Persoonlijke pensioentrog

‘Welkom bij Restaurant De Varkenstrog. Wij serveren u een heerlijke maaltijd waarvan u, gezeten aan een lange tafel, in knusse saamhorigheid kunt genieten. Bij ons geen gedoe met borden en schalen; het eten wordt gewoon in een lange trog gestort, waar u en alle andere gasten naar hartenlust uit mogen lepelen. Gezellig met z’n allen smullen van een collectieve maaltijd, het kan bij ons restaurant.

Wij noemen dit speciale arrangement “De Persoonlijke Maaltijd”. U vindt dat misschien een vreemde naam voor samen eten uit een trog, maar volgens het nieuwe Hoofd Marketing van ons restaurant dekt deze term de lading prima. Iedere gast van Restaurant De Varkenstrog krijgt bij binnenkomst een “Persoonlijk Maaltijdoverzicht” met daarop alle ingrediënten die in de trog worden gestort. Zoveel aardappelen, zoveel stukken spek, zoveel kilo bonen. Op het overzicht worden die aantallen keurig gedeeld door het aantal gasten. Zo kan iedere gast altijd zien hoeveel voedsel er in theorie voor hem of haar in de voederbak is gestort en geniet iedereen van een persoonlijke maaltijd, opgediend in een collectieve trog.

Misschien leuk om te weten voor onze gasten: onze marketingman werkte tot voor kort bij Nederlands grootste pensioenfonds ABP. Daar ontwikkelde hij het concept van de “Persoonlijke Pensioenpot”, dat vorige week aan de buitenwereld werd gepresenteerd. Een persoonlijke pensioenpot is een theoretisch overzicht van wat een deelnemer voor zichzelf aan pensioen heeft opgebouwd. Nou ja, niet letterlijk “voor zichzelf”, want iedere inleg gaat gewoon in de collectieve pensioenpot van het ABP. Deelnemers sparen dus niet op een eigen pensioenrekening, maar dankzij het fictieve overzicht dat de persoonlijke pensioenpot biedt, krijgen ze wel het geruststellende idee dat ze recht hebben op een deel van de collectieve pot.

Boze tongen beweren dat onze marketingman hiermee de communicatie rondom de hervorming van het pensioenstelsel opzettelijk vertroebelt. Bij de Sociaal Economische Raad studeert men al jaren op hervorming van het pensioenstelsel. Belangrijke kandidaat is een variant met een echte persoonlijke pensioenpot, waarin deelnemers daadwerkelijk hun inleg storten zodat ze altijd hun feitelijk opgebouwde pensioenvermogen kunnen zien en daarvan wellicht een deel tijdelijk kunnen gebruiken voor bijvoorbeeld financiering van een woning of een studie.

Deze persoonlijke pensioenpot van de SER is dus op geen enkele manier te vergelijken met de persoonlijke pensioenpot van het ABP. Maar ons Hoofd Marketing is ervan overtuigd dat deze evidente spraakverwarring de discussie over het nieuwe pensioenstelsel absoluut niet zal hinderen. Je kunt best dezelfde term gebruiken voor twee verschillende zaken, legde hij ons uit.

Daarmee zijn wij van Restaurant De Varkenstrog helemaal gerustgesteld. Wij verwelkomen u dan ook graag voor een uiterst persoonlijke maaltijd, opgediend in onze collectieve trog.’

FD

Opruimen van de laatste importheffingen heeft wel degelijk zin, zeker voor Nederland

Mexico en Canada kunnen opgelucht ademhalen, voor even althans. President Donald Trump leek afgelopen week even van plan de VS terug te trekken uit het Noord-Amerikaanse vrijhandelsakkoord Nafta. Deze campagnebelofte van Trump was door zijn National Trade Council omgezet in een ‘executive order’, die de president alleen nog maar hoefde te tekenen. Maar na een verontrust telefoontje van de regeringsleiders van Mexico en Canada, besloot Trump het handelsverdrag toch niet in stukken te scheuren. Nog niet, want hij laat zo’n actie wel boven de markt hangen.

