Zelflerende prijsalgoritmes proberen ons consumentensurplus te stelen. Pikken we dat?

Het Waterlooplein in Amsterdam, enkele decennia geleden: ’25 cent per stuk’, staat er op de doos met enkele handschoenen. Zij rommelt er even in en trekt dan triomfantelijk een lederen rechterhandschoen naar boven. ‘Kijk Henk, precies die je kwijt was!’ Ze wil een kwartje betalen aan de marktkoopman, maar die schudt het hoofd.

‘Kost een gulden’, zegt hij.

‘Maar er staat 25 cent op de doos!’

‘Klopt, maar dat geldt niet als het precies is wat je kwijt was.’

Waarmee maar gezegd is dat prijsdiscriminatie van alle tijden is. Elke verkoper op het Waterlooplein, op de bazaar van Marrakesh, en ook vroeger op het marktplein van Rome en Athene, zal proberen te achterhalen wat het product dat hij verkoopt precies waard is voor de koper. Wie iets heel graag wil hebben en dat niet goed weet te verhullen, betaalt de hoofdprijs.

De meeste van ons zijn opgegroeid met kaartjes en stickers met onveranderbare prijzen die voor iedereen hetzelfde zijn, ongeacht potentiële betaalbereidheid. Het prijskaartje is een recente uitvinding. Het was de Amerikaan John Wanamaker die in de tweede helft van de 19de eeuw het afdingen afschafte en de vaste prijs introduceerde. ‘Als iedereen gelijk is voor God’, stelde de strenggelovige winkelier, ‘moet ook iedereen gelijk zijn voor de prijs.’

Inmiddels leven we weer in goddeloze tijden en lijkt de vaste prijs voor iedere klant op zijn retour. In een wereld van internet, e-commerce en gedetailleerde klantprofielen, komt de oude neiging van prijsdiscriminatie weer boven. Maar de informatie over vraag en aanbod is nu niet symmetrisch. Grote internetwinkels weten veel meer over de klant dan andersom. Zoekgeschiedenis, eerdere aankopen, cookies en toepassing van kunstmatige intelligentie geven de aanbieder een informatievoorsprong. Dat maakt het onderhandelingsproces in potentie oneerlijk.

Vandaar dat economen zich zorgen maken. Prijsdiscriminatie op internet is een serieus onderzoeksthema geworden. Wat staat er voor de consument precies op het spel? In economentaal: het consumentensurplus. Dat is de ‘winst’ die een consument pakt bij vrijwel iedere transactie. Het is de reden dat de vrije markt werkt voor zowel producent als consument.

Stel je voor: een product kost €10 om te produceren, kost €20 in de winkel en de klant die het koopt zou er maximaal €35 voor over hebben (zie ook de rekenvoorbeelden). Dan is de winst voor de producent €10, en de winst voor de consument (zijn surplus) €15. Beide partijen hebben voordeel bij de transactie. Het kapitalisme werkt voor iedereen!

Maar wat nou als de verkoper via dataverzameling, het opstellen van klantprofielen of misschien via zelflerende algoritmes, kan voorspellen dat de klant er maximaal €35 voor over heeft. En stel dat de klant hier geen weet van heeft. Dan krijgt hij een prijs voorgeschoteld die precies gelijk is aan zijn willingness to pay . Het consumentensurplus verdwijnt in de zakken van de aanbieder.

Dat moeten we niet willen, denkt u nu misschien! Verbied deze oneerlijke praktijken! Maar prijsdiscriminatie heeft ook een maatschappelijk voordeel, want het werkt twee kanten op. Een klant die maximaal €15 overheeft voor het product met een eenheidsprijs van €20, zal het niet aanschaffen. Maar als prijsdiscriminatie mogelijk is, kan de verkoper deze klant een speciale korting geven van €5. Er komt dan toch een transactie tot stand en de totale toegevoegde waarde in de economie is hoger dan zonder prijsdiscriminatie.

We moeten deze prijstactiek dus niet bij voorbaat veroordelen. Het voelt onrechtvaardig als de een meer moet betalen dan de ander, maar het is niet bij voorbaat welvaartvernietigend.

Neemt niet weg dat we de prijsalgoritmes buitengewoon scherp in de gaten moeten houden. Ze kunnen de marktmacht van grote internetwinkels nog verder vergroten en kartelvorming vergemakkelijken door concurrenten continu in de gaten te houden, zo lezen we deze week in een artikel over dit onderwerp in het vakblad ESB. En de zelflerende algoritmes kunnen zelfs onderling samenspannen en zo ongemerkt de markt bederven.

Alle reden dus voor de mededingingswaakhond om op de hoede te zijn. En ook voor ons, de niet zo intelligente en nauwelijks lerende consument.

