties, maar eigenlijk ook wel. Wat maakt het uit, denkt Hoekstra, als je een Europese vriend in nood kunt helpen?

 

FD

Maak nu een pitstop

Alleen het eerste woord is geruststellend. De Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor Behoud van Werkgelegenheid (NOW) is tijdelijk. Dit gaat weer voorbij. Ooit is de coronacrisis overgewaaid en gaan we weer terug naar business as usual. Ook het acroniem NOW (dus niet TNOBW) dat men voor de regeling bedacht, moet die tijdelijkheid weergeven. Nu is de loonsubsidie voor bedrijven met grote omzetdalingen nodig, maar straks gelukkig niet meer.

Wanneer nu voorbij is en straks begint, weet het kabinet natuurlijk ook niet. De NOW-regeling loopt in principe tot eind mei en kan met drie maanden verlengd worden. Ik ga hier ook niet speculeren op de duur van deze ellende. Maar ooit is het weer voorbij. Ooit gooit u de zaak weer open en lopen de klanten weer binnen.

Wat moet een ondernemer doen in de tussentijd? Overleven natuurlijk, en indien nodig alle mogelijke steun aanvragen. Maar u kunt nog iets doen: ambitieuze plannen maken, grote investeringen doorvoeren en het personeel opleiden.

Dit is niet het moment voor ondernemers om zich terug te trekken in een holletje en hopen dat het voorbij gaat. Nee, er is actie nodig, want tijdens de crisis zijn de kosten om je bedrijf te vernieuwen en overhoop te halen veel lager dan in goede tijden. De recessie is hét moment om te investeren. Economen maken graag de vergelijking met de Formule 1.

Want wat doen Lewis Hamilton en Max Verstappen als er een ongeluk op het circuit is gebeurd en de virtual safety car iedereen verplicht om langzaam te rijden? Ze maken als het even kan direct een pitstop. Als je 30% langzamer moet rijden, is zo’n stop in de pitstraat relatief voordelig. De tijd van de bandenwissel blijft hetzelfde, maar het aantal meters voorsprong dat de coureur verliest is geringer. Nu ‘investeren’ in nieuwe banden is relatief goedkoop.

U ziet de overeenkomst met de coronacrisis vast al. De preventiemaatregelen van het kabinet werken als een veiligheidsauto. Ondernemers worden gedwongen om gas terug te nemen. Wie slim is (en genoeg cash of krediet heeft) rijdt nu de pitstraat in.

Niet voor nieuwe banden. Maar wel voor ander achterstallig onderhoud. Digitaliseer nu je bedrijfsvoering, duik nu de cloud in, stuur nu het personeel op cursus. En voor de industrie: die klimaatinvesteringen lijken op dit moment even niet zo belangrijk. Maar als de coronacrisis voorbij is, zitten we gewoon weer in de klimaatcrisis. Al die investeringen in schone technologie die dan nodig zijn, kun je het beste doen als de schoorstenen niet roken en de ovens zijn afgekoeld. Aan de slag!

(FD)

Ik geef een uitzwaaiparty voor onze topeconomie. Bedankt voor de mooie tijd en hopelijk tot ziens!

Het lijkt een eeuwigheid geleden, maar het was eind januari dat Klaas Knot de Nederlandse economie een 9 gaf. Natuurlijk, de president van de Nederlandsche Bank zag ook wel dat de huizenmarkt aan het scheefgroeien was. En we zouden best wat meer kunnen investeren in de kenniseconomie. Maar conjunctureel stond de economie er zeer goed voor. Vandaar die 9.

We zijn nu tien weken verder en niemand denkt er meer aan om de economie schoolcijfers te geven. Laat staan een ‘zeer goed’. Tevredenheid heeft plaatsgemaakt voor diepe onzekerheid. Hoe lang duurt de crisis? Hoe diep wordt de recessie? Komen we hier ooit weer bovenop? Wanhopige vragen waarop ook Knot geen antwoord weet. ‘We tasten in het duister’, vatte hij de situatie onlangs samen.

Het is de komende weken en maanden angstig wachten op de nieuwsberichten van het Centraal Bureau voor de Statistiek. Elk maandbericht over de arbeidsmarkt en economische groei en iedere stemmingspeiling onder consumenten en producenten vertelt ons meer over de omvang van onze economische problemen.

