Alle berichten van Mathijs

Amerikaanse griezelgrafiek voor Nederland veel minder eng

Over deze grafiek maakte Amerikaanse commentatoren zich de afgelopen dagen bijzonder druk. “Your Scary-Ass Chart of the Day”, noemde blogger Ed Driscoll de grafiek. En inderdaad: eng is het.

labor-force-dropouts-drive-lower-unemployment-rate-1-10-14

Wat zien we? De blauwe lijn is het werkloosheidspercentage van de VS. Dat is het aantal mensen dat op zoek is naar werk, als percentage van de totale beroepsbevolking. De werkloosheid neemt gestaag af. Afgelopen vrijdag meldde de Bureau of Labor Statistics dat de werkloosheid in december is gedaald naar 6,7 procent.  

De rode lijn laat zien dat de Amerikanen daar niet al te blij mee kunnen zijn. De werkloosheid daalt vooral omdat steeds minder mensen zoeken naar werk, niet omdat steeds meer mensen werk vinden. De participatiegraad (dat is: het aantal mensen dat werkt of werk zoekt, als percentage van de totale bevolking tussen 15 en 65 jaar), daalt al een aantal jaar. Werkzoekenden geven het op. Er is toch geen werk. (Andere mogelijke redenen voor de dalende participatiegraad worden hier besproken)

Uitgaande van de participatiegraad van juni 2009, zo laat de rode lijn zien, is de werkloosheid helemaal niet gedaald, maar rond de 11 procent blijven hangen. Niks herstel.

Hoe zit dat in Nederland? Bij ons daalt de werkloosheid pas een paar maanden, en ook hier schreven de kranten over ‘ontmoedigde werklozen’ die zich moedeloos het zoeken opgeven. Maar toch is de situatie in Nederland heel anders dan in de VS.

Hieronder de Scary-Ass-grafiek voor Nederland. Bij ons loopt de blauwe lijn de afgelopen twee jaar juist boven de rode lijn. Met andere woorden: uitgaande van de participatiegraad van juni 2009 is de werkloosheid lager dan het officiële percentage.

Schermafbeelding 2014-04-21 om 14.41.46

Een goed deel van de werkloosheidsstijging in Nederland komt doordat een al groter deel van de Nederlanders wil werken. Nederlanders zijn tijdens de crisis per niet ontmoedigd, maar per saldo ‘bemoedigd’ om aan het werk te gaan. (ik schreef daar eerder dit over).

Ons Scary-Ass-werkloosheidspercentage bedraagt nu 7,5%. Dat is ruim drie procentpunten minder dan in de VS!

Het eurogebied als geheel lijkt wat dit betreft meer op Nederland dan op de VS. Uit de grafieken op pagina 5 en 6 van deze OECD-publicatie blijkt dat in het eurogebied de niet-participatie is afgenomen, terwijl die in de VS juist is toegenomen.

Zowel duiven als haviken winnen bij negatieve rente

Duif-havik-ecb-fed-340- (1)

Commerciële banken kregen van de ECB al voor duizend miljard euro aan 3-jaars leningen. En de Europese Centrale Bank belooft in geval van nood obligaties op te kopen om rentestanden laag te houden.

Maar toch blijft geldgroei in het eurogebied gering, is de inflatie zorgelijk veel lager dan de 2 procent waarop de centrale bank mikt, neemt de liquiditeit in het financiële systeem gevaarlijk snel af en krijgen bedrijven al minder krediet.

Negatieve spaarrente

ECB-president Mario Draghi heeft nog een aantal maatregelen achter de hand. Een daarvan is het verder verlagen van de depositorente. Dat is de ‘spaarrente’ die banken ontvangen als ze geld stallen bij de ECB. De depositorente was in 2008 nog 3 procent, maar staat na de verlagingen van de afgelopen jaren inmiddels op nul procent. Kan dat nog lager?

Jawel, de ECB zou de depositorente negatief kunnen maken. Met een spaarrente van bijvoorbeeld -0,1 procent moeten banken betalen voor het stallen van hun geld bij de ECB. De depositorente wordt dan een soort bewaarvergoeding. Of anders gezegd: een straf op het inactief houden van euro’s.

Negatieve spaarrente klinkt behoorlijk onorthodox. En dat is het ook. Alleen Denemarken heeft er de afgelopen jaren mee geëxperimenteerd, in een poging om de koppeling van de Deense kroon aan de euro in stand te houden. (Meer over het Deense experiment hier (pdf)).

