Alle berichten van Mathijs

Leven zonder cash

Kan ik leven zonder cash? Die vraag stelde ik mij eind 2017. Om het uit te proberen kocht ik een nieuwe portemonnee – eentje zonder vakjes voor munten en biljetten – en ging vanaf nieuwjaarsdag 2018 zonder chartaal geld door het leven.

Ik vond het een spannend experiment, maar al snel merkte ik dat het voor sommige mensen al doodgewoon is. Zij gaan door het leven met slechts een mobieltje, met in het hoesje een betaalpas. Maar voor lezers die nog met een dik pak biljetten en rinkelende munten in hun zak lopen, is het misschien toch goed om verslag te doen van mijn cashloze maanden. Want voor je het weet moeten we er allemaal aan: het kabinet zette deze week de aanval in op het €500-biljet, dat al niet meer gedrukt wordt, maar nog wel gebruikt en vooral populair is in het criminele circuit. Als dat biljet uit roulatie is, volgt vast ook het €200- en €100-biljet, want ook die gebruiken brave burgers nauwelijks. Een paar stappen verder en alle cash is verdacht.

‘Sorry ouders van ‘Jongens-onder-zeventien-twee’ dat ik mij zo vaak in de sportkantine liet trakteren op koffie’

Het €500-biljet was overigens de aanleiding van mijn persoonlijke experimentje. Toen bleek dat het biljet niet meer bijgedrukt zou worden, wilde ik er nog wel eens eentje in m’n handen hebben. Dat bleek niet eenvoudig. Ik moest het biljet dagen van tevoren bestellen bij mijn bank en daar wilde men het pas na een indringend gesprek en strenge identiteitscontrole uit de kluis halen. Thuisgekomen had ik eigenlijk geen idee wat ik met het paars-roze biljet aan moest en bedacht ik me hoe middeleeuws zo’n fysieke vorm van geld eigenlijk was.

Daarom zou ik het voortaan zonder cash proberen en dat bleek eigenlijk nauwelijks problemen te geven. Ja, in het verre buitenland heb ik nog wel eens biljetten uit de muur gehaald. En in Nederland kun je nog niet in alle voetbalkantines pinnen. Dus, sorry ouders van ‘Jongens-onder-zeventien-twee’ dat ik mij zo vaak liet trakteren op koffie. Een keer was de pinautomaat van de stomerij defect. Maar toen ik het bedrag gewoon via de bank-app overmaakte, kreeg ik mijn schone pak toch gewoon mee.

Collectanten aan de deur zijn wel een probleem. Er schijnen collectebussen te zijn met contactloos betalen, maar nog niet in mijn dorp. Direct wat geld overmaken naar het goede doel kan natuurlijk, maar is toch een wat sneue vertoning. Laat je bijvoorbeeld op je telefoon aan de collectant zien dat je echt geld hebt gestort? Beetje gênant.

Maar verder kan ik toch echt niet anders dan concluderen dat het prima gaat, zo’n leven zonder cash. Digitaal betalen kan vrijwel overal en de verkoper heeft het ook liever. Nee, die bankbiljetten gaan het volgende decennium niet overleven.

(FD)

Duitsland is weer de zieke man/vrouw van Europa, maar Nederland voelt zich ook niet jofel

Hoge werkloosheid, dure arbeid, een flinke staatsschuld en nauwelijks economische groei; rond de eeuwwisseling stond de Duitse economie er beroerd voor. ‘Is Duitsland de zieke man van Europa?’, was de logische vraag die econoom Katinka Barysch van het Centre for European Reform in 2003 stelde. Jazeker, vond ze. De hereniging van Oost- en West-Duitsland in 1990 had de economie een enorme dreun gegeven. Het ‘absorberen’ van zestien miljoen nieuwe inwoners, duizenden verouderde fabrieken en een halve eeuw aan centrale planning, gaven grote problemen.

Daar bovenop kwam het sympathiek bedoelde, maar economisch rampzalige beleid om de lonen in de voormalige DDR snel gelijk te trekken en het westerse sociale stelsel te exporteren naar het oosten. Geen wonder dat de Duitse economie er twintig jaar geleden zo beroerd uitzag.

Maar toen kwam de omwenteling. Lonen werden gematigd, het sociale stelsel hervormd en Duitse bedrijven gingen enthousiast investeren in de nieuwe kapitalistische economieën van Midden- en Oost-Europa en boorden in Azië nieuwe markten aan voor de producten van de industrie. Duitsland werd een onverslaanbare exportmachine en de economie was gezonder dan ooit. De euro voorkwam tegelijkertijd dat het land zich via een hogere wisselkoers uit de markt prijsde. ‘Van zieke man naar Europa’s groeimotor’, schreef de Financial Times in 2017.