Weer niet korten

Wat zou ik ze graag nu al ontmoeten, die oppositieleiders in 2026. Het zijn dappere mannen en vrouwen die hun kiezers de harde waarheid recht in het gezicht vertellen. Zij komen niet met verhullende praatjes en kiezen niet voor uitstel van noodzakelijke maatregelen. Regels zijn regels, vinden zij en die pas je niet aan als het even niet uitkomt. Doet dat soms pijn bij de burger? Sorry, maar dat moet dan maar even.

Niet alleen ik, maar ook de huidige politici kijken hoopvol naar de generatie van 2026. ‘Zij zullen doen wat wij nu niet durven, dankzij hen komt het uiteindelijk allemaal goed’.

Zo hebben ze dat in elk geval tijdens het pensioenoverleg bedacht. De pensioenen staan onder water. Dekkingsgraden zijn veel te laag om de toezeggingen van het huidige stelsel te kunnen betalen. Dat komt vooral omdat die toezeggingen vrij harde beloftes waren. Daarvoor moet bij de huidige rente veel geld opzij worden gezet, want als de rente laag is, zijn toekomstige zekerheden duur.

Eigenlijk zou er nu gekort moeten worden op de uitkeringen van gepensioneerden en op de pensioenrechten van werkenden. Maar de huidige generatie politici durft dat niet aan. De ouderen worden boos als de politiek zich aan de eigen regels houdt.

‘Door te beloven straks veel vaker te korten, hoeft het nu lekker niet. Probleem opgelost’

In plaats van korten verzon men daarom een list: wat als we een nieuw pensioenstelsel bedenken waarbij we geen toezeggingen meer doen en pensioenen veel vaker op en neer gaan? In zo’n stelsel hoef je minder geld achter de hand te houden, want als er niet genoeg in kas zit, wordt er automatisch gekort.

En, zo bedacht men, als we toch op zo’n flexibel stelsel overgaan, hoeven we nu eigenlijk ook niet te korten. Door te beloven straks veel vaker te korten, hoeft het nu lekker niet. Probleem opgelost.

Vandaar dat de PvdA en GroenLinks de afgelopen week zonder wroeging eisten dat er volgend jaar weer niet wordt gekort, ook al schieten volgens de nu geldende regels veel dekkingsgraden zwaar te kort. Minister Koolmees zou dat al ruim voor de peildatum van 31 december moeten beloven.

Want wat na 2026 de normale gang van zaken moet zijn – korten op de pensioenen zodra de regels dat voorschrijven – durft in 2020 nog geen politicus voor z’n rekening te nemen. Na de pandemie van 2026 gaan we wel korten. Na de eurocrisis van 2027 ook. En na de beurskrach van 2028 worden de pensioenen meteen verlaagd. Zo hebben de huidige politici dat in het pensioenakkoord plechtig aan elkaar beloofd.

Of die politici daar over zes jaar echt zin in hebben? Natuurlijk niet. Ook dan zal gelden: pensioenen moet je korten als dat nodig is, alleen nu even niet.

(FD)

Radicale sluiting van “Circus Toeslag”, daar zou het verkiezingsdebat over moeten gaan

Over minder dan vijftien weken staan u en ik in de rij bij het kieskantoor. Of misschien stemt u vanwege corona ditmaal anders. Hoe dan ook: de verkiezingen komen eraan.

Waar zal het verkiezingsdebat ditmaal over gaan? Wordt het een afrekening met het coronabeleid? Is werkloosheid het belangrijkste thema? Gaan we het weer hebben over de Europese Unie? Over migratie en integratie? Of wordt het een emotionele discussie over eigenheid en identiteit?

Er is een onderwerp waar nauwelijks iemand zin in heeft, maar waar het de komende tijd toch echt over zou moeten gaan: het toeslagenstelsel. Vooral omdat dit onderwerp tijdens de formatie een grote rol zal spelen. Drastische hervorming van de zorgtoeslag, huurtoeslag en kinderopvangtoeslag wordt een van de belangrijkste opdrachten van het nieuwe kabinet. Het wordt een ingrijpende operatie waarin vitale keuzes worden gemaakt. Daar kunnen we het dus maar beter vóór de verkiezingen al over hebben.

Blader maar door de conceptverkiezingsprogramma’s van de politieke partijen. Bijna allemaal lijken ze het toeslagenstelsel flink op te willen schudden. Soms met een enkele zin, soms met een tot in de details uitgewerkt hervormingsplan. Opvallend is dat het tot nu toe niet de grootste partijen zijn die de discussie trekken. D66 en de ChristenUnie komen met de meest uitgewerkte voorstellen. Beide willen de toeslagen radicaal afschaffen en vervangen door een verzilverbare heffingskorting. Dit is een belastingvrije som die ook geldt als je zo weinig verdient dat je geen belasting hoeft te betalen. In dat geval is de heffing ‘verzilverbaar’, met andere woorden: je krijgt geld overgemaakt van de Belastingdienst. Lage inkomensgroepen krijgen zo dus geld om hun huur en zorgkosten te betalen en hebben geen aparte toeslag meer nodig.

