Alle berichten van Mathijs

Aflossen is een deugd, maar te veel aflossen maakt woningbezitters juist kwetsbaar

Te weinig sparen, maar toch te veel vermogen opbouwen. Dat klinkt paradoxaal, maar uit een nieuwe studie van het Centraal Planbureau blijkt dat de gemiddelde huiseigenaar het toch voor elkaar krijgt. Die ziet gedurende zijn of haar leven het totale vermogen tot enorme hoogte stijgen, maar heeft tegelijkertijd in een groot deel van dat leven te weinig financiële middelen om bestand te zijn tegen plotselinge schokken in het inkomen. De Nederlandse woningbezitter is rijk en arm tegelijk.

Het CPB trekt geen beleidsconclusies uit deze vaststelling, daar wil men een apart rapport aan wijden. Maar volgens mij is het niet moeilijk om te zien wat er fout gaat en wat de politiek daar aan kan doen: we sparen te veel in bakstenen, dus de regels over aflossen van de hypotheek moeten soepeler. Weg met de pure annuïteitenhypotheek die in dertig jaar volledig aflost. De aflossingsvrije hypotheek verdient herwaardering.

Ik weet het, dat klinkt als een nogal gevaarlijke conclusie. De kredietcrisis heeft ons geleerd wat de gevaren van te hoge particuliere schulden zijn. Toen de huizenprijzen omlaag schoten stond een goed deel van de Nederlandse woningen onder water en zaten vele duizenden gezinnen gevangen in hun huis. Logisch dat de overheid besloot om aflossen tot nieuwe deugd te verheffen. Voortaan zouden nieuwkomers op de woningmarkt alleen nog maar in aanmerking komen voor hypotheekrenteaftrek als ze een volledig aflossende hypotheek namen.

Maar dit beleid – hoe goed de bedoelingen ook waren – blijkt behoorlijke nadelen te hebben. Starters op de woningmarkt kregen er bijvoorbeeld een enorm concurrentienadeel door. Terwijl bestaande huiseigenaren dankzij de extreem lage rente hun maandelijkse woonlasten flink zagen dalen, waren de starters maandelijks juist een veel groter deel van hun inkomen kwijt. Uit cijfers van dataverzamelaar Calcasa blijkt dat een gemiddelde huiseigenaar met een aflossingsvrije hypotheek nu nog geen 15% van het inkomen kwijt is aan hypotheeklasten. Dat percentage is de afgelopen tien jaar flink gedaald. Woningbezitters met een annuïteitenhypotheek zijn ruim 30% van het inkomen kwijt. En dat percentage steeg de afgelopen jaren juist, vanwege de oplopende huizenprijzen.

Maar wie aflost bouwt tenminste wel vermogen op, hoor ik u denken. En dat is natuurlijk zo. Rentebetalingen ben je kwijt, aflossingen zijn beleggingen in (je eigen) vastgoed. Wie aflost op z’n hypotheek bouwt vermogen op, dus is minder kwetsbaar voor crisis en recessie. Wat kan daar mis mee zijn?

Het nieuwe CPB-rapport geeft antwoord op die vraag. Met behulp van het Inkomenspanelonderzoek van het Centraal Bureau voor de Statistiek, waarin de inkomensgegevens van vele duizenden Nederlanders worden bijgehouden, berekende men welk risico werknemers gedurende hun leven lopen op grote inkomensschokken. Zelfstandigen werden buiten beschouwing gelaten. Vervolgens vroeg men: welk ‘optimale vermogen’ heeft een gemiddeld Nederlands huishouden nodig om zo’n schok comfortabel uit te rijden. Met andere woorden: hoe hoog moeten de buffers zijn gedurende het leven om te zorgen dat je bij een wisselend inkomen toch een constant consumptiepatroon kunt handhaven.

Uit het onderzoek blijkt dat huishoudens gemiddeld voldoende vermogen opbouwen. Maar met de mate van liquiditeit van dat vermogen is wel iets mis. Een groot deel van het vermogen van woningbezitters zit vast in het eigen huis. Deze bakstenen zijn niet aan te spreken als het inkomen vanwege bijvoorbeeld werkloosheid of ziekte terugvalt. Dan moet het liquide spaargeld worden aangesproken, en daarvan heeft men gemiddeld juist te weinig.

Neem een gemiddelde woningbezitter van vijftig jaar. Die zou optimaal een vermogen van ruim €56.000 moeten hebben opgebouwd. In werkelijkheid is dat meer: €95.000. Maar het grootste deel daarvan zit in het huis. De liquide middelen bedragen slechts €17.500. Niet genoeg om de inkomensrisico’s te dekken. Nederlanders zijn dus rijk genoeg, maar hebben een te groot deel van die rijkdom belegd in de eigen woning. Aflossen maakt de financiële situatie niet veiliger, maar juist riskanter.

