NOW is verleden tijd

Na de lockdown komt de recessie. Dat is geen voorspelling maar een zekerheid. Hoe diep die recessie wordt en hoe langdurig, weten we nog niet. Maar na 23 kwartalen van ononderbroken groei (sinds 2014), zitten we weer in een periode van krimp.

Wat moet de overheid ook alweer doen in tijden van recessie? Die kennis is misschien wat weggezakt. Moeten we faillissementen verbieden? Is massale staatsteun voor alle verlieslijdende bedrijven het antwoord? Moeten er baangaranties worden geëist en extra hoge ontslagkosten worden opgelegd? Allemaal niet, natuurlijk. De gevolgen van een recessie zijn niet te voorkomen, ze kunnen hoogstens worden verzacht.

De overheid kan tijdens een recessie een beetje tegen de wind in hangen. Zorg voor inkomensondersteuning voor mensen die hun baan verliezen, help werklozen bij het vinden van een nieuw werk via een transparante banenmarkt en flinke opleidingsbudgetten. Geef garanties voor bedrijven in problemen zodat ze kunnen blijven lenen en investeren. Ga niet meteen bezuinigen, maar laat het begrotingstekort oplopen.

Een recessie is een periode van verandering, waarin bedrijven verdwijnen, sectoren worden opgeschud en carrières een onverwachte wending nemen. De overheid moet die veranderingen niet proberen te stoppen, maar mag ze wel begeleiden.

Daarom zal het beleid tijdens de recessie heel anders moeten zijn dan tijdens de lockdown. Toen de economie gedeeltelijk stil werd gelegd, was juist alles er op gericht om verandering tegen te gaan. Faillissementen en massaontslag moesten worden voorkomen, zodat de economie met de minst mogelijke schade door de stilteperiode kon worden geloosd. Na de lockdown zouden we dan gewoon weer aan de slag kunnen gaan. Vooral de NOW-regeling was daarop gericht: werknemers zonder werk, konden toch hun baan behouden. De zaak werd gefixeerd.

Het lijkt erop dat dit een verstandige strategie is geweest. Nu de coronamaatregelen worden versoepeld, blijken veel bedrijven weer op te kunnen starten. Winkels gaan weer open en de kappers ontvangen weer klanten.

Maar nu komt de recessie, en is ander beleid nodig. We gaan van ‘mitigation’ naar ‘containment’, zou het RIVM zeggen. Het gaat niet meer simpelweg om voorkomen van ontslag maar om het verzachten van de gevolgen en helpen bij vinden van nieuw werk. Dit soort recessiebeleid gaat gepaard met harde keuzes, en is dus automatisch omstreden en politiek. Dat het tijdens het uitdenken van het volgende crisispakket al meteen begint te rommelen in Den Haag, is daarom logisch.

FD