Hanzeland is de nieuwe politieke factor in Europa, maar de economische banden kunnen strakker

De ene dag ben je nog gewoon premier van een relatief klein EU-land. De volgende dag word je wakker als keizer van een groot Europees rijk. Je hebt geen 17 miljoen, maar ruim 49 miljoen onderdanen. Je rijk beslaat 2300 kilometer van noord naar zuid, en 2500 kilometer van oost naar west. Van Kiruna in het noorden van Zweden, tot Klein-Kuttingen in de zuidelijke heuvels van Limburg. Van het Letse Zilupe aan de grens met Rusland, tot de kliffen van het Ierse Dún Chaoin aan de rand van de oceaan.

Acht landen vormen samen het nieuwe rijk, de nieuwe machtsfactor in Europa: Nederland, Denemarken, Zweden, Finland, Ierland, Estland, Letland en Litouwen. Het lijkt op het eerste gezicht een toevallig samengeraapt stel landen. Met Nederland als founding father van de EU, Ierland en Denemarken die er in 1973 bij kwamen, Zweden en Finland die zich in 1995 aansloten en de drie Baltische staten die pas in 2004 EU-lid werden. Zes landen gebruiken de euro, twee hebben nog hun eigen munt. Het is bovendien een versnipperd rijk. Sommige van de acht landen delen zelfs geen enkele landgrens met een van de andere.

Kunnen we het dan wel een rijk noemen? Eigenlijk niet. En dus is Mark Rutte, de premier van het grootste landsdeel, qua aantal inwoners, misschien ook geen keizer. Maar de Nederlandse premier is wel de bedenker van deze nieuwe coalitie van Europese landen. Bij het vertrek van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie verliest Nederland een liberale bondgenoot in Brussel. Om te voorkomen dat de Duits-Franse as dan vrij spel krijgt in de discussie over de toekomst van Europa, waren nieuwe bondgenoten nodig. Dus reisde Rutte af naar de noordelijke hoofdsteden om een nieuwe liberale en opbouwend-eurosceptische coalitie te smeden.

Met z’n achten stuurden deze landen vorige maand een brief naar Brussel, waarin ze hun gezamenlijke visie op de toekomst van de Europese Unie uiteenzetten. De groep dringt aan op het naar de letter volgen van de begrotingsregels, het complementeren van de bankenunie en schaart zich achter het idee van een Europees Monetair Fonds dat landen kan assisteren bij het afwikkelen van onhoudbare schuld. Van een transferunie, waarin landen elkaar redden, wil de noordelijke coalitie niets weten. Van structurele hervormingen des te meer.

Het kan de historicus Rutte niet ontgaan zijn dat zijn nieuwe vriendengroep een laat-middeleeuws precedent heeft. Want afgezien van Ierland lijkt het gebied verdacht veel op het oude Hanzeverbond uit de veertiende en vijftiende eeuw. Steden rond de Noord- en Oostzee maakten toen handelsafspraken, waardoor de handel floreerde, van Brugge tot Riga. Volgens sommige historici was het in deze Hanzesteden dat het moderne Europa ontstond.

Toentertijd deden ook steden mee in wat nu België, Duitsland en Polen is. Daar moet de huidige noordelijke samenwerking het (vooralsnog) zonder doen. Maar het grootste deel van het oude Hanzeverbond is vertegenwoordigd.

Hanzeland lijkt me daarom een goede naam voor de nieuwe machtsfactor binnen de EU. De acht lidstaten hebben een gezamenlijk bruto binnenlands product van €2110 mrd. Dat is bijna 14% van de hele EU-economie en na het vertrek van de Britten zelfs ruim 16%. Hanzeland is dan de op twee na grootste economie van de EU, net achter Frankrijk. Een machtsfactor van belang.

De begrotingscijfers van Hanzeland zijn keurig. Alle overheden samen komen per saldo zelfs op een klein overschot uit. De staatsschuld bedraagt slechts 54% van het bbp. Vandaar dat men ook zonder veel moeite een gezamenlijke EMU-visie kon ontwikkelen.

Maar de economische banden kunnen nog wel wat strakker binnen het verbond. Nog geen 10% van de Europese export van Nederland gaat naar Hanzeland. Voor de import is dat percentage nog lager. Ook gaat slechts 9,7% van de Europese investeringen van Nederland naar onze nieuwe bondgenoten.

Tijdens Rutte’s volgende reis langs de Noord- en Oostzee moet hij maar een handelsmissie meenemen.