Alle berichten van Mathijs

Haal ons goud terug!

(Column verscheen eerder in het FD)

De Bundesbank haalt het goud naar huis. Het grootste deel van de Duitse goudvoorraad ligt opgeslagen bij de Amerikaanse Federal Reserve, de Bank of Eng­land en de Banque de France. Minder dan een derde van het Duitse goud bevindt zich in de eigen kluis van de Bundesbank in Frankfurt.

Maar dat gaat veranderen, zo meldde het Duitse Handelsblatt dinsdag. Volgens de krant maakt de Bundesbank vandaag, woensdag, een nieuw locatiebeleid bekend, waarbij een flink deel van het goud naar Frankfurt wordt gehaald. Als het bericht klopt, heeft de acht maanden geleden opgerichte actiegroep ‘Holt unser Gold Heim’ verrassend snel zijn doel bereikt.

Moet Nederland het Duitse voorbeeld volgen? Van onze goudvoorraad van 612 ton ligt slechts 11% in de kelder van de Nederlandsche Bank (DNB). Meer dan de helft ligt bij de Fed van New York, 20% ligt bij de Bank of Canada en 18% bij de Bank of England. Maar weten we dat wel zeker? Hebben ze onze goudstaven niet stiekem verkocht? Wanneer heeft een Nederlander het buitenlandse goud voor het laatst gecontroleerd?

Net als in Duitsland zijn Nederlandse politici nerveus geworden. Kamerleden Eddy van Hijum (CDA) en Arnold Merkies (SP) typten ieder een lange lijst met vragen voor de minister van Financiën over de locatie van ons goud, controle op aanwezigheid en echtheid (!) ervan en wanneer de minister van plan is om zelf eens een kijkje te nemen in de buitenlandse kluizen.

Het is allemaal van een verrukkelijke onzinnigheid. Dat de goudgekkies op internet plezier beleven aan complottheorieën over verdwenen en vervalste goudstaven kan ik nog begrijpen. Maar dat serieuze Kamerleden de minister van zijn werk houden met de impliciete beschuldiging — want daar komt het op neer — dat Amerikaanse, Britse en Canadese centrale bankiers ons goud stelen en vervalsen, is te mal voor woorden.

Fed-voorzitter Ben Bernanke zou volgens die theorie bereid zijn de internationale reputatie van de VS in te ruilen voor $ 16 mrd aan gestolen Nederlands goud. Met dat bedrag kun je nog geen zes dagen het Amerikaanse begrotingstekort dekken. Het zou de minst rendabele goudroof uit de geschiedenis zijn. Als ze ons willen bestelen kunnen de Amerikanen beter de € 75 mrd aan Nederlandse directe investeringen in de VS confisqueren.

Of vindt de Tweede Kamer dat we die bezittingen ook moeten terughalen?

Het goud ligt dus prima in New York, Londen en Ottawa. Sterker: de laatste keer dat ons goud werd geroofd, was het alleen veilig in het buitenland. In 1938 verscheepte DNB uit voorzorg 385 ton goud naar de New York, Londen en Pretoria. Op 10 mei 1940 ging nog eens 78 ton naar Londen. Dat goud bleef uit handen van de nazi’s. Al het goud dat achterbleef in Nederland werd tijdens de bezettingsjaren door de Duitsers geroofd. Als de geschiedenis iets bewijst is het dat je juist niet al je goud op één plek moet bewaren.

De Duitsers verkochten ons goud aan ‘neutrale’ landen. Driekwart daarvan verdween in Zwitserse kluizen. De rest van het Nederlandse goud kwam terecht in landen als Zweden, Portugal en Spanje.

DNB-historica Corry van Renselaar beschrijft in haar studie ‘De Nederlandse goudclaim’ hoe de geallieerden na de oorlog zonder Nederlandse instemming een snelle deal sloten met de Zwitsers en andere neutrale landen, waardoor Nederland slechts een deel van het geroofde goud terug kreeg. Uitgaande van de oorspronkelijke Nederlandse goudclaim, kwam naar schatting 74 ton van ons goud nooit terug bij DNB. Huidige waarde: drie miljard euro.

Als de Kamerleden ons goud echt wil terug willen, dan moeten ze het gaan halen bij de Nationalbank in Bern. Niet bij de Fed in New York.

 

Stoelendans zonder lege stoelen

In een grote kring zitten mannen op stoelen.  Blanke mannen van 50 jaar en ouder. Ze spelen stoelendans. Maar of de muziek speelt of niet, de mannen blijven zitten. Om de kring lopen een paar andere blanke mannen van boven de 50. Zij lopen rondjes. De hele tijd. Ze zoeken een lege stoel, maar vinden die nooit. Stoelendans zonder lege stoelen is geen leuk spel

Logisch daarom dat de deelnemers buitengewoon chagrijnig zijn. “ Zou je niet eens opstaan?”, vragen de rondlopers aan de zittenblijvers. “Dan maak ik ook kans op een stoel.”