Daarmee is natuurlijk niet gezegd dat we allemaal moeten stoppen met aflossen. Maar wel dat het doel van een volledig afgeloste hypotheek in dertig jaar voor veel mensen overdreven is. Aflossen mag, maar hou ook genoeg geld over om inkomensrisico’s af te dekken.

(FD)

NB: De grafiek moet niet gelezen worden als financieel advies. Het gaat om gemiddelden (of beter: medianen). Of zoals het CPB zelf schrijft:  “Het optimale vermogenspad dat we presenteren is niet bedoeld als normatieve aanbeveling; het is geen advies aan individuele huishoudens. Ons resultaat hangt af van aannames omtrent voorkeuren, parameters en de gemaakte modelkeuzes. De werkelijk optimale vermogens zijn onzeker en zal voor elk huishouden anders zijn. In de notitie laten we gevoeligheidsanalyses zien voor andere aannames en parameterwaarden.”

Vraagstuk van het Millennium

Pijnlijk voor liberale economen: voor een effectief klimaatbeleid zijn misschien flinke importheffingen nodig

Borstlap zet grote betonblokken op arbeidsmarkt, maar legt niet goed uit waarom dat nodig is

Om in deze tijd je rapport een beetje te laten landen, moet je veel kabaal maken. Dat hebben Hans Borstlap en zijn commissieleden goed begrepen. Daarom werden er donderdag grote woorden gesproken bij de aanbieding van hun arbeidsmarktrapport.

Borstlap is ‘geschrokken van wat hij aantrof’. Er dreigt ‘welvaartverlies voor allen’. En niets doen is ‘geen optie’. Nergens in Europa heeft het flexwerk zo’n vlucht genomen. We zijn de uitzondering. Vandaar dat de Nederlandse arbeidsmarkt helemaal op de schop moet.

Nu zal ik de eerste zijn om toe te geven dat het beter kan. Flex is te flex en vast te vast. Wie goed kan onderhandelen krijgt alle zekerheden – terwijl hij of zij die juist niet nodig heeft. Wie zwak staat moet flexibiliteit leveren en heeft karige arbeidsvoorwaarden. Maar grote woorden vergen groot bewijs en daar schort het soms aan in het rapport. Waarom is flexwerk een bedreiging voor onze welvaart? Omdat flexwerkers zwaarder werk doen en minder verdienen, schrijft men. Het zal statistisch kloppen, maar de causaliteit wordt niet aangetoond. Wie zegt dat hetzelfde werk in een vast contract licht zou zijn en goed betaald? Het is niet uitgezocht.

Eerste kind

Dan de stellige bewering dat door flexwerk jonge mensen later een huis kopen en kinderen krijgen. Er wordt verwezen naar onderzoek van het CBS, maar daarin wordt een oorzakelijk verband met flexwerk niet gelegd. Misschien zijn het wel twee onafhankelijke trends. Nederland heeft uitzonderlijk veel flexwerk, maar de leeftijd waarop een vrouw het eerste kind krijgt gaat hier juist langzamer omhoog dan elders in Europa. Bij ons is die leeftijd de afgelopen twintig jaar gestegen met 1,3 jaar. Ik heb geen EU-land kunnen vinden met een geringere toename. En dan zou bij ons het later krijgen van een kind juist komen door het vele flexwerk? Het lijkt me sterk.

Onze welvaart wordt ook bedreigd omdat zzp’ers minder productief zijn. Men schrijft stellig: ‘De groei van het aantal zelfstandigen heeft een negatieve impact gehad op de groei van arbeidsproductiviteit op macroniveau.’ Als bron wordt verwezen naar een CPB-onderzoek uit 2017, maar daarin is die conclusie niet te vinden. Een speciaal voor Borstlap geschreven Oeso-rapport maakt de link met het macroniveau ook niet. Eén hoofdstuk heet zelfs: ‘There is little correlation between macro measures of non-standard work and productivity growth‘. Bovendien: lage productiviteitsgroei zie je in Europa overal, terwijl Nederland met de zzp-trend juist een uitzondering is.

Ik zou nog wel even door kunnen mopperen, maar maak liever nog een ander punt.

Stel dat u de luchtvervuiling op de Amsterdamse ring wilt bestrijden. U voert een slimme belasting in op vieze diesels en een subsidie voor elektrische auto’s. Slim toch? Maar daarna laat u grote betonblokken op de snelweg plaatsen, zodat er geen auto meer kan rijden. Effectief, maar niet erg slim natuurlijk.