De kinderopvangtoeslag verdwijnt ook, maar wordt vervangen door een directe subsidie aan de opvanginstelling. Kinderopvang wordt voor de ouders dan gratis (bij de ChristenUnie blijft er wel een kleine ouderbijdrage). Ook 50Plus kwam met uitgewerkte plannen volgens dezelfde principes. Hetzelfde geldt voor Forum voor Democratie.

Sluiting van het toeslagencircus

De grote partijen laten het nog een beetje afweten. De PVV heeft (nog) geen verkiezingsprogramma en in het A4’tje van vier jaar geleden staat niets over toeslagen. De VVD spreekt in het programma wel de algemene wens uit om de toeslagen te vervangen voor lagere lasten, maar doet geen concreet voorstel om de drie toeslagen af te schaffen. CDA wil wel af van de kinderopvangtoeslag, maar laat zorg en huur ongemoeid. Opvallend: het Wetenschappelijk Instituut van het CDA pleitte deze week wel voor afschaffing van alle toeslagen. Met VVD en CDA valt dus waarschijnlijk wel te praten over sluiting van het toeslagencircus.

En aan de linkerkant? Daar doen ze het zonder de verzilverbare heffingskorting. GroenLinks en PvdA willen de zorgpremie verlagen, zodat er geen zorgtoeslag meer nodig is. De SP wil de zorgpremie inkomensafhankelijk maken. Die partij wil ook af van de huurtoeslag, net als GroenLinks. De PvdA behoudt de huurtoeslag maar baseert die voortaan op het historische inkomen, en niet meer op het huidige (daar is het CDA overigens ook voor). Alle linkse partijen willen kinderopvang gratis maken.

Eensgezindheid over details

Er lijkt dus een opvallende eensgezindheid in de Nederlandse politiek. Maar let op: het gaat om de details. Afschaffen van de toeslagen is het begin van de politieke discussie, niet het einde. Die verzilverbare heffingskorting, bijvoorbeeld, maken we die inkomensafhankelijk of voor iedereen gelijk? En wordt die korting op basis van het individuele inkomen berekend (zoals bij de inkomstenbelasting gebeurt) of op basis van het inkomen van het hele huishouden (zoals bij de toeslagen)? Krijgen gezinnen met kinderen een grotere korting dan gezinnen zonder? Komt er een vermogenstoets?

En hoe worden de inkomenseffecten van de hervorming gerepareerd? Via een hoger minimumloon en een hogere AOW? Zijn er toch weer nieuwe, hogere belastingschijven nodig? Wat doen we met het kindgebonden budget? Moet tegelijk met de toeslagen niet ook het hele belastingstelsel op de schop?

Genoeg materiaal voor een intensieve politieke discussie. Laten we die houden vóór de verkiezingen, en niet pas tijdens de formatie.

(FD)

De zzp’er is de ijverige arbeidsmarktbuffer van deze crisis. De flexwerker is de pechvogel

Werknemers met een vast contract behielden hun baan, dankzij de NOW-regeling. Flexwerkers hadden minder geluk: vooral jongeren met een bijbaantje en flexwerkers met een lagere opleiding waren de sigaar. En de zzp’er? Hoe is die tot nu toe de crisis door gekomen?

Dat is nog niet zo eenvoudig te zeggen. Volgens het Centraal Planbureau (CPB) zijn zzp’ers hard geraakt. Zo schrijft men dat letterlijk in de donderdag verschenen Novemberraming. ‘Jongeren, flexwerkers en zzp’ers, zijn (hard) geraakt.’ Het staat niet één, maar wel vier keer in het rapport.

Flex vs. zzp

Maar de cijfers van de eerste drie kwartalen van 2020 vertellen toch een genuanceerder verhaal. In elk geval is het te makkelijk om jong, flex en zelfstandig zomaar op een hoop te gooien. Zoals eigenlijk altijd als het over zzp’ers gaat, geldt ook nu: flex en zzp zijn zeer verschillende groepen.

Dat blijkt al als we kijken naar de werkgelegenheid onder beide groepen. Flexwerkers hadden het dit jaar inderdaad zwaar te verduren. De werkgelegenheid van die groep lag in het derde kwartaal bijna 275.000 lager dan een jaar eerder. Dat is een afname van 14%. Werknemers met een vast contract merkten juist vrijwel niets van de coronacrisis. Sterker: hun aantal steeg het afgelopen jaar zelfs, met bijna 150.000, goed voor een plus van 3%.

En het aantal zzp’ers? Dat steeg ook. Er kwamen op jaarbasis 66.000 eenpitters bij. Dat is een toename van 6%. Volgens deze cijfers zijn zzp’ers dus allerminst ‘hard geraakt’. Ze zijn juist de winnaars van de crisis.