Maar het economische rad van fortuin is inmiddels weer gedraaid en Duitsland lijkt hard op weg naar een nieuw dieptepunt. Niet dat de werkloosheid oploopt en de staatsschuld stijgt, maar de Duitse industrie heeft de wind vol tegen. Al meer dan een jaar daalt de industriële productie en de vooruitlopende indicatoren voorspellen weinig goeds. De inkoopmanagers in de industrie verwachten verdere krimp en het aantal nieuwe orders daalde in een jaar tijd met maar liefst 8,5%. Dat is de grootste afname sinds crisisjaar 2009.

De zwakte van nu is een direct gevolg van de kracht van het afgelopen decennium. Het Duitse groeimodel gokt op open grenzen en vrije handel, zowel voor de wereldwijde afzet van de goederen als voor de productie daarvan zelf. De Duitse productieketens overspannen de hele wereld en de plotselinge terugkeer van protectionisme doet Duitsland veel pijn. De handelsoorlog tussen China en de VS dempt ook de Aziatische vraag en maakt bedrijven huiverig om te investeren. Duitse auto’s en machines zijn plotseling minder in trek.

Bovendien is de Duitse auto-industrie in gevecht met zichzelf. Door het dieselschandaal, de strengere emissieregels en de laat ingezette elektrificatie van de modellen, heeft de productie vertraging opgelopen. Economische hervormingen zijn al een paar kabinetten taboe en door de heiligverklaring van het begrotingsoverschot zijn publieke investeringen uitgebleven.

Ondernemers in de Duitse industrie hebben dan ook een pesthumeur. Volgens de laatste Europese peiling staat hun vertrouwen op min 9,5. Er zijn dus veel meer pessimisten dan optimisten. Het vergelijkbare Nederlandse cijfer is nog net positief, en is ook minder snel gedaald.

Maar niet alle delen van de Duitse economie zijn ziek. In de dienstensector zijn ondernemers opvallend optimistisch gebleven; een stuk optimistischer ook dan hun Nederlandse concurrenten.

En ook de Duitse consument houdt de moed er nog enigszins in. Terwijl in Nederland het consumentenvertrouwen eind vorig jaar instortte, is het Duitse cijfer pas afgelopen maand echt gaan dalen.

Anders dan in Duitsland, heeft het Nederlandse pessimisme nog geen groot effect op de economie. Terwijl onze economie aardig op stoom bleef, kwam de Duitse bijna tot stilstand. Maar de negatieve stemming kan altijd omslaan in een echte koopstaking. Dan zal blijken of Nederland echt zoveel gezonder is dan Duitsland.

(FD)

Het nieuwe pensioengat: in 2040 komen we een kwart miljoen mensen tekort

Het pensioenakkoord is getekend, maar de polder kan nog lang niet met vakantie. Er zijn nog veel losse eindjes waar werkgevers, werknemers en andere belanghebbenden zich de komende tijd over moeten buigen. Het grote vergaderen begint pas nu.

Zo moet aan de cao-tafel bepaald worden hoe de nieuwe regeling voor zware beroepen eruit gaat zien. Een speciale stuurgroep gaat uitvogelen hoe 40-plussers voor de afschaffing van de doorsneepremie gecompenseerd gaan worden. De Stichting van de Arbeid mag zich gaan buigen over het probleem van de ‘witte vlekken’, werknemers met te weinig pensioenopbouw. En ook voor de arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zelfstandigen is nader overleg nodig. Zet de kannen koffie maar klaar in de vergaderzaaltjes, want dit kan allemaal nog best even duren.

En dan ontbreekt er volgens mij zelfs nog een overleg. De polder moet snel gaan praten over een gevolg van het pensioenakkoord, waarvoor tot nu toe nauwelijks aandacht is geweest: de daling van het potentiële arbeidsaanbod. Dat probleem is weer springlevend en verdient aandacht van sociale partners en de politiek.

Vrees voor toekomstige tekorten op de arbeidsmarkt was altijd een van de betere redenen om de AOW-leeftijd flink op te krikken. In de discussies ging het vooral om de betaalbaarheid van de AOW, maar de ‘werkbaarheid’, was minstens zo belangrijk. Door de vergrijzing daalt het aantal mensen in de werkzame leeftijd de komende decennia. Langer doorwerken is een van de manieren om hier mee om te gaan en te voorkomen dat de Nederlandse economie vastloopt in langdurige en structurele arbeidsschaarste.

De grafieken hieronder laten zien hoe hard de stijging van de AOW-leeftijd nodig is. Ze zijn gebaseerd op eigen berekeningen met als input de recentste bevolkingsprognose van het CBS en de verwachtingen over de toekomstige AOW-leeftijd die het Ministerie van Sociale Zaken onlangs naar buiten bracht.

Wat zou er gebeuren als de AOW-leeftijd vanaf 2019 niet meer zou stijgen? Dan zou het aantal Nederlanders in de werkzame leeftijd (ik neem daarvoor: iedereen tussen 20 jaar en de AOW-leeftijd) de komende decennia fors dalen. Anno 2019 zijn er iets meer dan 10,4 miljoen mensen in Nederland in die leeftijdsgroep. Zouden we de AOW-leeftijd vastzetten op de huidige 66 jaar en vier maanden, dan krimpt dit potentiële arbeidsaanbod naar minder dan 10 miljoen in 2035. Vijf jaar later zal het aantal mensen in de werkzame leeftijd zelfs 600.000 lager liggen dan nu. In de tweede helft van de eeuw neemt het tekort weer iets af.