Ik zal er met frisse tegenzin verslag van doen. Maar voordat we verdrinken in de nieuwe economische werkelijkheid, moeten we misschien eerst netjes afscheid nemen van die economie met een 9. Uit nostalgie, maar ook omdat we misschien dankzij onze prima uitgangspositie iets makkelijker door de crisis komen.

We klappen voor al het zorgpersoneel. En zwaaien naar de economie van rond de jaarwisseling. Op dat moment had Nederland bijna zes jaar van aaneengesloten economische groei achter de rug. Om precies te zijn: in het eerste kwartaal van 2014 was de economie voor het laatst gekrompen en tijdens de 23 kwartalen die daarop volgde was er telkens sprake van groei. Het was de op een na langste periode van aaneengesloten groei sinds we kwartaalcijfers bijhouden. Alleen in de jaren negentig van de vorige eeuw, tijdens de paarse kabinetten, duurde de hoogconjunctuur net iets langer.

Misschien voelde het niet voor iedereen als een uitzonderlijk gunstige periode, want ook tijdens hoogconjunctuur zijn er verliezers. Maar voor de economie als geheel was het een prima tijd, waar we straks met weemoed aan zullen terugdenken. Nederland werd rijker dan ooit tevoren, met een bruto binnenlands product per hoofd van de bevolking van ruim 38 mille in 2019.

Nog meer dan in hoge inkomens, vertaalde de lange groeiperiode zich in hoge werkgelegenheid. Van alle 15- tot 75-jarigen in Nederland, was eind 2019 ruim 69% aan het werk. Zo hoog was de arbeidsparticipatie in ons land nog nooit. En vlak voordat de coronacrisis uitbrak, belandde het werkloosheidspercentrage onder de 3%. Dat was de laagste werkloosheid in bijna een halve eeuw. Zoveel mensen hadden werk dat Nederland zich bij gebrek aan echte problemen, druk ging maken over de vorm waarin al dat werk werd gedaan. Hadden we te veel flexwerk? Waren alle zzp’ers wel echte ondernemers? En moesten we niet juist minder uren werken? Zalig is het land dat ruzie kan maken over dat soort details.

De groei van de economie zorgde ook voor groei van de buffers. Bezittingen van pensioenfondsen gingen mee omhoog met de stijgende beurskoersen en particulieren stopten geld in de spaarpot of losten hypotheken af. Aan het begin van de coronacrisis was ons vermogen groter dan ooit. Ook de overheid kon flink sparen. In 2019 boekte men een enorm overschot op de begroting en liep de staatsschuld terug naar het laagste peil sinds 2007.

Buitenstaanders zagen misschien nog beter dan wij zelf hoe goed het hier ging. Op het concurrentielijstje van het World Economic Forum steeg Nederland naar de vierde plaats. In Europa werden we zelfs het land met de hoogste concurrentiekracht. Volgens de ranglijst voor innovatie was Nederland ook het op drie na beste land ter wereld.

Zo stonden we er voor, vlak voordat de coronacrisis begon. Een concurrerende economie met een extreem krappe arbeidsmarkt en grote financiële buffers. Nederland gaat de komende maanden veel van die glans verliezen. We zijn een fitte sportman die op hongerdieet moet. Dat wordt zwaar, maar we beginnen in elk geval aan de klus in puike conditie.

(FD)

De dood is procyclisch. Dus coronamaatregelen veroorzaken wel een recessie, maar geen recessiedoden

Armoede kan dodelijk zijn. Neem Somalië, het armste land ter wereld. Het bestaan is er keihard. De levensverwachting van een gemiddelde Somaliër is nog geen 60 jaar.

Nee, dan Nederland: een van de rijkste landen, volgens de website Gapminder.org (absoluut een bezoekje waard). Hier worden we bijna allemaal hoogbejaard. De gemiddelde levensverwachting is al bijna 82 jaar. In Singapore zijn ze nog rijker, en worden ze ook weer net wat ouder (85 jaar).