Maar daar willen de zittende deelnemers niets van weten. “Ben je gek?” zeggen ze. “Je ziet toch zelf dat er geen lege stoel te vinden is. Als ik opsta loop ik ook de rest van de dag rondjes.”

Af en toe probeert de spelleider in te grijpen. “Als we nu eens allemaal opstaan en rondlopen, dan komen er genoeg stoelen vrij en wordt het vanzelf wat leuker.” De zittende mannen kijken woedend op. “Rondlopen? En dan? Er zijn helemaal geen stoelen vrij. Dat zie je toch zelf?”

Een belachelijk spel? Jazeker, maar zo wordt het op de Nederlandse arbeidsmarkt gespeeld. Wie lang bij dezelfde baas werkt, heeft recht op een veel hogere ontslagvergoeding dan wie pas kort in dienst is. Vooral veel mannen van middelbare leeftijd en ouder, hebben op deze manier een flinke potentiele ontslagvergoeding opgebouwd. Wie van baan verandert is zijn opgebouwde rechten kwijt. Blijven zitten waar je zit is daarom voor veel mannelijke 50-plusser de rationele strategie.

Natuurlijk valt er af en toe toch eentje onbedoeld buiten de boot. Bijvoorbeeld bij een reorganisatie of faillissement. Zo iemand merkt dan dat alle arbeidsplekken voor ervaren full-timers bezet zijn, en komt er niet meer tussen. Gevolg is dat -hoewel de onvrijwillige werkloosheid onder 50-plussers niet hoger is dan gemiddeld – de werkloosheid wel veel hardnekkiger is.

Verminder de ontslagbescherming, verlaag de ontslagvergoedingen, en er komt weer beweging in de arbeidsmarkt van oudere mannen. Flexibilisering lijkt de logische remedie. Maar de betrokkenen zelf denken daar heel anders over.

Ironisch genoeg wijzen zij daarbij op de lange gemiddelde werkloosheidsduur van 50-plussers. Wie ontslagen wordt heeft geen kans op een baan, dus versoepelen van de ontslagbescherming helpt niet, zo gaat de redenering. “Er zijn geen stoelen vrij.” Het zou grappig zijn, als het niet zo tragisch was.

Zo doen we dat op ook in andere segmenten van de arbeidsmarkt. Flexwerkers hebben weinig kans op een vaste baan, want er vallen door de ontslagbescherming weinig vaste banen open. Dus moet het flexwerkers verboden worden om meer dan drie keer een tijdelijk contract te krijgen, vindt de overheid. Alsof daardoor wel een vaste baan vrijkomt.

Bedrijven zoeken naar een mix van flexibiliteit (minder werknemers als de omzet daalt) en vastigheid (ervaren en trouwe werknemers waar je in kunt investeren). Vijf of zevenjarige arbeidscontracten, met na afloop kosteloos ontslag, zouden de oplossing kunnen bieden, maar zijn bij wet en cao verboden. Dus moeten bedrijven proberen de juiste mix tussen vast en flex brouwen door sommige werknemers een dienstverband voor het leven te bieden, en anderen een vrij rechteloos flexcontract.

Oneerlijk, onpraktisch en inefficiënt, maar zo luiden nu eenmaal de spelregels van de Nederlandse stoelendans.

 

Spiekbrief voor de toezichthouder

De vergadering begint. Samen met de andere leden van de raad van toezicht schuift u aan de vergadertafel. Het bestuur van de school, van de woningcorporatie, van het ziekenhuis, of van die andere semioverheidsinstelling waarop u toezicht houdt, zit klaar.

Het is een belangrijke vergadering. Want na de debacles bij Vestia, Amarantis, IJsselmeerziekenhuizen en al die andere op afstand van de overheid geplaatste publieke dienstverleners, bent u doordrongen van het belang van goed en proactief toezicht.

Maar hoe doe je dat? U haalt een spiekbriefje uit uw zak, en neemt snel nog even de belangrijkste acht punten door.

1. Er is geen concurrentie.
De bestuurders van uw ziekenhuis, school of corporatie doen het graag anders voorkomen, maar de tucht van de markt ontbreekt.
Als het toezicht faalt, is er geen concurrent die de instelling afstraft. Klanten kunnen niet weglopen. Daardoor is er bij uw instelling geen automatische neiging tot efficiëntie en geen automatische straf op onzinnige uitgaven. Het enige wat staat tussen de directie en het volgende geld verspillende megaproject, bent u.

2. Er is geen parlementaire controle.
Uw instelling beweegt zich in het schimmige niemandsland tussen markt en overheid. Daarom is het aan u om de rol van Kamervragende parlementariër te spelen. En bij gebrek aan transparantie, ook die van de lastige persmuskiet. De controle begint en eindigt bij u. Er is geen achtervang.

