Alle berichten van Mathijs

Verstoorde productieketens zijn geen reden om alles weer zelf te maken. Integendeel

Weg met de internationale productieketen! Dat was zo ongeveer de boodschap van Donald Trump in een interview op Fox. Of om de Amerikaanse president precies te citeren: ‘These stupid supply chains are all over the world and one little piece of the world goes bad and the whole thing is messed up.’ Trump concludeerde: ‘We shouldn’t have supply chains, we should have them all in the United States.’

We kunnen er om lachen, maar de president lijkt met deze warrige woorden intuïtief weer aardig de tijdgeest aan te voelen. De corona-crisis heeft de zwakte van het internationale productiesysteem blootgelegd. De waardeketen is storingsgevoelig en moet robuuster worden.

Trump kiest (weer intuïtief) als oplossing voor een soort hernationalisatie van de hele keten. Dat lijkt me niet de meest verstandige reflex. Daarover later meer.

De mondiale productieketen is een belangrijk element van de algemene trend van globalisering, die begon zo begin jaren negentig, na de val van de Muur. Er kwamen landen bij met opgeleide bevolking en lage lonen, grenzen werden minder belangrijk, handelstarieven en andere belemmeringen werden afgebouwd.

Na de toetreding van China tot de Wereldhandelsorganisatie in 2001 schakelde globalisering door naar een hogere versnelling. De ICT-revolutie zorgde ervoor dat bedrijven eenvoudig en goedkoop konden communiceren met vestigingen en toeleveranciers in andere landen. Volgens het laatste Global Value Chain Development Report, bestaat inmiddels tweederde van de internationale handel uit goederen- en dienstenstromen binnen de productieketen. Het ‘ouderwetse’ flesje wijn uit Frankrijk en kaasje uit Italië komen natuurlijk ook nog de grens over, maar het grootste deel van de internationale handel bestaat uit grondstoffen, onderdelen en halffabricaten.

Neem de elektrische fiets hieronder. Het is een model die de Amerikaanse fietsenmaker Pedego in z’n Vietnamese fabriek maakt. Of beter: z’n assemblagehal, want de onderdelen komen van andere producenten overal ter wereld. De productieketen van deze fiets strekt zich uit van Duitsland en Italië tot Taiwan en Japan, zo blijkt uit een analyse van de Wereldbank. En onderdelen van die Duitse en Japanse onderdelen zijn ongetwijfeld ook weer in andere landen geproduceerd.

Ieder onderdeel wordt gemaakt op de plaats waar dat het best en goedkoopst kan gebeuren. En omdat de handelsbelemmering gering zijn, kan de productieketen zich op de meest efficiënte manier over de wereld ontvouwen. Het nadeel is: als een land niet meer kan leveren, stokt de productie in de hele keten. Het systeem is efficiënt, maar niet per se robuust. Vandaar dat Trump liever alles weer in eigen land maakt. De fiets wordt dan duurder en waarschijnlijk ook slechter. Maar je bent in elk geval zeker dat je hem kunt produceren.

Ik denk dat dit niet de juiste reactie is. Natuurlijk zijn er producten die je om strategische redenen weer in eigen land of regio wil produceren. Medische beschermingsmiddelen en medicijnen bijvoorbeeld. Maar over het algemeen geldt dat alles in eigen land produceren, de keten juist zwakker maakt. Amerikanen produceren hun eigen vlees, maar nu slachterijen wegens corona stilliggen, zijn er direct tekorten. Om de keten robuust te maken moet je juist niet alle eieren in een mandje leggen. Dus niet alles in China of Vietnam produceren, maar ook niet alles in eigen land.

Diversificatie zou daarom een betere reactie zijn. Maak de productieketen robuust door vitale onderdelen bij meerdere toeleveranciers in verschillende regio’s te bestellen. Dat betekent meer globalisering, niet minder. Een van die regio’s kan prima het eigen land zijn. In Nederland bijvoorbeeld kunnen we kijken of dankzij 3D-printing en robotisering een deel van de uitbesteedde productie kan worden teruggehaald. Maar afhankelijk worden van lokale productie is niet verstandig.