Hoe rijker, hoe ouder. Dat geldt niet alleen als je landen vergelijkt, maar ook in de tijd. In 1921 was ons inkomen tien keer zo laag als nu en werden we nauwelijks ouder dan de huidige Somaliër. Economie en levensverwachting gaan in vrijwel alle landen en gedurende vrijwel alle tijdvakken samen op.

Waarom is dat relevant? Omdat de corona-uitbraak een wereldwijde recessie dreigt te veroorzaken. Of beter: niet de coronacrisis, maar de preventiemaatregelen van overheden leiden tot een ongekende dip in het bbp. Voor Nederland misschien wel van 7,7% dit jaar, zo schetste het Centraal Planbureau deze week in haar donkerste scenario.

We redden levens, maar vermoorden de economie. Is dat wel zinvol? Het is een vraag die velen stilletjes stellen en sommigen hardop. President Trump, bijvoorbeeld, roept dat het medicijn niet meer kwaad mag doen dan de ziekte. Met Pasen moet de het weer business as usual zijn, anders kost het de economie te veel geld.

In Nederland stellen we het wat minder cru, maar ook hier wordt de afruil tussen virusbestrijding en economische schade in de gaten gehouden. Bij het crisisteam van de overheid kijken ook economen mee. Het hoeft daarbij niet direct om een afruil tussen dodelijke slachtoffers en geld te gaan. Als economische neergang zelf ook voor slechtoffers zorgt, kun je (hoe morbide ook) sterftegetallen vergelijken.

Hoogleraar Besturen van Veiligheid Ira Helsloot schreef onlangs in de Volkskrant dat een coronarecessie ‘honderdduizenden Nederlanders gezonde levensjaren gaat kosten’. Helsloot schrijft: ‘Onze goedbedoelde maatregelen tasten óók mensenlevens aan.’

Krijgen we de doden die worden voorkomen door het overheidsbeleid straks terug door de onvermijdelijke recessie? De Gapminder-grafieken lijken dat te suggereren. Maar dat in rijke landen mensen langer leven, hoeft niet te betekenen dat een inkomensdip zorgt voor kortere levens.

De Amerikaanse econoom Chris Ruhm doet al jaren onderzoek naar de relatie tussen recessies en sterftecijfers. Met een verrassende conclusie: recessies zijn niet slecht, maar juist goed voor onze overlevingskans. Tijdens economische neergang gaat de mortaliteit niet omhoog, maar omlaag. Een recent overzichtsartikel in Nature kwam tot dezelfde contra-intuïtieve conclusie. De dood is procyclisch.

Ruhms onderzoek gaat over de VS. Voor Nederland is het nooit onderzocht. In elk geval kon ik het niet vinden, ook niet na navraag bij experts. In de grafiek daarom mijn eigen poging. Ik gebruik de gestandaardiseerde sterftecijfers sinds 1950. Dat zijn de cijfers geschoond voor de leeftijdsopbouw (vergrijzing) van de bevolking. De afgelopen zeventig jaar verbeterde de gezondheidszorg en verkeersveiligheid, dus het gestandaardiseerde sterftecijfer daalt van 13 sterfgevallen per duizend Nederlanders naar zes in 2018. De gemiddelde daling is iets meer dan 0,1 per jaar. Die trend haal ik er ook uit.

Wat overblijft is een lijn met het gestandaardiseerde, trendloze sterftecijfer. Gaat dat omhoog tijdens recessies? Bepaald niet. Ook in Nederland is de sterfte dan laag. Het getal loopt juist op tijdens de hoogconjunctuur van de jaren zestig en negentig. Alleen in de dotcomcrisis van 2001 bleef de sterfte relatief hoog. Net als in recessiejaar 2012, maar toen zorgde een koude winter en griepgolf voor relatief veel doden.

De corona-maatregelen zorgen voor een recessie en dat gaat veel ellende opleveren. Maar dat we coronadoden inruilen voor recessiedoden valt wat mij betreft niet hard te maken.

FD

Hoe diep wordt de recessie? Het is een logische vraag met een onmogelijk antwoord

De economie staat even op het tweede plan. Er zijn nu belangrijkere zaken dan werkgelegenheid en economische groei. Ter bestrijding van de virusuitbraak is de overheid bereid een flink deel van de economie stil te leggen. En hoewel het kabinet met een enorm hulpprogramma probeert de gevolgen voor bedrijven en werknemers te beperken, is duidelijk hoe de prioriteiten liggen: eerst de gezondheid, dan pas het geld.