Kredietverlening omhoog

Maar toch overweegt de ECB deze stap serieus. Bij een negatieve deposito-rente wordt het voor banken kostbaar om geld stil weg te leggen bij de ECB. In theorie zullen ze er een andere bestemming voor zoeken: bijvoorbeeld uitlenen aan bedrijven met investeringsplannen of aan burgers die een huis willen kopen. De kredietverlening groeit en de Europese economie krijgt weer wat lucht.

Bovendien zou negatieve depositorente de euro wat goedkoper kunnen maken. Toen in november bleek dat de ECB-bestuurders deze maatregel serieus bespraken, knalde de eurokoers omlaag. Een goedkopere euro maakt Europese export goedkoper en kan zo de economische groei aanzwengelen.

De duiven in de bestuursraad van de ECB (lees: de zuidelijke bankpresidenten) zullen daarom een voorstel om de depositorente negatief te maken, van harte steunen. Zij vinden dat de centrale bank meer onorthodox beleid moet inzetten om de economie te stimuleren en deflatie te voorkomen.

Gratis geldpakhuis

Maar – en dat gebeurt niet vaak – ook de haviken (Duitsland,  Nederland, Finland) zouden de maatregel toejuichen. Niet omdat negatieve depositorente onorthodox is, maar juist omdat het een terugkeer naar ‘normaal’ met zich meebrengt.

Sinds de ECB in november de repo-rente die banken moeten betalen als ze geld lenen, verlaagde, is het verschil tussen de leen- en spaarrente nog maar een kwart procentpunt. Dat leidt tot de onnatuurlijke situatie dat banken de ECB als een vrijwel gratis geldpakhuis  beschouwen. Leen een paar miljard teveel, stort een paar miljard terug, het kost toch bijna niks. De kluis van de ECB is de flexibele buffer van de Europese bankensector geworden.

Onder normale omstandigheden, zouden banken die dienst inkopen bij andere banken. Voor de crisis gebruikten ze elkaar als pakhuis en buffer, door op de interbancaire geldmarkt aan en van elkaar te lenen en daarbij marktrentes te betalen.

Op bezoek bij de Tweede Kamer, praten over de WW

Afgelopen maandag mocht ik langswippen bij een rondetafelgesprek van de vaste Kamercommissie SZW. Het ging over hervorming van de WW. 

Of ik van tevoren alvast een standpunt op papier kon zetten. Met alle plezier. Ik stuurde onderstaand stukje op:

Inbreng Mathijs Bouman, Ronde Tafelgesprek WW, Ontslag en Flexibiliteit

2 september 2013

1. Hervorming van de WW is geen crisismaatregel. Het heeft alleen zin als de doelstelling van zo’n hervorming is om de arbeidsmarkt op middellange en lange termijn beter te laten werken.  De discussie of  het nu, terwijl Nederland net opkrabbelt uit een recessie, het juiste of verkeerde moment is om de WW te hervormen is wat mij betreft niet zo interessant. Kort gezegd: nee, het is nu geen goed moment omdat de baankansen van WW-ers relatief gering zijn; ja, het is nu wel een goed moment omdat de politiek alleen in zware tijden in staat is om onpopulaire maatregelen te nemen. 

2. Bij hervorming van de WW wordt in de eerste plaats gekeken naar de verkorting van de maximale duur. Dat lijkt me een logische keuze, omdat uit onderzoek blijkt dat de periode van werkloosheid langer is naarmate de uitkeringsduur langer is. WW is onder meer bedoeld om werklozen de tijd en financiële armslag te geven om naar een baan te zoeken op het eigen niveau.  Dat is goed voor hen en voor de maatschappij. Maar bij te lange uitkeringsduur zorgt de WW er juist voor dat het tegendeel gebeurt: mensen verliezen aansluiting op de arbeidsmarkt.

3. In dat laatste geval wordt de WW slechts een vorm van inkomensbescherming. Maar als dat het doel is, dan is de uitkeringsduur juist te kort, want men zal er in de meeste gevallen de AOW-leeftijd niet mee halen.