Wie wil dat de AOW-leeftijd niet verder stijgt, moet dus een oplossing vinden voor deze structurele daling van de potentiële beroepsbevolking. De arbeidsmarkt is nu al zo krap, terwijl de daling nog niet eens begonnen is. Dat lijkt dus onbegonnen werk.

Vandaar dat tijdens Rutte II de snelheid waarmee de AOW-leeftijd oploopt, juist flink werd opgevoerd. Volgens dat tempo zou de potentiële beroepsbevolking tussen pakweg 2035 en 2050 nog wel dalen, maar nooit serieus onder het niveau van 2019 komen. Stagnatie was niet te voorkomen, regelrechte krimp wel.

Maar in het pensioenakkoord neemt men weer gas terug. De AOW-leeftijd gaat nog wel omhoog met de levensverwachting, maar niet meer zo ‘hysterisch’, in de woorden van de premier. Het gevolg is dat het aantal mensen tussen 20 jaar en de AOW-leeftijd toch weer gaat dalen. In 2040 is de potentiële beroepsbevolking een kwart miljoen kleiner van nu. Pas in 2050 zijn we weer op het niveau van 2019.

 

Werk aan de winkel dus voor een nieuwe Stuurgroep Krimpende Beroepsbevolking. Hoe gaat Nederland met deze nu onvermijdelijke arbeidskrapte om? Komen er grote investeringssubsidies voor bedrijven die robotiseren en automatiseren? Gaan we vol in de aanval op de deeltijdcultuur? Moeten de grenzen open voor een kwart miljoen nieuwe arbeidsmigranten? Het lijken me behoorlijk belangrijke vragen. In elk geval minstens zo belangrijk als de premiecompensatie van 40-plussers en de witte vlekken in de pensioendeelname.

(FD)

Zinloos rekeningrijden

Het huidige kabinet heeft het onderwerp nog taboe verklaard, maar in een volgend regeerakkoord zal het er toch echt van moeten komen: rekeningrijden voor alle automobilisten in Nederland. Elke gereden kilometer gaat dan een prijs krijgen die mogelijk afhankelijk is van het type auto waarin u rijdt. Onder het mom van: hoe viezer de auto, des te duurder de kilometer.

Dat is het advies van waarmee de Mobiliteitsalliantie – een bonte verzameling van organisaties, van RAI en ANWB tot Rover en de Fietsersbond – woensdag naar buiten komt. ‘We zijn unaniem’, zei RAI-voorzitter Steven van Eijck in de Telegraaf. ‘Het volgende kabinet moet met spijkers met koppen slaan.’

Vervoerseconomen trokken bijna de champagne open. Al decennia pleiten zij voor het prijsmechanisme om de schaarse wegcapaciteit te benutten. Dat Nederland ‘s ochtends en ‘s avonds vast staat, komt doordat de schaarste geen prijs heeft. Weggebruik is gratis en gratis leidt altijd tot overconsumptie en tekorten.

Maar de kurk kan op de fles blijven, want de Mobiliteitsalliantie lijkt helemaal niet van plan om de schaarse wegcapaciteit beter te verdelen. Van Eijck vindt dat rekeningrijden niet als spitsheffing mag worden gebruikt, want: ‘Daarmee zou je veel reizigers en bedrijven treffen die buiten hun schuld dan de weg op moeten.’

‘Als we de logica van de alliantie volgen, dan moet ook de dalurenkaart van de NS worden afgeschaft’

Hij wil dus wel een prijs, maar niet het bijbehorende mechanisme. De kilometerheffing zal niet variabel zijn naar plaats en tijd. Een ritje van Den Haag naar Amsterdam in de ochtendspits wordt net zo duur als een reis van Groningen naar Delfzijl midden in de nacht.

Daarmee gooit Van Eijck het belangrijkste voordeel van rekeningrijden uit het raam. Het wordt op deze manier niets meer dan een simpele inkomstenbron voor de overheid. Die is in de toekomst misschien ook nodig, want naarmate we meer elektrisch gaan rijden nemen de accijnsinkomsten af. Maar de echte bonus van zo’n nieuwe heffing is dat je er de files uiterst effectief mee kunt bestrijden. En nee, dat is niet zielig voor mensen die in de spits ‘moeten’ rijden. Zij betalen nu ook al, met hun kostbare wachttijd in de file. Een spitsheffing biedt ze juist de kans om die wachttijd af te kopen.

Als we de logica van de alliantie volgen, dan moet ook de dalurenkaart van de NS worden afgeschaft, want die maakt rijden in de spits relatief duur. En parkeren overdag moet net zo duur worden als ’s nachts. Trouwens: waarom moet je wel voor parkeren betalen op een gracht in Amsterdam, maar niet op een landweggetje bij Dwingeloo? Zo treffen we mensen die buiten hun schuld in de hoofdstad moeten zijn. Schande!