Zo lijkt het tot nu toe wel mee te vallen met het protectionistische beleid van Trump. Direct na zijn aantreden zette hij wel een streep door het TPP-verdrag met landen rond de Stille Oceaan en liet hij duidelijk merken dat verder onderhandelen over het TTIP-verdrag met Europa zinloos is. Maar Nafta heeft de eerste honderd dagen van Trump overleefd, en ook van de beloofde handelsoorlog met China maakt Trump (nog) geen werk.

Chloorkippen
Politici overal ter wereld halen opgelucht adem. Vooral die in Europa, want dat TTIP in de ijskast is gezet, komt hun eigenlijk ook wel goed uit. Door de vele angstverhalen over chloorkippen, hormoonkoeien en oneerlijke rechtspraak hadden de Europese burgers toch al geen zin in deze volgende stap in de verfoeide globalisering. Bovendien: zoveel valt er tussen de VS en de EU toch niet meer aan handel te liberaliseren. De importtarieven zijn al zo laag, dat van verdere liberalisering nauwelijks welvaartsgroei te verwachten is.

Van economen kregen zij verrassend weinig tegenspraak. Eerder bijval: lage importheffingen nog verder verlagen levert niet zoveel op, beaamden handelseconomen. Zo hadden ze het tijdens hun studie geleerd. Kleine verstoringen (zoals lage importtarieven) veroorzaken verwaarloosbare welvaartsverliezen. Soms kan een klein importtarief de welvaart in een land zelfs vergroten. Dit is in theorie het geval als een land een relatief grote afnemer is van een bepaald product en dus marktmacht heeft. Dan zorgt een zogenoemd ‘optimaal tarief’ ervoor dat het land een deel van de winst van de buitenlandse producent weet af te romen. Pech voor de buitenlandse producent, maar mooi meegenomen voor het importerende land.

Opgedeelde productieketens
Maar de handelseconomen kunnen terug naar school, want nieuw onderzoek laat zien dat kleine handelstarieven wel degelijk grote schade met zich meebrengen. Een groep van vier onderzoekers, onder wie de gerenommeerde handelseconomen Robert Feenstra (Yale University) en Alan Taylor (University of California), vatten deze week op de site van het Center for Economic Policy Research (CEPR) de resultaten van een groot onderzoek samen.

Dat onderzoek suggereert dat met het verwijderen van kleine handelstarieven grote welvaartswinst valt te boeken, vooral als het zorgt voor nieuwe toetreders op de markt, waardoor zowel de keuze van de consument als de concurrentie tussen bedrijven toeneemt. Bovendien werken in de moderne economie, waarbij productieketens zijn opgedeeld over verschillende landen, importtarieven verstorender. Afschaffen van tarieven levert daardoor meer op.

Vooral Nederland
Uit simulaties met cijfers uit 159 landen en 15 sectoren, blijkt dat dit voor veel landen inderdaad opgaat. Vooral kleinere en opkomende economieën kunnen profiteren van verdere verlaging van de handelstarieven. Maar – opvallend – ook Nederland zou forse welvaartswinst kunnen boeken. Ons land is zelfs de enige westerse economie die volgens de onderzoekers een impuls van meer dan 2% zou kunnen krijgen als de tarieven helemaal werden afgeschaft. Nederland profiteert meer dan Zwitserland, Oostenrijk en Portugal, die uitkomen op een welvaartswinst tussen 1% en 2%. Andere Europese landen zitten daar weer onder.

Schermafbeelding 2017-05-08 om 19.29.46

Waarom juist Nederland profiteert van verdere tariefsverlaging leggen de onderzoekers niet uit. Maar gezien het gebruikte model moet het komen doordat wij in grotere mate onderdeel zijn van de internationale productieketen en/of meer profiteren van extra concurrentie.