4. Een korte, gulle WW-uitkering past m.i. het best bij arbeidsmarkt van de toekomst. Wie zijn baan verliest krijgt ruimte om op zoek te gaan naar een nieuwe match met een werkgever. (Of zelfstandig ondernemer te worden). Maar de duidelijke eindigheid van de gulle uitkering houdt de vaart in het zoekproces en voorkomt dat men onrealistisch eisen stelt aan de nieuwe baan.

5. Maar bij de arbeidsmarkt van de toekomst hoort meer dan een korte, gulle werkloosheidsuitkering. Hervorming van de WW moet m.i. onderdeel zijn van het grotere project van modernisering van de arbeidsmarkt. Met name voor oudere werknemers en werklozen is alleen de WW-duur verminderen onzinnig. Tegelijkertijd zullen we het ontslagrecht moeten versoepelen (zodat ook oudere outsiders een kans krijgen), demotie toestaan en bevorderen (zodat zij zich kunnen aanbieden tegen marktconform loon), levenslang leren op orde krijgen (zodat zij de juiste kennis en vaardigheden hebben) en de sollicitatieplicht strenger maken en beter handhaven.

 

Geld maakt wel gelukkig

Maak carrière tot je 75.000 dollar (55.000 euro) per jaar verdient. Daarna heeft alle moeite om hoger op te komen geen zin meer. Je wordt er misschien wel rijker van, maar niet gelukkiger.

Dat beweerden twee economen van Princeton in 2010. Later stelden andere onderzoekers het bedrag naar beneden bij: boven 50.000 dollar, gaf extra inkomen al geen extra geluk meer. Deze uitkomsten leken te bevestigen wat de Amerikaanse econoom Richard Easterlin in 1974 al vermoedde: voor wie al enigszins in goede doen is, wordt van meer inkomen niet gelukkiger. Geld maakt niet gelukkig. De Easterlin-paradox was geboren.

Misschien dat extra inkomen even een geluksgevoel geeft. Van het eerste loonstrookje met het hogere bedrag word je blij. Bij het tweede ben je al blasé en weer net zo gelukkig of ongelukkig als voor de opslag.
En wie meer verdient dan zijn buurman, krijgt daar ook een tevreden gevoel van. Mensen meten hun welvaart af aan die van anderen. Van een hoog relatief inkomen word je gelukkig, van een hoog inkomen in absolute termen niet.

Die conclusie had en heeft grote gevolgen voor de economische doelstellingen van een land. Groei van het bruto binnenlands product zorgt maar even voor een tevreden bevolking. Zodra iedereen gewend is, zijn we weer terug bij af. De mensheid als geheel wordt er niet gelukkiger van. Steeds meer groei nastreven heeft geen zin.

De ‘economie van het genoeg’ is veel zinvoller dan de eeuwig groeiende economie die bij het kapitalistische systeem hoort. Geen wonder dat de Easterlin-paradox vooral door politiek links enthousiast werd omarmd.

Maar klopt de bewering wel? Maakt relatief inkomen gelukkig, en absoluut inkomen niet? Drie economen van de universiteiten van Pennsylvania en Michigan zette alle gegevens nog eens op een rij. In een onlangs verschenen onderzoek komen ze tot een duidelijke conclusie: de paradox van Easterlin bestaat niet.

Rijk is gelukkiger dan arm, en rijker is nog gelukkiger. Rijkst is het allergelukkigst. Er is geen niveau waarbij extra geld niet gelukkiger meer maakt. Ook boven de halve ton maakt meer inkomen je langdurig blij. En het maakt daarbij niet uit wat de buurman verdient.

De onderzoekers bekeken welk geluksniveau inwoners van arme en rijke landen rapporteren. Als Easterlin gelijk had, zou er niet zoveel verschil moeten zijn, zolang er binnen de landen maar ongeveer dezelfde relatieve inkomensverschillen zijn.

Maar de werkelijkheid is veel simpeler: in rijke landen voelen de inwoners zich gelukkiger. In arme landen voelen zij zich ellendig.

Er is bovendien geen bewijs dat naarmate landen rijker worden de invloed van geld op geluk afneemt. Tien procent meer inkomen in een arm land levert ongeveer dezelfde gelukswinst op als in een rijk land.

Hetzelfde geldt voor arme en rijke mensen binnen hetzelfde land: tevredenheid met het leven neemt toe naarmate een inwoner rijker is. Dat verband stopt niet als een bepaald inkomensniveau is bereikt. Stinkend rijke inwoners zijn gemiddeld gelukkiger dan ‘gewoon’ rijke inwoners.