(Verscheen eerder in FD)

Ga langs start en ontvang €28.000 euro. Met pensioen gaan was nog nooit zo leuk!

Wordt het een grote reis? Een tweedehands camper? Of gaat u uw hypotheek versneld aflossen? Het gaat een moeilijke keus worden als u straks op uw pensioendatum zo maar vele duizenden euro’s uit uw eigen pensioenfonds mag pinnen. Vooral ook een leuke keus natuurlijk, want geld dat nu nog gevangen zit kunnen we straks opnemen en gebruiken voor een prettige start van het pensioenbestaan.

Dat is althans wat de opstellers van het Pensioenakkoord hopen te bereiken. In al het mediageweld rond de AOW-leeftijd, zware beroepen en de zzp-verzekeringen, zijn dit soort details wat op de achtergrond geraakt. Maar het staat er echt, op pagina 15 van het SER-advies: ‘De SER stelt aanvullend voor om het in alle contracten mogelijk te maken om een beperkt lumpsumbedrag ineens op te nemen op de pensioeningangsdatum, van maximaal 10%’.

Om hoeveel geld gaat het? Het ministerie van Sociale Zaken rekent desgevraagd voor dat iemand met een aanvullend pensioen van €500 per maand een bedrag ineens van grofweg €9.000 euro kan opnemen. Bij een pensioen van €900 is dat al €17.000. Krijg je €1.500 pensioen, dan loopt de maximale uitkering op naar €28.000. Voor veel FD-lezers zullen de bedragen vaak nog hoger zijn, denk ik. Uiteraard is het geen cadeautje van het pensioenfonds: wie mee doet zal in alle volgende jaren een navenant lagere maanduitkering krijgen.

‘Het plan is een poging om iets te doen aan een typisch Nederlands luxeprobleem: we zijn rijk en arm tegelijk’

Minister Wouter Koolmees is enthousiast over deze nieuwe mogelijkheid. Geen wonder, want het stond zo ook al in het verkiezingsprogramma van D66. In zijn brief aan de Kamer kondigt Koolmees aan om de uitkering ineens niet alleen mogelijk te maken voor het aanvullende (tweede pijler) pensioen, maar ook voor mensen die hun pensioen in de derde pijler opbouwen, bij een verzekeraar.

Het plan is een poging om iets te doen aan een typisch Nederlands luxeprobleem: we zijn rijk en arm tegelijk. In onze tweede-pijler-pensioenpotten zit inmiddels het astronomische bedrag van €1.500 miljard. De huidige gepensioneerden krijgen daaruit een bijzonder gulle maandelijkse pensioenuitkering. Natuurlijk, er wordt veel geklaagd over gemiste indexering en dreigende kortingen, maar de gemiddelde gepensioneerde krijgt in Nederland iedere maand een bedrag dat bijna net zo hoog is als het maandloon tijdens het werkzame leven. Er is bijna geen land te vinden in Europa (of in de wereld) waarin deze zogenoemde ‘vervangingsratio’ zo dicht bij de 100% ligt als hier.

Tegelijkertijd is Nederland ook het land waar de deelnemer relatief moeilijk bij z’n pensioengeld kan. Wie opeens geld nodig heeft, bijvoorbeeld voor aanpassingen aan de woning, aflossen van schulden of een niet te onderdrukken reislust, voelt zich arm. We zijn solvabel maar ook illiquide. In veel andere landen met een kapitaal gedekt pensioenstelsel, zoals Denemarken, Zwitserland, het Verenigd Koninkrijk en Australië, hebben de deelnemers nu al de keuze om een deel van hun pensioenvermogen ineens uit te laten keren.

Nederlanders zien dat ook wel zitten. Volgens enquêtes onder deelnemers van het ABP is bijna 60% voorstander van een uitkering ineens. Onder gepensioneerde ABP-ers is dat 50%. Een peiling van Pensioenfonds Zorg en Welzijn suggereert dat bijna een derde van de werkende deelnemers er wel oren naar heeft.

Volgens mij zijn deze percentages nog conservatief. Als het eenmaal mogelijk is zullen meer mensen een uitkering ineens willen, want de regeling heeft vooral voordelen. Illiquide vermogen wordt liquide, keuzevrijheid neemt toe en wie het geld niet direct nodig heeft kan het gewoon zelf doorbeleggen en zo het pensioeninkomen aanvullen.

Ook de overheid profiteert. Althans op korte termijn. Er wordt over de 10% eerder afgerekend met de fiscus, en dat levert volgens het Centraal Planbureau een tijdelijke meevaller van €100 miljoen op.

Zijn er dan geen verliezers? Jawel, mensen die bovengemiddeld oud worden hebben in theorie een nadeel, als veel deelnemers in het pensioenfonds hun 10% opnemen. De pot wordt iets leger, dus de mate waarin het fonds verzekering tegen het ‘langleven-risico’ kan bieden neemt af. Mensen die kort na de pensioendatum sterven hebben een theoretisch voordeeltje. Maar goed, echt genieten kunnen ze daar niet van.