3. Let op de core business.
Bij ieder agendapunt is dit uw eerste vraag: hoe bewerkstelligt dit voorstel dat we onze kernfunctie beter vervullen? Maakt dit plan patiënten gezond? Wat leren onze leerlingen er van? Kunnen arme gezinnen erin wonen?
Weet u niet precies wat de kernfunctie van uw instelling is? Geef uzelf dan per direct ontslag als toezichthouder.

4. De accountant doet uw werk niet.
Boeken doorpluizen is geen toezicht houden. Als de accountant zijn akkoord geeft, begint uw werk pas. Zegt de accountant dat de rentederivaten netjes op de balans staan? Dan vraagt u waarom uw instelling zulke financiële producten nodig heeft.
Zegt de accountant dat er keurig wordt afgeschreven op het vastgoed? Dan gaat u onderzoeken waarom uw instelling in bakstenen investeert.

5. Het bestuur weet het ook niet.
Praat daarom minstens zo veel met klanten en personeel als met de directeur. Bevraag ouders en leerlingen. Bel eens aan bij een huurwoning. Ga de bedden langs en hoor de verpleegsters uit. Er is veel meer informatie dan het bestuur u geeft.

6. Maak geen vrienden.
Natuurlijk, de directeur is een aardige dame en de financiële topman een leuke vent. Maar u bent niet hun maatje. Vrienden zoekt u op de tennisclub, zodat u vijanden kunt maken tijdens het vervullen van uw toezichtstaak. Sparren en coachen is prima, maar hou afstand.

7. Luxe is een rode vlag.
Loop voor de vergadering even rondje over het parkeerterrein. Waar rijdt uw bestuur in? Waarom zijn die autostoelen van leer? Heeft een schoolbestuurder echt 20-inch lichtmetalen spaakvelgen nodig?
Gluur in de directiekamer. Wat kostte die luxe bureaustoel met traploos verstelbare lendensteun? Waarom staat er een gloednieuwe iMac op het bureau van de corporatiebestuurder? Heeft men hier de prioriteiten wel op orde?

8. Het gaat om de maatschappij.
Dit is het belangrijkste punt. U houdt toezicht op een maatschappelijke organisatie. Maatschappelijke doelen zijn daarom belangrijker dan de interne doelen van het ziekenhuis, de school of de corporatie. Als het goed gaat met uw instelling, maar slecht met de functie van die instelling in de samenleving, hebt u toch gefaald.

(bron: FD)

Zwamtaks

De gevolgen zullen desastreus zijn. Door de nieuwe voorzichtigheidstaks bedenken Nederlanders zich wel twee keer voordat ze hun huis verzekeren. Dat wordt gewoonweg veel te duur. Over een paar jaar zullen we ze daarom overal zien: gezinnen die in een oude tent kamperen op de resten van wat ooit hun doorzonwoning was. Een brandverzekering was voor hen onbetaalbaar. Anderen hebben nog wel een huis maar geen meubels meer. Inbrekers haalden het huis leeg, en een inboedelverzekering was te duur. Al deze ellende is het gevolg van de verzekerboete van Paars 3.

Zo’n tekst verwacht ik een dezer dagen in mijn mailbox, geschreven door het Verbond van Verzekeraars of een andere lobbyclub. Rutte en Samsom presenteerden maandagmiddag hun deelakkoord, een aantal amendementen op de begroting voor 2013 waar ze het na twee weken praten over eens zijn. De langstudeerboete en de forensentaks gaan niet door. In plaats daarvan wordt de assurantiebelasting verhoogd naar 21%. Dat is meer dan een verdubbeling. Verzekeren wordt flink duurder. Het is slechts een kwestie van wachten tot een gewiekste lobbyist de maatregel als ‘verzekertaks’ of ‘boete op verstandig leven’ gaat proberen te framen.

Want dat is de manier waarop in Nederland tegenwoordig de debatten worden gewonnen: degene met de sterkste ‘frame’ wint. Inhoudelijke argumenten zijn van ondergeschikt belang. De forensentaks, die Rutte en Samsom zó graag in het openbaar afschoten, dat ze er zelfs hun absolute radiostilte voor doorbraken, was geen nieuwe belasting, maar afschaffing van een verstorende subsidie. En de langstudeerboete, hoe onhandig misschien ook uitgewerkt, was geen strafheffing, maar een poging om trage studenten wat minder lang op de staatskas te laten teren.

De politiek zelf doet enthousiast mee aan deze infantilisering van het beleidsdebat. Een hoger eigen risico noemde de SP tijdens de verkiezingscampagne keer op keer ‘een boete op ziek zijn’. En toen ik vlak voor de verkiezingen in de CPB-doorrekening las dat de PvdA de arbeidskorting voor ondernemers wilde afschaffen, opende een D66’er direct de protestsite zzp-boete.nl. Het was geen boete, de maatregel gold niet alleen voor zzp’ers. Maar wat maakt dat uit, de framing was geslaagd.