De onderzoekers schrijven: “We zien niets dat wijst op verzadiging. Net als bij de vergelijking tussen landen, is er bij het verband tussen welbehagen en inkomen geen teken van afvlakking bij hogere inkomens.”

Ten slotte bekijken de economen wat er gebeurt als het inkomen stijgt over een langere periode. Zorgt economische groei voor een gelukkigere bevolking?

Jazeker, is de conclusie. In de meeste landen worden de inwoners gelukkiger naarmate het inkomen stijgt. En alweer is er geen teken van afzwakking van dat effect bij hogere inkomen.

Ook voor Nederland vinden ze een duidelijke positieve relatie. Net als bij zeven andere onderzochte Europese landen. Alleen in België lijkt er geen verband te zijn: het land wordt rijker, maar de bevolking niet gelukkiger.

Voorzichtig geformuleerd moet de conclusie daarom luiden: Geld maakt gelukkig. Behalve in België.

(verscheen eerder bij Z24)

Maximale werkloosheid

Econoom Paul Tang wil lijsttrekker worden voor de PvdA bij de komende Europese verkiezingen. Hij voert campagne met een opvallend voorstel.

Behalve inflatie van maximaal 2% en een begrotingstekort minder dan 3%, zou er nog een streefpercentage in Europa moeten gelden: werkloosheid van minder dan 7%.

Europese politici moeten daar op mikken, en ook de Europese Centrale Bank zou de werkloosheid onder de 7% moeten houden, zo schreef de econoom vorige week op deze pagina.

Goed hoor, een econoom die bereid is het politieke handwerk te beoefenen. En ook mooi dat Tang geen campagne voert voor meer of juist minder Europa, maar strijdt voor een echt inhoudelijk beleidspunt. Wát Europa moet doen, is immers interessanter dan hoeveel Europa moet doen.

Tot zover mijn bijval voor — ik zeg het er maar bij — mijn oud-collega Tang. Moet de ECB een expliciet werkloosheidsdoel formuleren? Nee, dat lijkt me onnodig. En onzinnig. En onverstandig.

Onnodig, omdat de ECB zich nu ook al moet richten op werkgelegenheid. In Artikel 127 van het EU-verdrag staat dat de ECB ‘onverminderd het doel van prijsstabiliteit’ moet helpen om de doelstellingen van de EU te verwezenlijken. Die doelstellingen staan in Artikel 3. Een daarvan luidt: een economie die gericht is op volledige werkgelegenheid.

De ECB mag en moet nu dus al tegen werkloosheid strijden, mits de inflatie niet te hoog is. De volgorde is: eerst de inflatie bestrijden, dan de werkloosheid. Wat dus niet mag, is de inflatie ver laten oplopen, in de hoop dat tegelijkertijd de werkloosheid daalt. Maar wie wil dat?

Een exact streefpercentage voor de werkloosheid staat, anders dan voor inflatie, niet in de taakomschrijving van de centrale bank. Maar dat zou ook onzinnig zijn. Met een inflatieplafond van 2% stuurt de ECB de verwachtingen van burgers en bedrijven. Als iedereen 2% inflatie verwacht, blijven de looneisen en prijsverhogingen automatisch binnen de perken.

Van een expliciet werkloosheidsdoel gaat niet zo’n direct effect uit. Niemand krijgt een baan omdat de ECB 7% werkloosheid de limiet vindt.

Ten slotte is het onverstandig. Een centrale bank kan helemaal niet zoveel doen aan werkloosheidsbestrijding. Men kan de rente laag houden in de hoop dat bedrijven investeren en beurskoersen stijgen. Of staatsschuld opkopen zodat de overheid goedkoop kan lenen. Maar of de werkloosheid daardoor stijgt is nog maar de vraag. Zeker als de ECB zich tegelijkertijd moet richten op de hoge werkloosheid in Spanje en de lage werkloosheid in Duitsland. Dergelijk beleid kan ook zorgen voor nieuwe zeepbellen en vervolgens nieuwe financiële crises. Het zou niet voor het eerst zijn dat goede monetaire bedoelingen leiden tot een economische ramp.

(FD)

Wat? Nieuw ECB-gebouw in top 10 duurste gebouwen ooit!