FD

Aantal bouwvergunningen daalt: onze huizenmarkt wordt een parodie op zichzelf

Dat de Nederlandse woningmarkt slecht functioneert, dat weten we al een paar decennia. Als de prijzen stijgen, reageert het aanbod niet of nauwelijks. Daardoor ontstaan zeepbellen in goede tijden en stort het zaakje om de zoveel tijd met donderend geraas in elkaar.

Tot zover niets nieuws. Maar deze week werd onze huizenmarkt een parodie op zichzelf. Want terwijl de krapte weer eens op een hysterisch hoogtepunt staat, en iedereen schreeuwt om nieuwe woningen, ging het aantal nieuwe bouwvergunningen in het eerste kwartaal van dit jaar juist hard omlaag. Er werden slechts 12.500 vergunningen voor nieuwe woningen afgegeven, 26% minder dan een jaar eerder. We moeten zelfs terug naar begin 2016 om een lager aantal te vinden.

Er is zo weinig aanbod, dat het aantal verkochte nieuwbouwwoningen al enige tijd aan het dalen is. De gemiddelde prijs van nieuwbouw is dan ook flink gestegen. De enige oplossing voor deze krapte is toename van het aanbod, dus versnelde nieuwbouw, maar dan heb je juist meer bouwvergunningen nodig, niet minder. De huizenmarkt staat in brand, maar de brandweer besluit een baaldag te nemen en rijdt zo snel mogelijk weg van het vuur.

Om de situatie nog lachwekkender te maken: experts waren niet eens verbaasd over het instorten van de bouwvergunningen. Men had het zien aankomen. In Nederland gaan er jaren overheen voordat een nieuwbouwproject zich door alle bureaucratische lagen heeft heen gevochten. Tijdens en kort na de crisis is er simpelweg te weinig gedaan om de pijplijn vol te krijgen. Aan de projecten die in de slechte jaren op de plank waren gelegd wordt inmiddels gebouwd, maar voor een nieuwe stroom is niet gezorgd.

Van deze absurde ontwikkeling gaat heel woningzoekend Nederland last krijgen. Een oplossing is niet eenvoudig, want het probleem is structureel. Er moeten de komende jaren honderdduizenden woningen bijkomen, maar bestuurlijk en planologisch Nederland lijkt niet verder te komen dan plannetjes voor ‘inbreien binnen de stad’, herontwikkeling van oude fabrieksterreinen en omkatten van kantoren tot woningen. Daar gaan we het niet mee redden. Er moet ook weer gewoon gebouwd worden buiten de stad. Daar kan het sneller en goedkoper.

Ja, ik hou ook van de open ruimte in Nederland en zie graag de horizon. Maar het aantal huishoudens stijgt de komende jaren stevig door, en dat valt niet op te vangen met een paar extra flats op IJburg en een extra woontoren in Rotterdam. Bovendien willen veel mensen toch gewoon een gezinswoning met een tuintje. Er zullen dus ook nieuwe wijken moeten komen in het groen.

Het is hoog tijd voor regie van de Rijksoverheid. Sinds de Vierde Nota Ruimtelijke Ordening Extra – die de beroemde Vinex-locaties opleverde – bemoeit Den Haag zich nauwelijks meer direct met woningbouw. Er kwam ooit een vijfde nota, maar deze bleef steken in de Tweede Kamer. Provincies wijzen nu de bouwlocaties aan. Of beter: dat doen ze juist niet. Het Kabinet werkt momenteel aan een nieuwe Omgevingswet, maar daarin krijgen lokale overheden juist meer taken en instrumenten. Niks mis met decentralisatie, maar de woningbouw heeft nu juist centrale sturing nodig. Een vijfde nota vol met locaties voor nieuwe ‘Vijnex’-wijken.

Vervolgens moet de bouwsector zorgen dat deze wijken ook snel tot stand komen. Geld is er genoeg, maar aan vakmensen is een schreeuwend tekort. Betere arbeidsvoorwaarden (meer loon!), versnelde opleidingen en (onvermijdelijk) arbeidsmigranten zijn nodig om voldoende bouwvakkers aan te trekken. Ook moet de sector zijn conservatieve veren afschudden en het bouwproces standaardiseren en mechaniseren. De productiviteit per werknemer moet snel omhoog.

Ten slotte kunnen we ook de bestaande woningvoorraad beter benutten. We komen woningen tekort in Nederland, maar er zijn ook regio’s met een overschot. Verbeter de infrastructuur (waar blijven de snelle binnenlandse treinen, waar blijft het lightrail-netwerk?) zodat reistijden korter worden en forenzen verder van hun werk kunnen wonen. Als we Nederland wat kleiner maken, wordt de woningmarkt groter.

