Alle berichten van Mathijs

Sluiswachters met fantasie

Het investeringsfonds wordt geen echt fonds. De minister van Economische Zaken moet het allemaal nog uitwerken, maar ik verwacht (en hoop) niet dat er uiteindelijk een nieuwe pot geld komt, gevuld met tientallen miljarden aan vers geleende euro’s.

Wie dacht dat het wel een echt fonds zou worden, valt niets te verwijten. In de aanloop naar Prinsjesdag werd ook door bewindslieden gesproken over de uitgelezen kans die de huidige negatieve rente biedt. Daarmee werd op z’n minst gesuggereerd dat de Staat overwoog om nu massaal geld te lenen, dat in een fonds te storten, en vervolgens op zoek te gaan naar briljante investeringsprojecten.

‘Waar moet de minister van Financiën al die geleende miljarden stallen?’

Maar dat zou een maf idee zijn. Want waar moet de minister van Financiën al die geleende miljarden stallen? Zet hij ze gewoon op de betaalrekening van de Staat bij ING? Die bank ziet hem aankomen. Zelf betaalt ING een half procent rente bij de ECB, dus reken maar dat men dat dubbel en dwars zal doorberekenen aan de Staat. Zo kost lenen toch weer geld. Geeft hij het aan het Agentschap van zijn ministerie? Die zullen er dan staatsobligaties van inkopen. Maar zodra ze dat doen is het fonds de facto weer leeg. Geld lenen van jezelf telt niet.

Dan maar beleggen op de beurs? Het zou de schatkist veranderen in een enorm hedgefund. Beleggen met geleend geld is bepaald niet de taak van de overheid.

Dus komt er geen echt fonds, maar in het beste geval een Excel-bestand met als naam: ‘investeringsfonds.xlsx’. Daarop wordt dan bijgehouden welke investeringsprojecten zijn gestart en hoe daar, vanuit de lopende uitgaven, voor is betaald.

Het investeringsfonds is dan vooral een bureaucratisch instrument om de projecten te ‘ringfencen’ van de gewone begroting. Het zijn uitgaven waarover op een andere manier dan normaal besloten wordt. Premier Mark Rutte noemde dat op Prinsjesdag de ‘besluitsluis’. Er komen bijvoorbeeld externe experts die controleren of de investering maatschappelijk rendabel is en additief (dus niet in de plaats komt van bestaande uitgaven).

Hoe die besluitsluis wordt ingericht is interessanter dan het fonds zelf. Wat mij betreft kiest men sluiswachters met fantasie, en niet alleen maar saaie rekenaars. Die laatste vinden een investering al snel onrendabel.

We hebben in Nederland misschien juist geen projecten nodig waarvan bij voorbaat al valt uit te rekenen dat ze wat opleveren. Want dergelijke investeringen zijn per definitie business as usual. Om van het fonds een echt toekomstfonds te maken, moet de besluitsluis worden bediend door mensen met een verrekijker in plaats van een rekenmachine.

(FD)

De werkloosheid begint weer te stijgen, maar denk niet dat de krapte op de arbeidsmarkt voorbij is

Ergens in april moet het zijn gebeurd. We hadden het natuurlijk niet door, want waren die maand bezig met de brexit, pulsvissen en een mysterieuze foto van een oranje donut waarop blijkbaar voor het eerst een zwart gat te zien was. Maar tussen al dat mediageweld had ook een kort krantenberichtje moeten staan met de titel: “Werkloosheid op begint weer te stijgen”.

Want terugkijkend was de 300.000 werklozen (seizoensgecorrigeerd) die het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) in april telde, het laagste aantal van deze conjunctuurgolf. In mei waren er per saldo 2000 werklozen bijgekomen, een maand later zelfs 13.000 en volgens de laatste stand (augustus) zijn er inmiddels 21.000 werklozen meer dan in april.

Handelsoorlogen, brexitangst en een dramatisch slecht jaar in de Duitse industrie beginnen de Nederlandse economie zichtbaar te raken. Het Centraal Planbureau verwacht voor dit jaar nog wel een redelijke 1,8% groei. En de 1,5% voor volgend jaar valt ook niet echt tegen. Maar de economie is duidelijk naar een lagere versnelling teruggeschakeld. We hebben nog wel banengroei, maar niet voldoende om het nieuwe arbeidsaanbod volledig te absorberen. Er komen meer nieuwe mensen bij die werk zoeken dan er werklozen zijn die werk vinden.

Daardoor loopt ook het werkloosheidspercentage weer licht op. Met 3,5% ligt dat nog altijd ver onder het historisch gemiddelde, maar in april stond het nog op 3,3%. Volgend jaar stijgt dat percentage door naar 3,6%, zo maakte het CPB op Prinsjesdag bekend.