Er moet meer onderzoek worden gedaan naar deze invloeden en dat lijkt me een mooie opdracht voor al die economen die meenden dat lage tarieven verder verlagen niet zoveel zin had.

(FD)

Draaikolk van nationalisme: Le Pen, Whirlpool en Philips

Ergens in Eindhoven lachen een paar oude Philips-vossen in hun vuistje. Goed dat ze de boel ruim een kwart eeuw geleden verkochten. Nu richt de woede van nationalistisch Frankrijk zich niet op Philips, maar op het Amerikaanse Whirlpool. Natuurlijk, ook Philips zou de witgoedfabriek in het Noord-Franse Amiens sluiten en de productie van wasdrogers verplaatsen naar een land als Polen. Waarschijnlijk hadden de Eindhovenaren dat zelfs jaren eerder gedaan dan de Amerikanen; die talmden tot 2017. Maar dankzij de verkoop van een meerderheidsbelang in de witgoeddivisie aan Whirlpool, in 1988, en een volledige verkoop drie jaar later, zijn de Fransen nu boos op Whirlpool, niet op Philips.

De woede werd vorige week kundig opgeklopt door de Franse presidentskandidaat Marine Le Pen. Le Pen was naar de fabriek in Amiens getogen om haar tegenstrever Emmanuel Macron een hak te zetten. Die probeerde zich van zijn sociale kant te laten zien door over de aanstaande sluiting te spreken met de vakbonden in Amiens. Le Pen verknalde zijn verkiezingsstuntje toen ze zich bij de fabriekspoort meldde en zich liet toejuichen door de ‘slachtoffers van de Europese Unie’. Zo werd de voormalige Philipsfabriek even het middelpunt van de Franse (en Europese) strijd over de toekomst van de Europese interne markt.

Een buitengewoon ironisch middelpunt, want volgens Le Pen is de verhuizing van Whirlpool illustratief voor alles wat mis is aan Europa. De EU is het kwaad, de grenzen moeten weer dicht, alleen zo blijven de banen in Frankrijk.

Een gotspe. De aanwezigheid van de fabriek in Amiens is net zo goed het gevolg van de interne markt, als de aanstaande sluiting. Sterker: de open grenzen waren de reden dat Whirlpool de fabriek ooit kocht. In 1988 legde toenmalig Whirlpool ceo David R. Whitwam in de New York Times uit waarom hij zo graag de Europese markt op wilde. In de VS groeide de vraag naar witgoed niet meer. Voor Europa waren de vooruitzichten veel beter, vertelde Whitwam, want daar zouden in 1992 de binnengrenzen open gaan. Zonder EU geen Whirlpool in Europa.

Schermafbeelding 2017-05-07 om 17.55.43

Hoe het met de banen bij Whirlpool gaat als de grenzen weer dicht gaan, daar kunnen de Britten inmiddels over meepraten. In januari kondigde het bedrijf een grote ontslagronde aan bij een witgoedfabriek in het Engelse Yates. Reden: door de aanstaande brexit heeft het geen zin meer om de Europese markt vanuit het VK te bedienen. Grenzen dicht is minder banen.

Met open grenzen komt dynamiek. Dat leidt tot bedrijfsverplaatsingen, maar ook tot nieuwe kansen. In het plaatsje Boves bijvoorbeeld, een randgemeente ten zuidoosten van Amiens. Daar bouwt het Amerikaanse Amazon een nieuw distributiecentrum. In Amiens verdwijnen 280 banen, in Boves komen er 500 bij.