Er zijn echter ook andere cijfers. Bijvoorbeeld over het totaal aantal gewerkte uren per kwartaal. Belangrijk vooral voor zzp’ers, want een uur niet gewerkt is een uur niet betaald. Volgens die statistiek maakte zzp’ers een beroerd eerste halfjaar mee. Vooral in het tweede kwartaal, toen het aantal gewerkte uren van de hele groep met meer dan 6% daalde. Voor de groep van werknemers — flex en vast samen, want dit onderscheid is in de beschikbare cijfers nog niet te maken — bedroeg de afname slechts 2%.

Maar in het derde kwartaal trok de markt voor zzp’ers weer snel aan. Het totaal aantal gewerkte uren voor deze groep kwam zelfs weer hoger uit dan een jaar eerder, terwijl het cijfer voor werknemers daar nog flink bij achterbleef. Een diepe val, gevolgd door een compleet herstel. Dat is het beeld.

Alleen waren er in het derde kwartaal dus wel 6% zzp’ers méér om die uren over te verdelen. Uitgedrukt per persoon was er dus geen sprake van volledig herstel. De gemiddelde zzp’er maakt nu 4% minder uren dan een jaar eerder. Voor werknemers is dit verlies ongeveer twee keer zo klein.

Dát is dus het beeld: tijdens de crisis is het aantal werkende zzp’ers flink gestegen. Samen werken ze inmiddels weer minstens net zoveel als voorheen, maar per persoon is er gemiddeld toch nog sprake van een daling.

Vluchtheuvel

Daarmee blijkt het zzp-schap weer precies die functie te vervullen waar de voorstanders van het kleinschalige ondernemerschap zo graag op wijzen en de tegenstanders zo graag de ogen voor sluiten: het is de buffer van de arbeidsmarkt. Het is een vluchtheuvel in perioden van stijgende werkloosheid en angst voor baanverlies. Als tijdens een recessie de vraag daalt, zorgt dat bij zzp’ers voor minder gewerkte uren, en veel minder voor plotselinge werkloosheid. Daardoor kunnen ze — zodra de vraag weer opveert — veel sneller bijschakelen dan mensen die hun baan verloren.

Of anders gezegd: dankzij de flexibiliteit in werkuren die zzp’ers de economie bieden, kunnen werknemers met een vast contract hun baan behouden. Flexwerkers bieden die ‘dienst’ natuurlijk ook, maar met veel meer persoonlijke schade, zoals werkloosheid, inactiviteit en erosie van vaardigheden.

En misschien ook wel een afname van de werklust. Want ook op dat gebied lijken zzp’ers deze crisis de uitzondering. Op de vraag: Wilt u meer uren werken? antwoordde nu een groter deel van de zzp’ers bevestigend dan een jaar eerder. Voor werknemers (vast en flex) is dat aandeel juist gedaald.

De zzp’er als ijverige en flexibele redder van vaste banen, dat beeld zou ik wel eens in een overheidsrapport willen teruglezen.

(FD)

Wat het vaccin verandert

‘Als het meezit, kunnen we rond 4 januari beginnen met vaccineren’. Met die woorden kondigde minister Hugo de Jonge dinsdag een ‘nieuwe fase in de crisis’ aan. Natuurlijk, vaccins moeten nog worden goedgekeurd en in het begin zullen er maar weinig doses beschikbaar zijn, maar het einde van de corona-epidemie lijkt in zicht. In de VS durven experts zelfs te hopen op groepsimmuniteit in mei 2021.

Ervan uitgaande dat dit optimisme gegrond blijkt, wat betekent dat dan voor het huidige beleid? Bij het ‘licht aan het einde van de tunnel’, ziet dat er wellicht anders uit. Hier vier zaken die we nu moeten heroverwegen.

Allereerst de lockdownmaatregelen. Met het einde in zicht kan de overheid harder ingrijpen om de besmettingsgraad omlaag te brengen. Een van de redenen om dat niet te doen was immers dat we niet wisten hoelang de maatregelen zouden moeten duren. Door de vaccins verschuift de afruil tussen de kosten en de baten van de lockdown. We mogen bedrijven en consumenten wat meer pijn doen, als daarmee de laatste loodjes voor kwetsbare groepen lichter worden.

‘Willen we niet terug naar een land vol files? Maak dan nu een start met rekeningrijden’

Daarbij hoort natuurlijk wel dat die bedrijven ruimhartig worden gecompenseerd. Afbouw van de steunmaatregelen, zoals die nu gepland staat, moet worden heroverwogen. Het gevaar dat daardoor de noodzakelijke herstructurering van de economie op de lange baan wordt geschoven, is minder groot. Die afrekening kunnen we uitstellen tot in of na de zomer. De zombies mogen nog een paar maanden rondwandelen.