Ongetwijfeld zijn er ondernemers en HR-medewerkers die juichen bij een beetje meer werkloosheid. Onze arbeidsmarkt is krapper dan ooit. Het aantal vacatures is bijna net zo hoog als het aantal werklozen. Met zo weinig keuze wordt een gelukkige match tussen werkgever en werknemer wel erg moeilijk.

Maar helaas voor al die bedrijven en instellingen met onvervulbare vacatures: de oplopende werkloosheid betekent niet dat de krapte voorbij is. Als we de definitie van werkloosheid een beetje breder maken, moet misschien zelfs de conclusie zijn dat de situatie op de arbeidsmarkt alleen maar nijpender wordt. Alle reserves drogen snel op.

Zo is het aantal mensen dat wel graag wil werken, maar denkt toch geen kans te maken op een baan, snel afgenomen. Deze groep van zogenoemde ‘ontmoedigden’ wordt niet meegeteld bij het officiële werkloosheidscijfer, want daarvoor geldt het criterium dat je actief bezig moet zijn met het zoeken naar werk. Nog maar een paar jaar geleden waren er meer dan 130.000 van deze ontmoedigden in Nederland. Inmiddels hebben velen van hen de moed weer gevonden en is deze stille reserve in aantal gehalveerd.

Er is ook een groep mensen die zegt wel graag te willen werken en toch niet actief zoekt naar werk, maar voor dat laatste niet ‘ontmoediging’ als oorzaak noemt. Dit is een wat ongrijpbare arbeidsreserve die ook niet meetelt voor het officiële werkloosheidcijfer. Vijf jaar geleden waren er nog 280.000 van deze niet-ontmoedigde niet-zoekers. Volgens de laatste meting is dat aantal gedaald naar 145.000. Ook deze reserve droogt op.

Een derde stille arbeidsreserve die vaak genoemd wordt, zijn de deeltijders die liever meer uren zouden werken. Zij zijn niet werkloos maar kunnen op een krappe arbeidsmarkt toch potentieel wat verlichting geven. Maar ook deze groep slinkt snel. In 2013 telde Nederland nog meer dan 600.000 van deze ontevreden deeltijders, anno 2019 is hun aantal gedaald tot 333.000. Tegelijkertijd zijn er juist veel meer mensen die het graag wat rustiger aan zouden doen en liefst minder uren zouden werken. Dat aantal is gestegen van 422.000 in 2013 naar bijna 560.000 nu.

De werkloosheid in enge zin stijgt een beetje, maar de spoeling op de arbeidsmarkt wordt toch nog steeds al dunner. Helaas voor al die ondernemers die op zoek zijn naar een ICT’er, technicus, kok of timmerman: de arbeidsmarkt blijft nog wel even pijnlijk krap.

Onder Draghi werd de ECB een vechtclub. Lagarde zal moeten bouwen aan nieuwe consensus

Centrale bankiers maken ruzie zoals egeltjes vrijen. Heel voorzichtig. Maar het onderhuidse venijn is er niet minder om, je moet alleen door de beleefde bewoordingen heen lezen. Zo klinkt de taal in het persbericht dat Klaas Knot, president van De Nederlansche Bank (DNB), vrijdag naar buiten bracht uiterst redelijk. Hij noemt de maatregelen die de Europese Centrale Bank (ECB) een dag eerder nam ‘disproportioneel’ en vraagt zich hardop af of ze wel effectief zullen zijn.

De Bestuursraad van de ECB, waar behalve Knot alle andere centrale bankpresidenten van de eurolanden zitting in hebben, alsmede het zeskoppige bestuur van de ECB zelf, had donderdag in meerderheid besloten om opnieuw obligaties te gaan opkopen en de depositorente te verlagen van min 0,4 naar min 0,5%. Men vreest deflatie en misschien zelfs een recessie, en wil dergelijke ellende voorkomen door nog wat extra monetair gas te geven.

Knot hoorde bij de minderheid die het daar niet mee eens was. Dat is op zich niets nieuws. Maar het feit dat hij besloot om voor zijn minderheidsstandpunt actief de pers te zoeken, door een uitgebreid persbericht te schrijven, is in monetaire kringen ongekend. Ik kan me in elk geval geen Europees precedent herinneren.

Natuurlijk is er de afgelopen jaren wel vaker mot geweest binnen de monetaire elite, maar daar moesten journalisten dan in de ranzige steegjes achter het ECB-hoofdkantoor achter zien te komen, door mensen onder de belofte van anonimiteit smeuïge details te ontlokken. Knots openbare persbericht is in die zin een unicum. Het is alsof Hakim Ziyech een persbericht naar De Telegraaf stuurt waarin hij omstandig uiteenzet waarom hij het niet eens is met de tactiek van Erik ten Hag. Dat zal toch een bepaalde spanning zetten op de volgende training.