Deze week dronken de centrale bankiers pannenbier, want de het hoogste punt van de bouw werd bereikt. Een mooie gelegenheid voor de ECB om er een enthousiast persberichtje uit te gooien: “Met het nieuwe gebouw krijgt de ECB een modern en functioneel hoofdkwartier, en ik hoop dat de inwoners van Frankfurt en daarbuiten het als een verrijking van de skyline van Frankfurt en het Europese landschap zullen beschouwen.”

In de laatste alinea vermeldt het persbericht terloops dat het gebouw wel iets duurder wordt dan gedacht. Prijsstijgingen zorgen voor een tegenvaller van 200 miljoen euro, bovenop de 850 miljoen die het gebouw zou kosten. En door wat bouwblunders (te zwakke fundering, slechte staalconstructie) komt er mogelijk nog 150 miljoen bij.

Daarmee komen de totale bouwkosten uit op pakweg 1,2 miljard euro. Dat is niet mis. Ter vergelijking: de in 2010 opgeleverde Maastoren in Rotterdam, met 161 meter het hoogste gebouw van Nederland werd gebouwd voor 69 miljoen. Dat is een factor 17 minder voor een gebouw met ruim half zoveel vloeroppervlak als het nieuwe ECB hoofdkantoor.

De website The Richest People, maakte onlangs een lijst met de 10 duurste gebouwen ter wereld. Op de eerste plaatst staat het Londense The Shard, dat omgerekend 3,9 miljard dollar kostte. Het ECB-gebouw staat nog niet op de ranglijst, maar zou binnenkomen op een gedeelde zesde plaats. Met een bouwprijs van omgerekend 1,5 miljard dollar is het net zo duur als de allerhoogste wolkenkrabber ter wereld, de Burj Khalifa in Dubai.

Sommige economen vinden dat de overheid en centrale bank tijdens een recessie flink de portemonnee moeten trekken om de economie aan te zwengelen. De ECB neemt dat advies wel erg enthousiast over.

imgres

Het nieuwe ECB hoofdkantoor. Meer foto’s (en video) hier.

PvdA verdedigt afschaffen arbeidskorting voor ondernemers

Op twee in mijn lijstje met Domste Plannen van deze Verkiezingen, staat het PvdA-plan om de arbeidskorting voor ondernemers af te schaffen (en voor werknemers juist te verhogen). 

Volgens mij een dom plan, dat bovendien niet in het Verkiezingsprogramma te vinden is, maar wel in de doorrekening van de PvdA-plannen door het CPB.

De partij zelf vindt het – uiteraard – een prima voorstel. Fiscaal woordvoerder van de PvdA Ed Groot mailde mij de volgende reactie:

PvdA trots op echte ondernemers

Terwijl de VVD de lasten voor ondernemers verhoogt met een half miljard, blijft de lastenstijging bij de PvdA beperkt tot ¼ miljard euro. Voor kleinere bedrijven dalen de lasten aanzienlijk. Dat komt vooral omdat we 1,1 miljard vrijmaken voor een fiscale eigen vermogensbijtelling. Daar profiteert juist het mkb van en het stimuleert de investeringen. 

En inderdaad, we bouwen ook de arbeidskorting voor ondernemers langzaam af. Het verschil in belastingdruk tussen zelfstandigen en werknemers is namelijk zo groot geworden dat -ook volgens het Centraal Planbureau- een ongezonde trend naar fiscaal gedreven (schijn) zelfstandigheid gaande is. Dat is slecht voor de welvaart en het is oneerlijk ten opzichte van werknemers die steeds meer belasting moeten betalen. Want de schatkist moet toch gevuld.

Ondernemers houden gewoon de mkb-winstvrijstelling en de zelfstandigenaftrek en ze hebben ook meer aftrekposten dan werknemers. Zelfstandigen blijven ook bij de PvdA veel minder belasting betalen dan werknemers. Dat is terecht, want risico moet worden beloond. 

Ed Groot, fiscaal woordvoerder PvdA

 

Verkoop ABN Amro, maar doe het zonder Goldman Sachs

Schermafbeelding 2014-04-21 om 15.02.24

Als alles loopt zoals Dijsselbloem verwacht, gaat staatsbank ABN Amro in 2015 naar de beurs. In drie stappen van verkoopt de Staat telkens een derde van de aandelen.

