Lastendruk onder Rutte hoger dan onder Den Uyl? Niet alles wat Baudet beweert blijkt altijd helemaal 100% correct

Er staat sinds vorige maand een nieuwe Nederlandse vlag in het gebouw van de Tweede Kamer. Een dubbel genaaide vlag op een voet van perenhout. Zo’n mooie vlag mag wat kosten natuurlijk. €12.000 om precies te zijn.

De nieuwe vlag achter de stoel van de Kamervoorzitter

Nee, ik zeg niet dat het weggegooid geld is. Symbolen zijn belangrijk. Maar voor dat bedrag had men bijvoorbeeld ook een 85 inch Utra-HD LCD-scherm kunnen aanschaffen. Hang zo’n enorme monitor (beelddiagonaal: twee meter) achter het spreekgestoelte, en het politieke debat zal veel feitelijker worden. Kamerleden kunnen hun beweringen dan staven met harde cijfers en grafieken. Interrupties hoeven niet meer te bestaan uit stamelende citaten uit rapporten, want met een swipe op de smartphone projecteert het Kamerlid direct de betreffende passage op de muur.

Forum voor Democratie (FvD) zal vast voorstander zijn van zo’n grote monitor. Afgelopen week stond fractievoorzitter Thierry Baudet opzichtig te klungelen met uitgeprinte A4-tjes met grafieken over de stand van de economie. De plaatjes waren zo klein dat – hoe hoog Baudet ze ook in de lucht hield – niemand van de Kamerleden kon lezen wat er op stond. Later zou de partij een filmpje publiceren waarin de grafieken handig beeldvullend waren gemonteerd. Maar Baudet liet de grafieken natuurlijk niet alleen liet zien voor de mensen thuis, maar vooral ook voor de 149 collega’s in de Kamer. Tenminste, daar ga ik van uit.

Drie keer hield de FvD-voormaneen A4-tje met een grafiek omhoog. Die moesten zijn bewering ondersteunen dat Nederland door de beleidsfouten van de kabinetten Rutte veel slechter presteert dan andere westerse landen. De eerste ging over de collectieve lastendruksinds 2010 (gestegen), de derde over het besteedbaar inkomen van Nederlanders vergeleken met een aantal andere landen (blijft achter). En daartussen zat een grafiek over de ‘Rutte-ratio’.

Wat is de Rutte-ratio? Volgens Baudets grafiek is dat ‘het aandeel overheid in nationaal inkomen’. Als andere Kamerleden dat hadden kunnen lezen, dan hadden zij ongetwijfeld om een toelichting gevraagd. Gaat het om de overheidsuitgaven, of de inkomsten? Wordt de hele collectieve sector bedoeld, dus inclusief sociale verzekeringen? En bedoelt FvD met nationaal inkomen eigenlijk het bruto binnenlands product? Want dat is standaard de noemer in dit soort verhoudingsgetallen.

Ook had men kunnen vragen naar de verticale as van de grafiek. Die loopt van 20% tot 30%, terwijl de Rutte-ratio volgens dezelfde grafiek nu 39% bedraagt. Daar lijkt een foutje in te zijn geslopen, die andere Kamerleden hadden kunnen corrigeren als de grafiek voor hen zichtbaar was geweest.

Schermafbeelding 2018-07-12 om 10.27.09

Belangrijker is wat Baudet met de grafiek wilde aantonen. De Rutte-ratio staat sinds 2010 op de hoogste stand ooit, stelde hij. ‘Wat het kabinet Den Uyl met z’n “leuke dingen voor linkse mensen” in de jaren zeventig niet voor elkaar kreeg lukt Joop Rutte wel: 39% van het nationaal inkomen belandt bij de overheid.”

Hier was het handig geweest als andere politici snel een andere grafiek naar het grote scherm hadden kunnen swipen. Bijvoorbeeld de grafiek hieronder, met de collectieve lastendruk (belastingen en premies) als percentage van het bbp, gemiddeld per decennium. In de jaren zeventig lag dat gemiddeld op 38,5%, in de jaren tachtig op 41,3% en in de jaren negentig op 39,3%. Tussen 2010 en 2018 was dat een paar procentpunt minder: 37,5%. Allerminst de hoogste stand ooit.

 

Een nog actiever Kamerlid had misschien cijfers over de collectieve uitgaven sinds 1950 van het Centraal Planbureau op het scherm getoverd. In procenten bbp lagen die in jaren zeventig en tachtig ruim boven de 50% en nu rond de 45%. Of het grote scherm had gegevens getoond over de belastingdruk van de overheid (dus zonder premies): al decennia verrassend stabiel rond de 23%; tijdens de crisis wat toegenomen, maar inmiddels weer aan het dalen.

Zulke harde feiten hadden de politieke discussie goed gedaan. Want aan onzingrafieken vol onzinfeiten heeft niemand iets.Zo’n groot scherm is z’n geld dubbel en dwars waard.