Misschien is dat precies wat Knot beoogt: spanning zetten op de volgende vergaderingen, en dan vooral op de nieuwe ECB-president Christine Lagarde die binnenkort Mario Draghi opvolgt. Het persbericht lijkt zo vooral aan haar gericht: hou meer rekening met monetaire haviken, want we zijn bereid het spel hard te spelen.

Zelf hoop ik dat Lagarde er een andere les uit zal trekken. Ze moet op zoek naar nieuwe consensus. Onder Draghi is de Bestuursraad van de ECB van een harmonieus samenzijn in een harde vechtclub veranderd. Misschien was dat onvermijdelijk. Er moest een eurocrisis bestreden worden, en daarbij zijn slagkracht en een sterke leider nodig. Maar dat Draghi het nodig vindt om anno 2019 (er is geen kredietcrisis, geen stijgende werkloosheid, geen dreigende deflatie of instortende beurs) toch weer extreem ruim monetair beleid door de strot van onwillige lidstaten te drukken, geeft aan dat hij is blijven hangen in zijn rol als crisisbestrijder.

Het is aan Lagarde om de ECB weer als gewone centrale bank te laten functioneren. Daarbij kan ze het beste teruggrijpen op de ervaringen van de twee voorgangers van Draghi: Wim Duisenberg en Jean-Claude Trichet. De eerste streefde naar consensus in de Bestuursraad en had het liefst dat er niet eens gestemd hoefde te worden over het beleid. Onder Trichet werd er wel gestemd, maar hij probeerde dat zo veel mogelijk met unanimiteit te doen. Uit recent onderzoek van denktank Bruegel blijkt dat tijden de meeste vergaderingen die de twee eerste ECB-presidenten leidden er inderdaad meestal met consensus of unanimiteit besloten werd.

Beide beslismodellen maakten de ECB minder slagvaardig dan nerveuze financiële markten wilden, en de kritiek was steevast dat Duisenberg en Trichet de markt niet goed aanvoelden. Maar de eenheid van het bestuur van het eurogebied was voor hen belangrijker.

Onder Draghi werd er vooral via meerderheidsstemming besloten. De vechtcultuur deed z’n intrede en daarmee ook de onmin in het eurogebied. Dat maakte Draghi slagvaardig, dus de euro werd gered, maar op langere termijn maakt ruzie in de ECB-top het monetaire beleid onvoorspelbaar. Beleidsdiscussies worden een politiek spel en samenwerking op andere terreinen raakt gefrustreerd.

Lagarde zal op zoek moeten naar de consensus van Duisenberg of de unanimiteit van Trichet. Dat is een zware opdracht, want Draghi laat haar een ruziënde vechtclub na.

(FD)

Alle grote recessiehits

Krijgen we er ook nog een ouderwetse oliecrisis overheen? Zo’n plotselinge stijging van de olieprijs, die de wereld in zowel 1973 als 1979 in een recessie stortte? Daarmee zou het plaatje compleet zijn. Zo ongeveer alle bedreigingen lijken tegelijk op de wereldeconomie af te komen. Deze volgende recessie wordt een soort nostalgische tour langs alle crises van de afgelopen eeuw. Luister maar mee naar ons verzamelalbum met alle grote recessiehits.

‘Donald Trump heeft een oude song in een nieuw jasje gestoken en voegt zijn eigen valse noten toe’

We beginnen met die onvermijdelijke gouwe ouwe: de depressie van de jaren dertig. Direct na een desastreuze financiële crisis besloot de Republikeinse president Herbert Hoover importtarieven in te voeren voor landen die een handelsoverschot met de Verenigde Staten hadden. De handelsoorlog die volgde liep volstrekt uit de hand, de wereldhandel stortte in en het Westen belandde in een diepe recessie.

Donald Trump heeft deze oude song in een nieuw jasje gestoken en voegt zijn eigen valse noten toe. ‘Handelsoorlogen zijn goed, en makkelijk om te winnen’, kweelt de president terwijl hij vrolijk de bel luidt voor weer een rondje tariefsverhogingen.

Trump neemt ook het volgende succesnummer voor zijn rekening. Net als die andere Republikeinse president in 2003, dreigt hij een deel van het oude Assyrische Rijk aan te vallen. Toen was het Irak en zorgde de onzekerheid over de mogelijke aanval voor een recessie. Nu is het Iran. ‘We ‘re locked and loaded’, zingt Trump.

Daarna zetten de Britten het versleten plaatje uit 1956 nog eens op. Hun ziekelijke verlangen naar het verloren Britse Rijk zorgde toen voor de Suez-crisis, die leidde tot een Britse recessie waar heel West-Europa last van had. Ditmaal klinkt alleen het refrein en proberen ze de Europese economie direct te raken.

Ook de Nederlandse tributeband speelt oude klassiekers. Kennen jullie deze nog? De zeepbel op de huizenmarkt uit 2007, met doldwaze prijsstijgingen en onbetaalbare koopwoningen? Of anders de extreem krappe arbeidsmarkt van eind jaren zestig, die de groei smoorde? Deze oude hits klinken als nieuw.