(FD)

Een verplichte verzekering voor zzp’ers: makkelijker bedacht dan uitgevoerd

Mooi natuurlijk, zo’n pensioenakkoord na vele jaren van vergaderen. De polder levert weer. Links en rechts werken samen alsof de politieke polarisatie nooit heeft plaatsgevonden. Maar ik mis wel wat in het akkoord: statiegeld op blikjes en frisdrankflesjes. Waarom hebben ze dat niet even geregeld? Overal zie ik zwerfvuil, maar de pensioenonderhandelaars vinden dat blijkbaar geen probleem. Net zomin als ze het nodig vonden om iets aan de files te doen, of het pensioenoverleg aan te grijpen om de tekorten in de zorg aan te pakken. Wat een gemiste kansen!

Nee, frisdrankflesjes en zorgtekorten hebben niets te maken met ons pensioen. Maar dat geldt ook voor de verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering (AOV) voor zelfstandigen, en dat was blijkbaar wel een essentieel onderdeel van het akkoord.

Geen wonder dat zzp’ers boos zijn. Zonder dat ze zelf aan tafel zaten, werd hun portemonnee het ontbrekende puzzelstukje van het pensioenoverleg. Alleen als het kabinet instemde met een verzekeringsplicht, wilden vakbond en linkse oppositie instemmen met de plannen voor een nieuw pensioenstelsel. Maar zelfstandigen willen niet verplicht worden. Ze willen zelfstandig zijn.

Nu is er vanuit economisch oogpunt toch echt wel wat te zeggen voor een verplichte AOV. Laat je het vrij, dan zullen vooral de mensen die een groter risico lopen zich verzekeren. Daardoor wordt de premie hoog en dat schrikt andere zzp’ers af. Verzekeren werkt alleen als risico’s worden gedeeld en bij arbeidsongeschiktheid is daar misschien wat overheidsdwang voor nodig.

Dat wil niet zeggen dat ik bij voorbaat enthousiast ben over dit deel van het pensioenakkoord. Hoe de verplichte AOV eruit gaat zien is nog volstrekt onduidelijk. Daar gaat men nog tot 2020 op studeren. Maar het succes van zo’n regeling is geheel afhankelijk van de details van de uitvoering. In het schema hieronder heb ik een aantal belangrijke keuzes op een rij gezet.

Allereerst is er de vraag voor wie de verplichting precies gaat gelden. Voor alle zzp’ers? Of hoeven zelfstandigen die aantoonbaar voldoende vermogen hebben om arbeidsongeschiktheid zelf op te kunnen vangen niet mee te doen? Ook vanuit maatschappelijk oogpunt lijkt het weinig zinvol om miljonairs een extra verzekering op te dringen. En wat doen we met zzp’ers die al een keurige AOV hebben? Ik ben zelf zo’n brave zelfstandige en heb jaren geleden een perfect op maat gesneden verzekering afgesloten. Moet ik daar uit en dan verplicht het Mao-pakje van de staats-AOV aan? Voor boeren (vaak ook zzp-er), die vaak bij ziekte een beroep kunnen doen op via een coöperatie betaalde invalkrachten, is in de tekst van het pensioenakkoord zelfs al een uitzondering gemaakt. Maar goed, LTO-Nederland zat dan ook wél aan tafel bij het overleg.

Volgende vraag: wordt het een privaat of publiek stelsel? Minister Wouter Koolmees van Sociale Zaken ziet vooral een publieke taak die het UWV zou kunnen uitvoeren. Maar of de verzekeraars zich zo makkelijk weg laten drukken, betwijfel ik.

Overigens kunnen zzp’er zich nu al vrijwillig bij het UWV verzekeren. Verzekeren van een ‘dagloon’ van €200 euro kost €315 per maand. De eerste twee jaar zijn dan voor eigen risico. Wil je daarvoor een ziektewetverzekering afsluiten, dan wordt de totale premie €673 per maand. Dat is geen misselijk bedrag. Over het eigen risico van de verplichte AOV zal dan ook goed moeten worden nagedacht. Gaat de uitkering direct in, of vallen de eerste twee jaar onder het ondernemersrisico?

Zo zijn er nog meer vragen. Hoe solidair willen we het hebben? Betalen mensen met bestaande aandoeningen evenveel premie? Of wordt de premie bepaald na een medische test? Gaan goedverdienende zzp’ers meer premie betalen en krijgen ze daar dan ook meer dekking voor terug? Komt er een maximum op de uitkering? En zo ja: kunnen rijke zzp’ers dan bijverzekeren?

Zelfstandigen vormen een buitengewoon diverse groep. Het zal bepaald niet eenvoudig zijn om daar een uniforme regeling voor te bedenken. Misschien is het wel onmogelijk. Hadden de vakbonden toch beter iets aan de rondslingerende colablikjes kunnen doen.

(FD)

Geef gemeenten een hengel

De jeugdzorg krijgt extra geld, meer dan een miljard euro in drie jaar tijd. Dit jaar komt er €420 mln bij en de komende twee jaar nog eens €300 mln per jaar, zo schrijft Wopke Hoekstra deze week in zijn Voorjaarsnota. Er schiet geld over, dus de minister van Financiën kan gul zijn.