Naast de geografische diversificatie zouden er in de keten ook meer buffers kunnen worden aangelegd. Van just-in-time naar just-in-case, zou een consultant zeggen, met toch weer strategische voorraden halffabricaat bij iedere schakel in de keten, voor je-weet-maar-nooit.

Dat is minder efficiënt. En het legt een groter beslag op het werkkapitaal. Wellicht leidt het daarom tot minder schakels, wat ook weer efficiëntie kost. Producten worden duurder en mogelijk krijgt de consument minder keuze. Allemaal niet leuk natuurlijk, maar een robuuster productieketen mag wat kosten.

(FD)

(Naschrijft: Fiets met riemaandrijving heeft natuurlijk geen pignon, maar een naafversnelling. Mijn vertaalfout)

NOW is verleden tijd

Na de lockdown komt de recessie. Dat is geen voorspelling maar een zekerheid. Hoe diep die recessie wordt en hoe langdurig, weten we nog niet. Maar na 23 kwartalen van ononderbroken groei (sinds 2014), zitten we weer in een periode van krimp.

Wat moet de overheid ook alweer doen in tijden van recessie? Die kennis is misschien wat weggezakt. Moeten we faillissementen verbieden? Is massale staatsteun voor alle verlieslijdende bedrijven het antwoord? Moeten er baangaranties worden geëist en extra hoge ontslagkosten worden opgelegd? Allemaal niet, natuurlijk. De gevolgen van een recessie zijn niet te voorkomen, ze kunnen hoogstens worden verzacht.

De overheid kan tijdens een recessie een beetje tegen de wind in hangen. Zorg voor inkomensondersteuning voor mensen die hun baan verliezen, help werklozen bij het vinden van een nieuw werk via een transparante banenmarkt en flinke opleidingsbudgetten. Geef garanties voor bedrijven in problemen zodat ze kunnen blijven lenen en investeren. Ga niet meteen bezuinigen, maar laat het begrotingstekort oplopen.

Een recessie is een periode van verandering, waarin bedrijven verdwijnen, sectoren worden opgeschud en carrières een onverwachte wending nemen. De overheid moet die veranderingen niet proberen te stoppen, maar mag ze wel begeleiden.

Daarom zal het beleid tijdens de recessie heel anders moeten zijn dan tijdens de lockdown. Toen de economie gedeeltelijk stil werd gelegd, was juist alles er op gericht om verandering tegen te gaan. Faillissementen en massaontslag moesten worden voorkomen, zodat de economie met de minst mogelijke schade door de stilteperiode kon worden geloosd. Na de lockdown zouden we dan gewoon weer aan de slag kunnen gaan. Vooral de NOW-regeling was daarop gericht: werknemers zonder werk, konden toch hun baan behouden. De zaak werd gefixeerd.

Het lijkt erop dat dit een verstandige strategie is geweest. Nu de coronamaatregelen worden versoepeld, blijken veel bedrijven weer op te kunnen starten. Winkels gaan weer open en de kappers ontvangen weer klanten.

Maar nu komt de recessie, en is ander beleid nodig. We gaan van ‘mitigation’ naar ‘containment’, zou het RIVM zeggen. Het gaat niet meer simpelweg om voorkomen van ontslag maar om het verzachten van de gevolgen en helpen bij vinden van nieuw werk. Dit soort recessiebeleid gaat gepaard met harde keuzes, en is dus automatisch omstreden en politiek. Dat het tijdens het uitdenken van het volgende crisispakket al meteen begint te rommelen in Den Haag, is daarom logisch.

FD

Brussel kan het: de ergste recessie sinds de jaren dertig voorspellen en toch nog optimistisch zijn

Coronamens geeft toch geld uit

Of hij het druk had, vroeg ik de man die onze container vol bouwafval kwam ophalen. Want wij economen grijpen elke kans voor een klein marktonderzoekje.