Duitsland speelt weer die oude schlager van rond de eeuwwisseling, over de ziekste man van Europa. De falende industrie is het achtergrondkoor, de versleten infrastructuur vormt de ritmesectie.

Op dit hitalbum miste nog een lekkere oliecrisis. Maar sinds deze week staat deze tijdloze meezinger er ook op. Drones schoten ’s werelds grootste olie-installatie in Saoedi-Arabië aan gort en de olieprijs schoot 15% omhoog. Daarmee is het grote crisis-songbook compleet. Veel luisterplezier, de komende jaren!

Jammer voor de softe studies, maar we hebben dringend technici nodig

Pak iets af van de een, geef het aan de ander en je hebt geheid heibel in de tent. Iedere ouder weet het. En iedere minister van Onderwijs ook. Schuiven binnen de onderwijsbegroting is vragen om problemen. Prima als er bij een universiteit geld bij komt, maar als er bij een andere universiteit middelen worden weggenomen, dan is het oorlog.

Of in wat meer academische bewoordingen: ‘Ik heb als decaan en als rector nog nooit meegemaakt dat de relatie tussen de politiek en het hoger onderwijs, nota bene op het hoogtepunt van de economie, zo slecht was als nu.’

Het citaat komt van rector magnificus Carel Stolker van de Universiteit Leiden en was begin van de week te lezen in deze krant. Stolker is boos omdat minister Ingrid van Engelshoven van Onderwijs met geld wil schuiven. Er moet meer geld naar de technische universiteiten en een deel daarvan zal uit de budgetten van andere universiteiten komen. Bèta-richtingen winnen, alfa en gamma leveren in.

Dus zijn bij de opening van dit nieuwe academische jaar alle alfa’s en gamma’s boos. Het wetenschappelijk onderwijs komt in actie en roept dat de toekomst van de geesteswetenschappen op het spel staat. Exacte wetenschappen en de technische universiteiten zijn heus wel belangrijk, maar dat geldt ook voor rechten en economie. En ook voor de talen. En voor filosofie, psychologie, theologie en wat al niet meer.

Moderne wetenschap is multidisciplinair, hard en zacht tegelijk. Als we alleen maar wetenschappers opleiden die robots, kwantumcomputers en kunstmatige intelligentie kunnen ontwerpen, dan gaat onze maatschappij ten onder. Er zijn ook economen nodig die snappen waar de robots moeten worden ingezet, sociologen die weten hoe nog snellere computers onze maatschappij veranderen en filosofen die de kunstmatige intellecten een beetje moraliteit kunnen bijbrengen. Niet alleen bèta is belangrijk, de alfa’s en gamma’s verdienen toch ook extra geld?

Nou, nee. Nederland leidt meer dan genoeg bedrijfseconomen, bestuurskundigen, psychologen en juristen op. Ik snap dat het niet leuk is als je faculteiten moet laten krimpen, wetenschappelijk medewerkers moet ontslaan en studenten moet afraden om jouw studierichting te kiezen, maar deze tijd vraagt nu eenmaal om andere academici dan twintig, dertig jaar geleden. De interessantste ontwikkelingen vinden nu eenmaal plaats in de harde wetenschappen en de techniek. Daar gebeurt het, dus daar moeten de budgetten naartoe.

‘Nederland investeert te weinig in bètastudies en technische opleidingen’

Nederland investeert nu juist weinig in bètastudies en technische opleidingen. In Europa zitten we in de achterhoede. Volgens recent onderzoek van het Rathenau Instituut produceert alleen Luxemburg nog minder wetenschappelijk opgeleide bèta’s en technici. Op elke duizend Nederlanders tussen 20 en 29 jaar zijn er slechts 12 met een master-, bachelor- of doctorstitel in de harde wetenschap. In Duitsland zijn dat er 20, in Frankrijk 26 en in Ierland zelfs 29.

Die achterstand van Nederland zullen we de komende jaren hard gaan voelen. Het Researchcentrum voor Onderwijs en de Arbeidsmarkt, van de Universiteit Maastricht, berekent dat we tot 2022 een kleine 62.000 extra universitair opgeleide technici nodig hebben. De technische universiteiten zullen er naar schatting nog geen 30.000 afleveren. De Nederlandse economie krijgt te kampen met een enorm tekort aan hoger opgeleid technisch personeel.

Tegelijkertijd studeren er meer juristen en economen af dan de markt nodig heeft. Er komen ook meer alfa’s bij dan de economie kan absorberen. Is het dan echt zo onredelijk om geld te verschuiven van de taal- en sociale wetenschappen naar de TU’s, waar inmiddels studentenstops zijn ingesteld om het aantal eerstejaars af te remmen? Ik denk het niet.