Wanneer is deze debatvervuiling in zwang geraakt? Waarschijnlijk na 2006, toen PvdA-leider Wouter Bos voorstelde om de AOW gedeeltelijk te fiscaliseren, zodat rijke ouderen er ook aan zouden meebetalen. Dit op zich redelijke voorstel werd door politieke tegenstanders omgekat tot ‘Bosbelasting’, en de PvdA verloor de verkiezingen. Sindsdien is het usance in Den Haag om ieder onwelgevallig voorstel, van luchtballonnetje tot doortimmerd plan, direct van de uitgang -boete, -heffing of -taks te voorzien. Het is een onoprechte en inhoudsloze wijze van debatteren.

Het framingvirus is besmettelijk. Tegenover de boete en de taks staat tegenwoordig de minstens zo misleidende bonus. In het deelakkoord van Rutte en Samsom gaat de AOW-leeftijd wat sneller omhoog. Om dat voor bepaalde groepen te verzachten komt er een ‘doorwerkbonus’, vertelden de onderhandelaars maandag. Die bonus is echter geen beloning voor doorwerken. Integendeel, het is een subsidie op anderhalf jaar eerder met pensioen gaan. Wie straks gebruikmaakt van de doorwerkbonus, hoeft minder lang door te werken. Ik kan het niet meer volgen.

Maar moe word ik er wel van. Moe van de spitsvondigheden van politici en het misleidende taaltje van lobbyisten. Misschien moeten we dát maar belasten. Kom maar snel door met de hyperboolheffing, de zwamtaks en de bullshitboete.

(eerder in FD)

Iedere permutatie van meningen een eigen partij

Fact checking Draghi: we weten wél hoe de hommel vliegt

Beurskoersen vlogen omhoog, rentes donderden omlaag toen ECB-president Mario Draghi gisteren (26-1-12) sprak. De ECB zal alles doen wat nodig is om de euro te redden, zei Draghi. “En reken maar dat het genoeg zal zijn”, voegde de Italiaan er aan toe.

Die woorden kregen de meeste aandacht. Maar minstens zo opvallend was het begin van Draghi’s bijzonder vrolijke toespraak. Hij vertelde de aanwezigen dat de euro eigenlijk een hommel was. En dat we niet weten hoe hommels kunnen vliegen, net zo als niemand jarenlang begreep hoe de euro kon bestaan.

Draghi zei:

“The euro is like a bumblebee. This is a mystery of nature because it shouldn’t fly but instead it does. So the euro was a bumblebee that flew very well for several years. And now – and I think people ask “how come?” – probably there was something in the atmosphere, in the air, that made the bumblebee fly. Now something must have changed in the air, and we know what after the financial crisis. The bumblebee would have to graduate to a real bee. And that’s what it’s doing.”

Mooie beeldspraak? Zeker. Dus laten we de metafoor meteen maar kapot checken. Is het een mysterie hoe de hommel kan vliegen? Nee, de wetenschap snapt het heel goed. Er was volgens de overlevering ooit een luchtvaartingenieur – een jaar of tachtig geleden – die op de achterkant van een sigarendoosje berekende dat de oppervlakte van de vleugels van de hommel te klein is om het gewicht van het beestje te dragen.

Maar in dat sommetje werd geen rekening gehouden met het feit dat de hommel erg klein is. Op de schaal van de hommel moet je rekening houden met de ‘stroperigheid’ van de lucht. (Nee, lucht is niet echt stroperig, maar wel een heel klein beetje). Die viscositeit van lucht zorgt er voor dat met elk slag van de vleugeltjes meer lucht wordt meegezogen dan je zou denken. En dus vliegt de hommel.

De in 2004 overleden theoretische bioloog (en wiskundige, en aerodynamicus) John Maynard Smith onderzocht het  zelf en legt het veel beter uit dan ik. Hier een link naar een les van Smith , scrol naar minuut 20 voor zijn visie op de vlucht van de bumblebee.

(Terzijde: Deze bioloog heet echt John Maynard Smith! Een prachtige combi van de twee bekendste economen uit de geschiedenis, John Maynard Keynes en Adam Smith. Alsof het zo moest zijn.)

Nieuw onderzoek uit 2009 naar de vlucht van de hommel liet zien dat het een buitengewoon inefficiënt insect is. Professor Adrian Thomas of Oxford’s Department of Zoology stelt:

“A bumblebee is a tanker-truck, its job is to transport nectar and pollen back to the hive. Efficiency is unlikely to be important for that way of life.”

De hommel vliegt op brute kracht met energierijke nectar als brandstof. Het beestje kan vliegen, maar doet dat op een onhandige manier.

Geen mysterie dus. Maar misschien toch een goede metafoor voor de euro: een grote, onhandige, inefficiënte muntunie.