Wat ook heroverweging verdient is het idee dat we werklozen massaal moeten omscholen. Dat was gebaseerd op de hypothese dat sommige sectoren langdurig last houden van de pandemie. Maar als volgend jaar de cafés weer vol mogen stromen en de tafeltjes in de restaurants weer strak tegen elkaar worden geschoven, moeten er nog wel obers en koks zijn. Voor de crisis stond het aantal vacatures in de horeca op recordstand, die krapte komt vast weer terug, dus omscholen van horecapersoneel lijkt niet zo slim, gebruik de komende maanden liever voor bijscholing. Hetzelfde geldt mogelijk voor de reissector. Als genoeg mensen gevaccineerd zijn hebben we weer piloten en stewardessen nodig.

Tenzij de overheid nu actie onderneemt om de gewenste gevolgen van de epidemie te fixeren. Moeten we straks ook minder vliegen? Pak dat dan nu aan, bijvoorbeeld via hogere ticketbelasting. Willen we niet terug naar een land vol files? Maak dan nu een start met rekeningrijden. Wordt thuiswerken een blijvertje? Regel dat nu in de cao’s, want als iedereen gevaccineerd is gaan we anders gewoon terug naar de oude normaal.

(FD)

Vadertje Staat kan het ook niet

Het was de zomer van de effectieve overheid. Het virus had voor chaos gezorgd en de overheid had orde geschapen. Met een slimme lockdown, met gulle en snelle noodsteun voor bedrijven en met het opschalen van zorg en testcapaciteit. Het kabinet kon terugzien op een geslaagde interventie. Terwijl het virus op z’n retour was, groeide het zelfbewustzijn van de overheid. Top-down ingrijpen in de maatschappij, het kan dus toch!

Juist in deze unieke periode werden de verkiezingsprogramma’s geschreven. En dat is te merken. De roes van het effectieve optreden gaf de opstellers moed om de overheid hoog op het schild te hijsen. Die moet de markt meer gaan corrigeren, werknemers beschutting bieden, het milieu en het klimaat redden, en zelfs een soort industriebeleid gaan voeren. De VVD kwam met een mea culpa waarin de partij spijt betuigt over de ‘liberale strijd tegen een te grote en betuttelende overheid’, waardoor private partijen te veel macht hebben gekregen.

De wereld is vijandig en buiten waait een ijskoude wind. Maar binnen heeft Vadertje Staat de kachel aangemaakt en staat de collectieve chocolademelk te dampen. Maakt u zich geen zorgen, wij regelen het wel.

‘Buiten waait de koude wind, binnen dampt de collectieve chocolademelk’

Nog nooit waren verkiezingsprogramma’s zo snel verouderd. Want sinds de tweede virusuitbraak weten we wel beter: de overheid kan er ook niks van. Ondanks ruime voorbereidingstijd waren er toch weer te weinig testen en was er weer te weinig capaciteit om besmettingen na te bellen. Het kabinet aarzelde te lang met het nemen van maatregelen, en deed dat vervolgens twijfelend en met veel interne strijd. De ziekenhuizen bleken nog steeds niet veel meer patiënten aan te kunnen. De corona-app kwam veel later dan gepland en bracht niet de redding waarop het kabinet had gehoopt.

Tijdens de tweede golf bleek dat als je echt iets gedaan wilt krijgen, je toch gewoon bij private partijen moet zijn. Bedrijven richtten massaal teststraten in. Andere bedrijven bedachten sneltesten. Duitse bedrijven mochten eindelijk onze testen gaan analyseren. En de grote farmaceuten – toch altijd gezien als het grote kwaad van de door marktwerking bedorven zorgsector – lijken onverwacht snel met zeer effectieve vaccins te komen.

Tegelijkertijd ontdekte een speciale Kamercommissie hoe slecht de overheid het eigen beleid uitvoert en nog dagelijks horen we tijdens de parlementaire ondervraging hoe de overheid een potje maakte van de kinderopvangtoeslag. Het nieuwe elan van de overheid bleek maar een zomer houdbaar. Misschien toch maar een erratum toevoegen aan de verkiezingsprogramma’s?

(FD)

Een tweede golf en een tweede lockdown, maar minder drama voor de Nederlandse economie

We werden een beetje vrolijker in november. Of beter: iets minder somber. Het consumentenvertrouwen ging van -30 naar -26. Er zijn dus nog altijd flink meer pessimisten dan optimisten in Nederland, vooral van de algemene economische omstandigheden verwachten we weinig goeds.

Maar als het gaat om de verwachtingen over de eigen financiële situatie, zijn de optimisten inmiddels in de meerderheid. Sinds juni van dit jaar zijn de antwoorden op deze deelvraag iedere maand iets positiever geworden. Dat is opmerkelijk. Want in de afgelopen maanden liep het aantal coronabesmettingen sterk op en besloot het kabinet dat delen van de economie opnieuw in lockdown moesten. In het voorjaar zorgde dat voor een snel dalend vertrouwen onder consumenten. Ditmaal blijkbaar niet. De consument is niet zo in paniek als tijdens de eerste golf. Men kent wellicht (dit is speculeren) de gevaren van het virus beter en is wat meer gewend geraakt aan de situatie.