Sterker: de gamma-wetenschappers zouden hun budgetten vrijwillig moeten aanbieden! Juist de economen aan de universiteiten moeten inzien dat deze toekomstige tekorten aan hoogopgeleide beta’s en technici onze economie zullen schaden. Het pleidooi voor meer geld naar de TU’s zou juist vanuit de economische faculteiten moeten klinken. Wat minder economen in ruil voor wat meer techneuten is precies wat onze economie nodig heeft.

(FD)

Deze handelsoorlog is geen kredietcrisis. Beste centrale bankiers, dit is niet jullie gevecht

Klaas wil het niet. Jens en Ewald willen het niet. En nu is ook Sabine tegen het idee van een nieuw opkoopprogramma. Op zich vormen ze nog lang geen meerderheid binnen de Europese Centrale bank. Maar nu het Nederlandse lid van de bestuursraad (Knot, voornaam Klaas, president van De Nederlandsche Bank) , het Duitse lid (Weidmann, Jens, Bundesbank), het Oostenrijkse lid (Nowotna, Ewald, Oesterreichische Nationalbank) en zelfs een van de zes directieleden van de ECB (Lautensläger, Sabine) zich publiekelijk hebben uitgesproken tegen een nieuwe ronde van kwantitatieve verruiming, wordt de volgende ECB-vergadering toch weer spannend.

Want het leek een voldongen feit: de ECB gaat dit najaar nog besluiten tot een nieuwe monetaire injectie. Hoogstwaarschijnlijk in de vorm van een nieuw opkoopprogramma, want de rentes staan al op het laagst mogelijke peil. De beurzen veerden op, deze zomer, toen deze suggestie werd gedaan. En op obligatiemarkten bleken de rentes nog negatiever te kunnen worden. Een activistische ECB, met ongeremde opkoopneigingen, zorgt voor extra liquiditeit en nog goedkoper krediet. Daar lusten de markten wel pap van!

Maar nu lijkt er toch een kink in de kabel te komen. Een opstandige minderheid van monetaire beslissers twijfelt over een nieuw opkoopprogramma. Krijgt de vertrekkende president Mario Draghi meer tegenstand dan verwacht? Zadelt hij zijn opvolger Christine Lagarde op met een tot het bot verdeeld bestuur?

Eerlijk gezegd hoop ik van wel. Een nieuw opkoopprogramma heeft volgens mij weinig zin. Is de rente die landen als Nederland en Duitsland op obligaties vergoeden nog niet negatief genoeg? Zullen de Italiaanse en Griekse economieën echt harder groeien als de lange rente nog lager wordt? Is de huizenmarkt in de Europese steden nog niet overspannen genoeg? Ik denk het niet dat het ons veel zal helpen.

Nu was ik ook al geen voorstander van de vorige opkoopoperatie van de ECB. In 2015 begon Draghi met het opkopen van staatsobligaties, omdat hij vreesde voor deflatie. In de jaren daarna zou de ECB voor meer dan €2500 mrd aan obligaties opkopen. Het grootste deel daarvan bestond uit staatsobligaties van de eurolanden. Er werd voor ruim €175 mrd aan bedrijfsobligaties opgekocht. En ook nog voor bijna €290 mrd aan gedekte obligaties (asset backed securities en pandbrieven). Wat was het effect van dit enorme opkoopprogramma? Volgens de ECB zelf daalde de lange rente met bijna een procentpunt en zorgde het programma voor hogere inflatie. Critici stellen dat de Europese economie eind 2015 al uit zichzelf was gaan groeien, dat de inflatie vooral opliep door stijgende grondstofprijzen.

Helaas is er geen parallel universum met een tweede eurozone waarin de ECB afzag van kwantitatieve verruiming, zodat we nooit zeker weten of de kwantitatieve verruiming veel heeft uitgemaakt.

Wat we wel weten is dat er in 2015 in elk geval nog een theoretische reden was om obligaties op te kopen. We kwamen uit de kredietcrisis en de eurocrisis en de kredietverlening leek niet op gang te komen. Met een beetje fantasie was vol te houden dat Europa kampte met een liquiditeits- en solvabiliteitscrisis waar de centrale bank in principe iets aan zou moeten doen.

Anno 2019 is dat absoluut niet het geval. Er is veel meer liquiditeit dan de markt kan absorberen en zelf een notoire wanbetaler als Griekenland kan nu op de kapitaalmarkt terecht. Dat de economie afkoelt heeft ditmaal geen financiële oorzaak. De handelsoorlogen van Donald Trump en de no-dealbrexit van Boris Johnson zijn de bron van alle ellende. Internationaal is de goederenhandel en industrie in een recessie beland, maar de monetaire omstandigheden hebben daarbij geen enkele rol gespeeld.

