Alle berichten van Mathijs

Trump maakt schone brexit vies

Vergeet de harde brexit, vergeet de no-deal-brexit. De nieuwe term voor een vertrek van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie zonder afspraken over de toekomstige handelsbetrekkingen, kreeg deze zomer een nieuwe naam: het is de ‘clean brexit’. Schoon, netjes, keurig en met de zekerheid dat de ongekozen bureaucraten uit Brussel niets Brits meer met hun vette vingers kunnen bepotelen.

Vooral de aartsconservatieve politicus Jacob Rees-Mogg doet zijn best om de term in omloop te krijgen. Het VK moet gewoon uit de EU stappen, vindt hij, dus zonder deal. Nee, dat levert geen economische chaos op, want het land kan dan gewoon een beroep doen op het rechtssysteem van de World Trade Organisation (WTO), zodat Britse exporteurs er nauwelijks last van ondervinden. Een brexit zonder deal wordt een keurig nette, clean brexit, dankzij de in beton gegoten regels en procedures van de Wereldhandelsorganisatie.

Mensen die er wel verstand van hebben, proberen Rees-Mogg en zijn medestanders al maanden uit te leggen dat de WTO allerminst de oplossing voor alles is. Goederenexport krijgt wel degelijk te maken met forse tarieven en over de voor het VK zo belangrijke handel in diensten heeft de WTO zelfs niets te zeggen. Niet voor niets is er vrijwel geen land in de wereld dat alleen op basis van de WTO-regels handel drijft. Een WTO-brexit wordt een vieze brexit.

‘Niet voor niets is er vrijwel geen land in de wereld dat alleen op basis van de WTO-regels handel drijft’

En als het aan Donald Trump ligt wordt het zelf nog veel smeriger. Want terwijl de ‘schone brexteers’ de toekomst van het Britse rijk volledig willen ophangen aan de WTO, doet hun vriend aan de andere kant van de oceaan er alles aan om deze organisatie juist de nek om te draaien.

De WTO is onderdeel van de door hem verfoeide multinationale wereldorde. Het is de instelling waarmee de cappuccinodrinkende en avocado-etende globalistische elite decennialang de Amerikaanse economie heeft leeggeroofd. America first, dus de WTO moet kapot.

Vandaar dat de Verenigde Staten weigert om nieuwe rechters voor het belangrijkste rechtsprekende orgaan van de WTO, de Appellate Body, te benoemen. Dit orgaan doet bindende uitspraken bij handelsconflicten en hoort te bestaan uit zeven personen. Maar omdat de VS elke nieuwe benoeming tegenhoudt, zijn dat er nu nog maar vier.

Afgelopen maandag blokkeerden de Amerikanen de herbenoeming van het Mauritaanse lid Shree Baboo Servansing, waardoor de Appellate Body vanaf oktober nog maar uit drie leden zal bestaan. Dat is het absolute minimum. In zaken waar een van de drie overgebleven rechters (uit China, India en – jawel – de VS) zich vanwege de schijn van partijdigheid moet terugtrekken, zijn dan geen uitspraken meer mogelijk.

Trump heeft de brexit altijd enthousiast toegejuicht. Maar als het er op aankomt, zijn nationalistische populisten natuurlijk per definitie nooit elkaars bondgenoten.

Voordat we na Prinsjesdag de overschotten gaan verbrassen: misschien eerst even bellen met Gerrit Zalm

Er komt meer geld voor het basisonderwijs. En ook voor de politie. Defensie krijgt een flinke geldinjectie. Net als gezondheidszorg (zoals ieder jaar, overigens). Hoe hoog de bedragen voor 2019 precies zijn horen we op Prinsjesdag, maar dat er geld bijkomt voor deze vitale publieke diensten, is duidelijk.

Maar toch moet het land plat. De twee leraren achter PO in Actie willen een massale staking van werknemers in het onderwijs, zorg en politie en defensie. ‘De publieke sector staat in de fik’, vinden de initiatiefnemers, dus er moet veel meer geld bij. Ze kregen bijval van de linkse partijen. En uiteraard werd ook afschaffing van de dividendbelasting erbij gehaald. Als we dat niet doen, is er geld genoeg voor onderwijs, zorg en veiligheid, vindt men.

