Virtuele nepeconomie

Neppubliek in Spaanse stadions? De mannen van Studio Sport zijn er opvallend positief over. In La Liga spelen de voetbalteams weer, maar blijven de tribunes leeg. Dat staat ongezellig op tv, dus monteert men een soort digitaal publiek in clubkleuren op de lege stoeltjes. Een technicus start op het juiste moment stadionvullend geluid van opwinding, teleurstelling en blijdschap in.

Totaal nep. En journalistiek nogal dubieus. Maar in de Voetbalpodcast van de NOS zijn ze er mild over. ‘Zo’n wedstrijd voelt veel natuurlijker aan als je dat omgevingsgeluid hebt en op de achtergrond wat ziet bewegen’, legt een van de sportjournalisten uit. ‘Het is een vorm van klantenbinding’, zegt een ander. Volgend jaar in de Eredivisie?

‘Wat we tijdens corona gewoon gaan vinden, leren we misschien wel nooit meer af’

Nood breekt wet. Maar Arno Vermeulen en zijn mannen zien volgens mij iets over het hoofd: wat gebeurt er na corona? Gaan de digitale foefjes dan weer de kast in? Vast niet. Halflege tribunes van middenmoters voelen ‘natuurlijker’ aan met extra virtuele toeschouwers. De matte sfeer bij een 0-0 wedstrijd wordt opgepept met vrolijke digitale spreekkoren. Zijn er oerwoudgeluiden te horen? Dan starten we een toffe sfeeractie in. En een vuile overtreding verdwijnt achter een knappe schaar van de rechtsbuiten, die nooit heeft plaatsgevonden.

Wat we tijdens corona gewoon gaan vinden, leren we misschien wel nooit meer af. De overheid als redder van de werkgelegenheid, bijvoorbeeld. Liefst 144.000 bedrijven maken gebruik maken van de NOW-regeling. De verborgen werkloosheid is enorm, maar we zien het niet omdat het kabinet virtuele banen op de lege arbeidsmarkt projecteert. Het geweeklaag van werklozen verdwijnt achter een opgewekt geluidsfragment van tevreden personeel. De NOW is nu goed verdedigbaar, maar zal de overheid in de volgende ‘gewone’ recessie niet weer naar dit instrument grijpen?

Dat geldt ook voor de staatsgaranties en belastingmaatregelen waarmee de facto failliete bedrijven virtueel in leven worden gehouden. Prima in coronatijd, maar in de toekomst erg verleidelijk om de kiezer mee te paaien. Of neem het nieuwe idee dat de overheid geen bindende budgetrestrictie meer heeft. De staatsschuld mag oplopen want in het ECB-stadion is het digitale bier altijd gratis. Het houdt de sfeer er in tijdens de coronacrisis, maar hoe draaien we die virtuele biertap ooit weer dicht?

Alleen duidelijke afspraken kunnen redding brengen. Over het journalistieke principe dat we alleen uitzenden wat er echt gebeurt. En over het economische principe dat de overheid terugtreedt zodra dat weer kan. Zonder zulke principes krijgen we de wereld van voor corona nooit meer terug.

(FD)

Snellere energietransitie dankzij de corona-crisis? Je moet wel heel optimistisch zijn om dat te geloven

De crisis is een kans en kansen moet je niet verspillen. De overheid zal veel geld in de economie moeten pompen om de vraag naar goederen en diensten weer op peil te krijgen, dus als we dat geld nou eens oormerken voor duurzame investeringen, slaan we twee vliegen in een klap. De economie gaat weer groeien, terwijl de energietransitie wordt gestimuleerd en de circulaire economie dichterbij komt. Zo komen we sterker de crisis uit!

Dat klinkt fantastisch, toch? Zo fantastisch dat we het de komende maanden ook nog vaak zullen horen, denk ik. Van politici, lobbyisten en commentatoren: de coronacrisis biedt de uitgelezen kans om de noodzakelijke vergroening van de economie te versnellen.

Maar ik geloof er niet in. De crisis is geen kans, maar vooral gewoon een diepe crisis. De economie krimpt sneller dan ooit en de werkloosheid zal de komende maanden fors oplopen. Mensen worden geconfronteerd met grote onzekerheden, zowel over hun gezondheid als hun inkomen. De coronacrisis bedreigt ons bestaan op een fundamentele manier.

Schept dat de ideale voedingsbodem voor ambitieus milieubeleid, inclusief een sneller energietransitie? Het lijkt me niet. Die transitie zal ook veel onzekerheid en risico met zich mee brengen en dat is nou net waar men niet op te wachten zit.

Vergis u niet: ik zou het prachtig vinden als het anders was. De klimaatcrisis bedreigt op termijn onze welvaart en welzijn nog meer dan de coronacrisis. Maar de mens is nu eenmaal geneigd om problemen nu belangrijker te vinden dan problemen later. We zijn kortzichtig en verliezen juist in tijden van crisis de lange termijn uit het zicht.