‘Belachelijk druk!’, antwoordde hij, terwijl hij met kettingen de stalen container vastmaakte. ‘Ik rijd de hele dag op en af naar particulieren om hun bakkies op te halen. Dit heb ik nog nooit meegemaakt.’

Waarmee hij in een keer twee vermoedens bevestigde. Ten eerste: er valt in de crisis voor sommigen toch prima geld te verdienen. Daarover later meer. En ten tweede: ik ben buitengewoon onorigineel. Mijn authentieke reactie op de lockdown verschilt in niets van de rest van Nederland.

Toen ik pakken risottorijst wilde hamsteren bleek de complete voorraad al dagen uitverkocht. Toen ik mijn skeelers uit het vet haalde om na jaren weer een flink rondje te rolschaatsen, bleek de weg vergeven van de oudere jongeren op schoenwieltjes. Toen ik een oximeter bestelde, omdat ik had gehoord dat de zuurstofgraad meer zegt over coronabesmetting dan temperatuur, bleken de goedkope modellen al lang uitverkocht. En toen ik dacht: laat ik eens rotzooi naar de gemeentewerf brengen, bleek de rij met aanhangwagentjes vol groenafval, sloophout en zolderopruiming daar langer dan de Coentunnel-file op maandagochtend.

Dus dacht ik origineel te zijn en liet een afvalcontainer bezorgen voor mijn drie kuub halfvergane ellende. Weer mis. Alle opruimerige huisvaders huren nu zo’n afvalbak en ik mag blij zijn dat men tijd vond om die van mij op te halen.

Ieder mens is uniek, maar als groep blijken we griezelig voorspelbaar. Handige ondernemers hebben dat al eerder begrepen dan ik. Bouwmarkten namen maatregelen, maar bleven open, omdat iedereen nu juist die keukendeur gaat schilderen en eindelijk de plintjes wil monteren. De omzet van doe-het-zelfwinkels was in maart een kwart hoger dan vorig jaar.

Slimme campingondernemers herkennen smetvrees als het nieuwe verdienmodel en leveren tentplaatsen met aparte toilet-doucheruimtes. Sterrenrestaurants ontdekken het plastic bakje en bezorgen hun hapjes voortaan aan huis. Organisatoren van evenementen zien webinars als hun redding. Terwijl andere ondernemers snappen dat de nieuwe coronamens wel naar de film wil, maar niet vlak naast een onbekende met een loopneus wil zitten.

Dus beleeft de drive-inbioscoop binnenkort z’n Nederlandse revival. Mits de overheid zich net zo flexibel betoont als de ondernemers. Veiligheidsregio Drenthe noemt de drive-inbioscoop een samenkomst, en die zijn verboden. Zo wordt het nooit wat.

FD

Stop het gemopper, ondernemers die nu steun aanvragen zijn niet onverstandig geweest

De lockdown kent verschillende emotionele fasen. Eerst was er angst, daarna kwam apathie, toen berusting. Inmiddels zitten we in de volgende fase: de mopperfase. Alles had beter gemoeten. Het gaat te langzaam. Dit is toch niet vol te houden? En natuurlijk: waarom moet dit allemaal zoveel geld kosten?

In die laatste categorie scoorde ik recent twee artikelen in deze krant. Allereerst was er het opiniestuk van de Utrechtse hoogleraar Erik Stam. Hij stelt dat de crisis bewijst dat Nederlanders veel te weinig spaarpotjes hebben. ‘Als iedereen, werkenden en bedrijven, meer aan financiële weerbaarheid had gedaan, dan hadden we nu geen honderdduizenden aanvragen gehad voor de NOW- en de Tozo-regeling.’ Zzp’ers krijgen nog een extra sneer na: ‘Voor zelfstandigen is de les dat in plaats van twee keer op wintersport te gaan, beter een voldoende financiële buffer kan worden opgebouwd.’

Stam kreeg bijval van onze eigen Ed Groot, die mijmert over dat we vroeger allemaal zo spaarzaam waren, terwijl bedrijven nu al ‘na enkele weken gemiste omzet aan de staatsruif hangen’.