Het rapport staat vol met dit soort dubbele maatregelen: de ene slim, de ander nogal dom. Zzp’ers betalen veel minder belasting dan werknemers. Als dat zo is (wat ik betwijfel, het is niet echt uitgezocht) dan is de slimme oplossing: schaf de speciale aftrekposten af. Dat zou de zaak moeten glad trekken. Maar daarnaast plaats Borstlap ook enorme betonblokken: zzp-regels worden veel strenger en de bewijslast wordt omgedraaid.

 

Er is te veel flexwerk vindt de commissie en stelt voor de lonen voor flexwerkers te verhogen. Een subtiele manier om flexwerk af te remmen. Maar vervolgens komt ook de botte bijl: de meeste flexconstructies worden verboden.

Werknemers zijn niet wendbaar genoeg voor onze veranderende economie, schrijft Borstlap terecht. Logisch voorstel: meer geld voor opleidingen, en educatie wordt minder vrijblijvend. Zo kunnen werknemers, als technologische vooruitgang of concurrentieverhoudingen dat nodig maken, soepel van het ene bedrijf naar het andere hoppen. Maar dat laatste wil Borstlap juist niet. Jobhoppen moet worden afgeremd en wendbaarheid moet voortaan binnen het bedrijf worden gevonden.

De politiek moet niet gaan shoppen in het rapport, was deze week de teneur. Maar ik denk dat cherrypicking dit keer juist noodzakelijk is. Kies voor de slimme oplossingen, maar negeer de botte bijl.

(FD)

Coronavirus bedreigt niet alleen de gezondheid, maar ook de mondiale economie

De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) heeft gesproken: het nieuwe coronavirus vormt nu officieel een internationale bedreiging voor de volksgezondheid. Pas vijf keer eerder werd zo’n noodsituatie uitgeroepen.

Het besluit kwam niet als een verrassing. Het aantal officiële besmettingen en slachtoffers loopt in China snel op, en ook in andere landen zijn er inmiddels ziektegevallen bekend. De WHO neemt de situatie duidelijk zeer serieus. Maar desondanks wordt er niet opgeroepen tot vermindering van internationale bewegingen. Sterker: in de officiële mededeling stellen de gezondheidsexperts expliciet dat men niet adviseert om reizen en handel te beperken. Zowel mensen als goederen mogen gewoon grenzen blijven oversteken.

Deze onderkoelde reactie komt na een week waarin meerdere luchtvaartmaatschappijen hun vluchten op China beperkten of zelfs allemaal cancelden en de Italiaanse autoriteiten een cruiseschip met zesduizend mensen onder quarantaine stelden vanwege een snotterige Chinese passagier.

Een gezondheidsexpert legde gisteren bij de BBC uit dat dit niet zoveel zin heeft. Het coronavirus is besmettelijk via de lucht, dus valt eigenlijk niet te beheersen. De grenzen dichtgooien vertraagt de verspreiding misschien wat, maar houdt het virus uiteindelijk niet tegen. De voordelen van een reis- en handelsverbod wegen daarom niet op tegen de economische kosten van dergelijke maatregelen.

Economische schade

Dat die kosten flink kunnen oplopen, heeft het verleden wel bewezen. De kosten van bijvoorbeeld de sars-uitbraak in China liepen voor dat land op tot naar schatting 1% à 2% van het bbp, zo blijkt uit onderzoek. Wereldwijd kostte sars misschien wel 0,5% groei. Dit zijn uiteraard schattingen met een grote foutmarge, maar ze geven in elk geval een indruk van de orde van grootte van de kosten.

De economische schade van een grootschalige virusuitbraak ontstaat maar zeer ten dele door de ziekte zelf. Sterfgevallen en ziekmeldingen zorgen ongetwijfeld voor enige economische verstoring, maar dat is niets vergeleken met de productie-uitval die wordt veroorzaakt door preventiemaatregelen.

Hele regio’s worden onder quarantaine geplaatst, fabrieken gaan tijdelijk dicht, woon-werkverkeer wordt belemmerd en scholen sluiten hun deuren. Volgens sommige onderzoeken is de economische schade van alleen al die schoolsluitingen veel groter dan de directe schade van de ziekte, omdat ouders niet naar hun werk kunnen als de kinderen thuisblijven.

Gedrag aanpassen

Economische schade ontstaat ook als consumenten wereldwijd hun gedrag aanpassen. Uit een enquête afgenomen na de sars-epidemie van 2003, blijkt dat meer dan driekwart van de Europese consumenten uit voorzorg minder gebruik hadden gemaakt van het openbaar vervoer, minder naar evenementen waren gegaan en ook minder hadden gewinkeld. Auteurs van de Encyclopedia of Health Economics noemen deze gedragsverandering zelfs de grootste economische kostenpost tijdens een uitbraak.