We zitten niet in een kredietcrisis, er is geen gebrek aan geld. De monetaire autoriteiten hoeven niet op te treden. Ze kunnen misschien een oproep doen aan de politiek om de handelsoorlog te beëindigen en een idiote no-dealbrexit te voorkomen. Maar verder hoeft hun rol deze keer niet te gaan.

Pak de zzp’er!

Er is een intrigant binnengeslopen in onze harmonieuze wereld. Een naargeestig wezen dat uit is op de ondergang van alles dat de Hardwerkende Nederlander de afgelopen decennia aan zekerheden en onvervreemdbare rechten heeft opgebouwd. Het is een virus dat gestopt moet worden. Tegen elke prijs.

Kom daarom allemaal naar het marktplein! Met fakkels en rieken! Dan pakken we de onderkruipers aan. Hoezo geen arbeidsongeschiktheidsverzekering? Zijn zzp’ers soms sterker, gezonder en beter dan wij? Sla ze met de dorsvlegel op hun vrije wil, net zolang tot ze een verzekering afsluiten. En waarom sparen ze niet verplicht voor hun pensioen? Zijn zelfstandigen soms superieure financiële planners, die hun pensioenpot op eigen houtje kunnen vullen? Waanzin! Kook ze op een laag vuurtje tot ze toegeven dat ze ook niet verder dan tien minuten vooruit kunnen plannen en vrijwillig instemmen met verplichte deelname in het vrijwel failliete pensioenfonds.

‘Wat denken ze wel, die zzp’ers, dat ondernemersrisico en eigen initiatief gewaardeerd worden in de 21ste eeuw?’

Maar daarmee zijn we er nog niet. Weten jullie wel dat zelfstandigen meer aftrekposten hebben dan gewone Nederlanders? Ze denken zeker dat ze niet hoeven bij te dragen aan het collectief. Nee, er is geen bewijs dat zelfstandigen minder meebetalen aan de dijken, scholen en lantaarnpalen, maar pak preventief toch maar al hun belastingvoordelen af. Alleen zo zullen ze leren dat ondernemerschap en zelfstandigheid niet worden gewaardeerd in dit land.

Wat denken ze wel, die zzp’ers, dat ondernemersrisico en eigen initiatief belangrijke eigenschappen zijn in de 21ste eeuw? Dan hebben ze het mis!  Een vaste baan, dat is het enige dat telt. Een leven van zekerheid, met ieder jaar een extra periodiekje en altijd de garantie van een Arbo-goedgekeurde bureaustoel. Echte Nederlanders klagen over het kroketje in de bedrijfskantine en zeuren dat er niet genoeg bijzondere verlofdagen zijn. Ze willen met vroegpensioen, het liefst nog volgend jaar. En als ze per ongeluk ontslagen worden omdat ze altijd te laat komen of geen enkele belangstelling voor hun werk hebben, dan stappen ze naar de rechter en krijgen een extra hoge transitievergoeding, omdat het allemaal zo buitengewoon oneerlijk is.

Nee, dan die ellendige zzp’er. Gelukkiger met z’n leven, minder last van stress en burn-outs, trots op wat hij of zij zelf heeft bereikt, beter in staat om voor zichzelf te zorgen en een bron van dynamiek voor de economie. Het is de zzp’er die vanwege z’n flexibiliteit de vaste baan van anderen mogelijk maakt en bij iedere recessie de eerste klappen opvangt.

Wat een walgelijk wezen! Pak pek en veren en jaag ze het land uit, zodat Nederland weer net zo bescheten en ambitieloos wordt als in die goede oude tijd.

(FD)

Pleidooi voor een Koopkrachtplaatjesloos Tijdperk

Na jarenlang nuanceren, kanttekeningen plaatsen en omstandig uitleggen waarvoor koopkrachtplaatjes wel en niet gebruikt kunnen worden, is het tijd voor drastische maatregelen. Nederland kan blijkbaar niet verstandig omgaan met de jaarlijkse stroom aan informatie over theoretische koopkrachteffecten. Men blijft de kunstmatige cijfers politiek misbruiken en laat zich telkens weer verleiden tot het voeren van inhoudsloos ad-hocbeleid om de zogenaamde koopkrachteffecten te repareren.

Stijgt de koopkracht van ouderen op papier minder dan die van jongeren met een baan? Dan moet de ouderenkorting omhoog. Blijven ouders in een huurhuis in de plaatjes achter bij alleenstaanden met een koopwoning? Dan moet er snel iets aan huursubsidie en het kindgebonden budget gebeuren. Gaat de berekende koopkracht van de mediane werknemer minder omhoog dan beloofd? Snel een hogere arbeidskorting voor iedereen!