(eerder in FD)

Draaikolk van nationalisme

Beste topman van PPG, wat een beroerde brief

(eerder in FD)

Armoedeval is de comazuiper van het nivelleringsfeestje

Wie voor een dubbeltje geboren is, wordt in Nederland zelden een kwartje. Niet omdat we hier zo asociaal zijn en onze schouders ophalen over de problemen van arme landgenoten, maar juist omdat we mensen met lage inkomens willen helpen. De sociale dadendrang heeft tot een fiscale kerstboom vol belastingtarieven, heffingskortingen en inkomenstoeslagen geleid, die van Nederland een beschaafd land maken. Maar de keerzijde is dat iemand die probeert te ontsnappen aan de armoede, door meer te werken en carrière te maken, zijn of haar subsidies kwijtraakt en zo weinig overhoudt van al die ijver en ambitie. Wie arm is in Nederland en rijker probeert te worden, vindt de Belastingdienst op z’n weg.

Een andere conclusie kan ik in elk geval niet trekken uit het rapport over marginale druk en inkomensbeleid dat begin april verscheen. Het ministerie van Sociale Zaken haalde alle inkomensmaatregelen door een rekenmodel en constateerde dat voor werknemers die meer dan € 20.000 en minder dan € 35.000 verdienen, de marginale druk op kan lopen tot wel 80%. In sommige gevallen gaan mensen die bruto meer gaan verdienen er zelfs netto op achteruit. De armoedeval bestaat dus nog steeds.

Schermafbeelding 2017-04-19 om 10.54.42

Als nivelleren een feest is, zoals ze bij de PvdA beweren, dan is de armoedeval de comazuiper die de dansvloer onderkotst. Want wat heb je aan inkomensgelijkheid als het mensen in een afhankelijke positie houdt? Hoe durven we ons belastingstelsel ‘progressief’ te noemen, als in de praktijk de hoogste marginale tarieven door de laagste inkomens worden betaald?

Tijd voor een radicale aanpak van dit probleem. Hoe krijgen we de progressiviteit in de belastingen terug en saneren we tegelijkertijd het toeslagencircus? Mijn antwoord: door de sociale premies te fiscaliseren. Nu betalen Nederlanders in de eerste en tweede belastingschijf nauwelijks inkomstenbelasting, maar wel veel premies voor de volksverzekeringen. Daardoor zijn de marginale tarieven ook voor lage inkomens bijzonder hoog, en houden ze van hun brutoloon netto maar weinig over. Dat inkomensverlies moeten we vervolgens repareren met huur-, zorg- en kinderopvangtoeslagen, kindgebonden budgetten, bijzondere bijstand en wat al niet meer.

Zou het niet veel logischer zijn om de volksverzekeringen voortaan gewoon uit de belastinginkomsten te betalen (te fiscaliseren, in jargon)? Dan kunnen vervolgens de tarieven in de eerste schijven fors omlaag. Maak ze voor de laagste inkomens maar helemaal nul. Bruto wordt netto. De belasting wordt dan weer echt progressief en werken gaat weer lonen.

Hoe betalen we deze radicale belastingverlaging voor lage inkomens? Door flink te snijden in zowel de toeslagen voor lage inkomens als in de aftrekposten van rijkere belastingbetalers. Het wordt een nivelleringsfeestje zonder comazuipers. Wie legt me uit waarom dat niet kan in Nederland?

(FD)

NASCHRIFT:

Ik kreeg van enkele economen (terecht) kritiek op mijn slordige gebruik van de term ‘progressieve belasting” in deze column.  Om te weten hoe progressief een belastingstelsel is, moet je kijken naar de gemiddelde tarieven per inkomensklasse, niet naar marginale tarieven. Dat klopt,  de hoge marginale tarieven voor lage inkomens, worden deels goedgemaakt door de toeslagen, waardoor de gemiddelde belastingtarieven de facto toch weer laag zijn. 

Wat ik in deze column wilde uitleggen is dat deze progressie via toeslagen zorgt voor een enorme armoedeval. Veel slimmer is het om de gewenste progressie in gemiddelde tarieven te bereiken door de marginale tarieven voor lage inkomens fors te verlagen. 