Er is aardig wat onderzoek gedaan naar milieubewustzijn van burgers tijdens recessies, vooral na de kredietcrisis van 2008 en 2009. Uit een deel daarvan blijkt inderdaad dat laagconjunctuur en stijgende werkloosheid gepaard gaan met afnemende voorkeur bij burgers voor streng klimaatbeleid. Maar er is ook een aantal onderzoeken dat een dergelijke relatie juist niet hard kan aantonen.

Meest recent is de studie van de Oxford-socioloog John Kenny. Hij gebruikt de antwoorden die mensen uit verschillende landen gaven op vragen uit de World Values Survey, een grootschalig en veeljarig onderzoek naar voorkeuren en overtuigingen. In veel landen gaven mensen kort voor de kredietcrisis duidelijk meer prioriteit aan milieu dan erna. In bijvoorbeeld Spanje en de Verenigde Staten was dit verschil behoorlijk groot. Ook in Nederland vonden na de kredietcrisis meer mensen banen belangrijker dan het milieu. In Duitsland en Zuid-Korea nam het milieubewustzijn ondanks de recessie juist wat toe.

Op basis van zijn statistische analyse concludeert Kenny dat het vooral stijgende werkloosheid is die zorgt voor afkalvend milieubewustzijn. Economische krimp en een lager inkomen heeft dat effect veel minder. Zijn suggestie is daarom dat, om de steun van het publiek te behouden, beleidsmakers zich bij het formuleren van milieubeleid vooral moeten richten op baanbehoud. De economie mag er wel een klap van krijgen, maar de werkgelegenheid niet.

Misschien kan dat een les zijn voor Angela Merkel, Frans Timmermans en Eric Wiebes. Zij (en veel andere Europese politici) hameren erop dat het herstelplan voor de Europese economie een groen plan moet zijn. Laat het dan vooral ook een werkgelegenheidsplan zijn. Dus kies in eerste instantie de milieuprojecten met positieve impact op de banengroei. Dus liever subsidie op isoleren van miljoenen woningen, dan op het vergroenen van de chemische industrie. En even geen lastenverzwaringen in de industrie, maar opleidingsbudgetten voor installateurs van zonnepanelen en warmtepompen.

Denk daarbij niet dat de energietransitie het ultieme werkgelegenheidsproject is. Er zijn veel mensen nodig voor de uitbreiding van duurzame energie, maar er verdwijnen tegelijkertijd banen in de fossiele sector. Maar goed, het inzetten op snelle werkgelegenheidsgroei in de groene sector kan tijdens een recessie helpen met zowel het economisch herstel als met het behoud van milieubewustzijn.

Nee, heel optimistisch ben ik niet. De coronacrisis zal een spaak in het wiel van de energietransitie blijken te zijn. Maar we kunnen de val misschien wel wat minder pijnlijk maken.

(FD)

Zijn economen te pessimistisch?

Getallen kunnen gruwelijk zijn. Het Centraal Bureau voor de Statistiek publiceerde deze week cijfers over het aantal nieuwe AOW-uitkeringen. In Noord-Brabant en Limburg was er sprake van een forse daling: in april 2020 waren er in deze provincies maar liefst 1.400 minder mensen met een AOW-uitkering dan een maand eerder. Normaal gesproken zou dat aantal met pakweg 1.400 zijn gestegen.

Zelfs voor mensen die nog steeds in de ‘het-is-maar-een-griepje’-groef zitten moeten dit gruwelijke cijfers zijn. En al die mensen die blaten dat het prima is dat het ‘oude hout’ uit de boom valt, of dat onze ouderen ‘geen recessie waard zijn’, kunnen zich na het zien van de CBS-cijfers de ogen uit de kop schamen. De corona-uitbraak is uitzonderlijk, gruwelijk en helemaal nergens goed voor.

Maar er is ook goed nieuws. Althans: goed in relatieve zin. Want in mei is het aantal AOW-uitkeringen in Zuid-Nederland weer flink gestegen. Er kwamen in die maand 940 Brabantse en Limburgse AOW-ers bij. De AOW-grafiek laat dus een duidelijke V-vorm zien: een steile daling in april en een bijna even steile stijging in mei. Voor Oost- en West-Nederland is er ook zo’n V zichtbaar, al is die een stuk minder diep. Alleen in de noordelijke provincies blijft de lijn vrijwel vlak.

Zo’n V-vorm is precies waar economen aan het begin van de corona-uitbraak op hoopten. Niet voor de instroom in de AOW, maar voor de economie als geheel. Een diepe recessie in het voorjaar, door de lockdown, en dan snel herstel in de zomer. De economie is dit keer niet kapot, dus zodra het virusgevaar minder is zitten we in mum van tijd weer op het oude productieniveau.