‘De focus op koopkracht zorgt voor een fiscaal beleid zonder plan of visie’

De focus op koopkracht zorgt voor fiscaal beleid zonder plan of visie. In plaats van nadenken over de meest efficiënte en eerlijke manier om belastingen te innen, is de politiek bezig met fiscaal knip- en plakwerk, met als enige doel om de koopkrachtplaatjes er leuk uit te laten zien. Hoe vaak het Centraal Planbureau (CPB) ook waarschuwt dat de plaatjes een zeer beperkt beeld van de werkelijke inkomensveranderingen geven, in de beleidsdiscussie blijven ze heilig.

Daar heeft de journalistiek ook schuld aan. Iedere gerapporteerde achteruitgang in koopkracht wordt verslagen als een misdaad tegen de mensheid. Logisch dat politici er op aanslaan. Ook deze zomer lijken de begrotingsonderhandelingen weer louter over de schijnwerkelijkheid van de koopkrachtplaatjes te gaan.

Hoe ontsnapt Nederland aan de dictatuur van de koopkracht? Ik denk dat het tijd is voor drastische maatregelen. Stel een koopkrachtplaatjesloze periode in, van bijvoorbeeld twee jaar en evalueer daarna of en hoe de beleidsdiscussie daarvan is opgeknapt. Ik stel een bindende afspraak voor tussen iedereen die de plaatjes maakt en gebruikt. Een soort anti-koopkracht coalitie van CPB, Nibud, ambtenaren van Financiën en Economische Zaken en de hoofdredacteuren van de grote Nederlandse nieuwsorganisaties. Allen beloven twee jaar lang geen gedetailleerde koopkrachtberekeningen te maken en te publiceren, ook niet stiekem.

Het koopkrachtgekwetter verstomt, rust daalt neer in Den Haag. Politici durven weer inhoudelijke afwegingen te maken en beleid te voeren op basis van politieke visie, terwijl boze burgers de verkrampte spieren laten ontspannen. Twee jaar zonder koopkrachtplaatjes; ik zou er voor tekenen.

(FD)

Nederland nog nipt een-na-beste land ter wereld, maar de Zweden komen eraan

Na een week vol meevallend en soms zelfs positief economisch nieuws, tijd voor de koude douche. Want ja, het Centraal Bureau voor de Statistiek meldde dat de Nederlandse economie in het tweede kwartaal verrassend stevig doorgroeide. En ja, het Centraal Planbureau verwacht dat die groei volgend jaar redelijk standhoudt. Conjunctureel ziet het er helemaal niet zo beroerd uit. Maar structureel heeft Nederland aan kracht ingeboet.

Dat laatste blijkt niet uit de cijfers van CBS of CPB, maar uit onze eigen, jaarlijkse ‘Ranglijst der ranglijstjes’. Dat is een optelsom van vijf gerenommeerde, internationale ranglijsten, die alle iets proberen te zeggen over de kracht van de economie. Twee daarvan meten de concurrentiekracht (maar doen dat op zo’n verschillende wijze, dat ik ze beide gebruik). De derde ranglijst stelt de innovatiekracht in de economie vast. De kwaliteit van de bredere economie (inclusief gezondheid en onderwijs) komt tot uiting in de Human Development Index. En als vijfde is er de World Happiness Ranking, die aan de hand van harde indicatoren landen rangschikt naar geluk; want uiteindelijk gaat het daar natuurlijk om. Het land op de eerste plaats van een ranglijst krijgt één punt, nummer 2 twee punten, enzovoort. Tel per land alle punten op, en we hebben de eindstand.

Eerst goede nieuws: net als de afgelopen twee jaar eindigt Nederland op deze meta-ranglijst op de 2e plaats. Ons land heeft de een-na-beste economie ter wereld. Bravo! Alleen Zwitserland moeten we – net als de voorgaande jaren – voor laten gaan. In geen van de onderliggende ranglijsten komt Nederland in de top-3 voor, maar we doen het ook nooit slechter dan plaats 10. Door deze consistente score eindigen we in de totaalstand toch op twee.

Da’s mooi, maar ten opzichte van vorig jaar is er toch een duidelijke verslechtering zichtbaar. Op de World Competitiveness Ranking van het Zwitserse IMD, duikelt Nederland dit jaar van plaats 4 naar 6. Op het criterium ‘Economic performance’ scoorden we flink lager en ook onze ‘Government Efficiency’ was iets minder.

Op de concurrentielijst van het World Economic Forum (WEF) zakte Nederland ook – van 5 naar 6. Japan nam de plek in de top-5 over. Onze ‘Global Competitiveness’ had vooral te lijden van een afname van de ‘Innovation Capacity’ van onze economie. Op die deelindex zakte Nederland naar de 9e plaats.

Pijnlijk, want juist op het versterken van de innovatiekracht zet het huidige kabinet fors in. In het regeerakkoord komt de term ‘innovatie’ maar liefst zestig keer voor. Helaas daalt Nederland ook op de ranglijst die specifiek innovatiekracht meet. Vorig jaar bereikten we nog de tweede plek op de Global Innovation Index. Maar in het nieuwe rapport zakken we af naar 4.