De overheid krijgt een deel van het geld terug dat in 2008 werd uitgegeven om het Nederlandse financiële stelsel te redden. En ABN wordt weer een marktpartij die kan concurreren met andere banken. Wie weet gaat dan ook de winstopslag op de Nederlandse hypotheekrente  wat omlaag. Maar dat zal we teveel gevraagd zijn.

Financiën denkt dat ABN 15 miljard euro waard kan zijn op de beurs. Het komende jaar zal de bank besteden om zich mooi te maken voor de markt en de beursgang voor te bereiden.

Bij dat laatste zal ongetwijfeld weer de hulp in worden geroepen van de grote zakenbanken. Goldman Sachs, Morgan Stanley, JP Morgan Chase, Citi, UBS, Deutsche Bank, Barclays en al die andere investment banks zullen zich verdringen aan deze rijkst gevulde trog van het jaar.

Niet alleen zijn ze uit op de geweldige commissie van pakweg 7 procent van de aandelenwaarde. Ze azen vooral op de voorkeurspositie die ze hun eigen klanten kunnen bieden. Grote klanten van de investeringsbanken krijgen voorrang en belonen de zakenbank vervolgens met extra klandizie en klantentrouw. (Hier een mooi inkijkje in de IPO van eToys in 1999)

Waarom zou de Nederlandse staat aan dat spelletje meedoen, en geld uitdelen aan de banken die mede oorzaak waren van de crisis die ABN Amro in 2008 omver trok? Laat het Agentschap van Financiën de beursgang begeleiden en zorg dat iedereen mee kan doen.

Maak er bijvoorbeeld een ‘Dutch Auction’ van, in een openbare IPO, of ‘OpenIPO’. Iedereen mag mee bieden. De hoogste bieder wint. We beginnen bij 100 euro per aandeel en laten de prijs dalen totdat alle aandelen zijn verkocht. (lees hier meer over de OpenIPO )

Bij de beursgang van Google in 2004 werden de aandelen – tot woede van Wall Street – ook openbaar geveild (al was het veilingsysteem wel gebouwd door Morgan Stanley en Credit Suisse, die de underwriters van de IPO waren).

ABN Amro heeft ruim een jaar om zich voor te bereiden op de beursgang. Financiën heeft een jaar om een openbare, eerlijke, efficiënte en goedkope beursgang te organiseren. Moet lukken.

Iedereen een vaste baan

Fantastisch nieuws voor alle flexwerkers: vanaf 2015 hoeft u het niet meer te pikken. Stelt uw werkgever na die datum een derde tijdelijk jaarcontract voor? Dan kunt u straks met de wet in de hand keihard weigeren te tekenen.

‘Een derde contract?’ roept u verontwaardigd. ‘Werkgever, hoe haal je het in je hoofd? Weet je niet dat de minister van Sociale Zaken drie tijdelijke contracten op rij verboden heeft? In naam van de minister eis ik een vast contract!’

De werkgever slaat zijn ogen neer en weet dat hij helemaal fout zit.

Zekerheid
Schuldbewust verscheurt hij het tijdelijke contract. Hij loopt terug naar zijn kantoor en print een nieuw arbeidscontract uit, ditmaal voor onbepaalde tijd. U zet uw handtekening en u bent aangenomen. Voor altijd.

Allemaal dankzij minister Asscher en zijn Wet Werk en Zekerheid die sinds deze week bij de Raad van State ligt. De wet verbiedt drie tijdelijke contracten op rij. Volgens Asscher zijn er te grote verschillen ontstaan tussen flexwerkers en werknemers met een vaste baan. Flexwerkers moeten eerder de zekerheid van een vast contract krijgen; niet na drie, maar al na twee tijdelijke contracten.

Vast contract
Flexwerkend Nederland is uiteraard dolblij met die nieuwe zekerheid. Klein puntje van zorg is misschien dat niet bij voorbaat voor 100% zeker is dat de flexwerker na twee jaar ook echt een vast contract krijgt aangeboden. Dat mogen werkgevers in theorie nog altijd zelf weten.

Een werkgever zou in principe ook kunnen besluiten om de flexwerker na twee jaar geen vast contract aan te bieden, maar te vervangen door een andere flexwerker, die na twee jaar ook weer zijn biezen mag pakken. Als werkgevers daartoe massaal besluiten, zou de nieuwe wet de positie van de flexwerker juist verslechteren en diens kansen op de arbeidsmarkt flink doen afnemen.

