Geef jongeren stemrecht

Ruim 26.000 Nederlanders mogen morgen geen stem uitbrengen voor Provinciale Staten. De provincies waarin zij wonen, Friesland en Zeeland, hadden graag een stempas gestuurd, maar de minister van Binnenlandse Zaken, Kajsa Ollongren, zei nee tegen dat verzoek.

Van hun stem is voor de samenleving geen positief gevolg te verwachten, oordeelde de minister eind vorig jaar. De reden: de 26.000 zijn te jong. Ze zijn zestien en zeventien jaar oud en hebben om dat simpele feit geen stemrecht. Voor heel Nederland gaat het om ruim 400.000 jongeren.

Is dat jammer? Ja, dat denk ik wel. De stemgerechtigde leeftijd moet wat mij betreft met twee jaar omlaag. Niet alleen omdat zestienjarigen ook al mogen werken en scooter rijden, zoals sommige jongerenpartijen betogen. (Ze mogen trouwens nog veel meer).  Maar om het evenwicht tussen jong en oud in onze samenleving een klein beetje te herstellen. Want jongeren zijn zwaar in de minderheid en hun stem wordt daardoor al minder gehoord.

‘Voor de verworven rechten van ouderen wordt veel harder gevochten dan voor kansen voor jongeren’

Volgens cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek is ruim de helft van de stemgerechtigden bij deze verkiezingen boven de vijftig jaar. Een kwart is 65-plusser. Slechts 18% van de potentiële kiezers is onder de dertig. De komende jaren zullen de verhoudingen nog schever worden. Grijs is machtiger dan groen en dat heeft directe politieke gevolgen. Ons parlement begint nu al meer op de FNV te lijken. Voor de verworven rechten van ouderen wordt veel harder gevochten dan voor eerlijke kansen voor jongeren.

De ‘vervakbondisering’ van de politiek heeft zelfs GroenLinks in de greep. Nota bene samen met 50Plus deed de partij een voorstel om pensioenfondsen twee jaar extra de tijd te geven om hun zaakjes weer op orde te krijgen. De vijf jaar die daar wettelijk voor staat, is blijkbaar niet voldoende.

In ruil daarvoor hoeven de pensioenfondsen niets te doen. Modernisering van het stelsel is niet nodig. En ook de vakbonden hoeven hun strijd om voor de huidige ouderen de pensioenleeftijd op 66 jaar te houden niet op te geven.

Het uitstel is een cadeautje waarvoor jongeren potentieel opdraaien. De Raad van State veegde daarom deze week de vloer aan met het voorstel. Uitstel is niet verantwoord, vindt de Raad, die verder fijntjes opmerkt dat er voor een houdbaar pensioenstelsel ‘maatregelen nodig zijn die nog veel ingrijpender zijn dan de maatregelen waarvan nu uitstel wordt voorgesteld.’

Maar de Raad van State kan slechts adviseren. Zonder de electorale macht van het getal zullen jongeren in ons vergrijzende land telkens het onderspit delven. Geef ze gewoon een stempas. Waar zijn we bang voor?

(FD)