Het verbeterde vertrouwen is een van de lichtpuntjes in deze donkere herfst. Er zijn er meer. Bij elkaar zijn ze genoeg om voorzichtig te hopen dat deze tweede golf de Nederlandse economie minder hard zal raken dan die in het voorjaar.

Een groot verschil met de situatie over de grens. In het voorjaar stokte een deel van de Europese productie door een gebrek aan onderdelen en halffabricaten uit China. Daar konden veel fabrieken door de lockdown tijdelijk nauwelijks produceren en bleven de containers op de kade staan. Ook binnen Europa stagneerde de handel door herinvoering van grenscontroles en grenssluitingen. Productieketens raakten hierdoor ontregeld.

Deze schokken aan de aanbodzijde voelen we tijdens de tweede golf veel minder. China blijft leveren: de export vanuit dat land stijgt weer snel. En in de EU werken de lidstaten veel beter samen dan in het voorjaar. Ook al loopt het aantal besmettingen snel op, de grenzen blijven open. Schengen werkt weer.

Vandaar dat de stemming in de Europese industrie nu veel beter is dan in het voorjaar. De inkoopmanagersindex voor het eurogebied stond in oktober op 54,8 (laatste update: november 53,8). Dat is ruim boven de 50 en duidt dus op groei. Voor Nederland is deze index afgelopen maand wel iets gedaald, maar blijft ook hier boven de 50 en staat bovendien veel hoger dan in het voorjaar.

De industrie produceert dus gestaag door. Dat geldt natuurlijk niet voor de sectoren die weer in lockdown moesten. Voor de horeca, theaters en de evenementenbranche is er weinig om blij van te worden. En ook in de reisbranche houdt de ellende aan. Maar anders dan in het voorjaar stond er bij de start van de tweede lockdown wel al een arsenaal aan steunmaatregelen van de overheid klaar. De NOW, TVL, Tozo en de rest van de alfabetsoep aan regelingen zorgen (hopelijk) voor minder onzekerheid dan toen.

In het voorjaar sloten ook veel winkels tijdelijk de deuren. Dat is deze keer niet gebeurd en dat scheelt nogal. De detailhandel is goed voor bijna 4% van het bruto binnenlands product. Dat is meer dan de sectoren horeca, luchtvervoer en sport en recreatie bij elkaar opgeteld.

Nog een lichtpuntje? De scholen zijn nog open. In het voorjaar gingen ze dicht, waardoor ouders niet konden werken, of in geval van thuiswerk zich niet konden concentreren. Er zijn nog geen harde cijfers over de omvang van dit effect, maar uit eerdere epidemieën weten we dat schoolsluiting een flinke hap uit de economie kan nemen.

Dat doen we tijdens de tweede golf dus allemaal een stuk intelligenter. Maar misschien zijn er ook zaken die juist de crisis verergeren. Het feit dat veel bedrijven aan het einde van hun latijn zijn, bijvoorbeeld. Een klein duwtje is nu misschien wel genoeg om ze om te laten vallen. Als die dan failliet gaan, zal blijken dat ze tijdens de eerste lockdown volgeladen zijn met schuld. Vooral schuld aan de belastingdienst die gul was met het geven van uitstel. De kans dat er uit de failliete boedel nog iets over blijft voor andere schuldeisers zal daarom kleiner zijn dan normaal, want de belastingdienst staat als crediteur voor aan de rij. Zo kan een enkel faillissement leiden tot grote problemen bij andere bedrijven in de keten.

Natuurlijk weet niemand hoe lang deze tweede golf gaat duren. Wellicht worden de maatregelen van het kabinet toch weer veel strenger. Het is dus nog veel te vroeg om de balans op te maken. Maar tot zo ver lijkt de economische schade mee te vallen.

(FD)

VVD ontdekt de middenklasse. Alweer

Brekend nieuws: Ajax gaat het helemaal anders doen en zal voortaan via technisch aanvalsspel zoveel mogelijk doelpunten proberen te scoren. Tijdens een persconferentie heeft ASML een totale metamorfose aangekondigd: vanaf nu gaat men de allerbeste chipmachines bouwen. En op dezelfde dag gooit de VVD het roer totaal om en belooft voortaan voor de middeninkomens op te komen.

Vertrekkend fractievoorzitter Klaas Dijkhoff heeft het over ‘een nieuw tijdperk’ waarin de middenklasse centraal wordt gezet. Want ‘de overheid kan zich niet permitteren de brede middengroep te negeren’. Wat een transformatie!