IMF giet koud water over euforisch Nederland

Van ontroostbaar verdrietig naar euforisch vrolijk; de ooit zo bedaagde Nederlandse bevolking toont zich van haar flegmatiekste kant. Jarenlang dachten burgers en bedrijven dat het nooit meer goed zou komen met de Nederlandse economie, dat we voor eeuwig gevangen zouden zitten in groei van nauwelijks meer dan 0%. Maar die tijd is voorbij. Het consumentenvertrouwen is de afgelopen kwartalen omhoog geschoten, en ook Nederlandse producenten waren zelden zo optimistisch als nu.

Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), staat het vertrouwen van Nederlandse consumenten nu op het hoogste peil sinds juni 2007. Op dat moment bevond de kredietcrisis zich nog in een embryonaal stadium. Tien jaar later is het consumentenvertrouwen weer bijna terug op dat niveau. Dat betekent overigens niet dat Nederlandse consumenten de drang tot het uitgeven van geld weer net zo sterk voelen als toen. De indicator voor de koopbereidheid, een onderdeel van de index voor het consumentenvertrouwen, stijgt de afgelopen maanden juist niet meer. Nee, het is het gevoel over de algemene economie die de Nederlandse consument zo euforisch maakt. Het oordeel over het economisch klimaat staat zelfs op de hoogste stand sinds het CBS in 1986 met de maandelijkse enquête begon. Een record!

Producenten doen daar nauwelijks voor onder. De Nederlandse industrie verwacht de komende maanden veel meer bedrijvigheid (de indicator die dat meet, staat op de hoogste stand sinds februari 2008) en is zeer tevreden over de orderportefeuille (hoogste stand sinds december 2007). Samen zorgen deze indicatoren ervoor dat het algemene producentenvertrouwen in de industrie nu op het hoogste peil staat sinds februari 2008.

Schermafbeelding 2017-04-19 om 12.08.15

Dat klinkt mooi. Maar ik vind het griezelig. Want de vorige keer dat producenten de toekomst zo zonnig inzagen, was een maand voor het faillissement van de Amerikaanse bank Bear Stearns, in maart 2008. Een halfjaar later viel Lehman Brothers om, waarna het hele zaakje instortte. Achteraf beschouwd waren de Nederlandse producenten begin 2008 dus buitengewoon naïef. De Nederlandse consumenten zetten al een paar maanden eerder hun roze bril af, maar ook zij waren bij het begin van de crisis bovengemiddeld optimistisch.

Het is dus zaak de euforie regelmatig af te koelen met een flinke emmer ijskoud water. Zo’n emmer werd afgelopen week behulpzaam klaargezet door economen van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) en ik giet hem graag over u uit. Iedere vijf jaar stelt het IMF een Financial System Stability Assessment op van iedere lidstaat, met een overzicht van de gevaren die de financiële stabiliteit bedreigen. Nederland was weer aan de beurt voor zo’n financiële apk.

Het IMF is zeker niet ontevreden over Nederland; dankzij de economische omstandigheden en het gevoerde beleid is ons stelsel een stuk stabieler dan vijf jaar geleden. Maar er zijn ook nieuwe risico’s. Vooral het toenemende populisme en nationalisme in grote landen kan de open economie van Nederland bedreigen, bijvoorbeeld als het leidt tot nieuwe handelsbelemmeringen. Onze export en investeringen zouden erdoor geraakt kunnen worden, met als gevolg grotere kredietrisico’s voor banken die veel hebben uitgeleend aan internationaal opererende bedrijven. Het IMF schat de kans hierop zelf in als ‘hoog’. Een groeivertraging in opkomende economieën zou hetzelfde effect kunnen hebben op het Nederlandse bedrijfsleven. Onze AEX is de op twee na gevoeligste beursindex voor schokken in opkomende markten, weet het IMF.