FD

(NB: Uiteraard heb ik FvD gevraagd om de cijfers en bron van hun grafiek. Tot op heden heeft men nog geen inhoudelijke reactie gegeven)

 

 

Niks geleerd van de crisis

Waar een klein land groot in kan zijn. Onze eigen Wopke Hoekstra gaat voorop in de strijd tegen de Fransen en Duitsers die van Europa een transferunie willen maken. De Nederlandse minister van Financiën is het duidelijkst van alle eurolanden in zijn afwijzing van het plannetje van Macron en Merkel om de eurozone een eigen budget te geven. Zo’n budget lost geen enkel probleem op, vindt Hoekstra.

Daarmee geeft de CDA-er keurig invulling aan het regeerakkoord. Want daarin staat: ‘Het kabinet is geen voorstander van een stabilisatiemechanisme (fiscal capacity) op EMU-niveau om de gevolgen van economische schokken op te vangen.’ Niet alleen de regeringspartijen, ook zo’n beetje de hele oppositie is tegen een begroting voor de eurozone. Wat Nederland betreft verdwijnt het plan weer zo snel mogelijk in een diepe la. Nooit meer over praten. Het onderwerp is taboe.

Ik vind dat nogal bizar. Niet omdat ik zo’n begroting bij voorbaat een goed idee vind, maar omdat Nederland niets van de eurocrisis heeft geleerd. In de crisis bleek dat de monetaire unie tijdens recessies gevaarlijk instabiel kan worden. Vooral als de recessie in het ene land harder toeslaat dan in het andere land. Met de invoering van de euro verdween de wisselkoers als belangrijk stabilisatiemechanisme. Bovendien werd het monetair beleid voortaan centraal bepaald, en kon dat dus ook niet meer worden gebruikt om conjuncturele verschillen tussen landen glad te strijken. Bleef alleen het begrotingsbeleid nog over als manier om de conjunctuur te stabiliseren. Maar de begrotingsregels van het Stabiliteitspact beperkten de reikwijdte daarvan.

Economen zagen dit probleem al ruim voor de invoering van de euro en hebben er ook voor gewaarschuwd. Een monetaire unie zonder centrale begroting waarmee conjuncturele verschillen tussen landen kunnen worden uitgevlakt, is intrinsiek instabiel. En een kwart eeuw geleden zag de Nederlandse regering dat ook zo. Daarom probeerde toenmalig premier Ruud Lubbers in 1991 naast de monetaire unie tegelijk een politieke unie op te richten. Dat mislukte jammerlijk, omdat de andere Europese landen het niet zagen zitten. Maar het principe dat bij een monetaire unie ook een stabiliserende begroting hoort, staat nog steeds overeind.

Het kabinet denkt dat het met het streng toepassen van de huidige begrotingsregels ook wel kan. Als iedereen zich netjes aan de afspraken houdt, is er niets aan de hand. Dat is naïef, want Spanje en Ierland hielden zich netje aan de begrotingsregels, maar belandden toch in een diepe recessie. De crisis heeft geleerd: begrotingsregels zijn niet genoeg, er is behoefte aan een ander instrument om de conjuncturele verschillen op te vangen. Of dat per se een eurobudget moet zijn, weet ik niet. Maar we moeten er in elk geval wel over willen praten.

(FD)

We draaien de gaskraan dicht en dat doet pijn. Maar deze pijn is heilzaam

Nederland moet van het gas af. Vanwege de aardbevingen in Groningen, vanwege het opwarmende klimaat en natuurlijk ook omdat de Nederlandse gasvoorraad toch al aan het opraken was. Maar afkicken van je gasverslaving is niet makkelijk. De chemische industrie is ingesteld op aardgas als grondstof en huishoudens zijn ervan afhankelijk voor warme voeten, warme douche en de warme prak. Nederland zonder gas wordt voor iedereen flink wennen.

Of beter: voor bijna iedereen. Want de minister van Financiën is er al lang aan gewend. Het definitief dichtdraaien van de gaskraan zal de overheidsbegroting verder weinig pijn doen. ‘De economische gevolgen van verminderde gaswinning zijn beperkt’, schrijft De Nederlandsche Bank deze week in de halfjaarlijkse economische prognose. Het kost de economie slechts 0,1%-punt groei. Het effect op de begroting noemt DNB ‘beperkt’, want er is nu al niet zoveel meer over van de gasbaten, die ooit allesbepalend waren voor het humeur van een kabinet.

 

Al in 2016 kwam het aandeel van de gasbaten in de totale overheidsinkomsten voor het eerst in ruim een halve eeuw onder de 1% uit. Vorig jaar daalde dat verder naar 0,8%. Minister Wopke Hoekstra zal er niet warm of koud van worden als dat percentage de komende jaren naar nul daalt. De grootste begrotingspijn is al door zijn voorganger genomen.