Maar de VVD bekeert zich tot het eigen geloof. Want de middenklasse was natuurlijk altijd al de groep waarop de partij zich richt. Hans Wiegel omarmde de middeninkomens eind jaren zeventig, Bolkestein deed dat in de jaren negentig en ook volgens Rutte is zijn partij er in eerste plaats voor de ‘normale, hardwerkende middenklasse’.

‘De VVD bekeert zich tot het eigen geloof. Want de middenklasse was natuurlijk altijd al de groep waarop de partij zich richt’

Net als de bij andere partijen. De PvdA heeft zich – zeker sinds Wim Kok – telkens op de middeninkomens gericht. Toen Lodewijk Asscher in 2015 de Drees-lezing mocht geven, ging die over de waarde van de middenklasse. Ook het CDA richtte zich altijd op deze groep. Begin 2019 nog speechte Wopke Hoekstra over de ‘vergeten middenklasse’, die meer aandacht zou verdienen.

De politieke partijen in Nederland hebben de middenklasse dus altijd middenin het vizier gehad. Bij elke verkiezing voeren ze het versleten toneelstukje op waarin ze deze ‘vergeten groep’ voor het eerst, als enige partij ontdekken.

Ongeloofwaardig maar logisch. Want de middenklasse, dat is waar de kiezers zitten. In bijna geen land is de groep zo groot als hier. Het Amerikaanse Pew Research berekende dat 79% van de Nederlanders een inkomen heeft dat ligt tussen tweederde van het mediane inkomen en het dubbele daarvan. Daarmee kwamen wij op plaats drie, net achter Noorwegen en Denemarken. En anders dan in die twee landen vertoont de Nederlandse middenklasse een gezonde groei.

Juist door de onafgebroken aandacht van de politiek heeft de middenklasse het hier verrassend goed gedaan. Uit onderzoek blijkt telkens weer dat onze middenklasse niet vergeten is en niet het onderspit delft. De middengroep kalft niet af, concludeerde de WRR in 2017. Berichten daarover deden de onderzoekers af als ‘alarmistisch’.

Maar feiten tellen niet vaak in de politiek. Dus zijn de middeninkomens ook deze verkiezingscampagne weer de zielenpoten en schieten politici van links en rechts toe om hen te helpen.

(FD)

We hebben V-vormig herstel en doen het beter dan de meeste andere landen

Als koeien die na een winter in de stal eindelijk weer de wei in mogen. Zo enthousiast dansten en sprongen de Nederlandse consumenten na de vorige lockdown de winkels weer in. Kijk eens wat een groen gras! Proef die lekkere paardenbloemen. En wat gezellig om elkaar allemaal weer eens te zien in hier buiten!

De consumptie knalde omhoog deze zomer. In het derde kwartaal gaven consumenten maar liefst 9,4% meer uit dan een kwartaal eerder, zo meldde het Centraal Bureau voor de Statistiek vrijdag. De omzet in de detailhandel groeide sterker dan ooit. Daarmee zijn de bestedingen nog niet terug op het niveau van voor de coronacrisis, maar van de ruim 12,5% krimp op jaarbasis uit het tweede kwartaal is nu een kleine twee derde goedgemaakt.

De Nederlandse consument leverde zo de belangrijkste bijdrage aan de opmerkelijke opleving van de economie, deze zomer. Na een krimp van 1,5% in het eerste kwartaal en een dramatische terugval van 8,5% in het tweede, krabbelde de economie in het derde kwartaal weer op en groeide met 7,7%. Meer dan de helft daarvan werd veroorzaakt door de stijgende consumptie.

Dit is het V-vormige herstel waar economen tijdens de lockdown van droomden, maar nauwelijks op durfden te hopen. Een scherpe val omlaag, gevolgd door een bijna even grote sprong omhoog. De economie is nog altijd een paar procent kleiner dan voor de crisis, maar de kracht van het herstel is groter dan gedacht.

Nederland doet het ook beter dan de meeste andere landen. Onze dip in het voorjaar was minder diep en ons herstel in de zomer juist sterker. Per saldo bedraagt de krimp in de eerste drie kwartalen 2,9%. Dat is net wat beter dan de krimp in de Verenigde Staten, waar de dip net zo diep was, maar het herstel iets vlakker. Het eurogebied als geheel kromp een stuk meer tijdens de lockdown, herstelde ook snel, maar bleef toch ruim achter bij Nederland. De economie van het Verenigd Koninkrijk komt hierbij niet in de buurt. De Britten staan nog altijd op een min van ruim 9%, ongeveer gelijk aan die in Spanje.

Opvallend is dat binnen Europa landen met een zeer verschillend lockdownregime na drie kwartalen toch ongeveer gelijk uitkomen. In Denemarken ging de boel flink op slot en bleef de besmettingsgraad redelijk onder controle, terwijl in Zweden juist werd geëxperimenteerd met veel vrijheid voor de burger, met een flinke epidemie als gevolg. Toch staan beide landen na drie kwartalen ongeveer gelijk met een min van (bijna) 4%.