Een mens lijdt dikwijls ’t meest, door ’t lijden dat hij vreest, schreef Nicolaas Beets al. Dat geldt dus zelfs tijdens een epidemie. Vandaar dat de WHO terecht drastische beperkingen van internationale bewegingen afwijst. Dichte grenzen maken de economische schade alleen maar groter. En dat terwijl die schade deze keer misschien toch al flink gaat tegenvallen. De vergelijking met de sars-uitbraak die ik hierboven maakte, maar die ook veel andere analisten gebruiken om een indruk van de mogelijke impact te krijgen, zorgt mogelijk voor een flinke onderschatting.

Ander China

Het China van 2003 is een heel ander land dan het China van nu. De economie is sinds dat jaar in (nominale) dollartermen gegroeid van $1670 mrd naar $13.600 mrd. China produceert nu 16% van het mondiale bruto binnenlands product. Dat was tijdens sars slechts 4%. In 2003 importeerde het land zelf nog maar weinig, maar het is inmiddels een grote consument van buitenlandse goederen geworden. De import ging sinds 2003 ruim 4,5 keer over de kop. Verder is ook het Chinese toerisme naar buitenlandse bestemmingen zo ongeveer ontploft. Chinezen houden heel wat ondernemers in de toeristische sector in leven.

China is dus een enorm belangrijke klant van bijvoorbeeld westerse bedrijven geworden. Daarmee is het mogelijke mondiale effect van eventuele vraaguitval in het land veel groter dan in 2003.

(FD)

Nederland maakt zich druk over arbeidsmigratie en negeert zo het echte probleem: de snelle vergrijzing

Vindt u het in Nederland nu soms al druk? Het wordt de komende dertig jaar alleen maar drukker. In 2020 wonen er 17,4 miljoen mensen in Nederland, in 2050 zal dat opgelopen zijn tot ruim 19,3 miljoen. Dat is een sterkere stijging dan eerder werd voorspeld.

Volgens de laatste bevolkingsprognose van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) zal de bevolking dit decennium met ongeveer een miljoen toenemen. Dat komt vooral doordat meer immigranten naar Nederland komen dan er emigranten vertrekken, maar ook het aantal geboortes is hoger dan het aantal sterfgevallen. In de latere decennia neemt de bevolkingsaanwas wat af, maar blijft positief.

Oud nieuws, zegt u? Dat klopt. De nieuwe prognose verscheen op 17 december van het vorige jaar. Maar ik was de afgelopen twee maanden even afwezig vanwege gezondheidsproblemen, dus ik voel me vrij om het er nu toch nog over te hebben. (Voor wie het interesseert: ja, ik ben inmiddels weer op de been. Dank aan alle lieve lezers die mij een opbeurend mailtje stuurden. En: Nederland heeft inderdaad het beste zorgstelsel van de wereld, met fantastische artsen en verpleegkundigen.)

Dat ik pas nu reageer op het bevolkingsnieuws heeft misschien ook een voordeel. Anderen hebben hun impulsieve reacties inmiddels gegeven. En er was ook veel ander nieuws dat linksom of rechtsom gelinkt kan worden aan deze demografische ontwikkelingen.

Zo was er minister Hugo de Jonge, die in een interview met NRC Handelsblad de bevolkingsgroei het grootste probleem van Nederland noemde. ‘De migratie overkomt ons’, zei hij. Het huidige aantal arbeidsmigranten is ‘te hoog’ en we moeten volgens de vicepremier ‘in Europa opnieuw de effecten wegen van het vrije verkeer van personen’.

Eerder al hadden de ChristenUnie en de SP een gezamenlijk Actieplan Arbeidsmigratie gepresenteerd, met een pleidooi voor quota en werkvergunningen voor arbeidsmigranten uit EU-landen. Termen als ‘ongebreidelde migratie’ en ‘sociale ontwrichting’ werden niet geschuwd.

Arbeidsmigratie staat anno 2020 blijkbaar in een kwaad daglicht. Daar kijk ik van op. Want als de bevolkingsprognoses van het CBS een ding laten zien, dan is het wel dat we de komende decennia arbeidsmigranten hard nodig hebben. Want niet bevolkingsgroei is de meest opvallende uitkomst van de berekeningen, maar vergrijzing. Ja, er komen mensen bij, de komende jaren, maar per saldo groeit de potentiële beroepsbevolking nauwelijks. In de leeftijdsklasse van 20 tot 65 jaar (66 jaar was gezien de AOW-leeftijd logischer geweest, maar zo presenteert het CBS de cijfers), groeit de bevolking tot 2050 met slechts 0,8%. Het aantal 65-plussers stijgt in die periode met meer dan 30%. Het aantal kinderen en jongeren ligt in 2050 zo’n 8% hoger.