Want toen Jeroen Dijsselbloem het ministerie nog runde, was de Nederlandse overheid voor meer dan 5% afhankelijk van gasinkomsten. In de crisisjaren waren de gasbaten een van de weinig inkomstenbronnen die de begroting nog wat wind in de rug gaven. Dat kwam door een wat hogere gasprijs, maar ook omdat de gaskraan tussen 2009 en 2014 wat extra werd opengedraaid. Juist toen het begrotingstekort door de dubbele recessie opliep, namen de inkomsten uit gas toe.

Dat is niet voor het eerst. Wanneer we terugkijken naar bijna zestig jaar gasinkomsten, valt op dat een hogere gasopbrengst vaak samenvalt met een groter begrotingstekort. Gedurende de jaren zeventig en tachtig nam het belang van gasbaten in de overheidsbegroting snel toe. In 1969 ging het nog om minder dan 1 procent, vijftien jaar later was dat al 10%. Dat kwam door een stijgende prijs (twee oliecrises zorgen voor dure olie, en de gasprijs was daar toen nog aan gekoppeld), maar ook door meer productie. De gasproductie verdrievoudigde in die periode. Maar die extra inkomsten leidden niet tot een gezondere begroting. Integendeel: het begrotingstekort steeg juist enorm, van pakweg 1% van het bbp in 1969 naar bijna 6% begin jaren tachtig.

In de jaren negentig gebeurde het omgekeerde: de gasbaten namen flink af, vooral door de lage olieprijs, terwijl het tekort omsloeg in een overschot. En begin deze eeuw ging het weer andersom: hogere gasbaten gingen samen met een stijgend tekort op de begroting.

Je kunt deze opvallende correlatie op twee manieren verklaren. Je kunt erin lezen dat de gasbaten een rol als stabilisator van de begroting speelden. Telkens als het slecht ging met de economie, en de begrotingstegenvallers zich opstapelden, leverde het gas net op tijd wat extra inkomsten op. De gasbel van Slochteren was zo het nationale appeltje voor de dorst.

Maar er is ook een ander verhaal mogelijk: telkens als de gasinkomsten stegen, verdween de begrotingsdiscipline bij de overheid als sneeuw voor de zon, en werden extra ballen in de kerstboom van de verzorgingsstaat gehangen. Daardoor schoot de begroting bij de minste economische tegenwind meteen in het rood. Juist door de luxe van de gasbaten, liep het begrotingstekort uit de hand.

Of misschien zijn beide verklaringen wel tegelijkertijd geldig: de gasbel als begrotingsstabilisator ondermijnde de begrotingsdiscipline. Het appeltje voor de dorst voorkwam dat de overheid zuinig met de watervoorraad moest doen. Als dat het geval is, dan is dat – naast aardbevingen, klimaat en de oprakende voorraden – nog een extra reden om zo snel mogelijk ‘van het gas af’ te gaan.

(FD)

Amerikaanse grens

Aan de zuidgrens van de Verenigde Staten worden kinderen door de overheid gescheiden van hun ouders. Wanneer gezinnen illegaal de grens oversteken worden de ouders tot crimineel verklaard en de kinderen afgepakt en afgevoerd. Dit leidt tot veel kritiek op president Donald Trump en zijn minister.

Maar als macro-econoom en beursvolger vraag ik graag ook aandacht voor een andere enorme misstand aan de grens: de importtarieven die Trump momenteel invoert. Daardoor kan de economische groei wereldwijd mogelijk net wat lager uitvallen. En op de beurs moeten beleggers daardoor iets van hun enorme winsten inleveren.

Deze misstand dreigt te worden overstemd door de duizenden noodkreten van soms zeer jonge kinderen die met een leugen (‘de kinderen moeten even meekomen om zich te wassen’) uit de armen van hun vader of moeder worden weggelokt. Als de ouders na een uur verontrust vragen wanneer hun kind weer terugkomt van het wassen, krijgen zei te horen: ‘U zult uw kind niet terug zien’.

Erg uiteraard. Maar een importtarief op aluminium of staal is ook geen pretje. Dat metaal kan Trump overigens prima gebruiken om hekken van te maken. De zogenaamd illegale kinderen worden afgevoerd naar tijdelijke ‘processing centers’ elders in de VS. Bijvoorbeeld in het plaatsje McAllan in Texas, waar een leegstaand magazijn van Walmart met stalen hekwerken is omgebouwd tot een opslagplaats voor kleine kinderen. Ze liggen daar achter gaas, op matjes op de grond, met niets dan een stuk aluminium nooddeken (10% importheffing!) om onder weg te kruipen.

Het zijn tieners, maar ook jongere kinderen – kleuters en peuters zelfs – die het zo opeens zonder ouders moeten zien te rooien in een onbekende en angstaanjagende omgeving. Wie zelf kinderen heeft begrijpt de verlammende angst die hun ouders nu voelen. En wie zelf een niet al te dapper kind is geweest – ikzelf vond uit logeren gaan lange tijd best spannend – kan zich iets voorstellen bij het trauma dat de opgesloten kinderen nu oplopen. Hoe kan het land van Thomas Jefferson en Martin Luther King zo met ouders en kinderen omgaan?