Dat laatste is een even populair als slecht argument. Per saldo gaan deze kabinetsperiode de lasten van bedrijven omhoog, terwijl die van huishoudens juist dalen. Dus eventueel behoud van de dividendbelasting zal moeten worden gecompenseerd door andere bedrijfsbelastingen te verlagen of minder te verhogen.

Maar afgezien daarvan, klinkt zo’n maatschappelijke actie voor meer geld voor de publieke zaak wel logisch. Over elf dagen presenteert het kabinet de Miljoenennota met daarin een begrotingsoverschot van bijna een procent. De staatsschuld daalt tot onder de 50%. Er is geld genoeg, maar dat is in het beleid niet direct te zien. Hoewel er op Prinsjesdag vast lastenverlichtingen worden aangekondigd, zal de collectieve lastendruk – vooral door de stijgende zorgkosten – volgend jaar oplopen tot meer dan 39%. Dat is het hoogste percentage in meer dan twintig jaar.

De overheid (in brede zin) krijgt dus veel meer geld binnen dan het nodig heeft. Terwijl links roept om meer overheidsuitgaven, zal rechts daarom vragen om meer lastenverlichting. Maar voordat het kabinet aan links of rechts toegeeft, is het misschien handig om even met Gerrit Zalm te bellen. Want die zat achttien jaar geleden in precies dezelfde situatie.

‘Publieke armoede en private rijkdom’. Dat was rond de eeuwwisseling de slogan van links Nederland. De economie groeide al een tijd bovengemiddeld, waardoor de rijksbegroting een fors overschot vertoonde. Uitgeven dat geld, vond toenmalig PvdA-fractievoorzitter Ad Melkert, en hij riep het kabinet (Paars 2) op om de begrotingsregels van VVD-minister Gerrit Zalm te negeren en stevig te investeren in de publieke zaak. ‘Het geld klotst tegen de plinten’, zei Melkert.

Net als nu was het een actiegroep die de zaak extra fel aanzette. ‘Stop de uitverkoop van de beschaving’ heette die, met onder andere Freek de Jonge, Jan Marijnissen en Arjo Klamer. Samen vroegen ze voor meer geld voor ongeveer alles. Binnen het kabinet eiste D66-minister Els Borst miljarden extra voor zorg, en wilde VVD-minister Loek Hermans meer geld voor onderwijs.

Zalm zou uiteindelijk toegeven. In 2001 kwam er structureel €3,5 miljard meer voor zorg en onderwijs. Ook kwam er een enorme lastenverlichting van zo’n €6 mrd. Een jaar later sloeg de conjunctuur om, na het knappen van de internetbubbel en de aanslagen van 9/11. In 2002 was er alweer een begrotingstekort van 2,1%. Weer een jaar later overschreed Nederland de Europese grens van 3%. Er moest weer stevig bezuinigd worden, juist op het moment dat de economie wel een zetje kon gebruiken.

Procyclisch beleid, noemen economen dat. En ze trekken er een vies gezicht bij. Juist in goede tijden moet je rustig aandoen, en de meevallers laten accumuleren. Dan hoef je in slechte tijden niet meteen te bezuinigen. In theorie lijkt dat een eenvoudig principe, in de praktijk blijkt de politieke druk om in hoogconjunctuur tijdelijke meevallers uit te geven aan structureel beleid, meestal niet te weerstaan. Zelfs niet voor een strenge rekenmeester als Zalm.

Het geld klotst tegen de plinten, publieke armoede en private rijkdom, we zullen het wel weer horen tijdens de aankomende financiële beschouwingen. Het zijn de voorbodes van harde en ontijdige bezuinigingen in de nabije toekomst, als de economie weer eens tegenzit.

Brexitonderhandelingen ontaarden in een wedstrijd zelfmutilatie. Dat is griezelig om aan te zien

Men neme twee witte boterhammen, een tomaat, vier reepjes spek, een paar blaadjes (romaine) sla en een flinke lepel (verse) mayonaise. Rooster de boterhammen licht bruin, bak het spek knapperig en snij de tomaat in dunne plakken. Bouw nu de sandwich: eerst een met mayo besmeerde boterham, dan de bacon, de sla, daarop weer mayonaise en dan de tweede boterham. Snij diagonaal door. Uw BLT (bacon-lettuce-tomato) is klaar.