‘Als tegenwicht mijn voorspelling: de recessie wordt uitzonderlijk diep, maar ook uitzonderlijk kort’

Inmiddels hebben de meeste economen de hoop op zo’n V-vormig herstel wel opgegeven. Zowel het IMF als de Europese Commissie denken dat we zelfs eind volgend jaar nog lang niet terug zijn op het niveau van voor de uitbraak. Het Centraal Planbureau heeft haar V-scenario de afgelopen weken stilletjes ten grave gedragen. En de economen van de Nederlandsche Bank hadden het deze week over een ‘langzaam herstel’ waarbij onze economie pas in 2023 weer boven Jan is. Als alles meezit.

Je zou er somber van worden. Daarom als tegenwicht hier mijn voorspelling: de recessie wordt uitzonderlijk diep, maar ook uitzonderlijk kort. We krijgen toch een V-vormig herstel en voor het eind van dit jaar zien we de productie weer flink stijgen en de werkloosheid weer dalen.

Nee, ik weet dat natuurlijk niet zeker. Maar ik denk dat de economische modellen in deze situatie de veerkracht van ondernemers en consumenten miskennen en de impact van de noodhulp van de overheid onderschatten. V-vormig herstel, ik geef je nog niet op.

(FD)

Anderhalve meter knelt veel meer in de stad. Tijd om toch weer in het buitengebied te bouwen?

Hoger wonen dan het topje van de Utrechtse Dom, het kan straks in de nieuwe wijk Sluisbuurt in Amsterdam. Op het Zeeburgereiland verrijzen de komende jaren enorme woontorens die wel 125 meter hoog mogen worden. Door de hoogbouw kunnen er op deze snipper land in het IJ straks ruim 5640 huishoudens wonen.

Amsterdam moet wel de lucht in, want de bevolking groeit razendsnel en om de natuur in de omgeving te beschermen, streeft men naar een compacte stad. Liever allemaal hutjemutje op elkaar gestapeld, dan uitgestrekte vinexwijken in het groen. Een compacte, vitale stad, dat is wat Nederlanders willen. Dicht bij werk, restaurant en theater. En dicht bij elkaar, natuurlijk.

Urbanisatie is een wereldwijde trend waar Nederland zich niet aan kan onttrekken. Volgens Rijksbouwmeester Floris Alkemade moeten we die trend omarmen. Zijn ‘Panorama Nederland’ dat vorig jaar verscheen, is een lofzang op de positieve agglomeratie-effecten van de grote stad. Citaat: ‘We gaan dichter bij elkaar wonen en werken, binnen een efficiënt netwerk van verbindingen. De meeste nieuwbouw realiseren we in de bestaande stedelijke omgeving.’ Urbanisatie is de megatrend van deze tijd en er moet wel iets heel bijzonders gebeuren om die trend te keren.

Een pandemie misschien? ‘Dichter op elkaar wonen en werken’, klonk gezellig in 2019. Een jaar later klinkt het vooral gevaarlijk. Sinds corona moeten we afstand houden, niet teveel interacties hebben met andere mensen en drukke plaatsen mijden. In de tram zit niemand meer naast elkaar. Een iets te gezellige barbecue in het stadspark wordt opgebroken door boa’s en de politie. En een sfeervolle demonstratie op de Dam leidt tot woedende Kamervragen en moties van wantrouwen tegen de burgemeester.

Daar zit je dan in je woontoren. De lift is een bron van besmetting geworden. De hippe koffiecorner op de begane grond heeft de anderhalvemetereconomie niet overleefd. En dat je zo lekker op fietsafstand van kantoor met al die inspirerende collega’s woont, maakt voor de post-coronathuiswerker niet meer uit.

Al die mooie agglomeratievoordelen zijn door de pandemie opeens in nadelen veranderd. Wereldwijd slaat het virus vooral in stedelijke gebieden hard toe. Het is er moeilijk om andere mensen te ontlopen. En de anderhalve meter voelt er meer beperkend dan in het buitengebied.

Hoeveel meer? Dat heb ik proberen uit te rekenen. In de anderhalvemetersamenleving heeft iedere inwoner minstens een cirkel met een diameter van 1,5 meter aan ruimte nodig. Hoeveel van die cirkels heeft iedere inwoner van Nederland gemiddeld tot z’n beschikking? Er is een hele tak van wiskunde die ruimtes zo efficiënt mogelijk met cirkels vult, dus daar waag ik me niet aan. Ik ga vierkanten tellen: in een vierkant van 1,5 bij 1,5 meter past precies zo’n cirkel uit de anderhalvemetersamenleving. De oppervlakte van dat vierkant is 2,25 m². Iedere Nederlander heeft gemiddeld 686 van die vierkanten tot z’n beschikking.