Ook trage brexitonderhandelingen kunnen Nederland treffen, vooral via een lagere euro, die de solvabiliteit van banken en bedrijven kan verminderen. Een kleinere kans geeft het IMF aan het risico van een wereldwijde vlucht naar veiligheid op financiële markten, die dekkingsgraden van pensioenfondsen en kapitaalratio’s van banken verder zou kunnen eroderen. Het IMF ziet een kleine kans op een nieuwe dip op de binnenlandse huizenmarkt die vanwege de hoge schulden van huishoudens tot problemen bij banken zou kunnen leiden.

Maar een kleine kans is nog altijd een kans. Juist in tijden van euforie moeten we elkaar blijven wijzen op de risico’s.

(FD)

Geld over? Geef het terug!

Onderbreek de formatie en red de zzp’er

Wild was de verkiezingstijd. Maar na weken van politiek exhibitionisme volgt nu een periode van introverte stilte. De formatie is begonnen en deze paringsdans der partijen vindt het best binnenshuis plaats, in een mooie zaal ergens in het gebouw van de Tweede Kamer, zonder microfoons en camera’s.

Begrijpelijk, want het bouwen van een coalitie van vier partijen is al moeilijk genoeg. Pottenkijkers en wijsneuzen van buiten zorgen alleen maar voor afleiding en onnodige onrust. Formeren doe je in stilte, zonder uitgebreide persconferenties en openhartige interviews.

Bij de aanbieding van het boek Kabinetsformaties 1977-2012 vatte de voorzitter van de Tweede Kamer, Khadija Arib, het fragiele formatieproces fraai samen: ‘Het is een organisch, interactief en dynamisch proces, waarbij het één voortbouwt op het ander, soms heel voorspelbaar, soms met onverwachte wending.’

Stilte, niet storen, hier wordt een coalitie in elkaar gepuzzeld. Pas als het regeerakkoord geschreven, gestempeld en ondertekend is, komen de lijsttrekkers weer naar buiten. Wie eerder met de pers praat is af.

Maar hoe logisch die regel ook is, er moet een uitzondering mogelijk zijn. Wat nou als er een maatschappelijk probleem is dat eigenlijk niet op het Haagse paringsritueel kan wachten? Wat als er burgers zijn die hun inkomen, hun werk, hun bestaan bedreigd zien worden, zonder dat het demissionaire kabinet er iets aan wil of kan doen? En wat als de oplossing voor het acute probleem simpel is, en in het regeerakkoord zeker zal worden opgelost? Kan er dan niet een uitzondering worden gemaakt op de omerta van het formatieproces?

Ik denk het wel. Daarom informateur, lijsttrekkers en secondanten, onderbreek deze week nog het overleg voor een speciale, superkorte persconferentie! Vraag Gert-Jan Segers van de ChristenUnie er voor de zekerheid ook bij, want als de huidige formatiepoging klapt, komt hij in beeld. Lees vervolgens deze korte verklaring voor:

‘Wij, de partijen betrokken bij de formatie, beloven en verklaren dat in het toekomstige regeerakkoord een passage komt waarmee de Wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties (DBA) wordt geschrapt. Het huidige kabinet heeft deze wet, die vele zzp’ers het werken onmogelijk maakt, slechts in de ijskast gezet en heeft beloofd de regels tot 1 januari 2018 niet te handhaven. Maar die maatregel is onvoldoende gebleken, want bedrijven blijven onzeker over het inhuren van zelfstandigen. Om onnodige inkomensderving en leed bij zzp’ers te voorkomen, zijn alle vier bij de formatiebesprekingen betrokken partijen, plus de ChristenUnie nu reeds overeengekomen dat de wet DBA uit de ijskast en in de vuilnisbak gaat. We gaan nadenken over vervanging van de wet, maar tot dat moment gelden alle oude VAR’s weer. Zelfstandigen kunnen weer aan het werk. Wij gaan verder met formeren. Dank u wel.’

(FD)