Het is volgens velen de lekkerste sandwich ter wereld. Vandaar dat 66 miljoen Britten afgelopen donderdag opgelucht ademhaalden toen de nieuwe brexitminister Dominic Raab zijn langverwachte toespraak gaf over de gevolgen van een brexit zonder deal. “Ik verzeker u”, zei Raab, “na brexit zullen we allemaal nog steeds kunnen genieten van een BLT-sandwich.” Ook zonder afspraken met de EU over handel, migratie en de Noord-Ierse grens, blijft er bacon beschikbaar voor de hongerige Britse consument. En ook tomaten, sla en mayonaise.

Dat valt dus mee. Of misschien juist niet. Want als een regering zich geroepen voelt om uit te leggen dat je straks heus nog wel eten in de supermarkten kunt kopen, is dat dan niet het moment om je zorgen te gaan maken? Als de minister een onbelemmerde toegang tot bacon belooft, moet je dan niet snel zelf maar een varkentje kopen?

Die dubbele boodschap klonk overal door in Raabs toespraak. Een ‘no-dealbrexit’ gaat grote problemen geven, maar die problemen kunnen we als Britten heus wel aan. De speech was alarmistisch en geruststellend tegelijk. En dat was niet per ongeluk, want nu de brexitonderhandelingen hun climax naderen (er moet eigenlijk in oktober een akkoord liggen, met eventueel uitstel tot maximaal december), wordt het voor de Britten belangrijk om te laten zien dat ze bereid zijn om weg te lopen zonder afspraken.

Uit de speltheorie weten we dat dreigementen tijdens onderhandelingen alleen werken als die geloofwaardig zijn. Dreigen met weglopen, zonder je bevolking voor te bereiden op de gevolgen van zo’n radicale stap, maakt het dreigement ongeloofwaardig en daarmee als onderhandelingsinstrument waardeloos. Maar ook de voorbereiding zelf moet geloofwaardig zijn. De nadelen van een no-dealbrexit moeten eerlijk worden benoemd en de oplossingen moeten redelijk klinken. Alleen dan is dreigen met weglopen een bruikbare strategie.

Raab moest daarom precies de juiste balans vinden tussen waarschuwen en geruststellen. Hij moest erkennen dat er zonder deal grote problemen ontstaan, maar ook duidelijk maken dat die oplosbaar waren. Import van voedsel wordt moeilijker, maar uw BLT-sandwich komt niet in gevaar.

De Europese Unie doet precies hetzelfde. Al eerder dan de Britten begon men op het vasteland met de voorbereidingen voor een brexit zonder afspraken. Er zijn websites voor burgers en bedrijven, voorlichtingsavonden, noodplannen en de landen rond de Noordzee zijn druk met het werven van nieuwe douaniers. Zo laten wij de Britten zien dat we bereid zijn onszelf flink pijn te doen.

Het is speltheoretisch allemaal prima te begrijpen, maar voor een econoom aan de zijlijn ziet het er buitengewoon griezelig uit. Want als dreigen alleen functioneel is als je ook bereid bent de trekker over te halen, dan is de kans op een no-dealbrexit dus flink toegenomen. Een recente studie van het IMF laat zien dat dit niet alleen voor de Britten, maar ook voor veel EU-landen een zeer onwenselijke uitkomst zou zijn.

Volgens de modelsimulatie van het IMF, waarin alleen wordt gekeken naar de gevolgen voor de handel, zou het Nederland meer dan een procent economische groei kosten. Dat is ruim €7 miljard, ieder jaar opnieuw. Alleen de Ierse economie wordt nog (veel) harder geraakt. Ook de Denen en de Belgen gaan er fors op achteruit. Een no-dealbrexit is voor veel landen een enorme aderlating.

Dat is het paradoxale aan de brexitonderhandelingen: hoe groter de economische kosten van een brexit zonder afspraken, des te harder moeten de partijen roepen dat ze helemaal klaar zijn om die hoge kosten te dragen. In de hoop dat het dan toch nog met een sisser afloopt.

Niet schikken, maar vervolgen!

‘Maar meneer Hamers, hoe verklaart u dan dat uw eigen computersysteem opzettelijk zó stond afgesteld dat er per dag niet meer dan drie keer een alarmsignaal voor witwaspraktijken kon worden gegeven?’ De officier van justitie kijkt ING-topman Ralph Hamers lang aan, en vervolgt dan: ‘En hoe kon het dat uw bank het – ondanks herhaalde waarschuwingen van toezichthouders – vertikte om extra geld uit te trekken voor de naleving van de Wet ter voorkoming van witwassen? Legt u dat eens uit?’