Ik schoot er pardoes van in mijn eigen mopperfase. Want hoe komen de heren hierbij? Het gebruik van NOW en Tozo bewijst allerminst dat we te weinig buffers hebben. Beide regelingen houden expliciet juist géén rekening met bestaande buffers. NOW is voor bedrijven met grote omzetdaling. Zij krijgen naar rato van die daling een deel van de loonkosten vergoed.

Dit geldt voor zowel liquide als illiquide bedrijven. Nergens wordt gesproken van ‘eerst je eigen buffers opmaken’. Dat is volkomen logisch, want NOW dient om ontslag op bedrijfseconomische gronden (omzetdaling) te voorkomen en ook bij zo’n ontslagaanvraag wordt ook niet gekeken naar liquiditeit. Aan het gebruik van NOW kun je dus niet aflezen of er te weinig buffers zijn.

Hetzelfde geldt voor Tozo, de bijstandsregeling voor zelfstandigen. Die regeling is juist bedacht om aan de standaardvermogenstoets te ontkomen. Zelfstandigen hoeven niet hun pensioenpotje aan te spreken of hun auto te verkopen. Ze mogen liquide de crisis in en er ook liquide uitkomen. Zzp’ers met buffers komen ook gewoon in aanmerking voor Tozo.

Dan het verwijt dat ondernemers te weinig sparen; ook dat heeft volgens mij geen grond. De afgelopen twintig jaar verbaasden economen zich er juist over dat bedrijven zo weinig investeren en zoveel cash op de balans hielden.

De Nederlandsche Bank (DNB) deed vorig jaar onderzoek naar dit spaaroverschot. Uit de cijfers blijkt dat vooral het mkb flink heeft gespaard. Er wordt een beetje geïnvesteerd — de kapitaalgoederenvoorraad groeit nog wel — maar in ieder jaar sinds het begin van deze eeuw spaarden mkb’ers gezamenlijk meer dan ze leenden. Daardoor liepen de buffers flink op. Als percentage van het bbp was er sprake van een bijna verdubbeling van de liquide middelen.

Samen met het grootbedrijf is het mkb de afgelopen jaren goed geweest voor maar liefst 80% van het gehele Nederlandse spaaroverschot, schrijft DNB. De onderzoekers komen zelfs met beleidsadvies over we hoe we deze buffers kunnen afremmen.

En zzp’ers? Dat zijn toch wel kortzichtige opportunisten die liever twee keer gaan skiën dan netjes sparen? De cijfers vertellen weer een heel ander verhaal. De mediane zzp’er heeft meer financieel vermogen dan een werknemer en ook flink meer geld in onroerend goed en bedrijfsvermogen. De solvabiliteit van de gemiddelde zzp’er ligt hoger dan die van mkb en het grootbedrijf en is de afgelopen jaren sneller toegenomen. Maar liefst 40% van de zzp’ers kan het zonder inkomen zelfs meer dan een jaar uithouden.

Er zijn natuurlijk ook zzp’ers die het hoofd maar net boven water hielden en geen ruimte hadden om te sparen. Eén op de vijf zelfstandig ondernemers heeft nog geen drie maanden buffer. Uiteraard zijn dat juist niet de zzp’ers die twee keer op wintersport gaan.

Resumerend: NOW en Tozo zeggen expres niets over de buffers, mkb-ondernemers spaarden eerder te veel dan te weinig en skiënde zzp’ers hebben hun zaakjes keurig voor elkaar. We sluiten de mopperfase af en zetten de volgende stap in de emotionele lockdown-verwerking!

FD

 

Solidariteit

Wist u dat burgers en bedrijven uit Amerikaanse staat New York jaarlijks ruim $256 mrd bijdragen aan de federale begroting van de Verenigde Staten? En dat die staat nog geen $221 mrd aan federale bijdragen ontvangt?

Ik wist het niet en zou het zonder de coronacrisis ook nooit geweten hebben. De New Yorkers betalen netto dus ruim $35 mrd aan het centrale gezag in Washington. Dat is $1.792 per inwoner van de staat, zo rekende het Rockefeller Institute of Government vorig jaar voor, in een rapport met de alleszeggende naam Giving or Getting? Geen van de andere 49 Amerikaanse staten geeft per saldo zo veel weg aan de centrale begroting.