De reden voor deze daling is niet dat Nederlandse bedrijven op innovatiebeleid minder bereiken, want gemeten naar output staat Nederland nog altijd op de tweede plaats. Het is de input die tekortschiet. We geven relatief weinig geld uit aan zowel onderzoek en ontwikkeling als onderwijs. Op het sub-ranglijstje ‘Overheidsuitgaven per leerling’, zien we Nederland zelfs pas op plaats 36 terug.

Het hardst valt Nederland terug op de ranglijst van de UNDP die de algemene ontwikkeling meet. Volgens de laatste update van de Human Development Index is ons land gezakt naar plaats 10. Op zich is de situatie niet duidelijk verslechterd, maar we zijn qua menselijke ontwikkeling ingehaald door Ierland, IJsland en Zweden.

Op slechts een lijstje zijn we gestegen: het World Happiness Report bestempelt Nederland als het op vier na gelukkigste land. In de vorige editie stonden we een plek lager. Mede dankzij die stijging behoudt Nederland de 2e plek in de totaalscore van de ranglijst der ranglijsten.

Maar let op: Zweden zit ons op de hielen. Dat land schoot dit jaar omhoog van 6 naar plaats 3. De Zweden zijn innovatiever en scoren beter op human development. Vlak daarachter komen de Denen eraan. Ik moet nog maar zien of Nederland volgend jaar de tweede plaats heeft weten vast te houden.

(FD)

NB: Hier completere lijst. Op verzoek. Inclusief België.

Aanvulling (9/10/2019): 
Nederland stijgt weer op WEF-lijst: van 6 naar 4. Zwitserland zakt juist en staat onder Nederland. 

Pensioenleugentje om bestwil

Leugentjes om bestwil, als je ze bedenkt klinken ze meestal redelijk en rationeel. Je vertelt het net even anders dan het is, maar daarmee dien je een hoger belang. Uiteindelijk profiteert iedereen van je subtiele verdraaiing van de waarheid. Het doel heiligt de middelen.

Een voorbeeld: na lang onderhandelen heb je een pensioenakkoord gesloten. Het verouderde pensioenstelsel wordt aangepast aan de eisen van de tijd. Nu komt het moment dat je aan de bevolking moet uitleggen waarom het nieuwe pensioenstelsel een verbetering is. Dat kun je doen door te wijzen op de technische voordelen van de hervorming. Je kunt uitleggen hoe schrappen van de doorsneesystematiek zal uitpakken en wat de voordelen zijn van het nieuwe pensioencontract. Maar onzeker is of je daarmee de bevolking enthousiast krijgt.

‘Een leugentje om bestwil heeft eigenlijk maar een nadeel: soms komt het uit en sta je in je hemd’

Je kunt ook een leugentje om bestwil vertellen. Dan zeg je: ‘Met dit stelsel is de kans dat we volgend jaar de pensioenen moeten korten veel kleiner.’ Of beknopter: ‘Hoera, we hebben kortingen voorkomen!’ Op die manier krijg je de mensen wel achter het akkoord, want wie wil er nou inkomen afpakken van gepensioneerden? Uiteraard vertel je niet dat een belangrijk element van het akkoord is dat kortingen in de toekomst juist sneller worden doorgevoerd. Dat principe is – paradoxaal – precies de reden dat de kortingen volgend jaar niet nodig zijn. Wie met de hand op het hart belooft in de verre toekomst hardvochtig te zullen korten zodra dat nodig is, houdt nu juist geld over om kortingen te voorkomen. Maar dat leg je natuurlijk allemaal niet uit.

Zo’n leugentje om bestwil heeft eigenlijk maar een nadeel. Heel soms komt het uit en sta je in je hemd. Bijvoorbeeld als tegen alle verwachtingen in de rente nog verder daalt, terwijl door handelsoorlog en brexit de aandelenbeurs flinke klappen krijgt. De dekkingsgraden van pensioenfondsen dalen dan zo hard, dat ze zelf met de belofte van korten in de verre toekomst niet meer boven het absolute minimum te krijgen zijn. De kortingen blijken helemaal niet van tafel.

Daar sta je dan in je witte interlockje. De gok is mislukt, je leugentje kwam uit. Misschien had je toch beter het eerlijke verhaal over de pensioenhervorming kunnen vertellen, hoe ingewikkeld dat ook was. Dan had de hervorming een solide draagvlak gehad en waren de plannen bestand tegen lage rente en lage koersen.

Maar wacht, waarom niet vuur met vuur bestrijden? De zaak valt misschien nog te redden met een nieuw leugentje om bestwil. Je denkt even na en dan heb je het: ‘Er is pensioengeld genoeg, we hoeven alleen maar de rekenrente te verhogen’.

(FD)