Binnenkort in een rechtszaal bij u in de buurt? Helaas niet. ING ‘vergat’ jarenlang om een deugdelijke controle uit te oefenen op witwaspraktijken van rekeninghouders, maar komt niet voor de rechter. Het Openbaar Ministerie besloot te schikken voor een totaalbedrag van €775 mln. Het is het hoogste schikkingsbedrag ooit, en doet de bank serieus pijn. Maar ik had toch liever een rechtszaak gezien, waarbij in alle openbaarheid over schuld en boete was gesproken.

‘Barbertje hoeft niet per se te hangen. Maar een openbare rechtszaak levert duidelijke normen op die voor de hele maatschappij zichtbaar zijn’

Behalve Hamers had dan bijvoorbeeld ook Wilfred Nagel uitleg mogen komen geven. Hij was als chief risk officer van ING Groep tussen 2011 en 2017 verantwoordelijk voor risicobeheer. We kennen Nagel als de man die het in het publieke debat graag op felle toon opneemt voor de bankensector. Dat is dapper en maakt hem geliefd bij journalisten, want veel bankiers bedanken voor die rol. Precies de man dus, die de rechter – en de rest van Nederland – helder had kunnen uitleggen hoe het nou toch kan, dat een systeembank zo over de schreef gaat.

Misschien dat de aanklager hem de eerste zin had kunnen voorlezen uit het Compliance Risk Management Charter, dat prominent op de ING-website staat: ‘ING is committed to the preservation of its reputation and integrity through compliance with applicable laws, regulations and ethical standards in each of the markets in which it operates.’ Hoe is het gat tussen deze theorie en de bedroevende praktijk te verklaren?

Let wel, barbertje hoeft niet per se te hangen, daar gaat het me niet om. Maar een openbare rechtszaak levert duidelijke normen op die voor de hele maatschappij zichtbaar zijn. Er moet schuld worden bekend, verantwoordelijkheid worden genomen en rekenschap worden afgelegd. Schikkingen lijken in de praktijk te veel op een soort accijns: bij iedere wetsovertreding gewoon even afrekenen bij de overheid, en daarna maalt niemand er meer om.

Sinds de kredietcrisis (alles zou anders worden bij de banken, weet u nog), stapelen de bankschandalen zich op: van Libor- en valutamanipulatie tot renteswaps, van witwassen tot ontduiken van sancties. In veel gevallen werd dat afgedaan met een schikking. Blijkbaar is dat niet genoeg. De volgende keer graag een echte rechtszaak, zodat de overheid aan iedereen laat zien dat overtreden van de wet nooit ‘business-as-usual’ mag worden.

Hoekstra’s schijnprobleem

De familie Bouman gaat deze winter niet op wintersport. Het chalet was al bijna geboekt, maar toen kwam er een uiterst vervelende financiële tegenvaller die een gat sloeg in de gezinsbegroting. De hoofdredacteur van damesblad Viva besloot mij voortaan flink meer te gaan betalen per wekelijkse column.

Nee, ik schrijf geen column voor de Viva. Maar de hogere prijs die men blijkbaar wil betalen voor een column die ik niet schrijf, levert mij een boekhoudkundig verlies op. De kosten (of optiewaarde) van ‘geen column schrijven voor Viva’ zijn immers flink gestegen. Deze onverwachte tegenvaller zal ik moeten verwerken in de jaarrekening van de bv Bouman, waardoor de winst dit jaar tegenvalt. Dat weekje snowboarden in de Alpen zit er helaas niet meer in.

Klagende gezinsleden die beweren dat dit een idiote redenering is, verwijs ik graag door naar minister Wopke Hoekstra van Financiën. Die zit met een vergelijkbaar probleem op zijn begroting. In plaats van geen Viva-column schrijven, wil hij geen dividendbelasting innen. Daardoor loopt hij naar schatting €1,4 mrd aan inkomsten mis. Echter, door de economische rugwind zijn de bedrijfswinsten hoger dan gedacht. Gevolg is dat de kosten van ‘geen dividendbelasting innen’ naar verwachting een half miljard euro hoger uitvallen. Hoekstra moet dit gat zien op te vullen door andere belastingen te verhogen, zo las ik de afgelopen dagen in Nederlandse kranten. De minister moet op zoek naar een half miljard aan nieuwe inkomsten.