Ondanks de arbeidsmigratie moeten we in 2050 met ongeveer net zoveel werkenden een groeiende groep ouderen (en wat extra jongeren) onderhouden. Nu zijn er op iedere 65-plusser zo’n drie mensen in de werkzame leeftijd. Over tien jaar is dat al gedaald naar minder dan 2,5 en in 2050 zijn er net meer dan twee mensen van 20 tot 65 jaar op iedere 65-plusser. Het maatschappelijke probleem van dat moment is niet een overschot aan arbeidsmigranten, maar het structurele tekort aan mensen die willen en kunnen werken.

Maar Nederland doet liever alsof de vergrijzing niet bestaat. Het CNV pleit met droge ogen voor een 30-urige werkweek. Alsof we het ons kunnen permitteren om nog minder te werken. Wie voorzichtig suggereert dat de Nederlandse deeltijdcultuur uit de hand is gelopen, krijgt woedende reacties. En de FNV wil dat de AOW-leeftijd nog minder snel stijgt. Gevolg: nog minder werkenden. De vakbond denkt ook dat volgend jaar de pensioenen wel weer fors omhoog kunnen. Alsof er geen demografische tijdbom tikt onder ons pensioenstelsel.

Haal allemaal de kop uit het zand. Nederland vergrijst de komende tien jaar razendsnel. Alle stokpaardjes van politiek en vakbond kunnen op de brandstapel. De vergrijzing gaat zorgen voor nijpende tekorten op de arbeidsmarkt, en de enige snelle oplossing daarvoor is meer arbeidsmigranten, niet minder. Het alternatief: structurele tekorten, wachtlijsten en tekortschietende dienstverlening.

Dat het de komende jaren wat drukker wordt is daarom geen probleem, maar juist een deel van de oplossing.

Klimaatkosten: lang voordat nieuwe huizen ‘onbetaalbaar’ zijn geworden, is de prijsstijging al gestopt

Nieuwe huizen moeten energieneutraal worden. Helemaal energieneutraal? Nee, bijna energieneutraal is ook goed. BENG heet dat in bouwjargon: Bijna Energie-Neutraal Bouwen. Europese regels schrijven voor dat eind volgend jaar alle nieuwe gebouwen BENG moeten zijn. Om dat voor elkaar te krijgen, gaat in Nederland komende zomer al het nieuwe bouwbesluit in, met daarin alle BENG-eisen waaraan nieuwbouw moet voldoen.

Over deze eisen ontstond afgelopen week wat onrust. Verzamelaar van bouwkostendata BDB rekende uit dat bouwen gemiddeld zo’n 15% duurder zal worden. ‘Nieuwe woningen 15% duurder door duurzaamheidseisen’, kopte het FD.

BDB is niet de eerste die aan de bel trekt. Afgelopen zomer waarschuwde het Economisch Instituut voor de Bouw (EIB) ook al voor het kostenopdrijvende effect van klimaat- en energiebeleid. ‘Als je een serieus klimaatbeleid wilt, dan hangt daar ook een prijskaartje aan’, stelde EIB-directeur Taco van Hoek.

En daar heeft Van Hoek natuurlijk gelijk in. Klimaatbeleid gaat ons allemaal geld kosten, dus ook de koper van een nieuwbouwwoning. Maar voor iedereen die vreest dat BENG nieuwe huizen in Nederland volstrekt onbetaalbaarder gaat maken, hier toch wat nuancering. Ik begeef me op glad ijs, want de Nederlandse woningmarkt is voor een econoom moeilijk te doorgronden. Het is een diep verstoorde markt waar de overheid zoveel invloed op uitoefent dat normale mechanismes nauwelijks werken. Maar ik waag me er toch aan.

Allereerst wat feiten: nieuwbouwwoningen zijn de afgelopen jaren snel duurder geworden. De prijzen van nieuwe woningen stijgen zelf sneller dan die van bestaande huizen. Tussen 2015 en nu werd nieuwbouw maar liefst 46% duurder. Bestaande woningen stegen in die periode (gemiddeld) 32% in prijs. Dat verschil heeft vele oorzaken. Grondprijzen stegen, de prijs van veel bouwmaterialen schoot omhoog en er wordt tegenwoordig veel binnenstedelijk gebouwd en dat is relatief duur.

Zelfs op de ontregelde woningmarkt heeft zo’n prijsstijging uiteindelijk het logische effect: de vraag naar nieuwe huizen daalt. In het laatste kwartaal van 2017 werden er nog zo’n 9000 nieuwbouwwoningen verkocht, zo blijkt uit cijfers van NVM, het afgelopen kwartaal waren dat er nog maar 6900. Gevolg is dat het aantal nieuwe woningen dat te koop staat het afgelopen jaar is toegenomen met 17%, tot maar liefst 15.900. NVM schrijft: ‘Waar de markt voor bestaande bouw steeds krapper wordt, verruimt de markt voor nieuwbouwwoningen’.