Met een miljard in drie jaar lijkt de druk eraf bij de gemeenten. Sinds de decentralisatie van de jeugdzorg komen zij geld tekort. Niet zozeer omdat het Rijk parallel aan de decentralisatie een efficiëntiekorting invoerde, want de honderden miljoenen die er toen werden bezuinigd op de jeugdzorg hebben de gemeenten nog wel weten te absorberen. Maar door de tegelijkertijd toegenomen vraag naar jeugdzorg, schieten de budgetten toch tekort.

Prima dat er geld bijkomt, maar een fundamentele weeffout blijft bestaan: gemeenten hebben bij de decentralisatie een nieuwe taak gekregen, maar geen nieuwe middelen. Ze gaan wel over de uitgaven voor jeugdzorg, maar niet over de inkomsten. Hierdoor worden gemeenten al meer een uitvoeringsorganisatie dan een onafhankelijke bestuurslaag.

‘Invoering van een ‘ingezetenbelasting’ moet gepaard gaan met verlaging van de Rijksbelastingen’

Vergelijk het met de manier waarop we over ontwikkelingshulp denken. Wat geef je aan een arme man of vrouw in een land met hongersnood? Een vis, zodat het gezin vanavond weer eten heeft? Of een vishengel, zodat ze hun eigen maaltje kunnen vissen? Iedere ontwikkelingswerker kiest blind voor de tweede optie. Je helpt mensen vooral door ze de mogelijkheid te geven om voor zichzelf te zorgen.

Daar zouden de Nederlandse gemeenten ook mee geholpen zijn. Geen miljoenen uit Den Haag, maar een instrument om zelf geld bij elkaar te hengelen. Door alle decentralisaties van de afgelopen jaren zijn de gemeenten voor hun inkomsten afhankelijker geworden van het Rijk. Daardoor kunnen ze aan hun inwoners geen duidelijke politieke keuzes meer voorhouden. Ze kunnen niet vragen: wilt u meer jeugdzorg? Dan moeten de belastingen omhoog. Want over de inkomstenkant gaan ze niet. De juiste politieke afwegingen kunnen daarom niet worden gemaakt.

Gemeenten hebben daarom geen vis nodig, maar een hengel. Bijvoorbeeld in de vorm van een nieuwe belasting op het inkomen van inwoners. Zo’n ‘ingezetenbelasting’ moet natuurlijk gepaard gaan met een verlaging van de Rijksbelastingen. Een commissie onder leiding van VVD’er Bas Eenhoorn pleitte hier al in 2005 voor en ook in later verschenen rapporten werd voor gemeentebelastingen gepleit. Maar er gebeurde niets. Hoogste tijd dat Den Haag snapt dat decentralisatie van taken ook decentralisatie van belastingheffing betekent.

(FD)

Trump ver weg in Den Haag

‘Do not pet’ staat er op het jasje van de zwarte hond. Het is een ‘Veteran Service Dog’, dus liever niet aaien. Dit is de hulphond van een Amerikaanse oud-militair. De man die hem meenam in de Haagse congreszaal, waar wordt gesproken over drinkwater en hoe dat al schaarser wordt op onze planeet, heeft ergens in een gruwelijke oorlog gevochten en de hond helpt hem om met het psychische trauma van die ervaring om te gaan.

Dat lees ik in elk geval later, als ik ‘Veteran Service Dog’ google. Zo’n hond helpt mensen met een posttraumatische stress- stoornis, om in drukke omstandigheden rust te vinden. Ik had het de veteraan zelf kunnen vragen, natuurlijk, maar de hondenbezitter wilde wel met mij praten, alleen niet over hulpdieren. Verticalen boerderijen, daar wilde hij wat over kwijt. ‘We moeten ons voedsel niet meer op akkers, maar in wolkenkrabbers gaan verbouwen’, vertelde hij enthousiast. ‘Alleen zo kunnen we de wereld voeden, zonder roofbouw op de planeet te plegen’. Met zijn bedrijf Skyscraper Farm wil hij dat gaan bereiken.

‘Ik trof alleen maar redelijke Amerikaanse ondernemers. Over Trump wilden ze het liever niet hebben’

Op zijn Linkedin-account lees ik dat deze idealistische verticale boer inderdaad heeft gevochten. Hij was ‘team leadleader into Baghdad 2003’, datis het jaar van de Irak-oorlog.Daarna werkte hij in Bagdadvoor het paramilitaire beveiligingsbedrijf Blackwater. En nu probeert hij de wereldwijde voedsel- en watercrisis te bevechten. Samen met z’n hond.