Maar in het dichtbevolkte Noord-Holland is dat maar 415. En in Zuid-Holland is er per inwoner zelfs maar ruimte voor 327 coronaveilige vierkanten. Nee, dan Drenthe: daar heeft iedere inwoner maar liefst 2.377 vierkanten aan ruimte. Friesland en Zeeland zitten daar net onder.

Dat de bevolkingsdichtheid in het westen veel hoger is dan in het noorden, wist u natuurlijk wel. Maar misschien maakt mijn eigen manier van meten met de coronavierkanten het gevoel van ruimte en veiligheid, dat we door de pandemie zijn gaan waarderen, duidelijker.

En wellicht dat we dan ook anders en op andere locaties gaan bouwen. Want misschien moeten er in plaats van krappe woontorens in Amsterdam, wel ruimtelijke woonwijkjes in Friesland komen. Voor thuiswerkers die slechts een paar keer per maand naar kantoor hoeven, voor gezinnen die niet nog een keer in lockdown willen op een krappe bovenwoning en voor ouderen die een veilige woonomgeving zoeken.

Ik kan best ongelijk hebben. De trend van urbanisatie laat zich wellicht niet breken, zelfs niet door corona. Maar het lijkt me op z’n minst een serieuze heroverweging waard.

(FD)

Wie nu pleit voor vroegpensioen houdt (klein)kinderen juist langer werkloos

Het is recessietijd en de werkloosheid loopt op. Dus daar is ie weer: de oproep om vroegpensioen mogelijk te maken zodat ouderen plaats kunnen maken voor jongeren. Ik dacht dat na de ervaringen van de afgelopen vijftien jaar deze reflex wel uit het DNA was geëvolueerd. Maar niet dus.

Ditmaal was het FNV-voorzitter Han Busker die de eeuwige pavlovreactie mocht verwoorden. In deze krant pleitte hij voor ‘arrangementen waardoor oudere werknemers eerder kunnen stoppen met werken’. Want het coronasteunpakket moet worden ingezet om ‘vroegpensioen zonder boete mogelijk te maken. De arbeidsmarkt is totaal veranderd.’

Dat laatste is natuurlijk zo. In januari hadden we het nog over de extreme krapte op de arbeidsmarkt. Het aantal vacatures was voor het eerst hoger geworden dan het aantal werklozen. Vooral in ICT, bouw en horeca waren de tekorten ongekend hoog. Vier maanden later is dat helemaal anders.

Vacatures worden ingetrokken en de verborgen werkloosheid bedraagt misschien al meer dan 10%. We zien het niet omdat veel werknemers dankzij de NOW-regeling hun baan houden. Maar de nieuwe arbeidsmarktindicator van het Centraal Planbureau – die naar gewerkte uren kijkt – laat zien dat de inactiviteit ook in Nederland enorm is toegenomen.

Vooral jongeren zijn zonder werk komen te zitten. Zij hebben vaak een flexcontract en worden in deze coronarecessie als eerste aan de kant te gezet. Alleen al in het eerst kwartaal van dit jaar, met slechts een paar weken coronacrisis, daalde de werkgelegenheid voor flexwerkers met meer dan 3%. Het aantal vaste banen steeg nog licht in dat kwartaal.

Maar betekent dat ook dat als ouderen vroegtijdig plaatsmaken deze jongeren sneller weer aan het werk komen? Het is een even logische als onjuiste gedachte. Met vervroegde uittreding (VUT) of prepensioen help je de jonge werklozen niet. Integendeel. De economie wordt er door afgeremd en het herstel van de werkgelegenheid vertraagt.

Hoe weten economen dat zo zeker? Dat heeft drie redenen. Allereerst is het een misverstand om te denken dat er een vaste hoeveelheid banen is in de economie die verdeeld moeten worden onder alle werkzoekenden. Het aantal banen staat niet vast, maar is afhankelijk van de vitaliteit en dynamiek van de economie. Als iedereen morgen ontslag neemt om werklozen een kans te geven, zal de economie instorten en is er voor niemand meer een baan. Of positiever geformuleerd: we hebben de oudere werknemers hard nodig om de economische groei te creëren die hun (klein)kinderen werk geeft.

Het was de katholieke vakbondsbestuurder Toon Riemen die in 1975 het plan ‘Jong voor oud’ lanceerde. De VUT zou zorgen voor meer werk voor jongeren, omdat ouderen plaatsmaakten. Minister Jaap Boersma (ARP) zag dat wel zitten en begon met experimenteren. Vanaf 1980 werd de VUT (later: prepensioen) een structurele regeling die pas begin deze eeuw werd afgebouwd. De feitelijke pensioenleeftijd daalde daardoor snel. In 2004 was die gemiddeld onder de 61 jaar uitgekomen.

Hielp dat de jongeren? Welnee. Onderzoekers hebben geen bewijs gevonden dat jongeren door VUT en prepensioen een grotere kans kregen op werk. Integendeel: in de jaren tachtig en negentig was de jeugdwerkloosheid juist bijzonder hardnekkig.