‘Wereld van Haagse begrotingsregels is drooggekookte schijnwereld waar alle redelijkheid verdampt is’

Maar waarom moet hij dat eigenlijk? Na afschaffing zou de dividendbelasting nul euro opleveren. Dat is niet veranderd, hoe hoog de winsten van bedrijven ook worden. Nul euro blijft nul euro. Dus wat is dan precies die tegenvaller van een half miljard?

Om dat te begrijpen moeten we (helaas) duiken in de wereld van de Haagse begrotingsregels. Dat is een drooggekookte schijnwereld waar alle redelijkheid verdampt is. De begrotingsregels gaan uit van een ‘basispad’ voor het ‘inkomstenkader’ van de overheid.

Overstijgen de inkomsten dit kader, dan is er sprake van een meevaller die geheel ten goede moet komen aan verlaging van de staatsschuld. Door de hogere verwachte bedrijfswinsten zou er – bij ongewijzigd beleid – sprake zijn van een meevaller in de dividendbelasting. Die meevaller moet naar de staatsschuld. Maar de meevaller verdwijnt door het afschaffen van de dividendbelasting. De regels schrijven voor dat dit moet worden gecompenseerd, via hogere belastingheffing elders – waarvan de opbrengst vervolgens in de staatsschuld verdwijnt.

Iedere pragmatische politicus ziet dat dit een onzinnige uitkomst is. Er is geen echt gat op de begroting, en dus ook geen reden om te compenseren. Het kabinet kan besluiten dat de regels hier niet van toepassing zijn. Laat ze dat gewoon doen. Dan kunnen wij tenminste ook weer eens gaan skiën.

(FD)

NB: De begrotingsregels van Rutte III staan in de Startnota van dit kabinet. 

Amerika is een kartelparadijs. Voor echte concurrentie moet je in de EU zijn

Margrethe Vestager is ongetwijfeld populairste eurocommissaris van dit moment. De Deense bestiert het Directoraat-generaal Mededinging van de Europese Commissie. Zij oordeelt over marktmacht, kartels en oneerlijke concurrentie. Met een knip van de vinger legt Vestager miljardenboetes op aan de grootste bedrijven van onze tijd.

Zoals afgelopen week, toen ze een boete uitdeelde aan Google van ruim €4,3 miljard, voor het overtreden van marktregels. Met het besturingssysteem Android voor smartphones heeft het Amerikaanse bedrijf een machtspositie opgebouwd en die misbruikt het om telefoonaanbieders te verplichten de Google-zoekmachine en -browser te gebruiken. Eerder pakte Vestager ook al giganten als Apple en Amazon aan. Chipfabrikant Qualcomm kreeg een enorme boete. En ook Starbucks, Fiat en Gazprom liggen onder vuur.

Mocht u ooit gevraagd worden om eurocommissaris te worden: probeer altijd de portefeuille van Vestager te krijgen. Want de mededingingscommissaris heeft meer macht dan alle andere eurocommissarissen bij elkaar. Zij (of hij) is aanklager, jury en rechter in één persoon en doet de grootste en machtigste bedrijven sidderen van angst. Het publiek houdt van politici met macht. Toen Neelie Kroes het DG bestierde was ze ook bijzonder populair. Onze eigen IJzeren Dame durfde het monopolie van Microsoft aan te pakken! Later, als tandeloze commissaris voor ICT, was ze gewoon weer een impopulaire eurocraat.

Het is dus waarschijnlijk niet de persoon, maar de macht die deze eurocommissaris zo vol in de schijnwerpers zet. De Europese Commissie heeft de middelen om de positie van ’s werelds grootste bedrijven aan te tasten en dat valt op. Vooral omdat de traditionele voorvechter van vrije marktwerking en anti-kartelmaatregelen, de Verenigde Staten, het al een tijdje af laat weten.

Een eeuw geleden ontmantelde de Amerikaanse marktautoriteit het machtige Standard Oil. Het oliebedrijf van John D. Rockefeller werd in 34 stukken opgebroken. Maar aan de minstens zo dominante positie van bedrijven als Google, Facebook en Amazon, lijkt de Amerikaanse overheid niets te willen doen. Dat vuile werk wordt overgelaten aan Europa.