En die 4% is dan weer gelijk aan de krimp in Frankrijk, dat zowel een zware lockdown als een forse coronabesmetting had. Een combinatie van het slechtste van Zweden en het slechtste van Denemarken, maar voor de economie uiteindelijk toch min of meer dezelfde uitslag. En Duitsland had zowel een mildere lockdown als epidemie dan Frankrijk, maar kromp juist (iets) meer. Wie snapt het nog?

We moeten dus niet al te grote conclusies verbinden aan het feit dat Nederland er na drie kwartalen relatief gunstig voor staat. Zeker niet nu het erop lijkt dat we tijdens de tweede golf hard worden geraakt. Maar een paar suggesties zou ik toch wel willen doen.

Want misschien laten de cijfers zien dat Nederland deze lente toch een nette balans heeft weten te vinden tussen gezondheid en economie. De lockdown was niet al te zwaar, dus de economie kon het overleven. En wellicht zien we nu ook het effect van de ruime steunmaatregelen. Het kabinet pakte stevig uit met een pakket dat al minstens €34 miljard heeft gekost. Bedrijven overleefden, werknemers behielden hun baan en inkomen, dus toen de economie weer openging, kon het herstel meteen beginnen. Het steunpakket deed precies z’n werk.

Er zit echter ook een andere, zwartere kant aan het verhaal. We groeiden deze zomer weer omdat veel consumenten deden alsof het virus niet meer bestond. De koeien dansten in de wei, maar waren nog steeds besmettelijk. Is de opleving van het coronavirus dit najaar de prijs die we betalen voor de economische opleving van deze zomer? Waren we beter af geweest met wat minder groei en wat meer voorzichtigheid?

Nee, ik weet het antwoord niet. Maar het feestje over de mooie groeicijfers moeten we wat mij betreft nog even uitstellen.

Gedeeltelijke lockdown, gedeeltelijke crisis?

De tweede golf kwam toch. De maatschappij moest weer ‘gedeeltelijk’ op slot en de grendel werd telkens nog een beetje verder dichtgeschoven.

Bedrijven die de eerste golf en de ‘intelligente’ lockdown nog konden overleven, komen nu in doodsnood. Banken die in het voorjaar nog automatisch uitstel van betaling gaven, worden een stuk kritischer. Het aantal faillissementen zal oplopen, net als de werkloosheid.

Dat klinkt allemaal niet best. Wordt dit de genadeklap voor de economie? Zou kunnen, maar ik houd hoop. Uitgaande van de huidige situatie, zijn er ook veel zaken die een stuk beter gaan dan in het rampzalige tweede kwartaal.

Bijvoorbeeld het feit dat juist in Nederland de tweede golf zo heftig is. We waren (met België en Tsjechië) zelfs even de coronahotspot van de wereld. Dat is natuurlijk niets om trots op te zijn, maar het betekent wel dat onze internationaal opererende bedrijven in de industrie en handel, ditmaal minder last hebben. De inkoopmanagersindex voor de industrie bleef in november in het groen. Die voor het eurogebied als geheel belandde deze maand zelfs op het hoogste peil in ruim twee jaar – vooral door een sprong omhoog in Duitsland.

‘Zodra de scholen dicht gaan, begint de economische schade echt.’

Belangrijk daarbij is dat de Chinese economie weer aardig op gang is gekomen. Tijdens de eerste golf stokte de productie en het transport van onderdelen naar Europa, waardoor bedrijven hier niet konden produceren. Die aanbodschok lijkt nu te ontbreken.

Wat gaat er nog meer beter dan in het tweede kwartaal? De winkels blijven tot nu toe open – of in elk geval tot acht uur ’s avonds, waardoor de consumptie grotendeels door kan gaan. Je kunt nog gewoon naar de Bijenkorf en naar Ikea (graag wel met een mondkapje op). Het enorme stuwmeer aan besparingen dat in het voorjaar ontstond, kan blijven leeglopen.

Ook de scholen zijn open, en het lijkt erop dat het kabinet dat tegen bijna elke prijs zo zal willen houden. Terecht, want schoolsluitingen zijn niet alleen rampzalig voor de ontwikkeling van kinderen, maar ook nog eens buitengewoon slecht voor de economie. Als de kinderen thuis zijn, kunnen ouders niet of nauwelijks werken. Wie voor zijn werk op pad moet, blijft thuis om op te passen. En thuiswerkers worden klassenassistent en krijgen geen werk meer gedaan. We wisten het al uit economische onderzoek naar bijvoorbeeld sars in Azië: zodra de scholen dicht gaan, begint de economische schade echt.

Faillissementen, werkloosheid en andere ellende, we krijgen het heus wel over ons heen. Maar zo hard als de klap in het tweede kwartaal was, wordt ‘ie in het vierde kwartaal hopelijk niet. Vingers gekruist.

(FD)

journalist en econoom