Niet 29% van allochtone jongeren is werkloos, maar 10%

Het rapport van Forum over de werkloosheid onder allochtone jongeren hakt er in. Forum schrijft: “Van de jongeren met een niet-westerse achtergrond is 29 procent werkloos.”

Negenentwintig procent! Een gruwelijk hoog percentage. Van de Marokkaanse jongeren is zelfs 39 procent werkloos. Van Turkse jongeren 33 procent. (Rapport hier (pdf))

Het Journaal pakte er vanavond flink mee uit. RTL Nieuws opende met: “Bijna 1 op de drie allochtone jongeren is werkloos.”

NRC schreef: “Onder niet-westerse allochtone jongeren in Nederland loopt de werkloosheid snel op. In het eerste kwartaal van 2011 zat 22 procent van deze jongeren zonder werk. In dezelfde periode van dit jaar is dat percentage gestegen naar 29 procent.” Geenstijl kopte: “Werkloosheid allochtone jongeren: 1 op de 3”.

Het is dan ook een ernstig beeld: zet honderd allochtone jongeren, tussen de 15 en 25 bij elkaar, en 29 van hen zijn officieel werkloos. In een groep van honderd autochtone jongeren zijn dat er nog geen tien.

Maar klopt het ook? Nee, gelukkig niet. Het is niet waar dat 29 procent van de jonge allochtonen werkloos zijn. Het is in werkelijkheid iets meer dan 10 procent.

Tien procent. Niet negenentwintig. Dat scheelt nogal. Van groep van honderd allochtone jongeren zijn er tien werkloos.

Het verschil komt door de definitie van werkloosheidpercentage die het Centraal Bureau voor de Statistiek – waar Forum de cijfers van heeft – gebruikt. Het werkloosheidspercentage is “de werkloze beroepsbevolking al percentage van de beroepsbevolking.”

En hoe is de beroepsbevolking gedefinieerd? Dat zijn alle mensen die werken, of willen werken. Om precies te zijn:

Alle personen (15 tot 65 jaar) die:
– tenminste twaalf uur per week werken, of
– werk hebben aanvaard waardoor ze tenminste twaalf uur per week gaan
werken, of
– verklaren ten minste twaalf uur per week te willen werken, daarvoor
beschikbaar zijn en activiteiten ontplooien om werk voor ten minste
twaalf uur per week te vinden. 

(bron: CBS)

Lang niet iedereen voldoet aan die omschrijving. Scholieren en studenten, bijvoorbeeld, behoren niet tot de beroepsbevolking. Huisvrouwen (en -mannen) evenmin. Alleen werkenden en onvrijwillig werklozen.

Veel allochtonen van 15 tot 25 jaar zitten op school. Anderen zitten op de universiteit. Sommigen zijn huisvrouw (of huisman). Bij elkaar is dat de meerderheid van deze leeftijdsgroep.

In het eerste kwartaal van 2012 was 64 procent van de allochtone jongeren niet aan het werk en ook niet werkloos. De bruto arbeidsparticipatie bedroeg 36 procent, meldt het CBS.

Iets meer dan een derde van de allochtone jongeren behoorde dus tot de beroepsbevolking. Van die beroepsbevolking had 71 procent een baan en was 29 procent werkloos.  (Alle cijfers staan hier)

Dus: van alle niet-westerse allochtonen (inclusief scholieren etc.) had 25,5 procent een baan en was 10,5 procent werkloos. Ter vergelijking: van alle autochtone jongeren tussen 15 en 25 jaar had 38 procent een baan en was 3,8 procent werkloos.

Natuurlijk, dat zijn nog altijd flinke verschillen. Maar de stelling van Forum dat 29 procent van de allochtone jongeren werkloos is, is gewoon niet waar. Het is10,5 procent.

UPDATE:  Via twitter krijg ik commentaar dat ‘het een definitie kwestie is’ en dat ‘we dit altijd zo doen’. Ter nuancering: De stelling: “Het werkloosheidspercentage onder allochtonen jongeren is 29%” klopt als een bus. Maar “29% van de jonge allochtonen zijn werkloos”, is onjuist. Forum schrijft het zo op in de eerste alinea van het rapport. De media namen het zo over. Jammer. Verderop in het rapport schrijft Forum netjes over de beroepsbevolking en de niet-beroepsbevolking. Ze snappen het dus wel. Maar de eerste alinea belandde in het nieuws.

Het is dus geen definitiekwestie, maar een kwestie van nauwkeurig formuleren. Bij dit gevoelige onderwerp lijkt me correct formuleren nogal belangrijk.

Versoepeling ontslagrecht, en wel daarom

Op 28 juni werd ik in ’s lands belang naar de Tweede Kamer geroepen. De Vaste Kamercommissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid hield een hoorzitting over de plannen van het Kabinet om het ontslagrecht te moderniseren.

Ik ben gegaan. Uit ijdelheid, natuurlijk. En om eens te kijken hoe dat er aan toe gaat. (Geen bijzonderheden, gewoon beleefd en saai).