En toen VUT en prepensioen werden afgeschaft in 2004 schoot toen de werkloosheid onder jongeren omhoog? Zeker niet. De feitelijke pensioenleeftijd is sindsdien sterk gestegen naar 65 jaar in 2018. En het aantal actieve, werkende 55-plussers steeg van 42% in 2003 naar maar liefst 71% begin dit jaar. Maar de werkloosheid onder 35-minners ging in diezelfde periode niet omhoog, maar omlaag. Was vlak voor de afschaffing nog 6,3% van de mensen tussen 15 en 35 jaar werkloos, inmiddels is dat slechts 4,8%.

Ouderen hoeven zich niet op te offeren voor jongeren. Juist als ze blijven werken en met hun kennis en ervaring bijdragen aan een groeiende economie creëren ze de omstandigheden waarin jongeren een baan kunnen vinden. De verhouding flex en vast zou daarbij natuurlijk wel wat eerlijker over de generaties verdeeld kunnen worden. Daar zou de FNV zich eens druk om moeten maken.

(FD)

De Corona-kater

Er is brand bij de buren, dus we moeten midden in de nacht het huis uit. Daar sta je dan, op blote voeten, in een haastig aangetrokken joggingbroek. ‘Mogen we wat belangrijke papieren ophalen?’, vraag ik. ‘Of op z’n minst de fotoboeken? En waar is de kat?’ Maar de agent laat zich niet vermurwen. Het is te gevaarlijk. We moeten op afstand aan de overkant van de weg blijven staan.

Intussen is de brandweer begonnen met blussen. Er slaan al grote vlammen uit de ramen van de buren en we voelen de hitte op ons gezicht. Ik word nu toch een beetje zenuwachtig. ‘Gaat ons huis er ook aan? Waarom houdt de brandweer mijn huis niet nat?’ Even later zie ik dat een van de brandslangen op ons dak wordt gericht. De pannen rammelen. ‘De zolder wordt vast nat’, denk ik. ‘Maar dat is van later zorg.’

Er komt een tweede brandweerwagen de straat in. En dan nog een derde uit een kazerne in een dorp verderop. Een gordijn van water, rook en stoom onttrekt beide huizen aan het zicht. Blinde paniek slaat toe. Hoe loopt dit af?

‘Er is maar één huis uitgebrand, en dat was toch al heel oud, de brandweer had nooit hoeven komen’

Dat weten een paar oude mannetjes uit de buurt me wel te vertellen. Want inmiddels zijn er kijkers op de brand afgekomen. ‘Het is een gewone brand, niks bijzonders’, relativeert de een. ‘Welnee, die vonken waaien veel verder dan je denkt’, brengt de ander er tegenin. Er is een oud mannetje dat het onzin vindt dat we uit ons huis moeten en onze slaap missen. ‘Deze oplossing is erger dan de kwaal’, zegt hij. Ze vinden dat de brandweer te veel naar links of juist te veel naar rechts spuit, dat de agenten veel te streng of juist te laks zijn en dat de brand op de buurt-app moet, of dat die app nu juist nutteloos is.

Eenstemmigheid is er pas de volgende dag, als de brand bij de buren na vele uren spuiten eindelijk geblust is. De brandweerlieden zijn uitgeput en zwartgeblakerd weggereden. Ons huis werd gespaard. ‘Eigenlijk was het een brandje van niks’, concluderen de mannetjes. ‘Er is maar één huis uitgebrand, en dat was toch al heel oud. De rest van de straat heeft nooit in de fik gestaan. We hadden net zo goed thuis kunnen blijven en de brandweer had nooit hoeven komen’.

Ik voel wel met ze mee, want mijn waterschade is enorm. Dit gaat maanden duren om op te ruimen. Wat een puinhoop heeft de brandweer ervan gemaakt! Ik ben de hele nacht op geweest, voor niks eigenlijk. Kijk daar komt een agent met onze kater aanlopen. Zelfs die heeft het gewoon overleefd. Waar kan ik een schadevergoeding indienen?

FD

Bange mensen ondernemen niets

Het virus is al maanden onder ons, maar nog altijd zijn er veel essentiële zaken niet bekend. Hoe dodelijk het is, waarom de een doodziek wordt en de ander niet, de rol van asymptomatische infecties, het effect van weer en seizoen, het zijn vragen waarop (maar ik ben natuurlijk geen expert) nog geen helder antwoord is. Ondertussen moeten politici reageren op de medische noodtoestand. Dat is buitengewoon lastig.

Precies hetzelfde geldt voor de economische noodtoestand. De economie zit in een diepe recessie, maar wat is daarvan de oorzaak? Het simpele antwoord: de lockdown, natuurlijk. Wie een deel van de economie uitzet en een flink deel van de rest opzadelt met omzetvernietigende regels, moet niet verrast zijn als de economie krimpt. Bij die analyse past een duidelijk herstelbeleid: hef de lockdown op zodra het kan, versoepel de regels, laat consumenten weer besteden en bedrijven weer produceren.