Toch was Europa tot voor kort juist het continent waar kartels, staatssteun andere vormen van marktbederf als business-as-usual golden. Ondernemers die beschutting zochten tegen de gure wind van de concurrentie, die de markt wilden verdelen met hun concurrenten, die de overheid wilden verleiden tot het geven van enorme subsidies, die moesten niet de VS, maar in Europa zijn. Maar die tijd lijkt nu toch echt voorbij.

Vorige maand verscheen een studie die laat zien dat niet de VS, maar de EU de beschermer van de eerlijke marktwerking is geworden. Thomas Philippon en German Gutierrez zijn twee economen van de Stern Business School in New York, die bij het Europese Centre for Economic Policy Research een artikel publiceerde met de titel: “How EU markets became more competitive than US markets. De onderzoekers laten zien dat op de Europese markt de marktmacht van bedrijven minder is, de overwinsten geringer zijn en de toetredingsbarrières voor nieuwe bedrijven lager. Tot de jaren negentig van de vorige eeuw liep de VS hierin juist voorop.

Politieke voorkeuren zijn een belangrijke verklaring voor deze omslag. Waar de Amerikaanse politiek al meer in de greep kwam van het lobbyende grootbedrijf, kreeg men in Europa juist meer oog voor de consument. In de VS daalde het aantal rechtszaken dat de overheid startte tegen bedrijven die hun marktmacht misbruikten tot vrijwel nul. In Europa ging juist meer procederen. Ook bij de omvang van de kartelboetes is de omslag te zien: eind vorige eeuw gaven de Amerikanen hogere boetes dan Europa. Inmiddels loopt de EU voorop. En het gaat daarbij heus niet alleen om Amerikaanse bedrijven. Ook Europese kregen de afgelopen decennia al grotere kartelboetes om de oren.

De afgelopen twintig jaar is er sprake van een ‘opzienbarende omkering’, schrijven de economen. Niet de Amerikaanse, maar de Europese politici zijn ‘ werelds belangrijkste de voorvechters van eerlijke concurrentie. Vestager is niet alleen de held van Europa, maar van de hele wereld.

(FD)

Ik was even van slag. (Maar toen…)

Het experiment is mislukt. Wie dacht dat we een stabiel internationaal systeem konden bouwen op basis van samenwerking, wederkerigheid en welbegrepen eigenbelang staat in z’n hemd en met de broek op de knieën. De keizer van het globalisme spreekt mooie woorden over vrijhandel en welvaart voor iedereen, maar is niets meer dan een man die in z’n blote kont staat en loze praatjes verkoopt.

De liberale wereldorde is een farce, een tijdelijke oprisping van de dolende generatie die na twee wereldoorlogen niets beter wist te verzinnen dan: ‘Zullen we gewoon proberen gezellig met elkaar samen te werken?’

Donald Trump, Vladimir Poetin, Recep Tayyip Erdogan, Viktor Orbán, de PiS in Polen en de harde brexiteers in het Verenigd Koninkrijk lachen erom. Nationalisme is de smaak van de dag: eerst wij, dan pas zij. Weg dus met de EU, de Navo, de WTO en al die andere afkortingen van de globalistische elite. Het volk wil soevereiniteit en harde grenzen.

Sorry. Ik liet me even gaan. Mijn excuses. Het is hier bijna dertig graden en dan is het moeilijk om coherente gedachten te formuleren. Bovendien zag ik gisteren de president van het land dat onze liberale wereldorde de afgelopen halve eeuw vormgaf, als een loops hondje oprijden tegen het been van de president van het land dat deze wereldorde juist omver wil trekken. Zo’n beeld doet toch iets met je beoordelingsvermogen.

Kort daarna volgde ik online een debat in het Britse parlement, waarin harde brexiteers hun eigen premier dwongen om haar brexitplan dusdanig aan te passen dat het nu zeker onaanvaardbaar is voor de Europese Unie. Theresa May had met veel moeite een plan opgesteld waarin vrij verkeer van goederen tussen het VK en de EU mogelijk zou blijven. Dat plan was op zich al moeilijk te verteren voor de EU, maar het Britse parlement besloot er nog vier problematische amendementen aan te hangen.

De Britten willen geen lid meer zijn van de club, maar wel graag blijven aanschuiven in het luxe buffet in het clubhuis. Door de aanpassing is een harde brexit een stuk dichterbij gekomen, met alle desastreuze gevolgen van dien. Ook daardoor was ik wat van slag.