Of ik van te voren een A4-tje met mijn gedachten over ontslagbescherming wilde opsturen. Ik mailde dit:

  • Het ontslagrecht heeft de modernisering van de Nederlandse economie niet bijgehouden. Zelfbewuste, jobhoppende kenniswerkers worden beschermd alsof ze onmondige fabrieksarbeiders zijn. Minder baanzekerheid zou deze werknemers opjutten om het beste uit zichzelf te halen en ze verantwoordelijk maken voor hun eigen carrière en (levenslange) scholing.
  • Minder baanzekerheid verlaagt de drempel naar ondernemerschap
  • Bedrijven moeten zich sneller aanpassen. Ook het personeelsbestand moet meebewegen, zowel in kwantiteit als in kwaliteit. Gegeven de hoge ontslagkosten voor vaste werknemers, zoeken bedrijven de noodzakelijke flexibiliteit bij tijdelijke werknemers en zzp-ers. Sommigen genieten veel bescherming, anderen weinig. Dit is een oneerlijke en inefficiënte uitkomst.
  • De hoge ‘ontslagbonus’ voor personeel met een lang dienstverband maakt veranderen van baan voor oudere werknemers duur. Juist op de leeftijd dat iedere werknemer zich zou moeten afvragen: “hou ik deze baan tot mijn 67-ste vol, of moet ik nu een tweede carrière starten? ”, zijn de kosten van zo’n eventuele overstap hoog.
  • Hoge ontslagkosten zijn een financiële last voor bedrijven, en waar ze ontslag voorkomen zijn ze een operationele last.
  • Voorstanders van streng ontslagrecht wijzen op het belang van duurzame arbeidsrelaties voor de economie. Maar werknemers kunnen meestal kosteloos hun vaste contract opzeggen. Ontslagrecht is asymmetrisch. Als het belang van duurzame arbeidsrelaties zo groot is, zou een pleidooi voor meer bescherming van de werkgever tegen opstappende werknemers logischer zijn.
  • Critici van modernisering van de ontslagbescherming gebruiken (kortweg) twee argumenten: 1. De ontslagbescherming in Nederland is helemaal niet zo hoog en de arbeidsmarkt wordt er niet door verstoord; 2. Verspoeling pakt voor sommige groepen desastreus uit. Volgens mij zijn beide argumenten met elkaar in tegenspraak.
  • De duale arbeidsmarkt (met veel bescherming voor de vaste baan, en weinig voor de tijdelijke), geeft perverse uitkomsten. Juist mensen met een sterke onderhandelingspositie slagen er in om veel bescherming te organiseren. Zwakkere groepen zijn aangewezen op tijdelijk werk zonder veel bescherming. Ontslagrecht beschermt de sterken, niet de zwakken. Dat zouden we moeten omdraaien, door van ontslagbescherming maatwerk te maken: laag voor groepen die prima voor zichzelf kunnen zorgen, hoog voor kwetsbare groepen. Differentiatie op basis van inkomen en/of opleiding klinkt onorthodox, maar is alleszins redelijk.

Griekse spookeuro’s

Maar de Griekse politiek zelf speculeert helemaal niet op dat scenario. Zelfs de linkse partij Syriza, die de afspraken met Europa en het Internationaal Monetair Fonds  wil opzeggen, wil de euro behouden. Dat lijkt een onmogelijke combinatie, want als Griekenland de bezuinigingsafspraken schendt, zal het hoogst waarschijnlijk geen geld meer krijgen van de EU en het IMF.

Maar geen euro’s krijgen, is iets anders dan de euro afschaffen. In de
Europese verdragen is geen enkele tekst opgenomen die een eventuele onvrijwillige verbanning uit de monetaire unie regelt. Griekenland ‘blijft in de euro’ net zo lang als het land dat zelf wil.

In een eerder artikel beschreef ik een scenario waarbij de Griekse overheid, bij gebrek aan euro’s, met schuldbewijzen gaat betalen, die vervolgens gaan circuleren als geld. De drachme komt, zonder dat de euro officieel verdwijnt.

In de Griekse bankensector is de euro nog moeilijker uit te bannen dan bij de overheid. Hieronder een scenario, waarin de Griekse banken onderuit gaan, Griekenland internationale afspraken schendt, maar de euro’s blijven stromen.

Stel dat Syriza op 17 juni de verkiezingen ruimschoots wint, en het
bezuinigingsakkoord in de papierversnipperaar gooit. De EU en het IMF schorten vervolgens leningen aan Griekenland op , en het land stopt noodgedwongen met aflossen en betalen van rente.

Daardoor komen de Griekse banken in acute problemen, want een flink deel van hun vermogen bestaat uit Griekse staatsschuld. Bovendien was de noodhulp ook bedoeld om de banken te herkapitaliseren. Zonder geld van buiten zijn de Griekse banken de facto failliet.