Waarmee maar weer eens is aangetoond dat hogere prijzen uiteindelijk leiden tot lagere verkopen. Niet omdat mensen de nieuwe huizen niet zouden willen kopen – de woningschaarste is zeker niet afgenomen – maar omdat ze er geen hypotheek voor kunnen krijgen. De hypotheekregels zijn streng en banken zijn bang om ze te overtreden, dus als nieuwbouw duurder wordt, is het moeilijker om een koper te vinden. Gooi nog eens 15% op de aanschafprijs wegens de BENG-regels en de effectieve vraag zakt nog verder in. De wal keert het schip.

Maar waar blijft die 15%, als het niet of onvolledig in de prijs kan worden doorberekend? Moet de bouwer de hogere bouwkosten in z’n winstmarges absorberen of snijden in loonkosten? Dat lijkt onwaarschijnlijk, want de bouwsector kreunt onder een tekort aan mensen en tenzij het stikstofprobleem opeens zorgt voor een recessie in de bouw, zullen aannemers niet willen inleveren.

Waar laten we de BENG-kosten dan? In de grondprijs, natuurlijk. Dat is het onderdeel van de totale kosten van nieuwbouw dat wél kan bewegen. Sterker: de belangrijkste reden dat grond een prijs heeft, is om dit soort aanbodverschuivingen op te vangen.

Dat wist aartsvader van de economie David Ricardo al: grond is duur omdat het graan dat je erop verbouwd duur is, schreef hij. En niet andersom. Op dezelfde manier is bouwgrond duur als bouwen goedkoop is en zal grond dus goedkoper worden als de bouwkosten stijgen.

Een BENG-huis hoeft dus niet zoveel duurder te worden, als gemeentes en andere grondbezitters de economische logica van Ricardo maar volgen.

De kriebelende waarheid: als de insecten verdwenen zijn, is een goed deel van onze economie ook weg

Korenbloem, wilde ridderspoor, akkerleeuwenbek, bolderik en nog veel meer inheemse akkerbloemen bloeiden deze zomer uitbundig in onze tuin. In het vroege voorjaar hadden we het gras afgeplagd en vervolgens lichtjes omgespit. Toen kon er gezaaid worden. Een bedrijf in het Friese Nijberkoop kweekt inheemse wilde planten en levert zaadpakketten op bestelling. ‘Zo draagt u bij aan een goede leefomgeving voor insecten’, stelt men op de website. ‘Daarnaast maakt u met wilde bloemen uw leefomgeving mooier.’

Dat laatste voordeel was de belangrijke reden geweest voor het akkerbloem-experiment in de tuin. Maar de wens om iets voor de insectenstand te doen speelde ook mee. In die zin was het dubbel geslaagd. Want behalve een fantastische bloemenzee, genoten we opeens ook van vele soorten bijen, vlinders en andere vliegende zomerconfetti. Midden in het soms eenzijdige Noord-Hollandse landbouwgebied, hadden we opeens ons eigen insectenreservaat.

Een pyrrusoverwinning, zo blijkt deze week. In wetenschappelijke tijdschrift Nature verscheen een nieuw onderzoek waaruit blijkt dat het met de insecten zeer slecht gaat.

De onderzoekers volgden gedurende bijna tien jaar de insectenstand (of beter: geleedpotigenstand, want men keek ook naar bijvoorbeeld duizendpoten en spinnen) in drie regio’s in Duitsland. Daarbij werd onderscheid gemaakt tussen grasland en bos. Op grasland maten zij een daling van het aantal insecten met maar liefst 78%. In het bos was dit veel minder. Het aantal soorten geleedpotigen nam met ongeveer een derde af. Niet alleen op grasland, maar ook in het bos.

Als u denkt: dit nieuws heb ik eerder gehoord, dan klopt dat. Eerder Duits onderzoek liet ook al een dramatische neergang zien. Maar dat was op basis van metingen door vrijwilligers, en hoewel zeker niet onbetrouwbaar, volgens Nature toch minder wetenschappelijk. In die zin is de Nature-publicatie de wetenschappelijke bevestiging van de eerdere uitkomst.

Vervelend nieuws voor biologen, maar moet een econoom zich hier druk om maken? Uiteraard wel. Ten eerste omdat de insectensterfte waarschijnlijk een gevolg is van economisch handelen. De wijze waarop we landbouw bedrijven en het schaarse land inrichten en gebruiken, zal moeten veranderen. Een deel van de oplossing zal daarom ook ‘economisch’ moeten zijn: we moeten op zoek naar prijsprikkels en verdienmodellen om de natuurschade te verminderen.

Wellicht nog belangrijker: insecten zijn gratis arbeiders. Afgezien van plaagdieren als muggen, bladluizen en buskusmotten, leveren ze een nuttige bijdrage aan de BV Nederland.