Maar maakt u zich geen zorgen. Inmiddels gaat het weer beter. Ik las zojuist een persbericht van de Europese Unie. U weet wel, dat protectionistische complot dat de VS op geniepige wijze jaarlijks honderden miljarden armer maakt en de Britten verbiedt om fantastische handelsakkoorden te sluiten met andere landen.

Die EU heeft een grootschalig handelsakkoord gesloten met Japan, de derde economie van de wereld. Tarieven zijn afgeschaft, handelsbarrières geslecht. Europa en Japan gaan samenwerken op basis van wederkerigheid en welbegrepen eigenbelang. Ik kon het bijna niet geloven. De liberale wereldorde is blijkbaar toch niet dood.

Ranglijsten: Nederland zit Zwitserland op de hielen in de strijd om de titel van ‘beste land ter wereld’

Een waarschuwing vooraf: als u vindt dat het helemaal misgaat in Nederland, dat onze economie steeds verder kopje-onder gaat en dat de innovatiekracht, het ondernemerschap, en het welzijn van onze burgers er alleen maar op achteruitgaan, stop dan nu met lezen. Want dit wordt een positief artikel. Het is op feiten gestoeld en door onafhankelijke, buitenlandse waarnemers bepaald, maar voor sommigen wellicht toch onverdraaglijk positief.

Voor eigen risico dus, de uitslag van de Ranglijst der Ranglijsten voor 2018: Nederland staat wederom op plaats twee, achter Zwitserland, en we zijn weer een stuk richting de eerste plaats opgeschoven. Dat laatste komt doordat Nederland dit jaar een plaats is gestegen op de ranglijst voor meeste concurrerende landen, terwijl Zwitserland op die lijst juist daalde. Ook gingen we een plek omhoog op de ranglijst voor meest innovatieve economieën. De achterstand op Zwitserland is daardoor – net als vorig jaar – geslonken. Als het zo doorgaat zal Nederland de Zwitsers in de komende jaren serieus kunnen bedreigen, en mogelijk de toppositie overnemen.

Het is de derde keer dat ik deze ranglijst presenteer. In 2016 telde ik voor het eerst vijf belangrijke, mondiale ranglijsten op. Twee daarvan meten de concurrentiekracht. De World Competiveness Scoreboard van het Zwitserse onderzoekbureau IMD doet dat aan de hand van honderden variabelen die iets zeggen over onder meer scholing, patenten, ICT-uitgaven, onderzoek en ontwikkeling, het gebruik van big data en kennisoverdracht. Samen geven deze indicatoren een beeld van de concurrentiekracht, meent IMD. In 2016 stond Nederland op de achtste plaats op deze ranglijst. In 2018 staan we op nummer vier. We hebben de voormalige nummer één Zwitserland (nu op vijf), volgens IMD zelfs al ingehaald.

‘Het verschil loopt al twee jaar op rij terug, en met dit tempo lopen we ze binnen enkele jaren in’

De onderzoekers van het World Economic Forum (WEF) berekenen ook elk jaar een indicator voor de concurrentiekracht van landen, maar gebruiken andere gegevens en een andere methode. Nederland stond in 2016 op de vijfde plaats, en is inmiddels naar plaats vier gestegen, nog wel achter lijstaanvoerder Zwitserland.

De derde ranglijst kijkt naar de innovatiekracht van landen. De Global Innovation Index (GII) van het Franse Insead veegt een grote hoeveelheid aan innovatie gerelateerde gegevens in een enkel cijfer. Nederland stond in 2016 nog op plaats acht van deze ranglijst en steeg in 2017 naar plaats drie. Deze week werd de GII voor 2018 gepubliceerd, en bleek Nederland wederom te zijn gestegen. We zijn nu na Zwitserland, de meest innovatieve economie ter wereld. Vooral als het gaat om de efficiënte manier waarop wij kennis gebruiken, onze vooruitstrevende bedrijven en onze creativiteit, scoort Nederland uitmuntend.

Omdat er in het leven meer is dan concurreren en innoveren voeg ik ook de Human Development Index van de Wereldbank toe. Dat is een brede indicator voor het welzijn in een land. Het laatste rapport dateert uit 2016, en Nederland staat op de zevende plaats. Omdat we het uiteindelijk allemaal doen voor een gelukkige bevolking is er de vijfde ranglijst, de Happiness Index van de economen Richard Layard en Jeffrey Sachs. Editie 2018 zet Nederland op de zesde plaats van gelukkigste landen (een plaats hoger dan in 2016), net achter Zwitserland en ruim achter de Scandinavische landen.