Wat kan het schelen welke staat precies wat betaalt? De Amerikaanse federatie bestaat inmiddels toch wel lang genoeg om dit soort obscure sommetjes te negeren. Normaal gesproken wel, maar blijkbaar niet in tijden van pandemie. New York is de zwaarst getroffen regio van de VS met de meeste doden en ziekenhuisopnames. Daarom gaat er veel federale noodhulp naar de staat (en de stad).

Maar niet alle andere staten zien dat als hun solidaire plicht. De Republikeinse gouverneur van Florida Rick Scott, bijvoorbeeld, maakte deze week stampij over het feit dat zijn burgers moeten meebetalen aan de redding van New York. ‘Dit is niet eerlijk’, stelde hij. ‘Wij hebben een nette begroting, terwijl New York, Illinois en California dat niet hebben. En dan moeten wij hen nu redden? Dat is niet juist.’

New Yorkers reageerden furieus en wezen Scott op het feit dat zij normaal gesproken de grootste nettobetaler aan de federatie zijn. Florida is jaar op jaar een netto-ontvanger. Alleen Virginia vreet per saldo nog meer uit de federale ruif.

Het lijkt de Europese Unie wel. ‘Wij hebben een nette begroting. Dit is niet eerlijk’, zou net zo goed een citaat van Wopke Hoekstra tijdens een Eurotop kunnen zijn. Blijkbaar maakt het niet zoveel uit of je een ever closer union of the greatest nation on earth bent; in crisistijd is het solidariteit tot de voordeur en daarna ieder voor zich.

Ik denk dat in de EU en de VS hetzelfde probleem speelt: als je de geldstromen in kaart brengt (in Europa doen we dat altijd, in de VS komt het tijdens corona boven), vraag je erom dat mensen gaan twijfelen aan de samenwerking en solidariteit. Ik heb wel eens aan het CBS gevraagd om de geldstromen tussen Nederlandse provincies. Is Noord-Holland een nettobetaler en Limburg een netto-ontvanger? Het CBS kon dat niet zeggen, want die cijfers zijn er niet.

Gewoon niet willen weten wat je aan elkaar betaalt. Dat is nog eens solidariteit.

FD

Deze recessie komt veel sneller dan we gewend zijn. Daarom zien de grafieken er zo eng uit

Na weken van intelligente lockdown beginnen de dagelijkse RIVM-grafieken er iets minder griezelig uit te zien. Dat is fantastisch. Maar de economiegrafieken nemen de rol in de horrorshow moeiteloos over. Welke indicator ook bekend wordt gemaakt: de lijnen zien er altijd uit als een ravijn in een tekenfilm. Het horizontale lijntje stopt en gaat opeens verticaal omlaag.

Deze week bijvoorbeeld kwamen de eerste inkoopmanagersindices voor de maand april uit. Voor de dienstensector in het eurogebied kwam er een index van 11,7 uit. Zo laag heb ik deze indicator van de bedrijvigheid nog nooit gezien. Ook niet tijdens de zwartste maanden van de kredietcrisis.

Misschien hadden we het kunnen verwachten. Maar tot deze week hing ik toch als zo’n stripfiguurtje stil in de lucht, boven het ravijn. Nog even zwevend in heerlijke onwetendheid, terwijl al duidelijk is dat de zaak niet meer te redden is.

Deze onwezenlijke ervaring zullen we de komende weken vaker meemaken. De crisis is niet alleen bijzonder omdat de oorzaak buiten de economie ligt – dat geeft al een gevoel van onmacht – maar ook omdat de recessie veel sneller komt dan we gewend zijn. Ditmaal zijn er geen kwartalen van langzaam afnemende productie en voorzichtig stijgende werkloosheid. Deze recessie tellen we in weken en dagen.