Hoe zwaar zal de economie worden getroffen? Dat is buitengewoon moeilijk te zeggen. Niet alleen is er fundamentele onzekerheid over hoe ernstig en langdurig de coronacrisis zal zijn, we weten ook niet goed hoe deze specifieke schok de economie zal raken. Met het acuut stilleggen van een deel van de bedrijven hebben we nauwelijks ervaring.

Voor een historische parallel moet je misschien denken aan tijden van mobilisatie, wanneer een deel van de bevolking van het land en uit de fabriek wordt geplukt om naar het front te gaan. Dat zou je – net als nu – kunnen zien als een negatieve aanbodschok. Maar in oorlogstijd gaat die negatieve schok vaak gepaard met een positieve vraagschok.

Misschien biedt de sluiting van de Limburgse mijnen een historisch parallel. In de jaren na het besluit in 1965 werd een goed deel van de Zuid-Limburgse economie min of meer stilgelegd. De werkloosheid liep enorm op en het kostte de regio decennia om over de schok heen te komen.

Zo lang hoeft het nu natuurlijk niet te duren, want wat de huidige crisis zo bijzonder maakt is dat die op een gegeven moment weer voorbij is. Juist daarom is het verstandig van de overheid om nu alles op alles te zetten om faillissementen en massaontslagen te voorkomen. Dan gaat het opkrabbelen straks hopelijk veel sneller.

Maar eerst komt dus de diepe val. Zelfs het Centraal Planbureau durft geen eenduidige voorspelling te doen van de diepte van de recessie. Aankomende donderdag komt men met een nieuwe raming, maar die zal drie verschillende scenario’s bevatten. Dat wordt vast een waaier aan mogelijke uitkomsten, variërend van teleurstellend tot uiterst beroerd.

Extra complicatie is dat een lockdown van bepaalde sectoren zich minder makkelijk laat modelleren dan bijvoorbeeld een oliecrisis of een dip in de wereldhandel. Want met alleen het schatten van het productieverlies in de direct getroffen sectoren ben je er niet.

Het optellen van de schade in bijvoorbeeld de luchtvaart, horeca, reisbranche, sport en recreatie lukt nog wel. Deze sectoren zijn samen goed voor ongeveer 3,5% van het bruto binnenlands product (bbp). Als de detailhandel komt stil te vallen kost dat nog eens 3,5%. Dan zitten we al op een terugval die het dubbele is van de krimp in de eerste drie maanden van 2009, het slechtste kwartaal tijdens de kredietcrisis.

Maar natuurlijk blijft de schade niet beperkt tot die sectoren. Andere bedrijfstakken worden indirect geraakt. Hoeveel precies? Daarvoor moet je naar de economische relaties tussen sectoren kijken. Wat neemt de luchtvaart af van andere sectoren? Hoeveel koopt de hotelbranche in en bij wie?

Ter illustratie van hoe ingewikkeld zo’n analyse is, heb ik hierboven een klein deel van de Nederlandse input/output-tabel weergegeven. U ziet de leveranties tussen (slechts) zes sectoren.

Als de luchtvaart stopt met vliegen staat voor de sector ‘reparatie en installatie van machines’ bijna een miljard euro omzet op het spel. Gaan de restaurants dicht, dan kost dat de voedingsmiddelenindustrie bijna anderhalf miljard. Die laatste sector schort dan wellicht ook een deel van de kleine €300 mln aan orders bij de machine-industrie op. Zo grijpt alles in elkaar. En ook onderling treffen de probleemsectoren elkaar. Hotelpersoneel pakt het vliegtuig niet meer, vliegmaatschappijen bestellen geen bereide maaltijden meer.

En zo voor alle ruim tachtig bedrijfstakken die in het complete plaatje zouden staan. Platleggen van een paar sectoren raakt op den duur de hele economie, dat is duidelijk. Hoeveel precies? Ik zou me niet aan een voorspelling durven wagen.

journalist en econoom