Het was een van de interessante ontmoetingen die ik dinsdag had tijdens de Global Entrepreneurship Summit (GES) in Den Haag. Deze prestigieuze bijeenkomst van ondernemers wordt dit jaar georganiseerd door Nederland, samen met de Verenigde Staten. Normaal hou ik niet van dit soort congressen. Je moet luisteren naar panels vol met bevlogen ceo’s die gisteren nog probeerden zoveel mogelijk winst te maken, maar vandaag even helemaal idolaat zijn van de ‘Sustainable Development Goals’ van de VN. De recyclebare waterflesjes zijn afgevuld met 100% hypocrisie.

Ik kwam eerlijk gezegd vooral om iets van de Trump-revolte op te snuiven. Tussen de opening door de Amerikaanse minister van buitenlandse zaken Mike Pompeo en de sluiting voor ‘first daughter’ Ivanka Trump zou het congrescentrum toch moeten trillen van de onderhuidse Europees-Amerikaanse aversie, van de angst voor handelsoorlog en de ontmanteling van de liberale wereldorde?

Maar niets daarvan. Ik trof alleen redelijke Amerikaanse ondernemers. Over Trump wilden ze het liever niet hebben. Wel over (echt waar) samenwerking met Europese bedrijven. Ik werd er zelfs een beetje optimistisch van. Het moet niet gekker worden. Wie geeft me een aai?

(FD)

Voer Sonja, Igor en Natasja niet aan de wolven

De ene hand uitgestoken in vriendschap, maar in de andere een honkbalknuppel om de volgende beuk uit te delen. Dat is de manier waarop de Amerikaanse president Donald Trump zijn handelspolitiek voert.

De inkt van de nieuwe handelsdeal tussen de Verenigde Staten en Mexico is nog niet droog – het Amerikaanse congres moet nog instemmen met het nieuwe United States-Mexico-Canada Agreement (USMCA) dat het North American Free Trade Agreement (Nafta) gaat vervangen -, maar de nieuwe dreun is al weer gegeven. Totdat Mexico zorgt dat de illegale immigratie vanuit Zuid-Amerika naar de VS stopt, geldt een 5%-straftarief op Mexicaanse import, zo kondigde de Amerikaanse overheid donderdag aan.

Mexicaanse politici die dachten dat ze door mee te buigen met de Amerikaanse handelseisen de zaak konden sussen, hebben de wispelturigheid van de Amerikaanse politiek op een dramatische manier onderschat. Ze hoopten met een handelsdeal importheffingen af te wenden, maar blijken alleen maar het geloof van Trump in de kracht van importtarieven te hebben versterkt. Dit smaakt naar meer, denkt Trump. Of in zijn eigen woorden: ‘Trade wars are good and easy to win.’

In Peking fronst men de wenkbrauwen. En in Brussel ook. Hoe werkt dat precies met deze Amerikaanse president? Kun je wel serieuze afspraken met hem maken? De Chinezen voeren al maandenlang vredesonderhandelingen om de voor beide kanten desastreuze handelsoorlog te beslechten. En de Europeanen hopen via nieuw overleg nieuwe Amerikaanse importtarieven voor bijvoorbeeld Europese auto’s te voorkomen. Maar wat is dergelijk overleg waard als de Amerikanen zich na een akkoord omdraaien en de volgende handelsoorlog beginnen?

Het Amerikaanse handelsbeleid is net als de Dodenrit van Drs. P: Gooi kleine Pjotr uit de trojka om de hongerige wolven tevreden te stellen, en een minuut later komen ze alweer voor Sonja (ondanks haar mooie alt). Dan gaat de jonge violist Igor eraan (‘helaas, jij wordt geen virtuoos’) en weer even later ook Natasja (‘zij leert zo goed op school’). ‘Trojka hier, trojka daar, Trumps handelsoorlog is nooit klaar.’

Met de nieuwe tarieven op Mexicaanse import schakelt de Amerikaanse handelspolitiek naar de derde versnelling. Eerst ging het nog puur om onevenwichtige handelsbalansen: Europa en China exporteren meer naar de VS dan andersom, dus moesten de Amerikaanse handelstarieven omhoog. Daarna zette Trump de aanval in op buitenlandse technologie en moest bijvoorbeeld het Chinese Huawei het ontgelden. En nu zet hij hem in zijn drie: importtarieven als middel om immigratie te bestrijden. Handelspolitiek is nu een generiek wapen geworden, inzetbaar voor iedere politieke strijd.

Geen wonder dat de aandelenbeurzen daalden, toen Trump zijn nieuwe aanval op Mexico op Twitter zette. En ook rentes gingen wereldwijd omlaag. Een handelsoorlog kost iedereen geld. Inmiddels is het beleid van Trump zelf in de wereldhandelscijfers terug te zien. Volgens het Centraal Planbureau is het volume van de wereldhandel de afgelopen twee jaar nauwelijks meer toegenomen. Na de crisis van 2008 en 2009 was er juist sprake van robuust herstel, maar sinds Trumps tarieven is er geen sprake meer van groei. Als de wereld dit of volgend jaar in een recessie belandt, dan is het Amerikaanse handelsbeleid de belangrijkste oorzaak. Handelsoorlogen zijn niet ‘great’ en kennen alleen maar verliezers.

(eerder in FD)