Vandaar die verontrustende verticale lijnen omlaag. We zagen ze bij de inkoopmanagers, maar ook bij de olieprijs die vorige week zelfs even negatief werd. Recht omlaag ging ook het Nederlandse consumentenvertrouwen, dat in april sneller daalde dan ooit gemeten.

Recht omhoog kan trouwens ook. De nieuwe WW-aanvragen in de Verenigde Staten gaan al weken skyhigh. In Nederland ging het aantal bedrijven dat een beroep doet op de NOW-regeling als een raket omhoog naar meer dan honderdduizend. Het aantal werknemers waarvoor op deze manier de loonkosten worden gesubsidieerd zou zelfs al de anderhalf miljoen benaderen. Over dat laatste cijfer heb ik nog geen grafiek gezien, maar het ruitjespapier zal niet snel groot genoeg zijn.

Steil omlaag of steil omhoog, dat is de variatie in de economische grafieken de komende tijd. En elke keer zullen beleggers, ondernemers en burgers er weer van schrikken. Daarom bij dit artikel standaard coronagrafieken waarmee u zich vast op het ergste kunt voorbereiden.

Er is een grafiek voor dalende een voor stijgende indicatoren. Knip uit, hang op en verander de titels naar wens. Hoe hard gaat de wereldhandel omlaag? Bijna loodrecht. De economische groei? Precies hetzelfde. Net als de winkelverkopen. U kunt de grafiek zelfs voor de omzet van uw eigen bedrijf gebruiken.

Gaat er juist iets omhoog, gebruik dan de tweede standaard coronagrafiek. Werkloosheid, faillissementen, de balans van de Europese Centrale Bank, staatssteun, het schiet allemaal omhoog. Net als de zorgen die u zich maakt.

Flauw? Misschien wel, maar je moet wat in deze sombere tijd. De serieuzere kant van de standaardgrafieken is natuurlijk dat ze aangeven hoe ongekend snel de recessie om zich heen grijpt.

Dit komt in de eerste plaats door de plotselinge lockdown, maar misschien ook wel door het type bedrijven en sectoren dat getroffen wordt. Wat deze recessie bijzonder maakt, is dat ‘ie vooral in de dienstensector huishoudt. Normaal begint een recessie bij de grote bedrijven, bij exporteurs en de industrie. Daar werken relatief weinig mensen en hebben de bedrijven vaak financiële buffers en snelle toegang tot krediet. Zo’n recessie komt daardoor langzaam op gang.

In de dienstensector werken juist veel mensen en zijn de ondernemingen vaak kleiner en daardoor kwetsbaarder. Werkloosheid grijpt sneller om zich heen en faillissementen zijn moeilijker te vermijden. Ook daardoor is de wand van het ravijn steiler.

Wat natuurlijk niet betekent dat we in een soort eeuwige vrije val terecht komen. Als de coronamaatregelen worden versoepeld, kan de economie in principe snel opkrabbelen. Met die economie zelf was ditmaal immers weinig mis. Rechte lijnen omhoog, zoals we nu bij sommige indicatoren in Zuid-Oost Azië al zien. Die mag u – als het u even allemaal teveel wordt – zelf vast intekenen in de corona-grafieken.

(FD)

Hoe slecht gaat het nu echt? Door de cononacrisis zijn we ons werkloosheidskompas kwijt

Vergeet al het geneuzel over ‘twee opeenvolgende kwartalen met krimp’. Een recessie is pas een recessie als de werkloosheid omhoogschiet. Pas als krantenkoppen reppen van massaontslagen, is de economie echt in mineur.

De Amerikanen snappen dat. Coronacrisis? Ontsla zo veel mogelijk werknemers en laat ze een uitkering aanvragen. De wekelijkse WW-aanvragen in de VS zijn dan ook ongekend hard omhooggeschoten. Inmiddels staat de teller op een ongekende 22 miljoen werkloosheidsaanvragen in drie weken tijd. Dolle paniek op de arbeidsmarkt, maar beleidsmakers weten in elk geval wat er aan de hand is: de VS zitten in een diepe recessie.