Hoeveel precies? Ik heb geen betrouwbaar onderzoek gevonden voor Nederland. Maar Amerikaanse wetenschappers hebben het voor hun land wel een schatting gemaakt. In het artikel The Economic Value of Ecological Services Provided by Insects, uit 2006, stellen ze dat insecten de Amerikaanse economie jaarlijks een kleine $60 mrd opleveren.

Het grootste deel daarvan bestaat uit de dienstverlening van insecten aan de Amerikaanse natuur. Ze ruimen de boel op, bestuiven de bloemen en dienen grotere dieren gedienstig tot voedsel. Amerikaanse burgers kunnen vervolgens van de opgeruimde, bloemrijke en levendige natuur genieten. Of erop jagen. Bij elkaar levert al dit natuurplezier bijna $50 mrd aan welvaart op.

Ook buiten de natuur zorgen vliegen en torretjes voor harde dollars. Het zijn vrijwillige gewasbeschermers en bestuivers in de landbouw. Samen goed voor ruim $7,5 mrd aan extra oogst. Dit bedrag is overigens zonder de bestuifdiensten van de bijen van imkers; het gaat alleen om ‘wilde’ insecten. En dan zijn er ook nog insecten die zich laten opeten door vissen (bijvoorbeeld zalm en forel), waarna die vissen zich weer laten opeten door Amerikanen. Ook de bijdrage van mestkevers aan het opruimen van koeienpoep blijkt uit te drukken in dollars.

Ik kan me voorstellen dat de Amerikaanse onderzoekers nog een flink deel van de economische dienstverlening van insecten zijn vergeten, en dat het verdwijnen van insecten nog allerlei onvoorspelbare kostenposten gaat opleveren. Die zullen ons in elk geval veel meer kosten dan de €13,62 die ik voor twee zakken akkerbloemenzaad betaalde.

(FD)

Buitenlander als CPB-baas

ltijd al leiding willen geven aan zo’n 150 economen? Het Centraal Planbureau zoekt een nieuwe directeur. Bent u een econoom, bij voorkeur gepromoveerd, met een uitstekend ontwikkelde bestuurlijke en politieke sensitiviteit en een scherp oog voor politiek-bestuurlijke verhoudingen en de positie van het CPB daarbinnen? Dan kunt u uw sollicitatiebrief sturen naar het ministerie van Binnenlandse Zaken.

‘Een topeconoom uit het buitenland als baas van het CPB, dat zou wel eens de frisse wind kunnen zijn die Den Haag nodig heeft.’

Of beter: doe het maar niet. Want misschien is het tijd voor een heel andere CPB-directeur. Iemand die juist ongevoelig is voor de precieze bestuurlijke en politieke verhoudingen en z’n ogen dicht doet als het Planbureau buiten de gebaande paden treedt. Gewoon, omdat hij of zij geen idee heeft van de fijngevoeligheden die op de Haagse vierkante meter gelden. De nieuwe CPB-directeur moet een echte outsider zijn.

De kans om zo iemand te vangen is het grootst als we het net wijd uitgooien. Zoek niet alleen in Nederland, maar vertaal de advertentie en zet ‘m in de Financial Times, Le Monde en de Frankfurter Allgemeine. Een topeconoom uit het buitenland als baas van het CPB, dat zou wel eens de frisse wind kunnen zijn die Den Haag nodig heeft. Iemand die geen weet heeft van de Haagse heilige huisjes en dus in heerlijke onwetendheid als een olifant in de porseleinkast te keer kan gaan.

Leg tijdens de inwerkperiode van zo’n buitenlandse CPB-directeur bijvoorbeeld eens precies uit hoe dominant de koopkrachtplaatjes (purchasing power pictures) in de Nederlandse beleidsdiscussie zijn, en hoe weinig waarde de economen van het Planbureau er eigenlijk zelf aan hechten. ‘Maar dan stoppen we daar toch direct mee?’, zal de nieuwe baas in opperste verbazing uitroepen. De koopkrachtdictatuur komt ten einde, en de politiek kan weer over ideeën en idealen praten.

Het CPB hoeft dan ook geen houdbaarheidssommen meer te maken. Zodra de nieuwkomer door krijgt dat deze gaan over de sustainability van de denkbeeldige overheidsfinanciën op hele lange termijn, en niet over de ecologische problemen van vandaag, trekt hij de stekker uit dat project. Zodra hij uitgelachen is.

De doorrekening van verkiezingsprogramma’s gaat ook op de schop. Onderwijsuitgaven tellen straks gewoon mee als investering in de verdiencapaciteit van Nederland. ‘Waarom niet?’, had de nieuwe directeur uitgeroepen. En als partijen voorstellen om uit de Europese Unie te willen stappen en de grenzen dicht te gooien voor arbeidsmigranten, dan hangen de CPB-ers daar gewoon een economisch prijskaartje aan. Want waarom zou je dat niet doen?