Rechtspositie
Maar dat is wel erg negatief gedacht. De minister heeft het in een persbericht over verbetering van de rechtspositie van flexwerkers en over flexwerkers die eerder aanspraak kunnen maken op een vast arbeidscontract. Als de nieuwe wet in de praktijk zou betekenen dat flexwerkers voortaan na twee in plaats van drie contracten op straat komen te staan, zou minister Asscher dat heus niet zo opschrijven

Nee, er zit ongetwijfeld nog een slimmigheidje in de nieuwe wet, dat zal bewerkstelligen dat alle werkgevers hun flexwerkers straks blijmoedig na twee tijdelijke contracten een vast contract zullen aanbieden. Een regeltje waarmee de natuurlijke reactie van naar flexibiliteit smachtende ondernemers subiet wordt uitgeschakeld, waarmee de noodzaak voor bedrijven om snel op veranderingen in te kunnen spelen, permanent wordt onderdrukt en de autonome trend van steeds vluchtigere arbeidsrelaties wordt gekeerd.

Flexwerkers hoeven zich absoluut nergens zorgen om te maken.

(verscheen eerder hier)

TU Shell of Royal Dutch Delft

Hij is Nederlander, hij is ingenieur en hij studeerde aan de TU Delft. Hoe Shell wil je het hebben? Ben van Beurden wordt per 1 januari 2014 de nieuwe CEO van Royal Dutch Shell. Hij is de zesde Delftse topman, zo blijkt uit een uurtje googlen.

De eerste directeur Jean Baptiste August Kessler studeerde al aan de Polytechnische School in Delft, zoals de Technische Universiteit toen heette. Hij maakte de opleiding overigens niet af, want vertrok op z’n 23ste naar Nederlands Indië om de Koninklijke Maatschappij tot exploitatie van Petroleumbronnen in Nederlandsch-Indië te stichten.

Van zijn dertien opvolgers studeerden er vijf in Delft. (Alleen van chemisch ingenieur J.E.F. de Kok, die Shell tussen 1936 en 1947 leidde, weet ik dat niet zeker, maar het is zeer waarschijnlijk dat hij in Delft studeerde)

Van de elf Nederlandse topmannen die het bedrijf had (en straks krijgt), studeerden er slechts vijf niet in Delft.

  • Ben van Beurden (2014 – …), Chemisch ingenieur, TU Delft
  • Peter Voser (2009-2014), Bedrijfskundige, Hogeschool Zürich
  • Jeroen van der Veer (2004-2009), Werktuigbouwkundige, TU Delft
  • Phil Watts (2001-2004), Geofysicus, Leeds University
  • Mark Moody-Stuart (1997-2001), Geoloog, Cambridge
  • Cor Herkströter (1992-1997), Econoom, Erasmus Universiteit
  • Lodewijk van Wachem (1982-1992), TU Delft
  • Dirk de Bruyne (1977-1982), Econoom (waar?)
  • Gerrit Wagner (1971-1977), Jurist (waar?)
  • John Hugo Loudon (1951-1965), Jurist, Universiteit Utrecht
  • Jean Baptiste August Kessler jr (1947-1949), Electrotechniek, TU Delft
  • J.E.F. de Kok (1936-1947), Chemisch ingenieur, TU Delft*
  • Henri Deterding (1901-1936), Bankier, HBS
  • Jean Baptiste August Kessler (1890-1901), TU Delft (niet afgemaakt)

(NB: Delft heet pas sinds 1986 ‘Technische Universiteit’. Daarvoor was het ‘Technische Hogeschool’. Voor 1905 was het ‘Polytechnische School’. Meer geschiedenis hier)

*UPDATE: Jazeker, ook J.E.F. de Kok studeerde aan de TU Delft. Dat meldt Karen Collet van de Technische Universiteit. Hij studeerde af in 1908 aan wat toen nog de Polytechnische School heette.

(Er was een flinke zoektocht nodig om de bevestiging van mijn vermoeden te vinden. Uiteindelijk vond Jeroen Leuven, de secretaris van het Technologisch Gezelschap, de studievereniging van de TU, J.E.F. Kok terug in het eeuwboek van het gezelschap. Allen bedankt voor de hulp!)