Geen juridische fijnslijperij (‘Wie illegaal het land binnenkomt is crimineel en kinderen mogen niet bij criminelen wonen’) of drogredenering (‘Als je niet wil dat je kinderen worden afgepakt moet je gewoon de grens niet oversteken’), kan deze evidente schending van de mensenrechten goedpraten. De bijna tweeduizend kinderen die de afgelopen maanden opzettelijk van hun ouders zijn gescheiden, dienen als pion in het politieke schaakspel van Trump en zijn regering. Dit is kindermisbruik in z’n meest sinistere vorm, waar de Europese Unie en de Nederlandse regering fel tegen zouden moeten protesteren.

Maar ik zou het over de importtarieven hebben. Ja, die zijn ook best erg.

(FD)

Puber Europa

Europese leiders staan voor een belangrijk besluit: doen ze het alleen, of toch met elkaar. Het is een moeilijke keus die we tot voor enkele dagen altijd handig wisten te omzeilen. Tot afgelopen weekend hoefden we niet te kiezen tussen ‘samen’ of ‘alleen’. Want er was altijd nog een derde optie: ‘We doen het een beetje samen en een beetje alleen, zodat we een krachteloze unie van verdeeldheid en eigenbelang vormen, maar dat geeft niet, want uiteindelijk zorgen de Amerikanen wel voor een wereldorde die stabiliteit en welvaart voor ons garandeert’.

De Amerikanen organiseerden een wereld met multilaterale handelsovereenkomsten, waar onze bedrijven vol van konden profiteren. Hun militaire macht en atoomparaplu zorgden voor een (min of meer) gewapende vrede. En de Amerikaanse steun aan allerhande internationale organisaties en overleggen (IMF, VN, WTO, G7, et cetera) bracht de wereld als geheel een heel klein beetje dichter bij elkaar.

Natuurlijk, dit is een rooskleurig beeld van de internationale politiek van voor Donald Trump. Maar in elk geval gaf de hegemonie van de VS, Europese politici altijd het geruststellende gevoel dat het niet zoveel uitmaakte dat ze politieke prutsers waren die het EU-project keer op keer in het rulle zand lieten vastlopen. In een wereld waarin de dominante Amerikanen onze vrienden waren, konden Europeanen hun tijd verdoen met onderling ruzie maken over landbouwsubsidies, begrotingsregels en immigratie.

Ze konden ongestraft de oplossing van ieder urgent probleem tot in de oneindigheid uitstellen en over iedere onbeduidende hervorming tot in lengte van jaren strijd voeren. Dankzij vadertje VS hing Europa decennia lang de verveelde puber uit, die van iedere discussie een diep-principiële strijd maakt, maar ondertussen nooit een keer uit z’n bed komt en gewoon even z’n kamer opruimt.

Tot deze week. Trump luidde in Canada en Singapore onze ‘wake-up call’. Nu weet Europa dat vader VS het gezin verlaten heeft, en met z’n nieuwe Koreaanse vriendin ineen caravan is vertrokken naar een onbekend trailerpark. De Europese kinderen blijven in verwarring achter.

In het Amerika van Trump zijn oude bondgenoten vijanden geworden, die met hun superieure exportproducten de Amerikaanse economie proberen te vernietigen. Met zulke landen wil Donald Trump echt geen G7 succesvol afsluiten. Dat soort landen verdienen een handelsoorlog. Zijn nieuwe maatje is Kim Jong-un, de dictator die tegenstanders laat kapotschieten met luchtdoelraketten en zijn burgers martelt en uithongert. ‘Hij heeft een geweldige persoonlijkheid’, zegt Trump. ‘Het is een grappige vent. Hij houdt van zijn bevolking.’

Driekwart eeuw na de Tweede Wereldoorlog moet Europa eindelijk weer op zichzelf vertrouwen. Want zoals politieke analisten eerder al concludeerden: Trump is geen oorzaak, maar een gevolg van de veranderde rol van de VS. Europa moet nu kiezen: alleen, of met elkaar?

Nederland bleef zwelgen in de crisis, en vergat zo te werken aan het echte probleem

Mooi was die tijd toen ondernemers nog gewoon de bank de schuld konden geven. Liep het slecht met de omzet? Schoot de cashflow tekort? Of had men geen geld om te investeren? Allemaal de schuld van de bankiers, de beroepsgroep die de paraplu afpakt zodra het gaat regenen, en de mkb-ondernemer alleen ziet staan in goede tijden. Want toen het na het uitbreken van de kredietcrisis minder ging, viel er opeens geen zaken meer te doen.

Ondernemen was moeilijk in de crisis, maar klagen was nog nooit zo makkelijk. Als het niet de bank was waarop de schuld kon worden afgeschoven, dan was er altijd nog de klant. Afnemers waren collectief in kopersstaking, dus belemmerde een gebrek aan afzetmogelijkheden ondernemers om te groeien. Daar kon je als mkb’er zelf weinig aan doen.