Maar er is ook een alternatieve analyse, met tegengesteld beleidsadvies: de recessie komt niet door de lockdown, maar door de virusuitbraak zelf. Angst voor de coviduitbraak maakte bedrijven terughoudend en consumenten kopschuw. Het vertrouwen stortte in, de toekomst leek extreem onzeker en de economie belandde in een vrije val. Doodsbange mensen winkelen niet en ondernemen niet.

Intuïtief dacht ik dat de eerste verklaring sterker was dan de tweede. De lockdown is zo’n ongekend ingrijpende gebeurtenis, dat de extreme economische gevolgen er logisch bij passen. Maar nu de cijfers binnen druppelen, lijkt de tweede verklaring al waarschijnlijker. In veel landen begon de recessie al voordat de lockdown werd afgekondigd. En de economische schade in landen met strenge of milde lockdown-regels lijkt verdacht veel op elkaar. Amerikaanse staten met of zonder lockdown zien de economie ongeveer net zo hard krimpen. Gezondheidseconoom Xander Koolman zette deze gegevens deze week op een rij en concludeert: ‘Het is het virus, niet de lockdown‘.

Die stelligheid gaat me een beetje ver. Maar het is wat mij betreft genoeg om te twijfelen aan de stelling dat we de lockdown snel moeten opheffen om de economie te redden. Misschien is een zeer behoedzame heropening wel beter voor de economie, omdat opflakkering van het virus het vertrouwen schaadt en de angst voedt.

Net als naar de eigenschappen van het virus, moet er snel intensief onderzoek worden gedaan naar de oorzaken van de recessie. Dit zou je eigenlijk moeten weten voordat er een exit-strategie wordt geformuleerd. Economen, aan de slag!

(FD)

De Europese Unie is al lang een transferunie en dat is maar goed ook

Na twee perioden van ongekend hevige regenval steeg het water in de rivieren tot een niveau dat in geen vijfhonderd jaar was gezien. Eerst trad de Donau buiten haar oevers en stonden huizen blank in Oostenrijk. Later steeg het water in de Elbe en ontstonden er grote problemen in Tsjechië en de Duitse deelstaat Saksen.

Maar liefst 110 mensen verloren hun leven tijdens de Europese watersnood van augustus 2002. De materiële schade beliep €15 mrd, waarvan slechts een klein deel door verzekeringen werd gedekt.

Herinnert u zich deze ramp niet meer? Nou, ik ook niet. Maar ik kwam de ‘Central European Flooding’ van 2002 tegen op een lijst met uitgaven van het EU Solidarity Fund. Dat jaar keerde dat fonds bijna €150 mln aan Oostenrijk uit. De Tsjechen kregen €129 mln en de uitkering voor Duitsland bedroeg zelfs €444 mln om iets van de schade te dekken.

Nog nooit van dat Solidariteitsfonds van de Europese Unie gehoord? Dan zijn u en ik weer net zo onwetend. Sinds 2002 bestaat er dus zo’n Europese pot geld waarmee de EU steun geeft aan lidstaten die door natuurgeweld zijn getroffen. Per jaar kan er maximaal €800 mln worden uitgekeerd. Dat is geen enorm bedrag, maar genoeg om bijvoorbeeld Zweden te helpen na storm Gudrun in 2005, Roemenië na de droogte van 2012 en Portugal na de bosbranden van 2017. De meeste EU-lidstaten deden de afgelopen jaren een beroep op het Solidariteitsfonds. Alleen België, Denemarken, Finland, Luxemburg en — jawel — Nederland komen op de lijst niet voor.

Zomaar een vraag: toen Zweden in 2017 €82 mln ontving, heeft onze premier Mark Rutte toen een brief gestuurd met de vraag waarom de Zweden zelf dat geld niet konden ophoesten? En na de Grote Vloed van 2002, heeft zijn voorganger Jan Peter Balkenende toen in Brussel op hoge poten een onderzoek naar de overheidsuitgaven van Duitsland en Oostenrijk geëist?

Natuurlijk niet. In tijden van nood staan we in Europa schouder aan schouder. We helpen de buren als er een overstroming is of een grote brand. Daarom kon reikwijdte van het Solidariteitsfonds eerder dit jaar dan ook geruisloos worden uitgebreid: het is nu niet alleen meer voor natuurrampen maar ook voor gezondheidscrises als de corona-uitbraak.

Geld voor lidstaten in nood is dus helemaal niets nieuws in de EU. En dat hoeft niet per se om rampen of ziektes te gaan. Voor niet-Eurolanden bestaat er bijvoorbeeld al achttien jaar de Balance of Payments Assistence Facility met een collectieve pot geld van maar liefst €50 mrd waar landen in betalingsbalanscrisis uit kunnen putten. Hongarije, Letland en Roemenië maakten er al gebruik van.

