Lach om de grap die technische analyse heet

Dit is de druppel. Ik doe er niet meer aan mee. De keizer heeft geen kleren aan. Technische analyse (TA) heeft de belegger niets te bieden – behalve dan veel onrust en angst.

Eind vorige week was het weer raak. Een Amerikaanse analist schreef in zijn nieuwsbrief over het ‘Hindenberg Omen, het meest gevreesde technische patroon’. De hel-en-verdoemeniswebsite Zerohedge nam het verhaal over.
Zakenzender CNBC wijdde er zendtijd aan. Beleggers schoten in de stress.

Nu is het ‘Hindenberg Omen’ niet alleen het meest gevreesde, maar ongetwijfeld ook het meest mallotige patroon. Het gaat om een idiote potpourri van indicatoren, koersgemiddelden en 52-weeksmaxima, die samen een krach op de aandelenbeurs zouden voorspellen.

Vergelijk het met logica van de voetbalcommentator die vlak voor de wedstrijd zenuwachtig vaststelt dat de laatste keer dat Oranje op een belangrijk toernooi, in het thuistenue, met een linksbenige rechtsbuiten en een oud-international als trainer, tegen een Iberische tegenstander speelde, heeft verloren.
Ik geloof niet in het Hindenberg Omen. Net zomin als ik iets heb met de simpeler schijnwaarheden van de technisch analist. Opwaarts doorbroken trendlijnen, weerstanden, dubbele bodems, head and shoulders, fibonaccireeksen, kieper de hele goocheldoos in de vuilnisbak.

Werkt het dan niet? Nee, het werkt niet. Af en toe duikt er een wetenschappelijk artikel op waaruit zou blijken dat het gebruik van een TA wel degelijk enige winst kan opleveren. Maar dat zijn uitzonderingen. Als er al structureel een winstje valt te pakken, dan weegt dat zelden op tegen de transactiekosten die bij de actieve aandelenhandel horen.

In 2003 promoveerde econometrist Gerwin Griffioen op een onderzoek waarin hij maar liefst 787 TA-indicatoren losliet op de historische koersen van Amerikaanse aandelen en de Dow Jones-index. Zijn conclusie is duidelijk: zelfs bij slechts een kwart procent transactiekosten kan ook de zogenaamd ‘best presterende’ TA-strategie een simpele strategie van kopen-en-houden niet verslaan. Grafiekstaren is misschien leuk als hobby, maar de belegger die liever in de tuin werkt, kan zich er beter niet druk om maken.

Toch is TA bijzonder populair, zowel bij professionals als bij amateurs. De mens heeft nu eenmaal een onstilbare behoefte aan het herkennen van patronen, ook als die er niet zijn.

Patroonherkenning is een nuttig kunstje op de Afrikaanse steppe, waar die enkele gnoe een hele kudde kan aankondigen. En het is handig voor de primitieve boer die in het chaotische weer een seizoenspatroon moet herkennen. Maar in de moderne wereld schieten we vaak door.

Dan verschijnt de maagd Maria op een kaastosti, klinkt de duivel in achteruit gespeelde rockmuziek, en zien we in een neerwaartse uitbraak uit een trendkanaal een dwingend verkoopsignaal.

imgres
De Amerikaanse ‘neuro-econoom’ Colin Camerer noemt dit de ‘powerful drive towards sense-making’. ‘Ons apenbrein heeft een overijverige persvoorlichter’, stelt hij, ‘die zeer handig verklaringen bedenkt en die een voorkeur heeft voor de meest doorwrochte uitleg.’ Laat proefpersonen een onaffe tekening zien, en de hersens vullen automatisch de ontbrekende lijnen in. Laat ze muziek horen en een willekeurig knipperend licht zien, en ze rapporteren dat het licht het ritme van de muziek volgt. Onze neiging tot patroonherkenning neemt ons bij de neus.

Als we in de ruis van de beurskoersen een melodie denken te horen, als we in de chaos van de koersgrafiek een glimp van de toekomst denken te zien, dan kunnen we daar dus eigenlijk niets aan doen. Maar je tegen deze misleiding van de geest verzetten kan wel. De volgende keer dat het Hindenberg Omen verschijnt, lachen we het monster recht in zijn lelijke gezicht uit.

(zie ook deze TED-presentatie Michael Schermer over onze apenhersenen die ons voor de gek houden)