Kom daar maar eens om in Nederland. Ook onze statistici proberen natuurlijk de arbeidsmarktcijfers bij te houden, maar hier is het beeld veel troebeler. Toen het Centraal Bureau voor de Statistiek deze week het maandelijkse cijfer naar buiten bracht, bleek de werkloosheid zelfs te zijn gedaald!

In februari waren er in Nederland nog 274.000 mensen werkloos. In maart was dat gedaald naar 273.000. Als aandeel van de beroepsbevolking bedroeg de werkloosheid in maart 2,9%. Dat is het laagste percentage in vele decennia.

Dat is nogal maf. Want in maart sloeg het coronavirus in Europa hard toe. Halverwege die maand ging Nederland ‘intelligent’ op slot en sindsdien staan alle ondernemers in crisisstand. Waarom zien we daar niets van terug in het werkloosheidscijfer?

Dat heeft drie redenen. Allereerst werden de enquêtes waarop dit cijfer is gebaseerd deels voor de lockdown gedaan. Welk deel precies, dat kan het CBS niet vertellen, maar er zijn dus mensen die vrolijk vertelden dat ze gewoon werk hadden, en die na het afnemen van de enquête toch hun baan verloren.

Want ja, het werkloosheidscijfer wordt bepaald aan de hand van een enquête. Zo gaat dat overal in de wereld. Heeft u werk? Wilt u werken? Zoekt u actief? En bent u direct beschikbaar? Dat zijn de vragen die het CBS maandelijks stelt. Alleen degene die ‘nee’, ‘ja’, ‘ja’, ‘ja’ antwoordt, telt officieel als werkloos.

Dat is normaal gesproken een prima methodiek, maar misschien niet in coronatijd. De economische neergang is nu heel plotseling en komt doordat de overheid hele sectoren verbiedt te produceren. Mensen die nu hun baan verliezen zijn niet meteen op zoek naar nieuw werk. Ze wachten liever af of hun oude baan snel weer beschikbaar komt. Maar wie niet actief zoekt, telt niet mee als werkloze.

Is er dan wel een toename van de mensen die niet werken, maar ook niet zoeken? Jazeker. Deze groep valt onder de categorie ‘niet-beroepsbevolking’ (samen met bijvoorbeeld huisvrouwen/mannen en gepensioneerde 75-minners) en die groep groeide in maart met 19.000. Er zijn nu dus meer niet-actieven op de arbeidsmarkt dan voor de virusuitbraak.

We kunnen ook op de Amerikaanse manier kijken: hoeveel WW-uitkeringen zijn er bij gekomen? In maart kwamen er volgens het UWV per saldo 10.200 mensen met een werkloosheidsuitkering bij. Het is een behoorlijke stijging, maar niet bepaald van het Amerikaanse paniekniveau.

Dat komt omdat de overheid hier juist probeert werkloosheid te voorkomen. De NOW-regeling van minister Wouter Koolmees is erop gericht dat mensen waarvoor tijdelijk geen werk meer is, toch hun baan behouden. Hoeveel mensen zijn door NOW nu verborgen werkloos? Ik weet het niet. In elk geval zijn er volgens het UWV nu al ruim 94.000 werkgevers die deze loonsubsidie hebben aangevraagd, dus het gaat om veel meer mensen dan uit de andere werkloosheidscijfers blijkt.

Ten slotte is er ongetwijfeld ook een grote groep werknemers voor wie even geen of minder werk is, maar voor wie het bedrijf ook geen NOW aanvraagt. Tijdens de kredietcrisis bleken er verrassend veel bedrijven te zijn die op deze manier ‘arbeid oppotten’. Ook deze werklozen-met-een-baan tellen in de officiële cijfers niet mee.

Zo varen we in deze crisis feitelijk zonder ons werkloosheidskompas. Misschien moeten de officiële instanties (CBS, UWV, CPB) tijdelijk een nieuw ‘coronawerkloosheidscijfer’ berekenen. Publiceer dat dan net als de Amerikanen iedere week. De economische pers zal er graag over rapporteren.

(FD)

Foute bedrijven