Deze vijf ranglijsten bij elkaar opgeteld levert de Ranglijst der Ranglijsten op. Nederland komt met een vierde, vierde, tweede, zevende en zesde plaats op een totaal van 23. Dat is minder dan de vijftien van Zwitserland. Maar het verschil met de Zwitsers loopt nu al twee jaar op rij terug. Met dit tempo halen we ze binnen een paar jaar in.

Onze achtervolgers, Denemarken en de Verenigde Staten laten juist een gaatje vallen. Hun totaalscore liep dit jaar op. In de top vier is Nederland het enige land dat zich sinds 2016 telkens heeft verbeterd.

Nederland is het op een na beste land ter wereld, en hard op weg om de nummer een van de troon te stoten. Knappe pessimist die daar nog een negatieve draai aan weet te geven.

(FD)

NB: “Waar staat België dan?” vroegen een aantal zuiderlingen. Op nr 20.

Lessen voor nexiteers

Links moet feest vieren

Je strijdt al jaren voor een bepaald maatschappelijk doel in Nederland. Je bent zo gepassioneerd dat je er zelfs je beroep van hebt gemaakt. Daarom heb je je aangesloten bij een beweging die zich al decennia – ja, misschien zelfs al meer dan een eeuw – inzet voor dit maatschappelijke doel. Samen met de medestanders in deze beweging zet je je dag in dag uit met alle energie in om het doel te bereiken. Of op z’n minst dichterbij te brengen.

En dan, na jaren van strijd, komt de dag dat een onafhankelijke, buitenlandse, wetenschappelijke instelling een grootschalig onderzoek presenteert over precies jouw maatschappelijke doel. De conclusie: van alle landen die werden onderzocht, scoort Nederland het allerbeste. Nergens wordt het maatschappelijk doel dat jij en jouw beweging nastreven zo dicht benadert als hier!

Wat doe je dan? Je organiseert een feest om dit enorme succes te vieren. Je schrijft vriend en vijand aan om ze te wijzen op deze mijlpaal. Je stuurt persberichten rond vol zelffelicitaties en probeert in iedere krant een ingezonden stuk te krijgen waarin je de overwinning claimt.

Dat zou ik denken. Maar ik zit er faliekant naast. Wie zijn ultieme maatschappelijke doel in Nederland verwezenlijkt ziet, die houdt daar juist angstvallig zijn mond over. Geen festiviteiten, persberichten of nieuwsartikelen, maar juist volledige radiostilte.

Het gerenommeerde IFO-instituut uit Duitsland deed vernieuwend onderzoek naar de inkomens- en kansenongelijkheid in 31 Europese landen. Men keek naar de kans dat mensen in armoede belanden en naar de mate waarin inwoners gelijke kansen hebben om zich economisch te verbeteren. Het onderzoek werd uitgevoerd door drie economen, waaronder Ravi Kanbur, een in India geboren Brit, hoogleraar in de Verenigde Staten, die decennialang als directeur bij de Wereldbank het invloedrijke World Development Report opstelde.

Volgens Kanbur en zijn onderzoekers is er één land in Europa waar de inkomens- en kansengelijkheid het grootst is. Dat land is Nederland. Wij doen het zelfs beter dan de Scandinavische landen, die we op dit soort lijstjes vaak voor moeten laten gaan.

Nederland is de gelijkheidskampioen. Dat is geweldig nieuws. Zeker voor de linkse politieke partijen en de vakbonden, die hier al vele jaren voor vechten. Hun inspanningen hebben effect gehad. Ze kunnen zichzelf uitgebreid feliciteren.

Maar op de website van de vakbond lees ik alleen maar berichten als ‘Werken in de hitte, waar moet je op letten?’ De SP maakt zich weer een boos over de dividendbelasting. Terwijl de PvdA onder het kopje ‘Liefde = liefde’ mensen oproept zich te melden voor het ‘Roze Zomer-promotieteam’.

Kom op links Nederland, vier de overwinning! De strijd is gestreden en jullie hebben gewonnen. Nergens is de ongelijkheid zo gering als bij ons. Wat wil je nog meer?