Those were the days. Inmiddels zitten we weer in een hoogconjunctuur. Ondernemers die nu niet kunnen groeien hebben dat in de eerste plaats aan zichzelf te wijten. En dan vooral aan hun personeelsbeleid.

Want het moeilijk vinden van bekwaam personeel is momenteel de grootste belemmering voor groei. Dat blijkt uit de enquête die de Europese Centrale Bank (ECB) twee keer per jaar onder Europese ondernemers uitvoert. Van de Nederlandse mkb’ers in dit onderzoek noemt nu 36% het vinden van vakmensen als grootste probleem. Vijf jaar geleden was dat minder dan 10%. Toen maakten Nederlandse ondernemers zich veel meer zorgen over de kredietverlening door banken en het gebrek aan klandizie.

Inmiddels is het percentage ondernemers dat kredietverlening als grootste probleem noemt, gedaald naar 8%. Vinden van klanten noemt 19% als grootste obstakel voor groei. Deze cijfers laten fraai zien dat Nederland zich momenteel echt in een situatie van hoogconjunctuur bevindt: de krapte zit niet meer bij de vraag (klanten), maar bij het aanbod (personeel). En omdat de ECB nog altijd zeer ruim monetair beleid voert, wordt het feestje nog niet verpest door verslechterende financieringsmogelijkheden. We zitten op het fijnste plekje van de conjunctuur.

Maar het gebrek aan personeel dreigt wel roet in het eten te gooien. Vergeleken met andere eurolanden is de situatie bij ons het meest nijpend. Zelfs in Duitsland, waar de werkloosheid lager is en de hoogconjunctuur al eerder begon, noemen minder ondernemers het vinden van vakbekwaam personeel als grootste probleem. In bijvoorbeeld België en Frankrijk is dat percentage nog een stuk lager.

Ik kan niet met zekerheid zeggen hoe dat komt. Maar ik heb wel een theorietje: we zijn in Nederland veel te lang blijven zwelgen in de crisis. We hebben daardoor veel te laat ingezien dat de economie weer op volle snelheid begon te draaien en dat arbeidsmarktkrapte, net als voor de crisis, de grootste belemmering voor de groei was.

Ook toen de economie alweer aardig groeide en de werkloosheid verrassend snel daalde, bleven politici roepen dat ‘werkloosheid hun grootste zorg was’. De zogenaamd hardnekkige werkloosheid was zelfs een belangrijk thema tijdens de laatste verkiezingen, terwijl men het toen had moeten hebben over beleid om de krapte te bestrijden.

Ook economen dragen schuld. In 2015 beweerde De Nederlandsche Bank nog dat ‘de werkloosheid minder snel daalt dan gebruikelijk’. Men voorspelde met droge ogen dat het werkloosheidspercentage nauwelijks zou dalen, van 6,9% in 2015 naar 6,7% in 2017. In werkelijkheid zou het cijfer dat jaar uitkomen op 4,9% en vervolgens verder dalen tot de huidige 3,9%. De werkloosheid daalde niet langzamer, maar juist veel sneller dan gebruikelijk. Het overschot sloeg razendsnel om in een tekort.

“Stop met zoeken naar de geschikte kandidaat. Neem juist een ongeschikte kandidaat aan en zet vervolgens alles in het werk om haar of hem geschikt te maken.”

Ondernemers hebben zich te lang een crisisgevoel laten aanpraten, en zich daarom onvoldoende voorbereid op de structurele schaarste. Het is tijd voor een inhaalslag. Bedrijven die willen groeien moeten alles zetten op het vinden en binden van personeel. Dus een stevig loon bieden, fantastische arbeidsomstandigheden en geweldige opleidingsmogelijkheden. En vooral: stop met zoeken naar de geschikte kandidaat, want die is toch niet meer te vinden. Neem juist een ongeschikte kandidaat aan en zet vervolgens alles in het werk om haar of hem geschikt te maken. Dat mag wat kosten, want zonder mensen geen groei.

Schermafbeelding 2018-06-17 om 21.53.20

Gevaarlijk staal uit Nederland

Er moet een moment zijn waarop het gebeurt. Is het al vroeg in het proces, als de ijzererts tot meer dan 2300 graden wordt verhit? Of later, als het gesmolten ruwijzer witheet uit de oven stroomt? Misschien gebeurt het pas tijdens het walsen. Of nog later, als het staal klaar wordt gemaakt voor transport.

Zelf denk ik dat de metamorfose pas ergens op zee plaatsvindt, als het schip vol met speciaal staal voor Caterpillar, Duracell en een flink deel voor de Amerikaanse frisdrankindustrie al een eind de Atlantische Oceaan op is. Mogelijk vindt de wonderbaarlijke transformatie pas plaats bij het binnenvaren van de continentale wateren van de Verenigde Staten.