Tijdens de eurocrisis van 2011 en 2012 bleken de lidstaten bereid om massaal geld op tafel te leggen voor landen in schuldencrisis. De tijdelijke fondsen EFSM (van de Europese Commissie) en EFSF (van de lidstaten) werden opgevolgd door het Europese Stabiliteitsmechanisme (ESM), het noodfonds van €500 miljard. Ja, beste lezers: de EU is een transferunie en is dat eigenlijk altijd al geweest. Niet alleen via de noodfondsen, maar natuurlijk ook via het vrije verkeer van goederen en diensten, van arbeid en kapitaal. Toen grenzen verdwenen, werd de welvaart gedeeld. Landen als Nederland en Duitsland zijn overigens de grootste ‘netto profiteur’ van deze economische transfers.

De watersnood van 2020 heet corona en de financiële gevolgen meten we niet in de honderden miljoenen, maar in de honderden miljarden. Logisch dat de oude noodfondsen deze crisis niet aankunnen. Nieuw geld zou kunnen komen van het recent gelanceerde plan van Angela Merkel en Emmanuel Macron. Zij willen de Europese Commissie €500 mrd laten lenen voor een Europees herstelfonds. Landen die uit dit nieuwe fonds putten, hoeven het geld niet terug te betalen, en uiteindelijk zullen de financiële middelen door alle EU-landen worden opgebracht.

‘Transferunie!’ roepen de tegenstanders boos. En ook het Nederlandse kabinet reageerde uiterst zuinig op het plan. Landen in nood moeten we helpen, maar niet als het geld kost. Tenzij het om overstromingen in Duitsland en Oostenrijk gaat, natuurlijk. De Europese transfers mogen wel van zuid naar noord lopen, maar liever niet andersom.

Betuttelgeld

Beste Nederlandse werknemer, waarom laat u zich behandelen als een klein kind dat niet zelfstandig om kan gaan met geld? Zelf bent u blijkbaar niet in staat om iedere maand een klein deel van het inkomen op een spaarrekening te zetten, zodat er in de zomer genoeg geld is voor een mooie reis of een rustgevende campingvakantie.

‘Neem werknemers serieus en schaf het vakantiegeld af in ruil voor een evenredig hoger maandloon’

Nee, de werkgever moet een geheim spaarpotje beheren met daarin uw geld, en u vervolgens ieder jaar in de meimaand verrassen met een vakantie-uitkering. ‘Moet je nou kijken, er staat zomaar een extra bedrag op de bankrekening!’, roept u dan verbaasd. ‘Kinderen, we kunnen toch op vakantie, want die aardige baas heeft ons daar zomaar geld voor gegeven.’

Toen ik vroeger Monopoly speelde, schoof ik altijd een paar biljetten met hoge waarde onder het spelbord, in de hoop dat ik dat geld min of meer zou vergeten. Als ik dan later in het spel bijna failliet was (mijn broer speelde meestal slimmer dan ik), dan herinnerde ik mij opeens die biljetten, keek hoopvol onder het bord en was weer even gered. Vergeten geld terugvinden maakt je zo blij als een kind. Zo werkt het met vakantiegeld ook ongeveer.

Dat is natuurlijk geen volwassen manier om je financiën te plannen. Toen het vakantiegeld werd bedacht — kleine bedragen sinds begin vorige eeuw, grotere bedragen na de Tweede Wereldoorlog — was er misschien nog een reden voor werkgevers om paternalistisch te zijn. De onopgeleide arbeider verdiende een (korte) vakantie en de baas legde daar geld voor opzij.

Maar voor dat soort betutteling is in deze tijd geen goede reden meer. Van burgers wordt verwacht dat ze zelfstandig nadenken en zelf hun geldzaken regelen. Neem werknemers serieus en schaf het vakantiegeld af in ruil voor een evenredig hoger maandloon.

De huidige coronacrisis is een goed moment om afscheid te nemen van deze oubollige traditie. Veel bedrijven zitten in liquiditeitsproblemen en kunnen de vakantie-uitkering er nu eigenlijk niet bij hebben.

Laten we daarom afspreken dat er in mei slechts een twaalfde deel van dit bedrag hoeft worden uitgekeerd. De rest volgt dan in de volgende elf maanden. Om de schok voor werknemers zonder eigen spaargeld niet te groot te maken, zou de overheid in dit eerste jaar nog een soort overgangsregeling kunnen maken, waardoor mensen die het geld echt nodig hebben dat kunnen lenen.

Wel gewoon binnen een jaar terugbetalen, uiteraard, vanuit het hogere maandloon. Want Nederlandse werknemers kun je serieus nemen en hoef je niet te betuttelen.