FD

Nog onredelijker dan de Walen: PvdA wil handelsverdrag met Canada torpederen

Oh, wat hebben we gelachen om die malle Walen, drie jaar geleden. Hoe haalden de parlementariërs daar het in hun hoofd om het Ceta-verdrag met Canada over handel en investeringen te torpederen? Onder aanvoering van Paul Magnette, de toenmalige socialistische minister-president van Wallonië, een Belgische deelstaat met nauwelijks 3,6 miljoen inwoners, dreigden de Walen de Belgische premier te verbieden het verdrag te ondertekenen.

De rest van Europa kon zich weer eens verkneukelen in de onregeerbaarheid van het koninkrijk België. Maar de Waalse opstandigheid confronteerde ons ook weer met het feit dat het in de Europese Unie veel makkelijker is iets tegen te houden dan iets in gang te zetten. Voor ‘nee’ heb je in Europa vaak maar één tegenstem nodig. Voor ‘ja’ moet iedereen instemmen.

Uiteindelijk kwam er een extra bijlage bij verdrag en kon de ondertekening voor Canada en de EU met een paar dagen vertraging toch doorgaan. We lachten nog een laatste keer om de Waalse stampij, herlazen het boek van Magnette waarin hij de EU de ‘belangrijkste reden voor hoop’ en ‘het tegengif tegen nationalisme’ noemde, en vergaten het hele geval.

Tot deze week de PvdA in de voetsporen van de Waalse socialisten trad. Lodewijk Asscher is de Paul Magnette van 2019, maar dan nog een stuk onredelijker. Zijn partij gaat tegen Ceta stemmen, zo maakte de fractieleider bekend. Zowel in de Tweede Kamer (waar zo’n tegenstem niet doorslaggevend is) als in de Senaat (waar dat wel het geval is). Dat het nota bene de eigen minister Lilianne Ploumen was die tijdens Rutte II het verdrag uitonderhandelde en verdedigde, speelt blijkbaar geen rol. Dat Asscher er zelf tijdens kabinetsvergaderingen meermaals mee zal hebben ingestemd ook niet.

Toen de Walen de kont tegen de krib gooiden, was dat nog op een schappelijk moment. Er was nog geen handtekening gezet. De oprisping van Asscher komt op een veel onredelijker tijdstip. Inmiddels is Ceta ondertekend door alle (democratisch gekozen) Europese regeringsleiders. Ook het (eveneens gekozen) Europees Parlement heeft er mee ingestemd. Ook de Europese PvdA-fractie stemde niet tegen, maar onthield zich van stemming. Zelfs het hoogste rechtsorgaan, het Europees Hof, oordeelde positief over Ceta. Om als Nederland in dit stadium nog met een onverwacht veto te komen, valt niet uit te leggen.

Zeker omdat het handelsdeel van Ceta inmiddels al in werking is getreden, waardoor de meeste tarieven naar nul zijn gegaan. Dat heeft zichtbaar effect op onze export. Ten opzichte van twee jaar geleden is de Nederlandse uitvoer van goederen met zo’n 20% gestegen en bedraagt nu ongeveer €4 mrd per jaar. De export van diensten ligt zelfs 40% hoger dan in 2017 en doet in omvang niet veel onder voor de goederenhandel. Ook de import uit Canada nam toe, met 10% (goederen) en 20% (diensten).

Daarmee is Canada overigens niet een enorm belangrijke handelspartner. Het aandeel van Canada in onze totale export ligt zo rond de 1%. Voor de import is dat ongeveer de helft daarvan. Maar vrijhandel is iets van de lange adem. Bedrijven en nieuwe klanten en toeleveranciers moet elkaar tegenkomen en vervolgens aan elkaar wennen. Het duurt een tijd voordat de voordelen van nieuwe handelsrelaties geoogst kunnen worden. Het zaad begint nu pas net te kiemen, maar boer Asscher besluit met zijn trekker eens flink over de akker te gaan crossen.

Alsof de liberale wereldorde nog niet genoeg onder druk staat. Overal ter wereld wil uiterst rechts de grenzen dicht voor mensen en wil uiterst links de grenzen dicht voor bedrijven. Vroeger was het verstandige compromis: geen van beide krijgt z’n zin. De wereldeconomie — en zeker die van Nederland — voer daar wel bij. Nu lijkt een nieuw compromis in de maak: grenzen dicht voor mensen en ook voor bedrijven. Dat een redelijke en internationaal gerichte middenpartij als de PvdA zich nu bij dit nieuwe compromis lijkt aan te sluiten, is niet om te lachen.