Hoe het ook zij, ergens in het proces van ijzererts in IJmuiden tot bruikbaar staal in de VS verandert het product op dramatische wijze van samenstelling. Ergens in dat proces wordt het als bij toverslag een enorme bedreiging voor de Amerikaanse veiligheid.

‘Ergens in het proces van ijzererts in IJmuiden tot bruikbaar staal in de VS verandert het product op dramatische wijze van samenstelling’

Countering trade practices that undermine national security‘ is de reden die het Witte Huis in de officiële verklaringen geeft voor de nieuwe importtarieven voor staal (25%) en aluminium (10%) uit onder meer de Europese Unie. Daarmee wordt verwezen naar Amerikaanse wetgeving uit 1962, die de Amerikaanse president de macht geeft in te grijpen als een bepaalde importstroom de nationale veiligheid bedreigt. Dat is het geval met staal en aluminium, stelde het Amerikaanse ministerie van handel onlangs vast, want ‘de VS importeert vier keer meer staal dan het exporteert’.

Waarom dat een bedreiging voor de nationale veiligheid vormt, is niet duidelijk. Zeker niet als het gaat om import uit een bevriend land als Nederland, waarmee de VS in een militaire verdragsorganisatie zit en waarmee ‘onze’ geheime dienst informatie uitwisselt. Een land bovendien waarmee de VS samenwerkt tijdens internationale vredesoperaties en onlangs besloot een flink deel van het defensiebudget aan Amerikaanse straaljagers uit te geven.

Een beetje staal importeren voor batterijen, bulldozers en blikjes uit zo’n land kan natuurlijk nog niet het kleinste krasje maken op de nationale veiligheid van de best bewapende natie ter wereld. Dus er moet iets anders aan de hand zijn. Er moet iets mis zijn met het staal zelf.

Zitten er misschien geheime stoffen in het staal uit IJmuiden, die later via frisdrankblikjes vrijkomen en dappere GI-Joes veranderen in laffe soldaatjes die wegrennen bij het eerste teken van gevaar? Nemen de Caterpillar-bulldozers op onverwachte momenten het stuur over, waarna ze collectief de dichtstbijzijnde militaire basis platwalsen? Vallen alle Duracell-batterijen op een vooraf bepaald moment uit, zodat alle rookmelders in Amerikaanse kerncentrales onklaar worden?

Ja, dat lijkt mij ook onwaarschijnlijk. Maar zoiets moet het toch zijn. Anders zou de handelsmaatregel van Trump totaal irrationeel zijn.

(FD)

Polder kiest voor bizar HelloFresh-pensioen met kans op een lege maaltijdbox

Verderop mijn recensie van het conceptpensioenakkoord tussen werkgevers en vakbonden dat deze week uitlekte, maar eerst een ander onderwerp: hoe doen we de boodschappen voor de avondmaaltijd?

Er zijn twee opties: we kunnen gewoon naar de groentewinkel gaan, onze keuze maken en vervolgens met zelf meegebracht geld betalen. Maar we kunnen ook een abonnementje bij HelloFresh nemen of bij zo’n andere bezorger van maaltijdboxen, en ons zorgeloos de ingrediënten voor de maaltijd laten bezorgen. Dan moeten we wel iedere week een vast bedrag betalen, maar in ruil daarvoor krijgen we de harde belofte dat er iedere dag eten op tafel staat.

Tenminste, zo werkt dat nu met die maaltijdboxen. Stelt u zich eens voor dat werkgevers en werknemers de koppen bij elkaar steken en – na drie jaar onderhandelen – een ‘boodschappenakkoord’ sluiten. Daarin wordt geregeld dat de harde belofte van eten op tafel niet langer geldt. In plaats daarvan komt er een inspanningsverplichting van HelloFresh om u te voeden, mits er voldoende ingrediënten op voorraad zijn bij het bedrijf. Zo niet: dan heeft u pech. En honger.

Zou u zonder de harde belofte nog een abonnement willen op de maaltijdbox? Ik denk het niet. U loopt voortaan wel weer naar de groenteboer en rekent het bloemkooltje zelf af. Maar dan heeft u buiten de wetgever gerekend. Contributie betalen is inmiddels verplicht geworden. Iedereen die wil eten moet een abonnement bij HelloFresh of een van de andere dozenbezorgers afsluiten. Dat staat dan in de wet.

Onzin natuurlijk. Zo zal het nooit werken met maaltijdboxen. Maar zo is het straks wel geregeld met uw pensioen. Als werknemers en werkgevers hun zin krijgen wordt de harde belofte van een nominale pensioenuitkering vervangen door een zachte inspanningsverplichting van pensioenfondsen. U krijgt waarschijnlijk uw pensioen nog wel, maar alleen als er genoeg geld in kas zit. Zo niet: dan heeft u pech.