FD

Verstoorde productieketens zijn geen reden om alles weer zelf te maken. Integendeel

Weg met de internationale productieketen! Dat was zo ongeveer de boodschap van Donald Trump in een interview op Fox. Of om de Amerikaanse president precies te citeren: ‘These stupid supply chains are all over the world and one little piece of the world goes bad and the whole thing is messed up.’ Trump concludeerde: ‘We shouldn’t have supply chains, we should have them all in the United States.’

We kunnen er om lachen, maar de president lijkt met deze warrige woorden intuïtief weer aardig de tijdgeest aan te voelen. De corona-crisis heeft de zwakte van het internationale productiesysteem blootgelegd. De waardeketen is storingsgevoelig en moet robuuster worden.

Trump kiest (weer intuïtief) als oplossing voor een soort hernationalisatie van de hele keten. Dat lijkt me niet de meest verstandige reflex. Daarover later meer.

De mondiale productieketen is een belangrijk element van de algemene trend van globalisering, die begon zo begin jaren negentig, na de val van de Muur. Er kwamen landen bij met opgeleide bevolking en lage lonen, grenzen werden minder belangrijk, handelstarieven en andere belemmeringen werden afgebouwd.

Na de toetreding van China tot de Wereldhandelsorganisatie in 2001 schakelde globalisering door naar een hogere versnelling. De ICT-revolutie zorgde ervoor dat bedrijven eenvoudig en goedkoop konden communiceren met vestigingen en toeleveranciers in andere landen. Volgens het laatste Global Value Chain Development Report, bestaat inmiddels tweederde van de internationale handel uit goederen- en dienstenstromen binnen de productieketen. Het ‘ouderwetse’ flesje wijn uit Frankrijk en kaasje uit Italië komen natuurlijk ook nog de grens over, maar het grootste deel van de internationale handel bestaat uit grondstoffen, onderdelen en halffabricaten.

Neem de elektrische fiets hieronder. Het is een model die de Amerikaanse fietsenmaker Pedego in z’n Vietnamese fabriek maakt. Of beter: z’n assemblagehal, want de onderdelen komen van andere producenten overal ter wereld. De productieketen van deze fiets strekt zich uit van Duitsland en Italië tot Taiwan en Japan, zo blijkt uit een analyse van de Wereldbank. En onderdelen van die Duitse en Japanse onderdelen zijn ongetwijfeld ook weer in andere landen geproduceerd.

Ieder onderdeel wordt gemaakt op de plaats waar dat het best en goedkoopst kan gebeuren. En omdat de handelsbelemmering gering zijn, kan de productieketen zich op de meest efficiënte manier over de wereld ontvouwen. Het nadeel is: als een land niet meer kan leveren, stokt de productie in de hele keten. Het systeem is efficiënt, maar niet per se robuust. Vandaar dat Trump liever alles weer in eigen land maakt. De fiets wordt dan duurder en waarschijnlijk ook slechter. Maar je bent in elk geval zeker dat je hem kunt produceren.

Ik denk dat dit niet de juiste reactie is. Natuurlijk zijn er producten die je om strategische redenen weer in eigen land of regio wil produceren. Medische beschermingsmiddelen en medicijnen bijvoorbeeld. Maar over het algemeen geldt dat alles in eigen land produceren, de keten juist zwakker maakt. Amerikanen produceren hun eigen vlees, maar nu slachterijen wegens corona stilliggen, zijn er direct tekorten. Om de keten robuust te maken moet je juist niet alle eieren in een mandje leggen. Dus niet alles in China of Vietnam produceren, maar ook niet alles in eigen land.

Diversificatie zou daarom een betere reactie zijn. Maak de productieketen robuust door vitale onderdelen bij meerdere toeleveranciers in verschillende regio’s te bestellen. Dat betekent meer globalisering, niet minder. Een van die regio’s kan prima het eigen land zijn. In Nederland bijvoorbeeld kunnen we kijken of dankzij 3D-printing en robotisering een deel van de uitbesteedde productie kan worden teruggehaald. Maar afhankelijk worden van lokale productie is niet verstandig.

Naast de geografische diversificatie zouden er in de keten ook meer buffers kunnen worden aangelegd. Van just-in-time naar just-in-case, zou een consultant zeggen, met toch weer strategische voorraden halffabricaat bij iedere schakel in de keten, voor je-weet-maar-nooit.

Dat is minder efficiënt. En het legt een groter beslag op het werkkapitaal. Wellicht leidt het daarom tot minder schakels, wat ook weer efficiëntie kost. Producten worden duurder en mogelijk krijgt de consument minder keuze. Allemaal niet leuk natuurlijk, maar een robuuster productieketen mag wat kosten.

(FD)

(Naschrijft: Fiets met riemaandrijving heeft natuurlijk geen pignon, maar een naafversnelling. Mijn vertaalfout)