Maar niet alle bronnen van financiering drogen dan op. Zolang Griekenland in de monetaire unie blijft, is de Griekse centrale bank onderdeel van het Europese Stelsel van Centrale Banken (ESCB) en kan het in principe euro’s creëren uit niets.

Alle Griekse banken hebben een rekening bij de centrale bank lopen. De centrale bank kan het eurobedrag op die rekening in theorie naar believen ophogen. Een girale euro produceren kost niets. In de praktijk vraagt de centrale bank rente en een onderpand in ruil van de bank. Onder normale omstandigheden worden rente en onderpandeisen door de Europese Centrale Bank (ECB) in Frankfurt bepaald.

Zodra de Griekse staat niet meer aflost op de schuld, voldoen Griekse
obligaties niet meer aan die eisen van de ECB. Het normale euroloket voor Griekse banken gaat dicht. Maar een ander loket gaat open. De Griekse centrale bank kan op eigen houtje euro’s uitlenen tegen onderpand dat niet aan de ECB-eisen voldoet.

Emergency liquidity assistance, of ELA heten dergelijke leningen. De
centrale bank van Ierland maakte er flink gebruik van toen de Ierse banken geen bruikbaar onderpand meer hadden. De Grieken hebben er ook al ruime ervaring mee.

De ECB stelt wel eisen aan het gebruik van ELA. Er mag alleen worden geleend aan solvabele banken. Dat zal voor de Griekse banken een probleem worden, want die zijn bij wanbetaling door de staat stuk voor stuk insolvabel.

Maar zal dat de Griekse centrale bank tegenhouden? Ik denk het niet. Om de totale ineenstorting van het financiële stelsel in Griekenland te voorkomen zal men geen maatregel schuwen. De keuze tussen eigen noodhulp voor insolvabele banken tegen waardeloos onderpand en een financiële melt-down, is snel gemaakt.

De ECB kan vervolgens dwars gaan liggen en de Griekse centrale bank verbieden euro’s uit te lenen. Voor zo’n verbod is volgens het Europese Verdrag een tweederde meerderheid nodig binnen de 23-koppige Bestuursraad van de ECB. De Grieken hebben dus zeven medestanders nodig om een verbod tegen te houden.

Met steun van bijvoorbeeld de centrale bankpresidenten van Cyprus, Malta, Portugal, Spanje, Italië, Ierland en Slowakije kan de geldpers in Athene blijven draaien.

En zelfs als de ECB de Griekse centrale bank wel terugfluit, dan is dat
moeilijk afdwingbaar. Wat doet Frankfurt als de Grieken gewoon doorgaan met euro’s lenen aan de banken? Volgens het Europese Verdrag kan de ECB dan naar het Hof van Justitie van de Europese Unie stappen. Maar voordat die een uitspraak doet, zijn er al weer heel wat ELA-euro’s bij gemunt.

Er is nog een drukmiddel. De ECB kan Griekenland afkoppelen van het internationale kapitaalverkeer, door de toegang tot het zogenoemde TARGET-2 systeem te weigeren. Girale betalingen van en aan het buitenland worden dan onmogelijk.

Grieken zullen moeten pinnen en met cash hun import betalen. Gelukkig (voor de Grieken) heeft de centrale bank nog z’n eigen
gelddrukbedrijf
, in Attica. Daar kunnen de benodigde hoeveelheden
chartaal geld worden gedrukt.

Andere eurolanden zullen deze Griekse euro’s niet graag als betaalmiddel aannemen, want op die manier komt het noodgeld toch in de Europese geldomloop. Maar hoe weiger je het? Is het wel legaal geld? Mochten de Grieken het wel drukken? Zijn het echte euro’s of illegale spookeuro’s.

Op elk eurobiljet staat voor het serienummer een letter. Die letter geeft aan in opdracht van welk land de euro werd gedrukt. Een P slaat op Nederland, een Y op Griekenland. Zal het uiteindelijk zover komen dat bankbiljetten met een Y niet meer geaccepteerd
mogen worden?

Het is eigenlijk niet goed voor te stellen. Maar in deze eurocrisis gebeuren aan de lopende band onvoorstelbare zaken.

(Dit artikel verscheen bij Z24.nl op 8 juni 2012 )

Euro houden en drachme invoeren

Griekenland hoeft de euro niet af te schaffen om de drachme weer in te voeren. Als de drachme terugkeert, is dat waarschijnlijk door de achterdeur.

Vriend en vijand houden de adem in voor het moment dat de Grieken hun contract met Europa doorscheuren, zichzelf al hun schuld kwijtschelden, de euro verbannen en de drachme invoeren. Dat ene moment waarop alles in een keer anders wordt in de eurozone.

Maar zo’n moment vraagt politieke besliskracht, een regering met een democratisch mandaat, of in elk geval een sterke man. Griekenland is tot de verkiezingen van 17 juni stuurloos. Zelfs als men de euro wil verlaten, is er niemand om dat besluit te nemen.