Nu was het altijd al de bedoeling van de pensioenhervorming om de harde beloftes uit het systeem te halen, want de toekomst is onzeker en harde beloftes blijken vaak schijnbeloftes. Maar het was tegelijkertijd de bedoeling om over te gaan naar persoonlijke pensioenpotten (collectief beheerd, uiteraard). Dergelijke potten zijn te vergelijken met bloemkool kopen bij de groenteboer: je weet wat je krijgt. Maar persoonlijke potten worden in het pensioenakkoord, dat deze week via de Telegraaf uitlekte, uitgesloten. Daarmee krijgen we dus een HelloFresh-zonder-beloften-pensioen. We moeten premie betalen, maar wat krijgen we daar eigenlijk voor terug? Geen belofte van een pensioenuitkering, maar ook geen eigen spaarpot. Waar sparen we dan eigenlijk voor? Ik zou het niet weten.

Toch staat het plan met instemming van de vakbonden in het conceptakkoord. Dat komt, denk ik, omdat de bonden hopen dat zonder de harde pensioenbelofte niet meer hoeft te worden gekort en wel weer kan worden geïndexeerd. Want zonder belofte kan de rekenrente omhoog, is het idee. Harde beloftes moet je echt kunnen waarmaken, dus de bijbehorende dekkingsgraad moet worden berekend met de risicovrije rente. Maar zachte beloftes zijn een gok, en daar hoort een hogere rente bij. Hogere rekenrente betekent een hogere dekkingsgraad, dus er is opeens geld genoeg voor indexatie!

Hiernaast heb ik deze gedachtegang schematisch proberen weer te geven. Door over te gaan op zachte beloftes, kunnen de harde beloftes aan huidige ouderen worden waargemaakt. Wie expliciet minder belooft, kan impliciet meer beloven. Welkom in het knotsgekke pensioendebat.

 

Vooral jongeren moeten zich zorgen maken over de situatie die dreigt te ontstaan. Want er komt door de handige truc met zachte beloften en hogere rekenrente natuurlijk geen cent extra in de pensioenfondsen. Wat wel gebeurt is dat het risico op een lege maaltijdbox, waar wel abonnementsgeld voor is betaald, wordt verschoven van oud naar jong.

(FD)

Potjesdenkers

Is het al binnen, het vakantiegeld? Bij mij niet, want ik ben zo’n armzalige zzp’er zonder vakantiegeld. Maar bij verreweg de meeste werkende Nederlanders is deze maand het bedrag op de bankrekening opeens flink omhoog geschoten.

Lekker natuurlijk. Maar zo’n bedrag ineens leidt ook tot keuzestress. Wat doen we dit jaar met het vakantiegeld? Sparen? Schulden aflossen? Eindelijk die nieuwe wasmachine kopen, of lekker duurzaam zo’n hybride warmtepomp installeren? Of gewoon doen waar het vakantiegeld voor bedoeld is: op vakantie gaan.

Dat laatste is de meest populaire uitgave. Uit onderzoek van Nibud in 2017 bleek dat 45% van de werknemers zijn vakantiegeld besteedt aan vakantie. Sparen en aflossen scoren lager, terwijl bij minder dan een op de vijf ondervraagden het extraatje in mei gewoon op de grote hoop gaat.

Wat doet u dit jaar? Volgt u de meerderheid en besteedt u uw vakantiegeld aan een vakantie? Dat is natuurlijk uw vrije keus. Maar misschien is het dan verstandig om te stoppen met actief beleggen. Want u bent waarschijnlijk een potjesdenker. U doet aan een vorm van ‘mental accounting’, waarbij u onbewust in uw hoofd deelrekeningen aanlegt met voor ieder type inkomsten en uitgaven een eigen potje.

Nee, daar is op zich niets mis mee. Onze oma’s hadden vroeger zo’n spaarblik van Brabantia met verschillende gleuven, waarin ze het rinkelende weekloon van opa verdeelden. Een paar munten gingen in de gleuf ‘kleding’. Een paar in ‘gas-licht’, in ‘huishoud-art’, in ‘verzekeringen’. En ook wat in de gleuf ‘vakantie’. Een prima systeem.

Maar volgens gedragseconoom Richard Thaler, die vorig jaar de Nobelprijs won, kan dit denken in geldpotjes ook gevaarlijk zijn. Dat iemand zijn vakantiegeld uitgeeft aan vakantie, terwijl het rationeler zou zijn om het totale jaarinkomen te beschouwen, en op basis daarvan te beslissen hoe duur de vakantie mag zijn, dat is natuurlijk niet echt schadelijk. Maar potjesdenkende beleggers kunnen wel dure fouten maken.

Bijvoorbeeld als we vasthouden aan een verliezend aandeel, omdat we het pas bij de aanschafkoers weer willen verkopen. Of als we veel meer risico’s nemen met geld dat met een eerdere gunstig uitgevallen belegging werd verdiend, want dat zit in het potje: ‘meevaller’ dus ‘doet minder pijn als we het weer verspelen op de beurs’. Of andersom, als we te weinig risico nemen met pensioenbeleggingen omdat we dat geld mentaal in het potje ‘mag ik niet mee gokken’ stoppen.

Ja, ik schrijf ‘we’, want ik ben ook een potjesdenker. We zijn het eigenlijk allemaal. Dus hier de gratis beleggingstip van de week: stop met actief beleggen, en ga over op een (saai) passief fonds. Dat is waarschijnlijk verstandig voor iedereen. Maar zeker voor alle Nederlanders die hun vakantiegeld gebruiken om op vakantie te gaan.

(FD)

Verboden woorden: kilometerprijs, spitsheffing, rekeningrijden, wegbeprijzing, congestiebelasting

Stil! Zeg het niet! Fluister niet eens de verboden worden van de Nederlandse mobiliteitsdiscussie. Zeg nooit ‘kilometerheffing’ of ‘rekeningrijden’. Vermijd iedere verwijzing naar enig mechanisme waarmee forenzen in de spits meer zouden moeten betalen dan automobilisten die op een rustiger moment de weg op gaan. Voor je het weet staat er in de krant dat iedereen ‘moet betalen om in de file te staan’. Of anders krijg je om je oren dat ‘er geen alternatieven zijn voor de auto, want de treinen zijn al overvol’.

Het zijn drogredeneringen. Dat weet iedere mobiliteitsexpert. Maar wie in Nederland spitsheffing zegt, of een van de vele synoniemen, is in de maatschappelijke discussie automatisch af. Vandaar dat de Raad voor de Leefomgeving en Infrastructuur (RLI) in zijn jongste rapport dit soort termen angstvallig vermijdt. “Van B naar Anders” luidt de titel van het rapport, waarin de opstellers op kundige wijze uiteenzetten dat meer asfalt niet de oplossing is. We moeten niet meer denken vanuit infrastructuur; er is een omslag nodig.

Een naïeve lezer zou kunnen denken dat na deze vaststelling een pleidooi volgt over rekeningrijden. Maar daar trapt de RLI niet in. Op de radio stelde voorzitter Jan Jaap de Graeff: ‘We kunnen gebruik maken van het prijsinstrument. Maar dat is niet hetzelfde als rekeningrijden.’

Ik hoorde hem dat op woensdagochtend zeggen, toen ik – onderweg naar Hilversum – aansloot in de file voor de Coentunnel. Negen uur later, in de file terug, was De Graeff weer op de radio. Inmiddels had een redacteur van De Telegraaf ontdekt dat er uit het rapport wel degelijk de geur van rekeningrijden opsteeg en ging de voorzitter in de verdediging: ‘Het woord rekeningrijden valt wel in De Telegraaf, maar niet in ons rapport’, zei hij. ‘Wat we zeggen is: op het moment dat het druk is betaal je meer, als het rustig is minder. Dat is niet hetzelfde als rekeningrijden. Dat is spelen met de prijs.’ De Graeff voegde daaraan toe: ‘Dat doe je in combinatie met het de reiziger makkelijker maken om zich op een andere manier te vervoeren.’

Kom op De Graeff, vertel het zoals het is! Rekeningrijden is de enige manier om het Nederlandse fileleed te bestrijden. En we hoeven absoluut niet te wachten totdat er meer treinen, meer bussen of meer carpoolers zijn. Een goed uitgevoerde, variabele spitsheffing zorgt dat net zoveel automobilisten op tijd op hun werk komen als nu, maar dan zonder file. Niemand hoeft dan uit de auto en in de trein. Dat klinkt misschien contra-intuïtief, maar is eigenlijk zo logisch als wat.

 

Kijk maar naar het voorbeeld in het schema hierboven. Links is de huidige situatie zonder spitstarief, rechts met een variabel tarief. We zien een snelweg met een flessenhals (de Coentunnel?). Door deze flessenhals passen maximaal drie auto’s per seconde. Als er meer verkeersaanbod is, ontstaat er een file. Wie er eenmaal door is, kan in een keer doorrijden naar kantoor. Er komen via deze weg dus drie automobilisten per seconde aan op hun werk. Het schaarse wegoppervlak in de flessenhals wordt verdeeld door middel van wachttijd: pas na een bepaalde periode van wachten in de file mag de automobilist erdoor.

Rechts de situatie na invoering van een optimale, variabele spitsheffing. Deze heffing wordt zo bepaald dat er in de spits per seconde drie auto’s aankomen bij de flessenhals. Er rijden dus precies drie auto’s per seconde door de flessenhals; net zoveel als zonder spitsheffing. Niemand hoeft met de trein of bus en de werktijden hoeven niet aangepast. Wat is dan wel het verschil? Dat forenzen niet meer betalen met tijd, maar met geld. Wie het spitstarief te hoog vindt blijft iets langer thuis, drinkt nog een kop koffie en vertrekt pas als de file voorbij is.

Geen files in de spits, net zoveel mensen op tijd op hun werk, geen extra treinen en meer mensen die rustig thuis een kopje koffie drinken. Dat is het afschuwelijke scenario waar niemand het in Nederland over durft te hebben.

(FD)

journalist en econoom