Bovendien durven zelfs de tegenstanders van de Europese afspraken, de muntunie niet te verlaten. Zelfs de gedoodverfde winnaar Alexis Tsipras van de linkse Syriza-coalitie, beweert de euro te willen houden. Hij gokt dat de andere eurolanden en het IMF vrezen voor de gevolgen van een Griekse exit en uiteindelijk bereid zullen zijn de bezuinigingseisen af te zwakken. Een riskant spelletje blufpoker.

Wat zal er gebeuren als Tsipras de Griekse verkiezingen wint, maar het pokerspel met Europa en het IMF verliest? Hier een scenario:

De dag na zijn overwinning reist Tsipras naar Brussel en eist heronderhandeling van het noodpakket voor Griekenland. Hij krijgt nul op het rekest. De Griek reist door naar Parijs, maar de nieuwe Franse president François Hollande wil hem ook niet helpen. Bovendien is hem dat door Angela Merkel expliciet verboden. Tsipras gaat met lege handen terug naar Athene.

Zijn nieuwe regering stopt met bezuinigen en draait pijnlijke maatregelen terug. De ‘trojka’ (IMF, ECB en EC) die even later komt inspecteren, schrijft een vernietigend rapport en uitbetaling van noodleningen aan Griekenland wordt opgeschort.

Er is direct geldnood bij de regering die daarom besluit om schulden niet langer af te lossen en rentebetalingen op te schorten. Dat raakt de Griekse banken hard, want op hun balansen staat nog veel schuld. Bovendien mogen zij de nu waardeloze Griekse obligaties nu niet meer als onderpand gebruiken voor leningen van de ECB. Zowel overheid als banken hebben een acuut tekort aan euro’s.

Zodra de spaarders daar lucht van krijgen, willen zij massaal hun geld van de bank te halen. Tevergeefs. Het is er niet. De Griekse centrale bank probeert via ‘Emergency Lending Assistance’ (ELA) voor liquiditeit te zorgen, maar wordt door de ECB teruggefloten. Als Griekse obligaties waardeloos zijn, dan zijn de Griekse banken niet solvabel, en insolvabele banken mogen geen ELA-ondersteuning krijgen.

Ambtenaren ontvangen daardoor geen salaris meer. Ouderen geen pensioen. Wat gebeurt er dan? Voor het antwoord moeten we naar Argentinië in 2001.

De Argentijnse overheid had tijdens de financiële crisis in dat jaar ook geen geld meer, en kon door de koppeling van de peso aan de dollar, geen geld bijdrukken – net als Griekenland nu. De overheid besloot
ambtenarensalarissen uit te betalen in schuldbewijzen, briefjes waarop stond dat de ambtenaar een jaar later zijn geld zou ontvangen. Met rente, dat wel.

‘Lecop’ was de naam van de schuldbewijzen die de centrale Argentijnse overheid uitgaf. ‘Patacón’ heette de schuldbewijzen waarmee de provincie van Buenos Aires de ambtenaren betaalde. Het stadsbestuur van Buenos Aires gaf ‘Porteno’ uit. In andere regio’s werd betaald met ‘Lecor’, ‘Quebracho’ en ‘Cecaror’, om er een paar te noemen.

De schuldbewijzen gingen al snel fungeren als een soort geld. Een bakker in een ambtenarenwijk kon kiezen: niets verkopen, of Patacones accepteren. Eind 2001 was een kwart van de geldcirculatie vervangen door schuldbewijzen. In maart 2002 was dat al de helft.

Iets soortgelijks gebeurde in Californië, in de zomer van 2009 toen de politiek geen begroting kon overeenkomen en de kas van de staat leeg was. Toenmalig gouverneur Arnold Schwarzenegger betaalde ambtenaren en onderwijzers met ‘IOUs’ kortlopende, rentedragende schuld aan toonder. Deze IOUs gingen ook even als geld fungeren.

Zo kan het ook in Griekenland gaan. Bij gebrek aan euro’s betaalt de staat met schuldbewijzen, met de belofte op toekomstige euro’s. Die gaan al snel rouleren als betaalmiddel.

Geen Griek weet of de staat de schuld zal terugbetalen, en als dat al gebeurt dan waarschijnlijk niet met de euro’s waarin het schuldbewijs geldt. Dus probeert iedereen een ontvangen schuldbewijs zo snel mogelijk weer uit te geven. Ontvangen euro’s worden juist opgepot. De nog aanwezige euro’s verdwijnen daardoor snel uit circulatie.

Door de staat uitgegeven schuldbewijzen aan toonder, die als betaalmiddel worden gebruikt, dat is zo ongeveer de definitie van een bankbiljet. De nieuwe drachme is geboren. Griekenland voert de drachme in, zonder de euro officieel af te schaffen.

(verscheen eerder op Z24.nl)